<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>51050_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van "Rioolheffing 2010"</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-09</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Gemeente Nieuws, 23-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Besluitnummer 99i/2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp></overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening "Rioolrechten 2009" van 4 december
                    2008.</al><al>De datum van ingang van de heffing is <vet>1 januari 2010</vet>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit raad</al><al>Besluitnummer 99i/2009</al><al></al><al>Onderwerp Vaststelling "Verordening rioolheffing 2010"</al><al></al><al>De raad van de gemeente Lingewaard;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        november 2009; </al><al>gelet op artikel 228a, van de Gemeentwet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>verordening op de heffing en invordering van "Rioolheffing 2010"</vet></al><al></al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><al>a perceel: een onroerende of roerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                            daarvan;</al><al>b gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                            voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van
                            afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in
                            onderhoud bij de gemeente;</al><al>c verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf
                            betrekking heeft;</al><al>d water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                            grondwater.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><al>a de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                            bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater;
                            en</al><al>b de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                            ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                            structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                            grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                            beperken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>1 De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
                            waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd.</al><al>2 Met betrekking tot de heffing wordt als gebruiker aangemerkt:</al><al> a degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet
                            krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                            gebruikt;</al><al>b ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte als bedoeld
                            in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor
                            gebruik heeft afgestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>1 De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het aantal
                            kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al><al>2 Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
                            kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het
                            einde van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het
                            perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet
                            gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water
                            door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
                            gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al><al>3 Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><al>a watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                            afgelezen, of</al><al>b bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie
                            met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.</al><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                            hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                            wettelijke bepaling.</al><al>4 De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is
                            afgevoerd.</al><al>5 De hoeveelheid residu proceswater die wordt geloosd door
                            tuinbouwbedrijven wordt gemeten door een per bedrijf te plaatsen
                            watermeter. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>1 De belasting als bedoeld in artikel 2 bedraagt per belastingjaar:</al><al>a voor een perceel, uitsluitend in gebruik als woonhuis, ongeacht het
                            aantal </al><al> kubieke meters afgevoerd afvalwater: € 159,70</al><al>b voor een perceel, niet of niet uitsluitend in gebruik als woonhuis, </al><al>bij een afvoer van:</al><al>1. 0 m³ tot en met 350 m³ € 159,70</al><al>351 m³ en meer € 159,70 <vet>vermeerderd</vet> met € 25,55 voor elke
                            volle eenheid van 100 m³, </al><al> die boven de hoeveelheid van 350 m³ wordt afgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffin</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><al>1 De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                            zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                            is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                            dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling; automatische incasso</titel></kop><al>1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al><al>2 In afwijking van het eerste lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag
                            van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als het aanslagbiljet
                            maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 doch
                            minder dan € 1.500,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel
                            van een automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de
                            aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al><al>3 Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                            van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een bestuurlijke boete, is het eerste en tweede lid
                            van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt
                            opgelegd met de aanslag.</al><al>4 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1 De verordening "Rioolrechten 2009" van 4 december 2008 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten zoals die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                            die van de bekendmaking.</al><al>3 De datum van ingang van de heffing is <vet>1 januari 2010</vet>.</al><al>4 Deze verordening kan worden aangehaald als <vet>"Verordening
                                rioolheffing 2010"</vet>.</al><al></al><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 17 december
                            2009.</al><al></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>De raad voornoemd,</al><al>de griffier, de voorzitter,</al><al>Th.G.L. Greep H.H. de Vries</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>