<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51046_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het gemeentenieuws, 22-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=44">Gemeentewet, art. 44</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=95">Gemeentewet, art. 95</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=96">Gemeentewet, art. 96</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=97">Gemeentewet, art. 97</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=98">Gemeentewet, art. 98</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=99">Gemeentewet, art. 99</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>62 (a)/ 2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR85723_1">Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Lingewaard 2011</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Nieuw titeldeel</vet></al><al/><al>Besluit raad</al><al>Besluitnummer 75/2007</al><al>Onderwerp Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                        commissieleden</al><al/><al><vet>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                        Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van
                                        22 maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het
                                        Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling
                                        van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23
                                        van het Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                        Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                        56;</al></li><li nr="f."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                        Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011,
                                        Stcrt. 181;</al></li><li nr="g."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de
                                        Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                        AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt 212;</al></li><li nr="h."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde
                                        wethouder;</al></li><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                        Gemeentewet;</al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102
                                        van de Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste
                                lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is
                                gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 10 vastgestelde
                                maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het
                                        raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag
                                        voor gemeenteklasse 10, vermeld in tabel II van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
                                        ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                        loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                        dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het
                                        eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor
                                        gemeenteklasse 10, vermeld in tabel III van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid
                                        is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen
                                        2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in
                                        dat jaar raadslid is geweest.</al></li><li nr="2."><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2
                                        en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente
                                        gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied
                                        van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                        gemeentebestuur vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van
                                                een taxi: een volledige vergoeding van de in
                                                redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een
                                                vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                                noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde
                                                in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                                rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake
                                van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het
                                raadslid vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel
                                c, van de Regeling rechtspositie wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                        seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                        wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe bij de griffier
                                        een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                                        inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten
                                        komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang
                                        is in verband met de vervulling van het
                                        raadslidmaatschap.</al></li><li nr="3."><al>De gemeenteraad kan ter zake nadere regels vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer, laptop en internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag wordt aan het raadslid ten laste van de gemeente
                                        voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een computer
                                        of laptop, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen
                                        ter beschikking gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een
                                        bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                        4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                        1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking
                                        wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                        gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                        4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                        1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking
                                        wordt aangemerkt kan deelnemen aan de levensloopregeling als
                                        bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
                                        1964.</al></li><li nr="3."><al> Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien
                                        het raadslid gebruik maakt van de wettelijke
                                        levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al> Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>1.Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de fietsregeling
                                als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting
                                2001. </al><al>Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste
                                onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als
                                bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al><al>2.Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat
                                geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Ziektekostenverzekering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming in de kosten van een
                                        ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 11 van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedraagt € 175
                                        per jaar.</al></li><li nr="2."><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                        kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                        tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar
                                        evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar
                                        raadslid is geweest.</al></li><li nr="3."><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste
                                        lid, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8, 9 tot en met 12 blijven van
                                        toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10
                                        van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens
                                        zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat
                                        de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel
                                        3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van het
                                        bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing
                                        is.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en
                                        vijfde lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn
                                        van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd
                                        ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X10
                                        van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens
                                        zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>Op aanvraag verlaagt het college de vergoeding voor de
                                werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, in het geval een raadslid een
                                uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                                arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                        Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20
                                        van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge
                                        van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt
                                        dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                        werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                        vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                        van bedoelde korting.</al></li><li nr="2."><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het
                                        Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel
                                        ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van
                                        dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge
                                        van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt
                                        dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                        werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                        vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                        van bedoelde korting. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet
                                        meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de
                                        gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een
                                        toeslag van 8% op de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor
                                        de werkzaamheden over de tijd van de waarneming. </al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien
                                        van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige
                                aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan
                                het bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het
                                Rechtspositiebesluit wethouders, zoals dit bedrag jaarlijks door de
                                minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt
                                herzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder worden de ten behoeve van de gemeente
                                        gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied
                                        van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                        gemeentebestuur vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van
                                                een taxi: een volledige vergoeding van de in
                                                redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een
                                                vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                                noodzakelijke reiskosten overeenkomstig de bedragen
                                                in artikel 4 van de Regeling rechtspositie
                                                wethouders.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De wethouder worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                verblijfkosten ter zake van reizen, bedoeld in artikel 17 volledig
                                vergoed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis
                                        buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. </al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland,
                                        niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                        toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan
                                        deze toestemming voorwaarden verbinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                        seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                        wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde
                                        aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke
                                        informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                                        rekening van de gemeente als deelname van belang is in
                                        verband met de uitoefening van het ambt van wethouder. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Computer, laptop en internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente
                                        voor de uitoefening van het ambt een computer of laptop,
                                        bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter
                                        beschikking gesteld. </al></li><li nr="2."><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
                                        bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                        vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                        gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                        wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling
                                        als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
                                        1964.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op
                                vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 1 van de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het
                                        Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de ministeriële
                                        regeling als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het
                                        Rechtspositiebesluit wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>De wethouder ontvangt een tegemoetkoming in de kosten van
                                kinderopvang die in verband met de vervulling van het ambt van
                                wethouder noodzakelijk is, overeenkomstig de ter zake voor het
                                gemeentelijk personeel geldende kinderopvangregeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het lid van een commissie kan voor het bijwonen van de
                                        vergaderingen van een commissie en haar subcommissies een
                                        door de raad vast te stellen vergoeding ontvangen.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding
                                        voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de
                                        Gemeentewet ontvangt.</al></li><li nr="3."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                        commissie</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                        ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
                                        functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
                                        wordt gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                        organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                        commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                        dient.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissieleden ontvangen een vergoeding voor reis- en
                                        verblijfkosten, alleen indien deze zijn gemaakt in verband
                                        met reizen buiten het grondgebied van de gemeente. De
                                        vergoeding wordt vastgesteld overeenkomstig de regels die
                                        gelden voor de vergoeding die een rijksambtenaar ingevolge
                                        het Reisbesluit Binnenland en de daarop gebaseerde
                                        beschikkingen voor dienstreizen ontvangt.</al></li><li nr="2."><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter
                                        zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                        worden aan het commissielid overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie
                                        wethouders vergoed. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                        seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                        wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe bij het college
                                        een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                                        inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten
                                        komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang
                                        is in verband met de vervulling van het
                                        commissielidmaatschap.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente;
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5,
                                        6, 7, 11, 17, 18, 19, 20, 22, 23 en 24 wordt gebruik gemaakt
                                        van een declaratieformulier, waarvan het model door het
                                        college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen
                                        middelen vooruit zijn betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en
                                        ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of
                                        het commissielid dient het declaratieformulier binnen 2
                                        maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de
                                        gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in,
                                        onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 14, 19,
                                        20, 23 en 24 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending
                                        van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder
                                        voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats
                                        door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het
                                        college is vastgesteld, volledig in te vullen en te
                                        ondertekenen.</al></li><li nr="3."><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                        begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij
                                        de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de
                                        door hem aangewezen ambtenaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening Voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden
                                zoals vastgesteld op 1 februari 2007 wordt ingetrokken en vervalt op
                                het moment, dat de nieuwe verordening in werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de derde dag na bekendmaking.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                                wethouders, raads- en commissieleden 2007.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van      .</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Th.G.L. Greep. H.H. de Vries.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>