<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51021_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van "Hondenbelasting 2010"</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Gemeente nieuws, 29-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Hondenbelasting 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=126">Gemeentewet, art. 126</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>66(a)/2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR85148_1">Verordening Hondenbelasting 2011</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van "Hondenbelasting 2010"</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit raad</al><al/><al>Besluitnummer 0c/2009</al><al>Onderwerp Vaststelling “Verordening hondenbelasting 2010”</al><al/><al>De raad van de gemeente Lingewaard; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        november 2009;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 126 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>verordening op de heffing en de invordering van “Hondenbelasting 2010”</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter
                            zake van het houden van een hond binnen de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1 Belastingplichtig is de houder van een hond. </al><al>2 Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een
                            hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.</al><al>3 Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt
                            aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231,
                            tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar
                            aan te wijzen lid van dat huishouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:</al><al>a die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden;</al><al>b die door de "Stichting sociale honden voor gehandicapten Nederland"
                            als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn
                            gesteld;</al><al>c die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel
                            c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het
                            centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd
                            besluit;</al><al>d waarvan de houder een geldend diploma kan tonen dat is afgegeven door
                            de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging, derhalve zijnde een
                            politiehond;</al><al>e die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden
                            in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het
                            Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het
                            centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd
                            besluit;</al><al>f die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij te zamen met de
                            moederhond worden gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt
                            gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>1 De belasting bedraagt per belastingjaar per hond € 49,35.</al><al>2 In afwijking in zoverre van het voorgaande lid bedraagt de belasting
                            voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van
                            beheer op kynologisch gebied in Nederland, </al><al>€ 205,00 per kennel.</al><al>3 Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige
                            schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar
                            het werkelijke aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan
                            het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><al>1 De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                            zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2 Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel
                            het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de
                            belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het
                            toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten
                            van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                            aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het
                            aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal
                            honden, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling; automatische betaling</titel></kop><al>1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerst vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en de tweede twee maanden later.</al><al>2 In afwijking van het eerste lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag
                            van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als het aanslagbiljet
                            maar één aanslag bevat en het bedrag meer is dan € 100,00 doch minder
                            dan € 1.500,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen
                            moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens één maand later. </al><al>3 Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                            van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze
                            gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al><al>4 De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1 De verordening “Hondenbelasting 2009” van 4 december 2008, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten zoals die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                            die van de bekendmaking.</al><al>3 De datum van ingang van de heffing is <vet>1 januari
                                2010</vet><vet>.</vet></al><al>4 Deze verordening wordt aangehaald als <vet>"Verordening
                                hondenbelasting 2010".</vet></al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van 17 december 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Th.G.L. Greep H.H. de Vries</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>