<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51019_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Handhaving inkomensvoorzieningen gemeente Lingewaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-78393.html">Elektronisch Gemeenteblad, 2014, 78393</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Handhaving inkomensvoorzieningen gemeente Lingewaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=150">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=35">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, art. 35, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=35">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, art. 35, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0017837&amp;artikel=22">Wet werk en inkomen kunstenaars, art. 22,lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>96h/2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR365807_1">Verordening handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Lingewaard 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Handhaving inkomensvoorzieningen gemeente Lingewaard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening handhaving inkomensvoorzieningen</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren, de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet
                                    werk en inkomen kunstenaars en de Algemene wet
                                    bestuursrecht.</al></li><li nr="2"><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>Aangiftegrens: het bedrag vermeld in de Aanwijzing
                                            Sociale Zekerheidsfraude, waaronder in principe geen
                                            strafvorderlijke bevoegdheden worden ingezet.</al></li><li nr="b"><al>Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude: de aanwijzing ex
                                            artikel 130, vierde lid van de Wet op de rechterlijke
                                            organisatie betreffende Sociale Zekerheidsfraude zoals
                                            deze is gepubliceerd in de Staatscourant op 23 december
                                            2008, nr 2373.</al></li><li nr="c"><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Lingewaard. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>De gemeenteraad stelt het gemeentelijk beleidsplan vast op het gebied
                            van handhaving, waaronder de bestrijding van het ten onrechte ontvangen
                            bijstand of inkomensvoorziening, misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                            Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren, de Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                            werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet werk en inkomen
                            kunstenaars.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><al>Het college zorgt voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van
                            bijstand of inkomensvoorziening evenals van misbruik en oneigenlijk
                            gebruik van de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren, de
                            Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet werk en inkomen
                            kunstenaars. Het college voert in dit kader het beleid als bedoeld in
                            artikel 2 uit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Doelstelling handhaven</titel></kop><al>Beoogd wordt dat alleen diegenen die daadwerkelijk recht op een
                            uitkering hebben, een uitkering ontvangen die in overeenstemming is met
                            de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren, de Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                            werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet werk en inkomen
                            kunstenaars. De subdoelstellingen daarbij zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>vergroten spontane naleving van aan de wet verbonden
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="-"><al>vroegtijdige detectie;</al></li><li nr="-"><al>het optimaliseren van handhaving middelen;</al></li><li nr="-"><al>daadwerkelijk sanctioneren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Het college informeert de gemeenteraad over de uitvoering en de
                            resultaten op het gebied van handhaving van de Wet werk en bijstand en
                            de Wet investeren in jongeren, de Wet inkomensvoorziening oudere en
                            gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                            zelfstandigen en de Wet werk en inkomen kunstenaars.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Afstemming van de uitkering</titel></kop><al>Als de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen
                            inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de
                            hoogte, de duur van of het recht op (voortzetting van) bijstand,
                            werkleer aanbod of inkomensvoorziening, verlaagt het college de
                            uitkering of inkomensvoorziening conform de Maatregelenverordening Wet
                            werk en bijstand gemeente Lingewaard dan wel de Maatregelenverordening
                            Wet investeren in jongeren gemeente Lingewaard, onverminderd de
                            eventuele terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand of
                            inkomensvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beleidsregels terugvordering en verhaal</titel></kop><al>Het college stelt beleidsregels vast voor terugvordering en
                            verhaal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aangifte bij Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Leidt het niet nakomen van de informatieverplichting tot een benadeling
                            bedrag dat hoger is dan de aangiftegrens, of is er gelet op de inhoud
                            van de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude een andere reden om aangifte
                            te doen, dan is het college verplicht aangifte te doen bij het Openbaar
                            Ministerie en bevordert het college dat er een proces-verbaal wordt
                            opgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De verordening handhaving Wet werk en bijstand gemeente Lingewaard wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeerwijze en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                    Handhaving inkomensvoorzieningen Gemeente Lingewaard.</al></li><li nr="2"><al>Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
                                    Bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten in
                                    werking treedt te weten 1 juli 2010.</al></li><li nr="3"><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                                    verordening Handhaving Wwb en WIJ 2009 gemeente Lingewaard,
                                    zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 8 oktober 2009
                                    ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van 8 oktober 2009.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Th.G.L. Greep H.H. de Vries</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Algemene toelichting Verordening handhaving inkomensvoorzieningen</al><al>Met deze verordening wordt de titel van de verordening Handhaving WWB en
                            WIJ meer in overeenstemming gebracht met de regelingen waarop de
                            advisering van de Cliëntenraad betrekking heeft. </al><al>De wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorzieningen aan gemeenten
                            (Wet BUIG) die per 1 januari 2010 in werking is getreden, brengt een
                            wijziging aan in de financiering van uitkeringen op grond van de
                            regelingen IOAW, IOAZ, WWIK en (deels) Bbz 2004. Als gevolg daarvan
                            wordt een aantal verplichtingen uit genoemde regelingen omgezet in
                            bevoegdheden, waardoor ook voor de uitvoering van deze regelingen op een
                            aantal punten gemeentelijk beleid geformuleerd zal moeten worden. </al><al>De titel Verordening handhaving WWB en WIJ is dan niet meer
                            representatief voor het brede terrein van gemeentelijke
                            inkomensvoorzieningen.</al><al>Los van de titel verandert er inhoudelijk niets aan de verordening. </al><al>De genoemde regelingen met de bijbehorende doelgroepen vallen binnen de
                            in de verordening gebruikte omschrijving.</al><al>De Wet investeren in jongeren en handhaving </al><al>Op 1 oktober 2009 treedt de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking.
                            Doelstelling van deze wet is de duurzame arbeidsparticipatie in regulier
                            werk van jongeren tot 27 jaar. Om dit te bereiken is in de wet een recht
                            op een zogenaamd werkleer aanbod vastgelegd. Het werkleerrecht berust op
                            het uitgangspunt dat jongeren die goed geschoold zijn en over voldoende
                            kwalificaties beschikken gemakkelijker aan het werk zullen komen en
                            daardoor zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. </al><al>De WIJ verplicht gemeenten om te investeren in de arbeidsinschakeling
                            van alle jongeren, ook bij een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
                            Daartoe moeten gemeenten jongeren in beginsel een werkleer aanbod doen.
                            Afgeleide van het werkleer aanbod is een inkomensvoorziening voor
                            jongeren vanaf 18 jaar als de jongere onvoldoende inkomsten heeft. Deze
                            inkomensvoorziening is alleen beschikbaar als het werkleer aanbod wegens
                            in de persoon van de jongere gelegen of niet verwijtbare omstandigheden
                            zijnerzijds geen optie is, dit aanbod onvoldoende inkomsten genereert of
                            er nog geen werkleer aanbod kan worden gedaan. De samenhang tussen het
                            werkleer aanbod enerzijds en de inkomensvoorziening anderzijds is een
                            bepalend element in de WIJ. </al><al>De relatie tussen werken/leren en een uitkering is fundamenteel anders
                            dan de Wwb, waarbij het recht op bijstand vooropstaat met als afgeleide
                            de plicht tot arbeidsparticipatie. Met de WIJ wordt een
                            ‘paradigmawisseling’ beoogd: is het uitgangspunt in de Wwb ‘een
                            uitkering, mits’ in de WIJ is dit omgedraaid en geldt als uitgangpunt
                            ‘geen uitkering, tenzij’. </al><al>Waar het college de opdracht heeft gekregen om de WIJ uit te voeren, is
                            het de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad om een vijftal
                            verordeningen vast te stellen. De Handhaving verordening is één van die
                            verordeningen. </al><al>Handhavingsverordening </al><al>Met deze verordening wordt invulling gegeven aan de in artikel 12 van de
                            Wet investeren in jongeren (WIJ) gegeven opdracht om regels te stellen
                            met betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik
                            van de Wet investeren in jongeren. De inhoud van deze bepaling komt
                            overeen met artikel 8a van de Wet werk en bijstand (Wwb)</al><al>In het oorspronkelijk wetsvoorstel van de Wet werk en bijstand (Wwb) was
                            geen bepaling opgenomen over de plicht tot het vaststellen van een
                            verordening gericht op fraudebestrijding. Via een kamer amendement is
                            hierover een bepaling opgenomen in artikel 8a Wwb. In dit artikel is
                            namelijk de verplichting opgenomen om in het kader van het financiële
                            beheer bij verordening regels op te stellen voor de bestrijding van het
                            ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede misbruik en oneigenlijk
                            gebruik van de Wet werk en bijstand.</al><al>Afgezien van de korte bepaling van artikel 8a van de Wet werk en
                            bijstand zijn er geen nadere aanduidingen over wat nu precies in die
                            verordening moet worden geregeld. In de algemene bijstandswet was
                            bepaald dat er in het jaarlijks verplicht gestelde beleidsplan aandacht
                            besteed moest worden aan de bestrijding van misbruik en oneigenlijk
                            gebruik van de wet. De Wwb kent geen verplichting meer om jaarlijks een
                            beleidsplan vast te stellen. In Lingewaard is er voor gekozen om te gaan
                            werken met een meerjarenbeleidplan. In het verlengde hiervan wordt er in
                            deze verordening voor gekozen om de bestrijding van misbruik en
                            oneigenlijk gebruik aandacht te geven zoals vermeld in het
                            handhavingplan 2008-2011.</al><al>Er is bewust voor gekozen deze verordening niet de naam
                            fraudeverordening te geven maar om te spreken van handhaving. Door deze
                            naamgeving wordt benadrukt dat het niet alleen gaat om opsporing van
                            fraude, maar dat het voorkomen van fraude een aspect is dat minstens zo
                            belangrijk is. Handhaving is namelijk niet alleen gericht op de
                            opsporing van gepleegde fraude, maar gaat meer uit van de spontane
                            naleving van de wet- en regelgeving.</al><al>Mede gelet op de grote verwantschap tussen beide wetten wordt
                            voorgesteld om het handhavingsbeleid voor de Wwb en de WIJ samen te
                            voegen. Deze krijgt daardoor ook een andere naam en zal voortaan
                            ‘Handhavingsverordening Wwb en WIJ’ heten. </al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al>Artikel 1 Definities</al><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Wwb, de WIJ
                            of Awb niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt
                            dat in geval van wijziging van betreffende definities in de Wwb of Awb
                            ook de verordening moet worden gewijzigd. </al><al>De begrippen die niet zijn omschreven in de Wwb, de WIJ of Awb, of die
                            verduidelijkt moeten worden, zijn in het tweede lid omschreven.</al><al>Artikel 2 Beleid</al><al>Dit artikel regelt dat de gemeenteraad het beleidsplan voor handhaving
                            vaststelt. Dit beleid is voor de periode 2008 – 2011 opgenomen in het
                            Handhavingplan Wwb, dat op 16 juli 2007 door de gemeenteraad is
                            vastgesteld. De daarin genoemde uitgangspunten zijn de volgende:</al><lijst><li nr="-"><al>de gemeente zorgt voor duidelijke, tijdige en juiste
                                    informatievoorziening richting klant;</al></li><li nr="-"><al>de gemeente zorgt voor een intensieve controle aan de
                                    poort;</al></li><li nr="-"><al>de gemeente intensiveert de handhaving en de controle wanneer op
                                    basis van signalen gegronde twijfels bestaan over de naleving
                                    van de verplichtingen;</al></li><li nr="-"><al>de gemeente streeft naar gerichte, tijdige en effectieve
                                    opsporing en sanctionering van misbruik en oneigenlijk
                                    gebruik.</al></li></lijst><al>Artikel 3 Opdracht aan het college</al><al>Dit artikel legt bij het college de verantwoordelijkheid neer voor een
                            rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wet werk en bijstand en de
                            Wet investeren in jongeren. De gemeenteraad stelt het handhavingsbeleid
                            vast. Dit is voor de periode 2008 – 2011 vastgelegd in het
                            Handhavingplan Wwb. </al><al>Het college voert het beleid uit en streeft zoveel mogelijk naar
                            realisatie van de (sub)doelstellingen die genoemd zijn in artikel
                            4.</al><al>Artikel 4 Doelstelling</al><al>Er wordt naar gestreefd dat alleen diegenen die daadwerkelijk recht op
                            een uitkering hebben, een uitkering ontvangen die in overeenstemming is
                            met de wet.</al><al>De subdoelstellingen zijn de volgende:</al><lijst><li nr="-"><al>spontane naleving</al><al> Cliënten moeten spontaan de juiste en volledige gegevens aan de
                                    afdeling Zorg, Werk en Inkomen verstrekken, zodat deze kan
                                    vaststellen, of iemand ook echt recht heeft op een
                                    uitkering;</al></li><li nr="-"><al>vroegtijdige detectie</al><al> Gestreefd wordt naar het zo vroeg mogelijk ontdekken van fraude
                                    (door o.a. signaalsturing, risicosturing en
                                    themacontroles);</al></li><li nr="-"><al>Optimalisering handhavingmiddelen</al><al> Gestreefd wordt naar het optimaliseren van de controle- en
                                    opsporingsorganisatie. Middelen hiervoor zijn kwaliteits- en
                                    kwantiteitsverbetering, een duidelijk gestructureerde inzet,
                                    alsmede risico- en signaalsturing;</al></li><li nr="-"><al>daadwerkelijk sanctioneren</al><al> Gestreefd wordt naar een sanctiesysteem, waarbij de getroffen
                                    maatregel ook door de schender van de inlichtingenplicht als een
                                    sanctie wordt ervaren. </al></li></lijst><al>Artikel 5 Verantwoording</al><al>Het college informeert de gemeenteraad over de uitvoering en de
                            resultaten op het gebied van handhaving bij de verantwoording over het
                            beleid en de uitvoering van de Wet werk en bijstand.</al><al>Artikel 6 Afstemming van de uitkering</al><al>Wanneer de cliënt onvolledige of onjuiste informatie geeft, kan de
                            uitkering (tijdelijk) verlaagd worden conform de Maatregelverordeningen.
                            Wanneer dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
                            ontvangen van bijstand, wordt de uitkering met een hoger bedrag
                            verlaagd.</al><al>Deze verlaging van de uitkering is bedoeld om het nakomen van de
                            verplichtingen en de hoogte van de uitkering op elkaar af te stemmen.
                            Dit staat los van het terugvorderen van bijstand, dat bedoeld is om de
                            situatie (weer) in overeenstemming te brengen met het recht.</al><al>Artikel 7 Beleidsregels terugvordering en verhaal</al><al>Dit artikel regelt de bevoegdheid van het college om beleidsregels op te
                            stellen voor terugvordering en verhaal. Zoals al het voorgenomen beleid
                            van het college zal rekening gehouden worden met het advies van de
                            Cliëntenraad.</al><al>Artikel 8 Aangifte bij Openbaar Ministerie</al><al>Er is een taakverdeling tussen de gemeenten en het OM over de
                            afhandeling van fraude (schending inlichtingenplicht). Deze
                            taakverdeling is vastgelegd in de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude.
                            Het aanwenden van strafvorderlijke bevoegdheden kan in beginsel slechts
                            aan de orde zijn bij het redelijk vermoeden dat het nadeel € 10.000,–
                            (de aangiftegrens) of meer bedraagt. Indien het vermoedelijke
                            benadelings bedrag lager is dan € 10.000,- worden er in beginsel geen
                            strafvorderlijke bevoegdheden aangewend. Met de maatregelen in de Wet
                            werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren kan deze categorie
                            zaken door oplegging van een bestuurlijke maatregel afgedaan
                            worden.</al><al>Artikel 9 en 10 Intrekking oude verordening en citeerwijze en
                            inwerkingtreding</al><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>