<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51007_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening cliëntenparticipatie inkomensvoorzieningen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-78309.html">Elektronisch Gemeenteblad, 2014, 78309</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cliëntenparticipatie inkomensvoorzieningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=150">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>96i/20140</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR365788_1">Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Lingewaard 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening cliëntenparticipatie inkomensvoorzieningen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Verordening cliëntenparticipatie inkomensvoorzieningen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>a De Wwb : de Wet werk en bijstand;</al><al>b Bijstand : algemene en bijzondere bijstand;</al><al>c De WIJ : de Wet investeren in jongeren;</al><al>d De IOAW : de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk </al><al> arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al><al>e De IOAZ : de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk </al><al> arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al><al>f Bbz 2004 : Besluit bijstandverlening Zelfstandigen;</al><al>g Cliëntenparticipatie : de gestructureerde wijze waarop de gemeente de
                            zelforganisatie van </al><al> belanghebbenden betrekt in de beleidsvorming, de uitvoering en de </al><al> evaluatie op het terrein voor zorg, werk en inkomen;</al><al>h Het college : het college van burgemeester en wethouders van de
                            gemeente </al><al> Lingewaard;</al><al>i Cliëntenraad : de door de gemeente erkende en in de gemeente
                            Lingewaard actief </al><al> zijnde zelforganisatie van personen met een uitkering algemene en/of </al><al> bijzondere bijstand ingevolge de Wwb, overige in de Wwb </al><al> aangewezen doelgroepen en personen met een uitkering ingevolge </al><al> de Wet investeren in jongeren onder de naam stichting wet werk en </al><al> bijstand Lingewaard;</al><al>j Subsidie : de door de gemeente beschikbaar te stellen middelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelstelling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college bevordert het instellen en in stand houden van een
                                    gemeentelijke overlegstructuur met personen of hun
                                    vertegenwoordigers.</al></li><li nr="2"><al>Cliëntenparticipatie heeft tot doel te bewerkstelligen dat
                                    personen of hun vertegenwoordigers die zitting hebben in de
                                    cliëntenraad optimaal betrokken worden bij de beleidsvorming van
                                    elk beleid dat gericht is op personen die aangewezen zijn op een
                                    uitkering en/of dienstverlening ingevolge de Wwb en de WIJ.</al></li><li nr="3"><al>Geen inspraak wordt verleend; ten aanzien van ondergeschikte
                                    herzieningen van eerder vastgesteld beleidsvoornemen; indien
                                    inspraak bij of krachtens de wet is uitgesloten; indien sprake
                                    is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij
                                    van enige beleidsvrijheid geen sprake is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Werkwijze, taken en bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>In het kader van cliëntenparticipatie vraagt het college de
                                    cliëntenraad om een advies uit te brengen aan het college.</al></li><li nr="2"><al>De cliëntenraad kan eigener beweging ongevraagd advies
                                    uitbrengen aan het college.</al></li><li nr="3"><al>Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd of gegeven dat
                                    het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen
                                    besluit.</al></li><li nr="4"><al>Het college vraagt de cliëntenraad in ieder geval om advies als
                                    het gaat om het vaststellen, wijzigen of intrekken van
                                    beleidsregels die (mede) betrekking hebben op het terrein van
                                    zorg werk en inkomen.</al></li><li nr="5"><al>Ingeval het college in een voorstel aan de gemeenteraad afwijkt
                                    van het advies van de cliëntenraad wordt dit met redenen omkleed
                                    bij het voorstel vermeld, alsmede aan de cliëntenraad kenbaar
                                    gemaakt tenminste gelijktijdig met de toezending van het ter
                                    zake doende voorstel van het college aan de gemeenteraad; in
                                    geval van beleidsregels,is het besluit van het college
                                    bindend.</al></li><li nr="6"><al>Ingeval van een gemeentelijke evaluatie zal het college advies
                                    vragen aan de cliëntenraad over de te evalueren onderwerpen en
                                    de bijbehorende vraagstelling.</al></li><li nr="7"><al>Door de cliëntenraad wordt, bij voorkeur schriftelijk, advies
                                    uitgebracht aan het college. </al></li><li nr="8"><al>Het college wijst een contactambtenaar aan als aanspreekpunt
                                    voor elk van de onderscheiden beleidsvelden.</al></li><li nr="9"><al>Tussen de ambtelijke vertegenwoordigers en de cliëntenraad vindt
                                    overleg plaats zoveel als het noodzakelijk wordt geoordeeld,
                                    doch tenminste één keer per half jaar.</al></li><li nr="10"><al>Tussen de verantwoordelijke portefeuillehouder voor het beleid
                                    voor zorg, werk en inkomen en de cliëntenraad vindt overleg
                                    plaats zoveel als het noodzakelijk wordt geoordeeld doch
                                    tenminste één keer per jaar.</al></li><li nr="11"><al>Het college draagt er zorg voor dat aan de cliëntenraad de
                                    nodige informatie en documentatie wordt verstrekt ten behoeve
                                    van het naar behoren kunnen functioneren van de
                                    cliëntenraad.</al></li><li nr="12"><al>De te bespreken onderwerpen worden schriftelijk geagendeerd. De
                                    agenda wordt ten minste 14 dagen voorafgaande aan de
                                    vastgestelde vergaderdatum toegezonden.</al></li><li nr="13"><al>Er wordt een verslag gemaakt van het overleg van de Cliëntenraad
                                    en gemeente. Zo spoedig mogelijk na het overleg wordt aan
                                    partijen een concept verslag toegezonden. Indien binnen 14 dagen
                                    na de toezending geen op- of aanmerkingen op het concept verslag
                                    zijn gemaakt, wordt het betreffende verslag geacht door de
                                    partijen te zijn goedgekeurd.</al></li><li nr="14"><al>Naast periodiek fysiek overleg wordt digitale uitwisseling als
                                    vorm van participatie bevorderd.</al></li><li nr="15"><al>De navolgende taken behoren niet tot het adviesrecht van de
                                    cliëntenraad:</al><lijst><li nr="a"><al>klachten en bezwaarschriften die op individuele klanten
                                            betrekking hebben;</al></li><li nr="b"><al>de verplichte uitvoering van wettelijke voorschriften
                                            door gemeentelijke organen, indien daarbij geen ruimte
                                            is gelaten voor het ontwikkelen van een zelfstandig
                                            gemeentelijk beleid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Faciliteiten</titel></kop><al>1 Het college stelt aan de betreffende cliëntenraad ten behoeve van
                            cliëntenparticipatie middelen in de vorm van een jaarlijkse subsidie of
                            andere faciliteiten ter beschikking.</al><al>2 Deze middelen dienen in ieder geval ter bestrijding van onkosten van
                            vrijwilligers, kosten voor deskundigheidsbevordering, aanschaf van
                            documentatie, literatuur en vaktijdschriften, kosten voor inschakeling
                            van professionele ondersteuning door derden, kantoorkosten waaronder
                            porti, telefoon, computergebruik, internetaansluiting, vergoeding
                            speciale voorzieningen in verband met een handicap, het houden van
                            vergaderingen en bijeenkomsten, voorlichting en PR.</al><al>3 De subsidie dient de cliëntenraad in staat te stellen om namens een
                            brede achterban gemeenschappelijke belangen te kunnen behartigen,</al><al>4 Voor het aanvragen, toekennen en vaststellen van de subsidie, gelden
                            de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Welzijn gemeente
                            Lingewaard 2005. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening met betrekking tot
                            cliëntenparticipatie niet voorziet, beslist het college na overleg met
                            de betreffende cliëntenraad.</al><al>Artikel 6 Inwerkingtreding</al><al>1 Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening
                            cliëntenparticipatie inkomensvoorzieningen.</al><al>2 Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op het tijdstip
                            waarop de Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan
                            gemeenten in werking treedt te weten 1 juli 2010.</al><al>3 Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de verordening
                            cliëntenparticipatie Wwb en WIJ 2009 gemeente Lingewaard, zoals
                            vastgesteld in de raadsvergadering van 8 oktober 2009 ingetrokken.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van 8 oktober 2009.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Th.G.L. Greep H.H. de Vries</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label> Artikelsgewijze toelichting verordening cliëntenparticipatie inkomensvoorzieningen</label></kop><al>Algemene toelichting</al><al>Met deze verordening wordt de titel van de verordening
                            cliëntenparticipatie meer in overeenstemming gebracht met de regelingen
                            waarop de advisering van de Cliëntenraad betrekking heeft. </al><al>Volgens de toelichting op artikel 2 van de Verordening
                            cliëntenparticipatie houdt de Cliëntenraad sociale zekerheid zich bezig
                            met de werkterreinen van de afdeling Zorg, Werk en Inkomen, waar het
                            gaat om de sociale zekerheid, waaronder te verstaan de Wet werk en
                            bijstand inclusief gemeentelijk minimabeleid (schulddienstverlening,
                            kredietverlening, kwijtscheldingsbeleid, etc.). In september 2009 is de
                            verordening nog gewijzigd in die zin dat aan deze terreinen nog is
                            toegevoegd de Wet Investeren in Jongeren (WIJ). </al><al>Onderhavige wijziging beoogt een nieuwe uitbreiding.</al><al>De wetbundeling van uitkeringen inkomensvoorzieningen aan
                            gemeenten (Wet BUIG) die naar verwachting per 1 januari 2010 in werking
                            zal treden, brengt een wijziging aan in de financiering van uitkeringen
                            op grond van de regelingen IOAW, IOAZ, WWIK en (deels) Bbz 2004. Tot op
                            heden kon 75% van de uitkeringsgelden worden gedeclareerd bij het Rijk,
                            met de inwerkingtreding van de wet BUIG worden gemeenten volledig
                            financieel verantwoordelijk. Als gevolg daarvan wordt een aantal
                            verplichtingen uit genoemde regelingen omgezet in bevoegdheden, waardoor
                            ook voor de uitvoering van deze regelingen op een aantal punten
                            gemeentelijk beleid geformuleerd zal moeten worden. </al><al>Evenals bij het beleid ten aanzien van de WWB en de WIJ wil de afdeling
                            Zorg, Werk en Inkomen de Cliëntenraad betrekken bij de totstandkoming
                            van beleid ten aanzien van IOAW, IOAZ en Bbz 2004. De titel Verordening
                            cliëntenparticipatie WWB en WIJ is dan niet meer representatief voor de
                            bevoegdheden die de Cliëntenraad heeft.</al><al>Algemeen</al><al><cursief>Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand</cursief></al><al>Door de gemeenteraad is 22 december 2005 de Inspraakverordening gemeente
                            Lingewaard 2006 vastgesteld.</al><al>Op grond van artikel 1 van de Inspraakverordening wordt onder inspraak
                            verstaan: “het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                            voorbereiding van gemeentelijk beleid”.</al><al>In artikel 2 van de Inspraakverordening is vastgelegd, dat “Inspraak
                            wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht”.</al><al>In artikel 47 van de per 1-1-2004 in werking getreden Wet werk en
                            bijstand wordt voorgeschreven dat de gemeenteraad bij verordening regels
                            stelt over de wijze waarop de personen bedoeld in artikel 7, eerste lid
                            of hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de uitvoering van deze
                            wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop periodiek
                            overleg wordt gevoerd, de onderwerpen voor de agenda, en dat zij worden
                            voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde
                            informatie.</al><al>Het gaat hier om personen die bijstand ontvangen, personen die uitkering
                            ontvangen op grond van de Algemene nabestaandenwet en niet
                            uitkeringsgerechtigden die aanspraak op ondersteuning maken bij
                            arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college
                            noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling.</al><al>Op initiatief van de gemeente is In 2003 een start gemaakt met de
                            oprichting van een afzonderlijke overlegstructuur voor het
                            bijstandsbeleid. In 2004 is daartoe opgericht de stichting Cliëntenraad
                            wet werk en bijstand Lingewaard. Bij raadsbesluit van 4 december 2007 is
                            de thans geldende verordening cliëntenparticipatie vastgesteld.</al><al><cursief>Cliëntenparticipatie en de Wet investeren in
                            jongeren</cursief></al><al>Op 1 oktober 2009 treedt de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking.
                            Doelstelling van deze wet is de duurzame arbeidsparticipatie in regulier
                            werk van jongeren tot 27 jaar. Om dit te bereiken is in de wet een recht
                            op een zgn. werkleer aanbod vastgelegd. Dit werkleerrecht berust op het
                            uitgangspunt dat jongeren die goed geschoold zijn en over voldoende
                            kwalificaties beschikken gemakkelijker aan het werk zullen komen en
                            daardoor zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. </al><al>De WIJ verplicht gemeenten om te investeren in de arbeidsinschakeling
                            van alle jongeren, ook bij een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
                            Daartoe moeten gemeenten jongeren in beginsel een werkleer aanbod doen.
                            Afgeleide van het werkleer aanbod is een inkomensvoorziening voor
                            jongeren vanaf 18 jaar als de jongere onvoldoende inkomsten heeft. Deze
                            inkomensvoorziening is alleen beschikbaar als het werkleer aanbod wegens
                            in de persoon van de jongere gelegen of niet verwijtbare omstandigheden
                            zijnerzijds geen optie is, dit aanbod onvoldoende inkomsten genereert of
                            er nog geen werkleer aanbod kan worden gedaan. De samenhang tussen het
                            werkleer aanbod enerzijds en de inkomensvoorziening anderzijds is een
                            bepalend element in de WIJ. </al><al>De relatie tussen werken/leren en een uitkering is fundamenteel anders
                            dan de Wwb, waarbij het recht op bijstand vooropstaat met als afgeleide
                            de plicht tot arbeidsparticipatie. Met de WIJ wordt een
                            ‘paradigmawisseling’ beoogd: is het uitgangspunt in de Wwb ‘een
                            uitkering, mits’ in de WIJ is dit omgedraaid en geldt als uitgangpunt
                            ‘geen uitkering, tenzij’. </al><al>Waar het college de opdracht heeft gekregen om de WIJ uit te voeren, is
                            het de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad om een vijftal
                            verordeningen vast te stellen. De verordening cliëntenparticipatie is
                            één van die verordeningen. </al><al>Verordening cliëntenparticipatie 2009 Wwb en WIJ</al><al>Met een verordening cliëntenparticipatie WIJ wordt invulling gegeven aan
                            de in artikel 12 WIJ gegeven opdracht om regels te stellen met
                            betrekking tot de wijze waarop jongeren, of hun vertegenwoordigers
                            worden betrokken bij de uitvoering van de WIJ. Het behoort tot de
                            gemeentelijke beleidsvrijheid om daarin eigen beleidskeuzes te maken.
                            Van de zijde van de regering is op vragen vanuit de Tweede Kamer
                            opgemerkt dat het voor de hand ligt om aansluiting te zoeken bij de
                            bestaande vormen van cliëntenparticipatie in het kader van de WWB. Deze
                            suggestie is overgenomen en wordt geformaliseerd door een actualisering
                            van de verordening cliëntenparticipatie zoals vastgesteld voor de WWB.
                            Deze krijgt daardoor niet alleen een andere inhoud maar ook een andere
                            naam en zal voortaan als Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en
                            bijstand en Wet investeren in jongeren 2009 door het leven gaan. </al><al>Artikel 1</al><al>In dit artikel zijn de uiteenlopende begrippen omschreven.</al><al>Sub f , sub g en sub i.</al><al>De reikwijdte van de cliëntenparticipatie heeft betrekking op de
                            beleidsvorming zoals dat voortvloeit uit de Wet werk en bijstand. en de
                            Wet WIJ.</al><al>Met de omschrijving van de cliëntenraad wordt benadrukt dat
                            cliëntenparticipatie wordt ingevuld door middel van het overleg met de
                            zelforganisatie(s)</al><al>De stichting Cliëntenraad wet werk en bijstand Lingewaard is een door de
                            gemeente Lingewaard erkende zelforganisatie. Belanghebbenden moeten deel
                            uitmaken van het betreffende stichtingsbestuur.</al><al>Artikel 2</al><al>De essentie van cliëntenparticipatie wordt in dit artikel geregeld,
                            namelijk het optimaal betrekken van belangengroeperingen bij de
                            gemeentelijke beleidscyclus.</al><al>Artikel 3</al><al>Lid 1</al><al>Hierin is het dwingend karakter voor het college voor het vragen van
                            advies aan de cliëntenraad neergelegd.</al><al>Lid 2</al><al>De cliëntenraad heeft een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het
                            uitbrengen van advies, en kan dus op eigen initiatief een bijdrage
                            leveren aan het tot stand komen en/of beïnvloeden van het beleid.</al><al>Lid 3</al><al>Het ligt voor de hand dat advies tijdig wordt ingewonnen. Uit praktische
                            overwegingen is er niet voor gekozen om een specifieke termijn vast te
                            stellen. In die zin is het begrip tijdig enigszins arbitrair, maar laat
                            onverlet dat tijdig vooral moet worden gezien in de vergader- en
                            besluitcyclus van het college en de gemeenteraad.</al><al>Lid 7</al><al>Hoewel ook mondeling advies kan worden uitgebracht verdient het ter
                            wille van de objectiviteit en de duidelijkheid de voorkeur dat door de
                            cliëntenraad schriftelijk advies wordt uitgebracht.</al><al>Lid 8</al><al>Met de aanwijzing van een contactambtenaar door het college wordt
                            aangesloten bij de geldende praktijk.</al><al>De naam van de betreffende contactambtenaar wordt schriftelijk aan de
                            cliëntenraad kenbaar gemaakt.</al><al>Door toenemende integrale beleidsvorming kunnen de contactambtenaren
                            binnen de gemeentelijke organisatie ook buiten de afdeling Zorg, Werk en
                            Inkomen zijn.</al><al>Lid 9</al><al>Uit praktische overwegingen is er niet voor gekozen om de frequentie van
                            het overleg uitgebreid limitatief vast te leggen, maar dit vooral te
                            laten afhangen van het informele overleg en afstemming. Het is echter
                            wel van belang dat in ieder geval om het half jaar overleg met elkaar te
                            hebben.</al><al>Lid 10</al><al>Met de frequentie van het overleg wordt aangesloten bij de geldende
                            praktijk waarbij de portefeuillehouder twee keer per jaar overleg heeft
                            met de betreffende cliëntenraad. Dit neemt overigens niet weg dat meer
                            dan twee keer per jaar overleg kan plaatsvinden indien dit gewenst of
                            noodzakelijk is.</al><al>Lid 14</al><al>Participatie kan naast fysiek overleg ook op andere wijze worden
                            vormgegeven. </al><al>Bijvoorbeeld een periodieke digitale uitwisseling van standpunten tussen
                            het college en jongeren of het bijhouden van een “weblog” waar
                            interactief over de uitvoering van de WIJ berichten kunnen worden
                            geplaatst, informatie beschikbaar is en overleg kan worden gevoerd. Dit
                            zijn overlegvormen die jongeren meer aanspreken dan de klassieke vormen
                            en die zo dus participatie kunnen bevorderen. Zo lang de
                            toegankelijkheid is gewaarborgd is sprake van continuïteit, kan deze
                            vorm van overleg als een adequate vorm van cliëntenparticipatie worden
                            aangemerkt. </al><al>Aan digitale uitwisseling kan ook een fysieke uitwisseling worden
                            gekoppeld. Zo zou bijvoorbeeld signalen over een voorafgaande periode
                            besproken kunnen worden in combinatie met actuele thema’s. Bij de
                            vormgeving zouden ook belangenorganisaties betrokken kunnen worden.</al><al>De nadere uitwerking van digitale uitwisseling als vorm van participatie
                            wordt overgelaten aan het college, waarmee aansluiting op ontwikkelingen
                            in overlegvormen is gewaarborgd.</al><al>Lid 15</al><al>Hierin is vastgelegd wat niet tot het adviesrecht van de cliëntenraad
                            behoort.</al><al>Artikel 4</al><al>Faciliteiten kunnen als subsidie of in de vorm van een (materiële)
                            voorziening worden verstrekt bijvoorbeeld vergaderruimte in een
                            gemeentelijk gebouw.</al><al>Uitgangspunt is dat de cliëntenraad kan beschikken over de middelen die
                            noodzakelijk zijn om de in deze verordening geformuleerde taken te
                            kunnen uitvoeren.</al><al>De voorwaarden en bepalingen van de Algemene subsidieverordening Welzijn
                            gemeente Lingewaard 2005 vormen de grondslag voor
                            subsidieverlening.</al><al>In deze verordening zijn de middelen ten behoeve van de invulling van de
                            cliëntenparticipatie door de cliëntenraad expliciet genoemd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>