<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50998_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening brandveiligheid en hulpverlening Bemmel 2001</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwe Koerier, 28-11-2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening brandveiligheid en hulpverlening Bemmel 2001</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0022977&amp;artikel=1">Brandweerwet 1985, art. 1, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-11-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Besluitnummer 97/2001</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening brandveiligheid en hulpverlening Bemmel 2001</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>BESLUIT NR. 97/2001</vet></al><al><vet>Onderwerp:</vet></al><al><onderstreept>Verordening brandveiligheid en hulpverlening Bemmel
                        2001</onderstreept></al><al/><al/><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE BEMMEL;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 31 oktober
                        2001;</al><al>gehoord de commissie Ruimtelijke Ontwikkeling en Algemene Zaken d.d. 30
                        oktober 2001;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 1, tweede lid, van de Brandweerwet 1985
                        en artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat:</al><al>burgemeester en wethouders de zorg hebben voor:</al><lijst><li nr="a"><al>het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken
                                van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij
                                brand en al hetgeen daarmede verband houdt;</al></li><li nr="b"><al>het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij
                                ongevallen anders dan bij brand;</al></li></lijst><al>burgemeester en wethouders belast zijn met de voorbereiding van de
                        bestrijding van rampen en zware ongevallen;</al><al>de uitvoering van werkzaamheden terzake van het beperken en bestrijden
                        van rampen, als bedoeld in artikel 1 van de Wet rampen en zware
                        ongevallen, tot de taak van de brandweer behoort;</al><al>burgemeester en wethouders andere werkzaamheden dan hierboven bedoeld
                        kunnen aanwijzen die de gemeentelijke brandweer verricht;</al><al>de Brandbeveiligingsverordening voorschriften bevat omtrent het gebruik
                        van inrichtingen voorzover dit geen bouwwerken zijn als bedoeld in de
                        Woningwet en de Bouwverordening;</al><al>de Bouwverordening voorschriften bevat omtrent het gebruik van woningen,
                        woonketen, woonwagens, andere gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde,
                        en standplaatsen, waaronder in elk geval zijn begrepen voorschriften met
                        betrekking tot onder meer brandveiligheid;</al><al>de Wet milieubeheer beoogt het milieu te beschermen, onder meer door de
                        brandveiligheid te bevorderen;</al><al>de gemeente deelneemt aan de Regeling Hulpverlening Arnhem e.o., waaraan
                        de gemeentelijke brandweertaken in regionaal verband (de regionale
                        taken) zijn opgedragen;</al><al>het wenselijk is de voorzieningen voor brandveiligheid en hulpverlening
                        in samenhang te treffen;</al><al>B E S L U I T:</al><lijst><li nr="1"><al>per 1 december 2001 in te trekken de:</al><lijst><li nr="a"><al>Verordening brandveiligheid en hulpverlening Bemmel
                                        2000</al></li><li nr="b"><al>Verordening brandveiligheid en hulpverlening Huissen
                                        1999</al></li><li nr="c"><al>Organisatieverordening vrijwillige brandweer 1985
                                        (Gendt)</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>vast te stellen de Verordening brandveiligheid en hulpverlening
                                Bemmel 2001 en de daarbij behorende toelichting zoals deze bij
                                dit besluit zijn gevoegd en als zodanig zijn gewaarmerkt.</al></li></lijst><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 15 november 2001</al><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al><al>de secretaris, de voorzitter,</al><al>mr. G.S. Stam drs. R.J. Persoon</al><al> Verordening brandveiligheid en hulpverlening Bemmel 2001</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>1In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a<cursief> repressieve taken</cursief>:</al><al> 1<sup>e</sup> het beperken en bestrijden van brand, het beperken van
                            brandgevaar, het beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee
                            verband houdt;</al><al> 2<sup>e</sup> het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en
                            dieren bij ongevallen anders dan bij brand;</al><al> 3<sup>e</sup> de uitvoering van werkzaamheden ter zake van het beperken
                            en bestrijden van rampen, als bedoeld in artikel 1 van de Wet rampen en
                            zware ongevallen;</al><al>b<cursief> preventieve taken</cursief>:</al><al> 1<sup>e</sup> het voorkomen en beperken van brand, het beperken van
                            brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al
                            hetgeen daarmee verband houdt;</al><al> 2<sup>e</sup> de uitvoering van werkzaamheden ter zake van het beperken
                            van rampen, als bedoeld in artikel 1 van de Wet rampen en zware
                            ongevallen;</al><al> 3<sup>e</sup> de uitvoering van de voorschriften met betrekking tot het
                            brandveilig gebruik van woningen, woonketen, woonwagens, andere
                            gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, en standplaatsen;</al><al> 4<sup>e</sup> de uitvoering van de Brandbeveiligingsverordening.</al><al>c <cursief>het Regionaal beleidsplan:</cursief></al><al> het door de Raad van portefeuillehouders van de Hulpverlening Arnhem
                            e.o. eenmaal per vier jaar vast te stellen plan, waarin - voor de
                            volgende vier jaren - wordt aangegeven op welke wijze aan de regionale
                            brandweertaak uitvoering zal worden gegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gemeentelijke brandweer</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beschikken over een gemeentelijke
                            brandweer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken brandweer</titel></kop><al>De gemeentelijke taken van de brandweer bestaan uit:</al><lijst><li nr="1"><al>de feitelijke uitvoering van de preventieve en repressieve
                                    taken;</al></li><li nr="2"><al>andere dan de onder 1 genoemde werkzaamheden, voor zover deze
                                    niet te maken hebben met het wegnemen van onmiddellijk gevaar
                                    voor mens en dier, te weten:</al><lijst><li nr="a"><al>het beperken en bestrijden van milieu-incidenten;</al></li><li nr="b"><al>het reinigen van wegen en terreinen na ongevallen;</al></li><li nr="c"><al>het onderhouden van de geboorde waterputten.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidsplan brandveiligheid en hulpverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders leggen de raad eenmaal per vier jaar een
                                plan ter vaststelling voor, waarin - voor de komende vier jaren - is
                                aangegeven op welke wijze aan de inhoud van de in artikel 3
                                omschreven taken uitvoering zal worden gegeven (het Beleidsplan
                                brandveiligheid en hulpverlening).</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dit plan omvat in elk geval een omschrijving van de financiële en
                                personele middelen die beschikbaar zijn voor de uitvoering van de
                                preventieve en repressieve taken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de vaststelling van dit plan wordt zoveel mogelijk aansluiting
                                gezocht bij het Regionaal beleidsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Regionale taken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Naast de in artikel 3, tweede lid van de Brandweerwet 1985
                                opgedragen taken, is aan de regionale brandweer overgedragen:</al><lijst><li nr="a"><al>de alarmering van de gemeentelijke brandweer</al></li><li nr="b"><al>de vervaardiging van rampbestrijdingsplannen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De door de gemeentelijke brandweer aan de Hulpverlening Arnhem e.o.
                                overgedragen c.q. de door de gemeentelijke brandweer voor de
                                regionale brandweer uit te voeren specifieke taken (taakonderdelen)
                                zijn vermeld in het, mede op basis van deze Verordening, gesloten
                                convenant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Personeel</titel></kop><al>1Het personeel van de gemeentelijke brandweer met preventieve en/of
                            repressieve taken bestaat uit:</al><lijst><li nr="a"><al>één commandant;</al></li><li nr="b"><al>één plaatsvervangend commandant;</al></li><li nr="c"><al>één preventiefunctionaris;</al></li><li nr="d"><al>één preventiefunctionaris voor vier jaar;</al></li><li nr="e"><al>één medewerker preparatie;</al></li><li nr="f"><al>één medewerker technische dienst;</al></li><li nr="g"><al>één administratief medewerker;</al><al>en ten minste:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="h"><al>vier officieren;</al></li><li nr="i"><al>zestien onderofficieren en</al></li><li nr="j"><al>zeventig brandwachten;</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>Ten aanzien van individuele functies en/of specialismen kan in
                                    samenwerking met één of meer andere gemeenten, c.q. in
                                    samenwerking met de Hulpverlening Arnhem e.o. (regionale
                                    brandweer) worden voorzien op basis van een convenant.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opleiding en oefening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de opleiding en oefening
                                van het in artikel 6 genoemde brandweerpersoneel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Zij stellen daartoe een meerjaren opleidings- en oefenplan
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de vaststelling van dit plan wordt zoveel mogelijk aansluiting
                                gezocht bij het Regionaal beleidsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Instructie commandant</titel></kop><al>De commandant heeft de algemene leiding en het bevel over de brandweer,
                            overeenkomstig de voor hem door burgemeester en wethouders vastgestelde
                            instructie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Materieel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het materieel van de gemeentelijke brandweer bestaat ten minste
                                uit:</al><lijst><li nr="a"><al>1 commandovoertuig</al></li><li nr="b"><al>4 tankautospuiten</al></li><li nr="c"><al>1 hulpverleningsvoertuig</al></li><li nr="d"><al>1 manschappen/materieelvoertuig</al></li><li nr="e"><al>1 adembeschermingsvoertuig</al></li><li nr="f"><al>1 Waarschuwings- en Verkenningsdienst voertuig</al></li><li nr="g"><al>4 motorspuitaanhangers</al></li><li nr="h"><al>2 dompelpompaanhangers</al></li><li nr="i"><al>1 hulpverleningsaanhanger</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen de plaats waar en de wijze waarop
                                het materieel en de overige goederen van de brandweer worden
                                ondergebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bluswatervoorziening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor zodanige
                            bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid daarvan, dat de
                            brandbestrijding te allen tijde zoveel mogelijk gewaarborgd is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel en in werking treden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: <vet>Verordening
                                    brandveiligheid en hulpverlening Bemmel 2001.</vet></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 december 2001.</al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op grond van het bepaalde in de Brandweerwet 1985 (artikel 1, lid 2) regelt de
                    gemeenteraad de organisatie, het beheer en de taak van de gemeentelijke
                    brandweer bij verordening. Deze regels betreffen in elk geval de personele en
                    materiële sterkte.</al><al>Het bevorderen van de veiligheid van de burgers is één van de oudste kerntaken
                    van de gemeentelijke overheid. Vanouds rekenen de gemeenten het tot hun taak om,
                    binnen het kader van de openbare veiligheid, de brandveiligheid te
                    behartigen.</al><al>De middelen die daarvoor beschikbaar worden gesteld, worden in hoge mate bepaald
                    door de maatschappelijke beleving van de brand(on)veiligheid. Over het algemeen
                    bestaat overeenstemming over de vraag wat onder brandveiligheid wordt verstaan,
                    namelijk dat het ongewenst is dat er slachtoffers vallen door brand en dat een
                    brand onbeheersbaar wordt en niet meer valt te blussen.</al><al>Elke gemeente beschikt daarom over een brandweerkorps (beroeps, danwel
                    vrijwillig), dat in staat is zo nodig mensen te redden uit noodsituaties en
                    branden te blussen. Ook stelt de overheid in diverse wetten vergunningen
                    verplicht voor het brandveilig bouwen en gebruiken van bouwwerken.</al><al>In absolute zin kunnen brand en ongevallen bij brand niet worden voorkomen. De
                    overheid tracht wel de gevaren voor brand en ongevallen bij brand zoveel
                    mogelijk te beperken.</al><al>Te zware brandveiligheidseisen accepteert de samenleving niet. Deze worden al
                    gauw als overdreven en te duur ervaren. Een nuancering is ter zake op haar
                    plaats. Situaties, waarin men bekend is (zoals bijvoorbeeld thuis), worden
                    minder snel als bedreigend ervaren dan situaties, waarin men niet bekend is.
                    (Zoals in hotels, pensions e.d.) Met name in de laatstgenoemde situaties
                    verwacht een ieder een - door de overheid te controleren - hoger
                    brandveiligheidniveau.</al><al>Het brandveiligheidniveau in de gemeente wordt in hoofdzaak bepaald door de
                    inzet van de brandweer en de wijze waarop de gemeente uitvoering geeft aan de
                    regelgeving ten behoeve van de brandpreventie.</al><al>Preventie en repressie maken - in samenhang - deel uit van de zogenoemde
                    veiligheidsketen, die bij de presentatie van de eerste Integrale
                    veiligheidsrapportage werd geïntroduceerd. (pro-actie, preventie, preparatie,
                    repressie en nazorg)</al><al>Al deze ontwikkelingen geven de noodzaak aan van een gemeentelijk beleidsplan
                    brandveiligheid en hulpverlening.</al><al> Artikelsgewijze Toelichting</al><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Het beperken van brand, brandgevaar en ongevallen bij brand kan zowel met
                    preventieve voorzieningen als met repressieve middelen worden bereikt. Vandaar
                    dat deze zowel onder preventieve als onder repressieve taken zijn opgenomen. In
                    deze bepaling zijn de pure brandweertaken, maar ook de hulpverleningstaken als
                    bedoeld in de Wet rampen en zware ongevallen opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>In deze bepaling zijn de zogeheten kerntaken van de brandweer en - gescheiden
                    daarvan - de overige taken van de gemeentelijke brandweer opgenomen.</al><al>De kerntaken van de brandweer zijn genoemd in de Brandweerwet 1985, te weten het
                    redden van mens en dier en het voorkomen en beperken van ernstige
                    gevaarssituaties.</al><al>Het onderscheid tussen de kerntaken en de overige taken is van belang in verband
                    met het verhalen van kosten. De jurisprudentie leert dat wanneer de brandweer
                    werkzaamheden vervult ter uitvoering van de kerntaken (lees: de wettelijke
                    taken), de kosten daarvan niet op belanghebbenden kunnen worden verhaald. Gaat
                    het echter om andere werkzaamheden van de brandweer, dan kunnen - indien ter
                    zake een retributierecht is vastgelegd (belastingverordening) - de kosten op
                    basis van de vastgestelde "rechten" op betrokkenen worden verhaald.</al><al>Wanneer bijvoorbeeld sprake is van het schoonmaken van de weg, ter opheffing van
                    een gevaarssituatie, dan is sprake van de uitvoering van de kerntaak van de
                    brandweer. Is er geen sprake van het opheffen van een gevaarssituatie, maar van
                    (andere) dienstverlening, dan is verhaal van kosten (onder vorengenoemde
                    voorwaarde) mogelijk. Van belang is echter wel dat het onderscheid tussen deze
                    taken helder is vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De aan burgemeester en wethouders opgedragen zorg voor de brandveiligheid (zie
                    artikel 1, lid 4 van de Brandweerwet 1985) betreft in hoofdzaak de zorg voor een
                    redelijke brandpreventie en een redelijke brandrepressie, alsmede de
                    voorbereiding daarop. (De pro-actie en de preparatie) </al><al>Het beleidsplan brandveiligheid en hulpverlening geeft aan op welke wijze de
                    gemeente voor een bepaalde periode uitvoering zal geven aan de zorgplicht voor
                    de brandveiligheid, de hulpverlening anders dan bij brand en het gemeentelijk
                    aandeel in de rampenbestrijding.</al><al>In het plan, dat burgemeester en wethouders periodiek aan de gemeenteraad moeten
                    voorleggen, wordt onder meer het gewenste brandveiligheidniveau beschreven. Het
                    brandveiligheidniveau wordt enerzijds bepaald door de gekozen repressieve
                    sterkte van de gemeentelijke brandweer (in samenhang met de regionale brandweer)
                    en anderzijds het brandpreventieniveau van de gemeente.</al><al>In het beleidsplan geven burgemeester en wethouders tevens aan welke van de
                    gemeentelijke taken zijn/worden uitbesteed aan de regionale brandweer en welke
                    taken de gemeentelijke brandweer voor de regio uitvoert. Ook bevat het
                    beleidsplan een beschrijving van de organisatiestructuur van de brandweer.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Het niveau van de veiligheid in een regio op het gebied van de brandweerzorg en
                    hulpverlening, alsmede dat van de rampenbestrijding is de uitkomst van de
                    optelsom van de verschillende niveaus van de gemeenten in de regio. In regionaal
                    verband maken de gemeenten afspraken over deze niveaus opdat een balans ontstaat
                    tussen de gemeenten onderling en tussen de gemeenten en de regio. Het Project
                    Versterking Brandweer speelt hierbij een belangrijke rol. Hierdoor ontstaat een
                    versterkte brandweerorganisatie, die optimaal uitvoering kan geven aan
                    rampenbestrijding en brandweerzorg in de regio. Deze brandweerorganisatie is een
                    samenwerkingsverband tussen gemeentelijke brandweren en de regionale
                    onderdelen.</al><al>Onder regionale regie worden bindende afspraken (convenanten) gemaakt omtrent
                    het kwaliteitsniveau van brandweerzorg en rampenbestrijding. Een en ander wordt
                    vastgelegd in een regionaal vast te stellen organisatieplan.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>In deze verordening legt de gemeenteraad het aantal personeelsleden vast, dat
                    ter behartiging van de veiligheid ten minste belast is met de preventieve en
                    repressieve taken. In het beleidsplan, als bedoeld in artikel 4, kan naar boven
                    worden afgeweken.</al><al>De personeelsformatie voor de repressieve taken hangt samen met het materieel en
                    de kazerne/post[en] die volgen uit het dekkingsplan voor brandrisico en het
                    dekkingsplan voor hulpverlening anders dan bij brand.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de opleiding en oefening van het
                    brandweerpersoneel door onder meer het vaststellen van een meerjaren oefen- en
                    opleidingsplan. Het Project Versterking Brandweer geeft hiervoor de
                    referentiekaders.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>In deze bepaling wordt de grondslag gelegd voor de eenhoofdige leiding en de
                    gezagsverhouding die voor het goed functioneren van de brandweer onmisbaar zijn.
                    De instructie voor de commandant dient ook de regeling van de vervanging te
                    bevatten.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>In dit artikel wordt de hoeveelheid materieel bepaald, die ingezet moet kunnen
                    worden. Dit in te zetten materieel is van de gemeente zelf. Daarnaast zijn
                    eenheden, gefinancierd met regionale middelen en door het Rijk verstrekte
                    middelen beschikbaar die door de regio worden ingezet. </al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>De zorg voor de brandveiligheid - zoals bedoeld in artikel 1, vierde lid van de
                    Brandweerwet 1985 - geeft aan dat burgemeester en wethouders tevens
                    verantwoordelijk zijn voor een adequate bluswatervoorziening. Dit kan worden
                    verkregen uit het drinkwaternet, een afzonderlijk bluswaterleidingnet, open
                    water, blusvijvers of geboorde putten.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Dit artikel bevat de citeertitel van de verordening.</al><al>Op grond van het bepaalde in artikel 2 van de Brandweerwet 1985 moet de
                    verordening binnen een week na vaststelling aan het college van Gedeputeerde
                    Staten worden gezonden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>