<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50981_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratie- en Participatieverordening Wet werk en bijstand 2008 gemeente Lingewaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-78300.html">Elektronisch Gemeenteblad, 2014, 78300</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratie- en Participatieverordening Wet werk en bijstand 2008 gemeente Lingewaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=7">Wet werk en bijstand, art. 7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Wet werk en bijstand, art. 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=10">Wet werk en bijstand, art. 10, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=34">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, art. 34</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=35">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=36">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, art. 36</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=34">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers, art. 34</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=35">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=36">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers, art. 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>96f/2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>sociale activering en maatschappelijke participatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR365674_1">Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Lingewaard 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reïntegratie- en Participatieverordening Wet werk en bijstand 2008 gemeente
            Lingewaard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Besluit raad</vet></al><al/><al>Besluitnummer 34/2008</al><al>Onderwerp Reïntegratie- en Participatieverordening Wet werk en
                        bijstand 2008</al><al/><al>De raad van de gemeente Lingewaard;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 maart
                        2008;</al><al>gehoord de behandeling tijdens de Politieke Avond d.d. 3 april
                        2008;</al><al>gelet op artikel 149 eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7, 8 en
                        10 tweede lid van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van
                        de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                        werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening
                        oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers; </al><al>voorts gelet op de EG verordening Werkgelegenheidssteun (nr
                        2204/2002,Pb.202, nrL337) en de EG verordening de minimissteun (nr
                        69/2001,Pb EG 2001, L 10/30), alsmede de beleidsaanbeveling
                        “Subsidiëring arbeidsplaatsen in het kader van reïntegratie
                        werkzoekenden, verzamelcirculaire april 2004 nr 24233 van het Ministerie
                        van sociale Zaken en Werkgelegenheid,</al><al>overwegende dat op grond van artikel 8, eerste lid onder a Wwb, artikel
                        35 Ioaw en artikel 35 Ioaz de gemeenteraad bij verordening regels stelt
                        met betrekking tot het ex artikel 7 Wwb, artikel 34 Ioaw en artikel 34
                        Ioaz bieden van ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het aanbieden
                        van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling;</al><al>besluit:</al><lijst><li nr="-"><al>in te trekken de Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand
                                2004 gemeente Lingewaard vastgesteld op 29 september 2004;</al></li><li nr="-"><al>vast te stellen de Reïntegratie- en Participatieverordening Wet
                                werk en bijstand 2008 gemeente Lingewaard. </al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a"><al>de raad: de gemeenteraad van Lingewaard;</al></li><li nr="b"><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Lingewaard; </al></li><li nr="c"><al>de Wwb: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="d"><al>doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7,
                                        eerste lid onder a, artikel 10 derde lid a casu quo art 40,
                                        eerste lid van de Wwb door het college ondersteuning kan
                                        worden geboden; </al></li><li nr="e"><al>uitkeringsgerechtigde: persoon, jonger dan 65 jaar, die een
                                        uitkering ontvangt en die ingeschreven staat bij het
                                        CWI;</al></li><li nr="f"><al>de niet-uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel 6 Wet
                                        werk en bijstand en die ingeschreven staat bij het CWI;</al></li><li nr="g"><al>Anw'er: persoon die een nabestaanden- of halfwezenuitkering
                                        ontvangt op grond van de Algemene nabestaandenwet; en die
                                        ingeschreven staat bij het CWI;</al></li><li nr="h"><al>startkwalificatie jongere:de uitkeringsgerechtigde, Anw'er
                                        en Nugger (niet uitkeringsgerechtigde) niet ouder dan 23
                                        jaar, die geen einddiploma middelbare school heeft,
                                        tenminste twee maanden aaneengesloten geen onderwijs meer
                                        gevolgd heeft en niet ingeschreven staat bij een onderwijs-
                                        instelling. Een startkwalificatie voor deze groep is een
                                        diploma waarmee een schoolverlater een goede start kan maken
                                        op de arbeidsmarkt.</al></li><li nr="i"><al>voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 7 eerste
                                        lid onder a van de Wwb. Het aanbieden van een voorziening is
                                        zowel op arbeidsinschakeling als maatschappelijke
                                        participatie gericht;</al></li><li nr="j"><al>ondersteuning: ondersteuning als bedoeld in artikel 7 eerste
                                        lid onder a van de Wwb; </al></li><li nr="k"><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers; </al></li><li nr="l"><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; </al></li><li nr="m"><al>WIW: Wet inschakeling werkzoekenden zoals die luidde op 31
                                        december 2003; </al></li><li nr="n"><al>arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling als bedoeld in
                                        artikel 6 onder b van de Wwb; </al></li><li nr="o"><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="p"><al>algemeen geaccepteerde arbeid: hiermee wordt bedoeld arbeid
                                        die algemeen maatschappelijk aanvaard is. De arbeid die
                                        wordt aangeboden hoeft met andere woorden niet beperkt te
                                        blijven tot de arbeid die voor de betrokken persoon gangbaar
                                        is. De affiniteit die hij of zij met een bepaalde vorm van
                                        arbeid heeft, omdat deze bijvoorbeeld in het verleden werd
                                        uitgeoefend, is in beginsel niet ter zake doende;</al></li><li nr="q"><al>duurzame reguliere arbeid: algemeen geaccepteerde arbeid,
                                        niet zijnde gesubsidieerde arbeid;</al></li><li nr="r"><al>reïntegratietraject: een met een persoon uit de doelgroep
                                        overeengekomen, dan wel door het college opgelegde geheel
                                        van activiteiten, gericht op het verkrijgen van duurzame
                                        reguliere arbeid;</al></li><li nr="s"><al>maatschappelijk participatietraject<cursief>:</cursief> een
                                        met een persoon uit de doelgroep waarvoor geen
                                        arbeidsverplichting bestaat, overeengekomen, dan wel door
                                        het college opgelegd geheel van activiteiten, gericht op
                                        maatschappelijke participatie; afhankelijk van de
                                        omstandigheden kan dit traject een opstap zijn naar een
                                        reïntegratietraject.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt, voor zover
                                niet anders bepaald, hebben dezelfde betekenis als in de Wwb
                                zelf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt ondersteuning aan uitkeringsgerechtigden tot 65
                                jaar, Anw'ers, nuggers, jongeren zonder startkwalificatie, alsmede
                                aan personen, als bedoeld in artikel 10 tweede lid van de Wwb.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van
                                voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan bij het bepalen van het aanbod aan voorzieningen,
                                prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en
                                in verband met maatschappelijke, economische en conjuncturele
                                ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden
                                van voorzieningen, wordt door het college een afweging gemaakt,
                                waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, het
                                meest doelmatig is met het oog op inschakeling in arbeid.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college biedt ondersteuning aan op het gebied van Kinderopvang,
                                waaronder Buiten Schoolse Opvang van kinderen, niet ouder dan 12
                                jaar, van (alleenstaande) ouders, voorzover die opvang noodzakelijk
                                is voor het volgen van een traject of voor deelname aan een
                                voorziening of voor het bereiken van het einddoel van een traject of
                                een voorziening.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Uitvoering van dit artikel vindt plaats binnen de daarvoor door de
                                gemeenteraad beschikbaar gestelde middelen. In de gevallen waarin de
                                uitvoering van deze verordening niet voorziet, beslist het
                                College.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Bij het vaststellen van beleidsregels wordt het oordeel van de
                                Cliëntenraad Wwb gevoegd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Doel en doelgroep</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel en doelgroep</titel></kop><al>Het college biedt de uitkeringsgerechtigden, Anw’ers, nuggers, jongeren
                            zonder startkwalificatie, evenals personen als bedoeld in artikel 10
                            tweede lid van de Wwb, ondersteuning aan bij arbeidsinschakeling en voor
                            zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling of als dat doel niet bereikbaar is, ondersteuning in
                            de vorm van een voorziening gericht op maatschappelijke
                            participatie.</al><al>De doelgroep jongeren zonder startkwalificatie, wordt hierin ook
                            nadrukkelijk vermeld uit preventieve overwegingen. De minister van
                            onderwijs vindt dat jongeren goed opgeleid moeten worden/zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden,
                                is verplicht hiervan gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De persoon, die deelneemt aan een voorziening, is gehouden aan de
                                verplichtingen die voortvloeien uit de Wet werk en bijstand, de
                                Ioaw, de Ioaz, de Wet Structuur uitvoering Werk en Inkomen, deze
                                verordening, alsmede de verplichtingen die het college aan de
                                aangeboden voorziening heeft verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien een uitkeringsgerechtigde, die deelneemt aan een
                                voorziening,waaronder maatschappelijke participatie, niet voldoet
                                aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de uitkering
                                verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de
                                maatregelenverordening Wet werk en bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien de persoon, die gebruik maakt van een voorziening,waaronder
                                maatschappelijke participatie, niet voldoet aan het gestelde in het
                                tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de
                                subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Dit wordt nader
                                uitgewerkt in beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien de persoon die aan een voorziening deelneemt zijn
                                verplichtingen in het kader van de Wwb en/of verordening niet nakomt
                                of niet meer behoort tot de doelgroep van deze wet, kan het college
                                de voorziening beëindigen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen voor niet
                                uitkeringsgerechtigden worden nader uitgewerkt in
                                beleidsregels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontheffing van de verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan met toepassing van artikel 9 Wwb, artikel 37a IOAW of
                            artikel 37a IOAZ uitkeringsgerechtigden geheel of gedeeltelijk ontheffen
                            van verplichtingen die ingevolge die wetten en artikel 4 van deze verordening gelden. </al><al>Dit wordt nader uitgewerkt in beleidsregels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Sluitende aanpak</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt waar mogelijk iedere uitkeringsgerechtigde, Anw
                                'ers, nugger’s en jongeren zonder startkwalificatie, na inschrijving
                                bij het CWI, een aanbod voor een voorziening, waar mogelijk gericht
                                op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college biedt aan uitkeringsgerechtigden, indien het doel,
                                vermeld onder 1 niet bereikbaar is, een voorziening gericht op
                                maatschappelijke participatie en zorg.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in
                                het eerste en tweede lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college legt in beleidsregels vast welke voorzieningen in
                                    ieder geval aangeboden kunnen worden, alsmede de voorwaarden die
                                    daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen
                                    nadere bepalingen zijn opgenomen. Voorzieningen kunnen aan de
                                    hand van innovatieve en maatschappelijke ontwikkelingen door
                                    beleidsregels worden uitgebreid dan wel gewijzigd. Onder deze
                                    voorzieningen wordt tevens verstaan voorziening in de vorm van
                                    het aanbieden van een nazorgtraject, dat wil zeggen het
                                    aanbieden van een aanvullend traject nadat de belanghebbende is
                                    uitgestroomd, voor zover hier geen tegemoetkoming kan worden
                                    verstrekt door de werkgever. Het college kan in beleidsregels
                                    nadere richtlijnen hiervoor vastleggen.</al></li><li nr="2"><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die
                                    voortvloeien uit de wet en de verordening, aan een voorziening
                                    nadere verplichtingen verbinden.</al></li><li nr="3"><al>Beëindiging voorziening</al></li></lijst><al>Een voorziening kan door het college voortijdig worden beëindigd
                            indien:</al><lijst><li nr="a"><al>de belanghebbende verhuist naar een andere gemeente;</al></li><li nr="b"><al>de belanghebbende zich onvoldoende inspanning getroost om tot
                                    een succesvolle afronding van (een deel) van het trajectplan te
                                    komen;</al></li><li nr="c"><al>de belanghebbende arbeid in loondienst aanvaardt, dan wel als
                                    zelfstandige gaat werken en daarmee een inkomen gaat verwerven
                                    dat meer bedraagt dan de van toepassing zijnde norm;</al></li><li nr="d"><al>de belanghebbende zich in detentie bevindt,dan wel gaat
                                    bevinden;</al></li><li nr="e"><al>er naar de mening van het college zich omstandigheden voordien
                                    die noodzakelijkerwijs tot beëindiging dienen te leiden.</al></li></lijst><al>Het college kan in beleidsregels nadere richtlijnen vastleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inzet van voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die voorziening,
                                die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is voor het doel
                                dat beoogd wordt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de afweging of een voorziening noodzakelijk is en welke
                                voorziening in dat geval het meest geschikt is voor de persoon,
                                betrekt het college in elk geval de mogelijkheden en de
                                belemmeringen van de persoon en de situatie op de arbeidsmarkt.
                                Daarbij houdt het college rekening met de mantelzorgtaken en de
                                zorgtaken van alleenstaande ouders met kinderen tot 12 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan, voordat besloten wordt tot ondersteuning, dan wel
                                inzet van een voorziening, een onderzoek (laten) doen naar de
                                mogelijkheden van de persoon uit de doelgroep en naar de
                                geschiktheid van ondersteuning, dan wel voorzieningen gericht op
                                arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college weigert de inzet van een voorziening, indien de persoon
                                uit de doelgroep aanspraak kan maken of beroep kan doen op een
                                voorziening buiten de wet om, die naar het oordeel van het college
                                in voldoende mate bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college weigert de inzet van een voorziening als het
                                budgetplafond, dat door het college voor de betreffende voorziening
                                kan worden ingesteld, is bereikt. Indien een ingesteld budgetplafond
                                bereikt wordt, biedt het college een andere voorziening als
                                alternatief aan.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het aanbod van een voorziening geschiedt in de vorm van een
                                overeenkomst, waarbij wordt vastgelegd dat de belanghebbende de
                                kosten van de reïntegratievoorziening geheel of gedeeltelijk zal
                                terugbetalen ingeval hij/zij verwijtbaar niet of niet naar behoren,
                                gebruik maakt van de aangeboden voorziening. Het college stelt
                                hiervoor nadere beleidsregels op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Budget en subsidieplafonds (algemeen en specifiek)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan een of meer subsidieplafonds-of budgetplafonds
                                betreffende voorzieningen vaststellen; een door het college
                                ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een grond voor weigering
                                bij de aanspraak op de specifieke voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij het bereiken van de in lid 1 en 2 bedoelde plafonds,wordt,
                                indien mogelijk, naar het oordeel van het college een andere
                                voorziening aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het maximaal per nugger in te zetten bedrag aan voorziening, wordt
                                in beleidsregels vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De voorziening is uitsluitend toegankelijk voor inwoners met een
                                laag inkomen. Dit wordt nader uitgewerkt in beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Voor nugger’s is de voorziening bedoeld als startkwalificatie en
                                niet als inzet voor positieverbetering. Het begrip startkwalificatie
                                zal nader uitgewerkt worden in beleidsregels. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Persoonsgebonden reïntegratiebudget</titel></kop><al>Het college kan aan personen een vergoeding verstrekken in de vorm van
                            een persoonlijk reïntegratie-budget.</al><al>Dit wordt nader uitgewerkt in beleidsregels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><al>Het college kan een vergoeding verstrekken aan personen zoals genoemd in
                            artikel 1 e,f,g en h van de verordening voor de kosten die gemaakt zijn
                            in het kader van de arbeidsinschakeling, vrijwilligerswerk of
                            maatschappelijke participatie.</al><al>Dit onderdeel zal nader uitgewerkt worden in beleidsregels.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Handhaving</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een uitkeringsgerechtigde niet voldoet of niet voldaan heeft
                                aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 7, dan verlaagt het
                                college de uitkering conform hetgeen hierover is vastgelegd in de
                                maatregelenverordening Wet werk en bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een persoon, die een uitkering ontvangt op grond van de Ioaw
                                of Ioaz, niet voldoet of voldaan heeft aan de verplichtingen als
                                bedoeld in artikel 7, verlaagt het college de uitkering, conform
                                hetgeen hierover bepaald is in artikel 20 van de Ioaw en de
                                Ioaz.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien een persoon die deelneemt, of deel heeft genomen aan een
                                voorziening, niet voldoet of voldaan heeft aan zijn verplichtingen
                                bedoeld in artikel 7, kan het college de kosten van de voorziening,
                                dan wel de subsidie, geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Het
                                college stelt hieromtrent nadere beleidsregels vast.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het aan de persoon uit de doelgroep te wijten is dat een
                                voorziening vroegtijdig is beëindigd, kan het college besluiten
                                enige tijd geen nieuwe voorziening aan te bieden. Het college stelt
                                nadere regels hieromtrent vast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij voortijdige, aan de belanghebbende verwijtbare beëindiging van
                                een voorziening, kunnen de gemaakte en nog door het college te maken
                                kosten van de voorziening, van de belanghebbende worden
                                teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de gemeente kosten ten behoeve van een voorziening heeft
                                gemaakt en op enig moment blijkt dat de belanghebbende niet, niet
                                tijdig, onjuiste of onvolledige gegevens heeft overlegd en de
                                belanghebbende dit te verwijten valt, kan het college de volledig
                                gemaakte en nog te maken kosten van de voorziening, terugvorderen
                                van de belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien een voorziening van een uitkeringsgerechtigde wordt
                                beëindigd, is het gestelde in artikel 14 van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening,
                            nadere beleidsregels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                                belanghebbende, afwijken van de bepalingen in deze verordening,
                                indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van
                                zwaarwegende aard leidt. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Reïntegratie- en
                            Participatieverordening Wet werk en bijstand 2008 gemeente Lingewaard".
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag, volgend op die van
                            bekendmaking. Op het moment dat deze verordening in werking treedt,
                            wordt de Reïntegratie- en Participatieverordening Wwb (besluit 29
                            september 2004) ingetrokken.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van 17 april 2008.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Th.G.L. Greep H.H. de Vries</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting bij de Reïntegratie- en Participatieverordening Wet werk en
                    bijstand 2008 gemeente Lingewaard </tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen </tussenkop><al>In dit artikel wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de
                    Wet werk en bijstand. Het begrip sociale activering in de wet is in deze
                    verordening nader aangeduid als maatschappelijk participatie traject. De
                    omschrijving van de doelgroep is zodanig, dat de aanspraak op ondersteuning
                    alleen geldt voor personen woonachtig in Lingewaard. Ook worden in dit artikel
                    een aantal begrippen omschreven die meer dan eens voorkomen, waarbij het van
                    belang is, dat er telkens hetzelfde onder wordt verstaan.</al><al>Ten aanzien van het begrip algemeen geaccepteerde arbeid wordt nadrukkelijk
                    afstand genomen van het begrip “passende arbeid” zoals dat voorheen in de
                    Algemene bijstandswet werd gehanteerd. Uitgangspunt van de (nieuwe) Wet werk en
                    bijstand is immers, dat de weg naar werk zo kort mogelijk dient te zijn en dat,
                    mede gelet op het vangnetkarakter van deze wet, dan ook elke vorm van arbeid
                    geaccepteerd dient te worden. Er kunnen door de gemeente of door betrokkene geen
                    eisen worden gesteld aan de aansluiting van de arbeid aan het opleidingsniveau,
                    eerder opgedane werkervaring en beloningsniveau. Ook arbeid van tijdelijke aard
                    dient geaccepteerd te worden. Het kan in individuele gevallen zelfs mogelijk
                    zijn dat ook een verhuizing aan de orde kan komen, indien de reistijd erg lang
                    gaat worden.</al><al>Onder algemeen geaccepteerde arbeid vallen eveneens alle vormen van
                    gesubsidieerde arbeid.</al><al>Uitzondering hierop is de dienstbetrekking in het kader van de Wet sociale
                    werkvoorziening, Voor deze dienstbetrekking gelden de voorwaarden onder de Wsw.
                    Daarbij zij wel opgemerkt, dat bij uitstroom naar gesubsidieerd werk, nog altijd
                    geen sprake is van arbeidsinschakeling. Onder arbeidsinschakeling wordt immers
                    verstaan het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid, zonder dat daarbij
                    gebruik wordt gemaakt van een daarop gerichte voorziening die door de gemeente
                    wordt aangeboden. Met deze laatste beperking wordt nogmaals benadrukt, dat
                    gesubsidieerde arbeid, als voorziening in het kader van deze wet, weliswaar
                    algemeen geaccepteerde arbeid is, maar geen einddoel kan zijn.</al><tussenkop>Artikel 2 Opdracht college </tussenkop><al>De Wwb geeft in artikel 7 het college de verantwoordelijkheid voor het bieden
                    van ondersteuning, gericht op arbeidsinschakeling. Hoewel belanghebbenden
                    aanspraak kunnen maken op ondersteuning, is er geen afdwingbaar recht op
                    ondersteuning op de manier zoals de belanghebbende dat mogelijk het liefst zou
                    zien.</al><al>Het is aan het college om zorg te dragen voor voldoende aanbod van
                    voorzieningen, waarbij zij te maken heeft met beperkte financiële middelen,
                    terwijl de vraag naar ondersteuning afhankelijk is van een veelheid aan
                    sociaal-economische factoren. Het college kan een aanspraak op een voorziening
                    niet weigeren. Als het budget niet toereikend is moet het college zorgdragen
                    voor een alternatief. Het college houdt bij het aanbieden van een voorziening
                    rekening met de combinatie arbeid en zorg, met de mogelijkheden en beperkingen
                    van een cliënt, maar ook met het uitgangspunt “de kortste weg naar duurzame
                    arbeid”. Gesubsidieerde arbeid wordt op grond van de wet gezien als vorm van
                    algemeen geaccepteerde arbeid, met dien verstande, dat gesubsidieerde arbeid in
                    principe geen einddoel is.</al><al>Reïntegratie moet in principe de kortste weg naar arbeid zijn. Daarmee wordt
                    niet alleen de tijd tussen de inzet van het instrument en de werkaanvaarding
                    bedoeld, maar ook de inspanningen die het kost om dat doel te bereiken.</al><al>Alleen als arbeidsinschakeling binnen afzienbare termijn niet tot de
                    mogelijkheden behoort, kan zelfstandige maatschappelijke participatie een doel
                    van de inzet van voorzieningen zijn. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor
                    de inhoud van het traject, ligt bij het college. Binnen de grenzen van die
                    verantwoordelijkheid wordt rekening gehouden met de wensen van de
                    belanghebbende. Vervolgens wordt door beide partijen een trajectplan
                    ondertekend.</al><al>Ook vergoeding van noodzakelijke reiskosten en kosten van kinderopvang worden
                    aangemerkt als voorziening.</al><tussenkop>Artikel 3 Doel en doelgroep</tussenkop><al>Het doel van de ondersteuning voor de beschreven doelgroep, zoals in allerlei
                    vormen is vastgelegd in deze verordening, is uitstroom (uit de uitkering) naar
                    algemeen geaccepteerde arbeid. Hierbij wordt gestreefd naar duurzame arbeid. Als
                    dit doel niet bereikbaar is, wordt gestreefd naar zelfstandige maatschappelijke
                    participatie. Bij dit laatste valt te denken aan vrijwilligerswerk, mantelzorg
                    of deelname aan activiteiten in wijk of buurt.</al><tussenkop>Artikel 4 Verplichtingen </tussenkop><al>In de Wwb zijn de verplichtingen die verbonden zijn aan het recht op een
                    uitkering, uitgebreid aangegeven. Het eerste en tweede lid in de verordening
                    sluiten aan bij deze verplichtingen. Het derde lid legt verbindingen tussen de
                    verplichtingen die worden verbonden aan de reïntegratie van klanten en de
                    maatregelen opgenomen in de Maatregelenverordening Wwb. In de
                    Maatregelenverordening staat het percentage vermeld waarmee de uitkering kan
                    worden verlaagd. Echter, voor personen zonder uitkering waarvoor wel
                    voorzieningen worden ingezet, zoals Anw'ers , nugger’s, jongeren en personen met
                    een gesubsidieerde baan, kan de gemeente de uitkering niet verlagen. Daarom zijn
                    in het vierde en vijfde en zesde lid mogelijkheden opgenomen om in die gevallen
                    (een deel van) de gemaakte kosten terug te vorderen.</al><al>Nadere uitwerking hiervan zal via beleidsregels worden vastgelegd.</al><al>Samengevat zijn de verplichtingen voor uitkeringsgerechtigden vastgelegd in de
                    Wet werk en bijstand, gemeentelijke verordeningen en beleidsregels. De
                    verplichtingen voor de groep niet bijstandscliënten en uitkeringsgerechtigden
                    kunnen met het het opnemen van dit artikel nader uitgewerkt worden in
                    beleidsregels.</al><tussenkop>Artikel 5 Ontheffing van verplichtingen</tussenkop><al>Het college kan, met inachtneming van artikel 9 tweede lid van de Wet werk en
                    bijstand, respectievelijk artikel 37a van de Ioaw en Ioaz, bepalen, dat de
                    uitkeringsgerechtigde tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, ontheffing wordt
                    verleend van de verplichtingen.</al><al>Dit wordt nader uitgewerkt in beleidsregels.</al><tussenkop>Artikel 6 Sluitende aanpak</tussenkop><al>De WIW kende een wettelijke sluitende aanpak. Daarnaast zijn in het kader van de
                    Agenda voor de Toekomst, afspraken gemaakt over een sluitende aanpak voor nieuwe
                    instroom en voor het zittende bestand. De Wwb kent geen bepaling over sluitende
                    aanpak. De wetgever gaat ervan uit dat door de systematiek van de wet er in de
                    praktijk een sluitende aanpak ontstaat.</al><al>Desondanks is de gemeente van oordeel dat een sluitende aanpak geregeld dient te
                    worden.</al><al>In het beleid is vastgelegd, dat voor iedereen een trajectplan dient te worden
                    opgesteld. Alle beschikbare middelen zoals genoemd in de verordening en
                    beleidsregels, kunnen ingezet worden. De prioriteit ligt bij het aanbieden van
                    voorzieningen gericht op uitstroom voor de kansrijken.</al><al>In het tweede lid wordt aangegeven, dat het ook van belang is, aan alle
                    doelgroepen van deze verordening en dan in het bijzonder voor personen met een
                    groter afstand tot de arbeidsmarkt, voorzieningen, gericht op maatschappelijke
                    participatie, in te zetten. Mensen kunnen soms door de inzet van dergelijke
                    voorzieningen op termijn toegeleid worden naar algemeen geaccepteerde arbeid. In
                    het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning zullen mensen gemotiveerd
                    worden om deel te nemen aan maatschappelijke participatie trajecten en
                    activiteiten te verrichten gericht, op mantelzorg en ander
                    vrijwilligerswerk.</al><tussenkop>Artikel 7 Algemene bepalingen over voorzieningen </tussenkop><al>Ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie kan
                    bijvoorbeeld bestaan uit praktische hulp, advies, recht op begeleiding en nazorg
                    na uitstroom, doorverwijzing naar andere organisaties of uit het aanbieden van
                    één of meerdere voorzieningen, die gelijktijdig of achtereenvolgens ingezet
                    kunnen worden In het eerste lid is opgenomen dat het college in beleidsregels
                    vastlegt welke voorzieningen in ieder geval aangeboden kunnen worden, evenals de
                    voorwaarden die daarbij gelden, voor zover daarover in de verordening geen
                    nadere bepalingen zijn opgenomen. </al><al>Achterliggende gedachte hiervoor is, dat het hierdoor mogelijk wordt om snel te
                    komen tot wijziging van het reïntegratie- en participatiebeleid, zonder dat
                    wijziging van de verordening noodzakelijk is. Het opnemen en/of nader uitwerken
                    van de voorzieningen in beleidsregels, doet bovendien meer recht aan de
                    kaderstellende bevoegdheid van de Raad en de bevoegdheden van het college, ten
                    aanzien van de uitvoering. </al><al>Dit betekent tegelijkertijd, dat er beter en sneller geanticipeerd kan worden op
                    de veranderde maatschappelijke ontwikkelingen en/of innovatieve
                    mogelijkheden.</al><al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid, om aan een voorziening nadere
                    verplichtingen </al><al>te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van diverse aard zijn. Zo kan bij
                    verplichtingen worden opgenomen bijvoorbeeld, dat iemand zich medisch/psychisch
                    laat behandelen.</al><al>Het derde lid geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen en in
                    welke gevallen zij dat kan doen. Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het
                    stopzetten van de subsidie aan een werkgever, of het opzeggen van de
                    arbeidsovereenkomst bij een detacheringsbaan. Bij deze laatste wijze van
                    beëindigen dienen vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit het
                    arbeidsrecht en de aanwezige rechtspositieregeling in acht te worden genomen.
                    Bij beëindiging van een voorziening geldt dit ook voor het re-integratiebedrijf
                    dat de voorziening verzorgt. Er zal een intensief contact met de uitvoerder van
                    de re-integratie opdracht moeten worden onderhouden om een oordeel te vormen
                    omtrent de inspanning die de betrokkene levert. Indien deze onvoldoende is, dan
                    dient de belanghebbende daarop te worden aangesproken. Bij onvoldoende
                    verandering wordt het traject beëindigd.</al><tussenkop>Artikel 8 Inzet van voorzieningen.</tussenkop><al>De personen uit de doelgroep hebben van rechtswege aanspraak op ondersteuning.
                    De gemeente heeft ervoor gekozen deze aanspraak te vertalen als het recht op
                    ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en maatschappelijke
                    participatieactiviteiten. Dit laat onverlet, dat het het college is, dat bepaalt
                    of en welke voorziening ingezet wordt. Tegenover aanspraak staan verplichtingen.
                    Re-integratie en/of maatschappelijke participatie is immers niet vrijblijvend.
                    Naast de verplichtingen die in de verordening worden genoemd en de
                    verplichtingen, genoemd in wet of regelgeving, kan het college aanvullende
                    verplichtingen opleggen. Dat is vooral van belang bij
                    niet-uitkeringsgerechtigden. Bijstandsgerechtigden zijn al door het ontvangen
                    van een uitkering aan bepaalde verplichtingen gehouden.</al><tussenkop>Artikel 9 Budgetten en subsidieplafonds (algemeen en
                    specifiek)</tussenkop><al>De gemeente kan, om de financiële risico's te beheersen, een verdeling maken van
                    de middelen over de verschillende voorzieningen. Als het college hiertoe
                    overgaat, zal hiervoor, voorafgaande aan een kalenderjaar, een besluit worden
                    genomen. De wet stelt dat het ontbreken van financiële middelen geen reden kan
                    zijn voor het afwijzen van een aanvraag voor een voorziening. Dit houdt in, dat
                    er geen algemeen plafond kan worden ingesteld. Wel kan per voorziening een
                    plafond worden ingebouwd. Dit laat de mogelijkheid open om naar een ander
                    instrument uit te wijken.</al><al>De middelen die de gemeente kan inzetten voor re-integratie zijn schaars en
                    dienen zo efficiënt mogelijk te worden ingezet. Aangezien nugger´s een eigen
                    inkomen hebben, is gemeend, dat een budgetplafond en een toelatingseis ten
                    aanzien van het inkomen, op zijn plaats is. Dit wordt nader uitgewerkt in
                    beleidsregels.</al><tussenkop>Artikel 10 Persoonsgebonden reïntegratiebudget </tussenkop><al>Een persoonsgebonden reïntegratiebudget kan beschikbaar worden gesteld, als een
                    persoon op eigen initiatief met een voorstel komt. Het college moet vooraf
                    goedkeuring verlenen aan het voorgestelde traject. Daarna kan de persoon zelf
                    uitvoering geven aan de onderdelen, opgenomen in het trajectplan. Bij dit
                    trajectplan gelden dezelfde voorwaarden als bij alle andere trajectplannen. De
                    persoon verstrekt zelf alle benodigde verantwoordingsinformatie.</al><al>Het college kan in beleidsregels nadere voorwaarden vaststellen.</al><tussenkop>Artikel 11 Overige vergoedingen</tussenkop><al>Soms moeten extra kosten gemaakt worden in het kader van de arbeidsinschakeling
                    of maatschappelijke participatieactiviteit. Aantoonbare reële kosten kunnen
                    vergoed worden, op basis van vergoedingsnormen bijzondere bijstandsverlening. In
                    beleidsregels kan vastgelegd worden op welke wijze hiermee kan worden omgegaan
                    wanneer hierin niet wordt voorzien door de regelgeving van de bijzondere
                    bijstand.</al><tussenkop>Artikel 12 Handhaving</tussenkop><al>In het geval de persoon uit de doelgroep de verplichtingen, vermeld in deze
                    verordening niet nakomt, zullen de uitgangspunten, vermeld in de
                    maatregelenverordening, worden toegepast.</al><al>Het opleggen van een maatregel kan echter alleen, indien er uitkering wordt
                    ontvangen van de wetten die de gemeente uitvoert. Bij het niet voldoen van de
                    verplichtingen, kan het college van alle personen uit de doelgroep, de kosten
                    van de voorziening terugvorderen. Het college stelt hiervoor nadere regels
                    op.</al><al>Het al dan niet terugvorderen van kosten zal afhangen van de vraag, in hoeverre
                    het de persoon uit de doelgroep verweten kan worden dat de verplichtingen niet
                    zijn nagekomen.</al><tussenkop>Artikel 13 Terugvordering</tussenkop><al>Indien een voorziening door verwijtbaar gedrag voortijdig wordt beëindigd, kan
                    het college, indien het uitkeringsgerechtigden betreft, beslissen om een
                    maatregel op te leggen. Deze maatregel bestaat uit het verlagen van de uitkering
                    met een bepaald percentage.</al><al>Voor personen zonder uitkering, Anw'ers en personen in gesubsidieerde arbeid,
                    kan de gemeente de uitkering niet verlagen als maatregel. Daarom is de
                    mogelijkheid opgenomen, dat in die gevallen de gemeente (een deel van) de kosten
                    die gemaakt zijn kan terugvorderen.</al><al>Ook personen met een uitkering vallen onder de werking van dit artikel. Dit
                    betekent,dat in bijzondere situaties sprake kan zijn van zowel terugvordering
                    van de gemaakte kosten als afstemming van de uitkering.</al><al>Tot slot dient opgemerkt te worden dat dit geen terugvordering is zoals bedoeld
                    in artikel 58 ev. van de Wet werk en bijstand.</al><al>Voor de vergoeding van de kosten gelden de regels van het burgerlijk recht en
                    niet de regels ingevolge de terugvorderingsparagraaf van de Wet werk en
                    bijstand.</al><al>Bij de toepassing hiervan zal een kosten/baten analyse worden opgemaakt.</al><tussenkop>Artikel 14 Beleid</tussenkop><al>De wet vraagt aan de gemeenteraad om het integratiebeleid in een verordening
                    vast te leggen. De belangrijkste voorwaarden en uitgangspunten zijn in
                    voorgaande artikelen vastgelegd. Het college kan nadere beleidsregels opstellen
                    waarin de algemene uitgangspunten uit de verordening nader worden
                    uitgewerkt.</al><tussenkop>Artikel 15 Hardheidsclausule </tussenkop><al>Indien de toepassing van deze verordening tot onbillijkheden leidt, kan het
                    college, ten gunste van de belanghebbende, afwijken van de bepalingen. Van deze
                    mogelijkheid dient zeer terughoudend gebruik te worden gemaakt om het scheppen
                    van precedenten tegen te gaan.</al><tussenkop>Artikel 16 Citeertitel </tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al><tussenkop>Artikel 17 Inwerkingtreding </tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 17 april 2008.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>de griffier, de voorzitter,</al><al>Th.G.L. Greep H.H. de Vries</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>