<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50963_2</dcterms:identifier><dcterms:title>SUBSIDIEVERORDENING MONUMENTEN EN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN LINGEWAARD 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 23-11-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening monumenten en cultuurhistorische waarden Lingewaard 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-12-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15RDS00078</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR381765_1">Subsidieverordening monumenten en cultuurhistorische waarden Lingewaard 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>SUBSIDIEVERORDENING MONUMENTEN EN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN LINGEWAARD
            2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lingewaard;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        29 mei 2007;</al><al>gehoord de rondetafelbijeenkomst d.d.13 juni 2007;</al><al>gelet op het bepaalde in gelet op het bepaalde in de Algemene wet
                        bestuursrecht (Awb) en in de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet
                        ;</al><al>besluit: </al><al>Vast te stellen:</al><al>DE SUBSIDIEVERORDENING MONUMENTEN EN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN
                        LINGEWAARD 2007</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><cursief>het college:</cursief> het college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Lingewaard;</al></li><li nr="b"><al><cursief>de commissie Monumenten en Cultuurhistorie:</cursief>
                                    de door het college op basis van de Verordening commissie
                                    Monumenten en Cultuurhistorie Lingewaard 2007ingestelde
                                    commissie;</al></li><li nr="c"><al><cursief>subsidie:</cursief> een aanspraak op financiële
                                    middelen, zoals bedoeld in artikel 4:21 eerste lid van de
                                    Algemene wet bestuursrecht (Awb), door de gemeente verstrekt aan
                                    een eigenaar ten behoeve van de duurzame instandhouding of
                                    ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en/of
                                    monumenten;</al></li><li nr="d"><al><cursief>subsidiecomponent:</cursief> een in de beschikking tot
                                    subsidieverlening te noemen onderdeel of element van een
                                    aangevraagde subsidie;</al></li><li nr="e"><al><cursief>cultuurhistorische waarden:</cursief> objecten of
                                    structuren van historisch bouwkundige, archeologische en/of
                                    historisch-geografische waarde en/of landschapshistorische
                                    (geomorfologische) elementen;</al></li><li nr="f"><al><cursief>duurzame instandhouding of ontwikkeling van
                                        cultuurhistorische waarden:</cursief> een
                                    beschermingsaanpak, die er op is gericht het verval van
                                    cultuurhistorische objecten of structuren tegen te gaan en zo
                                    mogelijk schade te herstellen; hieronder vallen de maatregelen
                                    op het gebied van onderhoud, restauratie, inrichting en
                                    beheer</al></li><li nr="g"><al><cursief>eigenaar:</cursief> een natuurlijke of rechtspersoon,
                                    al dan niet op winst gericht, die krachtens eigendom of beperkt
                                    recht het genot heeft van cultuurhistorische waarden, onder
                                    wiens opdracht duurzame instandhouding en ontwikkeling van
                                    cultuurhistorische waarden plaatsvindt;</al></li><li nr="h"><al><cursief>gemeentelijk monument: </cursief>object dat krachtens
                                    de bepalingen opgenomen in de de Monumentenverordening 2007 is
                                    aangewezen als beschermd gemeentelijk monument;</al></li><li nr="i"><al><cursief>onderhoud:</cursief> periodieke werkzaamheden aan een
                                    monument welke dienen om het monument in goede staat te houden
                                    c.q. als zodanig in stand te houden om grote restauraties te
                                    voorkomen;</al></li><li nr="j"><al><cursief>restauratie:</cursief> werkzaamheden aan een monument,
                                    die het normale onderhoud te boven gaan, en die voor het herstel
                                    van het monument noodzakelijk zijn;</al></li><li nr="k"><al><cursief>subsidiabele kosten:</cursief> kosten die noodzakelijk
                                    zijn voor het herstel en instandhouding van een monument of
                                    cultuurhistorische waarden. Hieronder zijn niet begrepen kosten
                                    die uitsluitend danwel in overwegende mate worden gemaakt voor
                                    de verbetering van het wooncomfort;</al></li><li nr="l"><al><cursief>lijst van subsidiabele kosten:</cursief> door het
                                    college vast te stellen lijst met subsidiabele kosten;</al></li><li nr="m"><al><cursief>uitvoeringsvoorschriften</cursief>: voorschriften welke
                                    het college kan stellen bij de monumentenvergunning als bedoeld
                                    in artikel 10 van de Monumentenverordening Lingewaard 2007 of
                                    voorschriften welke op basis van artikel 14 van deze verordening
                                    opgenomen kunnen worden in het besluit tot
                                    subsidieverlening;</al></li><li nr="n"><al><cursief>haalbaarheidsonderzoek:</cursief> onderzoek naar de
                                    haalbaarheid van een investering in brede zin gericht op
                                    duurzame instandhouding en ontwikkeling van cultuurhistorische
                                    waarden en monumenten;</al></li><li nr="o"><al><cursief>bouwhistorisch onderzoek</cursief>: in schriftelijke
                                    rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en
                                    bouwhistorische kwaliteit van een monument of toekomstig
                                    monument.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering van de verordening</titel></kop><al>Het college is belast met de uitvoering van deze verordening en besluit
                            met toepassing van deze verordening tot verlening, intrekking,
                            wijzigingen en vaststelling van subsidie en omtrent de daaraan te
                            verbinden voorschriften en voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan beleidsregels vaststellen waarin het
                                    subsidiebeleid ten aanzien van monumenten en cultuurhistorische
                                    waarden wordt uitgewerkt. Het college stelt in ieder geval vast
                                    een lijst met subsidiabele kosten.</al></li><li nr="2"><al>Voordat tot vaststelling van de beleidsregels wordt overgegaan
                                    vraagt het college advies aan de commissie Monumenten en
                                    Cultuurhistorie.</al></li><li nr="3"><al>De commissie Monumenten en Cultuurhistorie brengt haar advies
                                    uit binnen 8 weken na de datum van verzending van de in het
                                    tweede lid bedoelde adviesaanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Geen subsidie voor overheden</titel></kop><al>Subsidie wordt niet toegekend ten behoeve van monumenten en
                            cultuurhistorische waarden die het eigendom zijn van de Staat der
                            Nederlanden, gemeenten of provincies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Algemene voorwaarden subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een subsidie wordt slechts verleend indien:</al><lijst><li nr="a"><al>de nodige gelden bij de jaarlijkse
                                            begrotingsvaststelling door de gemeenteraad beschikbaar
                                            zijn gesteld;</al></li><li nr="b"><al>een eigenaar voldoet aan het bepaalde bij of krachtens
                                            deze verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De gemeenteraad kan voor afzonderlijke beleidsonderdelen en/of
                                    onderdelen van deze verordening een subsidieplafond
                                    vaststellen.</al></li><li nr="3"><al>In geval van een door de gemeenteraad vastgesteld
                                    subsidieplafond, worden de aanvragen op volgorde van binnenkomst
                                    behandeld totdat het door de gemeenteraad vastgestelde
                                    subsidieplafond is bereikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Indexering</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een subsidie of een subsidiecomponent kan door het college
                                    jaarlijks worden bijgesteld op basis van een door hen vast te
                                    stellen indexering.</al></li><li nr="2"><al>Het college stelt nadere richtlijnen vast over de te hanteren
                                    compensatiemethodiek voor de vaststelling van de in het eerste
                                    lid bedoelde indexering.</al></li><li nr="3"><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt dat de te verlenen
                                    subsidie kan worden geïndexeerd en de wijze waarop dit
                                    gebeurd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>SUBSIDIE ONDERHOUD EN RESTAURATIE GEMEENTELIJKE MONUMENTEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2.1</nr><titel>DE SUBSIDIEAANVRAAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst
                                        behandeld.</al></li><li nr="2"><al>Voorzover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens
                                        subsidie of een bijdrage heeft aangevraagd bij een of meer
                                        andere bestuursorganen of instanties, doet hij daarvan
                                        opgave in de aanvraag, onder vermelding van de stand van
                                        zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of
                                        aanvragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een aanvraag voor subsidie voor restauratie en/of onderhoud
                                        van een gemeentelijk monument dient door de eigenaar
                                        schriftelijk te worden ingediend bij het college op een
                                        daartoe vastgesteld aanvraagformulier.</al></li><li nr="2"><al>Gelet op hetgeen bepaald in artikel 4:2 tweede lid Awb dient
                                        de aanvraag in ieder geval de volgende gegevens te
                                        bevatten:</al><lijst><li nr="a"><al>Een technische omschrijving van de te verrichten
                                                werkzaamheden;</al></li><li nr="b"><al>Een gespecificeerde begroting van de kosten met
                                                plan- en detailtekeningen;</al></li><li nr="c"><al>Een situatietekening waaruit blijkt de situering van
                                                het monument op het terrein met kadastrale
                                                informatie;</al></li><li nr="d"><al>Foto’s van het monument en de omgeving, recente
                                                foto’s niet ouder dan 12 maanden voorafgaand aan de
                                                aanvraag van de te wijzigen onderdelen, inclusief de
                                                in de nabijheid gelegen bouwwerken voorzover nodig
                                                ter beoordeling van het uiterlijk van het monumenten
                                                waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="e"><al>Een kopie van een afgesloten uitgebreide
                                                opstalverzekering ten behoeve van het monument.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Het college kan bepalen dat buiten de gevallen genoemd in
                                        het tweede lid, andere bescheiden moeten worden
                                        overgelegd.</al></li><li nr="4"><al>Bij aanvraag voor subsidie voor onderhoud kan het college
                                        genoegen nemen met minder te overleggen stukken dan genoemd
                                        in het tweede lid.</al></li><li nr="5"><al>Een aanvraag tot subsidieverlening wordt in behandeling
                                        genomen nadat de met betrekking tot de voorgenomen
                                        werkzaamheden vereiste monumentenvergunning en/of
                                        bouwvergunning definitief aan de eigenaar van het monument
                                        is toegekend.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2.2</nr><titel>DE SUBSIDIEVERLENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Algemene voorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidie wordt uitsluitend verleend aan de eigenaar van
                                        het monument. </al></li><li nr="2."><al>Voor subsidie komen in aanmerking de kosten vermeld op de
                                        lijst van subsidiabele kosten.</al></li><li nr="3."><al>De beschikking tot verlening van subsidie vermeldt de
                                        daaraan verbonden verplichtingen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De beslistermijn</titel></kop><al>Het college beslist binnen acht weken op een volledige aanvraag om
                                een subsidie tot onderhoud en/of restauratie van een monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Subsidie gemeentelijke monumenten</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt indien de
                                        subsidiabele kosten van onderhoud en restauratie per
                                        aanvraag het bedrag van €1350,- te boven gaat. Voor
                                        uitsluitend materiaalkosten in zelfwerkzaamheid is de
                                        ondergrens € 450,- </al></li><li nr="2"><al>Subsidie in de kosten van <cursief>onderhoud</cursief>
                                        bedraagt 25% van de subsidiabele kosten tot een bedrag van
                                        maximaal € 5700,- per boekjaar.</al></li><li nr="3"><al>Subsidie in de kosten van <cursief>restauratie</cursief>
                                        bedraagt 25% van de subsidiabele kosten tot een bedrag van
                                        maximaal € 10.000,- per boekjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Subsidie haalbaarheidsonderzoek en bouwhistorisch onderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Subsidie ten behoeve van haalbaarheidsonderzoeken wordt
                                        verstrekt, na overleg en met goedkeuring van het college en
                                        bedraagt 40% van de subsidiabele kosten tot een bedrag van
                                        maximaal € 5.000,- per boekjaar.</al></li><li nr="2"><al>Subsidie ten behoeve van bouwhistorisch onderzoek wordt
                                        verstrekt, na overleg en met goedkeuring van het college en
                                        bedraagt 45% van de subsidiabele kosten tot een bedrag van
                                        maximaal € 5.000,- per boekjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>In aanvulling op hetgeen bepaald in artikel 4:35 Algemene wet
                                bestuursrecht wordt geen subsidie verstrekt:</al><lijst><li nr="1"><al>indien reeds op andere wijze subsidie wordt verstrekt,
                                        tenzij op grond van die andere regeling een gemeentelijke
                                        bijdrage voorwaarde is. </al></li><li nr="2"><al>bij een gezamenlijk subsidiëren van een zelfde project door
                                        verschillende instanties indien het gezamenlijk toe te
                                        kennen subsidie een percentage van 90% van de subsidiabele
                                        kosten te boven gaat.</al></li><li nr="3"><al>indien met de restauratie of met het onderhoud is
                                        aangevangen, voordat op de aanvraag voor subsidie, als
                                        bedoeld in deze verordening, is beslist.</al></li><li nr="4"><al>indien het monument waarop de aanvraag betrekking heeft niet
                                        is verzekerd onder een zogenaamde uitgebreide
                                        opstalverzekering (inclusief verzekering tegen water-,
                                        brand-, storm- en bliksemschade) gebaseerd op de waarde van
                                        het monument.</al></li><li nr="5"><al>voor zover de te subsidiëren werkzaamheden gedekt kunnen
                                        worden uit de opbrengsten van een brand- en/of
                                        stormverzekering of andere vorm van verzekering.</al></li><li nr="6"><al>in de kosten van onderhoud of restauratie indien uitgevoerd
                                        door een bedrijf dat geen vergunning bezit zoals bedoeld in
                                        artikel 3 van het Vestigingsbesluit bedrijven.</al></li><li nr="7"><al>wanneer de kosten van de werkzaamheden, naar het oordeel van
                                        het college, niet geacht kunnen worden in een redelijke
                                        verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Opnemen verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan voorschiften verbinden aan de wijze van
                                        uitvoering van de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt
                                        verleend. </al></li><li nr="2"><al>Subsidie wordt verleend onder oplegging van de verplichting
                                        dat:</al><lijst><li nr="a"><al>Binnen een bij de subsidieverlening te bepalen
                                                termijn een begin met de werkzaamheden wordt gemaakt
                                                en dit schriftelijk wordt gemeld aan het college;
                                            </al></li><li nr="b"><al>De werkzaamheden zijn voltooid vóór een bij de
                                                subsidieverlening te bepalen tijdstip.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2.3</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd
                                                  overeenkomstig de aanvraag en conform de door het
                                                  college gestelde uitvoeringsvoorschriften. </al></li><li nr="2"><al>Het college kan tussentijds schriftelijk
                                                  toestemming verlenen van de aanvraag of de nadere
                                                  regels af te wijken, mits nog niet met de
                                                  werkzaamheden overeenkomstig de gewijzigde
                                                  aanvraag is begonnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Start werkzaamheden</titel></kop><al>Met de uitvoering van de werkzaamheden mag niet
                                                eerder worden begonnen dan nadat op de aanvraag voor
                                                subsidie, als bedoeld in deze verordening, is
                                                beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Maatregelen tot behouden monument</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening subsidie
                                                is verstrekt dient het monument in goede staat van
                                                onderhoud te houden en dient deze voldoende te
                                                verzekeren en verzekerd te houden tegen water,
                                                brand, storm en bliksemschade gedurende de periode
                                                dat er sprake is van een monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Controle werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De eigenaar dient een door het college
                                                  aangewezen deskundige of ambtenaar in
                                                  gemeentelijke dienst op diens verzoek de
                                                  gelegenheid te bieden het monument en de wijze
                                                  waarop de werkzaamheden zullen worden verricht, of
                                                  zijn uitgevoerd, te inspecteren.</al></li><li nr="2"><al>Een controle als bedoeld in het eerste lid
                                                  heeft plaatsgevonden alvorens een aanvraag zoals
                                                  bedoeld in artikel 19 kan worden ingediend.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2.4</nr><titel>DE VASTSTELLING EN UITBETALING VAN EEN SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aanvraag tot vaststelling subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De eigenaar dient binnen 12 weken na gereed
                                                  melding van de werkzaamheden een schriftelijke
                                                  aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij
                                                  het college.</al></li><li nr="2"><al>De aanvraag van de beschikking tot
                                                  subsidievaststelling gaat in ieder geval vergezeld
                                                  van een gespecificeerde financiële verantwoording
                                                  van de werkelijk gemaakte kosten en afschriften
                                                  van rekeningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het college beslist binnen 8 weken op de volledig
                                                aanvraag tot subsidievaststelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Controle</titel></kop><al>Het college beslist op de aanvraag nadat:</al><lijst><li nr="·"><al>de uitgevoerde werkzaamheden zijn goedgekeurd
                                                  door de gemeente of een door de gemeente
                                                  aangewezen onafhankelijke instantie, en;</al></li><li nr="·"><al>nadat de op de uitgevoerde werkzaamheden
                                                  betrekking hebbende rekeningen en betaalbewijzen
                                                  zijn gecontroleerd en akkoord bevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Uitbetaling</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt binnen zes weken na de
                                                subsidievaststelling betaald.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SUBSIDIE DUURZAME INSTANDHOUDING OF
                                                ONTWIKKELING VAN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN</titel></kop><structuurtekst><al>Dit hoofdstuk wordt vooralsnog niet ingevuld.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>In bijzondere gevallen kan het college in het
                                                  belang van het monument een bijzonder
                                                  subsidiepercentage vaststellen.</al></li><li nr="2"><al>Het college kan de bij of krachtens deze
                                                  verordening opgenomen artikelen of bepalingen
                                                  buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor
                                                  zover de toepassing daarvan, gelet op het belang,
                                                  de aard of de strekking van deze verordening leidt
                                                  tot een onbillijkheid van overwegende aard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23A</nr><titel>Kosten onderhoud en/of restauratie rijksmonumenten</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De gemeenteraad kan na een schriftelijk
                                                  verzoek van de eigenaar van een rijksmonument
                                                  besluiten subsidie te verlenen.</al></li><li nr="2"><al>Voor de behandeling van een dergelijk verzoek
                                                  zijn de bepalingen van Hoofdstuk 2 van deze
                                                  verordening van overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="3"><al>De eigenaar dient in het in lid 1 bedoelde
                                                  verzoek aan te geven in hoeverre hij in aanmerking
                                                  komt voor fiscale aftrek en in welke mate hij in
                                                  aanmerking komt voor andere vormen van subsidie
                                                  en/of laagrentende leningen.</al></li><li nr="4"><al>De gemeenteraad beslist binnen 3 maanden op
                                                  een volledige aanvraag om een subsidie tot
                                                  onderhoud en/of restauratie van een
                                                  rijksmonument.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                                of krachtens deze verordening zijn belast de bij
                                                besluit van het college dan wel de burgemeester aan
                                                te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding en overgang</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Deze verordening treedt in werking vier weken
                                                  na bekendmaking.</al></li><li nr="2"><al>De Subsidieverordening monumenten gemeente
                                                  Bemmel 2002, vastgesteld bij besluit van de
                                                  gemeenteraad van 4 juli 2002, wordt
                                                  ingetrokken.</al></li><li nr="3"><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding
                                                  van deze verordening, een aanvraag om subsidie op
                                                  grond van de in het tweede lid ingetrokken
                                                  verordening is ingediend en voor het tijdstip van
                                                  inwerkingtreding van deze verordening nog niet op
                                                  de aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag
                                                  beoordeeld op grond van de bepalingen van deze
                                                  verordening.</al></li><li nr="4"><al>Subsidiebesluiten genomen op grond van de in
                                                  het tweede lid ingetrokken verordening blijven van
                                                  kracht tot de termijn waarvoor zij zijn genomen is
                                                  verstreken of totdat zij zijn ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als:
                                                Subsidieverordening monumenten en cultuurhistorische
                                                waarden Lingewaard 2007.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van
                        28 juni 2007.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Th.G.L. Greep H.H. de Vries</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>I TOELICHTING ALGEMEEN</label></kop><al>De gemeente Lingewaard hecht aan een duurzame
                                            instandhouding van het culturele erfgoed binnen de
                                            gemeente. Op basis van deze verordening kan de gemeente
                                            subsidie verstrekken aan hen die daadwerkelijk willen
                                            bijdragen aan het behoud en de ontwikkeling van de
                                            cultuurhistorische waarden binnen de gemeente
                                            Lingewaard. </al><al>Cultuurhistorie betreft niet enkel de historisch
                                            gebouwde omgeving maar ook de archeologie en het
                                            historische landschap.</al><al>Deze verordening beoogt een financieel beleidsinstrument
                                            te zijn voor de duurzame instandhouding en ontwikkeling
                                            van alle cultuurhistorische waarden. Duurzame
                                            instandhouding en ontwikkeling word ondermeer bereikt
                                            door onderhoud, restauratie, conservering en beheer van
                                            historisch bouwkundige, archeologische en historisch
                                            geografische objecten. </al><al>Vooralsnog is in hoofdstuk 2 van deze verordening enkel
                                            subsidiëring met betrekking tot de duurzame
                                            instandhouding van monumenten uitgewerkt. Op termijn is
                                            het opnemen van een regeling voor overige
                                            cultuurhistorische waarden mogelijk in hoofdstuk 3 (zie
                                            toelichting artikel 2).</al><al>De noodzaak tot het opstellen van deze nieuwe
                                            subsidieverordening komt voort uit de nieuwste
                                            beleidsontwikkelingen op het gebied van cultuurhistorie,
                                            de ervaringen in de dagelijkse praktijk met betrekking
                                            tot uitvoering van het monumentenbeleid en de van
                                            toepassing zijnde wet- en regelgeving (o.a. de
                                            regelgeving met betrekking tot subsidies opgenomen in de
                                            Algemene wet bestuursrecht (Awb)).</al><al>De nummering en formulering van deze verordening is
                                            opgesteld en zoveel mogelijk in overeenstemming met de
                                            Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving van de
                                            VNG.</al><al>Op grond van artikel 3:9a Awb is afdeling 3.3 van de
                                            Algemene wet bestuurecht tevens van toepassing op
                                            voorstellen van wet. Volgens de toelichting bij dit
                                            artikel betekent deze bepaling voor de lagere overheden
                                            dat op alle voorstellen voor regelingen en verordeningen
                                            zij rechtstreeks vallen onder de werking van afdeling
                                            3.3 Awb. Op grond van de verplichting van artikel 3:8
                                            Awb wordt dan ook vermeldt dat de conceptversie van deze
                                            verordening is opgesteld door de mevr. mr. P. Nijhoff
                                            van Buro Langhenkel Noord bv te Zwolle in nauwe
                                            samenwerking met afdeling BWM van de gemeente
                                            Lingewaard.</al><al><vet>II</vet><vet> TOELICHTING PER ARTIKEL</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Lid m: Op basis van de Monumentenverordening Lingewaard 2007 kan het
                            verrichten van een bouwhistorisch onderzoek verplicht gesteld worden
                            opdat meer inzicht verkregen wordt in de historische geschiedenis van
                            een gebouw. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Vooralsnog is in deze verordening alleen een subsidieregeling voor
                            monumenten opgenomen (hoofdstuk 3). De intentie is om op termijn
                            subsidie te kunnen verlenen voor werkzaamheden welke betrekking hebben
                            op monumenten én cultuurhistorische waarden in brede zin. Reden hiervoor
                            zijn de landelijke en Europese (Verdrag van Matla) beleidsontwikkelingen
                            waardoor in de toekomst niet langer volstaan zal kunnen worden met enkel
                            een subsidieregeling voor historisch bouwkundige monumenten. Momenteel
                            wordt het cultuurhistorisch beleid van de gemeente Lingewaard
                            uitgewerkt. Naar aanleiding van het Verdrag van Malta wordt allereerst
                            het archeologische beleid uitgewerkt. In 2008 zal naar verwachting een
                            integrale nota cultuurhistorie tot stand komen. Naar aanleiding van de
                            genoemde integrale nota kan blijken dat het subsidiëren van initiatieven
                            met betrekking tot andere cultuurhistorische waarden, anders dan
                            monumenten, gewenst is. Daartoe kan vervolgens in hoofdstuk 3 van deze
                            verordening een regeling opgenomen worden. Een dergelijke regeling zal
                            ook onder andere duidelijkheid moeten verschaffen over de vraag welke
                            cultuurhistorische waarden voor subsidiëring in aanmerking komen. Tot
                            die tijd voorziet deze verordening enkel in een subsidieregeling voor
                            gemeentelijke monumenten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het cultuurhistorisch beleid is op dit moment nog duidelijk in
                            ontwikkeling. In het kader van deze nieuwe ontwikkeling is het zeer wel
                            denkbaar dat nadere uitwerking van het subsidiebeleid noodzakelijk is.
                            Deze bepaling biedt het college de mogelijkheid dergelijke regels te
                            stellen zonder dat daartoe de verordening gewijzigd vastgesteld moet
                            worden. Daardoor kan het college slagvaardiger optreden. In verband met
                            de subsidieregeling voor monumenten stelt het college in ieder geval een
                            lijst met subsidiabele kosten vast zodat de eigenaren van monumenten op
                            dat punt rechtszekerheid geboden kan worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Geen toelichting nodig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle subsidie aanvragen
                            welke ingediend worden op basis van deze verordening. </al><al>Voor de subsidies met betrekking tot monumenten is een nadere regeling
                            opgenomen in hoofdstuk 2 ten opzichte van hetgeen geregeld in de Awb.
                            Dat betekent dat de Awb van toepassing blijft voor zover door middel van
                            deze verordening niet wordt afgeweken van de bepalingen in de Awb.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Subsidieverlening kan niet alleen per boekjaar maar ook, bijvoorbeeld op
                            basis van een meerjarenonderhoudsplan, voor een langere periode
                            plaatsvinden. In het laatste geval ontbreekt een jaarlijkse beschikking
                            tot subsidieverlening en kan worden volstaan met de jaarlijkse
                            vaststelling op grond van de door de aanvrager aangeleverde gegevens.
                            Dit artikel biedt het college de mogelijkheid een dergelijke langlopende
                            subsidie op basis van een indexering bij te stellen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>In geval van monumenten is sprake van een jaarlijks vast te stellen
                            subsidieplafond. Volledigeaanvragen worden op volgorde van
                            binnenkomst behandeld. Dat betekent dat een subsidieaanvraag geweigerd
                            moet worden als het budget opgebruikt is, ook al kan een aanvrager op
                            grond van deze verordening aanspraak maken op de betreffende subsidie. </al><al>In geval van een onvolledige aanvraag dient de aanvrager, conform de
                            Awb, in de gelegenheid gesteld te worden zijn onvolledige aanvraag te
                            completeren. Als hij dat nalaat binnen de daartoe gesteld termijn, wordt
                            de aanvraag niet verder in behandeling genomen. Immers in dit artikel
                            wordt bepaald dat enkel volledige aanvragen in behandeling genomen
                            worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De subsidieaanvraag kan betrekking hebben op restauratie en onderhoud.
                            Het onderscheid tussen onderhoud en restauratie hangt samen met de aard
                            en omvang van de werkzaamheden. Onderhoudswerkzaamheden zijn meer
                            gericht op het instandhouden van de bouwkundige staat van het gebouw.
                            Restauratiewerkzaamheden zijn naar hun aard meer gericht op een veelvoud
                            van verschillende werkzaamheden en gericht op het herstel van het casco
                            van het gebouw. In geval van ingrijpende herstelwerkzaamheden aan het
                            interieur van het monument is er veelal sprake van restauratie. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De aanvrager kan verplicht worden een recent (niet ouder dan een jaar)
                            inspectierapport van de Monumentenwacht te overleggen. Ook een
                            bouwhistorisch onderzoek kan verplicht gesteld worden. In de praktijk
                            zal echter al, indien het college dit noodzakelijk acht, in het kader
                            van de vergunningverlening op basis van de Monumentenverordening
                            Lingewaard 2007 om een inspectierapport en/of bouwhistorisch onderzoek
                            verzocht worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het college stelt een lijst van subsidiabele kosten vast. Op basis van
                            artikel 10 van de Monumentenverordening Lingewaard 2007 kan het college
                            in de monumentenvergunning voorschriften opnemen met betrekking tot de
                            wijze van uitvoering van de vergunde werkzaamheden. Indien deze
                            voorschriften niet in acht genomen worden wordt er geen subsidie
                            verstrekt (artikel 15).</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>In de beschikking tot subsidieverlening kunnen voorschriften opgenomen
                            worden die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
                            Daarbij kan men onder meer denken aan voorschriften met betrekking tot
                            de wijze van uitvoering van de werkzaamheden (geldt eigenlijk alleen in
                            die gevallen dat geen monumentenvergunning vereist is omdat anders op
                            basis van artikel 15 de vergunningsvoorschriften al direct bindend zijn
                            voor de subsidieaanvrager) en de termijn waarbinnen de werkzaamheden
                            gestart en afgerond moeten worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Geen toelichting nodig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Er wordt een ondergrens per aanvraag gehanteerd. Dit zodat de
                            administratieve kosten in redelijke verhouding staan tot de subsidiabele
                            kosten van de uit te voeren werkzaamheden.</al><al>Een aanvraag kan een zogenaamd meerjarenonderhoudplan betreffen. In een
                            dergelijk plan geeft de eigenaar voor meerdere jaren aan welke
                            werkzaamheden hij wil gaan uitvoeren. Hij kan daarvoor door middel van
                            één aanvraag subsidie voor het totaal aan werkzaamheden aanvragen.
                            Eigenaren die zelf de werkzaamheden verrichten doen dat meestal
                            gefaseerd. De uit tevoeren werkzaamheden worden dan opgedeeld in
                            meerdere kleinere klussen. De gemeente wil door het indienen van
                            meerjarenonderhoudsplannen mogelijk te maken bewerkstelligen dat ook die
                            eigenaren, ondanks de gehanteerde ondergrens, in aanmerking kunnen komen
                            voor subsidie. Ander belangrijk voordeel is dat op deze wijze voorkomen
                            wordt dat voor iedere klus een nieuwe subsidieaanvraag ingediend moet
                            worden. </al><al><vet>Leden 2 en 3</vet></al><al>In geval van een meerjarenonderhoudsplan kan per boekjaar een maximum
                            bedrag beschikbaar gesteld worden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Zowel bij onderhoud als bij restauratie zijn de werkzaamheden gericht op
                            het niet aantasten van de bestaande cultuurhistorische kwaliteiten en
                            het herstel van een historisch verantwoorde staat van het beschermde
                            object. Wat die historisch verantwoorde staat is, kan aan de hand van
                            bouwhistorisch onderzoek worden aangetoond. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al><vet>Lid 6</vet></al><al>In geval loonkosten ook “in rekening gebracht” worden dienen de
                            werkzaamheden verricht te worden door een erkend bedrijf. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Uitvoeringsvoorschriften zullen voornamelijk opgenomen worden in de
                            monumentenvergunning. Voor die gevallen dat geen monumentenvergunning
                            nodig is, kan het college bij het besluit tot subsidieverlening nog
                            voorschriften stellen. In de door het college opgestelde
                            uitvoeringsvoorschriften wordt vooral aandacht geschonken aan zaken als
                            materiaal gebruik en wijze van toepassing.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Gelet op de omschrijving van het begrip uitvoeringsvoorschriften in
                            artikel 1 onder m, betreft het hier de voorschriften opgenomen in de
                            verleende monumentenvergunning of de op basis van artikel 14 van deze
                            verordening in het besluit tot subsidieverlening opgenomen
                            voorschriften.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Tijdens de werkzaamheden kunnen zich onverwachte feiten openbaren die
                            een gewijzigde uitvoering noodzakelijk maken. Dit artikel voorziet in de
                            mogelijkheid om, na instemming van het college, af te wijken van de bij
                            de aanvraag overgelegde gegevens.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Geen toelichting nodig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Geen toelichting nodig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Geen toelichting nodig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Geen toelichting nodig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Indien de aanvraag niet volledig is dient de aanvrager een termijn
                            gesteld te worden waarbinnen hij de aanvraag kan completeren. Pas na het
                            completeren van de voor de beoordeling benodigde gegevens begint de
                            termijn van 8 weken te lopen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>Geen toelichting nodig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>Hiermee wordt de eigenaar rechtszekerheid geboden met betrekking tot de
                            daadwerkelijke uitbetaling van de subsidiegelden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>Dit artikel bepaalt dat het college in bijzondere gevallen ten gunste
                            van de aanvrager kan afwijken van de bepalingen van deze verordening.
                            Zonodig wordt hierbij advies ingewonnen van de commissie Welstand en
                            Monumenten. Dit afwijken kan alleen maar ten gunste en nooit ten nadele
                            van de betrokken aanvrager. </al><al>Gedacht kan worden aan een situatie waar het, vanwege de staat waarin
                            het monument verkeerd, van belang is dat begonnen wordt met de
                            werkzaamheden voordat men bericht ontvangen heeft over de
                            subsidieverlening. Verder wordt met nadruk gemeld dat dit beperkt dient
                            te blijven tot bijzondere gevallen. Het gebruik maken van de
                            hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering. Het
                            college moet dan ook bij toepassing van deze clausule, in verband met
                            precedentwerking, extra zorgvuldig motiveren waarom in die situatie van
                            de verordening wordt afgeweken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23A</nr></kop><al>Anders dan bij gemeentelijke monumenten zijn er voor rijksmonumenten al
                            meerdere andere fiscale en subsidieregelingen van toepassing. Om die
                            reden is besloten het subsidiebudget behorende bij deze verordening te
                            beperken tot gemeentelijke monumenten. Eigenaren van rijksmonumenten
                            kunnen echter op basis van artikel 23A een verzoek voor subsidie
                            indienen bij de gemeenteraad. De gemeenteraad beoordeelt dan of zij in
                            dat specifieke geval extra financiële middelen beschikbaar wil
                            stellen.</al><al>Wat betreft procedure en wijze van aanvragen (indieningsvereisten,
                            gereedmelding etc.)worden de bepalingen in Hoofdstuk 2 van
                            overeenkomstige toepassing verklaard. Een beslistermijn van 8 weken is
                            gelet op de vergaderfrequentie van de gemeenteraad niet haalbaar. Om die
                            reden is deze bepaald op 3 maanden.</al><al>De eigenaar dient wel inzichtelijk te maken in hoeverre hij in
                            aanmerking komt voor fiscale aftrek en andere financiële regelingen
                            zodat de gemeenteraad deze gegevens bij haar beslissing mee kan laten
                            wegen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>Geen toelichting nodig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>De termijn welke ligt tussen bekendmaking en inwerkingtreding van deze
                            verordening kan het college gebruiken voor bijvoorbeeld het vaststellen
                            van de bij de uitvoering van deze verordening te hanteren
                            beleidsregels.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>Geen toelichting nodig.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>