<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50910_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws, Baarns Weekblad, 27 oktober 2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-10-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-11-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2004-12-16</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-06-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit nr. 84 van 27 oktober 2004</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Vastgesteld door de raad van de gemeente Baarn</vet></al><al><vet>bij besluit </vet><vet>nr. 84 van 2004</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid of plaatsvervangend lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie.</al></li><li nr="f."><al>raadsfracties: fracties zoals bedoeld in artikel 5 van het
                                    Reglement van Orde voor vergaderingen en ander werkzaamheden van
                                    de gemeenteraad.</al></li><li nr="g."><al>fractievoorzittersoverleg: fractievoorzittersoverleg zoals
                                    bedoeld in artikel 3b van het Reglement van Orde voor
                                    vergaderingen en ander werkzaamheden van de gemeenteraad.</al></li><li nr="h."><al>agendacommissie: agendacommissie zoals bedoeld in artikel 3c van
                                    het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere
                                    werkzaamheden van de gemeenteraad<cursief>.</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie voor Samenleving, Bestuur en Financiën
                                            (Commissie SBF);</al></li><li nr="b."><al>commissie voor Ruimtelijke Omgeving en Beheer (Commissie
                                            ROB);</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De raadscommissie Samenleving, Bestuur en Financien adviseert en
                                    overlegt over de volgende onderwerpen:</al><al>Algemene en Bestuurlijke zaken, Personeel en Organisatie,
                                    Automatisering, Rechtsbescherming, Relatiebeheer en
                                    Communicatie, Burgerzaken, Openbare orde en Veiligheid,
                                    Brandweerzaken, Regionale samenwerking, Economische zaken,
                                    Onderwijs, Emancipatiebeleid, Sport, Kunst en Cultuur,
                                    Oudheidskunde, Kabelnet en Lokale omroep, Minderheden en
                                    Vluchtelingen, Zorg (ouderen/ gehandicapten), Welzijn,
                                    Kinderwerk, Volksgezondheid, Huursubsidies, Werk en Inkomen,
                                    Financiën en Belastingen;</al></li><li nr="3."><al>De raadscommissie Ruimtelijke omgeving en Beheer adviseert en
                                    overlegt over de volgende onderwerpen:</al><al>Aanleg, Onderhoud en Beheer van wegen, straten en pleinen,
                                    Verkeer, Ruimtelijke ordening, Volkshuisvesting, Milieu,
                                    Afvalverwerking, Groen, Begraafplaats, Recreatievoorzieningen,
                                    Dorpsvernieuwing (ISV), Gemeentelijke eigendommen,
                                    Grondexploitaties;</al></li><li nr="4."><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                    onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij
                                    de agendacommissie beslist dat een gezamenlijke vergadering van
                                    de raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het
                                    onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt.</al></li><li nr="5."><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                    belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het
                                    onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken: </al><lijst><li nr="1."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2 tweede of
                                    derde lid<cursief>,</cursief> genoemde onderwerpen;</al></li><li nr="2."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="3."><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester over in
                                    ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in
                                    artikel 2, tweede of derde lid, genoemde onderwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadscommissie bestaat uit tenminste één en maximaal drie leden
                                per fractie naar evenredigheid van het aantal zetels in de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op
                                voordracht van de fracties benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een lid, tevens lid van de raad, verhinderd is een
                                vergadering bij te wonen, kan hij/zij zich doen of laten vervangen
                                door een ander lid van de gemeenteraad, dat deel uitmaakt van
                                dezelfde fractie of politieke groepering als waartoe het betreffende
                                lid behoort, mits het lid de griffier en/of voorzitter van de
                                commissie hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte stelt of laat
                                stellen onder vermelding wie als plaatsvervanger zal optreden.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4a Plaatsvervangende leden van buiten de raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>a. De raad kan voor de vertegenwoordiging van fracties of
                                    politieke groeperingen op voorstel van zodanige fractie of
                                    groepering een plaatsvervangend lid van buiten de zittende raad
                                    benoemen. De betreffende fractie of groepering is in haar
                                    voorstel beperkt tot de lijst, zoals die door het centraal
                                    stembureau, overeenkomstig artikel P19 van de Kieswet, is
                                    vastgesteld aan de hand van de definitieve uitslag van de
                                    laatstgehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad.</al></li><li nr="b."><al>Het aantal te benoemen niet-raadsleden bedraagt per fractie
                                    bedraagt ten hoogste één.</al></li><li nr="c."><al>De overeenkomstig lid 1 sub a van dit artikel benoemde persoon
                                    geeft per omgaande schriftelijk bericht aan de raad over het al
                                    dan niet aannemen van zijn of haar benoeming.</al></li><li nr="d."><al>In het geval de overeenkomstig lid 1 sub a van dit artikel
                                    benoemde persoon de benoeming niet aanneemt of het bericht als
                                    bedoeld in lid 1 sub c van dit artikel langer dan zeven dagen,
                                    gerekend vanaf de datum van benoeming, uitblijft dan benoemt de
                                    raad in zijn eerstvolgende vergadering op voorstel van de
                                    fractie of groepering een ander persoon van de lijst als bedoeld
                                    in lid 1 sub a van dit artikel.</al></li><li nr="2."><al>a. Voor toelating van een overeenkomstig lid 1 van dit artikel
                                    benoemde plaatsvervanger gelden de eisen ten aanzien van
                                    lidmaatschap, openbaarmaking van nevenfuncties en onverenigbare
                                    betrekkingen overeenkomstig de bepalingen in de artikelen 10 tot
                                    en met 13 van de Gemeentewet.</al></li><li nr="b."><al>Wanneer de plaatsvervanger, zoals bedoeld in lid 1 niet voldoet
                                    aan de eisen genoemd in lid 2 sub a van dit artikel dan benoemt
                                    de raad in zijn eerstvolgende vergadering op voorstel van de
                                    fractie of groepering een ander persoon van de lijst als bedoeld
                                    in lid 1 sub a van dit artikel.</al></li><li nr="3."><al>a. Het lidmaatschap van een overeenkomstig lid 2 sub a van dit
                                    artikel toegelaten plaatsvervanger vangt aan met ingang van de
                                    eerste vergadering van de commissie(s)waarin de
                                    plaatsvervanger is benoemd, volgend op die benoeming.</al></li><li nr="b."><al>Het lidmaatschap eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van
                                    de gemeenteraad afloopt of zoveel eerder als niet meer wordt
                                    voldaan aan de eisen als bedoeld in lid 2 sub a van dit artikel,
                                    danwel de plaatsvervanger tussentijds uit zijn of haar functie
                                    wordt ontslagen.</al></li><li nr="c."><al>Op het tussentijds nemen van ontslag is het bepaalde in artikel
                                    X2 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.</al><al> In het geval van een tussentijdse plaatsvervangers-vacature
                                    benoemt de raad in zijn eerstvolgende vergadering op voorstel
                                    van de fractie of groepering een ander persoon van de lijst als
                                    bedoeld in lid 1 sub a van dit artikel.</al></li><li nr="4."><al>Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de
                                    plaatsvervangende leden die geen lid zijn van de raad in
                                    hun/(een) eerste commissievergadering, in handen van de
                                    voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:</al><al> «Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid/plaatsvervangend lid
                                    van de commissie benoemd te worden, rechtstreeks noch
                                    middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift
                                    of gunst heb gegeven of beloofd.</al><al> Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te
                                    doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of
                                    enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.</al><al> Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat
                                    ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als
                                    lid/plaatsvervangend lid van de commissie naar eer en geweten
                                    zal vervullen.</al><al> Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!» (Dat verklaar en beloof
                                    ik!»)</al></li><li nr="5."><al>Voor plaatsvervangende leden als bedoeld in dit artikel gelden
                                    de verboden handelingen en stemmingen overeenkomstig het
                                    bepaalde in artikel 15 respectievelijk artikel 28 van de
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr="6."><al>De raad kan een plaatsvervangend lid als bedoeld in dit artikel,
                                    op voordracht van de desbetreffende fractie of groepering,
                                    ontslaan. In zodanig geval is het bepaalde in lid 4 van dit
                                    artikel van toepassing.</al></li><li nr="7."><al>Voor plaatsvervangende leden als bedoeld in dit artikel is de
                                    gemeentelijke "Regeling geldelijke voorzieningen raads- en
                                    commissieleden 1994" of enige daarvoor in de plaats komende
                                    regeling van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                                midden benoemd voor de periode van 1jaar, voor het
                                verstrijken waarvan het fractievoorzittersoverleg voordracht doet
                                aan de raad tot opvolging van de voorzitter en plaatsvervangend
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het leiden van de vergadering;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het handhaven van de orde;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het doen naleven van deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid , de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                vierde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.
                                Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
                                zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter ondersteuning van iedere raadscommissie fungeert een ambtenaar
                                als commissiegriffier. De raad en het college beslissen in overleg
                                welke ambtenaar deze functie vervult.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door
                                daartoe door de raad en het college aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De agendacommissie kan de burgemeester en één of meer wethouders
                                uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de
                                beraadslagingen deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de burgemeester of een wethouder bij een vergadering aanwezig
                                wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe
                                een verzoek aan de agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De agendacommissie neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige
                                beslissing op het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadscommissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat
                                de burgemeester en één of meer wethouders niet in de vergadering
                                aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gemeentesecretaris</titel></kop><al>De raadscommissie kan het college verzoeken de secretaris aanwezig te
                            laten zijn in de vergadering en deel te laten nemen aan de
                            beraadslagingen als bedoeld in deze verordening. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Openbaarheid, tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Openbaarheid</titel></kop><al>De vergaderingen van de raadscommissies zijn in principe
                                openbaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie
                                        plaats op:</al></li><li nr="a."><al>SBF plaats op 2<sup>e</sup> dinsdag van de maand;</al></li><li nr="b."><al>ROB plaats op 2<sup>e</sup> donderdag van de maand;</al></li></lijst><al>De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 20.00 uur en
                                vinden plaats in het gemeentehuis. Alle vergaderdata worden vermeld
                                in de jaarkalender.</al><lijst><li nr="2."><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de
                                        agendacommissie het nodig oordeelt of indien tenminste twee
                                        fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom
                                        verzoeken. In dergelijke gevallen wordt door de
                                        agendacommissie overleg gevoerd met de leden van de
                                        betreffende raadscommissie.</al></li><li nr="3."><al>De agendacommissie kan in bijzondere gevallen een andere dag
                                        of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats
                                        aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier. In
                                        dergelijke gevallen wordt door de agendacommissie overleg
                                        gevoerd met de leden van de betreffende raadscommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep</titel></kop><al>1.De voorzitter zendt ten minste 14dagen voor een
                                vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van
                                de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.</al><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al><al>2.Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 13, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48
                                uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de
                                    agendacommissie de agenda van de vergadering voorlopig
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de agendacommissie na het verzenden
                                    van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang
                                    van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De
                                    raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging
                                    melding in de openbare kennisgeving, bedoeld in artikel 14.
                                    Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter
                                    inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                    leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huis
                                    bladen of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke
                                    wijze en zo mogelijk door plaatsing op de internetsite van de
                                    gemeente ter openbare kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda
                                    en de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als
                                    bedoeld in artikel 17.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter inventariseert bij opening van de vergadering of
                                    er burgers zijn die gebruik wensen te maken van het spreekrecht.
                                    De voorzitter kan de spreektijd van inspreker maximeren tot 5
                                    minuten per inspreker met een gezamenlijke maximum spreektijd
                                    van 30 minuten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter stelt de agendapunten waarover de burgers vooraf
                                    en eventueel in tweede termijn wensen vragen te stellen of
                                    opmerkingen te maken, in een door hem/haar te bepalen volgorde,
                                    eerst bespreekbaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter stelt ten aanzien van de overige agendapunten,
                                    inbegrepen de onderwerpen die door de leden van de commissie in
                                    de rondvraag aan de orde gesteld, de burgers eenmaal in de
                                    gelegenheid vragen te stellen of opmerkingen te maken, nadat de
                                    commissie daarover in eerste termijn heeft beraadslaagd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kan bij de aanvang of in de loop van de
                                    beraadslaging een regeling treffen ten aanzien van de spreektijd
                                    van de insprekers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17a</nr><titel>Burgerinitiatief</titel></kop><al>Participatie van de burger door middel van toepassing het
                                initiatiefrecht is vormgegeven in een afzonderlijke "Verordening op
                                het Burgerinitiatief 2002".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontwerp-notulen van de voorgaande vergadering worden, zo
                                    mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep. De ontwerp-notulen worden op hetzelfde
                                    moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering worden, zo mogelijk, de notulen
                                    van de vorige vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders ,
                                    hebben het recht, een voorstel tot wijziging van de notulen aan
                                    de raadscommissie te doen, indien de notulen onjuistheden
                                    bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten
                                    is. Een voorstel tot verandering dient voor de vaststelling van
                                    de notulen bij de commissiegriffier te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De notulen moeten inhouden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de commissiegriffier,
                                    de burgemeester en de wethouders, de secretaris en de ter
                                    vergadering aanwezige leden, allen voorzover aanwezig, alsmede
                                    van de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig waren.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van
                                    de namen der aanwezigen die het woord voerden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van
                                    de namen van de leden die mededeling hebben gedaan van hun goed-
                                    of afkeuring, en met aantekening van de namen van de leden die
                                    zich niet uitgelaten hebben;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                    die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 26
                                    door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de
                                    beraadslagingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de
                                    commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter, de burgemeester, een wethouder, de
                                    griffier, de commissiegriffier en de secretaris spreken vanaf
                                    hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de
                                    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in
                                    het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats
                                    spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de burgemeester, een wethouder of de secretaris, de
                                    griffier, de commissiegriffier<cursief>,</cursief> voeren het
                                    woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord
                                    wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
                                    verordening te herinneren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                    spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                    afronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg
                                    geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin
                                    zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                    ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het
                                    voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat
                                    het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter
                                    hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid
                                    bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
                                    vergadering worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties
                                    opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De notulen van een besloten vergadering worden uitsluitend
                                toegezonden aan raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                                raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken
                                van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter
                                en de commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitteren gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke Referendumwet,
                                treedt deze verordening in werking 16 december 2004.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt de verordening "Verordening op de
                                raadscommissies 2002”.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>