<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50873_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemeen plaatselijke verordening gemeente Veendam 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Veendammer, 6 oktober 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Veendam 2010.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>449/Veiligheid</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Veendam 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Nummer: 449/Veiligheid </vet></al><al>De raad van de gemeente Veendam;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 augustus
                        2010;</al><al>overwegende dat het aanbeveling verdient regels te stellen ter handhaving
                        van de openbare orde;</al><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>vast te stellen de volgende </al><al/><al><vet>Algemene plaatselijke verordening gemeente Veendam 2010</vet></al><al/><al>luidende als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de gemeentelijke
                                    Bouwverordening;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of artikel
                                4:11. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex silencio positivo wel van toepassing.</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen van deze verordening:</al><lijst><li nr="·"><al>Artikel 2:9 Ontheffingen van het verbod optreden als
                                    straatartiest; </al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:23 Vergunning organisatie snuffelmarkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Lex silencio positivo niet van toepassing.</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing voor de
                            volgende artikelen van deze verordening:</al><lijst><li nr="·"><al>Artikel 2:25 Vergunning evenementen; </al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca; </al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:39 Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:4 Vergunning seksinrichting; </al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:18 Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                    nachtverblijf buiten </al><al> Kampeerterreinen; </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1.</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden dan wel te vechten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van
                                    de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden
                                    zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2:3]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2:3]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een
                                    weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke
                                    functie daarvan, als:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van het plaatsen van uitstallingen en/of objecten,
                                    reclame-uitingen, hinderlijke beplanting en terrassen, zulks om
                                    het doelmatig en veilig gebruik van de weg, dan wel het
                                    doelmatig beheer en onderhoud daarvan te bevorderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10.1</nr><titel>Opheffing vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 2.10 is niet vereist voor
                                    uitstallingen in de door burgemeester en wethouders aan te
                                    wijzen gebieden, mits is voldaan aan de hiervoor door
                                    burgemeester en wethouders vastgestelde algemene bepalingen en
                                    regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder uitstallingen verstaan: de in de
                                    openbare ruimte bij een winkel of </al><al>een dienstverlenend bedrijf tentoongestelde goederen,
                                    aanwijsborden en reclameobjecten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder reclameobjecten worden in dit verband mede verstaan
                                    speeltoestellen en/of speelautomaten voor kinderen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag.een weg
                                    aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te
                                    graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar
                                            de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                                            gedaan aan het college, onder indiening van een
                                            situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de
                                            bestaande situatie;</al></li><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                            heeft verboden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in het kader van de openbare orde of de woon- en
                                    leefomgeving nadere</al><al> regels stellen<vet>. </vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen
                                    zes weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    gewenste uitweg wordt verboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                        Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in her daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 3, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept> .</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:20    Vallende voorwerpen </label></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                    voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                    openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
                                    of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende zijn besluit
                                    bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een
                                    voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet
                                    1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><al>a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al><al>b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten, te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    provinciale vaarwegenverordening van de Provincie
                                    Groningen.</al><al/></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel/></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9, 2:39 en
                                            2:73.1 van deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="c."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                    buurtbarbecue op een dag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 08.00 uur en 24.00 uur
                                            plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of
                                            na 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator minimaal vijftien werkdagen voorafgaand
                                            aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen tien werkdagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld
                                    in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare
                                    orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu
                                    in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10, juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26.1</nr><titel>Betaald Voetbal wedstrijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder organisator
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>de betaald voetbalorganisatie “B.V. Veendam”, indien
                                                het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste
                                                elftal van de betaald voetbalorganisatie “B.V.
                                                Veendam” alsthuisspelende ploeg betrokken is
                                                uitgezonderd wedstrijden buiten enig
                                                competitieverband tegen een amateur
                                                voetbalorganisatie;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betreft
                                        een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig
                                        van buiten de gemeente Veendam, waarbij tenminste één
                                        betaald voetbalorganisatie is betrokken en indien het
                                        betreft een A interland;</al></li><li nr="c."><al>degene, die buiten de gevallen, genoemd onder a en b een
                                        voetbalwedstrijd organiseert, waarbij tenminste één betaald
                                        voetbalorganisatie is betrokken.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de
                                                burgemeester een voetbalwedstrijd als bedoeld in het
                                                eerste lid te organiseren.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag voor een vergunning kan meerdere
                                                wedstrijden betreffen.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan, met betrekking tot een
                                                voetbalwedstrijd, aan de organisator voorschriften
                                                opleggen in het belang van de openbare orde en
                                                veiligheid.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning kan worden geweigerd indien de vrees
                                                bestaat dat het doen spelen van de wedstrijd
                                                ernstige verstoring van de openbare orde
                                                oplevert.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26.2</nr><titel>Stadionomgevingsverbod</titel></kop><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan een
                                persoon schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de
                                omgeving van het stadion vanaf 4 uur voor het vastgestelde
                                aanvangstijdstip tot 4 uur na afloop van voetbalwedstrijden. Het
                                verbod geldt voor een bepaalde periode die niet langer is dan 2
                                jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26.3</nr><titel>Orde in verband met voetbalwedstrijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in een voetbalstadion de orde te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vanaf 4 uur voor het vastgestelde begin van een voetbalwedstrijd
                                    tot 4 uur na afloop van een voetbalwedstrijd is het niet
                                    toegestaan voorwerpen mee te voeren waarvan redelijkerwijs kan
                                    worden aangenomen dat deze zijn bedoeld om de openbare orde te
                                    verstoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26.4</nr><titel>Verwijderingsplicht voetbalsupporters</titel></kop><al>Personen, die zich door kleding, uitrusting of gedragingen
                                manifesteren als voetbalsupporters en niet in het bezit zijn van een
                                geldig toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd, dan wel tegen wie
                                het vermoeden bestaat dat zij voornemens zijn de orde te verstoren,
                                zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar
                                van Politie met inachtneming van diens aanwijzingen, naar een in het
                                bevel aangegeven plaats, dan wel buiten de gemeentegrenzen te
                                begeven.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in
                                        ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                        cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.</al><al> Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit
                                        bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                    exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester kan
                                    de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of
                                    zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning,
                                    waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal
                                    komen te staan door de exploitatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel
                                    als bedoeld in <onderstreept>artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet</onderstreept> voor zover de horeca een
                                    nevenactiviteit is van de winkelactiviteit;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor het horecabedrijf als bedoeld in het vijfde lid gelden
                                    dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen;</al></li><li nr="b."><al>een horecabedrijf in musea;</al></li><li nr="c."><al>een bedrijfskantine of - restaurant</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.29</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor
                                        bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten
                                        of te laten verblijven:</al><lijst><li nr="-"><al>op maandag (dat is zondagnacht) tot en met vrijdag
                                                (dat is donderdagnacht) tussen 01:00 uur en 07:00
                                                uur;</al></li><li nr="-"><al>op zaterdag (dat is vrijdagnacht) en zondag (dat is
                                                zaterdagnacht) tussen 02:00 uur en 07:00 uur.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden het bij het
                                        bedrijf behorend terras voorbezoekers geopend te hebben en
                                        aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven:</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>op zondag tot en met donderdag tussen 23.00 uur en 07.00
                                        uur;</al></li><li nr="-"><al>op vrijdag en zaterdag tussen 24.00 uur en 07.00 uur.</al><lijst><li nr="3."><al>Overeenkomstig het gestelde in artikel 1.4 kan de
                                                burgemeester door middel van
                                                eenvergunningvoorschrift voor een afzonderlijk
                                                horecabedrijf of een daartoe behorend terras andere
                                                sluitingstijden vaststellen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                        sluitingstijden genoemd in het eerste en tweede lid, voor
                                        zover dat past binnen hetgeen is bepaald in de nota
                                        “Integraal Horecabeleid”.</al></li><li nr="5."><al>Het in het eerste, tweede, derde en vierde lid bepaalde
                                        geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                        voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                        voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijke sluitingstijden (art. 2:29.3) danwel andere dan de
                                    krachtens de artikelen 2:29.1 en 2:29.2 vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:32    Handel in horecabedrijven</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.33</nr><titel>Ordevestoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf een inrichting is in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174">artikel 174 van de Gemeentewet</extref> , treedt het college op
                                als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tor
                                en met 2:31</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de
                                        uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                                        mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen
                                        wordt verschaft;</al></li><li nr="2."><al>houder: degene die een inrichting exploiteert, dan wel
                                        daarin de feitelijke leiding heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende
                                van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres,
                                woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van
                                aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                    geheel niet zijn toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een - al dan niet voor het publiek toegankelijk
                                    - lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een
                                    voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend
                                    erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en het tweede
                                    lid bedoelde verboden</al><al> ontheffing te verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken, kladden en bespuiten.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen,
                                    te bekladden of te bespuiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen en vervoer van geprepareerde
                                    voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid
                                    bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te
                                    bevinden in of op bij de</al><al> gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of</al><al> grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet zijn voorzien van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet indien dat rijden door omstandigheden
                                    redelijkerwijs gebillijkt wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement van de
                                    Provincie Groningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van (brom)fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden zich met een fiets, bromfiets, skateboard of
                                rollerskates te bevinden in overdekte winkelcentra en op een terrein
                                waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst, plechtigheid, e.d.
                                wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de
                                bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel van
                                    een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                    kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit
                                    gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            kort aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich
                                    met een hond op een openbare plaats bevindt, een hulpmiddel bij
                                    zich te hebben dat dient tot het opruimen van</al><al> hondenuitwerpselen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: is een voorwerp (muilkorf) die verwaardigd is
                                            van stevige kunststof, of van stevig leer of van beide
                                            stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond
                                            de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder
                                            toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig is
                                            ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten,
                                            dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe
                                            opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen
                                            binnen de kort aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 08.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening van de Provincie Groningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar overdag</al><al> mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en
                                        invliegen van de bijen te voorkomen.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement van de
                                        Provincie Groningen.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend register en daarin vermeldt
                                    hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; e. de naam en het adres van degene die het
                                            goed heeft verkregen.</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1º, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.71</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:</al><al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats
                                        te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan
                                        veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voor zover in het daarin</al></li></lijst><al>geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder
                                1, van het Wetboek van Strafrecht.</al><al>4.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>13A.</nr><titel>CARBIDSCHIETEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73.1</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een
                                    melkbus/container/opslagvat op explosieve wijze verbranden van
                                    acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide
                                    (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare
                                    eigenschappen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Carbidschieten is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet in de volgende
                                    gevallen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>carbidschieten dat plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur
                                    en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar, waarbij
                                    gebruik gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 1
                                    liter, mits daarbij geen handelingen worden verricht of
                                    nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of
                                    redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen
                                    optreden voor mens en milieu;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>carbidschieten dat plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur
                                    en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar op een erf
                                    behorende bij een woning buiten de bebouwde kom, waarbij gebruik
                                    gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 60 liter,
                                    mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><al>1. er zijn maximaal vier personen aanwezig die carbidschieten,
                                    waaronder een meerderjarige bewoner van betreffende woning die
                                    ervoor zorg draagt dat deze voorwaarden worden nageleefd.</al><al>2. er worden geen handelingen verricht of nagelaten waarvan
                                    degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs
                                    had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor
                                    mens en milieu.</al><al>3. er worden in totaal niet meer dan twee bussen gebruikt.</al><al>4. naast de onder 1, genoemde personen is er geen publiek
                                    aanwezig anders dan bewoners van de betreffende woning.</al><al>5. de afstand vanaf de plek waar het carbidschieten plaatsvindt
                                    tot gebouwen van derden bedraagt tenminste 100 meter.</al><al>6. het vrijschootsveld bedraagt tenminste 75 meter; dit terrein
                                    is in eigendom van of wordt gehuurd of gepacht door een bewoner
                                    van de betreffende woning; </al><al> 7. hierin liggen geen openbare paden of wegen. </al><al>8. indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang dient
                                    het schietterrein goed te worden verlicht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ter voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast, of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in
                                    de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het derde lid niet
                                    van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede
                                    lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet
                                    milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke
                                    stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing zijn.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74.1</nr><titel>Verblijfsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene die zich gedraagt in strijd met artikel 2:74 een verbod
                                    opleggen om zich gedurende het in dat verbod aangewezen tijdvak
                                    van ten hoogste 24 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen
                                    plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
                                    gedragingen hebben plaatsgehad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid
                                    van ten hoogste 24 uur is opgelegd en ten aanzien van wie binnen
                                    één jaar na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd, dat
                                    hij zich gedraagt in strijd met het 5<sup>e</sup> lid of de in
                                    het eerste lid genoemd artikel, een verbod opleggen om zich
                                    gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste
                                    veertien dagen te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen,
                                    waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
                                    plaatsgehad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in dit artikel van
                                    ten hoogste veertien dagen is opgelegd en ten aanzien van wie
                                    binnen één jaar na het opleggen van dit verbod wordt
                                    geconstateerd, dat hij zich gedraagt in strijd met het
                                    5<sup>e</sup> lid of het in het eerste lid genoemd artikel, een
                                    verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd
                                    tijdvak van ten hoogste vier weken te bevinden op in dat verbod
                                    aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
                                    gedragingen hebben plaatsgehad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het 1<sup>e</sup>, 2<sup>e</sup>,
                                    of 3<sup>e</sup> lid genoemde verboden, indien dat in verband
                                    met persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan straten en/of gebieden aanwijzen waar het
                                    verbod van kracht is.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in de artikelen 2:1.1, 2:1.2, 2:10, 2:26,
                                2:49, 2:50 en 2:73.1 van de Algemene plaatselijke verordening
                                groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere door de gemeenteraad aan te
                                    wijzen openbare plaatsen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele</al><al> handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele</al><al> handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatigof in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li></lijst><al>d.escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan
                                in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al><al>e.sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan
                                particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al><al>f.exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                                rechtspersonendie een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert,
                                dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die
                                rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of
                                personen;</al><lijst><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding</al><al> uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of
                                        escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>a. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen in door het college aangewezen
                                    gebieden of delen van de gemeente.</al><lijst><li nr="b."><al>Het aantal bedrijven waaraan het bevoegd bestuursorgaan
                                            een vergunning kan verlenen, is niet hoger dan één.</al></li><li nr="c."><al>De vergunning wordt verleend voor een periode van 4
                                            jaar; na 44 maanden zal opnieuw vergunning voor een
                                            volgende periode moeten worden aangevraagd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting te exploiteren in andere
                                    gebieden of delen van de gemeente dan de in het eerste lid
                                    bedoelde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                    249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                    417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al><al>3de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                    de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan de openingstijden en het
                                    verplichte sluitingsuur van een seksinrichting vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met het derde lid bepaalde geldt niet
                                    voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                    door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens de artikelen 3:6.1,
                                            1<sup>e</sup> lid of 2<sup>e</sup> lid, 3:6.2 ,
                                            1<sup>e</sup> lid of 2<sup>e</sup> lid en 3;6.3,
                                            1<sup>e</sup> lid, geldende sluitingsuren
                                            vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of
                                    vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden
                                    geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN DE ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer (zgn. Activiteitenbesluit);</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer kernen en/of wijken van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing zo mogelijk vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de <onderstreept>artikelen 2.17</onderstreept> ,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en<onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening- uiterlijk om 01.00 uur te worden beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal acht incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal acht
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwen gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen <onderstreept>2.17</onderstreept>,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en <onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening - uiterlijk om 01.00 uur beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in <onderstreept>artikel 2.18, eerste lid onder f en
                                            vijfde lid van het Besluit</onderstreept> binnen
                                        inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing,
                                        met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                                gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren
                                                of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                                gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                                terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                                voor zover het woningen betreft, gelden in
                                                geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld
                                                in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                                toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel e</al></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="4" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>07.00-19.00 uur</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>19.00-23.00 uur</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>23.00-07.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Onversterkte muziek, alleen ten behoeve van het oefenen door
                                        muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en
                                        fanfaregezelschappen, is in een inrichting gedurende de dag-
                                        en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus
                                        in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het
                                            <onderstreept>Besluit</onderstreept> van
                                        toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> of het Besluit
                                    toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                                    handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
                                    omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        geluidhinder</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Zondagswet</onderstreept> , de
                                        <onderstreept>Wet openbare manifestaties</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Vuurwerkbesluit</onderstreept> of de
                                    Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:6A</label><titel>Mosquito</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat
                                    dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge
                                    pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden
                                    van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester
                                    in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare
                                    plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige
                                    overlast door jongeren op die plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwezigheid en/ of de inwerkingtreding van een mosquito
                                    wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is
                                    aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                    overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een mosquito wordt aangebracht en/ of inwerkinggesteld voor een
                                    periode van ten hoogste 6 maanden. De burgemeester kan die
                                    periode telkens met een periode van ten hoogste 6 maanden
                                    verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.2</nr><titel>(Geluid)hinder in de open lucht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht een geluidsapparaat, een
                                    (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op
                                    een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de
                                    omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het
                                            verbod, vervat in het eerste id, niet van toepassing is
                                            op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing
                                            aangewezen categorieën van geluidsapparaten,
                                            (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover
                                            wordt voldaan aan de door het college vast te stellen
                                            voorschriften ter voorkoming of beperking van
                                            (geluid)hinder.</al></li><li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder
                                            meer betreffen:</al><lijst><li nr="-"><al>het maximale geluidsniveau;</al></li><li nr="-"><al>de situering van geluidsbronnen;</al></li><li nr="-"><al>de frequentie en tijden van gebruik.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet, voor zover de
                                            op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de
                                            Wegenverkeerswet, de Zondagswet, het Wetboek van
                                            Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement
                                            Verkeerstekens en verkeersregels of het Vuurwerkbesluit
                                            van toepassing zijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.3</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor
                                omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.4</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig
                                te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid)hinder ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.5</nr><titel>(Geluid)hinder door vrachtauto’s</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder
                                    ao, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, op
                                    zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een
                                    omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.6</nr><titel>Geluidhinder door horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf niet toegestaan muziek te
                                    bezigen binnen de inrichting als bedoeld in artikel 2.27,
                                    waarbij ramen en deuren geopend zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf niet toegestaan op of
                                    nabij een bij het horecabedrijf behorend terras muziek ten
                                    gehore te brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het bepaalde in het tweede lid ontheffing
                                    verlenen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>Met de inwerkingtreding van de Bomenverordening en de daarbij
                                behorende groen kaart, is afdeling 3 van hoofdstuk 4 ingetrokken. De
                                vergunning is nu geregeld in de Bomenverordening.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>[gereserveerd] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Kapvergunning</titel></kop><al>[gereserveerd] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:22 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15.1</nr><titel>Vergunningsplicht handelsreclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een
                                    onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp
                                    van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan
                                    ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</al><lijst><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in
                                                  het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die
                                                  niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf
                                                  de weg;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende
                                            zaken, daartoe aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de
                                            langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben
                                            op:</al><lijst><li nr="-"><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter
                                                  verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende
                                                  zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                                  hebben;</al></li><li nr="-"><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of
                                                  op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of
                                                  waarvoor die zaak is bestemd;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van
                                            in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van
                                            degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het
                                            bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn
                                            aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde
                                            bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke
                                            betekenis hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                            dienstbaar aan het o penbaar vervoer, indien deze zijn
                                            aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al><lijst><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor
                                                  opschriften of aankondigingen van kennelijk</al></li></lijst></li></lijst><al>tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben,
                                    mits:</al><lijst><li nr="a."><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk
                                            kennisgeving is gedaan aan het college;</al></li><li nr="b."><al>het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                            kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;</al></li><li nr="c."><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
                                            weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al><lijst><li nr="4."><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging
                                                  of afbeelding als bedoeld in het tweede en derde
                                                  lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te
                                                  brengen of ernstige hinder voor de</al></li></lijst></li></lijst><al>omgeving te veroorzaken.</al><lijst><li nr="5."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                            geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf,
                                                  hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                  redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                  overlast voor gebruikers van een in de nabijheid
                                                  gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Provinciale landschapsverordening;</al><lijst><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid onder a
                                                  geldt niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid onder c
                                                  geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                                  onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                                  milieubeheer.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vijfde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in
                                    het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                    bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                    plaatsen te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren op de weg te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden. Het
                                        gebruik van intekenlijsten is verboden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring gehouden wordt.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan onder door hem te stellen voorschriften
                                        vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde
                                        verbod voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij
                                        aangewezen instellingen.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen voor 13.00 uur en na 22.00
                                    uur en op maandagen t/m zaterdagen voor 08.00 uur en na 22.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent het venten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden,, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                            redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al><al><cursief>Zie de Ligplaatsenverordening</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al>[gereserveerd]</al><al><cursief>Zie de Ligplaatsenverordening</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>[gereserveerd]</al><al><cursief>Zie de Ligplaatsenverordening</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen
                                            gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                            oplevert.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod in het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, en
                                van de voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan de op
                                grond van deze verordening verleende vergunningen of ontheffingen,
                                wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of met een
                                geldboete van de tweede categorie. (artikel 23 Wetboek van
                                Strafrecht)</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van enige bepaling van deze verordening kan bovendien
                                worden gestraft met</al><al> openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast:de buitengewoon opsporingsambtenaren
                                (boa’s) en/ of de handhavers in dienst bij de Stichting
                                Veiligheidszorg Groningen</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2010, tenzij de
                                verordening op een later tijdstip wordt bekend gemaakt, dan geldt
                                als datum van inwerkingtreding deze latere datum van
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening
                                wordt de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Veendam,
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 29 september 2008, nummer 635 SO,
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            gemeente Veendam 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Veendam d.d. 27 september 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>R.Brekveld A. Meijerman</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlagen: Beleidsregels op basis van de Apv</titel></kop><table><tgroup cols="4" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="11*"/><colspec colname="col2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colwidth="58*"/><colspec colname="col4" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al><vet>Artikel</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al><vet>Hoofdstuk </vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al><vet>Naam beleidsregel</vet></al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al><vet>Vastgesteld</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>2, afdeling 3, paragraaf 1.</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Integrale Horecabeleid</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>24-04-2003</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.10</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Terrassen en uitstallingsbeleid</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>18-12-2006</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.10</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Handhavingsbeleid reclame langs openbare wegen in het
                                        buitengebied</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>24-08-2004</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.10</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Driehoeks reclameborden</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>14-12-2004</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.10</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Opruimen afval ten gevolge van oud en nieuw</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>10-10-2000</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.10</al><al>5.15</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Standplaatsen, venten en dienstverlening op of aan de
                                        openbare weg</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>01-11-2004</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.13</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Uitwegenbeleid</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>01-07-2003</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.25</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Beleidsregels schuurfeesten</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>30-10-2007</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.25</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Privé feesten op het openbare terrein</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>24-06-1986</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.26.2</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Stadion omgevingsverbod</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>15-02-2005</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.28</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Beleidsregel Wet BIBOB</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>19-12-2006</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.74</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Drugs- en coffeeshopbeleid</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>22-01-2008</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.77</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Notitie Cameratoezicht </al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>03-04-2006</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Nota Cameratoezicht</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>30-10-2007</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>3.4</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Nadere regels prostitutiebedrijven</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>1-10-2000</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>5.8 / 5.9</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Beleidsregels APV Team Ruimte</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>12-3-1991</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><titel>INHOUDSOPGAVE</titel></kop><al><vet>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al><al/><al>Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen.</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn.</al><al>Artikel 1:3 Te late indiening aanvraag.</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen.</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing.</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing. </al><al>Artikel 1:7 Termijnen.</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden. </al><al>Artikel 1:9 Lex silencio positivo wel van toepassing.</al><al>Artikel 1:10 Lex silencio positivo niet van toepassing.</al><al/><al><vet> HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE </vet></al><al/><al><vet> Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden. </vet></al><al>Artikel 2:1.1 Samenscholing en ongeregeldheden.</al><al>Artikel 2:1.2 Verblijfsontzeggingen.</al><al><vet> Afdeling 2 Betogingen. </vet></al><al>Artikel 2:2 Optochten. </al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen. </al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn.</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens. </al><al><vet> Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken. </vet></al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte </al><al>Stukken of afbeeldingen. </al><al><vet> Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg. </vet></al><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. </al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening. </al><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d.</al><al><vet> Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg. </vet></al><al>Artikel 2:10 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg.</al><al>Artikel 2:10.1 Opheffing vergunningsplicht</al><al>Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg. </al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg. </al><al><vet> Afdeling 6 Veiligheid op de weg. </vet></al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid. </al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes. </al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp.</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. </al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. </al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen. </al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp. </al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen.</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting. </al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn.</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs.</al><al><vet> Afdeling 7 Toezicht op evenementen. </vet></al><al>Artikel 2:24 Begripsomschrijving.</al><al>Artikel 2:25 Evenement.</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring.</al><al>Artikel 2:26.1 Betaald voetbal wedstrijden</al><al>Artikel 2.26.2 Stadionomgevingsverbod</al><al>Artikel 2:26.3 Orde in verband met voetbalwedstrijden</al><al>Artikel 2:26.4 Verwijderingsplicht voetbalsupporters</al><al><vet> Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven. </vet></al><al>Artikel 2:27 Begripsomschrijvingen. </al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf.</al><al>Artikel 2:29. Sluitingstijden.</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting. </al><al>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf.</al><al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven.</al><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring.</al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan.</al><al><vet> Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                        nachtverblijf.</vet></al><al>Artikel 2:35 Begripsomschrijvingen.</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie.</al><al>Artikel 2:37 Nachtregister.</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister.</al><al><vet> Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden. </vet></al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden.</al><al>Artikel 2:40 Speelautomaten.</al><al><onderstreept>Afdeling11 </onderstreept><onderstreept>
                        Maatregelen tegen overlast en baldadigheid. </onderstreept></al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal.</al><al>Artikel 2:42 Plakken, kladden en bespuiten.</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. </al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen.</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. </al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen.</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik </al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen.</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten.</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Artikel 2:52 Overlast van (brom)fietsen e.d.</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen.</al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur </al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren </al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties. </al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden.</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden.</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden.</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren.</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren </al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee.</al><al>Artikel 2:63 Duiven.</al><al>Artikel 2:63.1 Voederverbod (stads)duiven.</al><al>Artikel 2:64 Bijen. </al><al>Artikel 2:65 Bedelarij.</al><al><vet> Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen.
                    </vet></al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling.</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister.</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften, als bedoeld in artikel 437, ter eerste lid, </al><al> van het Wetboek van Strafrecht.</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen.</al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven.</al><al><vet> Afdeling 13 Vuurwerk. </vet></al><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen.</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk</al><al> tijdens de verkoopdagen.</al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling.</al><al>Artikel 2:73.1 Carbidschieten.</al><al><vet> Afdeling 14 Drugsoverlast. </vet></al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat.</al><al>Artikel 2:74.1 Verblijfsontzeggingen.</al><al><vet> Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                        cameratoezicht </vet></al><al><onderstreept>op openbare plaatsen.</onderstreept></al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding. </al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden.</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen.</al><al/><al><vet> HOOFDSTUK 3 SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
                    </vet></al><al/><al><vet> Afdeling 1 Begripsbepalingen. </vet></al><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen.</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan.</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels.</al><al><vet> Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.
                    </vet></al><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen.</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder.</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden. </al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting.</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder.</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie.</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels.</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van</al><al> erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d.</al><al><vet> Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden. </vet></al><al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn.</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden.</al><al><vet> Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer. </vet></al><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie.</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer. </al><al/><al><vet> HOOFDSTUK 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN DE ZORG VOOR
                        HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE </vet></al><al/><al><vet> Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting. </vet></al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen.</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten.</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten.</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten.</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek.</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder.</al><al>Artikel 4:6A Mosquito </al><al>Artikel 4:6.2 (Geluid)hinder in de open lucht </al><al>Artikel 4:6.3 (Geluid)hinder door dieren</al><al>Artikel 4:6.4 (Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</al><al>Artikel 4:6.5 (Geluid)hinder door vrachtauto’s</al><al>Artikel 4:6.6 (Geluid)hinder door horecabedrijven.</al><al><vet> Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging. </vet></al><al>Artikel 4:7 Straatvegen. Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen.</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet </al><al> openbare riolen en putten buiten gebouwen.</al><al><vet> Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden. </vet></al><al>Artikel 4:10 Begripsomschrijvingen.</al><al>Artikel 4:11 Kapvergunning.</al><al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege.</al><al><vet> Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast. </vet></al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen, enz. </al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen.</al><al>Artikel 4:15 verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al><al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht handelsreclame.</al><al><vet> Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen. </vet></al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling.</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buitenkampeerterreinen.</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen.</al><al/><al><vet> HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER
                        GEMEENTE</vet></al><al/><al><vet> Afdeling 1. Parkeerexcessen. </vet></al><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen.</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen. </al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen.</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken.</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen.</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen.</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen. </al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen.</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen.</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets.</al><al><vet> Afdeling 2. Collecteren. </vet></al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen.</al><al><vet> Afdeling 3 Venten. </vet></al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling.</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod.</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting.</al><al><vet> Afdeling 4 Standplaatsen. </vet></al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling.</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden.</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende.</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen.</al><al><vet> Afdeling 5 Snuffelmarkten. </vet></al><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling.</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt.</al><al><vet> Afdeling 6 Openbaar water. </vet></al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water.</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen.</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats. </al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats.</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken.</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen.</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water.</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen.</al><al><vet> Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en </vet></al><al>ruiterverkeer in natuurgebieden.</al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen.</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden. </al><al><vet> Afdeling 8 Verbod vuur te stoken. </vet></al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten </al><al>inrichtingen of anderszins vuur te stoken. </al><al><vet> Afdeling 9 Verstrooiing van as. </vet></al><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling.</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen. </al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast.</al><al/><al><vet> HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN </vet></al><al>Artikel 6:1. Strafbepaling. </al><al>Artikel 6:2. Toezichthouders.</al><al>Artikel 6:3. Binnentreden woningen.</al><al>Artikel 6:4. Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening. </al><al>Artikel 6:5. Overgangsbepaling.</al><al>Artikel 6:6. Citeertitel. </al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>