<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50857_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemernieuws dd.25-11-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt "De verordening rioolheffing 2010", vastgesteld op 5 november 2009.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Opmerkingen m.b.t. de regeling</vet></al><al/><al>Deze regeling vervangt "De verordening rioolheffing 2010", vastgesteld op 5
                        november 2009.</al><al/><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is
                            gebaseerd</vet></al><al/><al>1.Gemeentewet, art. 228a</al><al><vet>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                            regelgeving)</vet></al><al/><al/><al><vet>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen</vet></al><al/><al>Datum</al><al>inwerkingtreding</al><al>01-01-2011</al><al/><al>Terugwerkende kracht t/m</al><al/><al>Betreft</al><al>nieuwe regeling </al><al/><al>Datum ondertekening</al><al>Bron bekendmaking</al><al>11-11-2010</al><al>Diemernieuws</al><al>dd.25-11-2010</al><al/><al>Kenmerk voorstel</al><al>nr. </al><al/><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2011
                        </vet></al><al/><al><vet>Nr.:10 - </vet></al><al/><al>Onderwerp:</al><al>Verordening rioolheffing 2011</al><al>De raad van de gemeente Diemen;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en</al><al>wethouders van 5 oktober 2010;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2011</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>onder gemeentelijke riolering mede begrepen het voor de openbare
                                    dienst bestemde gemeentewater en de gemeentelijke installaties
                                    voor de individuele behandeling van afvalwater;</al></li><li nr="b."><al>onder afvalwater verstaan water en stoffen die direct of
                                    indirect worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering;</al></li><li nr="c."><al>onder eigendom verstaan een roerende of onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een gedeelte van een in het eerste lid, onderdeel c, bedoeld
                            eigendom blijkens zijn indeling bestemd is om als afzonderlijk geheel te
                            worden gebruikt, worden de rechten geheven ter zake van elk als zodanig
                            bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die
                            gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom
                            worden aangemerkt;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer eigendommen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
                            c, dezelfde genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                            hebben, bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en naar de
                            omstandigheden beoordeeld bij elkaar behoren, worden deze eigendommen
                            als één eigendom aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam rioolheffing worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een heffing ter zake van het gebruik van de riolering voor dat
                                    gedeelte van het afvalwater dat de hoeveelheid van 500
                                    m<sup>3</sup> niet te boven gaat (hierna aangeduid als:
                                    rioolheffing kleinverbruik);</al></li><li nr="b."><al>een heffing ter zake van het gebruik van de riolering voor het
                                    afvalwater dat uitgaat boven de onder a bedoelde hoeveelheid van
                                    500 m<sup>3 </sup>(hierna aangeduid als: rioolheffing
                                    grootverbruik);</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rioolheffing kleinverbruik wordt geheven van degene die het genot
                            heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom van
                            waaruit afvalwater op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rioolheffing grootverbruik wordt geheven van degene die, al dan niet
                            krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, het
                            gebruik heeft van een eigendom van waaruit afvalwater op de
                            gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid wordt met betrekking tot een roerende
                            zaak de rioolheffing kleinverbruik geheven van de gebruiker van het
                            eigendom.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ingeval een eigendom een onroerende zaak is, wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene als zodanig
                            in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij geen
                            genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Met betrekking tot de rioolheffing grootverbruik wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt.</al></li><li nr="b."><al>ingeval een deel van een eigendom - niet zijnde een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 1, tweede lid - ten gebruike is afgestaan:
                                    degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rioolheffing kleinverbruik wordt geheven per eigendom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rioolheffing grootverbruikwordt geheven naar het aantal kubieke
                            meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters water dat in de laatste in het belastingjaar afgesloten
                            verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt.
                            Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
                            maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang
                            bepaald op een hoeveelheid behorende bij een periode van twaalf maanden.
                            Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een
                            volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het gebruik van een eigendom door de belastingplichtige in de
                            loop van het belastingjaar is aangevangen of beëindigd, wordt in
                            afwijking van het derde lid het aantal kubieke meters afvalwater gesteld
                            op het aantal kubieke meters water dat in de laatste in het
                            belastingjaar afgesloten verbruiksperiode die betrekking heeft op het
                            gebruik door de belastingplichtige, naar het eigendom is toegevoerd of
                            is opgepompt. De hoeveelheid water wordt, na toepassing van de tweede en
                            derde volzin van het derde lid, door herleiding naar tijdsgelang bepaald
                            op een hoeveelheid behorende bij een periode die gelijk is aan de
                            periode gedurende welke de belastingplichtige in het belastingjaar het
                            gebruik heeft van het eigendom. Bij die herleiding worden gedeelten van
                            een kalendermaand buiten aanmerking gelaten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien gedurende het belastingjaar geen verbruiksperiode die betrekking
                            heeft op het gebruik door de belastingplichtige is afgesloten, wordt de
                            hoeveelheid afvalwater met toepassing van het derde of derde en vierde
                            lid bepaald op het aantal kubieke meters water dat in de eerste na
                            afloop van het belastingjaar afgesloten verbruiksperiode naar het
                            eigendom is toegevoerd of is opgepompt .</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen,</al><al> of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.</al><al> De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van
                                    de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige
                                    andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Ingeval er sprake is van een gemeenschappelijke watermeter voor meer
                            eigendommen, dan wordt de hoeveelheid toegevoerd water voor ieder van
                            die eigendommen gesteld op een aandeel dat rechtevenredig is aan het
                            aantal eigendommen dat op de watermeter is aangesloten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De op de voet van het derde, vierde of vijfde lid berekende hoeveelheid
                            toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water
                            die niet als afvalwater is afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rioolheffing kleinverbruik bedraagt per eigendom € 201,60:</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rioolheffing grootverbruik bedraagt voor elke volle eenheid van 10
                            kubieke meters afvalwater € 8,35.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rioolheffingen zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar,
                            of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor de rioolheffing kleinverbruik de belastingplicht met
                            betrekking een eigendom in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            heffing verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor de rioolheffing kleinverbruik de belastingplicht met
                            betrekking tot een eigendom in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten
                        de aan-slagen betaald worden in twee gelijke termijnen waarvan de eerste
                        vervalt op de </al><al>laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                        aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al><lijst><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag
                                van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer dan € 100,00
                                doch minder dan € 1.150,00 bedraagt en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van
                                de maand volgend op die welke in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn telkens een maand
                                later.</al><al> Automatische incasso wordt slechts verleend aan natuurlijke
                                personen.</al></li><li nr="3."><al>Het tweede lid is niet van toepassing op de rioolheffing
                                grootverbruik.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening rioolheffing 2010 van 5 november 2009, wordt ingetrokken
                            met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de
                            heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking doch niet eerder dan 1 januari 2011.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening rioolheffing
                            2011".</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld door de raad voornoemd</ondertekening><ondertekening> in zijn openbare vergadering van 4 november 2010.</ondertekening><ondertekening> De griffier,</ondertekening><ondertekening> De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>