<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50791_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Brandbeveiligingsverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zenderstreeknieuws, 18-02-1998</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Brandbeveiligingsverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Woningwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>1998-02-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-02-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-02-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsstuk 9800056</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum bekendmaking en inwerkingtreding bij benadering</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Brandbeveiligingsverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepaling</titel></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Brandbeveiligingsverordening</cursief></vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Onder inrichting wordt verstaan een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Werkingssfeer</titel></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op bouwwerken, als bedoeld in de <cursief>Woning</cursief><cursief>wet</cursief> en de <cursief>Bouw</cursief><cursief>verordening</cursief>.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Brandveilig gebruik</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>Vergunning gebruik inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders een inrichting in gebruik te hebben of te houden, waarin:</al><lijst><li nr="a."><al>meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn, anders dan in een een- of meergezinswoning;</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsmatig de in artikel 2.2.2 bedoelde stoffen zullen worden opgeslagen;</al></li><li nr="c."><al>aan meer dan vijf personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft;</al></li><li nr="d."><al>aan meer dan tien personen jonger dan twaalf jaar of aan meer dan tien lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal worden verschaft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorschriften verbinden in het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van de inzichten of verandering van de omstandigheden buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de vergunning, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning nieuwe voorschriften verbinden en gestelde voorschriften wijzigen of intrekken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2</nr><titel>Weigeren vergunning</titel></kop><al>Een vergunning moet worden geweigerd, indien de in de aanvraag vermelde wijze van gebruik van de inrichting in relatie tot de beoogde gebruiksfunctie niet geacht kan worden een brandveilig gebruik te zijn en door het stellen van voorschriften geen voldoende brandveilig gebruik kan worden bereikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens hebben verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de houder van de vergunning niet heeft voldaan aan een voorschrift van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning dan wel de datum of periode waarop of waarin een activiteit is voorzien waarvoor de vergunning is verleend, is verstreken zonder dat bedoelde activiteit heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="d."><al>van de vergunning gedurende een periode van 26 weken of langer geen gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="e."><al>het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van de inzichten of verandering van de omstandigheden buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de vergunning, en het niet mogelijk blijkt door het stellen of wijzigen van voorschriften dat belang voldoende te beschermen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4</nr><titel>Verplicht aanwezige bescheiden</titel></kop><al>In de inrichting waar de activiteiten plaatsvinden waarop de vergunning betrekking heeft, moet de vergunning aanwezig zijn en op verzoek van degene die is belast met de zorg voor de naleving van deze verordening, ter inzage worden gegeven. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Gebruikseisen voor inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een inrichting te gebruiken, indien de wijze van gebruik van de inrichting in relatie tot de beoogde gebruiksfunctie niet geacht kan worden een brandveilig gebruik te zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een inrichting te gebruiken in strijd met de gebruikseisen zoals die per onderwerp vermeld staan in de van overeenkomstige toepassing zijnde bijlage 3 bij de <cursief>Bouw</cursief><cursief>verorde</cursief><cursief>ning</cursief>.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het gestelde in het tweede lid, is het verboden een inrichting, niet zijnde een woonschip, uitgezonderd een woonschip waarin sprake is van verminderde zelfredzaamheid van bewoners in combinatie met permanente aanwezigheid van personeel en begeleiding van bewoners, te gebruiken in strijd met de gebruikseisen zoals per onderwerp vermeld in de van overeenkomstige toepassing zijnde bijlage 4 bij de <cursief>Bouwvero</cursief><cursief>r</cursief><cursief>de</cursief><cursief>ning</cursief>.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het vijfde en zesde lid van artikel 3 van bijlage 3 buiten toepassing verklaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Verbod stoffen aanwezig te hebben</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden stoffen als bedoeld in de <cursief>Regeling bouw</cursief><cursief>be</cursief><cursief>sluit brandvei</cursief><cursief>lig</cursief><cursief>heid</cursief> (<cursief>Staatscourant</cursief> 1992, nr. 104), alsmede in artikel II van de Regeling tot wijziging daarvan (<cursief>Staatscourant</cursief> 1992, nr. 188) in, op of nabij een inrichting aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorhanden hebben voor huishoudelijk en al het andere niet-bedrijfsmatige gebruik van de in het eerste lid bedoelde stoffen, indien dit de in bijlage 5 van de <cursief>Bouwverordening</cursief> aangegeven maximumhoeveelheden niet overschrijdt;</al></li><li nr="b."><al>het voorhanden hebben van de in het eerste lid bedoelde stoffen in een inrichting waarvoor een vergunning overeenkomstig artikel 2.1.1 is verleend;</al></li><li nr="c."><al>de brandstof in het reservoir bij een verbrandingsmotor;</al></li><li nr="d."><al>de brandstof in een verlichtings-, een verwarmings- of een ander warmte- ontwikkelend toestel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het bepalen van de hoeveelheden als bedoeld in het tweede lid, onder a, worden de inhoudsmaten van vaatwerk dat gedeeltelijk is gevuld met een vloeistof als bedoeld in dat lid volledig meegerekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Opslag en verwerking stoffen</titel></kop><al>Stoffen, als bedoeld in de <cursief>Regeling bouwbesluit brandvei</cursief><cursief>ligheid</cursief> (<cursief>Staats</cursief><cursief>courant</cursief> 1992, nr. 104), alsmede in artikel II van de Regeling tot wijziging daarvan (<cursief>Staatscourant</cursief> 1992, nr. 188) moeten worden opgeslagen volgens de in bijlage 6 van de <cursief>Bouwver</cursief><cursief>orde</cursief><cursief>ning</cursief> aangegeven wijze. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1</nr><titel>Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen</titel></kop><al>De rechthebbende op een inrichting, ten behoeve waarvan een bluswaterwinplaats aanwezig is, is verplicht deze zodanig te onderhouden dat daaruit te allen tijde over voldoende bluswater kan worden beschikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2</nr><titel>Gebruik middelen en voorzieningen</titel></kop><al>Het is verboden voorwerpen of stoffen op zodanige wijze te plaatsen of te hebben dat daardoor het onmiddellijke gebruik of de zichtbaarheid wordt belemmerd van:</al><lijst><li nr="a."><al>middelen en voorzieningen tot melding van alarmering bij en bestrijding van brand;</al></li><li nr="b."><al>middelen en voorzieningen tot ontvluchting en redding van personen en dieren bij brand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.4</nr><titel>Verrichten van werkzaamheden</titel></kop><al>Bij het verrichten of doen verrichten van onderhouds-, herstellings-, wijzigings- of sloopwerkzaamheden, waarbij stoffen als bedoeld in de <cursief>Regeling bouwbe</cursief><cursief>sluit brandvei</cursief><cursief>ligheid</cursief> (<cursief>Staatsco</cursief><cursief>u</cursief><cursief>rant</cursief> 1992, nr. 104), alsmede artikel II van de Regeling tot wijziging daarvan (<cursief>Staatscourant</cursief> 1992, nr. 188) of gereedschappen worden gebruikt, waarvan het gebruik aanleiding kan geven tot het ontstaan van brand, moeten voldoende maatregelen zijn getroffen tegen het ontstaan van brand. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.5</nr><titel>Verbod open vuur en roken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken of vuur te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>in een ruimte in gebruik als opslagplaats van één of meer van de stoffen, genoemd in de regeling <cursief>Bouwbesluit brand</cursief><cursief>veilig</cursief><cursief>heid</cursief> (<cursief>Staatscourant</cursief> 1992, nr. 104), alsmede artikel II van de Regeling tot wijziging daarvan (<cursief>Staatscourant</cursief> 1992, nr. 188), onder a tot met h;</al></li><li nr="b."><al>bij het verrichten van werkzaamheden die het uitstromen van brandbare vloeistoffen of gassen kunnen veroorzaken;</al></li><li nr="c."><al>bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandbare vloeistof of een brandbaar gas.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het verbod gesteld in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.6</nr><titel>Verboden handelingen met stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een brandbaar gas of gasmengsel uit een vat te doen overstromen in een ander vat dat niet bestemd of ingericht is om dat gas of gasmengsel te bevatten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gassen of gasmengsels in drukvaten of in leidingen te verwarmen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een brandbaar gas te bezigen voor het vullen van speelgoed, hobby- en sportartikelen, anders dan luchtvaartuigen als bedoeld in de Regeling inzake het met bepaalde luchtvaartuigen opstijgen van en landen op alsmede het inrichten van niet als luchtvaartterreinen aangewezen terreinen (<cursief>Staatsblad</cursief> 1988, 511).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een brandbare vloeistof, een brandbaar gas of gasmengsel of een brandbare damp te laten wegstromen op zodanige wijze dat daardoor brand kan ontstaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden gloeiende vaste stoffen op te slaan, te vervoeren of weg te gooien op zodanige wijze dat daardoor brand ontstaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.7</nr><titel>Melden van brand en broei</titel></kop><al>Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht hiervan onmiddellijk bij de brandweer melding te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.8</nr><titel>Bossen en natuurgebieden</titel></kop><al>De eigenaar van een bos of een ander (natuur)gebied dat met brandbare gewassen is begroeid, is verplicht - na een van burgemeester en wethouders ontvangen aangetekende brief - de voorschriften op te volgen, die burgemeester en wethouders in die brief geven tot het voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van brand.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al>Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening wordt opgedragen aan ambtenaren van de brandweer en daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om gebruiksvergunning, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de <cursief>Brandbe</cursief><cursief>veiligings</cursief><cursief>verordening</cursief>, vastgesteld d.d. 23 december 1993, alsmede enig beroep, ingesteld tegen een beslissing omtrent een dergelijke aanvraag, wordt afgedaan op grond van genoemde verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gebruiksvergunning, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de <cursief>Brand</cursief><cursief>be</cursief><cursief>veili</cursief><cursief>gings</cursief><cursief>verordening</cursief>, vastgesteld de dato 23 december 1993, geldt als gebruiksvergunning, als bedoeld in artikel 2.1.1, voor zover deze niet krachtens overgangsrecht van de <cursief>Bouwverordening</cursief> geldt als gebruiksvergunning, als bedoeld in artikel 6.1.1 van de <cursief>Bouwve</cursief><cursief>r</cursief><cursief>orde</cursief><cursief>ning</cursief>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die waarop zij is bekendgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <cursief>Brandbeveiligingsverorde</cursief><cursief>ning</cursief>.</al></li></lijst><al>II.</al><al>in te trekken de <cursief>Brandbeveili</cursief><cursief>gings</cursief><cursief>verorde</cursief><cursief>ning</cursief>, vastgesteld de dato 23 december 1993, zulks met ingang van de in artikel 3.4, eerste lid, van de <cursief>Brandbeveiligingsver</cursief><cursief>orde</cursief><cursief>ning</cursief> bedoelde dag.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>