<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50677_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur van de gemeente Ouder-Amstel.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2003-11-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Ouder-Amstel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 213A</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-11-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-11-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2003/58/3</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur van de gemeente Ouder-Amstel.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november
                        2003, nummer</al><al>2003/53/8,</al><al>gelet op artikel 21 3a Gemeentewet,</al><al><vet>s t e l t v a s t:</vet></al><al>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de
                        doelmatigheid en</al><al>doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur, van de
                        gemeente Ouder-</al><al>Amstel.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Doelmatigheid:het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                    beperkt mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="b."><al>Doeltreffendheid:de mate waarin de gewenste prestaties en de
                                    beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook
                                    daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van onderzoek</titel></kop><al>1.Het college onderzoekt periodiek de doelmatigheid van (onderdelen van)
                            de gemeentelijke organisatie en de uitvoering van taken door de
                            gemeente.</al><al>2.Het college toetst periodiek de doeltreffendheid van (delen van)
                            programma's en paragrafen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><al>1.Het college zal in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting het
                            onderzoeksplan presenteren van de te verrichten interne onderzoeken naar de
                            doelmatigheid en doeltreffendheid.</al><al>2.In het onderzoeksplan wordt per onderzoek globaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a)"><al>het object van onderzoek,</al></li><li nr="b)"><al>de reikwijdte van het onderzoek,</al></li><li nr="c)"><al>de onderzoeksmethode,</al></li><li nr="d)"><al>de planning en fasering van het onderzoek,</al></li><li nr="e)"><al>de wijze van uitvoering,</al></li><li nr="f)"><al>de benodigde budgetten en dekking daarvan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting
                            en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en
                            doeltreffendheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><al>1.De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten en
                            indien nodig aanbevelingen voor verbeteringen.</al><al>2.Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college
                            indien nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van verbetering
                            worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het college neemt op basis van het
                            plan van verbetering organisatorische maatregelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 15 november 2003.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening onderzoeken
                            doelmatigheid</al><al>en doeltreffendheid gemeente Ouder-Amstel".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 13 november 2003.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>G.H. Doornenbal C. de Groot</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING VERORDENING 213a GEMEENTEWET</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al/></divisie><divisie><kop><titel>Onderwerp van onderzoek</titel></kop><al>In artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de
                            doelmatigheid en</al><al>de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. Hierbij wordt een
                            scheiding aangebracht</al><al>tussen onderzoeken naar de doelmatigheid en onderzoeken naar de
                            doeltreffendheid.</al><al>De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de
                            uitvoering van het</al><al>beleid en het beheer van middelen.</al><al>De onderzoeken naar doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in
                            de programma's</al><al>of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan
                            gehele begrotingsprogramma's omvatten of delen daarvan. Ook kan het
                            paragrafen van de</al><al>begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten.</al><al>Op grond van artikel 213a Gemeentewet dient het college periodiek
                            onderzoek te</al><al>verrichten. Deze formulering is ook in dit artikel overgenomen. Er is
                            niet voor gekozen</al><al>om het college op te dragen met een bepaalde frequentie
                            organisatie-onderdelen en/of</al><al>programma's door te lichten. Het is van belang te onderkennen dat
                            verbetering van</al><al>doelmatigheid en doeltreffendheid een continue proces is. De actualiteit
                            zal bepalend zijn</al><al>voor wat onderzocht dient te worden. Het is zinvol bij deze onderzoeken
                            een afweging te</al><al>maken tussen diepgang van informatie en belasting van de organisatie
                            c.q. budgetten.</al><al>Zware doelmatigheidsonderzoeken belasten de gemeentelijke organisatie en
                            het</al><al>gemeentelijk budget. Met eenvoudige onderzoeken kan misschien ook een
                            voldoende</al><al>effect worden bereikt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al><vet>Onderzoeksplan</vet></al><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal
                            de raad willen</al><al>weten wat de plannen zijn. Ook zal de raad de gelegenheid willen hebben
                            deze plannen</al><al>te bespreken en als hij dat nodig acht invloed uit te oefenen. Hierin
                            voorziet het in de</al><al>bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting op te nemen onderzoeksplan.
                            Het onderzoeksplan moet een beeld geven van de voorgenomen onderzoeken.
                            In het</al><al>tweede lid worden onderwerpen genoemd welke in ieder geval in het
                            onderzoeksplan</al><al>moeten worden opgenomen.</al><al>De onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als volgt worden
                            toegelicht:</al><al>a.Het object van het onderzoek wordt dusdanig omschreven dat duidelijk
                            aangegeven</al><al>is wat de afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden bij de</al><al>doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de scheidslijnen aangegeven ten
                            aanzien van de</al><al>te onderzoeken procedures en instrumenten. Bij de
                            doeltreffendheidsonderzoeken</al><al>worden duidelijk de scheidslijnen met andere beleidsvelden
                            aangegeven.</al><al>b.De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over
                            alle organen (raad,</al><al>college), organisatie-eenheden en instellingen waarvoor de gemeente
                            bestuurlijk</al><al>verantwoordelijk is of waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke
                            mate door de</al><al>gemeente worden bekostigd. Aangegeven moet worden welk tijdvak
                            wordt</al><al>onderzocht en welke organisatie-eenheden en niet gemeentelijke
                            instellingen bij het</al><al>onderzoek worden betrokken.</al><al>c.Aangegeven dient te worden welke methoden gebruikt zullen worden
                            (benchmarking,</al><al>enquête etc.).</al><lijst><li nr="d."><al>Een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel
                                    onderverdeeld in fasen.</al></li><li nr="e."><al>Onderzoeken kunnen in opdracht van het college worden uitgevoerd
                                    door het</al></li></lijst><al>ambtelijk apparaat (al dan niet met inbreng van deskundigheid van
                            derden) of door</al><al>derden. Indien de ambtelijke organisatie de onderzoeken uitvoert zullen
                            in de</al><al>onderzoeksopzet waarborgen te worden ingebouwd, waarmee de
                            onafhankelijkheid</al><al>van de analyse en/of adviezen ter verbeteringen worden gegarandeerd. Dat
                            betekent</al><al>dat delen van het onderzoek kunnen worden uitgevoerd door
                            functionarissen die in</al><al>hun dagelijkse werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject. De analyse
                            en de</al><al>aanbevelingen tot verbetering moeten zoveel als mogelijk onafhankelijk
                            tot stand</al><al>komen en uitgevoerd worden door functionarissen die niet in hun
                            dagelijkse werk</al><al>betrokken zijn bij het onderzoeksobject.</al><al>f.Indien derden bij het onderzoek worden ingeschakeld dient inzicht te
                            worden</al><al>gegeven in de kosten en de kostendekking.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al/></divisie><divisie><kop><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>De bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting en jaarstukken dient
                            inzicht te geven in</al><al>de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de bedrijfsvoering.
                            Het ligt voor de</al><al>hand om in deze paragraaf eveneens te rapporteren over de stand van
                            zaken bij de</al><al>interne onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het
                            gevoerde</al><al>bestuur.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al/></divisie><divisie><kop><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie
                            van</al><al>gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording
                            daarover te</al><al>versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd
                            in rapporten</al><al>voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid, van de
                            Gemeentewet. De</al><al>rapporten dienen volgens artikel 197, tweede lid, van de Gemeentewet te
                            worden</al><al>gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Dat betreft uiteraard de
                            verslagen die</al><al>lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat sluit echter geenszins uit
                            dat de raad, als hij</al><al>dat wenst, de rapporten ontvangt zodra ze zijn vastgesteld.</al><al>Systematische aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert
                            ook het doel</al><al>om te leren, om te denken over en te streven naar verbetering. Daarom is
                            in deze</al><al>verordening opgenomen dat evaluatie en aanbevelingen voor verbetering
                            onderdeel zijn</al><al>van de rapportage en dat zo nodig door middel van een plan van
                            verbetering een</al><al>vervolgtraject moet worden ingezet. De bedrijfsvoering is een zaak van
                            het college. Het</al><al>is dan ook het college dat maatregelen moet nemen tot verbetering. Het
                            college moet</al><al>een plan van verbetering opstellen en uitvoeren. Het plan van
                            verbetering wordt</al><al>uiteraard ook ter kennisgeving aan de raad gestuurd.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>