<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50608_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Tweede wijzigingsverordening op de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Internet / De Heraut, 05-01-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wijzigingsverordening Verordening rioolheffing gemeente Lansingerland 2009 (tweede wijziging)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Aangepaste verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR1000115 / Voorstelnr. 2010/112d</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Tweede wijzigingsverordening op de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lansingerland;Gelezen het voorstel van burgemeester
                        en wethouders van 9 november 2010;Gelet op artikel 228a van de
                        Gemeentewet;besluit vast te stellen de:tweede wijzigingsverordening op de
                        Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2009 (Verordening
                        rioolheffing 2009)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaan onder:a. perceel: een roerende of onroerende zaak
                        of een zelfstandig gedeelte daarvan;b. gemeentelijke riolering: een
                        voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking,
                        zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in
                        eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;c. verbruiksperiode: de
                        periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;d. water:
                        huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:a. de
                        inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfswater,
                        alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; enb. de inzameling van
                        afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater,
                        alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen
                        van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel
                        mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Met betrekking tot de belasting wordt als gebruiker aangemerkt:a. degene
                            die naar omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens
                            eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;b. ingeval
                            een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in artikel
                            4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft
                            afgestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat
                            vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van
                            het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
                            toegevoerd. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode
                            van twaalf maanden wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                            tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
                            kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De op voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd water
                            wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. In dat
                            geval geldt de verplichting dat de hoeveelheid water die daadwerkelijk
                            is afgevoerd middels meting wordt aangetoond door
                            belastingplichtige.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1 bedraagt :a. € 191,40 per
                        eenheid van 0 tot en met 500 kubieke meters water of een gedeelte daarvanb.
                        € 191,40 voor iedere eenheid van 500 kubieke meters water of een gedeelte
                        daarvan boven de 500 kubieke meters met dien verstande dat per perceel niet
                        meer wordt geheven dan gebaseerd op 10.000 kubieke meters.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
                            het belasting­jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er
                            in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
                            het belasting­jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er
                            in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde
                            bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven
                            en het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen of
                            andere heffingen meer is dan € 60,- en minder dan € 5.000,- de aanslagen
                            moeten worden betaald in acht termijnen. De eerste termijn vervalt één
                            maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en
                            tweede lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels vaststellen met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De Verordening rioolrecht 2009, vastgesteld op 17 december 2009, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening Verordening
                            rioolheffing gemeente Lansingerland 2009 (tweede wijziging).</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn
                        openbare vergadering van 16 december 2010.De griffier, Kees van ’t Hart De
                        voorzitter, Ewald van Vliet</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>