<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50588_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag Wet Werk en Bijstand gemeente Lansingerland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Intranet / Heraut 15-06-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag Wet Werk en Bijstand gemeente Lansingerland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 8, lid 1, onderdeel d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-05-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-10-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Voorstelnr. 2009/54 - BR0900058</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag Wet Werk en Bijstand gemeente Lansingerland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lansingerland;Gelezen het voorstel van het college
                        van burgemeester en wethouders van 28 april 2009 nr. BW0801069,gelet op de
                        artikelen 8, eerste lid, onderdeel d en 36 van de Wet Werk en Bijstand,
                        overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van
                        langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65
                        jaar bij verordening te regelen;Besluit:vast te stellen de:Verordening
                        langdurigheidstoeslag Wet Werk en Bijstand gemeente Lansingerland</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a. college: het college van
                            burgemeester en wethoudersb. wet: de Wet werk en bijstandc. WTOS: Wet
                            tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkostend. WSF 2000: Wet
                            Studiefinancieringe. bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5
                            onderdeel c van de wetf. uitkeringsgerechtigde: persoon bedoeld in
                            artikel 1 onder o van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
                            inkomeng. belanghebbende: persoon bedoeld in artikel 1:2 lid 1 van de
                            Algemene wet bestuursrechth. peildatum: de datum waarop in enig jaar het
                            recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking
                                voor de langdurigheidstoeslag de uitkeringsgerechtigde die gedurende
                                een onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is op een inkomen
                                dat niet hoger is dan 100% van de hem geldende bijstandsnorm en geen
                                in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van
                                de wet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
                                belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan
                                wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de toeslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt:a. voor gehuwden: € 486,00b. voor
                                alleenstaande ouders: € 436,00c. voor alleenstaanden: € 341,00</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                bepalend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari
                                aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele
                                verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de
                                gehuwdennorm van het daar aan voorafgaande jaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In de gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin
                            deze regeling niet voorziet, beslist het college van burgemeester en
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen
                            ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze
                            verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van
                            overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening
                            Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand gemeente Lansingerland.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 mei 2009.De
                        griffier, C.J. van 't HartDe voorzitter, E. van Vliet</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Toelichting op verordening langdurigheidstoeslag 2009</titel></kop><al>Deze verordening is ontstaan als gevolg van een wetswijziging in de Wet Werk en
                    Bijstand (WWB) waarmee de langdurigheidstoeslag met ingang van 1 januari 2009 is
                    gedecentraliseerd naar gemeenten.De huidige langdurigheidstoeslag vindt zijn
                    grondslag in artikel 36 van de Wet werk en bijstand. Daarin is nauw omschreven
                    in welke gevallen en onder welke voorwaarden mensen met een laag inkomen in
                    aanmerking komen voor de toeslag. De gedachte achter de toeslag is, dat mensen
                    die langdurig een inkomen op het sociaal minimum hebben, geen financiële ruimte
                    hebben om te reserveren voor onverwachte uitgaven. In deze verordening is
                    gekozen voor een invulling die zo veel mogelijk ongewenste armoedeterugval
                    effecten voorkomt.Op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de
                    gemeenteraad bij verordening regels vast te leggen met betrekking tot het
                    verlenen van een langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval
                    betrekking te hebben op de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze
                    waarop invulling wordt gegeven aan het begrip langdurig en laag inkomen, zoals
                    dat in artikel 36 lid 1 WWB wordt gebruikt.Artikelsgewijze toelichtingArtikel
                    1Dit artikel behoeft geen nadere toelichtingArtikel 2In dit artikel worden de
                    voorwaarden en omschrijvingen van de begrippen uitkeringsgerechtigde, langdurig
                    en laag inkomen uitgewerkt.Lid 1. Uitkeringsgerechtigden, laag inkomen en
                    langdurigUitkeringsgerechtigdenDe grondslag van de keuze voor het beperken van
                    de doelgroep naar alleen uitkeringsgerechtigden ligt in artikel 36 lid 1 WWB.
                    Hier staat als voorwaarde voor het verstrekken van de langdurigheidstoeslag dat
                    er geen uitzicht mag zijn op een inkomensverbetering. Wanneer er geen sprake is
                    van een inkomensverbetering, is niet zonder meer te bepalen en zou kunnen leiden
                    tot onderzoeksinspanningen per aanvraag. Dit strookt niet met het doel van de
                    decentralisatie van de regeling: vereenvoudiging van regelgeving en versimpeling
                    van de uitvoering.Dit heeft geleid tot de beperking van de doelgroep naar
                    uitkeringsgerechtigden. Het ontvangen van een uitkering gedurende een periode
                    van 36 maanden impliceert dat er op (korte) termijn geen uitzicht is op een
                    inkomensverbetering door het verkrijgen van een inkomen uit werk. In het geval
                    dat er sprake is van een uitkeringsgerechtigde met een inkomen uit een parttime
                    dienstverband kan er ook aanspraak worden gemaakt op de langdurigheidstoeslag,
                    mits het parttime dienstverband niet verwijtbaar of wenselijk is én zolang de
                    inkomensgrens van 100% van het sociaal minimum niet overschreden wordt.Laag
                    inkomenHet begrip laag inkomen wordt uitgedrukt als een percentage van de voor
                    de belanghebbende toepasselijke bijstandsnorm. De gemeente kiest bewust voor een
                    inkomen op bijstandsniveau om ongewenste armoedeterugval effecten te voorkomen.
                    Eén van de uitgangspunten van de deregulering van de langdurigheidstoeslag is
                    een participatiebevorderende vormgeving en werking. De aanspraak op een
                    langdurigheidstoeslag mag de aanvaarding van werk en een inkomensverruiming
                    geenszins in de weg staan.LangdurigHet begrip langdurig wordt gelijkgesteld met
                    een periode van 36 maanden. Uit onderzoek en op aangeven van het NIBUD is
                    gebleken dat na het verstrijken van 36 maanden er geen ruimte meer aanwezig is
                    om te reserveren voor vervangingsuitgaven als er sprake is van een inkomen rond
                    het sociale minimum.Lid 2. WTOS of WSF 2000In lid 2 worden personen die
                    gedurende de referteperiode een bijdrage op grond van de WTOS ofWSF 2000
                    ontvingen uitgesloten van de langdurigheidstoeslag. In de toelichting in de nota
                    van wijziging geeft de Staatssecretaris aan dat door de zinsnede "geen uitzicht
                    heeft op inkomensverbetering" in het voorgestelde artikel 36 WWB wordt
                    gewaarborgd dat bepaalde groepen met een goed arbeidsmarktperspectief, zoals
                    studenten, niet in aanmerking komen voor de langdurigheidstoeslag. Nu dit niet
                    expliciet in de wettekst staat vermeld, is besloten om deze voorwaarde in de
                    verordening op te nemen.Artikel 3In dit artikel wordt de hoogte van de toeslag
                    geregeld.Lid 1 Hoogte van het bedragDe hoogte van de langdurigheidstoeslag is
                    gebaseerd op de huidige hoogte. Hiermee is aansluiting gezocht met de aanvragen
                    die in het kader van de overgangsregeling reeds zijn toegekend.Lid 2 PeildatumDe
                    situatie geldend op de peildatum is leidend.Lid 3 IndexeringOm niet jaarlijks de
                    verordening aan te hoeven passen is gekozen om de hoogte jaarlijks en voor het
                    eerst op 1 januari 2010, automatisch mee te laten bewegen met de
                    bijstandsnormen.Artikel 4Dit artikel biedt de mogelijkheid in alle
                    niet-voorziende situaties te handelen naar bevinding van zaken. Het gebruik
                    maken van dit artikel moet beschouwd worden als een uitzondering en niet als een
                    regel. Daarom moet altijd duidelijk aangegeven worden waarom in een bepaalde
                    situatie van de verordening wordt afgeweken.De inhoud en strekking van dit
                    artikel is wezenlijk anders dan die van artikel 5. Dit artikel heeft een
                    aanvullende werking ten aanzien van de verordening, terwijl artikel 5 een
                    afwijkingsbevoegdheid inhoudt.Artikel 5Het college kan in bijzondere gevallen
                    afwijken van de bepalingen van deze verordening. Het afwijken van de bepalingen
                    kan alleen maar ten guste van de belanghebbende en indien nodig wordt er advies
                    ingewonnen. Dit kan uiteraard niet van de in de wet zelf genoemde bepalingen.Het
                    gebruik maken van de hardheidsclausule wordt beschouwd als een uitzondering en
                    niet als een regel. In verband met mogelijke precedentwerking wordt duidelijk
                    aangegeven waarom in een bepaalde situatie van de verordening wordt
                    afgeweken.Artikel 6Bij de inwerkingtreding is aangesloten bij de beoogde
                    inwerkingtreding van het wetsontwerp, 1 januari 2009. In het wetsontwerp is een
                    bepaling over overgangsrecht opgenomen, zodat dit niet in de verordening
                    geregeld hoeft te worden.Het overgangsrecht heeft betrekking op de doelgroep die
                    onder de oude wet -en regelgeving (voor 1 januari 2009) aanspraak kon maken op
                    de langdurigheidstoeslag.De voorwaarde voor deze doelgroep is dat de
                    belanghebbenden over het jaar 2008 aanspraak konden maken op de
                    langdurigheidstoeslag en dit ook daadwerkelijk in het jaar 2008 hebben
                    gedaan.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>