<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50586_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening gemeente Lansingerland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Intranet / Heraut</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening gemeente Lansingerland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, Titel 4.2 Subsidies</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Vervangende verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>T08.01871</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De regeling vervangt de 3 aparte verordeningen van Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk. Zie art. 48 van de verordening.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening gemeente Lansingerland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Algemene Subsidieverordening Gemeente Lansingerland 2009</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a) Prestatiesubsidie: een in
                            beginsel jaarlijks terugkerende subsidie gericht op de maatschappelijke
                            effecten van de activiteiten, gerelateerd aan de aantallen prestaties,
                            activiteiten of diensten en gericht op een vooraf qua samenstelling en
                            grootte vastgestelde doelgroep.b) Waarderingssubsidie: een subsidie tot
                            een gemaximeerd bedrag dat aan een lokale instelling wordt toegekend als
                            blijk van waardering voor een te leveren prestatie of activiteit,
                            waarmee een vastgesteld maatschappelijk effect kan worden bereikt en
                            waarvan de hoogte van de subsidie niet gerelateerd is aan de werkelijke
                            kostenb) Incidentele subsidie: een in beginsel eenmalige subsidie die
                            wordt toegekend ten behoeve van een eenmalige activiteit, project of
                            investering, waarbij met de instelling afspraken worden gemaakt over de
                            inzet van de subsidie en het beoogde maatschappelijke effect.d)
                            Aanvrager: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie, die zich
                            ten doel stelt zonder winstoogmerk producten te leveren, prestaties en
                            activiteiten te verrichten ten behoeve van de ingezetenen van de
                            gemeente Lansingerland;e) Awb: de Algemene wet bestuursrecht;f) Algemene
                            reserve: een reserve die is bedoeld voor het dekken van
                            exploitatierisico's;g) Bestemmingsreserve: een reserve waaraan een
                            concrete bestemming is verbonden;h) Voorziening: een van het eigen
                            vermogen afgescheiden gedeelte, gevormd om toekomstige verplichtingen af
                            te dekken;i) Subsidiebeleidskader: kader waarin het beleid dat ten
                            grondslag ligt aan de subsidie is beschreven;j) Verdagingbesluit: een
                            besluit tot het uitstellen van de einddatum van een beslistermijn;k)
                            Activiteitenplan: een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie
                            wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen waarbij per
                            activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële middelen vermeld
                            staan;l) Prestatie: een activiteit, product, prestatie of project als
                            bedoeld in dit artikel onder a) tot en met c).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de subsidiëring van alle
                            activiteiten, die door aanvragers van subsidie in het belang van de
                            gemeente worden uitgevoerd en waarvoor geen andere verordening
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Algemene eisen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Subsidie kan slechts worden verleend aan rechtspersonen met
                                volledige rechtsbevoegdheid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan het college, in afwijking van het
                                gestelde in lid 1, subsidie verlenen aan aanvragers zonder volledige
                                rechtsbevoegdheid of aan natuurlijke personen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Subsidiering van activiteiten vindt in ieder geval niet plaats
                                indien de aanvrager zelf in de kosten daarvan kan voorzien uit eigen
                                middelen en/of middelen van derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inhoudelijk beleid</titel></kop><al>De raad stelt inhoudelijke beleidsdoelstellingen vast in de vorm van
                            beleids- en kadernota's. Hierin worden de activiteiten bepaald die voor
                            subsidie in aanmerking komen en welke specifieke voorschriften van
                            toepassing zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidiebeleidskader en nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onder deze verordening vallen de subsidies die vastgelegd worden in
                                het subsidiebeleidskader.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het subsidiebeleidskader worden opgenomen:a. de doelstellingen
                                van de subsidie;b. de algemene uitgangspunten voor
                                subsidieverlening;c. de subsidienormen;d. de subsidievormen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college is belast met de uitvoering van het subsidiebeleidskader
                                en kan nadere regels voor subsidieverlening per beleidsterrein
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De raad kan tussentijds wijzigingen aanbrengen in het
                                subsidiebeleidskader.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college is belast met de uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad stelt met het vaststellen van de gemeentebegroting,
                                jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college verdeelt het beschikbare subsidiebudget op grond van het
                                subsidiebeleidskader, de nadere regels en de voor het specifieke
                                terrein vastgestelde beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Algemene reserve</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij een aanvrager die een prestatiesubsidie ontvangt, mag de hoogte
                                van de algemene reserve niet meer bedragen dan 10% van de totale
                                exploitatielasten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de hoogte van de algemene reserve het in lid 1 genoemd
                                percentage overschrijdt, wordt het meerdere in mindering gebracht op
                                de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan afwijken van het genoemde percentage in lid 1 en 2
                                al dan niet naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bestemmingsreserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvrager die subsidie ontvangt en een bestemmingsreserve of
                                voorziening wil vormen dient hiervoor vooraf schriftelijk
                                toestemming te vragen aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een verzoek tot het vormen van een bestemmingsreserve of voorziening
                                dient vergezeld te gaan van: a. Het doel van de bestemmingsreserve
                                of voorziening:b. Een meerjarig investeringsplan of onderhoudsplan,
                                mits sprake is van eigendom van de aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het college evalueert het subsidiebeleidskader, het proces van
                            subsidieverlening en de werking van de algemene subsidieverordening in
                            ieder geval een maal in de vier jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Het college kan toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 van de Awb
                            aanwijzen, die zijn belast met het toezicht op de naleving van de
                            verplichtingen die zijn opgelegd aan de subsidieontvanger.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Prestatiesubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag voor prestatiesubsidie wordt voor 1 mei van het jaar
                                voorafgaande aan het eerste subsidiejaar bij het college
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de indiening van de aanvraag worden overgelegd:a. een
                                activiteitenplan, met daarin omschreven de subsidievorm, de beoogde
                                maatschappelijke effecten en een doorkijk naar komende jaren;b. een
                                (meerjarige) begroting per activiteit of cluster van activiteiten,
                                waarbij alle kosten en opbrengsten aan de activiteit of cluster van
                                activiteiten zijn toegerekend, inclusief personeelslasten en
                                accommodatielasten;c. een afschrift van de statuten van de
                                aanvrager;d. een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze
                                niet al in de statuten is vervat;e. een opgave van de
                                bestuurssamenstelling;f. balans en een staat van baten en lasten met
                                een toelichting daarop over het voorgaande jaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De in lid 2 onder c, d en e genoemde bescheiden, dienen alleen bij
                                de 1e aanvraag voor subsidie ingediend te worden. Bij de daarop
                                volgende aanvragen, is het aangeven van wijzigingen in deze
                                bescheiden voldoende.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde
                                gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van
                                belang zijn, worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan met betrekking tot de in te dienen bescheiden
                                aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De begroting omvat een overzicht van de geraamde inkomsten en
                                uitgaven van de aanvrager, voor zover deze betrekking heeft op de
                                activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting
                                voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Tenzij voor de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft nog
                                niet eerder subsidie werd verstrekt, bevat de begroting een
                                vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de
                                gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaande aan
                                het lopende boekjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Op een aanvraag wordt beschikt binnen acht weken na de datum van
                            vaststelling van de programmabegroting door de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Besluit tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij de verlening van subsidie wordt getoetst of een aanvrager op
                                andere wijze de beschikking heeft of kan krijgen over de voor haar
                                activiteiten benodigde geldmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening bevat:a. de subsidievorm;b. een
                                beschrijving van de activiteiten en maatschappelijke effecten,
                                waarvoor subsidie wordt verleend;c. het maximumbedrag van de
                                subsidie;d. de wijze waarop de hoogte van de subsidie is bepaald;e.
                                de subsidievoorwaarden; f. de wijze waarop dit bedrag wordt
                                betaald;g. de wijze waarop de subsidie verantwoord dient te
                                worden;h. het controleprotocol.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Uitvoeringsovereenkomsten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ter uitvoering van een besluit tot subsidieverlening op basis van
                                prestatiesubsidie kan een privaatrechtelijke uitvoeringsovereenkomst
                                tussen gemeente en de aanvrager worden gesloten. In de overeenkomst
                                worden specifieke bepalingen opgenomen over de te leveren prestatie,
                                producten of diensten en de kosten die daarmee samenhangen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een prestatiesubsidie en een subsidie op basis van een
                                uitvoeringsovereenkomst kan voor een periode van maximaal vier jaar
                                worden afgesloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvrager dient uiterlijk 1 mei van het jaar volgend op het
                                subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvraag gaat vergezeld van een verslag over het afgelopen
                                subsidiejaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in lid 2 bevat in ieder geval: a. een
                                vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde
                                doelstellingen, activiteiten en maatschappelijke effecten en een
                                toelichting op de verschillen;b. een vergelijking tussen de aan de
                                activiteiten verbonden geraamde en gerealiseerde uitgaven en
                                inkomsten;c. een balans naar de toestand aan het einde van het
                                afgelopen jaar met een toelichting daarop;d. in de gevallen zoals
                                genoemd onder e een verklaring van een accountant betreffende de
                                rekening en verantwoording over de verrichte activiteiten en de
                                daaraan verbonden uitgaven en inkomsten;i. Als het te verlenen
                                subsidiebedrag over een tijdvak de omvang heeft van tenminste €
                                45.000, maar minder dan € 125.000 is bij verantwoording die
                                onderdeel uitmaakt van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie
                                minimaal een beoordelingsverklaring (globale toets)van een
                                accountant vereist.ii. Als het te verlenen subsidiebedrag over het
                                in het subsidietijdvak een omvang heeft van tenminste € 125.000 is
                                bij de verantwoording die deel uitmaakt van de aanvraag tot
                                vaststelling van de subsidie een verklaring (verdergaand
                                onderzoek)van een accountant vereist, evenals het accountantsrapport
                                waarop de verklaring is gebaseerd.iii. De onder i en ii genoemde
                                verklaringen zijn gebaseerd op het door het college vastgestelde
                                controleprotocol, tenzij sprake is van subsidieverlening op basis
                                van een rijksregeling of Europese regeling waarvoor andere vereisten
                                gelden.iv. Het college kan in plaats van de in i en ii genoemde
                                bedragen in individuele gevallen lagere bedragen vaststellen.v. Aan
                                de subsidieontvanger wordt de verplichting opgelegd dat hij er zorg
                                voor draagt in de afspraken met de accountant, dat deze zich bij het
                                onderzoek en het opstellen van de verklaring houdt aan wat is
                                vermeld in het Controleprotocol dat deel uitmaakt van de
                                subsidiebeschikking.vi. Het college kan bij de subsidieverlening
                                bepalen dat de subsidieontvanger zijn accountant opdracht verleent
                                zich een oordeel te vormen over specifieke door het college
                                aangegeven aandachtspunten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan besluiten af te wijken van de verplichting als
                                bedoeld in lid 3 sub d.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Het college stelt de subsidie binnen acht weken vast na tijdig ontvangst
                            van de volledige aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht de prestaties en producten zoals
                                deze zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst te
                                verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat
                                daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van
                                belang zijnde rechten en verplichtingen evenals de betalingen en de
                                ontvangsten kunnen worden nagegaan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende
                                zeven jaren bewaard.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan naast de in dit artikel bedoelde verplichtingen
                                (sanctie bij subsidievaststelling) nadere voorwaarden verbinden aan
                                de toekenning van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Toestemmingsvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft toestemming van het college voor de
                                handelingen bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdelen a, b, c,
                                d, f, i, en j van de Awb.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college besluit binnen vier weken over de toestemming.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden
                                verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Verdagingbesluiten worden schriftelijk meegedeeld onder vermelding
                                van de reden en geven daarbij de termijn waarbinnen de beslissing
                                tegemoet gezien kan worden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien het college niet binnen de in lid 2 en lid 3 gestelde
                                termijnen beslist, wordt de toestemming geacht verleend te
                                zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Waarderingssubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag voor een waarderingssubsidie wordt voor 1 mei van het
                                jaar voorafgaande aan het eerste subsidiejaar bij het college
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de indiening van de aanvraag worden overgelegd:a. een
                                activiteitenplan, met daarin omschreven de subsidievorm en de
                                beoogde maatschappelijke effecten;b. een (meerjarige) begroting per
                                activiteit of cluster van activiteiten, waarbij alle kosten en
                                opbrengsten aan de activiteit of cluster van activiteiten zijn
                                toegerekend, inclusief personeelslasten en accommodatielasten;c. een
                                afschrift van de statuten van de aanvrager;d. een beschrijving van
                                de organisatievorm voor zover deze niet al in de statuten is
                                vervat;e. een opgave van de bestuurssamenstelling;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De in lid 2 onder c, d en e genoemde bescheiden, dienen alleen bij
                                de 1e aanvraag voor subsidie ingediend te worden. Bij de daarop
                                volgende aanvragen, is het aangeven van wijzigingen in deze
                                bescheiden voldoende.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde
                                gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van
                                belang zijn, worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan met betrekking tot de in te dienen bescheiden
                                aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De begroting omvat een overzicht van de geraamde inkomsten en
                                uitgaven van de aanvrager, voor zover deze betrekking heeft op de
                                activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een korte
                                toelichting voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Op een aanvraag wordt beschikt acht weken na vaststelling van de
                            programmabegroting door de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Subsidievaststelling ineens</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college neemt op een aanvraag voor een waarderingssubsidie
                                gelijk een besluit tot subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling bevat:a. de subsidievorm;b.
                                een beschrijving van de activiteiten en maatschappelijke effecten,
                                waarvoor subsidie wordt verleend;c. het maximumbedrag van de
                                subsidie;d. de wijze waarop de hoogte van de subsidie is bepaald;e.
                                de subsidievoorwaarden; f. de wijze waarop dit bedrag wordt
                                betaald;g. de wijze waarop de subsidie verantwoord dient te
                                worden;h. het controleprotocol.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht tot het verrichten van de in de
                                beschikking vermelde activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De subsidieontvanger waarbij de subsidie ineens is vastgesteld,
                                dient uiterlijk 1 mei van het jaar volgend op het subsidiejaar een
                                verslag in met de gerealiseerde doelstellingen, activiteiten en
                                maatschappelijke effecten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Incidentele subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag voor een incidentele subsidie wordt uiterlijk twaalf
                                weken vóór het tijdstip waarop een aanvang wordt gemaakt met de
                                realisering van de voorgenomen activiteiten ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de indiening van de aanvraag worden overgelegd:a. een
                                beschrijving van de subsidievorm, de activiteiten en beoogde
                                maatschappelijke effecten;b. een begroting per activiteit of cluster
                                van activiteiten, waarbij alle kosten en opbrengsten aan de
                                activiteit of cluster van activiteiten zijn toegerekend, inclusief
                                personeelslasten en accommodatielasten;c. een mededeling of tevens
                                subsidie is aangevraagd bij één of meer andere overheden of
                                aanvragers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De begroting omvat een overzicht van de geraamde inkomsten en
                                uitgaven van de aanvrager, voor zover deze betrekking heeft op de
                                activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting
                                voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Tenzij voor de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft nog
                                niet eerder subsidie werd verstrekt, bevat de begroting een
                                vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de
                                gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaande aan
                                het lopende boekjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het college beslist op een aanvraag voor incidentele subsidie binnen
                            uiterlijk acht weken na ontvangst van de aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Besluit tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij de verlening van subsidie wordt getoetst of een aanvrager op
                                andere wijze de beschikking heeft of kan krijgen over de voor haar
                                activiteiten benodigde geldmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening bevat:a. de subsidievorm;b. een
                                beschrijving van de activiteiten en maatschappelijke effecten,
                                waarvoor subsidie wordt verleend;c. het maximumbedrag van de
                                subsidie;d. de wijze waarop de hoogte van de subsidie is bepaald;e.
                                de subsidievoorwaarden; f. de wijze waarop dit bedrag wordt
                                betaald;g. de wijze waarop de subsidie verantwoord dient te
                                worden;h. het controleprotocol.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvrager dient binnen acht weken nadat de activiteiten waarvoor
                                subsidie is verleend hebben plaatsgevonden een aanvraag tot
                                vaststelling van de subsidie in.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvraag gaat vergezeld van:a. een verslag van de activiteiten;b.
                                een vergelijking tussen de aan de activiteiten verbonden geraamde en
                                gerealiseerde uitgaven en inkomsten;c. een actuele balans.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan het overleggen van andere dan de in lid 2 genoemde
                                gegevens en bescheiden eisen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><al>Het college stelt de subsidie binnen acht weken na tijdige ontvangst van
                            de aanvraag tot subsidievaststelling vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verplicht tot het verrichten van de in de
                            beschikking vermelde activiteiten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van
                            de Awb genoemde gevallen geweigerd worden, indien een gegronde reden
                            bestaat dat:a. de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn
                            op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van
                            de gemeente;b. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen
                            worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;c.
                            de subsidieverstrekking niet past binnen het subsidiebeleidskader;d. de
                            subsidieverstrekking leidt tot overschrijding van het subsidieplafond;e.
                            de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden,
                            hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken
                            om de kosten van de activiteiten te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Vergoeding aan de gemeente bij vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, lid 2, Awb legt het
                                college een vergoedingsplicht op.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het geval dat het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot
                                vermogensvorming, die uitgaat boven wat als maximale algemene
                                reserve is vastgelegd, is de subsidieontvanger daar eveneens een
                                vergoeding over verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt
                                vermeld in de beschikking tot subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het
                                tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande
                                dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of
                                beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als
                                schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
                                door een onafhankelijke deskundige aangewezen door de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing in die gevallen waarin de
                                activiteiten door een derde worden voortgezet en activa en passiva
                                met toestemming van het college tegen boekwaarde aan die derde
                                worden overgedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan voorschotten op de subsidie verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bevoorschotting wordt geregeld in de subsidieovereenkomst.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan huurbedragen voor gemeentelijke accommodaties en
                                overige vorderingen op een aanvrager rechtstreeks met voorschotten
                                verrekenen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voorschotten worden bij de vaststelling van de subsidie
                                verrekend.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Op aanzegging van het college stort een aanvrager te veel ontvangen
                                voorschotten terug in de gemeentekas.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Indien blijkt dat meer aan voorschotten is verleend dan waarop de
                                aanvrager als gevolg van de vaststelling recht heeft, kan het
                                college vooruitlopend op de subsidievaststelling bepalen dat:a. het
                                verschil wordt teruggestort in de gemeentekas;b. het verschil in
                                mindering wordt gebracht op te verstrekken voorschotten op andere
                                subsidies.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Het college verleent geen voorschotten op de subsidie zodra het
                                kennis heeft genomen van het ontbinden van een aanvrager,
                                conservatoir beslag op (een deel van) het vermogen van een
                                aanvrager, een ten aanzien van een aanvrager verleende surséance van
                                betaling dan wel uitgesproken faillissement.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Het college kan het verlenen van voorschotten opschorten indien een
                                aanvrager naar zijn oordeel niet in voldoende mate de aan de
                                toekenning van de subsidie verbonden verplichtingen nakomt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Gelieerde rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij een subsidieaanvraag als bedoeld in de artikelen 12, 21 en 26
                                wordt een opgave gedaan van de met de aanvrager gelieerde
                                rechtspersonen, evenals van de aard van de betrekkingen met die
                                rechtspersonen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder gelieerde rechtspersonen worden in ieder geval verstaan:a.
                                rechtspersonen waaraan de aanvrager in de afgelopen drie jaar om
                                niet een bedrag van meer dan € 500,- ter beschikking heeft gesteld
                                en waarover de aanvrager weer de beschikking kan krijgen;b.
                                rechtspersonen ten aanzien waarvan de aanvrager een beslissende
                                invloed heeft op de besteding van middelen dan wel invloed heeft op
                                de benoeming van een of meer bestuursleden;c. rechtspersonen ten
                                aanzien waarvan statutair is bepaald dat deze (mede) ten doel hebben
                                de aanvrager financieel te ondersteunen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Meldingsplicht bij wijziging omstandigheden</titel></kop><al>Een aanvrager die een subsidie heeft aangevraagd of waaraan een subsidie
                            is verleend, doet zo spoedig mogelijk melding aan het college van
                            omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de beslissing op de
                            aanvraag dan wel een beslissing tot wijziging, intrekking of
                            vaststelling van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Zorgvuldig beheer en verzekeringsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvrager beheert de tot hem ter beschikking staande middelen
                                zorgvuldig en treft maatregelen ter voorkoming van
                                vermogensschade.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvrager is verplicht zijn roerende en onroerende zaken te
                                verzekeren en verzekerd te houden op basis van herbouw- of
                                vervangingswaarde tegen de schade van brand, storm en inbraak.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De aanvrager is verplicht het bij hem in dienst zijnde personeel en
                                de voor haar werkzame vrijwilligers gedurende de tijd dat dezen voor
                                hem werkzaam zijn, te verzekeren tegen de gevolgen van wettelijke
                                aansprakelijkheid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan vrijstelling verlenen van het gestelde in het tweede
                                en derde lid, indien de naleving daarvan redelijkerwijs niet kan
                                worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Tegengaan vervreemdingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is een subsidieontvangende aanvrager, behoudens vooraf verkregen
                                toestemming van het college, niet toegestaan om jaarlijks bedragen
                                van meer dan € 500,- om niet aan derden ter beschikking te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan voorwaarden verbinden aan de in het eerste lid
                                bedoelde toestemming.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Levering van goederen en diensten aan derden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt
                                of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in
                                rekening die tenminste kostendekkend is, tenzij het derden betreft
                                voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan andere gevallen aanwijzen waarin het in het 1e lid
                                gestelde niet geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Medewerking aan onderzoek door gemeente</titel></kop><al>Een subsidieontvangende aanvrager is verplicht mee te werken aan door of
                            namens de gemeente ingesteld onderzoek dat is gericht op het verkrijgen
                            van inlichtingen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt betaald binnen acht weken na bekendmaking van
                            het besluit tot subsidieverlening c.q. het besluit tot
                            subsidievaststelling, tenzij het college in het besluit een andere
                            termijn heeft aangegeven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Zaken waarin de verordening niet voorziet</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, indien
                            toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende
                            aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De "Algemene Subsidieverordening gemeente Lansingerland 2009' treedt
                                in werking op 1 januari 2009. Incidentele subsidieverzoeken worden
                                vanaf dat moment getoetst aan de nieuwe verordening. Omdat
                                waarderingssubsidies en prestatiesubsidies worden aangevraagd in mei
                                van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar is de eerste
                                doorwerking voor deze subsidievormen met ingang van subsidiejaar
                                2010.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 48 behouden de in dit artikel
                                genoemde subsidieverordeningen hun toepassing op de, krachtens deze
                                verordeningen toegekende subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als 'Algemene Subsidieverordening
                            gemeente Lansingerland 2009'.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>Met ingang van 1 januari 2009 worden de volgende verordeningen
                            ingetrokken:* Subsidieverordening Welzijn, gemeente Berkel en Rodenrijs
                            2005* Algemene subsidieverordening, gemeente Bleiswijk 2000* Algemene
                            subsidieverordening Bergschenhoek 2002</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 september 2008De
                        griffier, De voorzitter,Aldus bekend gemaakt in de gemeentekrant d.d. .....
                        2008.</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Algemene toelichting</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>InleidingOp 1 januari 1998 is de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht
                    (Awb) in werking getreden. Deze tranche bevat onder meer "Titel 4.2 Subsidies",
                    waarin algemene regels zijn opgenomen over subsidiëring, die uiteraard ook voor
                    de gemeentelijke overheid gelden.De subsidietitel bevat:1. dwingende regels,
                    waarvan niet mag worden afgeweken;2. gangbare regels, die voor normale gevallen
                    de beste regeling geven. De bepalingen maken een afwijkende regeling mogelijk
                    door toevoeging van de clausule: "tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
                    bepaald";3. aanvullende regels, die normen geven voor de gevallen dat de
                    bijzondere wetgever (bijvoorbeeld de gemeente) zelf geen regel heeft
                    vastgesteld;4. facultatieve regels, die niet uit zichzelf gelden, maar in een
                    wet, verordening of besluit van toepassing moeten worden verklaard.</al><al>De Awb geldt ten opzichte van gemeentelijke bepalingen als hogere regelgeving.
                    De raad kan dus geen regels vaststellen die in strijd zijn met de betreffende
                    regels. Ook het letterlijk overnemen van dwingende Awb-bepalingen is niet
                    mogelijk. Ingevolge artikel 122 van de Gemeentewet vervallen de bepalingen van
                    een gemeentelijke verordening van rechtswege wanneer in het onderwerp van die
                    verordening door een wet wordt voorzien.Noodzaak van een wettelijke grondslagDe
                    hoofdregel van de subsidietitel in de Awb is, dat subsidies gebaseerd moeten
                    zijn op een wettelijk voorschrift. Voor gemeenten is dat voorschrift een
                    gemeentelijke verordening. Deze regel komt voort uit de wens de rechtzekerheid
                    van de subsidieaanvrager en de subsidieontvanger te verbeteren. Tevens streeft
                    de wetgever verbetering van de doelmatigheid van de overheidsuitgaven na.
                    Onzorgvuldig of willekeurig handelen is beter te toetsen aan de hand van een
                    subsidieverordening dan aan de hand van een op zichzelf staand besluit. Voor de
                    gemeenten bevat de Awb drie uitzonderingen op de hoofdregel:
                    subsidieverstrekking op grond van een begrotingspost, de incidentele
                    subsidieverstrekking en het verstrekken van subsidie in afwachting van de
                    totstandkoming van een verordening, de spoedshalve subsidie. Ook de
                    uitzonderingen zijn in de Awb zodanig geregeld, dat aan de eisen van
                    rechtszekerheid en de wens tot doelmatigheid wordt voldaan.Volgens de Memorie
                    van Toelichting op de Awb moet de subsidieverordening voldoen aan een tweetal
                    minimumeisen. Allereerst wordt een omschrijving verlangd van de activiteiten
                    waarvoor subsidie wordt verleend. In de tweede plaats moet de verordening een
                    grondslag bieden voor de verplichtingen die het bestuursorgaan aan de
                    subsidieverlening kan verbinden, voor zover die grondslag niet reeds in de Awb
                    zelf is neergelegd.TerminologieDe in gemeentelijke regelgeving gehanteerde
                    terminologie moet overeenkomen met die van de Awb. Dat betekent onder meer, dat
                    niet meer gesproken kan worden over toekenning, afwijzing en definitieve
                    vaststelling van subsidies.Voortaan worden de volgende begrippen gebruikt:
                    verlening (voorheen toekenning): dit is het besluit, waarbij de aanvrager
                    aanspraak krijgt op een bepaald subsidiebedrag ; weigering (voorheen
                    afwijzing): dit is het besluit, waarbij een bepaalde activiteit niet subsidiabel
                    wordt verklaard c.q. geen subsidie wordt verleend; vaststelling (voorheen
                    definitieve vaststelling): volgt in de regel na de subsidieverlening op grond
                    van onder meer een verslag en rekening van baten en lasten, ingediend door de
                    subsidieontvanger; verstrekking: omvat het proces van subsidieverlening en
                    -vaststelling.Huidige verordeningDe huidige subsidieverordeningen zijn
                    toegespitst op de gebieden Sport en Welzijn (waaronder Kunst en Cultuur, Zorg en
                    Maatschappelijk Ontwikkeling). De nieuwe verordening (ASV) is een algemene
                    subsidieverordening voor alle subsidies van de gemeente Lansingerland die onder
                    de Awb en de algemene uitgangspunten voor het subsidiebeleid zoals deze zijn
                    vastgelegd in de kadernotitie subsidiebeleid Lansingerland 2008.
                    BevoegdhedenverdelingHet uitgangspunt waarop de bevoegdhedenverdeling in de
                    nieuwe verordening is gebaseerd, is, dat de raad op hoofdlijnen stuurt en het
                    college zorgt voor de uitvoering hiervan. De raad zet de algemene beleidslijnen
                    uit, stelt de prioriteiten en stelt bij begroting de gelden ter beschikking die
                    per beleidstaak voor subsidiëring in enig jaar beschikbaar zijn.De raad bepaalt
                    ook de diverse grondslagen voor subsidiëring door middel van het vaststellen van
                    het subsidiebeleidskader. Wij verwijzen in dit verband naar de artikelsgewijze
                    toelichting.Het college is binnen deze door de raad vastgestelde grenzen
                    verantwoordelijk voor het ontwikkelen van nadere regels, uitvoering, dat wil
                    zeggen voor de verlening, bevoorschotting, vaststelling en betaling van de
                    subsidies. Ook is het college bevoegd om toezicht en controle uit te oefenen op
                    de naleving van de subsidieafspraken. Daarnaast is het college bevoegd om een
                    subsidie in te trekken, als niet (meer) aan de in de verordening gestelde regels
                    wordt voldaan.RechtsbeschermingDe rechtsbescherming is volledig geregeld in het
                    eerste hoofdstuk van de Awb. Voor een subsidieaanvrager staat de mogelijkheid
                    open om tegen alle besluiten bezwaar aan te tekenen bij het bestuursorgaan dat
                    de beslissing heeft genomen. Tegen een besluit is verder, in tweede instantie,
                    beroep mogelijk bij de rechtbank, sector bestuursrecht.Procedurele eisen in
                    relatie tot Afdeling 4.2.8 van de AwbAfdeling 4.2.8 van de Awb bevat een
                    facultatieve standaardregeling voor structurele subsidies die per boekjaar
                    worden verstrekt aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. Dat wil
                    zeggen dat gemeenten er voor kunnen kiezen om deze afdeling voor die categorie
                    van toepassing te verklaren. In de nieuwe ASV is daar niet voor gekozen, omdat
                    de aan de verschillende subsidievormen te stellen procedurele eisen verschillen
                    en soms ook wat afwijken van of verder gaan dan de eisen geformuleerd in deze
                    afdeling. In de nieuwe ASV zijn per subsidievorm voor zover aan de orde de
                    voorschriften met betrekking tot de subsidieaanvraag, subsidieverlening,
                    subsidievaststelling en aanvullende verplichtingen geformuleerd. Dat heeft als
                    voordeel, dat per subsidievorm een overzichtelijk beeld ontstaat.Voor het
                    totaaloverzicht belangrijke voorschriften in de AwbDe ASV heeft de Awb als
                    kader. Zoals hiervoor reeds geschetst, hangt het van de aard van de regels in de
                    Awb af (dwingend, gangbaar, aanvullend of facultatief) of deze rechtstreeks
                    gelden voor de gemeente of dat de gemeente kan aanvullen dan wel afwijken. Voor
                    het totaaloverzicht is het in ieder geval vaak nodig om de met de verschillende
                    onderwerpen verband houdende Awb-artikelen te kennen. Wij hebben er daarom voor
                    gekozen om in de artikelsgewijze toelichting tevens per artikel de relevante
                    artikelen uit de Awb weer te geven. Ter onderscheiding hebben wij deze in een
                    kader geplaatst.Diverse Awb-artikelen komen in dat verband niet ter sprake,
                    terwijl zij wel van groot belang zijn in verband met de rechtstreekse
                    geldigheid. Het betreft bepalingen over de subsidieaanvraag, de
                    subsidieverlening, de subsidievaststelling, intrekking en wijziging. Voor een
                    goed overzicht vermelden wij die algemeen geldende bepalingen hier, eveneens in
                    een kader en voor zover nodig met enige toelichting.De subsidieaanvraagIngevolge
                    artikel 4.2 van de Awb dient de subsidieaanvraag volledig te zijn om in
                    behandeling te kunnen worden genomen. Indien dit niet het geval is, heeft het
                    college de bevoegdheid om de aanvraag niet in behandeling te nemen.Artikel 4:21.
                    De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste: de naam en het adres van de
                    aanvrager; de dagtekening; een aanduiding van de beschikking die wordt
                    gevraagd.2. De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de
                    beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de
                    beschikking kan krijgen.Artikel 4:51. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan
                    enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of
                    indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling
                    van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, kan het
                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager
                    gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de
                    aanvraag aan te vullen.2. Indien de aanvraag, of een van de daarbij behorende
                    gegevens of bescheiden, in een vreemde taal is gesteld en een vertaling daarvan
                    voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking
                    noodzakelijk is, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
                    behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het
                    bestuursorgaan te stellen termijn de aanvraag met een vertaling aan te vullen.3.
                    Indien de aanvraag, of een van de daarbij behorende gegevens of bescheiden,
                    omvangrijk of ingewikkeld is en een samenvatting voor de beoordeling van de
                    aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking noodzakelijk is, kan het
                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de
                    gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan te stellen termijn de
                    aanvraag met een samenvatting aan te vullen.4. Een besluit om de aanvraag niet
                    te behandelen, wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken nadat de
                    aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is
                    verstreken.De subsidieverleningTwee belangrijke momenten in het proces van
                    subsidiëring zijn de subsidieverlening en de subsidievaststelling. De
                    subsidieverlening vestigt een rechtens afdwingbare, zij het voorwaardelijke,
                    aanspraak op financiële middelen, veelal voor een bepaald tijdvak. Wanneer de
                    activiteiten zijn verricht en ook aan de overige verplichtingen is voldaan,
                    wordt de subsidie in beginsel overeenkomstig de verlening vastgesteld. De
                    subsidievaststelling is het besluit, waarbij wordt bepaald welk bedrag
                    daadwerkelijk zal worden uitbetaald.De mogelijkheid bestaat om af te zien van
                    subsidieverlening en direct tot vaststelling over te gaan, indien een verlening
                    vooraf gelet op de subsidievorm en de hoogte van het subsidiebedrag niet nodig
                    dan wel te omslachtig is. De artikelen 4:29 tot en met 4:32 van de Awb geven
                    onder meer aan welke eisen worden gesteld aan de beschikking tot
                    subsidieverlening.Artikel 4:29Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
                    bepaald, kan voorafgaand aan een subsidievaststelling een beschikking omtrent
                    subsidieverlening worden gegeven, indien een aanvraag daartoe is ingediend voor
                    de afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie wordt
                    gevraagd.Artikel 4:301. De beschikking tot subsidieverlening bevat een
                    omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend.2. De
                    omschrijving kan later worden uitgewerkt, voor zover de beschikking tot
                    subsidieverlening dit vermeldt.Artikel 4:311. De beschikking tot
                    subsidieverlening vermeldt het bedrag van de subsidie, dan wel de wijze waarop
                    dit bedrag wordt bepaald.2. Indien de beschikking tot subsidieverlening het
                    bedrag van de subsidie niet vermeldt, vermeldt zij het bedrag waarop de subsidie
                    ten hoogste kan worden vastgesteld, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
                    bepaald.Artikel 4:32Een subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak op
                    financiële middelen wordt verleend voor een bepaald tijdvak, dat in de
                    beschikking tot subsidieverlening wordt vermeld.VaststellingDe Awb gaat ervan
                    uit, dat de subsidieontvanger de aanvraag tot subsidievaststelling indient. Bij
                    verordening kan daarvoor een termijn worden gesteld. Dit is voor de
                    verschillende subsidievormen in de desbetreffende hoofdstukken gedaan. Artikel
                    4:44 van de Awb geeft de uitzonderingen op het principe dat de subsidieontvanger
                    de aanvraag tot vaststelling indient. In dit verband wijzen wij op de
                    bevoegdheid die het college op grond van artikel 4:47 heeft om de subsidie
                    ambtshalve vast te stellen.Artikel 4:42De beschikking tot subsidievaststelling
                    stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het
                    vastgestelde bedrag overeenkomstig afdeling 4.2.7.Artikel 4:441. Indien een
                    beschikking tot subsidieverlening is gegeven, dient de subsidieontvanger na
                    afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een
                    aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, tenzij: de subsidie met
                    toepassing van artikel 4:47, onderdeel a, ambtshalve wordt vastgesteld; bij
                    wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald dat de aanvraag
                    wordt ingediend telkens na afloop van een gedeelte van het tijdvak waarvoor de
                    subsidie is verleend, of de vaststelling van de subsidie bij een overeenkomst
                    als bedoeld in artikel 4:36, eerste lid, anders is geregeld.2. Indien bij
                    wettelijk voorschrift geen termijn is bepaald, wordt de aanvraag tot
                    vaststelling ingediend binnen een bij de subsidieverlening te bepalen termijn.3.
                    Indien voor de indiening van de aanvraag tot vaststelling geen termijn is
                    bepaald of de aanvraag na afloop van de daarvoor bepaalde termijn niet is
                    ingediend, kan het bestuursorgaan de subsidieontvanger een termijn stellen
                    binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend.4. Indien na afloop van deze
                    termijn geen aanvraag is ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden
                    vastgesteld.De hoofdregel luidt, dat de subsidie overeenkomstig de verlening
                    wordt vastgesteld. Lagere vaststelling is alleen toegestaan in de in artikel
                    4:46 van de Awb genoemde gevallen.Artikel 4:461. Indien een beschikking tot
                    subsidieverlening is gegeven, stel het bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig
                    de subsidieverlening vast.2. De subsidieverlening kan lager worden vastgesteld
                    indien: de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel
                    hebben plaatsgevonden; de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
                    subsidie verbonden verplichtingen; de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige
                    gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot
                    een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid,
                    of de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist
                    of behoorde te weten.3. Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van
                    de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden
                    kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de
                    vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.Ambtshalve vaststelling
                    houdt in, dat het college overgaat tot subsidievaststelling, zonder dat daartoe
                    een aanvraag is ingediend. De subsidie wordt dan vastgesteld op basis van de op
                    dat moment beschikbare gegevens. Het kan bijvoorbeeld voorkomen, dat een
                    subsidieontvanger de termijn ongebruikt laat verstrijken of dat de
                    subsidieverlening wordt ingetrokken. In dat laatste geval kan redelijkerwijs
                    niet worden verwacht dat een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend.Artikel
                    4:47Het bestuursorgaan kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve
                    vaststellen, indien: bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een
                    termijn is bepaald binnen welke de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld;
                    toepassing wordt gegeven aan artikel 4:44, vierde lid,of de beschikking tot
                    subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling wordt ingetrokken
                    of ten nadele van de ontvanger wordt gewijzigd.Artikel 4:45 gaat over de
                    verantwoording van de activiteiten door de subsidieontvanger. De gemeente kan op
                    dit vlak nadere eisen stellen in de verordening. In de nieuwe ASV is dit voor de
                    verschillende subsidievormen gedaan.Artikel 4:451. Bij de aanvraag tot
                    subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de activiteiten hebben
                    plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen,
                    tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld.2. Bij
                    de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en
                    verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                    inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
                    zijn.Intrekking en wijzigingIn de verordening zijn geen bepalingen opgenomen
                    over de intrekking en wijziging van subsidies. De mogelijkheden daartoe zijn
                    geregeld in de artikelen 4:48 tot en met 4:51 van de Awb. Voor een goed
                    overzicht is het belangrijk deze artikelen te kennen. In een beperkt aantal
                    gevallen kan de subsidieverlening met terugwerkende kracht worden ingetrokken.
                    Deze maatregel moet worden gezien als een aanvulling op de mogelijkheid om een
                    subsidie lager of op nul euro vast te stellen. Er hoeft dus in bepaalde, in
                    artikel 4:48 genoemde gevallen niet gewacht te worden met ingrijpen tot het
                    moment van subsidievaststelling.Artikel 4:481. Zolang de subsidie niet is
                    vastgesteld kan het bestuursorgaan de subsidieverlening intrekken of ten nadele
                    van de subsidieontvanger wijzigen indien: de activiteiten waarvoor subsidie is
                    verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; de
                    subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                    verplichtingen; de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                    verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                    beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; de
                    subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of
                    behoorde te weten, of met toepassing van artikel 4:34, vijfde lid, een beroep
                    wordt gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden
                    gesteld.2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop
                    de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is
                    bepaald.Intrekking wegens feiten of omstandigheden die zich na de vaststelling
                    hebben voorgedaan of die het bestuursorgaan ten tijde van de vaststelling niet
                    bekend konden zijn, is in artikel 4:49 geregeld. Hieraan is een limiet van vijf
                    jaar gesteld.Artikel 4:491. Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling
                    intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen: op grond van feiten en
                    omstandigheden waarvan het bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de
                    hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de
                    subsidieverlening zou zijn vastgesteld; indien de subsidievaststelling onjuist
                    was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of indien de
                    subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan de subsidie
                    verbonden verplichtingen.2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met
                    het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of
                    wijziging anders is bepaald.3. De subsidievaststelling kan niet meer worden
                    ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren
                    zijn verstreken sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval,
                    bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sedert de dag waarop de handeling in
                    strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had
                    moeten worden voldaan.Artikel 4:50 handelt over intrekking of wijziging van de
                    subsidieverlening voor de toekomst.Artikel 4:501. Zolang de subsidie niet is
                    vastgesteld kan het bestuursorgaan de subsidieverlening met inachtneming van een
                    redelijke termijn intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:
                    voor zover de subsidieverlening onjuist is; voor zover veranderde
                    omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen
                    voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, of in
                    andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.2. Bij intrekking of
                    wijziging op grond van het eerste lid, onderdeel a of b, vergoedt het
                    bestuursorgaan de schade die de subsidieontvanger lijdt doordat hij in
                    vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou
                    hebben gedaan.Artikel 4:51 regelt het weigeren van de voortzetting van subsidies
                    die al drie jaar of langer worden verstrekt. Dat kan alleen bij veranderde
                    omstandigheden of gewijzigde inzichten en met inachtneming van een redelijke
                    termijn.Artikel 4:511. Indien aan een subsidieontvanger voor drie of meer
                    achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak
                    dezelfde voortdurende activiteiten, geschiedt gehele of gedeeltelijke weigering
                    van de subsidie voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde
                    omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting of ongewijzigde
                    voortzetting van de subsidie verzetten, slechts met inachtneming van een
                    redelijke termijn.2. Voor zover aan het einde van het tijdvak waarvoor subsidie
                    is verleend sedert de bekendmaking van het voornemen tot weigering voor een
                    daarop aansluitend tijdvak nog geen redelijke termijn is verstreken, wordt de
                    subsidie voor het resterende deel van die termijn verleend, zo nodig in
                    afwijking van artikel 4:25, eerste lid.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>HOOFDSTUK 1 - Algemene bepalingenArtikel 1 - BegripsomschrijvingenDe
                    begripsomschrijvingen in dit artikel van de verordening zijn opgenomen om
                    interpretatieverschillen te voorkomen.Een omschrijving van het begrip "subsidie"
                    ontbreekt, omdat artikel 4:21 van de Awb daar een definitie van geeft, die
                    dwingend is en algemene geldigheid heeft. Opname in de verordening is daarom
                    niet mogelijk. Toch is het zinvol op deze plaats aandacht te besteden aan de
                    wettelijke definitie.Artikel 4:21Onder subsidie wordt verstaan de aanspraak op
                    financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde
                    activiteiten van de subsidieontvanger, anders dan als betaling voor aan het
                    bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.Deze titel is niet van toepassing
                    op aanspraken of verplichtingen die voortvloeien uit een wettelijk voorschrift
                    betreffende belastingen of de heffing van een premie dan wel een
                    premievervangende belasting als gevolg van de Wet financiering
                    volksverzekeringen.Deze titel is niet van toepassing op de aanspraak op
                    financiële middelen die wordt verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift
                    dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan rechtspersonen die krachtens
                    publiekrecht zijn ingesteld.Deze titel is van overeenkomstige toepassing op de
                    bekostiging van het onderwijs en onderzoek.Er wordt uitgegaan van een materieel
                    subsidiebegrip: zodra aan de elementen van de begripsomschrijving wordt voldaan,
                    spreken wij van subsidie. Deze elementen zijn:1. een aanspraak op financiële
                    middelen;2. anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                    goederen of diensten;3. door een bestuursorgaan verstrekt;4. met het oog op
                    bepaalde activiteiten van de aanvrager.Ad 1Verstrekkingen in natura, zoals het
                    om niet of voor een lage huurprijs beschikbaar stellen van een accommodatie,
                    vallen niet onder het subsidiebegrip.Met het woord "aanspraak" wordt aangegeven,
                    dat de financiële middelen niet daadwerkelijk verstrekt hoeven te worden. Zo is
                    bijvoorbeeld ook het garant staan van de gemeente voor afbetaling van een lening
                    een subsidie in de zin van de verordening. De gemeente verplicht zich immers tot
                    betaling op het moment dat de geldlener daartoe niet in staat is. Het is dus
                    niet zo, dat pas van subsidie kan worden gesproken op het moment dat de
                    financiële middelen daadwerkelijk worden verstrekt. Voldoende is dat de
                    aanspraak op financiële middelen wordt gevestigd.Het cruciale moment is niet de
                    feitelijke verstrekking, maar de beslissing om de voorgenomen activiteit te
                    subsidiëren als zij werkelijk plaatsvindt.Ad 2.Commerciële transacties waarbij
                    de gemeente partij is, vallen buiten het subsidiebegrip.Ad 3.De subsidie wordt
                    verleend en vastgesteld door een bestuursorgaan van de gemeente. Meestal zal dit
                    het college zijn.Ad 4.Het moet gaan om een gebonden inkomens- of
                    vermogensoverdracht in die zin, dat bij de subsidieverlening, voorafgaand aan de
                    te verrichten activiteiten, de bestedingsrichting van de verleende middelen is
                    vastgelegd.Indien het gaat om een complete of aanvullende inkomensvoorziening
                    (bijvoorbeeld sociale zekerheid, studiefinanciering, schadevergoedingen), dan
                    wordt het uitgekeerde bedrag niet als subsidie gezien.De bekostiging van het
                    onderwijs vindt plaats op basis van de specifieke onderwijswetgeving. Volgens de
                    wet zijn de algemene regels betreffende subsidiëring dan ook niet rechtstreeks,
                    maar wel van overeenkomstige toepassing, ter bevordering van een zekere mate van
                    harmonisatie.Artikel 2 - Reikwijdte van de verordeningHet opnemen van de term
                    "gemeentelijk belang" heeft tot doel om aanvragen waarbij geen algemene belangen
                    van de inwoners c.q. bezoekers van de gemeente Lansingerland betrokken zijn, te
                    kunnen uitsluiten.Artikel 3 - Algemene eisenIn dit artikel wordt een aantal
                    algemene eisen en uitgangspunten geformuleerd. Uitgangspunt is dat alleen
                    subsidie wordt verstrekt aan aanvragers die een volledige rechtspersoonlijkheid
                    bezitten. Lid 2 van dit artikel biedt de mogelijkheid om daarvan in bijzondere
                    gevallen af te wijken, dat wil zeggen voor activiteiten die passen binnen het
                    subsidiebeleid en waarbij de omstandigheid dat deze niet worden gerealiseerd
                    door een rechtspersoonlijkheid bezittende aanvrager geen beletsel is. Ander
                    uitgangspunt is dat slechts gesubsidieerd wordt indien de aanvrager de te
                    subsidiëren activiteiten niet uit eigen middelen en of middelen van derden kan
                    bekostigen.Artikel 4 - Inhoudelijk beleidDe raad is op grond van de bepalingen
                    van de Gemeentewet het aangewezen orgaan om subsidiëring te regelen. Door de
                    inhoudelijke criteria zo veel mogelijk op te nemen in beleidsuitgangspunten en
                    beleidsnota's, wordt aan het primaat van de raad tegemoet gekomen en wordt
                    eveneens de rechtsgelijkheid bevorderd.Artikel 5 - SubsidiebeleidskaderHet
                    subsidiebeleidskader geeft een zo compleet mogelijk, compact overzicht van het
                    subsidiebeleid. Door de periodieke vaststelling daarvan (in beginsel eens in de
                    vier jaar) komt de schijnwerper regelmatig te staan op het zogenaamde bestaande
                    beleid.Artikel 6 - UitvoeringDe bevoegdheidsverdeling geeft aan dat de raad
                    stuurt op hoofdlijnen en dat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering
                    van het door de raad vastgestelde beleid.Artikel 7 - SubsidieplafondIn artikel
                    4:25 van de Awb wordt de mogelijkheid geschapen een subsidieplafond te hanteren.
                    De bevoegdheid tot vaststelling van een subsidieplafond moet dan wel in de
                    verordening zijn opgenomen. Op grond van het eerste lid van artikel 4:26 van de
                    Awb moet de verordening tevens regelen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld
                    of welk orgaan dat krachtens de verordening mag doen. Artikel 7 voorziet in deze
                    wettelijke eisen, zodat nu de mogelijkheid bestaat om met subsidieplafonds te
                    gaan werken.Het subsidieplafond is een oplossing voor het probleem dat het
                    ontbreken van een toereikende begrotingspost niet kan worden tegengeworpen aan
                    de subsidieaanvrager, omdat de subsidieregeling een ongeclausuleerde aanspraak
                    op subsidie creëert. Bij subsidieaanvragen die op grond van deze verordening
                    worden ingediend, zal dat niet gauw het geval zijn. Er is zo veel
                    beleidsvrijheid, dat het college ook zonder subsidieplafond bevoegd is de
                    subsidie te weigeren op grond van het feit dat zij er om beleidsinhoudelijke
                    redenen geen geld (meer) voor wil vrijmaken. De weigering moet uiteraard wel
                    deugdelijk worden gemotiveerd.Niettemin moet de mogelijkheid tot vaststelling
                    van een subsidieplafond er wel zijn. Te denken valt in dit verband bijvoorbeeld
                    aan het speciale "potje" voor incidentele activiteiten.Als een subsidieplafond
                    is vastgesteld, moet dat worden gepubliceerd. Tevens is de raad verplicht om aan
                    te geven welk verdelingssysteem wordt gehanteerd. Daarin is de raad vrij.
                    Gedacht kan worden aan het tendersysteem, waarbij aanvragen voor een bepaalde
                    datum moeten worden ingediend, waarna aan de hand van bepaalde criteria een
                    selectie wordt gemaakt. Een andere mogelijkheid is toepassing van het principe:
                    'wie het eerst komt, het eerst maalt'. Bij de bekendmaking van het
                    subsidieplafond moet op deze verdelingsmaatstaven worden gewezen.Het plafond
                    (inclusief de verdelingsmaatstaven) moet bekendgemaakt worden voor aanvang van
                    het tijdvak waarop het betrekking heeft. Potentiële subsidieaanvragers moeten
                    daarmee rekening houden. Ook behoren zij te weten, dat hun subsidieaanvraag kan
                    worden geweigerd wegens het ontbreken van gelden, ook al voldoet de aanvraag aan
                    de gestelde eisen.Artikel 4:251. Een subsidieplafond kan slechts bij of
                    krachtens wettelijk voorschrift worden vastgesteld.2. Een subsidie wordt
                    geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou
                    worden overschreden.3. Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep ter
                    uitvoering van een rechterlijke uitspraak over verstrekking wordt beslist, geldt
                    de verplichting van het eerste lid slechts voor zover zij ook gold op het
                    tijdstip, waarop de beslissing in eerste aanleg werd genomen of had moeten
                    worden genomen.Artikel 4:261. Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt
                    bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.2. Bij de bekendmaking van het
                    subsidieplafond wordt de wijze van verdeling vermeld.Artikel 4:271. Het
                    subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het
                    is vastgesteld.2. Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later
                    wordt bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien
                    ingediende aanvragen.Artikel 4:28Artikel 4:27, tweede lid, is niet van
                    toepassing, indien: de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond
                    is vastgesteld als gevolg van wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op
                    een tijdstip waarop de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd; het
                    een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring van de
                    begroting; bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de
                    mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor al ingediende
                    aanvragen.Artikel 8 - Algemene reserveIn dit artikel staan de bepalingen
                    opgenomen die betrekking hebben op het creëren van een algemene reserve. Dit is
                    een buffer waarmee tekorten in het ene jaar kunnen worden opgevangen met
                    overschotten in het andere jaar. Het kan niet de bedoeling zijn, dat deze
                    reserve oneindig groot wordt. Daarom wordt vastgesteld, dat deze reserve
                    maximaal 10 % van de totale exploitatielasten van de aanvrager mag bedragen. Het
                    college kan op grond van lid 3 zonodig van dit percentage afwijken. Dit kan zij
                    doen op eigen initiatief of op een daartoe strekkend verzoek. Indien het college
                    meent dat een aanvrager grote financiële risico's loopt, heeft het de
                    mogelijkheid het percentage te verhogen.In de Awb wordt de term
                    egalisatiereserve gehanteerd. In Lansingerland wordt hiermee de term algemene
                    reserve gedekt.Artikel 4:721. Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de
                    subsidieverlening is bepaald, vormt de ontvanger een egalisatiereserve.2. Het
                    verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de
                    activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste onderscheidenlijk
                    ten laste van de egalisatiereserve.3. De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend
                    en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is belegd.Artikel 9 -
                    Bestemmingsreserves en voorzieningenDit artikel biedt de mogelijkheid aan een
                    aanvrager om naast een algemene reserve één of meerdere bestemmingsreserves
                    en/of voorzieningen te vormen. Om een goed gebruik van de financiële middelen te
                    waarborgen, dient hiervoor toestemming aan het college te worden
                    gevraagd.Artikel 10 - EvaluatieDit artikel geeft uitwerking aan het bepaalde in
                    artikel 4:24 van de Awb. Het betreft een zogenaamde gangbare regel. Dat wil
                    zeggen, dat de gemeente de vrijheid heeft om deze anders in te vullen. Artikel
                    10 bepaalt, dat het college het subsidieproces en de algemene
                    subsidieverordening eens in de 4 jaar evalueert.Artikel 11 - ToezichthoudersIn
                    de Awb is in Hoofdstuk 5, Afdeling 5.1 het nodige geregeld over toezichthouders.
                    Een uitgebreide regeling in de verordening is daarom niet nodig. Wel moet de
                    verordening de mogelijkheid aangeven om toezichthouders aan te wijzen.Op grond
                    van het bepaalde in Afdeling 5.1 moet de aanvrager de toezichthouder toegang
                    verlenen tot de accommodatie en de administratie. Hij is bevoegd inlichtingen te
                    vorderen en zo nodig zakelijke bescheiden en gegevens mee te nemen om kopieën te
                    kunnen maken.Op grond van artikel 5:14 van de Awb is bepaald, dat de
                    toezichthouder niet de bevoegdheden heeft die worden vermeld in de artikelen
                    5:18 en 5:19, omdat dergelijke bevoegdheden in het kader van de
                    subsidieverordening geen zin hebben.Artikel 5:11Onder toezichthouder wordt
                    verstaan: een persoon, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het
                    houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig
                    wettelijk voorschrift.Artikel 5:121. Bij de uitoefening van zijn taak draagt een
                    toezichthouder een legitimatiebewijs bij zich, dat is uitgegeven door het
                    bestuursorgaan onder verantwoordelijkheid waarvan de toezichthouder werkzaam is.
                    2. Een toezichthouder toont zijn legitimatiebewijs desgevraagd.3. Het
                    legitimatiebewijs bevat een foto van de toezichthouder en vermeldt in ieder
                    geval diens naam en hoedanigheid. Het model van het legitimatiebewijs wordt
                    vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Justitie.Artikel 5:13Een
                    toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat
                    redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.Artikel 5:14Bij
                    wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan dat de
                    toezichthouder als zodanig aanwijst, kunnen de aan de toezichthouder toekomende
                    bevoegdheden worden beperkt.Artikel 5:151. Een toezichthouder is bevoegd, met
                    medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden met uitzondering
                    van een woning zonder toestemming van de bewoner.2. Zo nodig verschaft hij zich
                    toegang met behulp van de sterke arm.3. Hij is bevoegd zich te doen vergezellen
                    door personen die daartoe door hem zijn aangewezen.Artikel 5:16 Een
                    toezichthouder is bevoegd inlichtingen te vorderen.Artikel 5:171. Een
                    toezichthouder is bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en
                    bescheiden.2. Hij is bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken.3.
                    Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de
                    gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door
                    hem af te geven schriftelijk bewijs.Artikel 5:181. Een toezichthouder is bevoegd
                    zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te
                    nemen.2. Hij is bevoegd daartoe verpakkingen te openen.3. De toezichthouder
                    neemt op verzoek van de belanghebbende zo mogelijk een tweede monster, tenzij
                    bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald.4. Indien het
                    onderzoek, de opneming of de monsterneming niet ter plaatse kan geschieden, is
                    hij bevoegd zaken voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem
                    af te geven schriftelijk bewijs.5. De genomen monsters worden voor zover
                    mogelijk teruggegeven.6. De belanghebbende wordt op zijn verzoek zo spoedig
                    mogelijk in kennis gesteld van de resultaten van het onderzoek, de opneming of
                    de monsterneming.Artikel 5:191. Een toezichthouder is bevoegd vervoermiddelen te
                    onderzoeken waarvoor hij een toezichthoudende taak heeft.2. Hij is bevoegd
                    vervoermiddelen waarmee naar zijn redelijk oordeel zaken worden vervoerd met
                    betrekking waartoe hij een toezichthoudende taak heeft, op hun lading te
                    onderzoeken.3. Hij is bevoegd van de bestuurder van een vervoermiddel inzage te
                    vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden met betrekking waartoe hij
                    een toezichthoudende taak heeft.4. Hij is bevoegd met het oog op de uitoefening
                    van deze bevoegdheden van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van
                    een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door
                    hem aangewezen plaats overbrengt.5. Bij regeling van Onze Minister van Justitie
                    wordt bepaald op welke wijze de vordering tot stil houden wordt gedaan.Artikel
                    5:20 1. Een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem
                    gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs
                    kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.2. Zij die uit hoofde van
                    ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding kunnen
                    het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun
                    geheimhoudingsplicht voortvloeit.HOOFDSTUK 2 - PrestatiesubsidieArtikel 12 -
                    AanvraagDe datum voor het indienen van de aanvraag houdt verband met de
                    besluitvorming in het kader van de begrotingscyclus van de gemeente. Dit artikel
                    geeft globaal aan welke gegevens met een aanvraag moeten worden ingediend. Het
                    college kan, indien zij dit nodig acht, bepalen, dat ook andere gegevens moeten
                    worden overgelegd.Artikel 13 - BegrotingGeen nadere toelichting
                    noodzakelijkArtikel 14 - BeslistermijnNadat de raad in november de
                    programmabegroting heeft vastgesteld neemt het college binnen zes weken een
                    definitieve beslissing in de vorm van een beschikking. De ambtelijke toetsing
                    van de aanvraag vindt plaats binnen 8 weken na 1 mei. Daar waar wordt afgeweken
                    van de aanvraag worden aanvragers ambtelijk op de hoogte gesteld van het
                    voorstel tot afwijking. Aanvragers worden in de gelegenheid gesteld een
                    zienswijze in te dienen (artikel 4.7 tot en met 4.9 Awb).Artikel 15 - Besluit
                    tot subsidieverleningBij prestatiesubsidies vormen zowel subsidieverlening als
                    subsidievaststelling onderdeel van het subsidieproces. Bij subsidieverlening
                    wordt in feite gezegd, dat een aanvrager in principe een bepaald bedrag aan
                    subsidie krijgt. Dit is tevens het maximum aan subsidie dat een aanvrager kan
                    ontvangen. Afhankelijk van de verrichte prestaties/activiteiten wordt de
                    subsidie na afloop van het subsidietijdvak definitief vastgesteld. Van belang is
                    bij de subsidieverlening aan te geven of bij de verantwoording een
                    accountantsverklaring noodzakelijk is. In ieder geval is in onderstaande
                    situaties een accountantsverklaring noodzakelijk:1. Als het te verlenen
                    subsidiebedrag over een tijdvak de omvang heeft van tenminste € 45.000, maar
                    minder dan € 125.000 is bij verantwoording die onderdeel uitmaakt van de
                    aanvraag tot vaststelling van de subsidie minimaal een beoordelingsverklaring
                    van een accountant vereist.2. Als het te verlenen subsidiebedrag over het in het
                    subsidietijdvak een omvang heeft van tenminste € 125.000 is bij de
                    verantwoording die deel uitmaakt van de aanvraag tot vaststelling van de
                    subsidie een verklaring van een accountant vereist, evenals het
                    accountantsrapport waarop de verklaring is gebaseerd.3. De in het eerste en
                    tweede lid genoemde verklaringen zijn gebaseerd op het door het college
                    vastgestelde controleprotocol, tenzij sprake is van subsidieverlening op basis
                    van een rijksregeling op Europese regeling waarvoor andere vereisten gelden.4.
                    Het college kan in plaats van de in het eerste en tweede lid genoemde bedragen
                    in individuele gevallen lagere bedragen vaststellen.5. Aan de subsidieontvanger
                    wordt de verplichting opgelegd dat hij er zorg voor draagt in de afspraken met
                    de accountant, dat deze zich bij het onderzoek en het opstellen van de
                    verklaring houdt aan wat is vermeld in het Controleprotocol dat deel uitmaakt
                    van de subsidiebeschikking.6. Het college kan bij de subsidieverlening bepalen
                    dat de subsidieontvanger zijn accountant opdracht verleent zich een oordeel te
                    vormen over specifieke door het college aangegeven aandachtspunten.Artikel 16 -
                    UitvoeringsovereenkomstenDit artikel maakt het mogelijk dat naast de beschikking
                    tot subsidieverlening een (privaatrechtelijke) uitvoeringsovereenkomst wordt
                    afgesloten. Een dergelijke overeenkomst biedt de mogelijkheid om het verrichten
                    van de activiteiten zo nodig te vorderen via de civiele rechter. Hieraan kan
                    behoefte bestaan, als de activiteit bestaat uit het verschaffen van door de
                    gemeente essentieel geachte voorzieningen en (dreiging met) intrekking van de
                    subsidie een onder de gegeven omstandigheden onvoldoende effectieve sanctie is.
                    Dit kan zich voordoen, als het aanbieden van de desbetreffende voorziening niet
                    eenvoudig door anderen of de gemeente zelf kan worden overgenomen.Artikel
                    4:36Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een overeenkomst
                    worden afgesloten.Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard
                    van de subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst worden bepaald dat
                    de aanvrager verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is
                    verleend.Artikel 17 - Aanvraag tot subsidievaststellingDit artikel heeft
                    betrekking op de voorbereiding van het tweede publiekrechtelijke moment in het
                    subsidietraject. Voorafgaand aan het vaststellen van een subsidie zullen de
                    aanvragers een aanvraag moeten indienen, vergezeld van een aantal stukken. Het
                    college kan afwijken van de verplichting in lid 3 sub c een accountantsverslag
                    te overleggen als naar zijn inzicht de kosten van de accountant niet opwegen
                    tegen de hoogte van de verleende subsidie.Artikel 18 - Besluit tot
                    subsidievaststellingDe subsidievaststelling is het logische vervolg op de
                    subsidieverlening.Artikel 19 - Verplichtingen van de subsidieontvangerHet
                    stellen van eisen met betrekking tot de administratie van een aanvrager is
                    vooral van belang met het oog op de subsidievaststelling. De administratie moet
                    daarom inzichtelijk en controleerbaar zijn.Artikel 20 - ToestemmingsvereisteDit
                    artikel sluit aan bij artikel 4:71 van de Awb. Het eerste lid daarvan is
                    facultatief, de overige leden zijn dwingend van aard.Voor prestatiesubsidies, is
                    het merendeel van de toestemmingsvereisten uit de Awb overgenomen. Dit geldt
                    alleen niet voor de onderdelen e. g. en h. Onderdeel g. heeft betrekking op
                    fondsen en reserves, waarvoor afzonderlijke bepalingen in de verordening zijn
                    opgenomen (artikel 8 en 9). De vereisten geformuleerd onder e. en h. zouden de
                    bedrijfsvoering van de betrokken aanvragers onnodig kunnen belemmeren.Artikel
                    4:71Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald,
                    behoeft de aanvrager de toestemming van het bestuursorgaan voor:a) het oprichten
                    van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;b) het wijzigen van de statuten;c)
                    het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen,
                    indien zij mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de
                    lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;d) het aangaan en
                    beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van
                    registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen
                    geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel de
                    uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie;e) het aangaan van
                    kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;f) het aangaan van
                    overeenkomsten waarbij de aanvrager zich verbindt tot zekerheidsstelling met
                    inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als
                    borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk
                    maakt;g) het vormen van fondsen en reserveringen;h) het vaststellen of wijzigen
                    van tarieven voor door de aanvrager in de gewone uitoefening van zijn
                    gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;i) het ontbinden van de
                    rechtspersoon;j) het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen
                    van zijn surséance van betaling.k) Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken
                    over de toestemming.l) De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken
                    worden verdaagd.m) Indien over de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de
                    toestemming geacht te zijn verleend.HOOFDSTUK 3 -WaarderingssubsidieArtikel 21 -
                    AanvraagDe normen voor de waarderingssubsidie staan beschreven in de
                    beleidsregels. Deze normen worden opgenomen in een bijlage van het
                    subsidiebeleidskader. Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij
                    artikel 12.Artikel 22 - BegrotingGeen nadere toelichting noodzakelijkArtikel 23
                    - BeslistermijnKortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel
                    14.Artikel 24 - Subsidievaststelling ineensBij de genormeerde en
                    waarderingssubsidie is gekozen voor de mogelijkheid om direct over te gaan tot
                    het vaststellen van de subsidie. De genormeerde subsidie is gebaseerd op vooraf
                    gestelde normen en er is geen sterke sturing op de activiteiten. Ook bij de
                    waarderingssubsidie is geen sterke sturing op de activiteiten. Het gaat hier om
                    verenigingen die al jaren subsidie ontvangen op basis van bijvoorbeeld het
                    aantal jeugdleden.Artikel 25 - Verplichtingen van de subsidieontvangerOm toch
                    inzicht te houden in de activiteiten die de aanvrager verricht, is ervoor
                    gekozen om de aanvragers na afloop van het subsidiejaar een kort verslag te
                    laten overleggen.HOOFDSTUK 4 - Incidentele subsidieArtikel 26 - AanvraagDe
                    aanvraag om een eenmalige subsidie kent een specifieke termijn van indiening en
                    dient vergezeld te gaan van een aantal op de subsidiesoort toegesneden
                    stukken.Artikel 27 - BegrotingGeen nadere toelichting noodzakelijkArtikel 28 -
                    BeslistermijnHet gaat hierbij om de termijnen waarop het college kan beslissen.
                    Voorts wordt de mogelijkheid geboden hier indien noodzakelijk van af te
                    wijken.Artikel 29 - Besluit tot subsidieverleningDit artikel is vergelijkbaar
                    met artikel 15 en behoeft geen toelichting.Artikel 30 - Aanvraag tot
                    subsidievaststellingDit artikel is vergelijkbaar met artikel 17. In verband met
                    de subsidiesoort blijft de eis van het overleggen van een accountantsverklaring
                    hier achterwege.Artikel 31 - SubsidievaststellingKortheidshalve wordt verwezen
                    naar de toelichting bij artikel 18.Artikel 32 - Verplichtingen
                    subsidieontvangerOm toch inzicht te houden in de activiteiten die de aanvrager
                    verricht, is ervoor gekozen om de aanvragers na afloop van de activiteiten een
                    verslag te laten overleggen.HOOFDSTUK 5 - Overige bepalingenArtikel 33 -
                    WeigeringsgrondenDe artikelen 4:25 en 4:35 bevatten dwingend recht, waarvan niet
                    bij verordening kan worden afgeweken. Wel is het mogelijk deze weigeringsgronden
                    aan te vullen. Hiervan wordt in dit artikel gebruik gemaakt. Het betreft hier
                    een limitatieve opsomming, zodat andere weigeringsgronden niet kunnen worden
                    toegepast.Artikel 4:25, tweede lid, bepaalt, dat een subsidie moet worden
                    geweigerd indien door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou
                    worden overschreden. De integrale tekst van artikel 4:25 is te vinden in de
                    toelichting op artikel 7.Artikel 4:351. De subsidieverlening kan in ieder geval
                    worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: de
                    activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; de aanvrager niet zal
                    voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de aanvrager niet op
                    een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen over de verrichte
                    activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor
                    de vaststelling van de subsidie van belang zijn.2. De subsidieverlening kan
                    voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager  in het kader van de
                    aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van
                    deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
                    failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten
                    aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing
                    is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.Artikel
                    34 - Vergoeding aan de gemeente bij vermogensvormingDeze bepaling is gebaseerd
                    op artikel 4:41 van de Awb, een facultatief wetsartikel; de verordening moet een
                    grondslag bieden om hiervan gebruik te maken. De aanvrager is onder bepaalde
                    omstandigheden verplicht tot het betalen van een schadevergoeding aan de
                    gemeente, wanneer het subsidie tot vermogensvorming bij de aanvrager heeft
                    geleid.Hierbij gaat het in het bijzonder om situaties, waarbij
                    vermogensbestanddelen niet langer dienen voor de verwezenlijking van het doel,
                    waarvoor subsidie is verleend.Dit doet zich bijvoorbeeld voor wanneer een
                    aanvrager zichzelf ontbindt of een vorm van samenwerking met een andere
                    aanvrager aangaat en het mede door middel van subsidie in eigendom verworven
                    pand verkoopt.Deze vergoedingsverplichting is wel gekoppeld aan een
                    verjaringstermijn van maximaal vijf jaar.Artikel 4:411. In de gevallen, genoemd
                    in het tweede lid, is de aanvrager, voor zover het verstrekken van de subsidie
                    heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het
                    bestuursorgaan, mits dit bij wettelijk voorschrift, of, indien de subsidie niet
                    op een wettelijk voorschrift berust, bij de subsidieverlening is bepaald, en
                    daarbij is aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.2. De
                    vergoeding is slechts verschuldigd indien: de subsidieontvanger voor de
                    gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of
                    bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt; de subsidieontvanger een
                    schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de
                    gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; de gesubsidieerde
                    activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; de subsidieverlening of
                    de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd, of de
                    rechtspersoon die de subsidie ontving, wordt ontbonden.3. De vergoeding wordt
                    vastgesteld binnen een jaar nadat het bestuursorgaan op de hoogte is gekomen of
                    kon zijn van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in
                    ieder geval binnen vijf jaar na de bekendmaking van de laatste beschikking tot
                    subsidievaststelling.Artikel 35 - VoorschottenIn de praktijk wordt meestal met
                    voorschotten gewerkt. Op grond van artikel 4:54 van de Awb is voorschotverlening
                    alleen mogelijk indien de verordening dat bepaalt.Afgewogen moet worden of
                    voorschotverlening noodzakelijk is en zo ja, welk systeem van bevoorschotting
                    wordt gehanteerd. De beslissing om een voorschot te verlenen of te weigeren moet
                    worden beschouwd als een beschikking, waartegen bezwaar en beroep openstaat.
                    Verlening van een voorschot verplicht tot uitbetaling. Wij sluiten ons aan bij
                    de in het tweede lid van artikel 4:55 vermelde gangbare betalingstermijn van
                    vier weken. Het is mogelijk de beschikking tot subsidieverlening te combineren
                    met een beschikking tot voorschotverlening.Het is zinvol vast te leggen hoe met
                    de voorschotten wordt omgegaan bij de subsidievaststelling en wat er moet
                    gebeuren als de vaststelling lager uitvalt dan de bevoorschotting. Op grond van
                    het tweede lid kan het rondpompen van geld worden voorkomen. Bevoorschotting aan
                    een aanvrager waarvan het voortbestaan onzeker is, kan worden gestopt (lid 5).Op
                    grond van het zesde lid kan worden voorkomen, dat naderhand voorschotten moeten
                    worden teruggevorderd van een aanvrager die niet aan haar verplichtingen
                    voldoet.Artikel 4:541. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger voorschotten
                    verlenen, voor zover dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening
                    is bepaald.2. De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het
                    voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.Artikel 4:551.
                    Voorschotten worden overeenkomstig de voorschotverlening betaald.2. De
                    voorschotten worden binnen vier weken na de voorschotverlening betaald, tenzij
                    bij wettelijk voorschrift of bij de voorschotverlening anders is bepaald.Artikel
                    36 - Gelieerde rechtspersonenDit artikel is bedoeld om het college een volledig
                    beeld te geven van de financiële rechten en verplichtingen van een aanvrager.
                    Daarom moet inzicht zijn in bij een andere instelling ondergebracht geld (a),
                    dochterinstellingen (b) en steunstichtingen (c).Artikel 37 - Meldingsplicht bij
                    wijziging omstandighedenOp diverse plaatsen in deze verordening wordt aangegeven
                    wat het college in verband met bepaalde omstandigheden moeten/kunnen beslissen.
                    Die omstandigheden zijn het college meestal bekend via gevraagd of ongevraagd
                    door een aanvrager gegeven informatie. Het ligt voor de hand, dat de bereidheid
                    van een aanvrager om informatie te verstrekken afneemt naarmate de gevolgen
                    daarvan minder gunstig (kunnen) zijn. Daarom wordt in dit artikel bepaald, dat
                    informatieverstrekking verplicht is (zo spoedig mogelijk en schriftelijk) als
                    het gaat om omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een door het college
                    te nemen beslissing.Artikel 38 - Zorgvuldig beheer en verzekeringsplichtOp grond
                    van artikel 4:37, eerste lid, kan de gemeente de subsidieontvanger bepaalde
                    verplichtingen opleggen.Artikel 4:371. Het bestuursorgaan kan de
                    subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot:  aard en omvang
                    van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend; de administratie van aan
                    de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten; het vóór de
                    subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor
                    een beslissing over de subsidie; de te verzekeren risico's; het stellen van
                    zekerheid voor verleende voorschotten; het afleggen van rekening en
                    verantwoording over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven
                    en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
                    zijn; het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor
                    derden; het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel
                    393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het
                    bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording
                    daarover.2. Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c,
                    wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van overeenkomstige
                    toepassing.Omdat het gemeentebestuur activiteiten subsidieert die het van belang
                    acht voor de inwoners, heeft het er ook belang bij, dat de aanvrager zich
                    verzekert tegen mogelijke risico's. Een brand- en inbraakverzekering voor de
                    roerende en onroerende zaken evenals een WA-verzekering voor personeel en
                    vrijwilligers worden daarom verplicht gesteld. De in het vierde lid opgenomen
                    mogelijkheid van vrijstelling kan worden gebruikt, als mocht blijken dat een
                    risico niet te verzekeren is dan wel er een uitzonderlijk hoge risicodekking
                    wordt verlangd.Artikel 39 - Tegengaan vervreemdingenDit artikel beoogt te
                    voorkomen, dat subsidiegelden worden gebruikt voor oneigenlijke doelen of door
                    een aanvrager elders worden ondergebracht, buiten het zicht van de
                    gemeente.Artikel 40 - Levering van goederen en diensten aan derdenDit artikel is
                    bedoeld om getrapte subsidiëring te voorkomen. Een aanvrager mag, zonder
                    toestemming van het college, de subsidie niet deels ten goede laten komen aan
                    derden die niet tot de doelgroep behoren.Artikel 41 - Medewerking aan onderzoek
                    door de gemeenteMedewerking aan onderzoek door de gemeente is in het algemeen
                    niet verplicht. Met deze bepaling, die gebaseerd is op artikel 4:38 van de Awb,
                    wordt aangegeven, dat de aanvrager niet de vrijheid heeft zich aan die
                    medewerking te onttrekken.Artikel 4:381. Het bestuursorgaan kan de
                    subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot
                    verwezenlijking van het doel van de subsidie.2. Indien de subsidie op een
                    wettelijk voorschrift berust, worden de verplichtingen opgelegd bij wettelijk
                    voorschrift of krachtens wettelijk voorschrift bij de subsidieverlening.3.
                    Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kunnen de
                    verplichtingen worden opgelegd bij de subsidieverlening.Artikel 42 - BetalingDe
                    aanvragers hebben recht op een vlotte afwikkeling als de beschikking tot
                    subsidieverlening is vastgesteld of indien de subsidie ineens is vastgesteld.
                    Artikel 44 regelt de termijn waarbinnen tot betaling wordt overgegaan. De Awb
                    biedt de mogelijkheid om het subsidiebedrag in gedeelten te betalen.Artikel
                    4:531. Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald, mits bij wettelijk
                    voorschrift is bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen
                    zij worden betaald.2. Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift
                    berust, kan het subsidiebedrag in gedeelten worden betaald, mits bij de
                    subsidieverlening, of indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven,
                    bij de subsidievaststelling, is bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op
                    welke tijdstippen zij worden betaald.HOOFDSTUK 6 - Slot- en
                    overgangsbepalingenArtikel 43 - Zaken waarin de verordening niet voorzietAls de
                    praktijk aanleiding geeft om deze verordening aan te vullen, zal het college
                    uiteraard voorstellen aan de raad moeten doen. Omdat de tijd die gemoeid is met
                    de totstandkoming van een dergelijke aanvulling te lang kan zijn om een
                    beslissing op te schorten (in verband met voorgeschreven termijnen of belangen
                    van de gemeente en/of aanvragers), geeft dit artikel het college de bevoegdheid
                    om te handelen in gevallen waarin de verordening (nog) niet voorziet.Artikel 44
                    - HardheidsclausuleDit artikel is opgenomen om ten opzichte van een aanvrager in
                    begunstigende zin te kunnen afwijken van deze verordening. Daarvoor is wel nodig
                    dat sprake is van bijzondere omstandigheden. De aanduiding "hardheidsclausule"
                    geeft aan, dat zich bijzondere omstandigheden kunnen voordoen, waarin een
                    strikte toepassing van één of meer artikelen in redelijkheid niet kan worden
                    verlangd.Artikel 45 - OvergangsbepalingAls de Algemene Subsidieverordening
                    Lansingerland 2009 in werking treedt, zijn de subsidieaanvragen voor 2009 al
                    ingediend. De gehele afhandeling daarvan vindt nog plaats op grond van de
                    bepalingen van de oude verordeningenverordeningen.Artikel 46 - CiteerartikelDit
                    artikel behoefte geen nadere toelichting.Artikel 47 - InwerkingtredingDit
                    artikel behoefte geen nadere toelichting.Artikel 48 - IntrekkingDit artikel
                    behoefte geen nadere toelichting.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>