<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50582_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet Inburgering 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-07-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Intranet/Heraut 29-07-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet Inburgering 2009 gemeente Lansingerland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-07-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-07-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-10-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>T09.06105</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening blijft voor onbepaalde tijd van kracht.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet Inburgering 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lansingerland;gelezen het voorstel van burgemeester
                        en wethouders van de gemeente Lansingerland; nr.BW 0900513, inzake de
                        verordening Wet Inburgeringgelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23,
                        derde lid, en 35 van de Wet inburgering;overwegende dat de raad bij
                        verordening regels dient te stellen over de informatieverstrekking door de
                        gemeente aan inburgeringsplichtigen, het aanbieden van een
                        inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en de
                        rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                        inburgeringsvoorziening is vastgesteld, alsmede dat de raad bij verordening
                        het bedrag dient vast te stellen van de bestuurlijke boete die voor de
                        verschillende overtredingen kan worden opgelegd;besluit vast te stellen de
                        volgende verordening:VERORDENING WET INBURGERING 2009</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a) het college: het college
                                van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland;b) de
                                wet: de Wet inburgering;c) de regeling: Regeling Vrijwillige
                                Inburgering 2007 niet G-31</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen: a) informatieverstrekking via de balie van de afdeling
                                Werk, Inkomen en Zorg b) informatieverstrekking via foldersc)
                                informatieverstrekking via de klantmanagers van de afdeling Werk,
                                Inkomen en Zorg die de Wet Inburgering uitvoeren.d)
                                informatieverstrekking via de website van de gemeente
                                Lansingerland.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens per jaar de doeltreffendheid
                                en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover desgewenst aan de
                                raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan de groepen inburgeraars als bedoeld in artikel 19, lid 1 van de
                                WI, biedt het college een inburgeringsvoorziening aan;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aan de groepen inburgeraars als bedoeld in artikel 3, lid 1van de WI
                                kan het college een inburgeringsvoorziening aanbieden met
                                uitzondering van sub b;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Aan de groepen inburgeraars vallend onder de Regeling ‘Vrijwillig
                                Inburgering niet G-31’ zoals en met name (genaturaliseerde)
                                Nederlanders en EU-EER-onderdanen kan het college een voorziening
                                aanbieden;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college wijst de groepen inburgeraars aan als bedoeld in artikel
                                3, lid 2 en lid 3 van deze verordening, waaraan hij bij voorrang een
                                inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van de volgende
                                criteria:a) het college bepaalt binnen deze doelgroepen aan wie en
                                wanneer zij een inburgeringsvoorziening aanbiedt;b) bij de bepaling
                                en de prioritering van de inburgeringsplichtigen aan wie een aanbod
                                wordt gedaan, zullen onder andere taalniveau en mate van
                                maatschappelijke participatie als criteria gelden;c) het college
                                bepaalt binnen deze groepen de soort inburgeringsvoorziening;d) in
                                door het college vast te stellen beleidsregels zullen de onder a, b
                                en c genoemde criteria nader uitgewerkt worden;</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Een inburgeringsplichtige die in een eerdere gemeente reeds een
                                aanbod tot een inburgeringsvoorziening heeft geaccepteerd, kan in
                                geval van verhuizing naar de gemeente Lansingerland, eenzelfde of
                                gelijkwaardig inburgeringsvoorziening worden geboden.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De groepen inburgeraars als bedoeld in lid 1 en 2 van deze
                                verordening die voor 1 januari 2009 niet in aanmerking konden komen
                                voor aanbod, kunnen na het in werking treden van deze verordening
                                alsnog een aanbod krijgen van het college.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>In door het college vast te stellen beleidsregels zullen de criteria
                                voor de groepen inburgeraars als bedoeld in lid 6 nader worden
                                uitgewerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige waarbij de
                                nadruk ligt op participatie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd zonder dat de
                                inburgeringsvoorziening de arbeidsinschakeling in de weg staat.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is
                                geregeld, een of meer van de bijkomende onderdelen bevatten die
                                specifiek gericht zijn op de behoefte van de betreffende
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Nadere samenstelling van de inburgeringsvoorziening kan in door het
                                college vast te stellen beleidsregels worden vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste achttien termijnen betaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het
                                college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt
                                dat in de beschikking vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Stimuleringsbonus</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De inburgeraar die tijdig het inburgeringexamen of het Staatsexamen
                                NT I of II behaalt, komt in aanmerking voor een bonus ten hoogte van
                                de eigen bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De inburgeraar kan geen aanspraak maken op een stimuleringsbonus in
                                het kader van de inburgering als er binnen een periode van twaalf
                                maanden ook aanspraak bestaat op een activeringspremie in het kader
                                van re-integratie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In door het college vast te stellen beleidsregels zal de aanspraak
                                op een stimuleringsbonus nader worden vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of
                                meer van de volgende verplichtingen opleggen: a) het deelnemen aan
                                de aangeboden inburgeringsvoorziening, waarbij een combinatie van
                                voorzieningen mogelijk is;b) het deelnemen aan gesprekken met de
                                trajectbegeleider;c) het deelnemen aan voortgangsgesprekken;d) voor
                                de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een tijdstip
                                dat door het college wordt bepaald;e) het melden indien door ziekte
                                dan wel door andere relevante omstandigheden niet aan de
                                verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan;f) het meewerken
                                aan een medisch onderzoek door een door de gemeente aangewezen arts
                                voor het vaststellen van een eventuele medischebeperking die zou
                                kunnen leiden tot een ontheffing van de
                                inburgeringverplichting;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het door het college vast te stellen beleidsregels kunnen de
                                nadere verplichtingen worden opgenomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de
                                inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is
                                ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en
                                verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorziening worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen zes weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al
                                dan niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen zes weken na ontvangst van deze mededeling het
                                besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening,
                                overeenkomstig het gedane aanbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                                ieder geval: a) een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;b)
                                een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                inburgeringsplichtige; c) de datum waarop het inburgeringsexamen
                                moet zijn behaald;d) de termijnen en wijze van betaling; ene)
                                ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving
                                van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet,
                                aanvangt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 125 indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening,
                                bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de
                                verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250 indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college behoudt zich het recht voor anders te besluiten indien
                                de bepalingen in deze verordening leiden tot onbillijkheden van
                                ernstige aard.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2009</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet Inburgering 2009
                            gemeente Lansingerland.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn
                        openbare vergadering van 9 juli 2009.De griffier, C.J. van 't HartDe
                        voorzitter, Ewald van Vliet</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Toelichting</titel></kop><al>AlgemeenMet ingang van 1 januari 2009 is de Wet inburgering (WI) gewijzigd. Het
                    gaat om de volgende wijzigingen: a. Het college van burgemeester en wethouders
                    krijgt de bevoegdheid om aan iedere inburgeringsplichtige een
                    inburgeringsvoorziening aan te bieden. Deze wijziging heeft terugwerkende kracht
                    tot en met 1 november 2007. b. Het college krijgt de mogelijkheid om een
                    inburgeringsprogramma aan te bieden dat gericht is op het staatsexamen
                    Nederlands als tweede taal. Deze wijziging heeft terugwerkende kracht tot en met
                    1 januari 2008. c. Het college krijgt de bevoegdheid om in plaats van een
                    inburgeringsvoorziening een taalkennisvoorziening aan te bieden aan een
                    inburgeringsplichtige die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgt of gaat
                    volgen. Deze wijziging werkt terug tot en met 1 september 2008. d. De
                    gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat het college een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan vaststellen, zonder dat
                    daar een procedure van aanbieden van een inburgeringsvoorziening door het
                    college en aanvaarding daarvan door de inburgeringsplichtige aan vooraf hoeft te
                    gaan. De inburgeringsplichtige is direct verplicht medewerking te verlenen aan
                    de uitvoering van de vastgestelde voorziening.De WI regelt de inburgeringsplicht
                    voor in beginsel alle onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam
                    in Nederland willen en mogen verblijven. Bij het invulling geven aan de
                    inburgeringsverplichting staat de eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële
                    zin) van de inburgeringsplichtige centraal. De inburgeringsplichtige kan naar
                    eigen inzicht bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen.
                    Aan de inburgeringsverplichting is voldaan wanneer het inburgeringsexamen is
                    behaald (een resultaatsverplichting).Gemeenten krijgen in de WI een aantal
                    belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben gemeenten de opdracht om de
                    inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te informeren over de rechten en
                    plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast hebben gemeenten de taak aan
                    inburgeringsplichtigen die daarvoor op grond van de wet of het gemeentelijk
                    beleid in aanmerking komen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een
                    inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe naar het
                    inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats van
                    een inburgeringsvoorziening mogen gemeenten aan inburgeringsplichtigen die een
                    mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of gaan volgen een taalkennisvoorziening
                    aanbieden. Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen
                    handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een
                    inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor
                    hem gelden.In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij
                    verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen:1. Regels over de
                    informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van
                    hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en
                    de toegang tot inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).2. Regels met betrekking
                    tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorziening en over
                    de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld (artikel 19,
                    vijfde lid, en artikel 23, derde lid, WI).3. Het vaststellen van het bedrag van
                    de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                    opgelegd (artikel 35 WI).4. Facultatief: bepalen dat het college een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan vaststellen, zonder dat
                    eerst een aanbod wordt gedaan (artikel 19a, eerste lid, WI).Regels over de
                    informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigenArtikel 8 WI bepaalt dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking
                    door de gemeente aan inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de
                    rechten en plichten uit hoofde van de WI en informatie over het aanbod van
                    inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die voorzieningen.Regels met
                    betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningenHet uitgangspunt van
                    de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige om te
                    bepalen hoe hij zich voorbereidt op het inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen
                    inburgeringsplichtigen ondersteunen door het aanbieden van een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. Aanvankelijk konden gemeenten
                    uitsluitend een aanbod doen aan bepaalde categorieën inburgeringsplichtigen. Met
                    ingang van 1 november 2007 kunnen gemeenten aan alle inburgeringsplichtigen een
                    aanbod doen. Gemeenten zijn wel verplicht een inburgeringvoorziening of
                    taalkennisvoorziening aan te bieden aan alle asielgerechtigde
                    inburgeringsplichtigen (oud- en nieuwkomers) en een inburgeringsvoorziening aan
                    te bieden aan nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar
                    (artikel 19, tweede lid, WI).Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het
                    inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en
                    omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. De inburgeringsplichtige is
                    verplicht een eigen bijdrage van € 270 te betalen voor de
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. Een taalkennisvoorziening is
                    gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk
                    is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19,
                    derde lid, WI). Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een
                    inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke
                    begeleiding (artikel 19, zesde lid, WI).De WI draagt de gemeenteraden op om bij
                    verordening regels te stellen met betrekking tot het aanbieden van een
                    inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening. In de wet is ook
                    vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld:-
                    De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod aan
                    inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).- De criteria
                    die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen
                    (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).- De vaststelling door het college van
                    een passende inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip van
                    de totstandkoming en de samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde
                    lid, onderdeel b, WI).- De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor
                    wie een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld. Deze
                    regels hebben in ieder geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door
                    het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid,
                    WI).Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete Artikel 35 WI
                    draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te
                    stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34
                    van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden
                    opgelegd.Artikelgewijze toelichtingNB: In de Wet inburgering is het begrip
                    “inburgeringsvoorziening” uitgebreid met “taalkennisvoorziening”. In de
                    hieronder staande toelichting worden beide begrippen waar mogelijk afzonderlijk
                    genoemd. In een enkel geval wordt uit overweging van leesbaarheid het woord
                    “voorziening” gehanteerd, waarmee zowel inburgeringsvoorziening als
                    taalkennisvoorziening wordt aangeduid.Artikel 1 BegripsomschrijvingenHet tweede
                    lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden gebruikt in
                    respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de Regeling
                    inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.Artikel 2 De
                    informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigenDe gemeente heeft als taak de
                    inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te informeren over de rechten en
                    plichten die voortvloeien uit de Wet Inburgering. De wet laat gemeenten vrij om
                    zelf te bepalen op welke wijze de informatievoorziening aan de
                    inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel bepaalt artikel 8 WI dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking
                    door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en
                    plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                    inburgeringsvoorzieningen.Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van
                    deze verplichting. Gemeenten kunnen er voor kiezen om in de verordening alleen
                    de kaders vast te stellen voor een adequate informatievoorziening door het
                    college aan de inburgeringsplichtigen. Overeenkomstig de rolverdeling tussen
                    raad en college, stelt de raad in dit artikel de kaders vast voor een adequate
                    informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen. Het college is belast met
                    de organisatie van de informatieverstrekking en legt daarover (periodiek)
                    verantwoording af aan de raad.In het tweede lid geeft de raad het college de
                    opdracht om (in ieder geval) een aantal middelen te gebruiken om de
                    informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen vorm te geven.Het derde lid
                    verplicht het college de raad op verzoek te rapporteren over de doeltreffendheid
                    en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de
                    inburgeringsplichtigen.Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepenHet college kan aan
                    alle inburgeringsplichtigen een aanbod doen voor een inburgeringsvoorziening
                    (artikel 19, eerste lid, WI). Het college is echter verplicht een
                    inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening aan te bieden aan
                    asielgerechtigden en een inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren. Op
                    grond van artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI moet de gemeenteraad bij
                    verordening regels stellen met betrekking tot de criteria die worden gehanteerd
                    bij het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen. Dit artikel vormt de
                    uitwerking van deze verplichting. Dit artikel stelt dat iedere inburgeraar in
                    aanmerking kan komen voor een gemeentelijk aanbod.In de door het college vast te
                    stellen beleidsregels zal bepaald worden wie bij voorrang een voorziening zal
                    worden aangeboden en wat de aard van de voorziening zal zijn.De raad bepaalt met
                    dit artikel wel dat de nadruk van de aangeboden voorziening op participatie
                    ligt.Een reden om de kaders vast te stellen in beleidsregels is dat de gemeente
                    op dit moment geen duidelijk zicht heeft op de precieze omvang van bepaalde
                    mogelijke doelgroepen (bijvoorbeeld oudkomers zonder werk of uitkering).Een
                    andere reden is om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot de
                    groep die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan
                    ontlenen op het krijgen van een aanbod. Dit wordt voorkomen door te bepalen dat
                    het college een inburgeringvoorziening kan aanbieden. Het mag duidelijk zijn dat
                    de visie in het onderhavige beleidsplan het uitgangspunt is: ‘Iedere
                    inburgeringsplichtige kan in aanmerking komen voor een voorziening’Voorbeelden
                    van criteria die in de beleidsregels kunnen worden neergelegd en op basis
                    waarvan het college de doelgroep(en) kan aanwijzen, zijn: - hebben van een
                    opvoedingstaak;- zelfmelders- hebben van een relatief korte afstand tot de
                    arbeidsmarkt; - een wijkgerichte aanpak;- een bepaalde inkomensgrens;- het
                    ontvangen van een bepaalde uitkering;- bevordering van emancipatie van
                    vrouwen.Op grond van de actieve informatieplicht van het college aan de raad
                    (artikel 169, tweede lid, Gemeentewet) ligt het voor de hand dat het college
                    zijn besluit aan welke groepen inburgeringsplichtigen bij voorrang een aanbod
                    zal worden gedaan, ter kennisname aan de raad aanbiedt.Artikel 4 De
                    samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorzieningIn de
                    verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de vaststelling
                    door het college van een passende inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en samenstelling van
                    die voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). In dit artikel worden
                    de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere
                    inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon
                    toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen.In het eerste lid wordt
                    aangegeven op welke wijze het college een passende inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de passendheid van
                    een voorziening kunnen de volgende factoren een rol spelen:- De kennis van de
                    inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving en
                    zijn of haar leercapaciteit.- De maatschappelijke rol die de
                    inburgeringsplichtige vervult of gaat vervullen in de Nederlandse samenleving.
                    Daarbij kan worden gedacht aan het verrichten van betaalde arbeid of het
                    opvoeden van kinderen.- De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige.
                    Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                    inburgeringsplichtige moet vervullen. De samenstelling van de
                    inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren wordt geregeld bij
                    ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de mogelijkheid om de
                    inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen
                    inzicht vorm te geven.In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen
                    die een voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen
                    opleveren de inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel,
                    zo blijkt uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een aanbod voor een
                    inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige niet
                    wordt gedaan, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert.De Wet Inburgering
                    bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd moet worden met een
                    voorziening gericht op arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als een
                    inburgeringsvoorziening wordt aangeboden aan een inburgeringsplichtige die
                    bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere
                    socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling én die verplicht is om arbeid
                    te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). Het college is
                    verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde inburgeringsvoorziening
                    (artikel 20, tweede lid, WI).Het tweede lid van artikel 4 van de verordening
                    draagt het college op om er voor te zorgen dat de inburgeringsvoorziening wordt
                    afgestemd op de reïntegratievoorziening. Aangezien deze voorzieningen in het
                    kader van de uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of
                    –regelingen ook door andere partijen dan het college (kunnen) worden verstrekt,
                    zal het college afspraken moeten maken met de verantwoordelijke uitvoerders van
                    de socialezekerheidswet of –regeling: het Uitvoeringsinstituut
                    werknemersverzekeringen (UWV), eigenrisicodragers of overheidswerkgevers
                    (artikel 21 WI).Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college
                    als onderdeel van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan
                    opnemen. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder
                    geval moet bestaan: een cursus die toeleidt naar het inburgeringsexamen of het
                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos
                    afleggen van het desbetreffende examen (artikel 19, derde lid, WI).Voor
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt ook
                    maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de
                    inburgeringsvoorziening of de taalkennisvoorziening (artikel 19, zesde lid,
                    WI).Ten overvloede wordt gewezen op het feit dat het inburgeringsexamen ook een
                    praktijkgericht deel omvat, waarin de praktische (taal)vaardigheden worden
                    getoetst. Het is vanzelfsprekend dat bij de samenstelling van de
                    inburgeringsvoorziening ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van deze
                    vaardigheden. Daarbij zal de inzet van duale trajecten een belangrijke rol
                    vervullen.De inzet en de vorm van de (duale) voorzieningen zullen worden
                    vastgelegd in de door het college te bepalen beleidsregels.Artikel 5 De inning
                    van de eigen bijdrage In de verordening moeten regels worden gesteld die
                    betrekking hebben op de inning van de eigen bijdrage van de
                    inburgeringsplichtige door het college en de mogelijkheid van betaling in
                    termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De hoogte van de eigen bijdrage is
                    vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit bedrag kan bij algemene maatregel
                    van bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid, WI).In dit artikel van de
                    verordening wordt geregeld dat de inburgeringsplichtige het recht heeft de eigen
                    bijdrage in een aantal termijnen te betalen. Artikel 24, eerste lid, WI maakt
                    het bij inburgeringsplichtigen die algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het
                    college de eigen bijdrage verrekent met deze uitkering. Als het college wil
                    overgaan tot verrekening, moet dat worden vastgelegd in de beschikking tot
                    vaststelling van de inburgeringsvoorziening.Als de inburgeringsplichtige een
                    uitkering van het UWV ontvangt, kan het college het UWV verzoeken de eigen
                    bijdrage te verrekenen met of in te houden op de uitkering van het UWV (artikel
                    24, tweede lid, WI). In dit geval int het UWV de eigen bijdrage ten behoeve van
                    de gemeente. Deze wijze van verrekening geschiedt door het UWV en niet door de
                    gemeente, en wordt dus niet in deze verordening geregeld.Voor de inburgeraars
                    die vallen onder de Regeling Vrijwillige Inburgering niet–G31 is het college
                    vrij om te bepalen of hoe hij omgaat met de inning van de eigen bijdrage. Het
                    college zal het hanteren van de eigen bijdrage voor deze groep nader vast
                    stellen in beleidsregels.Artikel 6 Stimuleringsbonus In dit artikel is bepaald
                    dat een bonus kan worden verdiend ter hoogte van de eigen bijdrage, indien de
                    inburgeringsplichtige binnen de in de beschikking of overeenkomst gestelde
                    termijn het inburgeringsexamen behaalt. Deze bonusregeling is opgenomen als een
                    extra stimulans tot het succesvol afronden van de inburgeringvoorziening.
                    Daarnaast is de bonus bedoeld om de financiële drempel weg te nemen voor het
                    starten van een voorziening. In het gemeentelijke beleid kan men tevens
                    aanspraak maken op een activeringspremie in het kader van re-integratie.In lid 2
                    staat dat een inburgeraar binnen een periode van 12 maanden geen aanspraak kan
                    maken op een stimuleringsbonus én een activeringspremie. In die situaties waarin
                    dit niet te voorzien is, zal de stimuleringsbonus in mindering worden gebracht
                    op de activeringspremie waneer binnen een periode van 12 maanden het recht op
                    een activeringspremie is ontstaan.Zoals vermeld in lid 3 zal in de beleidsregels
                    de procedure rondom de aanspraak op de stimuleringsbonus nader worden
                    uitgewerkt.Artikel 7 Opleggen van verplichtingenDit artikel vormt de uitwerking
                    van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening
                    regels stelt over de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie
                    een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld. Dit artikel
                    delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel
                    worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening op te leggen. Het college legt
                    in de beschikking tot de vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening deze verplichtingen vast.Artikel 8 De procedure van het
                    doen van een aanbodDit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor
                    moeten zorgen dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is
                    van belang omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het goed is
                    – leidt tot een besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening. In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het
                    college het aanbod van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan
                    de inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet en dat het aanbod wordt
                    toegestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige staat ingeschreven in
                    de GBA. Op deze wijze kan er geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het
                    college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan.Het aanbod zal
                    inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke beschikking
                    (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens worden
                    opgevat als instemming met de beschikking tot het vaststellen van de
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (die eenzijdig door de gemeente
                    wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het
                    aanbod (het vierde lid). De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de
                    inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit
                    schriftelijk aan de gemeente meedeelt (het derde lid). Het meest praktisch is
                    dat deze schriftelijke mededeling geschiedt in de vorm van het laten
                    ondertekenen door de inburgeringsplichtige van een verklaring die door de
                    gemeente is opgesteld.Artikel 9 De inhoud van de beschikkingHet besluit tot het
                    vaststellen van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is een
                    beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft
                    tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld
                    welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden neergelegd.In
                    de beschikking zullen de toegekende voorziening en de daaraan verbonden rechten
                    en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten worden vermeld
                    (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn medewerking te
                    verlenen aan de uitvoering van de inburgeringsvoorziening of de
                    taalkennisvoorziening (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen
                    mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn
                    omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de beschikking)
                    bekend zijn gemaakt.De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het
                    inburgeringsexamen moet hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste
                    lid, WI). In de beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding
                    worden gemaakt (onderdeel c).Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden
                    vastgelegd in hoeveel termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke
                    wijze de betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                    bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.Onderdeel e
                    heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het college een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening vaststelt voor een oudkomer,
                    dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen waarop de
                    termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel 22,
                    tweede lid, juncto artikel 26 WI). Binnen vijf jaar ná deze datum moet de
                    betreffende oudkomer het inburgeringsexamen hebben behaald. Het college kan zelf
                    bepalen wanneer de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start
                    gaat. Het ligt voor de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en
                    bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum waarop de voorziening van start
                    gaat). De precieze datum waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat, zal
                    niet altijd bekend zijn op het moment dat deze wordt toegekend. Bovendien past
                    het vaststellen van een datum van aanvang van handhaving van de
                    inburgeringsplicht, onafhankelijk van het moment waarop met de
                    inburgeringsvoorziening kan worden begonnen bij het uitgangspunt van de wet dat
                    de betreffende persoon als oudkomer inburgeringsplichtig is en in beginsel zelf
                    verantwoordelijk is voor het voldoen aan de inburgeringsplicht.Artikel 10 De
                    hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingenArtikel 35
                    WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete
                    vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. In
                    artikel 34 WI zijn voor de verschillende overtredingen de maximumbedragen van de
                    bestuurlijke boete vastgelegd. De gemeente kan deze boetebedragen in haar
                    verordening overnemen, maar ze kan ook lagere bedragen vaststellen.De
                    boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen en
                    géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke
                    boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan
                    de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college daarbij ook
                    zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is
                    gepleegd (artikel 38, tweede lid, WI). Deze bepaling brengt met zich mee dat het
                    college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete
                    passend is, gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken
                    inburgeringsplichtige.In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde
                    reïntegratie- en inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde
                    gedraging (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en
                    gegevens te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een
                    bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond
                    van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of het opleggen van een boete
                    of maatregel op grond van een andere scocialezekerheidswet of – regeling.
                    Artikel 37 WI bevat een regeling voor deze samenloop. In dit artikel wordt
                    bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete kan
                    opleggen.Artikel 11 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                    overtredingDit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 9 mogelijk
                    is. De verhoogde boetebedragen ingeval van herhaling van de overtreding mogen
                    uiteraard niet hoger zijn dan de maximumbedragen die in artikel 34 WI worden
                    genoemd. Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de
                    overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne voordoen, bijvoorbeeld 12
                    maanden. Gemeenten kunnen een kortere of langere termijn vaststellen.Artikel 34,
                    onderdeel d, WI biedt de mogelijkheid voor gemeenten om de bestuurlijke boete te
                    verhogen van maximaal € 500 naar maximaal € 1000 in het geval dat de
                    inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de verplichting binnen de
                    gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen. Dit is geregeld in het derde
                    en vierde lid van artikel 10. Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor
                    hem geldende termijn het inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college
                    hem een bestuurlijke boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is
                    neergelegd in artikel 9, derde lid, van de verordening.Op grond van artikel 32
                    WI moet het college in de boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen
                    waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet behalen
                    dan wel op een andere wijze aan zijn inburgeringsplicht heeft voldaan. Als de
                    inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het inburgeringsexamen niet
                    heeft behaald, maakt het derde lid het mogelijk dat het college een hogere boete
                    vaststelt. Het wettelijk maximum bedraagt € 1000 (artikel 34, onderdeel d, WI).
                    Ook in dat geval zal in de boetebeschikking een nieuwe termijn moeten worden
                    opgenomen waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                    behalen.De artikelen 9 en 10 bieden in de vorm van het vaststellen van
                    maximumbedragen het kader voor het college bij het vaststellen van de hoogte van
                    de bestuurlijke boetes in individuele gevallen. Het college zal binnen deze
                    kaders zelf een beleid moeten ontwikkelen. Het is aan te bevelen dat het college
                    in beleidsregels vastlegt hoe dat beleid er uit ziet: welke boete wordt in
                    beginsel opgelegd bij welke overtreding en met welk bedrag wordt de boete in
                    beginsel verhoogd als de betrokken inburgeringsplichtige dezelfde overtreding
                    nogmaals pleegt.Artikel 12 Hardheidsclausule Dit artikel behoeft geen nadere
                    toelichting.Artikel 13 InwerkingtredingDit artikel spreekt voor zich.Artikel 14
                    Citeertitel Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>