<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50579_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van een eenmalig rioolaansluitrecht 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Intranet / Heraut 25-2-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening eenmalig riool aansluitrecht 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1, aanhef en onderdeel b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-01-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Geharmoniseerde verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR0900022 / Voorstelnr. 2008/135</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening is geamendeerd vastgesteld door de raad. Het bedrag van artikel 4, lid 1 van de verordening is met een amendement vastgesteld op € 1489,- per eigendom (in plaats van € 1600,- per eigendom zoals oorspronkelijk in het raadsvoorstel stond).</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van een eenmalig rioolaansluitrecht 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lansingerland;gelezen het voorstel van het College
                        van Burgemeester en Wethouders van 18 november 2008 en nummer B0801082;gelet
                        op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de
                        Gemeentewet;besluit vast te stellen de volgende verordening:Verordening op
                        de heffing en de invordering van een eenmalig rioolaansluitrecht 2009
                        (Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2009)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt:a. onder gemeentelijke
                        riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater
                        begrepen;b. onder eigendom verstaan een roerende of onroerende zaak;c. onder
                        aansluiting van een eigendom verstaan het leggen door de gemeente van een
                        buisleiding van het in de openbare weg aanwezige afvoerstelsel tot aan het
                        eigendom waarvoor de aansluiting plaatsvindt, om voor dat eigendom een
                        directe of indirecte lozing op de gemeentelijke riolering mogelijk te
                        maken.d. onderscheid gemaakt in:1. Aansluitingen in het kader van de
                        aansluitplannen; hieronder worden verstaan aansluitingen van eigendom zoals
                        benoemd in de vastgestelde aansluitplannen, met uitzondering van eigendommen
                        die, na vaststelling van de aansluitplannen, gesloopt zijn. De betreffende
                        aansluitplannen betreffen:* Aansluitplan riolering buitengebied voor de
                        gemeente Berkel en Rodenrijs (definitief), d.d. 25 november 2003, opgesteld
                        door Tauw bv, rapportnummer R001-3958809COR-D04-R;* Saneringsplan
                        ongezuiverde lozingen gemeente Bleiswijk (definitief), d.d. 3 mei 2004,
                        opgesteld door Grontmij Advies &amp; Techniek bv, documentnummer 99052258,
                        revisie d1;* Aansluitplan ongezuiverde lozingen Gemeente Bergschenhoek
                        (definitief), d.d. 6 december 2004, opgesteld door Grontmij Nederland bv,
                        documentnummer 99057822-Velde/LV, revisie D3.2. Overige rioolaansluitingen;
                        hieronder worden verstaan alle nieuwe aansluitingen die niet onder artikel
                        1, lid d, onderdeel 1 vallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam eenmalig rioolaansluitrecht wordt een recht geheven ter zake
                        van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband
                        met het tot stand brengen van een directe of indirecte aansluiting van een
                        eigendom op de gemeentelijke riolering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Het recht wordt geheven van de aanvrager van de dienst dan wel van degene
                        voor wie de dienstwordt verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt per eigendom:1. Bij aansluitingen in
                        het kader van de aansluitplannen als bedoeld in artikel 1, lid d, onderdeel
                        1, € 1489,- per eigendom.2. Bij overige aansluitingen als bedoeld in artikel
                        1, lid d, onderdeel 2, het voorafgaand aan de dienstverlening aan de
                        belastingplichtige meegedeelde bedrag, dat blijkt uit een begroting die ter
                        zake door of vanwege het College van Burgemeester en Wethouders is
                        opgesteld.3. Als de begroting bedoeld in het tweede lid is uitgebracht,
                        vangt de dienstverlening aan op de vijfde werkdag na de dag waarop de
                        begroting aan de belastingplichtige ter kennis is gebracht, tenzij de
                        aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het recht wordt bij wege van een gedagtekende nota geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>Het recht is verschuldigd:1. Bij aansluitingen in het kader van de
                        aansluitplannen als bedoeld in artikel 1, lid d, onderdeel 1, zodra de
                        mogelijkheid is geboden voor aansluiting van het eigendom op het door de
                        gemeente aangelegde rioolstelsel.2. Bij overige aansluitingen als bedoeld in
                        artikel 1, lid d, onderdeel 2, bij aanvang van de dienstverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De nota's moeten worden betaald in één termijn, waarvan de termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand vermeld in de
                            dagtekening van de nota.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is er voor het recht verschuldigd
                            conform artikel 6, lid 1, op verzoek de mogelijkheid de nota te betalen
                            in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag
                            van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de nota is
                            vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid geldt dat, zolang de verschuldigde
                            bedragen door middel van éénmalige automatische incasso kunnen worden
                            afgeschreven de nota's moeten worden betaald in acht termijnen. De
                            eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van de nota en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste,
                            tweede en derde lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van het recht wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders</titel></kop><al>Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven voor de
                        heffing en invordering van het eenmalig rioolaansluitrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De 'Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2006', vastgesteld op 19
                            oktober 2006 in de gemeenteraad van gemeente Berkel en Rodenrijs, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                            bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De ingangsdatum van de heffing is 1 februari 2009.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening eenmalig
                            rioolaansluitrecht 2009'.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus is vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2009,De
                        griffier, Kees van't Hart De voorzitter, Ewald van Vliet</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Toelichting bij Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2009</titel></kop><al>1. Algemene toelichtingEen verordening eenmalig rioolaansluitrecht is een
                    belastingverordening. Zoals alle belastingenmoeten gemeentelijke belastingen een
                    wettelijke basis hebben. Het rioolaansluitrecht is gebaseerdop artikel 229 van
                    de Gemeentewet (Gw). In dit artikel, eerste lid aanhef en onderdeel b, staat:1
                    Rechten kunnen worden geheven ter zake van:a ....,b het genot van door of
                    vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;Op dit artikel is bijvoorbeeld
                    ook de heffing van de bouw- en paspoortleges gebaseerd. Om opbasis van dit
                    wetsartikel tot een werkelijke heffing te komen, heeft uw gemeente een
                    verordeningnodig waarin zij de belasting nader uitwerkt. Daarvoor moet zij de
                    verordening eenmalig rioolaansluitrecht vaststellen.De voorwaarden waaraan de
                    gemeentelijke belastingverordening moet voldoen, staan in hoofdstuk XV Gw. In
                    artikel 217 staat dat de verordening onder meer de volgende elementen moet
                    bevatten:* Wie moet de belasting betalen (de belastingplichtige)?* Waarvoor moet
                    de belasting worden betaald (het belastbare feit)?* Waarover moet de belasting
                    worden betaald (de heffingsmaatstaf)?* Het tarief van de belasting.Voor een
                    heffing gebaseerd op artikel 229 Gw geldt nog een extra voorwaarde. De
                    geraamdeheffingsopbrengsten mogen niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de
                    diensten. De rechtenvan artikel 229 Gw zijn dus alleen bedoeld om de kosten van
                    de betreffende dienstverlening teverhalen.2. Toelichting per artikelAanhef en
                    opschriftDe aanhef van een raadsbesluit verwijst naar de Gemeentewet. Hier staat
                    het artikel waarop degemeentelijke belasting is gebaseerd. De uitdrukking
                    'gezien' wordt gebruikt bij verwijzing naarschriftelijke externe rapporten en
                    adviezen. Dit is toegevoegd omdat in de praktijk steeds meergemeenten extern
                    advies inwinnen voor invoering van de belasting.Artikel 1
                    BegripsomschrijvingenVoor de duidelijkheid kunt u in een eerste artikel een
                    omschrijving opnemen van de in de belastingverordening voorkomende begrippen.
                    Maar sommige begrippen lenen zich minder voor eenvastom lijnde omschrijving. Zo
                    kan een definitie van de gemeentelijke riolering of een (verbeterd)geschei den
                    stelsel door nieuwe technische ontwikkelingen al snel verouderd zijn. Voor zulke
                    begrippen kunt u beter geen definitie opnemen, maar de uitleg in de praktijk
                    volgen. Bij de invoering vaneen nieuwe werkwijze voor de aanleg van riolering
                    moet u de begripsomschrijvingen in deverordening kritisch (laten)
                    bekijken.Artikel 2 Belastbaar feitHet belastbare feit is de omschrijving van de
                    activiteit waarvoor u de belasting in rekening brengt.In dit geval dus
                    realisatie van een aansluiting op de gemeentelijke riolering.Artikel 3
                    BelastingplichtDegene die de belasting moet betalen, is degene die uw gemeente
                    vraagt de riolering aan teleggen. In dit geval dus de aanvrager van de dienst.
                    Over het algemeen is dat de eigenaar van heteigendom, maar het kan ook iemand
                    anders zijn. Daarom staat in de omschrijving dat degene voorwie de gemeente de
                    dienst verleent, belastingplichtig kan zijn. Als de aannemer de aanvraag
                    bijvoorbeeld voor de particulier indient, kan de particulier toch de
                    belastingplichtige blijven. In zo'ngeval hebt u de keuze tussen twee
                    belastingplichtigen. Win dan bij de belanghebbenden nadereinformatie in over wie
                    u als belastingplichtige moet zien. Hebt u daarover geen uitsluitsel, dan kuntu
                    de aanslag sturen naar degene die het meeste belang heeft bij de dienst.Een
                    belangrijk element van een heffing gebaseerd op gemeentelijke dienstverlening is
                    dat iemanddaadwerkelijk om de dienst vraagt. Dat klinkt in eerste instantie
                    problematischer dan het in depraktijk vaak is. Natuurlijk zitten veel mensen
                    niet te wachten op een gemeentelijke belastingheffingop verzoek, maar de
                    aansluitingsverplichting dwingt in dit geval de aanvraag af (zie paragraaf
                    2.3).Artikel 4 Maatstaf van heffing en tariefOp grond van artikel 219, tweede
                    lid, Gw kan een gemeente belastingen heffen naar heffings maatstaven die zij in
                    de belastingverordening bepaalt. Maar het bedrag mag niet afhankelijk zijn
                    vaninkomen, winst of vermogen. De gemeente mag haar belastingen namelijk niet
                    naar draagkrachtheffen. Alleen het Rijk mag inkomensbeleid voeren.Het begrip
                    'bedrag' in artikel 219, tweede lid, duidt erop dat naast de heffingsmaatstaf
                    het tarief ofde vrijstellingen niet afhankelijk mogen zijn van inkomen, winst of
                    vermogen. Behalve de beperkingen in artikel 219, tweede lid, zijn gemeenten vrij
                    om heffingsmaatstaven op te nemen in hunverordening eenmalig rioolaansluitrecht.
                    Maar de algemene rechtsbeginselen beperken deze vrijheidwel. Bij het eenmalig
                    rioolaansluitrecht speelt vooral mee dat er geen sprake is van een
                    zuiverebelastingheffing, maar van kostenverhaal van gemeentelijke
                    dienstverlening. U moet de keuze vande heffingsmaatstaf en het tarief dus wel op
                    een of andere manier rechtvaardigen uit de gemaaktekosten of het profijt dat de
                    aanvrager van de rioleringsaanleg heeft. Heffingsmaatstaven op
                    andererechtvaardigingsgronden zijn niet bij voorbaat verboden, maar hebben wel
                    een uitdrukkelijkeobjectieve rechtvaardigingsgrond nodig.MogelijkhedenDe
                    voorbeeldverordening werkt vier mogelijkheden uit voor de heffing:1 Een vast
                    bedrag per aansluiting. Dit is een doelmatige en eenvoudige variant. In feite
                    vraagt de gemeente met deze tariefstelling van elke belastingplichtige een
                    bijdrage in de kosten. Daarbij doen de werkelijke kosten van de aansluiting per
                    individueel geval er niet toe.2 Een gestandaardiseerde differentiatie naar
                    veroorzaking van kosten: naar aansluitlengte.3 Een gestandaardiseerde
                    differentiatie naar veroorzaking van kosten: naar type afvoerstelsel.4 Per geval
                    maakt de gemeente een begroting van de kosten die zij aan de potentiële
                    belastingplichtigen in rekening brengt. Zo betaalt iedereen de kosten voor zijn
                    eigen aansluiting. Bij deze mogelijkheid moet u de aanvrager bedenktijd geven,
                    omdat het belastingrecht de eis stelt dat iedereen de omvang van zijn
                    belastingschuld vooraf moet kunnen kennen.Uiteraard zijn ook andere
                    differentiatievormen mogelijk dan in de voorbeeldverordening staan. Denkaan het
                    verhaal van de extra kosten voor plaatsing van een pompput of een differentiatie
                    gebaseerdop de diameter van de aansluiting. De voorbeeldverordening noemt deze
                    mogelijkheden niet,omdat de aard van de aansluiting vooral wordt bepaald door
                    het aanwezige hoofdriool. De vraag isof het in dat geval redelijk is de extra
                    kosten op de aanvrager te verhalen. Bovendien kunt u via debegrotingsconstructie
                    de kosten individueel differentiëren.Baseert u de differentiatie niet op de aard
                    van de heffing (kostenverhaal of profijt), dan is eenobjectieve
                    rechtvaardigheidsgrond in het vastgelegde gemeentebeleid nodig. Als u daarvoor
                    kiest,is het verstandig fiscaal-juridisch advies te vragen bij het opstellen van
                    de verordening.Artikel 5 Wijze van heffingDit artikel bepaalt dat de gemeente
                    een aanslag verstuurt. De gemeente neemt dus het initiatiefvoor de
                    belastingheffing door een aanslagbiljet te sturen. Andere methoden van
                    belastingheffing(zoals aangifte door degene die de belasting moet betalen) zijn
                    niet geschikt.Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuldDit artikel bepaalt dat
                    de gemeente direct na indiening van de aanvraag met het
                    kostenverhaalbegint.Artikel 7 Termijnen van betalingUitgangspunt is dat in één
                    termijn betaald moet worden. Voor de aansluitkosten in overeenstemming met
                    artikel 6, lid 2, is dit ook acceptabel te achten omdat het hier gaat om nieuwe
                    aansluitingen die worden gerealiseerd op verzoek van de aanvrager en onderdeel
                    uitmaken van de bouwkosten.Voor wat betreft de door de gemeente opgelegde
                    bijdrage van eigenaren van ongerioleerde panden is het realistisch om te
                    verwachten dat men eventueel in meerdere termijnen wil betalen. Lid 2 en 3 biedt
                    deze mogelijkheid, conform de werkwijze als in de "verordening op heffing en
                    invordering van rioolheffing 2009".Lid 4 is opgenomen om een aantal
                    uitzonderingen over onder meer feestdagen inde algemene termijnenwet niet van
                    toepassing te verklaren. Dit is voor gemeentelijke
                    belastingengebruikelijk.Artikel 8 Kwijtschelding Kwijtschelding van deze
                    belasting is niet mogelijk. Het gaat tenslotte om het verhaal van kosten voor
                    dienstverlening op verzoek. Bovendien leidt deze belastingmeestal tot
                    waardevermeerdering van het eigendom van de aanvrager. Ter nader toelichting:
                    dit is de werkwijze zoals ook van toepassing in de legesverordening, ook hier is
                    geen kwijtschelding mogelijk.Artikel 9 Nadere regels door het College van
                    Burgemeester en WethoudersDit artikel bepaalt dat het College van Burgemeester
                    en Wethouders uitvoeringstechnische zakenkan regelen.Artikel 10 Inwerkingtreding
                    en citeertitelNaast een tijdstip van inwerkingtreding moet een
                    belastingverordening bepalen vanaf wanneer u deheffing toepast (de ingangsdatum
                    van de heffing). Deze tijdstippen kunnen samenvallen. Meestal ishet tijdstip van
                    inwerkingtreding afhankelijk van de datum waarop de gemeente de
                    belasting-verordening bekendmaakt. Zonder bekendmaking is de verordening niet
                    bindend (artikel 139 Gw).De datum van inwerkingtreding ligt ná die van de
                    bekendmaking. De ingangsdatum van de heffingmoet ná de datum van vaststelling
                    van de verordening door de raad liggen, anders is sprake vanterugwerkende
                    kracht. Bij invoering van een nieuwe heffing is terugwerkende kracht niet
                    mogelijk,tenzij de heffing was te voorzien.De citeertitel vergemakkelijkt de
                    verwijzing naar de verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>