<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50576_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van staangeld voor woonwagens 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Intranet / Heraut</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van staangeld voor woonwagens 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 156, lid 2, onderdeel h</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1, aanhef en onderdeel a en b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-07-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/67 T08.01533</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van staangeld voor woonwagens 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening op de heffing en invordering van staangeld voor woonwagens
                        2008</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                        onderdeel h, van de Woningwet; b. woonwagen: een woonwagen als bedoeld in
                        artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Woningwet; c. dag: een periode
                        van 24 uren aanvangende te 00:00 uur, of een gedeelte daarvan; d. maand: een
                        kalendermaand; e. huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en
                        verhuurder van de standplaats c.a., waarin de huurbepalingen voor de
                        standplaats zijn geregeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam staangeld wordt een recht geheven voor het hebben van een
                        standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de
                        standplaats verband houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de
                        standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt de
                        hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt
                        naar de omstandigheden beoordeeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de
                        standplaats een huurovereenkomst geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van de heffing en tarief</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het tarief opgenomen
                        in de bij deze verordening behorende tarieventabel, rekeninghoudend met het
                        aantal punten volgens het waarderingsstelsel voor woonwagens en
                        standplaatsen volgens het Besluit huurprijzen woonruimte, bijlage 1, onder
                        C.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak loopt van 1 juli tot en met 30 juni.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het recht wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het
                            belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, is het recht
                            verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak
                            verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing wordt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het
                            voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat
                            belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder
                            bedraagt dan 10 euro</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan 10 euro worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er,
                            met inbegrip van de maand van dagtekening van het aanslagbiljet, nog
                            maanden in het belastingtijdvak overblijven. De eerste termijn vervalt
                            één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval van dagtekening
                            van het aanslagbiljet na het einde van het belastingtijdvak dat de
                            aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de
                            eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van staangeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2008.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 juli 2008.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als " Verordening op de heffing
                            en in vordering van staangeld voor woonwagen 2008".</al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Tarieventabel</titel></kop><al>Behorende bij de Verordening op de heffing en invordering staangeld voor
                    woonwagens 2008Tarieven bepaald volgens het puntensysteem voor woonwagens en
                    woonwagenstandplaatsen vanaf 1 juli 2008. Deze informatie kunt u opvragen bij de
                    gemeente, afdeling Financiën. Zij zijn bereikbaar via telefoonnummer (010) 800
                    40 00.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>