<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50574_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Reïntegratie en activering Lansingerland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Intranet / Heraut 7 mei 2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Reïntegratie en activering Lansingerland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-06-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/41 T08.00221</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Reïntegratie en activering Lansingerland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening Reïntegratie en activering Lansingerland</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a. uitkeringsgerechtigden:
                            personen met een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand, de IOAW of
                            de IOAZ;b. Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene
                            nabestaandenwet die ingeschreven zijn bij het CWI;c. Nuggers: personen
                            die als werkzoekenden zijn geregistreerd bij de Centrale organisatie
                            werk en inkomen en die geen uitkeringsgerechtigden zijn;d. voorziening:
                            een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de wet en
                            deze verordening;e. de wet: de Wet werk en bijstand;f. IOAW: Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                            werknemers;g. IOAZ: Wet inkomensvoorzienin g oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;h. het college: het college van
                            burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland;i. de raad: de
                            gemeenteraad van de gemeente Lansingerland;j. Awb: de Algemene wet
                            bestuursrecht;k. Werknemers in gesubsidieerde arbeid: werknemers als
                            bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt aan bijstandsgerechtigden tot 65 jaar, aan
                                personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering,
                                niet-uitkeringsgerechtigden alsmede personen als bedoeld in artikel
                                10, tweede lid van de wet, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling
                                aan en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een
                                voorziening gericht op die arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden
                                van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt,
                                waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet
                                op de mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt, het meest
                                doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan
                                ondersteuning en voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeente legt jaarlijks verantwoording af middels een voorlopig
                                verslag van de uitvoering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college zendt een maal per jaar, bij de gemeentelijke
                                jaarrekening, een bijlage over de uitvoering aan de
                                gemeenteraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Uitkeringsgerechtigden, ANW-ers, Nuggers evenals personen als
                                bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, hebben aanspraak op
                                ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van
                                het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld
                                zijn in deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen van de cliënt</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is
                                verplicht hiervan gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de
                                verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur
                                Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, evenals aan de
                                verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening,
                                niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, dan kan het college
                                de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de
                                maatregelenverordening.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die
                                gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in
                                het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel
                                de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Budget- en subsidieplafonds</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meer subsidie- of
                                budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een
                                door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een
                                weigeringgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de beleidsregels wordt vastgelegd welke voorzieningen het college
                                in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij
                                gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere
                                bepalingen zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                                uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere
                                verplichtingen verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen:o indien de persoon die
                                aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in
                                artikel 9 van de wet en artikel 5 van de verordening niet nakomt;o
                                indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep
                                van de wet;o indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid
                                aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;o
                                indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
                                bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de
                                voorzieningen, bedoeld in de artikelen 8 tot en met 16 nadere regels
                                stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:o De
                                voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;o De
                                weigeringgronden bij het aanbieden van voorzieningen;o de intrekking
                                of wijziging van de subsidieverlening of - vaststelling;o de
                                aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en premies;o de
                                betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;o het vragen
                                van een eigen bijdrageo overige criteria voor het aanbieden van
                                voorzieningen en het verstrekken van subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Werkervaringsplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan aan de personen, bedoeld in artikel 1, onderdeel a,
                                een werkervaringsplaats aanbieden, gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het doel van de werkervaringsplaats is het opdoen van arbeidsritme
                                en werkervaring dan wel het leren functioneren in een
                                arbeidsrelatie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deze werkervaringsplaats wordt ingezet voor maximaal 6 maanden per
                                persoon.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
                                indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst worden ten minste vastgelegd het
                                doel van de werkervaringsplaats, evenals de wijze waarop de
                                begeleiding plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gesubsidieerde arbeid</titel></kop><al>Het college zet geen gesubsidieerde arbeid in als
                            reïntegratieinstrument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Loonkostensubsidies gericht op reïntegratie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                                persoon bedoeld in artikel 1 lid a, b en c een arbeidsovereenkomst
                                sluiten gericht op arbeidsinschakeling;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij uitvoeringsbesluit stelt het college regels ten aanzien van de
                                duur van de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de
                                subsidie worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er
                                geen verdringing plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als onderdeel van een
                                reïntegratietraject activiteiten aanbieden in het kader van sociale
                                activering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van
                                maatschappelijk nuttige activiteiten ter voorbereiding op een
                                traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het voorkomen
                                van sociaal isolement.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In de beleidsregels worden de voorwaarden vastgelegd voor het
                                aanbieden van sociale activering voor zover daarover in deze
                                verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan een vorm van scholing aanbieden gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde scholing kan aangeboden worden in de
                                vorm van een subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt nadere beleidsregels op ten aanzien van de
                                noodzakelijkheid van de scholing, de duur en de maximale
                                kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inkomstenvrijlating</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of aanvaard,
                                waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dat de voor
                                de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, vindt
                                vrijlating van inkomsten uit arbeid plaats zoals bedoeld in artikel
                                31 tweede lid onder o van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de beleidsregels worden nadere voorwaarden gesteld voor zover
                                daar in deze verordening geen bepalingen zijn opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Premies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan aan personen een activeringspremie toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze premie wordt verstrekt in de volgende gevallen:o Het aanvaarden
                                van algemeen geaccepteerde arbeid, niet zijnde gesubsidieerde
                                arbeid;o Het deelnemen aan sociale activering als bedoeld in artikel
                                11 van deze verordening</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In de beleidsregels worden nadere voorwaarden opgenomen met
                                betrekking tot de doelgroepen en de hoogte van de premies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan een vergoeding verstrekken in het kader van de
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het gaat hierbij in ieder geval om reiskosten en kosten voor
                                kinderopvang.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorzieningen gericht op nazorg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan aan ondernemingen waarbij een persoon algemeen
                                geaccepteerde arbeid heeft aanvaard, niet zijnde een voorziening als
                                bedoelt in de artikelen 11, 12 en 13, voorzieningen bieden gericht
                                op nazorg.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan aan een persoon die algemeen geaccepteerde arbeid
                                heeft aanvaard een voorziening aanbieden gericht op nazorg.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In de beleidsregels worden nadere voorwaarden opgenomen over de duur
                                van de inzet van een voorziening gericht op nazorg.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Reïntegratie en
                            activering Lansingerland".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking 1 maand na de datum van uitgifte van
                            het gemeenteblad (de Heraut) waarin zij is geplaatst.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Artikelsgewijze toelichting op de Verordening Reïntegratie en activering
                        Lansingerland</titel></kop><al>Artikel 1 BegripsbepalingenHierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de
                    begripsbepalingen uit de Wet werk en bijstand. Waar dat mogelijk is, kan de
                    gemeenteraad via de begripsbepalingen eigen accenten leggen.Artikel 2 Opdracht
                    collegeIn het eerste lid is de opdracht aan het college vormgegeven analoog aan
                    artikel 7 van de WWB. Hiervoor is gekozen uit oogpunt van kenbaarheid en
                    consistentie. Tevens biedt dit artikel de mogelijkheid om aan het college
                    specifieke opdrachten mee te geven. Een voorbeeld kan zijn een speciale opdracht
                    om uitstroom uit bestaande gesubsidieerde arbeid te stimuleren.In de WWB is in
                    artikel 10, derde lid aangegeven dat de aanspraak op voorzieningen alleen geldt
                    voor die personen die ook daadwerkelijk inwoners van de gemeente zijn, door
                    middel van een verwijzing naar artikel 40, eerste lid van de wet. Door deze
                    verwijzing ook aan de opdracht aan het college te koppelen, kan de gemeenteraad
                    aangeven voorzieningen alleen voor de eigen doelgroep in te willen zetten.Het
                    tweede lid is de vertaling van de opdracht uit de WWB dat het college
                    evenwichtige aandacht aan de diverse doelgroepen moet besteden, en rekening moet
                    houden met de combinatie arbeid en zorg. In de beleidsregels komt vervolgens tot
                    uiting hoe dit punt uitgewerkt wordt.Het derde lid geeft het college de
                    specifieke opdracht een zodanig aanbod van voorzieningen te realiseren, dat
                    zoveel mogelijk personen ondersteund kunnen worden. Dit is vooral van belang
                    omdat het college de aanspraak op een voorziening niet kan weigeren als slechts
                    het budget ontoereikend is: er dient altijd een alternatief voorhanden te
                    zijn.Artikel 3 VerantwoordingZoals ook in de algemene toelichting is gesteld,
                    vraagt artikel 8 lid 1 aan de gemeenteraad om het reïntegratiebeleid in een
                    verordening vast te leggen.Het eerste en tweede lid bieden de basis voor de
                    verantwoording van het beleid. De WWB geeft aan dat het college elk jaar een
                    voorlopig verslag over de uitvoering (VODU) naar het rijk zendt. Daarnaast dient
                    er middels een bijlage bij de gemeentelijke jaarrekening verantwoording te
                    worden afgelegd over de uitvoering.Artikel 4 Aanspraak op ondersteuningDe WWB
                    stelt niet zo expliciet dat de aanspraak op voorzieningen in de verordening
                    geregeld moet worden. Immers, het is ook al in de WWB zelf geregeld. Eveneens
                    uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie is ervoor gekozen een algemene
                    bepaling over de aanspraak op te nemen (eerste lid).In het tweede lid wordt
                    expliciet te koppeling gelegd tussen de algemene aanspraak van de cliënt en de
                    criteria die gehanteerd worden bij het aanbieden van voorzieningen. Daarbij
                    wordt verwezen naar elk document waarin die criteria geformuleerd kunnen worden,
                    doch minimaal de verordening en de beleidsregels.Artikel 5 Verplichtingen van de
                    cliëntIn de WWB is al uitgebreid aangegeven welke verplichtingen gelden bij het
                    recht op een uitkering. Wederom uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie zijn
                    in het eerste en tweede lid de verplichtingen conform de wet geformuleerd.Het
                    derde lid biedt de verbinding met de maatregelenverordening. Deze verordening
                    regelt het opleggen van een maatregel indien de uitkeringsgerechtigde niet aan
                    zijn verplichtingen voldoet. Deze maatregel bestaat uit het verlagen van de
                    uitkering met een bepaald percentage. Echter, voor personen zonder uitkering,
                    ANW-ers en personen in gesubsidieerde arbeid kan het college de uitkering niet
                    verlagen als maatregel. Daarom is in het vierde lid de mogelijkheid opgenomen
                    dat in die gevallen het college (een deel van) de kosten die gemaakt zijn terug
                    kan vorderen.Artikel 6 Subsidie- en budgetplafondsHet college kan, om de
                    financiële risico's te beheersen, een verdeling maken van de middelen over de
                    verschillende voorzieningen. Dit kan in het beleidsplan gebeuren (zie het
                    artikel over beleidsplan). Het uitgeput zijn van begrotingsposten kan echter
                    nooit een reden zijn om aanvragen voor voorzieningen te weigeren. Om dat wel
                    mogelijk te maken kan de gemeenteraad bij verordening subsidie- en
                    budgetplafonds instellen.De WWB stelt dat het ontbreken van financiële middelen
                    alleen geen reden kan zijn voor de afwijzing van een aanvraag. Het college dient
                    dan na te gaan welke andere, goedkopere alternatieven er beschikbaar zijn. Dit
                    houdt dus is dat er geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan is
                    dat per voorziening een plafond wordt ingebouwd; dit laat de mogelijkheid open
                    dat er naar een ander instrument wordt uitgeweken.Bij dit artikel wordt
                    uitgegaan van de bevoegdheid van het college om plafonds in te stellen. Een
                    mogelijkheid is dat bij de vaststelling van de plafonds wordt verwezen naar de
                    bedragen die in het beleidsplan of in de begroting voor de verschillende
                    voorzieningen worden gereserveerd.Een budgetplafond geldt voor de overige
                    uitgaven die het college doet in het kader van voorzieningen. Een
                    subsidieplafond geldt voor voorzieningen die subsidies inhouden. Een
                    subsidieplafond dient wel bekendgemaakt te worden vóór de periode waarvoor deze
                    geldt (art. 4:27 lid 1 Awb).Artikel 7 Algemene bepalingen over voorzieningenIn
                    de lijn van het systeem van deze verordening strekt dit artikel ertoe enkele
                    zaken te regelen die te maken hebben met alle voorzieningen, ook die
                    voorzieningen die niet met name in de verordening zijn opgenomen. Het eerste lid
                    geeft daarom aan dat de verordening geen uitputtende opsomming van voorzieningen
                    bevat.Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om aan een voorziening
                    nadere verplichtingen te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van diverse aard
                    zijn. Zo kan bepaald worden dat een cliënt gedurende het traject op gezette
                    tijden met de consulent de voortgang bespreekt.Het derde lid geeft aan dat het
                    college een voorziening kan beëindigen en in welke gevallen zij dat kan doen.
                    Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het stopzetten van de subsidie aan
                    een werkgever of het opzeggen van de arbeidsovereenkomst bij een
                    detacheringbaan. Bij deze laatste wijze van beëindigen dienen vanzelfsprekend de
                    toepasselijke bepalingen uit het arbeidsrecht en de eventueel aanwezige
                    rechtspositieregeling in acht te worden genomen.Een bijzonder aandachtspunt is
                    hier het uitbesteden van voorzieningen aan reïntegratiebedrijven. Immers, bij
                    uitbesteden wordt een deel van de regie uit handen gegeven. Het verdient dan ook
                    aanbeveling dat in het contract met het reïntegratiebedrijf wordt verklaard dat
                    deze reïntegratieverordening van toepassing is.Het vierde lid geeft het college
                    de algemene bevoegdheid om voor voorzieningen nadere regels te stellen. Dit
                    heeft vooral tot doel om bij subsidieverstrekking de uitvoering zoveel mogelijk
                    aan het college over te laten.De bepaling over het vragen van een eigen bijdrage
                    heeft betrekking op de doelgroep Nuggers. Immers, van deze groep is het niet
                    vanzelfsprekend dat zij op een laag inkomensniveau zitten. Het vragen van een
                    eigen bijdrage, eventueel gerelateerd aan de hoogte van het inkomen, kan dan op
                    zijn plaats zijn. Dit is ook met zoveel woorden terug te vinden in de Nota naar
                    aanleiding van het verslag van de WWB.Artikel 8 WerkervaringsplaatsenVoor de
                    term werkervaringsplaatsen is gekozen om te benadrukken dat het gaat om een
                    soort scholingsinstrument: niet de arbeid zelf, maar het leren werken staat
                    centraal.Het is belangrijk in de gaten te houden onder welke voorwaarden de
                    werkervaringsplaats aangeboden wordt. Dit vanwege het gevaar dat de
                    werkervaringsplaats beschouwd kan worden als een gewone arbeidsovereenkomst.
                    Volgens het arbeidsrecht is er sprake van een arbeidsovereenkomst indien voldaan
                    wordt aan de volgende voorwaarden:- er dient sprake te zijn van de persoonlijke
                    verplichting om arbeid te verrichten;- die arbeid wordt verricht onder gezag van
                    een ander;- die ander betaalt voor de arbeid een bepaald bedrag aan loon;- de
                    arbeid wordt verricht gedurende enige tijd.De Hoge Raad heeft bepaald dat er bij
                    werkervaringsplaatsen weliswaar sprake is van het persoonlijk verrichten van
                    arbeid, maar dat dit overwegend gericht is op het uitbreiden van de kennis en
                    ervaring van de werknemer. Daarnaast is bij een werkervaringsplaats in de regel
                    geen sprake van beloning. Het is daarom verstandig terughoudend te zijn met het
                    verstrekken van een gerichte stagevergoeding. Er kan wel een onkostenvergoeding
                    worden gegeven, maar daarbij moet dan ook daadwerkelijk sprake zijn van een
                    vergoeding van gemaakte kosten.Het eerste lid van artikel 8 geeft de algemene
                    bepaling voor het aanbieden van een werkervaringsplaats. Het tweede lid geeft
                    nog eens specifiek aan wat het doel is van de werkervaringsplaats, om het
                    verschil met een normale arbeidsverhouding aan te geven. Dit is vooral van
                    belang om te voorkomen dat de cliënt claimt dat sprake is van een
                    arbeidsovereenkomst, en bij de rechter loonbetaling afdwingt.De
                    werkervaringsplaats kan twee doelen hebben. Op de eerste plaats kan het gaan om
                    het opdoen van specifieke werkervaring. Dit is vergelijkbaar met de zogenaamde
                    'snuffelstage', waarbij de cliënt de gelegenheid krijgt om te bezien of het
                    soort werk als passend kan worden beschouwd. Op de tweede plaats kan het gaan om
                    het leren werken in een arbeidsrelatie. In de werkervaringsplaats kan de cliënt
                    wennen aan aspecten als gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerken met
                    collega's.Het derde lid geeft de maximale duur van de werkervaringsplaats aan.
                    Hierbij kan gedacht worden aan een termijn van drie tot maximaal zes maanden.Het
                    vierde lid geeft aan dat er bij plaatsing geen verdringing plaats vindt, of dat
                    de concurrentieverhoudingen niet nadelig worden beïnvloed. Het college kan dit
                    doen door expliciet na te gaan dat het werk dat verricht gaan worden niet
                    productief is, of dat er geen recent ontslag heeft plaatsgevonden.In het vijfde
                    lid wordt bepaald dat er voor de werkervaringsplaats een schriftelijke
                    overeenkomst (stageovereenkomst) wordt opgesteld. Hierin kan expliciet het doel
                    van de stage worden opgenomen, evenals de wijze van begeleiding. Door deze
                    schriftelijke overeenkomst kan nog eens gewaarborgd worden dat het bij een
                    werkervaringsplaats niet gaat om een reguliere arbeidsverhouding.Artikel 9
                    Gesubsidieerde arbeidArtikel 10 Loonkostensubsidies gericht op reïntegratieHet
                    instrument loonkostensubsidies gericht op reïntegratie is bekend van de
                    werkervaringsplaatsen uit de WIW, echter, onder de WWB zijn deze geheel vormvrij
                    geworden. Het beleid van de gemeenteraad komt tot uitdrukking in de hoogte van
                    de subsidie (eventueel gekoppeld aan de mate van productiviteit), de termijn en
                    de aan de subsidie verbonden verplichtingen (b.v. bieden van scholing en
                    begeleiding). Naast de reguliere loonkostensubsidie kan het college ervoor
                    kiezen de onderneming die de werknemer aansluitend in vaste dienst neemt een
                    aanvullende subsidie of bonus toe te kennen.Bij de inzet van dit instrument
                    dient de Europese regelgeving in acht te worden genomen. De Europese richtlijn
                    bepaalt dat bij de loonkostensubsidies in de private sector de subsidie maximaal
                    50% van de totale loonkosten mag beslaan.Het eerste lid geeft de basis voor de
                    loonkostensubsidie, waarbij expliciet wordt aangeven dat het primair gaat om een
                    reïntegratievoorziening. Eventueel kan hier de doelgroep beperkt worden door aan
                    te geven voor welke personen de subsidie verstrekt kan worden.Het tweede lid
                    geeft het college de bevoegdheid nadere regels te stellen over de hoogte van de
                    subsidie, de termijn, en de praktische uitvoering (aanvraag,
                    informatieverplichtingen, terugvordering, etc.).Voor het derde lid wordt
                    verwezen naar de toelichting bij het artikel over werkervaringsplaatsen.Artikel
                    11 Sociale activeringVolgens de WWB dient ook sociale activering uiteindelijk
                    gericht te zijn op arbeidsinschakeling. Voor bepaalde doelgroepen is
                    arbeidsinschakeling echter een te hoog gegrepen doel. Voor deze personen staat
                    dan ook niet reïntegratie, maar participatie voorop.Gezien de beperkte middelen
                    uit het werkdeel in relatie tot de omvang van de doelgroep, kan het een
                    overweging zijn onderscheid te maken tussen sociale activering als onderdeel van
                    een reïntegratietraject, als voorbereiding op arbeidsinschakeling, en sociale
                    activering gericht op het laten participeren van de persoon in de maatschappij.
                    Het college kan besluiten alle kosten die gemaakt worden voor de laatste
                    activiteit niet te betalen uit het werkdeel van de WWB, maar uit bijvoorbeeld
                    welzijnsmiddelen.Bovengenoemd onderscheid komt terug in de bepalingen over
                    sociale activering. In het eerste lid kan daarom de zinsnede "als onderdeel van
                    een reïntegratietraject" toegevoegd worden. In het tweede lid, dat een
                    omschrijving geeft van het begrip 'sociale activering', kan dan besloten worden
                    dat deze voorziening ook gericht kan zijn op het voorkomen van sociaal
                    isolement. Bij sociale activering als reïntegratieinstrument kunnen ook
                    bepalingen opgenomen worden over de maximale termijn waarbinnen deze
                    activiteiten plaatsvinden.In de WWB is een mogelijkheid gecreëerd om
                    uitkeringsgerechtigden met behoud van uitkering een meer permanente werkplek aan
                    te bieden. (participatiebanen)Daarmee wordt het principe van de "tegenprestatie"
                    vormgegeven zonder dat je van mensen reïntegratieactiviteiten verlangt die niet
                    reëel zijn. In Lansingerland wordt geen gebruik gemaakt van de inzet van
                    participatiebanen.Artikel 12 ScholingScholing is bij uitstek een
                    maatwerkinstrument, waarbij het moeilijk is vooraf algemene richtlijnen te geven
                    die in de verordening moeten worden opgenomen. Daarom is dit artikel alleen
                    nodig indien de gemeenteraad op het niveau van de verordening een aantal
                    randvoorwaarden wil formuleren, zoals die genoemd zijn in het derde lid. Het
                    tweede lid geeft aan dat de scholing zowel aangeboden kan worden als voorziening
                    die door de gemeente ingekocht kan worden, als in de vorm van een subsidie. Dit
                    laatste kan van belang zijn indien de cliënt op eigen initiatief met een vorm
                    van scholing komt die door het college als noodzakelijk wordt geacht, maar die
                    niet bestaat binnen het reguliere scholingsaanbod van de gemeente.Artikel 13
                    InkomstenvrijlatingMet het amendement Bruls is het mogelijk gemaakt de inkomsten
                    van uitkeringsgerechtigden die werken in deeltijd voor een deel vrij te laten.
                    De vrijlating bedraagt maximaal 25% van de inkomsten per maand, met een maximum
                    van €166 (peildatum 1 januari 2004). Het maximale percentage en het maximale
                    bedrag impliceren, dat ook uitgegaan mag worden van lagere bedragen. Indien de
                    gemeenteraad dit wil, dan dient dat in de reïntegratieverordening geregeld te
                    worden.Artikel 14 PremiesIn de WWB is geregeld in art. 31 lid 2 sub j dat
                    jaarlijks een activeringspremie kan worden verstrekt. Deze premie is onbelast,
                    en telt dus ook niet mee bij de toepassing van inkomensafhankelijke regelingen.
                    Dit is alleen het geval als in datzelfde jaar geen onkostenvergoeding voor
                    vrijwilligerswerk is verstrekt.De gemeenteraad kan haar premiebeleid afstemmen
                    op de verschillende activiteiten die in het kader van activering verricht worden
                    en daarbij de hoogte van de premie laten variëren. De gemeenteraad kan ook
                    besluiten bepaalde activiteiten in het geheel niet te premieren. Tenslotte kan
                    de gemeenteraad de premie afhankelijk maken van doelgroepen, zoals
                    arbeidsgehandicapten, ouderen, jongeren, afstand tot de arbeidsmarkt etc.De WWB
                    regelt in art. 31 lid 2 sub k de maximale onkostenvergoedingen bij het
                    verrichten van vrijwilligerswerk . Ook deze zijn onbelast en werken niet door
                    bij inkomensafhankelijke regelingen. Ook hier kan de gemeenteraad variëren in
                    hoogte.In deze verordening is ervoor gekozen het verstrekken van premies in
                    algemene zin te regelen: de criteria en de doelgroepen kunnen worden omschreven
                    in de beleidsregels, gekoppeld aan de bevoegdheid van het college om nadere
                    regels te stellen. Het is echter ook mogelijk om in de verordening alle
                    bepalingen over doelgroepen, criteria en de hoogte van de subsidies op te nemen.
                    Dit zal de overzichtelijkheid van de verordening echter niet ten goede
                    komen.Artikel 15 Overige vergoedingenHet is denkbaar dat het college, ter
                    stimulering van de arbeidsinschakeling, besluit diverse kosten te vergoeden voor
                    activiteiten die daaraan bijdragen. In dit artikel zijn als voorbeelden genoemd
                    reiskosten en kosten voor kinderopvang, maar dat is geen limitatieve
                    opsomming.Artikel 16 Voorzieningen gericht op nazorgMede gezien de beperkte
                    budgetten is het belangrijk ervoor te zorgen dat cliënten na uitstroom niet na
                    een korte periode terugvallen in de uitkering. Het college kan ertoe besluiten
                    veel aandacht te besteden aan nazorg, met als doel een werkelijk duurzame
                    plaatsing te realiseren. Bij dit artikel is ervan uitgegaan dat nazorg geboden
                    kan worden ná acceptatie van algemeen geaccepteerde arbeid, dus niet bij
                    gesubsidieerde arbeid. Bij gesubsidieerde arbeid maakt begeleiding en advisering
                    normaalgesproken al onderdeel uit van het traject.Artikel 17
                    HardheidsclausuleDit artikel behoeft geen nadere toelichting.Artikel 18
                    CiteertitelDit artikel behoeft geen nadere toelichting.Artikel 19
                    InwerkingtredingDit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>