<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50567_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heraut,</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Lansingerland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147,</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, 160 lid 1 sub e</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, 169 lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-11-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-09-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging op verordening dd 02-01-2007</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/144</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt de verordening van 02-01-2007.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gemeente LansingerlandDe raad van de gemeente Lansingerland d.d. 22 november
                        2007;Gelet op artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, artikel 222
                        Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;Gelet op de bepalingen van
                        artikel 147, 160 lid 1 sub e en 169 lid 4 van de Gemeentewet;besluit vast te
                        stellen de:Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente
                        medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden
                        (exploitatieverordening).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a. afstand van de gronden
                                aan de gemeente: eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente;b.
                                exploitant: de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                recht of anderszins rechthebbende van een in een exploitatiegebied
                                gelegen onroerende zaak welke door het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut gebaat is;c. exploitatiegebied: een als zodanig door de
                                gemeenteraad aangewezen gebied, dat gebaat is door de aanleg van
                                voorzieningen van openbaar nut;d. exploitatieovereenkomst: de
                                overeenkomst, onder welke naam dan ook gesloten, waarin de gemeente
                                met een exploitant de voorwaarden overeenkomt waaronder de gemeente
                                voorzieningen van openbaar nut zal treffen of daaraan medewerking
                                zal verlenen;e. aangevuld bekostigingsbesluit: een besluit van de
                                gemeenteraad waarin overeenkomstig artikel 222 Gemeentewet wordt
                                besloten in welke mate de aan de voorzieningen verbonden lasten
                                zullen kunnen worden verhaald op een daarbij aangeduid gebied,
                                aangevuld met een omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut
                                en een begroting van kosten en opbrengsten;f. voorzieningen van
                                openbaar nut: de in lid 2 vermelde werken en werkzaamheden binnen
                                een exploitatiegebied, alsmede buiten het exploitatiegebied voor
                                zover de binnen het exploitatiegebied liggende onroerende zaken door
                                deze voorzieningen direct dan wel indirect worden gebaat;g.
                                medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden: het door of
                                met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen
                                onroerende zaken worden gebaat.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De volgende werken en werkzaamheden worden in ieder geval beschouwd
                                als voorzieningen van openbaar nut in de zin van deze verordening:a.
                                riolering, met begrip van bijbehorende werken;b. wegen,
                                (gebouwde)parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                rijwielpaden, straatmeubilair, waterpartijen, watergangen, bruggen,
                                tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg en inrichting van deze
                                voorzieningen en kunstwerken verband houdende werken;c. plantsoenen
                                en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de aanleg en
                                inrichting van openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede de
                                sierende elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;d. openbare verlichting
                                en brandkranen met de nodige aansluitingen;e. waterhuishoudkundige
                                voorzieningen, met inbegrip van drainagevoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voorzieningen van openbaar nut worden door de gemeente aangelegd,
                                tenzij de aanleg behoort tot de taken van een ander
                                overheidslichaam, of het college van burgemeester en wethouders
                                uitdrukkelijk heeft ingestemd met gehele of gedeeltelijke aanleg
                                door de exploitant. Het college van burgemeester en wethouders neemt
                                geen besluit om aanleg door de exploitant toe te staan dan nadat
                                gebleken is, dat een kwalitatief goede uitvoering zowel feitelijk
                                als financieel is gewaarborgd, daartoe voldoende garantie is gesteld
                                en ook overigens geen zwaarwegende of beleidsmatige belemmeringen
                                voor een zodanige werkwijze bestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening ten behoeve van de begroting van kosten en ten
                            behoeve van de vaststelling van exploitatiebijdragen, wordt onder de
                            kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van grond begrepen:1. de inbrengwaarde van alle
                            binnen het exploitatiegebied gelegen gronden, zijnde:a. de waarde van de
                            grond;b. de waarde van de opstallen, die voor de verwezenlijking van de
                            bestemming niet gehandhaafd kunnen worden;c. de kosten van het vrijmaken
                            van de gronden van opstallen;d. de kosten van vrijmaken van de grond van
                            zich in de grond bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en
                            kabels;e. de kosten van het vrijmaken van de grond van persoonlijke
                            rechten en lasten, zoals eigendom, bezit of beperkt recht, alsmede
                            zakelijke rechten en lasten;f. de kosten van schadevergoedingen en
                            schadeloosstellingen.De waarden bedoeld in sub a en b worden vastgesteld
                            op basis van marktwaardeberekening doch niet lager dan het totaal van de
                            gemeentelijke kosten van verwerving, beheer inclusief renteverliezen
                            terzake van die gronden of opstallen.2. De inbrengwaarde van de binnen
                            het exploitatiegebied gelegen gronden van derden, voorzover die
                            inbrengwaarde ten behoeve van een redelijke en evenredige toerekening
                            van kosten in de exploitatieopzet wordt betrokken.3. De kosten van
                            aanleg of uitvoering binnen een exploitatiegebied door de gemeente van
                            de onder artikel 1, lid 2 omschreven voorzieningen van openbaar nut.4.
                            De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten het
                            exploitatiegebied voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende
                            onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel indirect gebaat
                            zijn, (waaronder voorzieningen zoals bedoeld in artikel 1, lid 2 en
                            artikel 2, lid 1).5. De kosten van:a. het dempen van sloten en het
                            verrichten van grondwerken ten behoeve van voorzieningen van openbaar
                            nut met inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven;b. het
                            verrichten van bodemonderzoek en –sanering, voor zover het de ondergrond
                            van voorzieningen van openbaar nut betreft en voor zover verhaal bij
                            derden van de daarmee verband houdende kosten niet in de rede ligt;c. in
                            verband met de milieuwetgeving of milieutechnisch noodzakelijke
                            maatregelen en voorzieningen ter uitvoering van een bestemmingsplan;d.
                            de verwerving van de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut
                            buiten het exploitatiegebied;e. het slopen van opstallen op de
                            ondergrond van voorzieningen van openbaar nut buiten het
                            exploitatiegebied;f. alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn
                            voor het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                            gronden, in ieder geval:1. de kosten van planontwikkeling,
                            planvoorbereiding en planbeheer en plantoezicht. Onder deze kosten wordt
                            ten minste verstaan: de kosten verband houdende met het opstellen van
                            structuurplannen en bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige
                            uitwerkingen of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het
                            verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van overige
                            planologische maatregelen voorzover deze nodig zijn voor het in
                            exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied;2. de
                            kosten van de planschade;3. de kosten verband houdende met onderzoeken,
                            voorbereiding en toezicht ten behoeve van de voorzieningen van openbaar
                            nut voorzover deze verband houden met het in exploitatie brengen van
                            gronden binnen het exploitatiegebied;4. de kosten van het gemeentelijk
                            apparaat en van ingeschakelde externe adviseurs, voorzover die
                            rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden kunnen worden
                            toegerekend;5. de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten,
                            verminderd met rente-opbrengsten;6. de kosten van tijdelijk beheer van
                            de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut, zijnde de kosten die
                            ten gevolge van een noodzakelijk actief verwervingsbeleid worden gemaakt
                            en niet dan wel niet geheel door middel van tijdelijke verhuur worden
                            gedekt;7. heffingen vanwege de rijks-, provinciale cq regionale
                            overheden aan de gemeente opgelegd, voorzover deze direct verband houden
                            met de realisering van bestemmingen, waarvoor de medewerking wordt
                            verlangd;8. bijdragen aan fondsen, overeenkomstig het bepaalde in
                            artikel 5 lid 4;9. overige kosten, die in beginsel ten laste van de
                            grondexploitatie behoren te worden gebracht.6. De kosten van de bouw van
                            gebouwde voorzieningen en opstallen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>In exploitatie brengen op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat op initiatief van de gemeente met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut in een exploitatiegebied wordt
                                aangevangen, wordt door de gemeenteraad een aangevuld
                                bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied vastgesteld en
                                bekendgemaakt op de wijze zoals bedoeld in artikel 139
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het aangevuld bekostigingsbesluit bevat in ieder geval de volgende
                                onderdelen:a. aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van
                                de daarin gelegen onroerende zaken die gebaat zijn door de aanleg
                                van voorzieningen van openbaar nut;b. aanduiding van de mate waarin
                                de kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het
                                in exploitatie brengen van gronden, op de genothebbende van de in
                                het vorige lid bedoelde onroerende zaken kunnen worden verhaald;c.
                                omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren voorzieningen van
                                openbaar nut en daarmee verband houdende werkzaamheden;d. de
                                bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot overeenstemming
                                kan worden gekomen over een exploitatieovereenkomst, kostenverhaal
                                zal kunnen plaatsvinden door middel van heffing van baatbelasting;e.
                                een begroting van de ten laste van de onroerende zaken in het
                                exploitatiegebied komende kosten, verband houdende met het verlenen
                                van medewerking aan het in exploitatie brengen van grond en van de
                                ten gunste van het in exploitatie nemen van gronden komende
                                opbrengsten. Onder deze kosten vallen tevens de buiten het
                                exploitatiegebied vallende kosten verband houdend met het verlenen
                                van medewerking aan het in exploitatie brengen van grond binnen het
                                exploitatiegebied. De opbrengsten bestaan uit:1. subsidies;2.
                                verkoop van gronden;3. bijdragen in de kosten van aanleg van
                                voorzieningen van openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                baatbelasting;4. overige bijdragen.Van deze begroting maakt eveneens
                                deel uit de wijze van toerekening van de totale kosten en
                                opbrengsten aan de onroerende zaken in het exploitatiegebied, zoveel
                                mogelijk naar de mate van het profijt dat onroerende zaken hebben
                                van het samenhangend geheel van voorzieningen van openbaar nut.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de
                                begroting als bedoeld in het tweede lid onder e later door de
                                gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan door de
                                gemeenteraad periodiek worden herzien. De begroting wordt
                                bekendgemaakt op de wijze als bedoelt in artikel 139
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voor de berekening van de in het tweede lid onder e bedoelde kosten
                                wordt ervan uitgegaan dat het exploitatiegebied in zijn geheel door
                                de gemeente in exploitatie zal worden gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid gebruikt
                                het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m2 grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de kadastrale oppervlakte
                                van de onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld naar de in een
                                bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels (bouw)grond,
                                vermenigvuldigd met factoren voor ligging en bestemming en
                                objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin het profijt van de van
                                gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut tot
                                uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte geen
                                geschikte grondslag blijkt te zijn, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader door de gemeenteraad te bepalen grondslag, welke
                                voorziet in de aanwezige verschillen in profijt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten verband houdende met
                                het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                gronden het bedrag dat volgens de in de begroting als bedoeld in
                                artikel 3, tweede lid, onder e uitgewerkte wijze aan zijn onroerende
                                zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van
                                de gronden bestemt voor de aanleg en/of aanpassing van voorzieningen
                                van openbaar nut vallende en de kosten van kadastrale uitmeting, en
                                verminderd met de inbrengwaarde van de bij de exploitant in eigendom
                                zijnde en voor exploitatie bedoelde gronden en van de gronden welke
                                zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut en
                                door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond die door de
                                exploitant is ingebracht wordt door de gemeente en de exploitant
                                gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld. Indien hierover
                                geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde
                                vastgesteld door een commissie van drie deskundigen, van wie één aan
                                te wijzen door de gemeente, één door de exploitant en een derde door
                                de beide reeds aangewezen deskundige of, indien zij het daarover
                                niet eens kunnen worden, door de ter zake bevoegde
                                kantonrechter.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de exploitant zelf conform artikel 6, derde lid, onder e
                                voorzieningen van openbaar nut aanlegt bestaat de
                                exploitatiebijdrage uit de bijdrage, zoals deze op grond van het
                                eerste lid van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de kosten
                                van de door exploitant uit te voeren werkzaamheden, voor zover deze
                                kosten corresponderen met de begroting van kosten, zoals bedoeld in
                                artikel 3, tweede lid, onder e.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Van de exploitant kan een bijdrage worden verlangd in vanwege de
                                raad van de gemeente ingestelde fondsen. Daaronder wordt mede
                                begrepen fondsen ten behoeve van buiten het exploitatiegebied
                                aanwezige en/of te realiseren voorzieningen van openbaar nut. De
                                raad stelt de hoogte van de bijdragen aan de fondsen periodiek
                                vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, wat betreft de in het exploitatiegebied liggende
                                onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente, indien
                                dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien de
                                exploitatieovereenkomst mede een grondtransactie betreft, is dit een
                                notariële akte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst op initiatief van de gemeente slechts nadat
                                een aangevuld bekostigingsbesluit is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De exploitatieovereenkomst bevat in ieder geval bepalingen over:a.
                                de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente of exploitant
                                aan te leggen voorzieningen van openbaar nut;b. het tijdvak
                                waarbinnen deze voorzieningen worden uitgevoerd;c. de ten laste van
                                de exploitant komende bijdrage als bedoeld in artikel 5, eerste
                                lid;d. in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de
                                gemeente, voor zover die gronden zijn bestemd voor de aanleg of
                                aanpassing van voorzieningen van openbaar nut, en in deze gevallen
                                het verrichten van onderzoek naar bodemverontreiniging op kosten van
                                exploitant;e. in gevallen waarbij het college van burgemeester en
                                wethouders besluit de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door
                                de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant op te dragen: de opdracht of aanlegverplichting en
                                sluitende waarborgen voor tijdige en kwalitatief goede uitvoering en
                                voor de nakoming van de financiële verplichtingen van de
                                exploitant;f. een betalingsregeling;g. in voorkomende gevallen een
                                taakverdeling;h. in voorkomende gevallen een regeling voor
                                gewijzigde omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en
                                faillissement;i. de overeengekomen prijs voor de inbreng van gronden
                                door exploitant c.q. de gemeente;j. aanvullende voorwaarden ter
                                waarborging van een goede en tijdige uitvoering van de
                                bouwwerkzaamheden en van de door de raad vastgestelde
                                beleidsdoeleinden met betrekking tot het gebruik, de exploitatie en
                                het beheer van het exploitatiegebied.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 1, derde lid, kan in
                                de exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in het derde
                                lid, worden bepaald dat:a. Ten behoeve van de door de exploitant uit
                                te voeren werken een aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij
                                de gemeente als opdrachtgever en de exploitant als aannemer wordt
                                aangemerkt, en de directievoering en het toezicht op de door de
                                exploitant uit voeren werken geschieden door of vanwege de
                                gemeente;b. De aanneemovereenkomst, zoals genoemd onder a, zal voor
                                de gemeente kosten neutraal zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>In exploitatie brengen op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In beginsel neemt de gemeente het initiatief tot het in exploitatie
                                brengen van een gebied. Het is echter ook mogelijk dat een
                                belanghebbende het initiatief neemt. Een belanghebbende kan bij
                                burgemeester en wethouders een schriftelijke aanvraag indienen voor
                                medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                                aanvraag van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens
                                een exploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 6, met dien
                                verstande dat artikel 6, tweede lid, in dat geval niet van
                                toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden toegevoegd:a. een
                                nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen onroerende
                                zaken;b. gegevens, waaruit blijkt dat de genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht de in exploitatie te brengen
                                onroerende zaken heeft verkregen of kan verkrijgen;c. gegevens
                                omtrent de door belanghebbende te treffen (bouw)werkzaamheden;d.
                                gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende financieel in staat is
                                tot exploitatie over te gaan en de benodigde zekerheden te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor
                                vrijstelling wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening van de
                                vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van
                                openbaar nut moeten worden getroffen of anderszins overeenkomstig
                                deze verordening medewerking dient te worden verleend, wordt hiervan
                                zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de beslissing op de
                                aanvraag, mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarbij zal een zo
                                nauwkeurig mogelijke raming van de voor rekening van de exploitant
                                komende exploitatiebijdrage worden verstrekt. Tevens zal daarbij aan
                                de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tot het indienen van een
                                aanvraag voor medewerking.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Burgemeester en wethouders reageren op een schriftelijke aanvraag om
                                medewerking, hetzij met een weigering hetzij met de aanbieding van
                                een conceptovereenkomst, binnen zes maanden na de dag waarop de
                                aanvraag is ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanhouding verzoek</titel></kop><al>De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden:a. in geval de
                            procedure tot goedkeuring van een van toepassing zijnd bestemmingsplan
                            of een herziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier weken van het
                            onherroepelijk worden van (het desbetreffende deel van) het
                            bestemmingsplan of de herziening daarvan;b. in geval voorzienbaar is dat
                            de in artikel 9 genoemde belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen
                            kunnen worden weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                            weggenomen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigeringsgronden voor een exploitatieovereenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden hoeft in ieder
                            geval niet te worden verleend indien:a. de in exploitatie te brengen
                            grond niet is gelegen in een gebied waarvoor een bestemmingsplan
                            geldt;b. de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe
                            benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden tot strijd met
                            het bestemmingsplan, de Woningwet of strijd met andere wet- of
                            regelgeving;c. het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig
                            een bestemmingsplan, anderszins zouden leiden tot strijd met belangen
                            van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of herinrichting;d. het
                            in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot ten laste van
                            de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van openbaar nut of tot
                            bezwaren ten aanzien van het doeltreffend voorzien in watervoorziening,
                            openbare verlichting, riolering en andere voorzieningen van openbaar
                            nut;e. de exploitant niet bereid of in staat is om sluitende waarborgen
                            te stellen voor tijdige en kwalitatief goede uitvoering c.q. nakoming
                            van zijn feitelijke en de financiële verplichtingen;f. exploitant geen
                            afstand wil doen van gronden ten behoeve van aanleg van voorzieningen
                            van openbaar nut;g. exploitant de ondergrond van voorzieningen van
                            openbaar nut niet wil onderzoeken op de aanwezigheid van
                            bodemverontreiniging dan wel de bodem niet wil saneren wanneer dat
                            noodzakelijk is;h. de exploitant niet bereid is de voorzieningen van
                            openbaar nut door de gemeente te laten aanleggen, behoudens in geval van
                            een verkregen opdracht als bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel
                            e.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In een gebied waarvoor een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen,
                                zal, indien de exploitant een exploitatieovereenkomst aangaat, in de
                                overeenkomst worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering
                                van de in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut,
                                geen aanvullend kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste
                                van de desbetreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een aangevuld
                                bekostigingsbesluit zoals bedoeld in artikel 3 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 6 genoemde overeenkomst,
                                maken burgermeester en wethouders aan exploitant bekend dat het
                                kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting,
                                zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in het aangevuld
                                bekostigingsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>In de gevallen, waarin de gemeentelijke betrokkenheid bij de
                            (her)ontwikkeling van gebieden zodanig groot is dat daarvoor specifieke
                            projectontwikkeling-overeenkomsten met grondeigenaren dienen te worden
                            aangegaan en de letterlijke toepassing van deze verordening daarvoor
                            belemmeringen opwerpt, kan het college besluiten in de met deze partijen
                            te sluiten overeenkomsten af te wijken van de bepalingen in deze
                            verordening. Het college geeft alsdan redenen aan welke tot toepassing
                            van dit artikel leiden en stelt de specifieke voorwaarden vast voor de
                            te sluiten projectontwikkeling-overeenkomsten, zoals deze voortvloeien
                            uit de door de raad geformuleerde beleidsdoelstellingen voor de
                            ontwikkeling van het exploitatiegebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitzonderingsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De artikelen 2, eerste lid, 3, 5 en 6, van deze verordening zijn
                                niet van toepassing voor voorzieningen van openbaar nut van
                                ondergeschikt belang, zoals een uitweg op de openbare weg of een
                                aansluiting op het openbare riool. In dergelijke gevallen besluiten
                                burgemeester en wethouders onder welke voorwaarden deze
                                voorzieningen van openbaar nut door of met medewerking van de
                                gemeente zullen worden aangelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 2, eerste lid en artikel 5, eerste en tweede
                                lid van deze verordening kan buiten toepassing blijven ten aanzien
                                van:a. een exploitatiegebied dat in de naaste toekomst niet of niet
                                geheel voor bebouwing in aanmerking komt;b. de in een
                                exploitatiegebied gelegen gronden die in de naaste toekomst niet
                                voor bebouwing in aanmerking komen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat vóór het moment
                            van inwerkingtreding van deze verordening een bekostigingsbesluit is
                            genomen of de voorzieningen van openbaar nut reeds in uitvoering zijn,
                            vinden de bepalingen van deze verordening voor dat exploitatiegebied,
                            voor zover nodig op een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In
                            ieder geval stelt de gemeenteraad in die gevallen een begroting van
                            kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e,
                            vast en wordt deze begroting bekend gemaakt op de wijze als bedoelt in
                            artikel 139 Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van bekendmaking op de wijze als bedoelt in artikel 139 Gemeentewet.Deze
                            verordening vervangt vanaf dat moment de ‘Exploitatieverordening
                            gemeente Lansingerland’ van 2 januari 2007 welke dan vervalt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Exploitatieverordening
                            gemeente Lansingerland’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente
                        Lansingerland van datum 2007.De griffier, C.J. van ’t Hart De voorzitter,
                        E.W. van Vliet</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Toelichting op de exploitatie-verordening Lansingerland 2007</titel></kop><al>AlgemeenSteeds meer wordt de gemeente geconfronteerd met het niet-volledig uit
                    kunnen voeren van actieve grondpolitiek. Dit houdt in dat naast de door de
                    gemeente te verwerven gronden, die vervolgens bouwrijp worden gemaakt en ten
                    slotte worden uitgegeven, steeds meer particu­liere initiatieven tot
                    grondexploitatie ontstaan.In dergelijke situaties, waarbij zowel gemeentelijke
                    als particuliere grondexploitatie plaatsvindt, is de gemeente verantwoordelijk
                    voor de aanleg van de benodigde infrastructurele werken zoals wegen, straten,
                    riolering, enzovoort.Door middel van de actieve grondpolitiek worden deze kosten
                    doorberekend aan de netto uitgeefbare bouwterreinen. In geval van particuliere
                    grondexploitatie is een dergelijke door­berekening niet mogelijk, simpelweg
                    vanwege het feit dat de grond niet in eigendom is van de gemeente.Toch is het
                    uit een oogpunt van gelijkheid en rechtszekerheid rechtvaardig dat ook
                    particuliere grondexploitanten een (financiële) bijdrage leveren in de kosten
                    van de eerdergenoemde voorzieningen. Deze bijdrage wordt dan bepaald op basis
                    van de baat die deze (bouw)gronden hebben bij de aanleg van genoemde werken.In
                    artikel 42 Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) is bepaald dat de gemeenteraad
                    een verordening behoort vast te stellen die de voorwaarden bevat waaronder de
                    gemeente medewerking verleent aan het in exploitatie brengen van gronden. Deze
                    verordening wordt “Exploitatieverordening” genoemd.De verordening heeft het
                    karakter van algemene voorwaarden welke van toepassing zullen zijn op het
                    sluiten van overeenkomsten met de exploitanten.De verordening regelt in de
                    eerste plaats het verhaal van door de gemeente te treffen kosten van
                    voorzieningen van openbaar nut, voorzover die niet op ander wijze (bijvoorbeeld
                    via gronduitgifte of door het heffen van baatbelasting) zijn of worden verhaald
                    op de exploitant. De in deze verordening gegeven regels voor kostenverhaal geven
                    een adequaat resultaat voor de vele gevallen waarin een grondeigenaar de
                    medewerking verzoekt voor de ontwikkeling en uitvoering van bouwplannen op zijn
                    grond. De gemeente zal die medewerking in beginsel verlenen indien het
                    betreffende bouwplan past in het gemeentelijk ruimtelijk en/of
                    volkshuisvestelijk beleid en de exploitant tevens bereid is om de door de
                    gemeente te maken kosten voor voorzieningen van openbaar nut aan haar te
                    vergoeden.De algemene regels voor het kostenverhaal van de verordening zijn niet
                    toegesneden op stedelijke ontwikkelingen, welke slechts in een gestructureerd
                    samenwerkingsverband tussen de gemeente en de ontwikkelende partij(en) tot stand
                    kunnen worden gebracht. Voor een dergelijk samenwerkingsverband is een
                    nauwgezette fasegewijze contractering nodig, welke van geval tot geval zal
                    verschillen. De financiële betrokkenheid van de gemeente (zowel wat betreft te
                    maken kosten als het nemen van risico´s) bij dergelijke Publiek Private
                    Samenwerking projecten (PPS-projecten) laat zich niet in een verordening
                    regelen. In dergelijke gevallen zal de raad dan ook van geval tot geval moeten
                    kunnen beslissen.De verordening biedt daarnaast de mogelijkheid om voorwaarden
                    te stellen met het oog op de effectuering van andere doelstellingen van
                    grondbeleid. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan volkshuisvestelijke
                    doeleinden, welke vertaald worden in voorgeschreven woningdifferentiaties en
                    prijs/kwaliteitsverhoudingen.In exploitatiegebieden waarin de
                    grondeigendomsverhouding zodanig is dat de mogelijkheid bestaat dat de gemeente
                    via gronduitgifte en exploitatieovereenkomsten niet tot volledig kostenverhaal
                    kan komen, is het van belang om tijdig een bekostigingsbesluit te doen nemen,
                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 222 van de Gemeentewet. Op die wijze kan
                    tijdig kostenverhaal via baatbelasting worden voorbereid.Artikelsgewijs
                    toelichting:Artikel 1 Algemene begripsbepalingenAllereerst worden de
                    begripsbepalingen gegeven en wordt er aangegeven welke werken ten minste worden
                    beschouwd als voorzieningen van openbaar nut in de zin van deze verordening. De
                    exploitatieverordening is alleen van toepassing indien medewerking wordt
                    verleend aan het in exploitatie brengen van gronden die niet in eigendom zijn
                    van de gemeente. De daartoe opgenomen definitie strookt met de terminologie die
                    ook de wetgever hanteert in artikel 222 Gemeentewet.Artikel 2 Kosten van
                    exploitatieDe gemeente brengt de kosten in rekening verband houdende met het
                    door of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar
                    nut. Dit kan meer zijn dan alleen de directe kosten van de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut. In dit artikel wordt aangegeven welke
                    voorzieningen voor kostenverhaal in aanmerking komen, en vervolgens welke
                    daarmee samenhangende kosten. Met nadruk zij vermeld dat als exploitatiegebied
                    wordt aangemerkt het totale gebate gebied; dit gebied omvat niet alleen de voor
                    nieuwbouw in aanmerking komende gronden (zoals gebruikelijk bij veel puur
                    gemeentelijke exploitatie-opzetten), maar ook het overige gebate gebied.
                    Omgekeerd kan het exploitatiegebied weer niet gelijk zijn aan het
                    bestemmingsplangebied. Afhankelijk van de doelstellingen van het bestemmingsplan
                    en de daaruit voortvloeiende begrenzing kan het exploitatiegebied kleiner zijn
                    dan het bestemmingsplangebied dan wel groter. Onder de inbrengwaarde van gronden
                    wordt zowel de waarde van de grond zelf als de opstallen, die niet kunnen worden
                    gehandhaafd, begrepen. Omdat het hier grondexploitatie betreft is toch gekozen
                    voor de term 'gronden', hoewel het hier feitelijk de inbrengwaarde van
                    onroerende zaken betreft. Onder de inbrengwaarde wordt ook begrepen de kosten
                    van schadevergoedingen, waaronder ook zeker planschadevergoedingen.
                    Achterliggend idee van de inbrengwaardemethodiek is de toepassing van de fictie
                    van gemeentelijke grondexploitatie op de situatie van particuliere
                    grondexploitatie. Welnu, in een gemeentelijke grondexploitatie zou het voor de
                    hand liggen de van tevoren getaxeerde (te verwachten) planschadevergoedingen mee
                    te nemen. De kosten van bodemsanering komen alleen voor rekening van exploitant
                    voor zover het de gemeente niet lukt de kosten hiervan te verhalen op degene die
                    aansprakelijk kan worden gesteld voor de bodemverontreiniging, en voorzover
                    betrekking hebbend op de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut. Dat
                    spreekt weliswaar voor zich, maar voor de duidelijkheid is dit toch in de
                    betreffende bepaling opgenomen.Artikel 3 Vaststelling aangevuld
                    bekostigingsbesluitSinds juni 1991 is een bekostigingsbesluit een minimale
                    voorwaarde voor het kunnen heffen van een baatbelasting. Het aangevuld
                    bekostigingsbesluit bevat de krachtens de Gemeentewet verplichte elementen van
                    een bekostigingsbesluit (een aanduiding van het gebate gebied en de mate waarin
                    de aan de voorzieningen verbonden lasten zullen worden verhaald), maar daarnaast
                    ook een aanduiding van de voorzieningen van openbaar nut en een begroting van
                    kosten en opbrengsten. Deze bepalingen (en enkele andere, zoals de aankondiging
                    dat een exploitatieovereenkomst zal kunnen worden aangeboden) vormen ook de
                    onderscheidende kenmerken van het aangevuld bekostigingsbesluit ten opzichte van
                    het 'gewone' bekostigingsbesluit. Het aangevuld bekostigingsbesluit wordt, met
                    behulp van deze bepalingen, ook een kader voor het privaatrechtelijk
                    kostenverhaal door de gemeente.De bevoegdheid tot het vaststellen van het
                    aangevuld bekostigingsbesluit ligt bij de raad, omdat het tevens geldt als
                    bekostigingsbesluit in de zin van artikel 222 Gemeentewet (baatbelasting). Ook
                    na de Wet dualisering gemeentebestuur is de bevoegdheid tot het vaststellen van
                    bekostigingsbesluiten voor de baatbelasting bij de raad gebleven. Met de woorden
                    'op initiatief van de gemeente' wordt gedoeld op het volgende. Indien de
                    gemeente voornemens is de voorzieningen van openbaar nut aan te leggen, ongeacht
                    of exploitanten daarom hebben gevraagd of niet, dan wordt het initiatief geacht
                    bij de gemeente te liggen. Dit kan betekenen dat de gemeente weliswaar weet dat
                    één (of enkele) exploitanten van zins zijn gronden in exploitatie te brengen,
                    maar ongeacht dat feit zelf van zins is voorzieningen van openbaar nut aan te
                    leggen. Indien de gemeente zelf geen voornemens had aangaande de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut maar daartoe wel bereid is op verzoek van
                    exploitanten over te gaan, dan is sprake van initiatief van de exploitant. Dat
                    laat onverlet dat gemeenten een (aangevuld) bekostigingsbesluit kunnen nemen
                    indien exploitant het initiatief neemt maar uiteindelijk er niet in slaagt met
                    de gemeente een exploitatieovereenkomst te sluiten. In dat geval ligt een
                    'gewoon' bekostigingsbesluit overigens meer voor de hand dan een aangevuld
                    bekostigingsbesluit. De exploitant is immers niet bereid een
                    exploitatieovereenkomst aan te gaan, dus aan een basis daarvoor in de vorm van
                    een aangevuld bekostigingsbesluit is geen behoefte meer. Een begroting van de
                    opbrengsten is opgenomen om de exploitant inzicht te verschaffen in de op alle
                    (dus ook gemeentelijke) gronden te verhalen kosten, en in de mate waarin (denk
                    ook aan tekort-locaties) en de wijze waarop die kosten over de exploitanten
                    worden omgeslagen. Dit inzicht kan de bereidheid van de exploitant tot betaling
                    van een bijdrage vergroten.In het aangevuld bekostigingsbesluit kán worden
                    bepaald dat de begroting van kosten en opbrengsten later door de gemeenteraad
                    wordt vastgesteld. De begroting kán ook door de gemeenteraad periodiek worden
                    herzien. Er is niet altijd voldoende tijd om de begroting vast te stellen
                    tegelijk met het aangevuld bekostigingsbesluit. In die gevallen kan worden
                    besloten de begroting later vast te stellen. Deze bevoegdheid berust overigens
                    per definitie bij de raad, aangezien de begroting deel uitmaakt van het
                    aangevuld bekostigingsbesluit (dat op grond van artikel 156, tweede lid onder g
                    Gemeentewet per definitie door de gemeenteraad moet worden genomen). Uiteraard
                    moet er op het moment dat een eerste exploitatieovereenkomst wordt afgesloten
                    wel een begroting zijn; die begroting vormt immers de grondslag voor de
                    berekening van de exploitatiebijdrage(n).Het bekostigingsbesluit dient
                    bekendgemaakt te worden op de wijze zoals bedoeld in artikel 139
                    Gemeentewet.Artikel 4 Wijze van toerekening naar mate van profijtIn dit artikel
                    is bepaald dat om de aansluiting te verkrijgen met de systematiek van
                    vaststelling van de kostprijs bij grond­uitgifte er gekozen is voor de
                    rekeneenheid van het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het
                    exploitatiegebied gemaakte of te maken kosten per vierkante meter
                    grondoppervlakte van de gebate onroerende zaken (zowel bebouwd als
                    onbebouwd).Met toepassing van liggings-, bestemmings- en gebruiksfactoren is het
                    mogelijk in nagenoeg alle gevallen te komen tot een verantwoorde baatomslag ter
                    bepaling van de omvang van de exploitatiebijdrage.Ingeval de
                    grondoppervlaktemethode in bepaalde gevallen niet tegemoetkomt aan de aan­wezige
                    baatverschillen, biedt de verordening de mogelijkheid tot vaststelling van een
                    afwijken­de grondslag. Omdat de omslagmethode onderdeel uitmaakt van de
                    kostenbegroting, dient ook een afwijkende grondslag in de begroting te worden
                    vermeld.Artikel 5 Vaststelling exploitatiebijdrageIn dit artikel is de
                    berekeningswijze aangegeven van de exploitatiebijdrage die de exploitant
                    krachtens de exploitatieovereenkomst zal moeten betalen. In geval strijd
                    ontstaat over de berekening van de inbrengwaarde van de gronden kan een
                    commissie van deskundigen uitkomst bieden.Artikel 6 Inhoud
                    exploitatieovereenkomstIn dit artikel wordt ervan uitgegaan dat het sluiten van
                    een exploitatieovereenkomst als eerste en centrale methode van kostenverhaal is
                    aan te merken. Benadrukt wordt dat het sluiten van een exploitatieovereenkomst –
                    evenals iedere andere overeenkomst - is gebaseerd op wilsovereenstemming. Dit
                    betekent, dat een exploitant niet kan worden verplicht tot het sluiten van een
                    exploitatieovereenkomst. De bevoegdheid tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst ligt, ingevolge artikel 160, eerste lid onder e
                    Gemeentewet, bij burgemeester en wethouders.Hoewel het aangevuld
                    bekostigingsbesluit later kan worden vastgesteld, dient in alle gevallen de in
                    een overeenkomst opgenomen exploitatiebijdrage te worden vastgesteld op basis
                    van de bekostigingsbegroting. Om deze reden is in artikel 6 tweede lid bepaald
                    dat burgemeester en wethouders pas kunnen besluiten tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, nadat het desbetreffende aangevuld bekostigingsbesluit
                    is vastgesteld. De vaststelling van het aangevuld bekostigingsbesluit geschiedt
                    door de gemeenteraad.Indien wordt overgegaan tot het sluiten van een
                    exploitatieovereenkomst, bevat dit artikel een aantal voorwaarden waaraan deze
                    overeenkomst in ieder geval moet voldoen. Naast de vaststelling van een
                    financiële bijdrage is in voorkomende gevallen de bepaling opgenomen dat gronden
                    die bestemd zijn als ondergrond voor voorzieningen van openbaar nut, via deze
                    overeenkomst worden afgestaan aan de gemeente. In de situatie dat er sprake is
                    van een overdracht van gronden, is in het eerste lid de bepaling opgenomen dat
                    van de overeenkomst een notariële akte wordt opgemaakt. In het vierde lid zijn
                    aanvullende bepalingen opgenomen, die kunnen worden toegepast indien de werken
                    geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd door de particuliere exploitant.Artikel
                    7 Indiening aanvraag op verzoek van exploitantDit artikel bevat de voorwaarden
                    waaraan een exploitant moet voldoen die een schriftelijke aanvraag indient tot
                    het sluiten van een exploitatieovereenkomst. De burgemeester en wethouders
                    verlenen slechts medewerking krachtens een exploitatieovereenkomst. De aanvraag
                    dient de genoemde elementen in dit artikel te bevatten. De burgermeester en
                    wethouders reageren op een schriftelijke aanvraag om medewerking binnen zes
                    maanden na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.Artikel 8 Aanhouding verzoekDe
                    gemeente bindt zichzelf met deze verordening. Het is echter niet nodig dat de
                    gemeente zich, in een concreet geval, bindt tegen haar wil en het belang van de
                    aanvrager in. Met deze bepaling wordt voorkomen dat de gemeente een aanvraag
                    moet afwijzen, terwijl zij er in beginsel positief tegenover staat.Artikel 9
                    Weigeringsgronden voor een exploitatieovereenkomstDe weigeringsgronden staan in
                    dit artikel, maar zijn niet uitputtend aangegeven. De rechtszekerheid vereist
                    echter bij weigering een goede motivatie. De weigeringsgronden moeten worden
                    gezien als een ondersteuning bij die motiveringseis. Als medewerking aan het
                    sluiten van een exploitatie-overeenkomst wordt geweigerd, kan ook geen
                    medewerking worden verleend aan het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                    binnen het eigendomsgebied van de exploitant.Artikel 10 Relatie baatbelastingIn
                    dit artikel wordt voldaan aan de eis van de wet, dat geen baatbelasting mag
                    worden geheven, als er sprake is van kostenverhaal op andere wijze, via de
                    gronduitgifte of een exploitatie-overeenkomst. Een betrokkene kan dus nooit twee
                    keer een bijdrage betalen. In het tweede lid staat beschreven de situatie dat
                    ingeval een exploitant niet bereid is tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, kostenverhaal wel onder voorwaarden kan plaatsvinden
                    via baatbelasting.Artikel 11 Relatie andere overeenkomstenDit artikel ziet toe
                    op de gevallen waarin de gemeentelijke betrokkenheid bij de ontwikkeling zodanig
                    is, dat zij PPS-overeenkomsten aangaat met grondeigenaren c.q. ontwikkelende
                    partijen. Het college kan besluiten in die gevallen op basis van specifieke
                    contracten af te wijken van de bepalingen van de verordening. De afwijkingen
                    zullen hun grondslag moeten vinden in door de Raad geformuleerd beleid ten
                    aanzien van die ontwikkeling.Artikel 12 UitzonderingsbepalingenIn dit artikel
                    staat een afwijkingsmogelijkheid voor gevallen waarin sprake is van de aanleg
                    van voorzieningen van ondergeschikt belang.</al><al/><al>Artikel 13 OvergangsbepalingenDe overgangsbepaling is bedoeld voor die situaties
                    waarbij op het moment van inwerkingtreding van de exploitatieverordening reeds
                    een aanvang is gemaakt met de uit­voering van voorzieningen van openbaar nut.
                    Artikel 3 gaat ervan uit dat het nemen van een aangevuld bekostigingsbesluit
                    moet plaatsvinden voordat met de aanleg van voorzieningen van open­baar nut
                    wordt aangevangen.Bepaald is dat de verordening ook van toepassing is in
                    exploitatiegebieden waarin op de datum van inwerkingtreding de te treffen
                    voorzieningen van openbaar nut niet zijn voltooid, en voor welke gebieden geen
                    aangevuld bekostigingsbesluit zoals bedoeld in artikel 3 is genomen. Hetzelfde
                    geldt voor exploitatiegebieden waarvoor geen aangevuld bekostigingsbesluit maar,
                    indien de voorheen geldende exploitatieverordening daarin voorzag, een
                    afzonderlijke kostenbegroting (op grond van het in de voorheen geldende
                    verordening opgenomen overgangsrecht) is vast­gesteld.De toepassing van de
                    bepaling zal bijvoorbeeld aan de orde zijn in exploitatie­gebieden waarvoor vóór
                    de datum van inwerkingtreding van de verordening een bekostigings­besluit (zoals
                    bedoeld in artikel 222 van de Gemeentewet) ten behoeve van een mogelijk in te
                    stellen baatbelasting is vastgesteld.Daarnaast voorziet de bepaling erin dat de
                    verordening ook kan worden toe­gepast voor in uitvoering zijnde
                    exploitatiegebieden waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van de
                    verordening niet reeds een aangevuld bekostigingsbesluit was vastgesteld.Om in
                    dergelijke situaties (bij het ontbreken van een aangevuld bekostigingsbesluit of
                    afzonderlijke kostenbegroting) toch te kunnen komen tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, is bepaald dat de regels van deze verordening op een zo
                    veel mogelijk aan deze afwijking aan­gepaste wijze van toepassing zijn. Hierbij
                    geldt in ieder geval, dat de hoogte van de in de over­eenkomst op te nemen
                    bijdrage wordt bepaald op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                    kostenbegroting die voldoet aan de in artikel 3, tweede lid onder e gestelde
                    eisen. In navolging op het gestelde in artikel 3, eerste lid dient ook de vast
                    te stellen kostenbegroting bekend te worden gemaakt overeenkomstig artikel 139
                    Gemeentewet.Artikel 14 InwerkingtredingHet artikel regel de inwerkingtreding van
                    de verordening.Artikel 15 CiteertitelTitel van de verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>