<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50564_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene verordening Recreatieschap Rottemeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>algemene verordening Recreatieschap Rottemeren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenschappelijke regeling, art. 27, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-11-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gemeenschappelijke regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>I07.19457</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR478522_1">Gebiedsverordening Recreatieschap Rottemeren 2018</extref>.</al><al>Regelings is vastgesteld door dagelijks Bestuur van het recreatieschap Rottemeren.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene verordening Recreatieschap Rottemeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Recreatieschap RottemerenBesluitHet Algemeen Bestuur van het recreatieschap
                        Rottemeren;gelezen de voordracht van het Dagelijks Bestuur van 29 november
                        2007;overwegende zijn besluit van 26 juni 2003 om te komen tot de
                        vaststelling van een Algemene Verordening van het recreatieschap Rottemeren
                        welke op 29 augustus 2003 in werking is getreden;dat het in verband met
                        gewijzigde wet- en regelgeving het gewenst is om de op 26 juni 2003
                        vastgestelde Algemene Verordening van het recreatieschap Rottemeren te
                        wijzigen;dat de noodzaak om de op 26 juni 2003 vastgestelde Algemene
                        Verordening van het recreatieschap Rottemeren te wijzigen mede ingegeven is
                        door een veranderd en toenemend maatschappelijke gebruik van de openbare
                        gebieden en openbare wateren en dat de Algemene Verordening ook in de
                        toekomst tot doel heeft:a. de recreatieve en toeristische waarden, het
                        recreatief gebruik, het landschap en de natuur in het gebied waarvoor de
                        gemeenschappelijke regeling geldt, te beschermen en in goede banen te
                        leiden;b. met heldere kaders aan te geven wat wel of niet toegestaan is en
                        dat de belangen en de gedragingen van de bezoeker/gebruiker van het
                        schapsgebied hierbij voorop staan;c. duidelijkheid aan de bezoeker/gebruiker
                        van het gebied van het Recreatieschap Rottemeren te bieden aan welk
                        "overheidsloket" men moet zijn voor activiteiten in het gebied die niet door
                        het recreatieschap georganiseerd worden maar waarin het recreatieschap wel
                        een coördinerende rol kan en moet spelen, gelet op de doelstelling van het
                        recreatieschap in relatie tot de wet- en regelgevende bevoegdheden van de
                        deelnemers van het Recreatieschap Rottemeren, andere overheden en
                        particuliere organisaties in het werkingsgebied van het Recreatieschap;Gelet
                        op het bepaalde in artikel 26, juncto artikel 28 van de Gemeenschappelijke
                        Regeling van het Recreatieschap Rottemeren waarin respectievelijk:a. de
                        bevoegdheid van het Algemeen Bestuur is aangegeven om ten behoeve van de
                        uitoefening van de taak van het schap verordeningen vast te stellen, waarin
                        voorschriften worden gegeven, al dan niet met straf of bestuursdwang te
                        handhaven;b. bepaald is dat de verordening van het schap, voor zover deze
                        voorziet in het zelfde onderwerp als de verordeningen van de deelnemers, de
                        eerstgenoemde verordening in de plaats kan treden van die van de deelnemers
                        voor het gehele gebied, dan wel voor een gedeelte daarvan;Besluit:a. De
                        Algemene Verordening van het Recreatieschap Rottemeren (inclusief de
                        gewaarmerkte kaart) vastgesteld op 26 juni 2003 en welke op 29 augustus 2003
                        in werking is getreden in te trekken;b De Algemene Verordening van het
                        Recreatieschap Rottemeren (inclusief de gewaarmerkte kaart) als volgt vast
                        te stellen en daarbij te bepalen dat artikel V.1 "Handelsreclame en
                        opschriften" op een door het Dagelijks Bestuur nader te bepalen datum in
                        werking zal treden:Algemene verordening Recreatieschap ROTTEMEREN 2007</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen: begripsomschrijvingen en procedureregels voor
                            het verkrijgen van vergunningen, ontheffingen en toestemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:a. Werkingsgebied:het gehele gebied waarvoor de gemeenschappelijke
                            regeling van het recreatieschap Rottemeren van toepassing is. Zie
                            hiervoor de bij deze verordening behorende kaart.b. Openbare terrein:elk
                            terrein dat - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                            toegankelijk is en dat ligt in het werkingsgebied van het recreatieschap
                            Rottemeren. Zie hiervoor de bij deze verordening behorende kaart.c.
                            Openbare wateren:Alle wateren die - al dan niet met enige beperking -
                            voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn en die
                            liggen in het werkingsgebied van het recreatieschap Rottemeren. Zie
                            hiervoor de bij deze verordening behorende kaart.d. Voertuigen:alle
                            voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a en al, van het Reglement
                            verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kruiwagens,
                            kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen.e. Kampeermiddelen:alle
                            middelen zoals een tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig
                            ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelten
                            daarvan die geen bouwwerken zijn waarvoor een bouwvergunning of een
                            meldingsplicht vereist is en die terstond verwijderd kunnen worden.f.
                            Bouwwerk:elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of
                            ander materiaal die op de plaats van bestemming hetzij direct of
                            indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun
                            vindt in of op de grond.g. Vaartuigen:alle vaartuigen, daaronder mede
                            verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en
                            ponten.h. Bedrijfsvaartuig:elk vaartuig, waarin of waarop uitsluitend of
                            hoofdzakelijk een beroep, bedrijf of dienst wordt uitgeoefend dan wel
                            dat door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend of
                            hoofdzakelijk bestemd of geschikt is om daarin een beroep, bedrijf of
                            dienst uit te oefenen.i. Woonschip:elk vaartuig, dat uitsluitend of
                            hoofdzakelijk wordt gebruikt als woning of recreatieverblijf dan wel
                            door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend of
                            hoofdzakelijk bestemd of geschikt is om te worden gebruikt als woning of
                            recreatieverblijf.j. Jachthaven:een deel van het water met de daarbij
                            behorende grond waar - al dan niet onder toezicht - overwegend
                            gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd
                            houden van pleziervaartuigen aan de daarvoor aangebrachte voorzieningen,
                            zoals aanlegsteigers en meerpalen.k. Rietkraag:Een van een water of
                            oever deel uitmakende oppervlakte van ten minste 1 m2, welke is begroeid
                            met riet, biezen, lisdodden en/of helofyten en alle land, water of
                            moeras binnen 5 meter afstand hiervan.l. Zwemplaatsen:die gedeelten van
                            de openbare wateren, welke door middel van palen, drijvers of ander
                            wijze van het openbaar water zijn afgescheiden, dan wel als zodanig zijn
                            aangeduid.m. Dagelijks Bestuur:het Dagelijks Bestuur van het
                            recreatieschap Rottemeren.n. Toezichthouder:Buitengewoon
                            opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142 Wetboek van
                            Strafvordering, die door of namens het Dagelijks Bestuur is belast met
                            toezicht, naleving van enige bepaling van deze verordening alsmede de
                            opsporing van overtredingen in het werkingsgebied van het
                            recreatieschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Indiening aanvraag en de hierbij te overleggen informatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken voor het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan door of
                                namens het Dagelijks Bestuur besloten worden de aanvraag niet in
                                behandeling te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Door of namens het Dagelijks Bestuur kan besloten worden om de in
                                het eerste lid genoemde termijn voor een vergunning of ontheffing te
                                verlengen tot maximaal acht weken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Uit de aanvraag dient onder andere duidelijk te blijken:a. voor wie
                                of namens welke organisatie, instelling deze aanvraag wordt
                                ingediend;b. wat de strekking van de aanvraag is en voor welk
                                tijdstip of periode deze aanvraag is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Mogelijkheid Dagelijks Bestuur om voorwaarden en beperkingen te
                                stellen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan een op grond van deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden. Deze
                                voorwaarden en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming
                                van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of
                                ontheffing is vereist. In voorkomende gevallen kunnen zonder meer
                                eisen gesteld worden naar aard, omvang en deskundigheid. Waar het
                                gaat om het verbod gesteld in artikel IV.1 kan een aanvraag om een
                                ontheffing of vergunning niet worden geweigerd op grond van de
                                inhoud van de handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onverminderd het gestelde in het eerste lid vindt - waar nodig -
                                overleg plaats met de betreffende overheden en/of beherende
                                instanties in het gebied van het recreatieschap. In ieder geval
                                wordt een besluit voor opslagplaatsen en dempingen zoals bedoeld in
                                de artikel V.2 en V.3 niet eerder genomen dan na overleg met de
                                betreffende gemeente en/of het Hoogheemraadschap van Schieland en de
                                Krimpenerwaard. Ten aanzien van evenementen is het gestelde in de
                                toelichting op bladzijde 18 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Degene aan wie op grond van deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht om de daaraan verbonden
                                voorwaarden en beperkingen na te komen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Een vergunning of ontheffing wordt, tenzij anders bepaald in deze
                                verordening, zonder meer geweigerd in het belang van de orde,
                                veiligheid en zedelijkheid zoals nader uitgewerkt in de hoofdstukken
                                II en III van deze verordening en voor zover in strijd met de Flora
                                en Faunawet, de Natuurbeschermingswet en daaraan te relateren
                                (Europese) richtlijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning, ontheffing of
                                toestemming</titel></kop><al>De vergunning, ontheffing of toestemming is persoonsgebonden, tenzij
                            anders aangegeven in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning, ontheffing of
                                toestemming</titel></kop><al>Met inachtneming van het gestelde in artikel I.4 kan een vergunning of
                            ontheffing om de volgende redenen ingetrokken of gewijzigd worden als:a.
                            de houder hierom verzoekt;b. er onjuiste of onvolledige gegevens bij de
                            aanvraag zijn verstrekt;c. op grond van veranderde omstandigheden of
                            inzichten, de intrekking of wijziging van een verleende vergunning of
                            ontheffing op grond van de doelstelling van het recreatieschap en de
                            daaraan verbonden belangen van de (andere) bezoekers, recreanten en
                            gebruikers van het gebied gevorderd moet worden;d. de voorwaarden en
                            beperkingen zoals bedoeld in artikel I.3 niet worden nagekomen;e. van de
                            vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                            gestelde termijn of binnen een redelijke termijn als er geen termijn is
                            gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Regelend optreden door of namens het Dagelijks Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien dit voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van
                                deze verordening nodig is, kan door of namens het Dagelijks Bestuur
                                te allen tijde regelend worden opgetreden ten aanzien van onder
                                andere natuurlijke en/of privaatrechtelijke rechtspersonen,
                                vaartuigen, voertuigen, werken, voorzieningen en andere voorwerpen
                                van houderschap, bezit en eigendom alsmede rij-, trek- en andere
                                dieren. De natuurlijke en privaatrechtelijke rechtspersonen moeten
                                voldoen aan de bevelen, welke hen door of namens het Dagelijks
                                Bestuur worden gegeven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien geen eigenaar, houder of begeleider aanwezig is, kan in
                                spoedeisende gevallen door of namens het Dagelijks Bestuur tot het
                                direct weghalen of het doen weghalen van de in het eerste lid
                                genoemde zaken worden overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In gevallen anders dan bedoeld in het tweede lid wordt niet eerder
                                tot het weghalen of het doen weghalen overgegaan dan nadat onder
                                andere een redelijke termijn - zonodig - inclusief de termijn van
                                publicatie in acht is genomen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan de kosten van het weghalen of het doen
                                weghalen bij de overtreder(s) verhalen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Algemene en bijzondere bepalingen over het gebruik van openbare
                            terreinen en openbare wateren</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>A</nr><titel>Algemene bepalingen over het gebruik van openbare terreinen en
                                openbare wateren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Gebruik van groen- en recreatieve voorzieningen en
                                    bouwwerken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op openbare terreinen:a. zich in of op
                                    kunstwerken of bouwwerken en overige niet voor dit specifieke
                                    doel bestemde eigendommen van het recreatieschap te bevinden;b.
                                    bomen, struiken, riet of andere planten, bouwwerken en goederen
                                    zodanig te gebruiken waardoor de hiervoor genoemde zaken geheel
                                    of gedeeltelijk verloren gaan danwel op een zodanige wijze
                                    beschadigd worden dat onder andere het belang van de bezoeker,
                                    recreant en gebruiker wordt geschaad;c. sport- of andere
                                    activiteiten te beoefenen die in strijd met het doel zijn;d.
                                    vaartuigen neer te leggen, te laten liggen, te water te laten of
                                    tegen de oever op te trekken;e. voertuigen, die niet of
                                    kennelijk niet rijklaar zijn langer dan twaalf uur te laten
                                    staan;f. de als zodanig aangeduide vissteigers te gebruiken
                                    anders dan voor het doel waarvoor deze bestemd zijn;g. zich op
                                    de stranden te gedragen op zodanige wijze dat schade, gevaar of
                                    hinder veroorzaakt wordt of kan worden veroorzaakt aan personen,
                                    dieren of goederen;h. te overnachten en/of voor dat doel van
                                    zonsondergang tot zonsopkomst onder andere kampeermiddelen te
                                    laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing
                                    voor die voorzieningen waarvan het Algemeen Bestuur de
                                    bestemming en het gebruik in beheer- en inrichtingsplannen heeft
                                    vastgesteld of waarvoor vergunning, ontheffing of toestemming is
                                    afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid onder c, d en h bedoelde verbod geldt niet
                                    voor de daarvoor door het Dagelijks Bestuur aangewezen
                                    plaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Geluidsinstrumenten en geluidstoestellen</titel></kop><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het verboden
                                op de openbare terreinen en openbare wateren door middel van een
                                geluidsinstrument en/of een toestel, bestemd tot het weergeven van
                                muziek of van de menselijke stem, hinderlijk geluid te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Gebruik van vuur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het
                                    verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                    inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer op de openbare
                                    terreinen en openbare wateren of anderszins vuur aan te leggen,
                                    te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel gestelde verbod geldt niet
                                    voor zover het betreft:a. verlichting door middel van kaarsen,
                                    fakkels en dergelijke;b. sfeervuren zoals terrashaarden en
                                    vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;c. vuur
                                    voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                                    onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Rijdieren en vee</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het
                                    verboden de openbare terreinen en openbare wateren te doen
                                    betreden door rijdieren, trekdieren of vee.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    de door het Dagelijks Bestuur aangewezen ruiterpaden,
                                    ruiterroutes of ruiterterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Honden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond in
                                    het werkingsgebied te laten lopen of verblijven:a. zonder een
                                    halsband, een idenficatiekenmerk of een ander
                                    onderscheidingsteken, dat de eigenaar van een hond duidelijk
                                    doet kennen; enb. zonder dat die hond kort is aangelijnd, met
                                    een lijn waarvan de lengte, gemeten van hand tot halsband, niet
                                    meer dan 1,50 meter bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond draagt er zorg voor, dat dit
                                    dier geen:a. overlast veroorzaakt aan anderen;b. uitwerpselen
                                    achterlaat (opruimplicht).</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan gebieden en tijdstippen aanwijzen waar
                                    het verboden is zich met een hond te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan gebieden aanwijzen waar de aanlijning
                                    van een hond en/of de opruimplicht niet gelden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Dit artikel geldt niet voor zover de eigenaar of houder van een
                                    hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat
                                    begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Modelsport</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het
                                    verboden de modelsport te beoefenen met miniatuurvoer-, vaar- of
                                    vliegtuigen welke al dan niet voorzien zijn van verbrandings- en
                                    elektromotoren;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan gebieden aanwijzen waar het in het
                                    eerste lid gestelde verbod voor nader te bepalen miniatuurvoer-,
                                    vaar- of vliegtuigen niet geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Vissen en duiken vanaf bruggen en het zwemmen en baden nabij
                                    bruggen</titel></kop><al>Voor zover in het geregelde onderwerp niet wordt voorzien door
                                Wegenverkeerswet 1994, de Scheepvaartverkeerswet en het
                                Binnenvaartpolitiereglement, is het verboden:a. vanaf bruggen te
                                vissen met een hengel;b. vanaf bruggen te duiken en/of zich
                                anderszins te water te begeven;c. nabij bruggen te zwemmen of te
                                baden in het openbaar water.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>B</nr><titel>Bijzondere bepalingen over het gebruik van openbare
                                terreinen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Parkeer excessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:1. wegen: de weg, als
                                    bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;2. voertuigen: alle voertuigen met
                                    uitzondering van:a. tweewielige fietsen en tweewielige
                                    bromfietsen;b. invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990;c. kruiwagens, rolstoelen,
                                    kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen;3. parkeren: het
                                    laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd
                                    die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of
                                    lossen van goederen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het
                                    verboden op door het Dagelijks Bestuur aangewezen wegen of
                                    weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel
                                    het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere
                                        dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden
                                        gereden (defect voertuig), langer dan twaalf uur op de weg
                                        te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een defect
                                        voertuig mede begrepen een niet van een kenteken voorzien
                                        voertuig, voor zover voor het rijden met het betrokken
                                        voertuig het voeren van een zodanig kenteken wettelijk
                                        verplicht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                        hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig of chassis
                                        dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en
                                        tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand
                                        verkeert.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Aanhangwagens ca</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen
                                        of ander dergelijk voertuig dat voor uitsluitend of mede
                                        voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd:a. langer
                                        dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te doen of
                                        laten staan;b. op een door het Dagelijks Bestuur aangewezen
                                        plaats te doen of laten staan, waar dit naar zijn oordeel
                                        schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van het
                                        recreatieschap.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan ontheffing verlenen van het in het
                                        eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Wegenverordening Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het
                                    verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                    handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om
                                    daarmee handelsreclame te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het Dagelijks
                                        Bestuur aangewezen plaats, waar dit parkeren naar zijn
                                        oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van het
                                        recreatieschap.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het Dagelijks Bestuur aangewezen weg, waar dit
                                        parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de
                                        verdeling van beschikbare parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op nader te
                                        bepalen tijdstippen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan van de in het eerste en tweede lid
                                        gestelde verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>Overlastgevend parkeren van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig te parkeren daar, waar bewoners
                                        of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan
                                        geluidshinder of stankoverlast ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>Overlastgevend stallen van (brom)fietsen</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen
                                    waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van het
                                    recreatieschap, ter voorkoming of opheffing van overlast, dan
                                    wel ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid,
                                    verboden is twee- of driewielige fietsen of twee- of driewielige
                                    bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                    plaatsen te laten staan.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Overige bijzondere bepalingen over het gebruik van openbare
                                    terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17</nr><titel>Graven in openbare terreinen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden:a. putten of kuilen te graven of de
                                        vegetatie op een andere manier te verwijderen of te
                                        beschadigen;b. puin dan wel ander kunstmatig of natuurlijk
                                        gesteente te verwijderen van oevers of anderszins
                                        beschadiging toe te brengen aan
                                        oeververdedigingswerken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid, onder a bedoelde verbod geldt niet
                                        voor de stranden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>Rijden met voertuigen op openbare terreinen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden om met voertuigen te rijden op de stranden,
                                        de speel- en ligweiden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan van het verbod in het eerste lid,
                                        ontheffing verlenen. Deze ontheffing geldt slechts voor de
                                        door het Dagelijks Bestuur nader te aan te wijzen delen van
                                        openbare terreinen en de in dat kader nader te bepalen
                                        ongemotoriseerde voertuigen. Het zal om een incidenteel te
                                        verlenen ontheffing gaan.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>C</nr><titel>Bijzondere bepalingen over het gebruik van openbare
                                wateren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19</nr><titel>Zaaksgebonden ontheffing</titel></kop><al>De ontheffing voor de in hoofdstuk opgenomen bepalingen zijn
                                zaaksgebonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.20</nr><titel>Toegang tot openbare wateren</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het
                                    verboden met vaartuigen langer dan twintig meter de in het
                                    gebied gelegen openbare wateren binnen te varen of zich hiermede
                                    op de openbare wateren te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    bedrijfsvaartuigen waarvoor aangetoond kan worden dat
                                    uitsluitend voor het laden, of lossen van vracht het
                                    noodzakelijk is om het gebied in of uit te varen, dan wel zich
                                    daarin te bevinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.21</nr><titel>Gebruik motorvaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het
                                    verboden in de openbare wateren aan, op of in vaartuigen motoren
                                    te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod als gesteld in het eerste lid is niet van toepassing
                                    op:a. de Rotte, met uitzondering van het noordelijke deel van de
                                    Rotte vanaf Rijksweg A12;b. de Rottemeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.22</nr><titel>Zeil- en surfplanken of andere vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur, voor zover
                                    in het geregelde onderwerp niet wordt voorzien door de
                                    Scheepvaartverkeerswet en het Binnenvaartpolitiereglement, is
                                    het verboden zonder daartoe bevoegd te zijn zich met een zeil-
                                    en surfplanken of andere vaartuigen te bevinden op de stranden
                                    of op het water dat voor zwemmen is afgezet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op de door
                                    het Dagelijks Bestuur aangewezen locaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.23</nr><titel>Losmaken van gemeerde vaartuigen</titel></kop><al>Het is anderen dan de rechthebbende(-n) of degene(-n) die handelt
                                respectievelijk handelen met diens toestemming verboden:a. een in
                                openbare wateren gemeerd liggend vaartuig geheel of gedeeltelijk te
                                ontmeren;b. zich aan boord van een vaartuig te bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.24</nr><titel>Het verbod om met vaartuigen in de nabijheid van zwemplaatsen
                                    te zijn</titel></kop><al>Het is verboden zich met een vaartuig te bevinden binnen een afstand
                                van vijf meter van een zwemplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.25</nr><titel>Ligplaats hebben met vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het
                                    verboden zonder daartoe bevoegd te zijn in de openbare wateren
                                    vaartuigen te laten liggen tussen zonsondergang en
                                    zonsopgang.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod als gesteld in het eerste lid is niet van toepassing
                                    op de door het Dagelijks Bestuur aangewezen (jacht)havens,
                                    aanlegsteigers en oevers.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn in de openbare
                                    wateren:a. vaartuigen af te meren anders dan aan de daartoe
                                    bestemde meerpalen, remmingspalen en dergelijke kennelijk
                                    speciaal voor dit doel bestemde meerconstructies;b. eigenmachtig
                                    palen te slaan teneinde daaraan vaartuigen te kunnen afmeren;c.
                                    met vaartuigen ligplaats in te nemen in de vóór de oever gelegen
                                    rietkraag,d. in de in dit lid, onder c genoemde rietkraag dan
                                    wel in de oever te ankeren;e. zich met een vaartuig te bevinden
                                    binnen een afstand van twintig meter van een als zodanig
                                    aangeduide vissteiger in de meren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26</nr><titel>Verbod ligplaats in te nemen met vaartuigen langer dan
                                    veertien meter</titel></kop><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur en onverminderd
                                het bepaalde in artikel II.27 is het verboden met vaartuigen langer
                                dan veertien meter ligplaats te kiezen in, respectievelijk aan, de
                                in eigendom en beheer van het recreatieschap zijnde haventjes,
                                kreken en steigers in de openbare wateren, dan wel deze haventjes en
                                kreken binnen te varen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.27</nr><titel>Driedagenregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur en
                                    onverminderd het bepaalde in artikel II.25, eerste lid is het
                                    verboden in de openbare wateren:a. met enig vaartuig langer dan
                                    drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde
                                    plaats ligplaats te hebben;b. met een vaartuig binnen vijf dagen
                                    nadat het is verplaatst op dezelfde plaats opnieuw een ligplaats
                                    in te nemen;c. een vaartuig langer dan acht achtereenvolgende
                                    uren onbemand te laten. Een vaar- tuig wordt geacht gedurende
                                    acht achtereenvolgende uren onbemand te zijn, indien dat
                                    vaartuig gedurende acht opeenvolgende uren op tenminste vier
                                    tijdstippen met tussenpozen van tenminste twee uren onbemand is
                                    aangetroffen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Wanneer een vaartuig wordt verplaatst naar een plaats, liggende
                                    op minder dan tweehonderd meter hemelsbreed gemeten van de oude
                                    ligplaats, wordt het geacht op dezelfde plaats te zijn blijven
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel gestelde verbod is niet
                                    van toepassing op:a. vaartuigen welke zijn gelegen in/aan door
                                    het Dagelijks Bestuur aangewezen (jacht-) havens en particuliere
                                    steigers;b. de veerpont van de exploitant van het veer, die
                                    bestemd is voor dit veer over de Rotte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28</nr><titel>Aanwijzing ligplaats</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel II.26 dienen
                                bedrijfsvaartuigen langer dan veertien meter ligplaats in te nemen
                                op een door het Dagelijks Bestuur aangewezen ligplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.29</nr><titel>(Proef-) draaien van motoren</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is een ieder verboden van motorvaartuigen de motor(en) te
                                    laten (proef)draaien met ingeschakelde schroef (schroeven) op
                                    een zodanige wijze, dat dit aanleiding kan geven tot:a.
                                    beschadiging van oevervoorzieningen, onderwaterbodems en
                                    -taluds, steigers of andere werken in de openbare wateren;b.
                                    overlast in het gebied en voor de bezoekers, recreanten of de
                                    andere gebruikers van het gebied.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid aangegeven verbod geldt eveneens voor het
                                    laten draaien van motoren ter opwekking van elektriciteit.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het tweede lid aangegeven verbod is niet van toepassing
                                    op het verrichten van het noodzakelijk onderhoud aan de in het
                                    eerste lid, onder a genoemde voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.30</nr><titel>Repareren en bouwen van vaartuigen</titel></kop><al>Het is verboden omvangrijke reparaties en onderhoudswerkzaamheden
                                aan vaartuigen uit te voeren of te laten uitvoeren dan wel
                                vaartuigen te bouwen of af te bouwen in, respectievelijk aan, de in
                                eigendom en beheer van het recreatieschap zijnde haventjes, kreken
                                en steigers in de openbare wateren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.31</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het
                                    verboden in de openbare wateren één of meer aanleggelegenheden,
                                    steigers, vlonders, plankieren, verharde terrassen, palen,
                                    beschoeiingen, oeververdedigingen, golfbrekers, hijsmasten,
                                    hijskranen, vlotten, bruggen, botenhuizen, bergruimten,
                                    optrekjes, onderkomens, windschermen en erfafscheidingen - voor
                                    zover die erfafscheidingen hoger zijn dan 1 meter boven het
                                    maaiveld - te maken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is de eigenaar, de andere zakelijk gerechtigde, de bezitter,
                                    de houder of de gebruiker van een onroerende zaak in de openbare
                                    wateren verboden de in het eerste lid bedoelde werken toe te
                                    laten of te gedogen op die onroerende zaak.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden in de openbare wateren één of meer havens te
                                    maken of te hebben, boezemland te doorgraven, terreinen op te
                                    hogen, wateren geheel of gedeeltelijk te dempen of te
                                    verondiepen dan wel oevers aan te plempen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het is de eigenaar, de andere zakelijk gerechtigde, de bezitter,
                                    de houder of de gebruiker van een onroerende zaak in de openbare
                                    wateren verboden de in het eerste lid bedoelde wateren,
                                    doorgravingen, ophogingen, dempingen, verondiepingen of
                                    aanplempingen toe te laten of te gedogen op die onroerende
                                    zaak.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De in het eerste tot en met vierde lid vervatte verboden zijn -
                                    voorzover niet anders bepaald in deze verordening - niet van
                                    toepassing:a. voor zover in het geregelde onderwerp niet wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging
                                    oppervlaktewateren, de Wet bodembescherming of de
                                    Natuurbeschermingswet;b. op ten hoogste drie door een agrarisch
                                    productiebedrijf voor agrarische doeleinden gebruikte
                                    aanleggelegenheden, waarvan de gezamenlijke oppervlakte niet
                                    meer dan zes m2 bedraagt en welke zijn gelegen op of aan het tot
                                    dat bedrijf behorende terrein en in goede staat van onderhoud
                                    verkeren.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Een ontheffing van het bepaalde in het eerste tot en met vierde
                                    lid kan worden geweigerd:a. ter bescherming van terreinen of
                                    wateren van ecologische, natuurwetenschappelijke,
                                    cultuurhistorische, archeologische, recreatieve of toeristische
                                    waarden;b. op grond van gehele of gedeeltelijke onbruikbaar
                                    maken van een watergebied voor de ecologische infrastructuur of
                                    de recreatie;c. op grond van belemmering van de recreatie op, in
                                    en bij het water;d. op grond van belemmering van het in goede
                                    banen leiden van vormen van recreatie op, in en bij het
                                    water.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.32</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden:a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten in
                                    het gebied te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of
                                    het verkeer daarop op enige ander wijze te belemmeren of in
                                    gevaar te brengen;b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van
                                    de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten, te
                                    verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere
                                    wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een ieder is verplicht onmiddellijk het ijs te verlaten wanneer
                                    hem dit, ter voorkoming van gevaar voor personen of goederen,
                                    door de met toezicht belaste ambtenaren wordt bevolen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Openbare gezondheid en zedelijkheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Verontreiniging</titel></kop><al>Voor zover in het geregelde onderwerp niet wordt voorzien door de Wet
                            milieubeheer, is het verboden in het gebied:a. op de openbare terreinen
                            en wegen en in de openbare wateren afval of resten van levensmiddelen,
                            papier, blikken, flessen of andere materialen te werpen, neer te leggen,
                            of achter te laten, anders dan in de kennelijk daartoe bestemde
                            inrichtingen;b. zich van oliën, chemicaliën of andere stoffen, welke tot
                            vervuiling- van land, water of lucht aanleiding kunnen geven, dan wel
                            schadelijk moeten worden geacht voor het publiek of voor flora en fauna,
                            te ontdoen anders dan in de kennelijk daartoe bestemde
                            inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Zedelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan gebieden aanwijzen waar het toegestaan is
                                zich ongekleed te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde aanwijzingsbesluit
                                behoeft de instemming van de betrokken gemeente(n).</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden zich op de openbare terreinen of openbare wateren op
                                te houden met de kennelijke bedoeling zich aldaar bevindende
                                personen heimelijk gade te slaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Toiletten</titel></kop><al>Het is verboden:a. de openbare toiletgelegenheden voor enig ander doel
                            te gebruiken dan waartoe deze bestemd zijn;b. buiten de openbare
                            toiletgelegenheden te urineren of zijn behoefte te doen;c. zich in de
                            openbare toiletgelegenheden of in de onmiddellijke nabijheid daarvan op
                            een hinderlijke of aanstootgevende wijze op te houden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Andere zaken van openbaar belang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Venten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een vergunning van het Dagelijks Bestuur is het verboden
                                in de uitoefening van de handel op of aan de openbare terreinen
                                en/of openbare wateren goederen te koop aan te bieden, te verkopen,
                                te venten of af te geven dan wel diensten aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder venten wordt mede verstaan goederen in het klein voor de
                                verkoop medevoeren met het kennelijke doel om voor die goederen
                                kopers te zoeken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid aangegeven verbod geldt niet voor het te koop
                                aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een standplaats als
                                bedoeld in artikel IV.2.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voor zover het gestelde in artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994
                                niets bepaald heeft, kan een in het eerste lid bedoelde vergunning -
                                onverminderd het bepaalde in artikelen I.2 tot en I.4 - worden
                                geweigerd in het belang van de verkeersveiligheid.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt het maximale aantal per branche te
                                verlenen vergunningen vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Standplaats innemen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een vergunning van het Dagelijks Bestuur is het verboden
                                op of aan de openbare terreinen en/of openbare wateren dan wel op
                                een ander voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen
                                plaats een standplaats of ligplaats in te nemen met de bedoeling
                                goederen of waren aan te bieden, te verkopen of te verhuren dan wel
                                diensten aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een in het eerste lid bedoelde vergunning kan - onverminderd het
                                bepaalde in artikel I.2 tot en met I.4 - worden geweigerd:a. in het
                                belang van de verkeersveiligheid, voor zover het gestelde in artikel
                                18 van de Wegenverkeerswet 1994 niets bepaald heeft;b. in het belang
                                van de zorg voor het uiterlijk aanzien van het gebied;c. in het
                                belang van de ruimtelijke ordening zoals aangegeven in de
                                goedgekeurde bestemmingsplannen van de deelnemers van het
                                schap.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt het maximale aantal per branche te
                                verlenen vergunningen vast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Bepalingen ter bescherming van het landschap en de natuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Handelsreclame en opschriften</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het verboden
                                in het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende
                                kaart opschriften, aankondigingen, afbeeldingen of constructies met
                                het oogmerk om handelsreclame te uiten, te plaatsen, welke zichtbaar
                                zijn vanaf een openbare weg, een openbaar vaarwater, een spoorweg of
                                een andere voor het publiek toegankelijke plaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is de eigenaar, andere zakelijk gerechtigde of gebruiker van
                                enige onroerende zaak in het gebied verboden deze zaak geheel of ten
                                dele, al dan niet door middel van enige daarop aanwezige roerende
                                zaak aan te wenden of de aanwending daarvan te gedogen voor
                                opschriften, aankondigingen, afbeeldingen of constructies met
                                oogmerk handelsreclamedoeleinden te uiten, welke zichtbaar zijn
                                vanaf een openbare weg, een openbaar vaarwater, een spoorweg of een
                                andere voor het publiek toegankelijke plaats.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste en het tweede lid vervatte verbod is niet van
                                toepassing op:a. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het
                                inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk
                                gericht zijn op zichtbaarheid vanaf een openbare weg, een openbaar
                                vaarwater, een spoorweg of een andere voor het publiek toegankelijke
                                plaats;b. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op of aan
                                onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid;c.
                                opschriften, aankondigingen of afbeeldingen kleiner dan 0,5 m2 en
                                langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebbend op:1. een
                                openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of
                                verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij
                                feitelijke betekenis hebben;2. het beroep, de dienst of het bedrijf,
                                dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die
                                zaak is bestemd;d. aankondigingen van tijdelijke aard ten behoeve
                                van een niet vaker dan eenmaal per jaar in het gebied waarin de
                                aankondiging is aangebracht, te houden openbare wedstrijd of
                                evenement, welke niet behoort tot de gebruikelijke commerciële
                                uitoefening van een beroep, bedrijf of dienst, voor zolang zij
                                feitelijke betekenis hebben, doch voor niet langer dan drie maanden
                                en mits:- niet meer dan twee aankondigingen per openbare wedstrijd
                                of evenement worden aangebracht;- de aankondigingen niet vaker dan
                                eenmaal per jaar worden aangebracht en- de tijdelijke aard blijkt
                                uit een datumaanduiding in de aankondigingen.e. tijdelijke
                                opschriften, aankondigingen of afbeeldingen die betrekking hebben op
                                een werk in uitvoering, waarvoor van overheidswege opdracht is
                                gegeven, mits zij onmiddellijk bij het werk zijn geplaatst en niet
                                langer aanwezig zijn dan de uitvoering van dat werk duurt;f.
                                opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, welke dienen tot het
                                openbaren van gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 7,
                                eerste lid, van de Grondwet;g. opschriften, aankondigingen of
                                afbeeldingen,waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer;h. op
                                constructies ten behoeve van de onder a tot en met g bedoelde
                                opschriften, aankondigingen of afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel I.3 kan een ontheffing worden
                                geweigerd:a. op grond van storing of ontsiering van het landschap;b.
                                op grond van aantasting van het type, het karakter of de schaal van
                                het landschap;c. op grond van aantasting van het natuurlijk milieu,
                                ofd. ter bescherming van terreinen of wateren, die ecologische,
                                cultuur-historische, archeologische, geomorfologische, recreatieve
                                of toeristische waarden hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Opslagplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het verboden
                                om afvalstoffen in de zin van de Wet milieubeheer en andere roerende
                                zaken die het aanzicht van het landschap kunnen schaden in het
                                werkingsgebied op te slaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is de eigenaar, andere zakelijk gerechtigde of gebruiker van
                                enige onroerende zaak in het werkingsgebied verboden op deze zaak
                                een opslagplaats te hebben of te gedogen, dat deze daarop aanwezig
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid vervatte verbod is niet van
                                toepassing:a. op opslagplaatsen, die gebouwen zijn in de zin van
                                artikel 1 van de Woningwet, of die zich daarin bevinden;b. op een
                                tijdelijke opslag van materialen en/of materieel ten behoeve van de
                                uitvoering of het onderhoud van openbare werken uitsluitend
                                gedurende die uitvoering of dat onderhoud, doch ten hoogste
                                gedurende één jaar, mits die opslag is gelegen in de onmiddellijke
                                nabijheid van de plaats, waar die uitvoering of dat onderhoud
                                plaatsvindt;c. op een opslag van nieuwe bouwmaterialen en van
                                afbraak, puin en andere oude bouwmaterialen, op of in een onroerende
                                zaak, waarop, waaraan of waarin onderhouds-, herstel-, bouw- of
                                sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd, mits deze zaken voor de uit te
                                voeren werken nodig of van het bouwwerk, dat hersteld of gesloopt
                                wordt, afkomstig zijn;d. voor zover in het geregelde onderwerp niet
                                voorzien wordt door de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Een blijvende opslagplaats van materialen en/of materieel ten
                                behoeve van de uitvoering of het onderhoud van openbare werken, die
                                toebehoort aan een overheidsdienst of een overheidsbedrijf, wordt
                                geacht met een ontheffing als bedoeld in artikel I.3 van deze
                                verordening aanwezig te zijn. Het Dagelijks Bestuur kan aan een
                                zodanige ontheffing voorwaarden en beperkingen verbinden, welke
                                slechts mogen strekken ter bescherming van de in artikel V.1, vierde
                                lid bedoelde belangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Demping van wateren</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het de
                                eigenaar, andere zakelijk gerechtigde of gebruiker van enige
                                onroerende zaak in de door het Dagelijks Bestuur aangewezen delen
                                van het werkingsgebied verboden wateren of drassige terreinen, hoe
                                ook genaamd, geheel of gedeeltelijk te dempen of te gedogen, dat
                                deze geheel of gedeeltelijk worden gedempt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing, voor
                                zover in het geregelde onderwerp niet voorzien wordt door de Wet
                                milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren of de
                                Natuurbeschermingswet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Aan een ontheffing van het in het eerste lid bedoelde verbod kunnen
                                slechts voorwaarden en beperkingen worden verbonden ter bescherming
                                van de in artikel V.1, vierde lid bedoelde belangen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, handhavings-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel <vet>I</vet>.4 daarbij gegeven voorschriften en
                            beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                            geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Handhavingsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De toezichthouders zijn belast met het toezicht op de naleving en
                                het handhaven van enige bepaling van deze verordening alsmede het
                                opsporen van overtredingen als bedoeld in artikel VI.1.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Naast de in lid 1 bedoelde toezichthouders zijn, behalve de in
                                artikel 141 Wetboek van Strafvordering genoemde ambtenaren, de
                                opsporingsambtenaren van de provincie Zuid-Holland, de deelnemende
                                gemeenten en het Waterschap De Hollandse Delta in voorkomende
                                gevallen belast met de eveneens in lid 1 bedoelde aspecten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de uitvoering van de in lid 1 genoemde werkzaamheden is het
                                gestelde in artikel I.6 van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen in de zin van deze verordening, welke
                                op grond van de eerdere Algemene verordening voor het Recreatieschap
                                Rottemeren (in werking getreden op 29 augustus 2003) zijn verleend,
                                worden geacht te zijn verleend op grond van deze verordening tenzij
                                anders is bepaald in de betreffende vergunning en ontheffing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aanvragen om vergunning en ontheffing in de zin van deze
                                verordening, welke zijn ingediend bij het Dagelijks Bestuur op grond
                                van de op 29 augustus 2003 in werking getreden verordening en waarop
                                nog niet is beslist, worden geacht aanvragen op grond van deze
                                verordening te zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene verordening voor het
                            Recreatieschap Rottemeren 2007.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van 29
                        november 2007.De voorzitter, De secretaris,</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Toelichting</titel></kop><al>Algemeen:In de verordening is een combinatie van artikelen gemaakt die
                    duidelijke raakvlakken met elkaar hebben. Dit heeft geleid tot een indeling van
                    algemene naar bijzondere bepalingen toegespitst op de functies van openbare
                    terreinen, openbare wateren, het landschap en de natuur in het rechtsgebied van
                    het recreatieschap. Daarbij is de inhoud van de bepalingen bezien op:a. de wet-
                    en regelgeving van de diverse overheden;b. de steeds veranderende wensen van de
                    recreant, bezoeker en de gebruiker van het schapsgebied;c. het gebruik van de
                    functies van het gebied. Een en ander is voor een deel ingegeven door de onder a
                    bedoelde wet- en regelgeving. Voor een ander deel heeft dit ook te maken met de
                    complexiteit en de problematiek van het gebruik en de waarden van de functies in
                    het gebied. Immers het recreatieschap heeft met name in het zomerseizoen te
                    maken met een grote toestroom van mensen die graag allemaal op hun eigen wijze
                    gebruik willen van het schapsgebied;wat mag, kan en moet het schapbestuur
                    regelen en toestaan. Wat dit voor gevolgen heeft voor het openbare karakter en
                    het gebruik van de gebieden en de wateren.De conclusie kan niet anders zijn dat
                    de tijd rijp is om de op 29 augustus 2003 in werking getreden Algemene
                    verordening van het Recreatieschap Rottemeren (hierna aangegeven als "oude"
                    verordening) eens op de maatschappelijke en juridische waarden te bezien. In dat
                    kader is eveneens de leesbaarheid, de overzichtelijkheid en in feite de
                    toepasbaarheid van het geheel nadrukkelijk bezien. Al met al blijft het echter
                    wel een juridisch verhaal.De hiervoor bedoelde wijzingen zullen waar nodig per
                    artikel worden aangegeven.Artikel I.1 BegripsomschrijvingenWerkingsgebied (a, b
                    en c):De bepalingen van de Algemene Verordening zijn met name voor de
                    beheersgebieden (groen op de kaart) van toepassing.Voertuig (d):Onder het kopje
                    (d) wordt verwezen naar het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Dit
                    reglement geeft aan wat onder voertuigen zoal in de zin van de Wegenverkeerswet
                    1994 verstaan moet worden en welke zaken geen voertuigen in de zin van de wet
                    zijn. Een sulky en de hiermee te vergelijken constructies vallen onder het
                    begrip bespannen en onbespannen wagens.Toezichthouder (n):Aangegeven is wat de
                    wettelijke basis van deze functionaris is, wat de verhouding met het
                    schap(sbestuur) is en met welke taken deze functionaris belast is. Overigens
                    worden andere opsporingsambtenaren in deze verordening niet uitgesloten (zie
                    artikel VI.2). Het gaat hierbij om de hen toegekende specifieke taken
                    (voorkomende gevallen)Artikelen I.2 tot en met I.5:Geven de procedureregels en
                    de toetsingscriteria aan vanaf de binnenkomst van een aanvraag om een
                    ontheffing/vergunning tot en met de beslissing hierop. De tot nu toe gehanteerde
                    "spelregels" zijn meer gebundeld in één hoofdstuk. Daarnaast hebben de
                    actuele/relevante wet- en regelgeving en de huidige praktijk een meer
                    nadrukkelijke plek gekregen. Er zijn aanvragen die een beslissing van het
                    Dagelijks Bestuur vragen. Ook bestaat de mogelijkheid dat de G.Z-H aanvragen
                    afdoet. Overigens zijn de voorwaarden en beperkingen in artikel I.3 gekoppeld
                    aan de door het Algemeen Bestuur vastgestelde beleidsregels (beheer- en
                    inrichtingsplannen).In de onderhavige artikelen is niet expliciet verwezen naar
                    de bepalingen zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht. Uiteraard zijn
                    deze wettelijke bepalingen wel van toepassing bij de termijn van afdoening van
                    aanvragen om vergunning of ontheffing inclusief het bekendmaken van het besluit
                    hierop.Artikel I.6 Regelend optreden door of namens het Dagelijks BestuurBetreft
                    een bundeling en actualisatie van "oude" verspreid staande artikelen. Nieuw
                    element is de mogelijkheid om achtergelaten voer-, vaartuigen enzovoorts te
                    (doen) verwijderen. Hierbij is een onderscheid gemaakt in een verwijdering met
                    een spoedeisende karakter (tweede lid). Daarnaast is veelal genoeg tijd om tot
                    verwijdering te komen. Zeker waar het gaat om achtergelaten eigendommen,
                    verdient dit enige zorgvuldigheid (derde lid).Artikelen II.1 tot en met II.7In
                    algemene zin gaat hier om een bundeling en actualisatie van "oude verordening"
                    verspreid staande artikelen. De tot nu toe gehanteerde "spelregels" zijn meer
                    gebundeld in één hoofdstuk. Ook hebben hier de actuele en relevante wet- en
                    regelgeving alsmede de huidige praktijk een meer nadrukkelijke plek gekregen.
                    Het gaat hier om bepalingen die een algemene werking hebben voor zowel de
                    openbare gebieden en openbare wateren. De bijzondere bepalingen (de paragrafen B
                    en C) zijn een nadere uitwerking hiervan.Overigens zult u constateren dat er
                    door de gehele verordening heen ook rekening is gehouden met de wet- en
                    regelgeving van de rijksoverheid ("voor zover in het geregelde onderwerp niet
                    voorzien wordt door de Wet milieubeheer" enzovoorts). Zoals bekend zal zijn,
                    kan/mag het schap niet treden in hetgeen op rijksniveau bepaald is. Dit geldt
                    eveneens voor sommige bevoegdheden die niet rechtstreeks overgedragen kunnen
                    worden aan het schapsbestuur (juridische wegbeheer). Bij het onderdeel
                    "parkeerexcessen" wordt aangegeven waarom dit onderdeel desondanks is opgenomen.
                    Bovendien heeft het schap rekening te houden met (Europese) regelgeving ten
                    aanzien van de flora en fauna.In artikel II.2 wordt in feite aangegeven dat het
                    verwekte geluid uitsluitend in de onmiddellijke nabijheid van het instrument
                    hoorbaar mag zijn. Met andere woorden het geluid van bijvoorbeeld een radio mag
                    niet leiden tot hinder of overlast.In artikel II.3, tweede lid, is bepaald dat
                    het verbod om vuur aan te leggen enzovoorts niet geldt voor onder andere
                    barbecuen. Dit gebruik van vuur is niet zoals in de "oude verordening"
                    gerelateerd tot een aantal personen (tot 30 personen). Met de aanduidingen "geen
                    gevaar, overlast of hinder voor de omgeving" worden meer mogelijkheden geboden
                    tot stroomlijnen cq handhaving in relatie tot de activiteiten en de
                    uitstraling/effecten daarvan voor de omgeving.Op het moment dat activiteiten een
                    dermate omvang krijgen (een evenement), zal de burgemeester van een deelnemende
                    gemeente in het kader van de openbare orde en veiligheid, het bevoegde gezag
                    zijn voor het wel of niet verlenen van een vergunning of ontheffing. Artikelen
                    172 en 174 Gemeentewet zijn hierbij van toepassing. Om die redenen zijn de
                    artikelen in de "oude" verordening die gaan over evenementen, geschrapt. Het
                    onderscheid in klein- en grootschalige evenementen en de destijds hierover
                    gemaakte afspraken blijven evenwel onverkort van toepassing. Bij kleinschalige
                    evenementen gaat het om activiteiten zoals deze opgenomen zijn in deze
                    verordening. Bij grootschalige evenementen gaat het om activiteiten, zoals
                    aangegeven in het "Draaiboek grootschalige evenementen". Laatstelijk gewijzigd
                    in 2005. De burgemeester verleent na/in overleg met het schap de vergunning. Het
                    schap dient wel een privaatrechtelijke toestemming geven op het moment een
                    burgemeester overweegt een vergunning te verlenen. De sluitingstijden van
                    horecavestigingen in het schapsgebied vallen overigens ook onder
                    publiekrechtelijke bevoegdheden van de gemeentelijke bestuursorganen.Dit is mede
                    de reden om de aanduiding van "Openbare orde en veiligheid" uit de algemene
                    verordening van het schap te schrappen.Op grond van artikel II.5, derde lid, kan
                    het Dagelijks Bestuur plaatsen aanwijzen waar het verbod om honden los te laten,
                    niet geldt. Daarbij kan tevens besloten worden om hieraan periodes en tijden te
                    koppelen. Een koppeling van het verbod aan het broedseizoen is hiervan één
                    mogelijkheid.Artikel II.7 geeft het verbod aan om te vissen en te duiken vanaf
                    bruggen. Het zwemmen en het baden bij bruggen vallen daar ook onder. Het huidige
                    gebruik van de bruggen is de aanleiding geweest om de "oude" bepaling aan te
                    passen.Overigens is het vissen in de Rotte en de Rottemeren en het hiervoor
                    afgeven van vergunningen (schubvisvisrecht) momenteel verhuurd aan de
                    visvereniging Groot Rotterdam. Daarom is in deze verordening verder geen
                    bepaling over het vissen opgenomen.Naast de "sportvissers ca" is ook een
                    beroepsvisser in de genoemde wateren actief. Deze beroepsvisser mag vissen met
                    alle toegestane vismiddelen waaronder fuiken.Artikelen II.8 tot en met II.16Zijn
                    in de plaats gekomen van de verbodsbepalingen ten aanzien van onder andere
                    parkeren van voertuigen en het rondrijden met voertuigen die voorzien van
                    reclame.Eerder is in de toelichting aangegeven dat het schap geen juridisch
                    wegbeheerder kan zijn. Artikel 18 Wegenverkeerswet 1994 sluit dit met zoveel
                    woorden uit. Echter artikel 2a van deze wet biedt de provincie en de gemeenten
                    om verordeningen vast te stellen welke de parkeerexcessen regelen. In het kader
                    van verlengd lokaal bestuur kan deze bevoegdheid overgedragen worden aan het
                    schap. De opname van deze bepalingen in de algemene verordening van het schap
                    biedt het schapsbestuur op te treden tegen parkeeroverlast in het
                    werkingsgebied.Artikelen II.17 en II.18Betreffen de bijzondere bepalingen over
                    het gebruik van openbare terreinen.Artikel II.18 verbiedt in het eerste lid in
                    algemene zin om met voertuigen te rijden op de openbare terreinen. Daarentegen
                    biedt het derde lid van dit artikel het Dagelijks Bestuur de mogelijkheid
                    incidenteel ontheffing te verlenen. Het Dagelijks Bestuur moet hiervoor delen
                    van openbare terreinen aanwijzen alsmede de hiervoor in aanmerking komende
                    voertuigen.Artikelen II.19 tot en II.32In de "oude verordening" was een
                    limitatieve opsomming opgenomen waar het wel of niet toegestaan was een
                    (motor-)vaartuig af te meren enzovoorts. Voor elke verandering hierin dient het
                    Algemeen Bestuur een besluit te nemen over de aanpassing van de Algemene
                    Verordening. In de artikelen II.19 en II.32 krijgt het Dagelijks Bestuur binnen
                    de kaders van de vastgestelde inrichtings- en beheerplannen (Algemeen Bestuur)
                    en het gestelde in met name artikel I.3, de mogelijkheid om aanwijzingbesluiten
                    te nemen.Artikel III.2 ZedelijkheidDe nieuwe bepaling biedt het Algemeen Bestuur
                    de mogelijkheid om naaktrecreatie in het schapsgebied toe te staan binnen de
                    grenzen van artikel 430a van het Wetboek van strafrecht. Deze
                    aanwijzingsbevoegdheid is juist vanwege de brede bestuurssamenstelling en mede
                    op uitdrukkelijk advies van de Kring van Gemeentesecretarisen Rijnmond bij het
                    Algemeen Bestuur neergelegd. Dit beslissingsniveau is daarmee vergelijkbaar met
                    die van de raad van de gemeentelijke deelnemers van het schap. Een
                    aanwijzingsbesluit behoeft de instemming van de betrokken gemeente(n): lees hier
                    betreffende deelnemer(s) van het schap.Het gestelde in de artikel III.3 is
                    gebaseerd op de dagelijks gang van zaken in de gebieden.Artikel IV.2 Standplaats
                    innemenMet de opname van het gestelde in lid 2, onder c wordt nog eens benadrukt
                    dat een standplaats:- slechts een seizoensgebonden activiteit is;- niet in
                    strijd met onder andere vigerende bestemmingsplannen van de gemeentelijke
                    deelnemers van het schap toegestaan mogen worden.Conflicterende situaties uit
                    het verleden worden daarmee uitgesloten.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>