<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50549_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Telecommunicatieverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heraut, 10 januari 2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening gemeente Lansingerland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecomminicatiewet, art. 5.2, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-01-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-10-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/28 (Corsa: T07.03107)</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Telecommunicatieverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>TelecommunicatieverordeningGemeente LansingerlandDe raad van de gemeente
                        Lansingerland;gelezen het voorstel van de Stuurgroep Herindeling van 26
                        oktober 2006;gelet op artikel 5.2, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en
                        artikel 149 van de Gemeentewet;besluit vast te stellen de:Verordening inzake
                        werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                        telecommunicatiekabels in de gemeente Lansingerland</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a. wet: Telecommunicatiewet;b.
                        openbaar telecom- municatienetwerk: telecommunicatienetwerk als genoemd in
                        artikel 1.1. onder g, van de wet;c. omroepnetwerk: omroepnetwerk als genoemd
                        in artikel 1.1, onder o,van de wet;d. kabels: kabels, genoemd in artikel
                        1.1, onder r, van de wet;e. openbare gronden: openbare wegen en wateren, als
                        genoemd in artikel 1.1,onder s, van de wet;f. aanbieder: aanbieder van een
                        openbaar telecommunicatienetwerk of een omroepnetwerk;g. werkzaamheden:
                        werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                        kabels ten dienste van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een
                        omroepnetwerk in en op openbare gronden;h. gedoogplichtige: degene op wie
                        een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet;i.
                        college: college van burgemeester en wethouders;j. melding: melding als
                        bedoeld in artikel 5.2, derde lid, aanhef en onder a, van de
                        wet;k.instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel
                        5.2, derde lid, aanhef en onder b, van de wet;l. AVKL: Algemene voorwaarden
                        voor het leggen, hebben en onderhouden van kabels en leidingen in de
                        gemeente Lansingerland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Tijdstip van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt in ieder geval
                            negen weken voor de aanvang van de werkzaamheden het voornemen daartoe
                            bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als werkzaamheden worden verricht op hoofdroutes en/of in het
                            centrumgebied, of als bij werkzaamheden meerdere gedoogplichtigen zijn
                            betrokken, wordt de melding uiterlijk 16 weken voor de aanvang van de
                            werkzaamheden gemeld bij het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Melding werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de melding maakt de aanbieder gebruik van een daartoe door het
                            college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de melding verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                            gegevens:a- de door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
                            Autoriteit afgegeven registratie;b- een uittreksel uit het
                            handelsregister van de Kamer van Koophandel;c- naam, adres en
                            telefoonnummer van degene die de kabel in eigendom heeft, degene die de
                            kabel beheert en degene die de kabel exploiteert;d- een opgave van de
                            soort kabel en het beoogde gebruik;e- welke belanghebbenden en
                            instanties vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen
                            werkzaamheden, datum van aanvang, beëindiging en de aard van de
                            werkzaamheden;f- een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:- een opgave
                            van het gewenste tracé;- een opgave van de objecten die ten tijde van de
                            werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de situering daarvan;- een
                            opgave van het soort kabel m.b.t. het gebruik voor transport of
                            distributie;- een opgave van het aantal mantelbuizen dat direct in
                            gebruik wordt genomen;- een opgave van het aantal mantelbuizen dat niet
                            direct in gebruik wordt genomen;- de plaatsing van kasten e.d. op
                            openbare gronden;- een geldige KLIC-melding van het gewenste tracé;- een
                            omschrijving van eventuele (weg)opbrekingen;- de doorsnede van de kabel
                            of kabelgoot;- de lengte en breedte van de kabelsleuf;- de maatregelen
                            voor de bereikbaarheid van in de openbare gronden aanwezige kabels en
                            leidingen;- het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de
                            werkzaamheden;- naam, adres en telefoonnummer van de aannemer(s) of
                            onderaannemers(s) die belast is (zijn) met de werkzaamheden en van een
                            contactpersoon ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere
                            gedoogplichtige dan de gemeente, wordt uiterlijk vier weken na ontvangst
                            van de melding, als genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk
                            in kennis gesteld van de uitkomsten van het overleg tussen de aanbieder
                            en de andere gedoogplichtige. Na ontvangst van de melding wordt een
                            ontvangstbevestiging toegestuurd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen inzake de gegevens die bij de
                            melding worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan aan het instemmingsbesluit voorschriften en beperkingen
                            verbinden in het belang van de:a· openbare orde;b· het voorkomen of
                            beperken van schade of overlast;c· de bruikbaarheid van de openbare
                            gronden;d· het veilig en doelmatig gebruik van de openbare gronden;e·
                            het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare gronden;f· de
                            belemmering van doelmatig beheer en onderhoud van de openbare gronden;g·
                            de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;h· de
                            bescherming van groenvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid, kan het
                            college in ieder geval aan het instemmingsbesluit voorschriften of
                            beperkingen verbinden over het medegebruik van voorzieningen, zoals
                            kabelgoten en geleidingen, en een zekerheidsstelling voor de nakoming
                            van verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en beperkingen
                            aan het instemmingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming
                            van kabels en medegebruik van voorzieningen dient te geschieden conform
                            de algemene voorwaarden voor het leggen, hebben en onderhouden van
                            kabels en leidingen in de AVKL.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij het vermoeden en constateren van ernstige verontreinigingen tijdens
                            graaf- en aanlegwerkzaamheden dient men de afdeling Vergunning en
                            Toezicht, gemeente Lansingerland, terstond in kennis te stellen van
                            genoemde feiten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De aanbieder is leges verschuldigd conform de legesverordening van de
                            gemeente Lansingerland.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college neemt zijn instemmingsbesluit uiterlijk 9 weken, na
                            ontvangst van de melding. Indien de melding betrekking heeft op
                            werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van deze
                            verordening, neemt het college zijn instemmingsbesluit uiterlijk 16
                            weken na ontvangst van de melding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zakelijk karakter instemmingsbesluit</titel></kop><al>Indien de kabel wordt overgedragen aan een nieuwe aanbieder gaan de rechten
                        en plichten die betrekking hebben op de kabel van de oude aanbieder over op
                        de nieuwe aanbieder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Melding wijziging</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat het
                        eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of het feit
                        dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in of op openbare
                        gronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verhouding tot de AVKL</titel></kop><al>Voor zover deze verordening bepalingen bevat die afwijken van de bepalingen
                        in de AVKL, gaat de verordening voor de AVKL.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De aanwezigheid van kabels en kabelwerken in of op openbare gronden,
                        voorzover deze zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op
                        de telecommunicatievoorzieningen, dient door de aanbieders binnen een jaar
                        na inwerkingtreding van deze verordening te worden gemeld aan het
                        college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van
                        haar bekendmaking.Vanaf dat moment vervallen de
                        Telecommunicatieverordeningen van de gemeente Berkel en Rodenrijs van 28
                        augustus 2002, de gemeente Bergschenhoek van 13 september 1999 en de
                        gemeente Bleiswijk van 22 juni 1999.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Telecommunicatieverordening gemeente
                        Lansingerland.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn
                        openbare vergadering van 2 januari 2007.De griffier, C.J. van 't HartDe
                        voorzitter, drs. H.B. Eenhoorn</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Toelichting bij de verordening telecommunicatie van de gemeente
                        Lansingerland</titel></kop><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingena wetDe verordening is gebaseerd op de
                    Telecommunicatiewet (TW). Deze wet is de opvolger van de Wet op de
                    telecommunicatievoorzieningen, die op zijn beurt de Telegraaf- en Telefoonwet
                    van 1904 heeft vervangen.b openbaar telecommunicatienetwerkEen openbaar
                    telecommunicatienetwerk wordt in artikel 1, onder g, TW omschreven als een
                    telecommunicatienetwerk dat onder meer voor de verrichting van openbare
                    telecommunicatiediensten wordt gebruikt of een telecommunicatienetwerk waarmee
                    aan het publiek de mogelijkheid tot overdracht van signalen tussen
                    netwerkaansluitpunten ter beschikking gesteld wordt. Deze omschrijving valt in
                    twee delen uiteen. In de eerste plaats geldt dat een openbaar
                    telecommunicatienetwerk wordt gebruikt voor de verrichting van openbare
                    telecommunicatiediensten. Dit betekent dat de betreffende telecommunicatiedienst
                    beschikbaar is voor het publiek. Deze dienst wordt openbaar aangeboden en is
                    beschikbaar voor een ieder die van dat aanbod gebruik wil maken. Dit betekent
                    dat telecommunicatiediensten die uitsluitend beschikbaar zijn voor leden van een
                    besloten gebruikersgroep, niet openbaar zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om een
                    besloten netwerk op een bedrijventerrein.In het tweede deel van de omschrijving
                    wordt gesproken over de "mogelijkheid tot overdracht van signalen tussen
                    netwerkaansluitpunten". Hiermee wordt onder meer gedoeld op huurlijnen. Een
                    huurlijn wordt in de TW in artikel 1, onder i, gedefinieerd als het aan het
                    publiek ter beschikking stellen van transparante transmissiecapaciteit tussen
                    twee netwerkaansluitpunten van een telecommunicatienetwerk, zonder
                    routeringsfuncties waarover gebruikers kunnen beschikken als onderdeel van de
                    geleverde huurlijn.Met een voorbeeld zal worden verduidelijkt wat hiermee
                    precies wordt bedoeld.Stel dat een bedrijf twee filialen met elkaar wil
                    verbinden door middel van een kabel voor telecommunicatie en dataverkeer. De
                    kabel is voor exclusief gebruik van het bedrijf. Er doen zich dan twee
                    mogelijkheden voor:- Het bedrijf neemt een aanbieder van openbare
                    telecommunicatienetwerken in de arm. Die zorgt ervoor dat de kabel wordt gelegd
                    en exploiteert deze in het vervolg. Het bedrijf huurt vervolgens de lijn. Deze
                    huurlijn is te beschouwen als een openbaar telecommunicatienetwerk en moet dus
                    worden gedoogd.- Het bedrijf laat in eigen beheer en voor eigen kosten de kabel
                    leggen en exploiteert de lijn zelf. Het betreft een niet-openbaar netwerk,
                    waarvoor de gemeente niet gedoogplichtig is.c omroepnetwerkEen omroepnetwerk
                    wordt in artikel 1, onder o, TW omschreven als technische inrichtingen, of
                    onderdelen daarvan, die worden gebruikt om met gebruik van kabels of
                    radioverbindingen tussen punten programma's te verspreiden naar een of meer bij
                    anderen in gebruik zijnde gronden, woningen of niet tot woning dienende
                    gebouwen.In de meeste gevallen zal het gaan om het kabeltelevisienetwerk, met
                    behulp waarvan radio- en televisieprogramma's worden doorgegeven. De aanbieder
                    van een omroepnetwerk kan via datzelfde netwerk ook openbare
                    telecommunicatiediensten aanbieden, dan wel het netwerk als openbaar
                    telecommunicatienetwerk gebruiken. Voor beide activiteiten is een afzonderlijke
                    registratie verplicht.d kabelsOnder het begrip kabels vallen, overeenkomstig
                    artikel 1.1, onder r, TW, niet alleen de feitelijke kabels, maar ook de
                    ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaal-inrichtingen. Tevens worden
                    tot het begrip kabels gerekend: de inrichtingen bestemd om daarin verbinding tot
                    stand te brengen tussen kabels in, op of boven openbare gronden enerzijds en
                    kabels in gebouwen en daarmee één geheel vormende gronden anderzijds, dan wel
                    tussen laatstgenoemde kabels onderling. Of een bepaald object dat een
                    telecomaanbieder wil aanbrengen onder de omschrijving van het begrip kabels
                    valt, is in de eerste plaats een technisch vraagstuk. Daarnaast moet ook worden
                    bezien welke objecten in het verleden zijn gedoogd.Materieel bezien moet onder
                    de TW namelijk hetzelfde worden gedoogd als onder de Wet op de
                    telecommunicatievoorzieningen (WTV).Formeel bezien valt op dat de letterlijke
                    omschrijving van het begrip kabels in de TW is verruimd ten opzichte van de
                    omschrijving uit de WTV. Dit komt doordat nu ook kabelwerken onder de
                    omschrijving van kabels zijn gebracht, terwijl deze in de WTV afzonderlijk waren
                    gedefinieerd. De kabelwerken uit de WTV moesten echter ook worden gedoogd. De
                    invoering van de TW betekent op dit punt dus geen verruiming van de
                    mogelijkheden voor aanbieders om objecten te plaatsen.Onder de TW vallen alleen
                    openbare kabels. Werkzaamheden aan andere telecomkabels kunnen onder het
                    vergunningenregime van de algemene plaatselijke verordening (APV) vallen; zie
                    artikel 2.1.5.2 van de APV Lansingerland 2007.e openbare grondenIn artikel 1,
                    onder s, TW wordt het begrip openbare gronden beschreven. Hiertoe worden
                    gerekend openbare wegen, met inbegrip van de daartoe behorende stoepen,
                    glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen
                    en andere werken, alsmede wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen,
                    pleinen en andere plaatsen, die voor een ieder toegankelijk zijn. Onder het
                    begrip openbare gronden wordt ook het begrip weg, zoals gebruikt wordt in de APV
                    Lansingerland 2007, begrepen. Het begrip openbare gronden is echter ruimer dan
                    het begrip weg uit de model APV, aangezien hieronder ook de wateren met de
                    daarbij behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen die voor een
                    ieder toegankelijk zijn worden gerekend.f aanbiederHet begrip aanbieder wordt
                    gedefinieerd als een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een
                    omroepnetwerk. Voor deze aanbieders geldt de verplichting, zoals genoemd in
                    artikel 5.2, derde lid, TW om voorafgaand aan de aanvang van werkzaamheden ten
                    behoeve van een openbaar telecommunicatie- of omroepnetwerk deze werkzaamheden
                    te melden en vervolgens een instemmingsbesluit van het college van burgemeester
                    en wethouders af te wachten.g werkzaamhedenWerkzaamheden in verband met de
                    aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                    telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare gronden
                    betreffen ook de werkzaamheden die verband houden met het medegebruik van
                    voorzieningen. Bij het medegebruik van voorzieningen moet onder andere gedacht
                    worden aan het medegebruik van kabelgoten of geleidingen. Voor dergelijke
                    werk-zaamheden geldt ook de meldingsplicht en is eerst een instemmingsbesluit
                    vereist voordat zij mogen worden uitgevoerd. Over het medegebruik van
                    voorzieningen wordt nader ingegaan bij de toelichting op artikel 4.h
                    gedoogplichtigeIn artikel 5. 1, eerste lid, TW wordt bepaald dat een ieder
                    verplicht is om de aanleg en instandhouding van kabels ten dienste van een
                    openbaar telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare
                    gronden, alsmede de opruiming daarvan, te gedogen. De beheerders van openbare
                    gronden moeten dus goedvinden ('gedogen') dat aanbieders van een openbaar
                    telecommunicatienetwerk of een omroepnetwerk kabels in hun grond leggen. Tot de
                    beheerders van het openbare gebied behoren gemeenten, provincies, waterschappen,
                    het rijk en particulieren in het bezit van openbare grond.i collegeTen behoeve
                    van de leesbaarheid van de verordening wordt het college van burgemeester en
                    wethouders aangeduid met het college. Waarin hoofdstuk 5 van de TW wordt
                    gesproken over het college', wordt OPTA bedoeld, en niet het college van B &amp;
                    W van Lansingerland.j en k melding en instemmingsbesluitIn artikel 5.2, derde
                    lid, TW staat dat een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of van
                    een omroepnetwerk slechts overgaat tot het verrichten van werkzaamheden indien
                    deze:a het voornemen daartoe heeft gemeld bij burgemeester en wethouders;b. van
                    burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen over tijdstip, plaats en
                    werkwijze van uitvoering van de werkzaamheden.Deze bepaling brengt aldus met
                    zich mee dat een aanbieder niet met de werkzaamheden mag beginnen voordat hij
                    instemming daarvoor heeft verkregen van het college van burgemeester en
                    wethouders.Artikel 2 Tijdstip van meldingIn artikel 5.2, vierde lid, TW is
                    bepaald dat de gemeenteraad bij verordening in ieder geval regels stelt inzake
                    het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van werkzaamheden waarop de melding
                    uiterlijk moet zijn gedaan. Artikel 2 van de verordening is hier een nadere
                    uitwerking van. Gekozen is voor een termijn van negen weken. Deze termijn sluit
                    aan bij de termijn als genoemd in artikel 4:13, tweede lid, van de Algmene wet
                    bestuursrecht (Awb) Dit staat het college van burgemeester en wethouders echter
                    niet in de weg om eerder, bijvoorbeeld na drie weken, op een melding te
                    besluiten.Voor werkzaamheden in het centrum en op de hoofdroute van de kernen
                    Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk is een termijn van 16 weken
                    gesteld, aangezien voor graafwerkzaamheden in die gebieden meer coördinatie
                    nodig is dan voor graafwerkzaamheden in het buitengebied van de gemeente. In
                    deze gebieden moeten dikwijls verkeersmaatregelen worden getroffen of andere
                    voorzieningen. Om die reden is voor de coördinatie van die werkzaamheden meer
                    tijd nodig.Artikel 3 MeldingArtikel 5.2,vierde lid, TW bepaalt onder meer dat de
                    gemeenteraad bij verordening in ieder geval regels vaststelt over de gegevens
                    die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder een uitvoeringsplan.
                    Artikel 3 van de verordening is hiervan een nadere uitwerking. Gegevens die op
                    basis van artikel 4:2 van de Awb, zoals de dagtekening van de aanvraag, moeten
                    worden vermeld, zijn niet nog eens opgenomen in de opsomming van artikel 3. De
                    verplichting om deze gegevens te verstrekken volgt immers rechtstreeks uit de
                    Awb.In artikel 3, eerste lid, is het gebruik van een aanmeldingsformulier
                    voorgeschreven. Een ordelijke en efficiënte afhandeling van de aanvraag wordt
                    immers bevorderd door de gebruikmaking van een speciaal daartoe bestemd
                    formulier.In de opsomming uit het tweede lid van artikel 3 wordt allereerst de
                    registratie, afgegeven door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
                    Autoriteit (OPTA) genoemd. De OPTA is per 1 augustus 1997 ingesteld in verband
                    met de liberalisering van de Europese telecommunicatiemarkt. De taken van de
                    OPTA zijn: toezicht op de telecommunicatiemarkt, beslechting van geschillen,
                    uitgifte van nummers en de registratie van marktpartijen.Een uittreksel uit het
                    handelsregister van de Kamer van Koophandel wordt genoemd in de opsomming van
                    artikel 3. Indien getwijfeld wordt of de werkzaamheden gedoogd moeten worden,
                    vormt de inschrijving bij de Kamer van Koophandel namelijk een aanwijzing voor
                    het vermoeden dat het bedrijf in ieder geval openbare telecommunicatie diensten
                    aanbiedt en daarmee dat hun werkzaamheden, werkzaamheden aan een te gedogen
                    openbare kabel kunnen zijn.Van belang is verder of er sprake is van een
                    huurlijn. Om die reden wordt bij de melding gevraagd aan te geven om wat voor
                    soort kabel het gaat. Een huurlijn is te beschouwen als een openbaar
                    telecommunicatienetwerk en moet dus worden gedoogd. Lijnen in eigen beheer of
                    voor eigen exploitatie vormen een niet-openbaar netwerk. De gemeente is voor
                    deze lijnen niet gedoogplichtig op grond van de wet. Voor werkzaamheden aan deze
                    lijnen dient een vergunning op grond van de APV te worden verleend; zie artikel
                    2.1.5.2 APV van de VNG.Tevens moet worden aangegeven wie vooraf in kennis worden
                    gesteld van de voorgenomen werkzaamheden. Gedacht kan worden aan burgers of
                    ondernemers die overlast zullen ondervinden van de werkzaamheden. In sommige
                    gevallen kan het ook noodzakelijk zijn dat de politie en de brandweer op de
                    hoogte worden gesteld. Dit zal zich vooral voordoen wanneer de werkzaamheden met
                    wegversperringen gepaard gaan.Uit het uitvoeringsplan moet voorts blijken op
                    welke wijze de werkzaamheden worden uitgevoerd. Van belang is onder andere dat
                    de kabels zo worden aangelegd dat de bereikbaarheid voor in de grond reeds
                    aanwezige kabels blijft behouden. Om die reden is het van belang waar de
                    kabelsleuf precies wordt gesitueerd.Het derde lid ziet op de situatie dat de
                    werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van andere gedoogplichtigen. In
                    dat geval dienen ook de belangen van deze gedoogplichtigen bij het
                    instemmingsbesluit te worden betrokken. Uit artikel 5.2, eerste en tweede lid,
                    TW vloeit immers voort dat de gemeente met de coördinatie wordt belast van de
                    werkzaamheden aan telecommunicatie- en omroepnetwerken binnen haar grondgebied
                    en dat de gemeente hierbij andere belangen moet betrekken. Gelet hierop is in
                    het derde lid van artikel 3 van de verordening opgenomen dat de uitkomst van het
                    overleg tussen de aanbieders en de andere gedoogplichtigen uiterlijk vier weken
                    na ontvangst van de melding aan het college van burgemeester en wethouders wordt
                    gemeld. De aanbieder kan op deze wijze tegelijkertijd met de melding aan het
                    college van burgemeester en wethouders de andere gedoogplichtigen benaderen. Om
                    geen discussie te krijgen over de aanvang van de vier weken termijn wordt na
                    ontvangst van de melding een ontvangstbevestiging gestuurd. Voordat tot
                    instemming wordt besloten, dient het resultaat van dit overleg bekend te zijn.
                    Deze procedure draagt bij aan een redelijke afdoeningstermijn door het college
                    van burgemeester en wethouders. Indien de belangen van de andere
                    gedoogplichtigen niet overeenkomen met de belangen van de gemeente, ligt het
                    vervolgens op de weg van het college van burgemeester en wethouders om de
                    belangen zo goed mogelijk tegen elkaar af te wegen. Daartoe zou bijvoorbeeld een
                    overleg kunnen worden geëntameerd met alle betrokkenen, waaronder in ieder geval
                    de aanbieders en de andere gedoogplichtigen. Indien de partijen er niet in
                    onderling overleg uitkomen, neemt het college van burgemeester en wethouders na
                    afweging van alle belangen een beslissing.In het vierde lid is opgenomen dat het
                    college nadere regels kan stellen voor de gegevens die bij de melding worden
                    verstrekt. Bij werkzaamheden in een centrum worden andere eisen gesteld aan het
                    uitvoeringsplan dan bij werkzaamheden in het buitengebied. Door het stellen van
                    nadere regels kan hierin onderscheid worden gemaakt. De bevoegdheid tot het
                    stellen van nadere regels is gebaseerd op artikel 156, derde lid, van de
                    Gemeentewet. Indien het college bij een individuele melding meent dat er
                    onvoldoende gegevens zijn overgelegd om een beslissing te nemen over de
                    instemming, kan het op basis van artikel 4:5 van de Awb nadere gegevens
                    opvragen.Artikel 4 Voorschriften en beperkingen bij instemmingUit artikel 5.2,
                    tweede lid, TW volgt dat de gemeente bij de coördinatie andere werkzaamheden en
                    andere belangen waarin de TW niet voorziet, moet betrekken.De coördinatieplicht
                    brengt met zich mee dat zo veel mogelijk onderzocht wordt of verschillende
                    verzoeken tot werkzaamheden in de openbare grond niet kunnen worden
                    gecombineerd. Dit voorkomt dat een weg bijvoorbeeld om het halfjaar wordt
                    opengebroken. Voor bijvoorbeeld burgers, ondernemers etc. kan dit veel overlast
                    met zich meebrengen. Daarnaast kan het ook in het belang van de aanbieders zijn
                    om gezamenlijk de kosten van het openbreken van de grond te dragen.Niet alleen
                    beperkingen in de tijd kunnen aan het instemmingsbesluit worden verbonden, maar
                    ook voorschriften of beperkingen omtrent de wijze van uitvoering. Een bepaald
                    traject van de kabel kan, gelet op de belangen die genoemd worden in het eerste
                    lid, op grote bezwaren stuiten. Het is dan van belang om samen met de aanbieder
                    te onderzoeken of de kabel ook via een ander traject kan worden aangelegd. Het
                    college van burgemeester en wethouders kan vervolgens instemming geven voor een
                    van de melding afwijkend traject.Werkzaamheden ten behoeve van huisaansluitingen
                    komen dikwijls voor. Deze kleine werkzaamheden dienen op grond van de TW te
                    worden gemeld aan de gemeente. Om te voorkomen dat voor elke huisaansluiting een
                    apart instemmingsbesluit moet worden genomen, kan in het instemmingsbesluit voor
                    het 'moedertraject' worden opgenomen dat de instemming ook geldt voor
                    toekomstige huisaansluitingen. In het instemmingsbesluit dient dan een
                    voorschrift te worden opgenomen dat werkzaamheden hiervoor vooraf moeten worden
                    gemeld aan het college van burgemeester en wethouders. Op deze manier is het
                    steeds duidelijk van waar en wanneer de openbare grond wordt opengebroken.Er kan
                    ook een voorschrift aan het instemmingsbesluit worden verbonden waarin wordt
                    geregeld hoe te handelen bij storingen aan het telecommunicatie- of
                    omroepnetwerk. Indien zich een storing voordoet, dient deze immers dikwijls
                    direct verholpen te worden. Het vooraf melden en het wachten op voorafgaande
                    instemming is dan niet in alle gevallen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan een
                    storing die zich in het weekend voordoet. Indien de storing direct verholpen
                    moet worden, is het van belang dat wel achteraf melding wordt gemaakt van de
                    werkzaamheden. Met het oog daarop wordt een voorschrift aan het
                    instemmingsbesluit verbonden dat bepaalt dat indien bij storingen de daarvoor
                    uit te voeren werkzaamheden niet vooraf gemeld kunnen worden en het college van
                    burgemeester en wethouders niet vooraf gevraagd kan worden om instemming, binnen
                    48 uur na de werkzaamheden het college alsnog hiervan in kennis wordt
                    gesteld.Bij de kamerbehandeling van de TW heeft de minister gesteld dat de
                    gemeente een marktpartij kan verplichten om kabelgoten te gebruiken die voor
                    andere telecomaanbieders toegankelijk zijn. In de verordening wordt
                    uitdrukkelijk bepaald dat een voorschrift hierover aan het instemmingsbesluit
                    kan worden verbonden. Dit betekent niet alleen dat een marktpartij door het
                    college van burgemeester en wethouders kan worden verplicht om van bestaande
                    kabelgoten gebruik te maken, maar ook dat een marktpartij kan worden verplicht
                    om nog niet aanwezige kabelgoten te realiseren. Het verbinden van een dergelijk
                    voorschrift aan het instemmingsbesluit dient op een daadkrachtige motivering te
                    berusten, omdat het realiseren van de kabelgoten grote kosten met zich mee kan
                    brengen. Overigens zijn de aanbieders van telecommunicatienetwerken verplicht,
                    op basis van artikel 5.10, TW, om elkaar medegebruik van voorzieningen
                    (waaronder kabelgoten) te verlenen, mits daar een redelijke vergoeding tegenover
                    staat. Dit is echter een zaak waar de gemeente buiten staat.Ook kan een
                    voorschrift of beperking aan het instemmingsbesluit worden verbonden waarbij een
                    zekerheid wordt verlangd over de nakoming van bepaalde verplichtingen. In het
                    bestuursrecht is het verbinden van een financiële voorwaarde aan een besluit in
                    beginsel toegestaan als daarmee de met het besluit meespelende belangen worden
                    gediend. Als voorbeeld kan genoemd worden het verbinden van een voorschrift aan
                    het instemmingsbesluit inhoudende dat een waarborgsom moet worden gestort om het
                    wegoppervlak weer in de oude staat terug te brengen.Artikel 5.2, vierde lid,
                    onder c, TW bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening in ieder geval regels
                    vaststelt over de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                    opruiming en van medegebruik van voorzieningen. Gelet hierop is in het derde lid
                    van artikel 4 een verwijzing naar algemene voorwaarden voor het leggen, hebben
                    en onderhouden van kabels en leidingen in de gemeente Lansingerland opgenomen.De
                    TW laat de publiekrechtelijke bevoegdheden van de gemeente en andere overheden
                    die zijn gebaseerd op specifieke wettelijke regelingen onverlet. Dat wil zeggen
                    dat de aanbieder van een telecommunicatie- of omroepnetwerk bij deze overheden
                    de benodigde vergunningen, ontheffingen etc. dient aan te vragen (bijvoorbeeld
                    een vergunning op basis van de keur van het waterschap als de kabel in een
                    dijklichaam wordt aangelegd). Het ontbreken van dergelijke vergunningen of
                    ontheffingen kan echter geen reden zijn om het instemmingsbesluit te
                    weigeren.BekendmakingHet instemmingsbesluit zal bekend gemaakt moeten worden
                    overeenkomstig artikel 3:41 Awb. Toezending van het instemmingsbesluit aan de
                    aanvrager, welke meestal de aanbieder zal zijn, ligt dan in de rede. De Awb
                    vereist niet dat besluiten die, ingevolge artikel 3:41, aan een of meer
                    belanghebbenden zijn gericht, openbaar bekend gemaakt worden. Indien ertoe wordt
                    besloten een dergelijk besluit te publiceren, zijn ook anderen tijdig op de
                    hoogte van de verlening.Bezwaar, beroep en schadevergoedingTegen het
                    instemmingsbesluit kunnen belanghebbenden bezwaar aantekenen bij het college van
                    burgemeester en wethouders. Vervolgens staat ingevolge artikel 17.1, TW beroep
                    open bij de rechtbank Rotterdam en ingevolge artikel 20 van de Wet
                    bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie hoger beroep bij het College van Beroep
                    voor het bedrijfsleven (CBB). Is er schade veroorzaakt die verband houdt met de
                    gedoogplicht, dan beperkt het recht op schadevergoeding, ingevolge artikel 5.4,
                    TW, zich voor eigenaren en beheerders van openbare gronden tot vergoeding van de
                    kosten van de voorzieningen en van de meerdere kosten van onderhoud.Artikel 5.9,
                    TW bepaalt dat een eis tot schadevergoeding aanhangig gemaakt dient te wor-den
                    bij de rechtbank, sector Kanton, in wiens ambtsgebied de onroerende zaak is
                    gelegen waaraan schade wordt toegebracht. Hoger beroep tegen de uitspraak van de
                    kantonrechter is voorts toegestaan.Artikel 5.7, TW regelt de kostenvergoeding in
                    het geval dat de kabels verplaatst moeten worden. Indien de kabels verplaatst
                    dienen te worden in verband met de oprichting van een gebouw of de uitvoering
                    van werken, dan dient de aanbieder dit op eigen kosten te doen. In andere
                    gevallen moeten de kosten van het verplaatsen worden vergoed aan de aanbieder.
                    Ontstaat een geschil over de kosten, dan kan de OPTA om een beschikking worden
                    gevraagd, waartegen beroep openstaat bij de bovengenoemde
                    arrondissementsrechtbank en hoger beroep bij het CBB.Artikel 5.8, TW geeft een
                    regeling voor bomen en beplanting die hinderlijk zijn voor de telecommunicatie-
                    of omroepnetwerken. Rechthebbenden van bomen of beplantingen zijn verplicht te
                    voldoen aan een verzoek van de aanbieder van een openbaar telecommunicatie- of
                    omroepnetwerk om deze te snoeien of in te korten indien deze hinderlijk zijn of
                    worden voor de aanleg, instandhouding en exploitatie van deze netwerken. De OPTA
                    is bevoegd om bestuursdwang toe te passen indien de rechthebbenden niet voldoen
                    aan een dergelijk verzoek van de aanbieder. De aanbieders kunnen, ingevolge het
                    derde lid van artikel 5.8, TW, ook zelf tot het opsnoeien of inkorten van
                    wortels of takken overgaan. Er moet dan wel sprake zijn van ernstige belemmering
                    of storing van de telecommunicatie. Artikel 5.9, TW bepaalt verder dat de
                    rechthebbenden ten aanzien van de bomen of beplantingen het recht op
                    schadevergoeding aanhangig kunnen maken bij de kantonrechter. Hoger beroep
                    hiervan is toegelaten.Ontstaat er een geschil over de gedoogplicht ex artikel
                    5.1, tweede lid, TW van interlokale en internationale kabels in niet-openbare
                    gronden, met uitzondering van huizen en aangrenzende tuinen, dan kan op basis
                    van artikel 5.3, tweede lid, TW de OPTA als geschillenbeslechter optreden. De
                    OPTA kan vervolgens een beschikking afgeven waartegen beroep openstaat bij de
                    rechtbank Rotterdam en hoger beroep bij het CBB. De wet kent ten aanzien van
                    deze gedoogplicht geen beperking toe aan de omvang van het verzoek tot
                    schadevergoeding. Alle schade kan opgevoerd worden in een procedure voor de
                    kantonrechter. Hoger beroep is hierop mogelijk.Worden kabels boven de grond
                    aangebracht zonder dat deze de grond raken of in en aan gebouwen bijbehorende
                    gronden, dan is een ieder verplicht om deze te gedogen. Is er schade geleden,
                    dan kan deze via de bovengenoemde procedure bij de kantonrechter aanhangig
                    worden gemaakt. In de artikelen 5.5 en 5.9, TW is dit nader
                    geregeld.HandhavingIndien de aanbieder zonder voorafgaande melding of zonder
                    instemming van het college van burgemeester en wethouders werkzaamheden
                    verricht, wordt in strijd gehandeld met artikel 5.2, derde lid, TW. Dit vormt
                    een economisch delict in de zin van de Wet op de economische delicten (WED). Ook
                    het handelen in strijd met artikel 5.2, derde lid, inhoudende het handelen in
                    strijd met het in het instemmingsbesluit opgenomen tijdstip van aanvang of
                    voltooiing en de wijze van uitvoering, is onder de werking van de WED gebracht.
                    Handhaving van deze artikelen vindt plaats door de daarvoor in artikel 17 WED
                    aangewezen ambtenaren.Naast deze strafrechtelijke handhaving is
                    bestuursrechtelijke handhaving mogelijk. Via een bestuursdwangprocedure ex
                    artikel 125 Gemeentewet of een dwangsomprocedure ex artikel 125 Gemeentewet
                    juncto 5:32 Awb kan naleving van de bepalingen uit de verordening worden
                    afgedwongen.Artikel 5 Zakelijk karakter instemmingsbesluitAan het
                    instemmingsbesluit zal een zakelijk karakter worden meegegeven. In de situatie
                    dat een nieuwe aanbieder van de kabel gebruik maakt, is het gewenst dat ook voor
                    hem de voorschriften en beperkingen gelden die aan het instemmingsbesluit zijn
                    verbonden. Het is bijvoorbeeld van belang dat ook een nieuwe aanbieder zich
                    houdt aan het voorschrift over het ruimen van de kabel indien deze niet meer ten
                    dienste staat van een openbaar telecommunicatie- of omroepnetwerk.Artikel 6
                    Melding wijzigingHet is van belang om een actueel overzicht te hebben en te
                    houden van de ondergrondse infrastructuur. Daarbij gaat het niet alleen om waar
                    welke kabels liggen, maar ook wie de eigenaar is, de beheerder of de exploitant.
                    Om deze reden is in de verordening een verplichting opgenomen om de wijziging
                    van het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel te melden. Het
                    eigendom, de exploitatie of het beheer kunnen in verschillende handen liggen.
                    Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de aanbieder niet alleen degene is die
                    gebruikmaakt van de kabel, de exploitant, maar ook het eigendom van de kabel
                    heeft, terwijl het beheer van de kabel is uitbesteed aan een aannemer die alle
                    onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Tevens is het van belang om te weten of de
                    kabels nog steeds ten dienste staan van een openbaar telecommunicatie- of
                    omroepnetwerk. Zijn de kabels niet meer openbaar, dan zijn ze niet meer
                    gedoogplichtig. Dit is bijvoorbeeld van belang voor de precarioheffing. De
                    heffing van precariobelasting is namelijk niet toegestaan over openbare kabels,
                    maar wel over niet-openbare kabels.Artikel 7 Verhouding tot de AVKLSpreekt voor
                    zich.Artikel 8 OvergangsbepalingDe gemeente is aangesloten bij KLIC, een
                    stichting die registreert waar kabels en leidingen al of niet in gemeentegrond
                    liggen. In het onderhavige artikel is opgenomen dat de aanbieders van de kabels
                    en kabelwerken die in het verleden zijn gelegd, de aanwezigheid daarvan moeten
                    melden bij het college met het daartoe bestemde meldingsformulier. Voor
                    toekomstige werkzaamheden aan kabels en kabelwerken die voor de inwerkingtreding
                    van de TW zijn aangebracht, geldt het regime van de TW. Dit is bepaald in
                    artikel 20.5, eerste lid, TW.Artikel 9 InwerkingtredingDeze verordening treedt
                    in werking met ingang van de achtste dag na die van haar bekendmaking op de
                    wijze als bedoelt in artikel 139 van de Gemeentewet.Artikel 10
                    CiteertitelSpreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>