<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50548_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van Orde gemeenteraad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Internet / Heraut, 10-11-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van Orde Gemeenteraad Lansingerland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-10-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gewijzigde verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR1000102 / Voorstelnr. 2010/84</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van Orde gemeenteraad</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de
                            gemeenteraad van Lansingerland</vet></al><al>De raad van de gemeente Lansingerland,</al><al>Gelet op artikel 16 van de Gemeentewet,</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>Vast te stellen het volgende: Regelemen van orde voor de vergaderingen en
                        andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Lansingerland.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Artikel 1 BegripsomschrijvingenIn dit reglement wordt verstaan onder:a.
                            voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;b. amendement:
                            voorstel tot wijziging van een aan de orde zijnde conceptbesluit welk
                            voorstel naar de vorm geschikt is om direct in het aan de orde zijnde
                            conceptbesluit te kunnen worden opgenomen;c. subamendement: voorstel tot
                            wijziging van een aan de orde zijnde amendement, welk voorstel naar de
                            vorm geschikt is om direct te kunnen worden opgenomen in het amendement,
                            waarop het betrekking heeft;d. motie: korte en gemotiveerde verklaring
                            over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt
                            uitgesproken zonder dat daar rechts- gevolgen aan verbonden zijn;e.
                            voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;f.
                            initiatiefvoorstel: een voorstel waarbij een verordening of een ander
                            voorstel wordt in- gediend.g. interpellatie: het vragen van inlichtingen
                            over een onderwerp als bedoeld in artikel 169, lid 2 en 180, lid 2 van
                            de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter is belast met:a. het leiden van de vergadering;b. het
                                handhaven van de orde;c. het doen naleven van het reglement van
                                orde;d. en al wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                opdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raad wijst, bij het begin van een nieuwe zittingsperiode van de
                                raad, een waarnemend voorzitter aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De griffier is bij elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door
                                een door de raad daartoe aangewe-zen plaatsvervangend griffier.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd,
                                aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3a</nr><titel>Het Presidium</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad heeft een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters of
                                hun plaatsvervangers. De griffierof diens vervanger is in elke
                                vergadering van het presidium aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op voorstel van de voorzitter van het presidium kan het presidium
                                besluiten de secretaris uit te nodigen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, dat hem bij
                                zijn afwezigheid in het presidium vervangt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Elke fractievoorzitter, of zijn plaatsvervanger, heeft één stem in
                                het presidium.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het presidium heeft tot taak het vaststellen van de agenda van de
                                raad alsmede het nemen van alle beslissingen van huishoudelijke,
                                procedurele of huishoudelijke aard de raad en de commissies
                                aangaande.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De voorzitter roept het presidium periodiek bijeen, als regel 9
                                dagen voorafgaand aan de te houden commissies en raadsvergaderingen
                                en overigens voorzover hem dit wenselijk voorkomt of op verzoek van
                                tenminste twee leden van het presidium.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3b</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als
                            bedoeld in dit reglement.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de
                                stembureaus.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de
                                raad, waarin over diens toelating wordt beslist, om de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is
                                overeenkomstig het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4a</lidnr><al>Indien:1. één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie
                                gaan optreden of;2. twee of meer fracties als één fractie gaan
                                optreden of;3. één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij
                                een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk
                                mededeling gedaan aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4b</lidnr><al>Met de onder 4a beschreven, veranderde, situatie wordt rekening
                                gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na
                                de mededeling daarvan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. De vergaderingen van de raad vinden plaats op basis van een
                                    van tevoren door het presidium vastgesteld vergaderschema en
                                    worden gehouden in de raadzaal van het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover voorafgaand overleg met het presidium, tenzij er
                                    sprake is van een spoedeisende situatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter zendt - spoedeisende vergaderingen uitgezonderd -
                                    ten minste 7 dagen voor een vergadering aan de leden van de raad
                                    een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en
                                    plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 8, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor
                                    aanvang van de vergadering aan de leden van de raad
                                    verzonden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Tevens wordt aan de leden van de raad een opgave gezonden van de
                                    bij de raad ingekomen stukken, vermeldende een korte
                                    omschrijving van de inhoud van elk stuk en een voorstel omtrent
                                    de wijze van afdoening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het
                                    presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor het begin van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering stelt de raad de agenda vast.
                                    Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad
                                    bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij besluiten het agendapunt
                                    niet in behandeling te nemen of aan te houden ten behoeve van
                                    een nadere voorbereiding.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a</nr><titel>De wethouder</titel></kop><al>De wethouders zijn uitgenodigd om in de vergadering aanwezig te zijn
                                en kunnen deelnemen aan de be-raadslagingen, tenzij het presidium
                                dan wel de raad anders beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Stukken, die dienen ter toelichting van de onderwerpen of
                                    voorstellen op de agenda, worden, voor zover er op de stukken
                                    geen geheimhouding is opgelegd op grond van een belang genoemd
                                    in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1991,
                                    703), gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep
                                    voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. De
                                    voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare
                                    kennisgeving bedoeld in artikel 10. Indien na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt
                                    hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo
                                    mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier de leden van de raad
                                    desgevraagd inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-,
                                    nieuws-, of huis-aan-huisbladen en door plaatsing op de
                                    internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:a. de datum, aanvangstijd en
                                    plaats van de vergadering;b. de wijze waarop en de plaats waar
                                    een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken
                                    kan inzien;c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het
                                    spreekrecht als bedoeld in artikel 14.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                                    onmiddellijk de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de
                                    voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een raadslid, dat voor de sluiting de vergadering verlaat, geeft
                                    hiervan kennis aan de voorzitter. In de notulen wordt van één en
                                    ander melding gemaakt evenals van de komst ter vergadering van
                                    raadsleden na de opening door de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het raadslid, dat verhinderd is de vergadering bij te wonen,
                                    geeft daarvan voor het begin van de vergadering kennis aan de
                                    voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats, door de voorzitter aangewezen, na overleg in
                                    het presidium, bij het begin van iedere nieuwe zittingsperiode
                                    van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg met het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    secretaris en de overige personen, die voor de vergadering zijn
                                    uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip,
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                    raad blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Na de opening van de vergadering kunnen personen, niet zijnde
                                    leden van de raad, vanaf een door de voorzitter bepaalde plaats,
                                    het woord voeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aanmelding dient hiervoor te geschieden bij de griffier met
                                    vermelding van het onderwerp waarover men wil inspreken tot
                                    uiterlijk 12.00 uur op de dag van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Personen die het woord willen voeren, krijgen bij de behandeling
                                    van het agendapunt "spreekrecht" de gelegenheid om het woord te
                                    voeren.a. De totaal beschikbare spreektijd voor het spreekrecht
                                    bedraagt maximaal dertig minuten.b. Zij die zich als spreker
                                    hebben aangemeld, krijgen van de voorzitter gedurende maximaal 5
                                    minuten het woord.Indien zich meer dan 6 sprekers hebben
                                    aangemeld, wordt de totaal beschikbare spreektijd naar
                                    evenredigheid verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Na de eerste termijn van de bespreking door de raadsleden worden
                                    de sprekers in de gelegenheid gesteld nogmaals gedurende
                                    maximaal 2 minuten het woord te voeren.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Van de door de insprekers gemaakte opmerkingen of gestelde
                                    vragen wordt in de besluitenlijst melding gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De voorzitter kan iemand het spreekrecht weigeren indien:a. hij
                                    vreest, dat gezien het onderwerp, de belangen van derden zonder
                                    enig redelijk doel ernstig zullen worden geschaad;b. degene die
                                    zich aanmeldt, bij gebruikmaking van het spreekrecht binnen een
                                    onmiddellijk voorafgaande periode van één jaar de orde van de
                                    vergadering op ernstige wijze heeft verstoord, en de vrees
                                    bestaat dat hij zich opnieuw hieraan schuldig zal maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt
                                de voorzitter mede welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal
                                beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de
                                presentie-lijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de
                                hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Besluitenlijst en digitale opname van de
                                    beraadslagingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Van de beraadslagingen wordt onder zorg van de griffier een
                                    besluitenlijst opgemaakt alsmede een digitale
                                    geluidsopname.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De geluidsdrager van de vergadering wordt binnen een termijn van
                                    maximaal 5 dagen aan de raadsleden beschikbaar gesteld en is
                                    voor een ieder in het gemeentehuis openbaar af te
                                    luisteren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met
                                    de schriftelijke oproep. De besluitenlijst wordt gelijktijdig
                                    aan de overige personen die aan de beraadslagingen hebben
                                    deelgenomen toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt, zoveel mogelijk, de
                                    besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de griffier en degenen die hebben
                                    deelgenomen aan de beraadslagingen hebben het recht, een
                                    voorstel tot wijziging van de ontwerpbesluitenlijst aan de raad
                                    te doen, indien de ontwerpbesluitenlijst onjuistheden bevat of
                                    niet duidelijk weergeven wat gezegd of besloten is. Een voorstel
                                    tot wijziging van de ontwerpbesluitenlijst dient tenminste 24
                                    uur voor het begintijdstip van de vergadering waarin de ontwerp-
                                    besluitenlijst wordt vastgesteld, schriftelijk bij de griffier
                                    te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De ontwerpbesluitenlijst moet inhouden:a. de namen van de
                                    voorzitter, de griffier en de in de vergadering aan- en afwezige
                                    leden, de namen van de aan- en afwezige leden van het college
                                    alsmede die van de overige personen die het woord gevoerd
                                    hebben;b. een vermelding van de agendapunten die aan de orde
                                    zijn geweest;c. een overzicht van het verloop van elke stemming,
                                    met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                    leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen
                                    van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming
                                    hebben onthouden;d. de tekst van de ter vergadering ingediende
                                    initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen,
                                    voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;e.
                                    bij het desbetreffende agendapunt: de naam en de hoedanigheid
                                    van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in
                                    artikel 25 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de
                                    beraadslagingen.f. De inhoud van het genomen besluit.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Er wordt een uitgebreide besluitenlijst gemaakt van de
                                    vergadering waarin de beraadslagingen over de begroting.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raad besluiten
                                    tot het opstellen van een uitgebreide besluitenlijst.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de
                                    griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder de vanuit de actieve
                                    informatieplicht van het college aan de raad aangeboden
                                    schriftelijke mededelingen, worden op een lijst geplaatst. Deze
                                    lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en de ingekomen
                                    stukken worden ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad, op
                                    voorstel van de voorzitter, de wijze van afdoening van de
                                    ingekomen stukken vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. De leden van de raad, het college en overige aanwezigen
                                    spreken in eerste en tweede termijn vanaf hun plaats of vanaf
                                    het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter.
                                    Interrupties kunnen vanaf de eigen plaats gepleegd worden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de
                                    leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere
                                    plaats spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter
                                    gevraagd en van hem verkregen te hebben. De volgorde van de
                                    sprekers wordt door de voorzitter bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de
                                    vergadering, dan wordt hem als eerste de gelegenheid geboden het
                                    woord te voeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Met inachtneming van het gestelde in het eerste lid wordt over
                                    ingediende amendementen, subamendementen of moties in twee
                                    termijnen beraadslaagd. Het moment van indienen is hiervoor
                                    bepalend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het vragen van een
                                    inlichting over een onderwerp dat in behandeling is, zonder dat
                                    daarbij enige toelichting wordt gegeven, wordt niet als het
                                    voeren van het woord aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het vierde lid is niet van toepassing op:a. de rapporteur van
                                    een commissie;b. het lid van het college van burgemeester en
                                    wethouders, dat in het bijzonder is belast met het in
                                    behandeling zijnde onderwerp;c. het lid dat een (sub)amendement,
                                    een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat
                                    betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                                leden en de overige aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Handhaving van de orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzija. de
                                    voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit
                                    reglement te herinneren;b. een lid hem interrumpeert. De
                                    voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere
                                    interrupties zijn betoog zal afronden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan
                                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Beraadslaging en schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad kan, op voorstel van de voorzitter of een lid van de
                                    raad, beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raad kan, op voorstel van de voorzitter of een lid van de
                                    raad, beslissen over één of meer onderwerpen tegelijkertijd te
                                    beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden
                                    de gelegenheid te geven voor onderling, nader beraad. De
                                    beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                    verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de
                                    griffier en de voorzitter, deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten deel te
                                    nemen aan de beraadslaging zijn de bepalingen van dit reglement
                                    van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat over een onderwerp of
                                    voorstel voldoende is gesproken en/of toegelicht, sluit hij de
                                    beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt, na een stemming over
                                    eventuele (sub)amendementen, de stemming plaats over het
                                    voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen
                                    stemming wordt gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord
                                    verlangt, brengt de voorzitter het voorstel in
                                    besluitvorming.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet
                                    van stemming te hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien door een of meer leden stemming wordt aangevraagd, doet
                                    de voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De voorzitter roept de leden van de raad bij naam op hun stem
                                    uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor
                                    overeenkomstig artikel 15 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de
                                    oproeping naar de volgorde van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>6. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig
                                    lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden
                                    op grond van artikel 28 van de Gemeentewet verplicht zijn stem
                                    uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen'
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft
                                    vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 2 leden tot
                                    stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht, die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                    ingeleverd.Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                    verstaan:a. een blanco ingevuld stembriefje;b. een ondertekend
                                    stembriefje;c. een stembriefje waarop meer dan één naam is
                                    vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;d.
                                    een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht
                                    betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
                                    e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd
                                    dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het moment van sluiten van de
                                beraadslagingen nog amendementen indienen. Een amendement kan het
                                voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer
                                onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                                plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die
                                ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst
                                getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Over een voorstel tot splitsing in één of meer onderdelen van een
                                geagendeerd voorstel wordt het eerst beraadslaagd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een voorstel en alle daarop ingediende amendementen of
                                subamendementen worden tegelijk behandeld, tenzij de raad besluit
                                tot gesplitste behandeling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van
                                het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan
                                worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Een (sub)amendement dient zodanig te zijn geformuleerd dat de tekst
                                ervan geschikt is om, in het ontwerpbesluit te worden verwerkt.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Elk amendement of (sub)amendement kan door de indiener worden
                                toegelicht, ook voordat van ondersteuning is gebleken.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is ook van toepassing op
                                voorstellen tot wijziging van een reeds ingediend
                                (sub)amendement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een motie moet, om in behandeling genomen te kunnen worden,
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Intrekking, door de indieners, van een motie is mogelijk, totdat de
                                besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet, om in behandeling genomen te kunnen
                                worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden
                                is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                                daaropvolgende vergadering geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de
                                raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de
                                vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp
                                dient te worden behandeld, het voorstel eerst dient te worden
                                behandeld in een raadscommissie of voor advies naar het college
                                dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de raad in
                                welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36a</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                                college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de
                                raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van
                                de raad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36b</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een lid van oordeel is dat het college van burgemeester en
                                wethouders, over een onderwerp dat niet op de agenda voorkomt, aan
                                de gemeenteraad inlichtingen dient te verstrekken omtrent het door
                                hem gevoerde bestuur, vraagt deze bij de voorzitter een
                                interpellatie aan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                                behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende
                                vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in
                                stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de
                                vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De interpellant en de overige leden van de raad, de burgemeester en
                                de wethouders voeren niet meer dan tweemaal het woord, tenzij de
                                raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ieder lid kan aan de burgemeester of aan het college van
                                burgemeester en wethouders schriftelijk vragen stellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
                                dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden
                                van de raad en het college worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn
                                binnengekomen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Bij de vaststelling van de agenda geeft de
                                voorzitter aan op welk moment dit kan plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Indien beantwoording niet binnen de in lid 4 en lid 5 genoemde
                                termijnen kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller
                                hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt,
                                waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt
                                behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De antwoorden worden door de burgemeester of het college van
                                burgemeester en wethouders aan de leden van de raad meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>De vragen en de schriftelijke antwoorden worden gelijktijdig met de
                                stukken als bedoeld in artikel 7 aan de leden van de raad
                                toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Direct na de mondelinge beantwoording en bij schriftelijke
                                beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering, direct na de
                                start van de behandeling van dit onderwerp, kan de vragensteller als
                                eerste reageren op het door de burgemeester of het college van
                                burgemeester en wethouders gegeven antwoord, tenzij de raad anders
                                beslist.</al></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al>De voorzitter kan tevens aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller hetzij aan de burgemeester,
                                hetzij aan het college van burgemeester en wethouders vragen te
                                stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37a</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan het begin van elke raadsvergadering is er een vragenhalfuur
                                tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. De
                                voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vragen dienen betrekking te hebben op belangrijke en/of actuele
                                onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen,
                                meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en de vraagstelling,
                                tenminste 48 uur voor het begin van het vragenhalfuur bij de
                                voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het
                                vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij:a. het onderwerp
                                niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven ofb. indien het onderwerp
                                in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt ofc. indien
                                het onderwerp niet voldoet aan de in lid 2 bedoelde criteria..</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vragensteller, voor de burgemeester, het college van burgemeester en
                                wethouders en voor de overige leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college
                                vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk
                                ingediend bij het college respectievelijk de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener toegezonden aan
                                de raad.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die het presidium vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die het presidium
                            vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op
                                de behandeling van de lijst van ingekomen stukken óf voor het
                                sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het
                                algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste
                                bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar een
                                volgende raadsvergadering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 37, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
                                38, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
                                benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De conceptbesluitenlijst van een besloten vergadering wordt naar de
                                leden gezonden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze conceptbesluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van
                                deze conceptbesluitenlijst. De vastgestelde concept-besluitenlijst
                                wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- en/of afkeuring of het op andere
                                wijze verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46a</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. De voorzitter kan
                            beperkingen stellen aan het aantal personen dat geluid- dan wel
                            beeldregistraties maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, wordt tijdens
                            de vergadering het gebruik, als-mede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen toegestaan, voorzo-ver het
                            gebruik ervan geen inbreuk maakt op de orde van de vergadering. De
                            voorzitter kan het gebruik ervan tijdens de vergadering verbieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47a</nr><titel>Maatregelen van orde</titel></kop><al>Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor een
                            door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de
                            publieke tribune.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>In werking treden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Dit reglement treedt in werking op 21 december 2007.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dit reglement kan worden aangehaald als: Reglement van Orde voor de
                                vergaderingen van de raad van de gemeente Lansingerland 2007.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>