<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50543_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid (art. 213a)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heraut, 10 januari 2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid (art. 213a)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-01-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-10-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/6 (BV07.006)</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid (art. 213a)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lansingerland;gelezen het voorstel van de Stuurgroep
                        Herindeling van 7 december 2006;gelet op artikel 213a Gemeentewet,besluit
                        vast te stellen:Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar
                        de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde
                        bestuur van de gemeente Lansingerland.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a. DoelmatigheidDe mate waarin de
                        gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd
                        met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of met de beschikbare
                        middelen zo veel mogelijk resultaat wordt bereikt.b. DoeltreffendheidDe mate
                        waarin de gewenste prestaties en de beoogde maatschappelijke effecten van
                        het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks een onderzoeksprogramma op waarin één of
                            meer programma’s en/of paragrafen worden onderzocht op doeltreffendheid
                            en doelmatigheid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het verlengde van het bovenstaande kan het college ook de
                            doelmatigheid van de bijbehorende organisatie-eenheden onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college zendt ieder jaar vóór 1 november een onderzoeksplan naar de
                            raad voor de in het erop volgende jaar te verrichten interne
                            onderzoek(en) naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid. Het
                            onderzoeksplan wordt besproken met de raad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal aangegeven:a)
                            het object van onderzoekb) de reikwijdte van het onderzoekc) de
                            onderzoeksmethoded) doorlooptijd van het onderzoeke) de wijze van
                            uitvoering</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de
                            productenraming zijn opgenomen voor de uitvoering van de
                            onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting en
                        jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en
                        doeltreffendheid en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten
                            en indien nodig en mogelijk aanbevelingen voor verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college indien
                            nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van
                            verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het college
                            neemt op basis van het plan van verbetering organisatorische
                            maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar
                        2007.Deze verordening treedt in plaats van de ‘Verordening doelmatigheid- en
                        doeltreffendheidscontrole van de gemeente Bergschenhoek’ van 18 november
                        2003, de ‘Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de
                        gemeente Berkel en Rodenrijs’ van 30 oktober 2003 alsmede de Verordening
                        onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid Bleiswijk’ van 9 oktober
                        2003.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken
                        doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Lansingerland”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Lansingerland van 2
                        januari 2007.De griffier, C.J. van ’t Hart De voorzitter, drs. H.B.
                        Eenhoorn</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><al>Artikel 1 DefinitiesArtikel spreekt voor zich.Artikel 2 OnderzoeksfrequentieIn
                    artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de doelmatigheid
                    en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. De raad eist een minimaal
                    aantal uit te voeren interne onderzoeken per jaar van het college. Hierbij wordt
                    een scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar de doelmatigheid en
                    onderzoeken naar de doeltreffendheid.De onderzoeken naar de doelmatigheid
                    betreffen onderzoeken naar de uitvoering van het beleid en het beheer van
                    middelen. De uitvoering wordt gedaan door ten eerste de gemeentelijke
                    organisatie, zodat deze onderzoeken zich ten eerste richten op de
                    organisatie-eenheden van de gemeente. Een tweede ingang voor de
                    doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor kan men kijken naar de
                    gemeentelijke taken. Het voordeel hiervan is dat ook de doelmatigheid van de
                    uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van middelen door derden wordt
                    onderzocht.De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van
                    het in de programma's of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit
                    beleid kan gehele begrotingsprogramma's omvatten of delen daarvan. Ook kan het
                    paragrafen van de begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten.Artikel 3
                    OnderzoeksplanDe beslissing wat te onderzoeken is aan het college.
                    Vanzelfsprekend zal de raad willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid
                    willen hebben om deze te bespreken en als hij dat nodig acht invloed uit te
                    oefenen. Hierin voorziet het onderzoeksplan.Het onderzoeksplan moet een volledig
                    beeld geven van de voorgenomen onderzoeken, zij het uiteraard nog globaal.De
                    onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. Het
                    onderzoeksplan wordt aangeboden aan de raad, en de raad kan het ter bespreking
                    agenderen, maar het wordt door het college vastgesteld. In de verordening kan
                    worden aangegeven wat in een onderzoeksplan in ieder geval moet worden
                    opgenomen. De onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als volgt worden
                    toegelicht:a. Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven dat
                    duidelijk aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden
                    bij de doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de scheidslijnen aangegeven ten
                    aanzien van de te onderzoeken procedures en instrumenten. Bij de
                    doeltreffendheidsonderzoeken worden duidelijk de scheidslijnen met andere
                    beleidsvelden aangegeven.b. De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in
                    beginsel uit over alle organen (raad, college), organisatie-eenheden en
                    instellingen waarvoor de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de
                    activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. De
                    reikwijdte kan in het onderzoeksplan worden ingeperkt door het aangeven van het
                    te onderzoeken tijdsvak en de te onderzoeken organen, organisatie-eenheden en
                    instellingen. De reikwijdte van onderzoeken moet van te voren duidelijk worden
                    aangegeven. Aangegeven moet worden welk tijdvak wordt onderzocht en welke
                    organisatie-eenheden en niet gemeentelijke instellingen bij het onderzoek worden
                    betrokken.c. Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden
                    (benchmarking, enquête, enzovoorts).d. Een inschatting van de duur van het
                    onderzoek, eventueel onderverdeeld in fasen.e. Onderzoeken kunnen in opdracht
                    van het college worden uitgevoerd door het ambtelijke apparaat (al of niet met
                    inbreng van deskundigheid van derden) of door derden. Indien de ambtelijke
                    organisatie de onderzoeken uitvoert zullen in de onderzoeksopzet waarborgen
                    dienen te worden ingebouwd, waarmee de onafhankelijkheid van de analyse en/of
                    adviezen ter verbeteringen worden gegarandeerd. Dat betekent dat van het
                    onderzoek wel mag worden uitgevoerd door functionarissen die in hun dagelijks
                    werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject. De analyse en de aanbevelingen tot
                    verbetering echter moeten zoveel als mogelijk onafhankelijk tot stand komen en
                    uitgevoerd worden door functionarissen die niet in hun dagelijks werk betrokken
                    zijn bij het onderzoeksobject.Artikel 4 Voortgang onderzoekenDe
                    bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken dient inzicht te geven
                    in de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de bedrijfsvoering.
                    Daarbij dient een relatie te worden gelegd met de inhoud van de programma's van
                    de begroting en jaarstukken. Het ligt voor de hand om in deze paragaaf eveneens
                    te rapporteren over de stand van zaken bij de interne onderzoeken naar de
                    doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur.Artikel 5 Rapportage
                    en gevolgtrekkingMet de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de
                    transparantie van gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke
                    verantwoording daarover te versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden
                    dan ook neergelegd in rapporten voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel
                    213a, tweede lid, van de Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197
                    tweede lid van de Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het
                    jaarverslag. Dat betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn
                    afgerond. Dat sluit echter geenszins uit dat de raad, als hij dat wenst, de
                    rapporten ontvangt zodra ze zijn vastgesteld.Systematische aandacht voor
                    doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert ook het doel om te leren, om te
                    denken over en te streven naar verbetering, daarom is in deze verordening
                    opgenomen dat evaluatie en aanbevelingen voor verbetering onderdeel zijn van de
                    rapportage, en dat zo nodig door middel van een plan van verbetering het
                    vervolgtraject moet worden ingezet. De bedrijfsvoering is een zaak van het
                    college. Het is dan ook het college dat maatregelen moet nemen tot verbetering.
                    Het college moet een plan van verbetering opstellen en uitvoeren. Het plan van
                    verbetering wordt uiteraard ook ter kennisgeving aan de raad gestuurd.Artikel 6
                    InwerkingtredingIn dit artikel is aangegeven vanaf wanneer deze verordening in
                    werking treedt.Artikel 7 CiteertitelIn dit artikel wordt de naam gegeven waarmee
                    in gemeentelijke stukken naar deze verordening kan worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>