<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50476_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Druten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Druten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Druten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Waalkanter</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Druten</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-03-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-03-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-12-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Druten</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening artikel 212 Gemeentewet</vet></al><al>De raad van de gemeente Druten</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,</al><al>besluit,</al><al>vast te stellen de Verordening op de uitgangspunten voor het financieel
                        beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de
                        financiële organisatie van de gemeente Druten. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.afdeling:iedere eenheid binnen de gemeentelijke organisatie
                                (afdeling en stafafdeling) die als zodanig in de
                                Organisatieverordening van de gemeente Druten is aangewezen.</al><al>b.administratie:het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken
                                en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de gemeentelijke
                                organisatie en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet
                                worden afgelegd.</al><al>c.financiële administratie:het onderdeel van de administratie dat
                                omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                gemeentelijke organisatie, teneinde te komen tot een goed inzicht
                                in:</al><al>1. de financieel-economische positie;</al><al>2. het financiële beheer ;</al><al>3. de uitvoering van de begroting;</al><al>4. het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al><al>5. alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                daarover.</al><al>d. administratieve organisatie:het stelsel van organisatorische
                                maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden
                                van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                leiding.</al><al>e.beheer van vermogenswaarden:het uitoefenen van bestuur over en
                                toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten
                                van de gemeente.</al><al>f.rechtmatigheidhet in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten
                                en collegebesluiten.</al><al>g.doelmatigheidhet realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                beperkt mogelijke inzet van middelen.</al><al>h.doeltreffendheidde mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><al>1. De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                raadsperiode een programma-indeling vast.</al><al>2. De raad steltper programma vast:</al><al>a. de beoogde maatschappelijke effecten;</al><al>b. de te leveren goederen en diensten;</al><al>c. de baten en lasten.</al><al>3. Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking
                                tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen
                                en diensten.</al><al>4. De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid,
                                vast.</al><al>5. Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                kunnen worden getoetst. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Producten</titel></kop><al>1. Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven
                                van de toedeling van de producten uit de productraming aan de
                                programma’s.</al><al>2. De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor
                                de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
                                Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>Op voorstel van het college stelt de raad uiterlijk in de
                                julivergadering een kadernota (voorjaarsnota) vast voor het volgende
                                begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze nota worden de
                                bevindingen betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering
                                bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in artikel 8.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><al>1. Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al><al>2. Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg
                                voor dat:</al><al>a. de lasten en baten, door middel van kostentoerekening, eenduidig
                                zijn toegewezen aan de producten van de productraming;</al><al>b. de budgetten uit de productraming en kredieten voor investeringen
                                passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van
                                de uiteenzetting van de financiële positie.;</al><al>c. de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat
                                de realisatie van andere producten binnen hetzelfde programma onder
                                druk komt.</al><al>3. Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                overschreden. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>1. Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de
                                rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het
                                college maatregelen tot herstel.</al><al>2. Het college biedt ten minste elke vier jaar een nota aan inzake
                                de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                gemeentelijke regelingen. De raad stelt deze nota vast binnen
                                2maanden nadat deze is aangeboden.</al><al>3. Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van
                                een aantal bedrijfsprocessen op juistheid, volledigheid en
                                tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de
                                rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk
                                gebruik van de gemeentelijke regelingen. Ieder bedrijfsproces van de
                                gemeente wordt minimaal eens in de 8 jaar getoetst.</al><al>4. Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld
                                in het derde lid indien nodig voor een plan van verbetering. Het
                                college neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor
                                herstel van de tekortkomingen.</al><al>5. De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de raad aangeboden. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><al>1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste vier maanden en de eerste acht maanden van het lopende
                                boekjaar.</al><al>2. Het college biedt de tussenrapportages over de eerste vier en
                                acht maanden van het lopende begrotingsjaar de raad uiterlijk aan in
                                respectievelijk de juli- en novembervergadering</al><al>3. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                programma-indeling van de begroting.</al><al>4. De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding
                                voor is de maatschappelijke effecten. In de rapportages wordt in
                                ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van:</al><al>a. inkomsten uit de algemene uitkering;</al><al>b. de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al><al>c. resultaten uit grondexploitatie;</al><al>d. realisatie op begrote subsidieverwachtingen.</al><al>5. Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
                                een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen
                                en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voorzover het
                                betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen
                                inzake:</al><al>a. investeringen groter dan € 10.000;</al><al>b. aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan €
                                5.000;</al><al>6. Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit
                                nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college
                                nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse
                                lasten groter zijn dan € 5.000;</al><al>7. Het college zal de in de leden 5 en 6 bedoelde consultatie van de
                                raad zoveel mogelijk laten samenvallen met de tussenrapportages als
                                bedoeld in lid 2. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><al>1. Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording van de afdelingen naar de productenrealisatie en naar
                                de programma verantwoording.</al><al>2. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:</al><al>a. wat is bereikt;</al><al>b. welke goederen en diensten zijn geleverd;</al><al>c. wat de kosten zijn;</al><al>d. hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde
                                doelen.</al><al>3. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s
                                of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                bijstelling behoeven. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><al>1. Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de
                                raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie
                                en de meerjarenramingen is opgenomen.</al><al>2. Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij
                                de uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al><al>3. De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie
                                de investeringskredieten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Waardering </titel></kop><al>1. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
                                bepaald actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 4
                                jaar afgeschreven.</al><al>2. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                laste van de exploitatie gebracht.</al><al>3. De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden afgeschreven in:</al><al>a. 40 jaar lineair: nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen;</al><al>b. 50 jaar annuïtair: rioleringen;</al><al>c. 25 jaar lineair: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten en
                                bedrijfsgebouwen;</al><al>d. 20 jaar lineair: motorvaartuigen;</al><al>e. 15 jaar lineair: technische installaties in
                                bedrijfsgebouwen;</al><al>f. 10 jaar lineair: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen;
                                telefooninstallaties; kantoormeubilair; schoolmeubilair; aanleg
                                tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke woonruimten en
                                bedrijfsgebouwen; groot onderhoud woonruimten en
                                bedrijfsgebouwen;</al><al>g. 5 jaar lineair: zware transportmiddelen; aanhangwagens; schuiten;
                                personenauto’s; lichte motorvoertuigen;</al><al>h. 4 tot 7 jaar annuïtair: automatiseringsapparatuur;</al><al>i. niet: gronden en terreinen.</al><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden niet
                                geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst
                                genoemden worden altijd geactiveerd.4. Onder activa met een
                                meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden
                                verstaan investeringen in aanleg en onderhoud van: (inrichting)
                                wegen, waterwegen; civiele kunstwerken, groen en kunstwerken,</al><al>5. Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en
                                bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan
                                kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van activering bij
                                raadbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte
                                levensduur van het actief of een kortere, door de raad aan te geven
                                tijdsduur.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>1.Voor openstaande vorderingen betreffende:a. onroerende
                                zaakbelasting gebruikers;</al><al>b. onroerende zaakbelasting eigenaren;</al><al>c. precariobelasting;</al><al>d. hondenbelasting;</al><al>e. rioolrechten;</al><al>f. en reinigingsrechten,</al><al>wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van
                                het historische percentage van oninbaarheid.2.Voor de overige
                                vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op
                                basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande
                                vorderingen ouder dan drie maanden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>1. Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 4
                                genoemde nota de (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen
                                aan.</al><al>2. De nota behandelt:</al><al>a. de vorming en besteding van reserves;</al><al>b. de vorming en besteding voorzieningen;</al><al>c. de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de
                                voorzieningen, in relatie tot de nota weerstandsvermogen bedoeld in
                                artikel 16. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><al>1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en
                                diensten van de gemeente Druten wordt een systeem van
                                kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast
                                de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die
                                rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                diensten.</al><al>2. Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan
                                reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa,
                                de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor
                                rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de
                                compensabele BTW.</al><al>3. De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten
                                wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de
                                bij begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen
                                vermogen en voorzieningen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>1. Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie
                                zorg voor</al><al>a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten
                                van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad
                                vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;</al><al>b. het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                kredietrisico’s;</al><al>c. het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en
                                het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;</al><al>d. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten
                                bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.</al><al>2. Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie
                                de volgende richtlijnen in acht:</al><al>a. minimaal een A-rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende
                                rating agency, of bij instellingen voor wiens waardepapieren een
                                solvabiliteitseis geldt van 0%;</al><al>b. overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen
                                vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom
                                tenminste aan het eind van de looptijd in tact is.</al><al>c. derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van
                                financiële risico’s;.</al><al>d. voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1 jaar
                                worden tenminste 3 prijsopgaven bij verschillende financiële
                                instellingen gevraagd;.</al><al>e. overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van
                                middelen of het verlenen van garanties luiden in euro;.</al><al>f. voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke
                                waarden. Het college informeert de raad indien de kasgeldlimiet of
                                de renterisiconorm dreigen te worden overschreden.</al><al>3. Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van
                                financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden
                                uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak en ter
                                financiering van de huisvesting van gemeentepersoneel. Bij het
                                uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan
                                van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
                                het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in
                                zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
                                middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
                                participaties.</al><al>4. Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder
                                het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de
                                regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit
                                financieringsstatuut en in een regeling financiering huisvesting
                                personeel. Het college zendt het besluit financieringsstatuut en de
                                regeling financiering huisvesting personeel ter kennisgeving aan de
                                raad. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><al>1. Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige
                                registratie van bezittingen. In de registratie worden ook opgenomen
                                niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde en
                                de niet- of netto-geactiveerde investeringen in de openbare
                                ruimte.</al><al>2. Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en
                                de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en
                                registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4
                                jaar.</al><al>3. Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De
                                resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering
                                worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar uiterlijk
                            gelijktijdig met de eerste begrotingsaanbieding aan de nieuw aangetreden
                            raad een (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in
                            ieder geval:</al><al>- de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en
                            heffingen;</al><al>- de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse
                            bevolkingsgroepen en belanghebbenden;</al><al>- de kostendekkendheid van de heffingen;</al><al>- de druk van de lokale belastingen en heffingen;</al><al>- het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.</al><al>2. De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de
                            bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen
                            zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er een actueel
                            overzicht is van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per
                            verstrekte dienst.</al><al>3. Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
                            heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de raad per
                            verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de gemeente
                            verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en prijzen in
                            rekening worden gebracht en per verordening het totaal van de geraamde
                            kosten van de erin genoemde door de gemeente verstrekte diensten.</al><al>4. Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het
                            volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de
                            rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de) lokale
                            lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen, meerpersoonshuishoudingen en
                            bedrijven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><al>1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar uiterlijk
                            gelijktijdig met de eerste begrotingsaanbieding aan de nieuw aangetreden
                            raad een (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan.
                            In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van
                            risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of
                            anderszins. In de nota wordt tevens het gewenste weerstandscapaciteit
                            bepaald.</al><al>2. Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                            begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en een
                            inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het college
                            brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en actualiseert de
                            risico’s genoemd in de nota bedoeld in het eerste lid. Hierbij wordt
                            speciale aandacht gegeven aan:</al><al>a. tegenvallende rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al><al>b. tegenvallende resultaten uit grondexploitatie;</al><al>c. tegenvallende realisatie op begrote subsidieverwachtingen;</al><al>d. lopende en te verwachten claims van derden;</al><al>e. nog niet getaxeerde kosten van (vermoedde)
                            milieuverontreiniging;</al><al>f. overschrijding openeinde regelingen en subsidies;</al><al>g. dreigend faillissement van verbonden partijen;</al><al>h. dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen, garanties,
                            leningen of vorderingen uitstaan.</al><al>3. Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                            begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in hoeverre
                            schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met
                            de weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><al>1. Het college biedt tenminste eens in de vier jaar uiterlijk
                            gelijktijdig met de eerste begrotingsaanbieding aan de nieuw aangetreden
                            raad een nota onderhoud openbare ruimte aan. De nota geeft het kader
                            weer voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde
                            onderhoudsniveau voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en
                            straatmeubilair en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig
                            budgettair beslag.</al><al>2. Het college biedt ten minste eens in de vier jaar uiterlijk
                            gelijktijdig met de eerste begrotingsaanbieding aan de nieuw aangetreden
                            raad een nota rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de
                            inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de
                            uitbreiding van de riolering alsmede de kwaliteit van het milieu en
                            eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair
                            beslag.</al><al>3. Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de begroting een nota
                            onderhoud gebouwen aan. De nota bevat de voorstellen voor het te plegen
                            onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen en
                            eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair
                            beslag.</al><al>4. Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het geplande
                            onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan openbaar groen,
                            water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair, riolering, gebouwen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van:a. de kasgeldlimiet;</al><al>b. de renterisico norm;</al><al>c. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende
                            drie jaar;</al><al>d. de rentevisie en</al><al>e. de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                            financieringsfunctie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>1. In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de
                            tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                            bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd over de
                            bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de bedrijfsvoering
                            alsmede over nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt speciale aandacht
                            gegeven aan:</al><al>a. aantal personeelsleden in dienst onderverdeeld naar leeftijd en
                            beloningsschaal;</al><al>b. de instroom, uitstroom en het percentage ziekteverzuim van
                            personeel;</al><al>c. de directe loonkosten;</al><al>d. de personeelskosten</al><al>e. de kosten inleenkrachten;</al><al>f. de kosten van ingehuurde externen;</al><al>g. de huisvestingskosten;</al><al>h. de automatiseringskosten;</al><al>i. vernieuwing, uitbreiding, herstructurering, reorganisatie en
                            inkrimping van de ambtelijke organisatie, de gemeentelijke huisvesting,
                            het gemeentelijk materieel en de gemeentelijke
                            automatiseringssystemen.</al><al>2. Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de
                            begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de
                            doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a Gemeentewet,
                            en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                            partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                            beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van bestaande
                            verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden
                            partijen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><al>1. Het college biedt ten minste eens in de vier jaar uiterlijk
                            gelijktijdig met de eerste begrotingsaanbieding aan de nieuw aangetreden
                            raad een (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en
                            vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed aan:</al><al>a. de relatie met de programma’s van de begroting;</al><al>b. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                            gemeente;</al><al>c. aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al><al>d. de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;</al><al>e. de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                            erfpachtvergoedingen.</al><al>2. In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                            ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de
                            belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals
                            verlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de
                            relaties van het grondbeleid met de programma’s.</al><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            grondbeleid verslag van:a .programma’s die zijn opgenomen in de
                            begroting;</al><al>b. een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid
                            uitvoert;</al><al>c. een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale
                            grondexploitatie;</al><al>d. een onderbouwing van de geraamde winstneming;</al><al>e. de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in
                            relatie tot de risico’s van de grondzaken;</al><al>f. huidige vastgoedpositie;</al><al>g. de aan- en verkoop van vastgoed;</al><al>h. de deelname in PPS-constructies;</al><al>i. de geraamde kosten en opbrengsten per in ontwikkeling genomen
                            project;</al><al>j. in erfpacht uitgegeven gronden;</al><al>k. inkomsten erfpacht en bijstelling erfpachtvergoedingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><al>1. Het college biedt tenminste eens in de vierjaar een (bijgestelde)
                            nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan. De nota bevat het kader
                            voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies en een overzicht van de
                            toegekende gemeentelijke subsidies.</al><al>2. De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden na aanbieding van de nota
                            door het college.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>4</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                            geval dienstbaar is voor:</al><al>a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                            gemeente als geheel en in de afdelingen;</al><al>b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                            activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden,
                            vorderingen en schulden, enzovoorts.;</al><al>c. het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het maken
                            van kostencalculaties;</al><al>d. het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                            doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                            beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en
                            regelgeving;</al><al>e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                            doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie
                            tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en
                            regelgeving;</al><al>f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                            daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                            rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:a. de inrichting en de werking van
                            de financiële administratie voldoet aan het Besluit begroting en
                            verantwoording gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al><al>b. de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en
                            de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke
                            verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:a. een
                            eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig
                            toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;</al><al>b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                            verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt
                            voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids-
                            en beheersorganen is gewaarborgd;</al><al>c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                            verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                            investeringskredieten; </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten.
                            De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de
                            regels terzake van de Europese Unie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 18 maart 2004, met dien verstande
                            dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                            uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                            behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                            begrotingsjaar 2005 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Druten”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad 18 maart 2004</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,G.B. Gnodde A.P.M. Aelberts </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>