<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50450_6</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-05-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">&lt;a title="Wolder
                Courant" href="http://www.dewolden.nl"&gt;Wolder
                Courant&lt;/a&gt;</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/geldigheidsdatum_21-09-2010#Hoofdstuk1_12_Artikel8">Artikel 8, lid 1, sub b Wet werk en bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/geldigheidsdatum_21-09-2010#Hoofdstuk2_23_Artikel18">Artikel 18 Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-02-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gewijzigde regelgeving</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013 - I / 11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente DE WOLDEN;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 januari 2013,
                        inzake vaststelling van de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand
                        gemeente De Wolden 2013;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdelen b en i, en artikel 18 van de Wet
                        werk en bijstand;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is de Maatregelverordeningen in het kader
                        van de Wet werk en bijstand in overeenstemming te brengen met de Wet
                        aanscherping handhaving- en sanctiebeleid SZW-wetgeving;</al><al>besluit vast te stellen de hierna volgende verordening:</al><al>Maatregelenverordening Wet werk en bijstand De Wolden 2013.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel/></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> 1. In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a. wet: de Wet werk en bijstand (WWB);</al><al> b. Bbz: het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;</al><al> c. college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente</al><al> De Wolden;</al><al> d. algemene bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                b, van de wet;</al><al> e. bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                d, van de wet;</al><al> f. bijstand: algemene bijstand en bijzondere bijstand;</al><al> g. bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                c, van de wet;</al><al> h. netto bijstand: de bijstand zonder de verhoging op grond van
                                artikel 19, vierde lid, of artikel 35, achtste lid, van de wet;</al><al> i. maatregel: het verlagen van de bijstand of de
                                langdurigheidstoeslag op grond van artikel 18, tweede lid, van de
                                wet;</al><al> 2. De begripsbepalingen van de wet zijn op deze verordening van
                                toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><al> 1. Indien de belanghebbende tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan
                                wel de uit de wet of de artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet
                                structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende
                                verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het
                                zich jegens het college zeer ernstig misdragen, legt het college een
                                maatregel op.</al><al> 2. Een maatregel bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de
                                ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de
                                gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij
                                verkeert.</al><al> 3. Bij het opleggen van een maatregel wordt deze verordening in
                                acht genomen, onverminderd de bevoegdheid van het college om de
                                hoogte of de duur van een maatregel met toepassing van het tweede
                                lid afwijkend vast te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Afzien van een maatregel</titel></kop><al> 1. Het college legt geen maatregel op indien:</al><al> a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;</al><al> b. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die
                                gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging
                                een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van
                                die gedraging ten onrechte bijstand is verleend.</al><al> 2. Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel als
                                daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.</al><al> 3. Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
                                grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan
                                schriftelijk mededeling gedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Horen van de belanghebbende</titel></kop><al> 1. Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in
                                de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.</al><al> 2. Het horen van de belanghebbende kan achterwege worden gelaten
                                als:</al><al> a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al><al> b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn
                                zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe
                                feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;</al><al> c. de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
                                college, of van een derde aan wie het college met toepassing van
                                artikel 7 van de wet werkzaamheden in het kader van de wet heeft
                                uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te
                                verstrekken als bedoeld in artikel 17 van de wet;</al><al> d. het horen van de belanghebbende redelijkerwijs niet noodzakelijk
                                is voor de vaststelling van de ernst van de gedraging, van de mate
                                van verwijtbaarheid en van de persoonlijke omstandigheden van de
                                belanghebbende.</al><al> 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, wordt met
                                het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van inlichtingen
                                gelijkgesteld, het geen gevolg geven aan een oproep voor een
                                onderzoek dat in het kader van de wet noodzakelijk geacht kan
                                worden, waaronder begrepen de medewerking aan een huisbezoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><al> 1. De maatregel wordt toegepast op de bijstandsnorm.</al><al> 2. In afwijking van het eerste lid kan de maatregel ook worden
                                toegepast op de bijzondere bijstand als:</al><al> a. aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met
                                toepassing van artikel 12 van de wet;</al><al> b. de verwijtbare gedraging van de belanghebbende, in relatie tot
                                zijn recht op bijzondere bijstand, daar aanleiding toe geeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><al> 1. Voor de bepaling van de hoogte en duur van de maatregelen wordt,
                                onverminderd het bepaalde in artikel 2, derde lid, van deze
                                verordening, een categorie-indeling gehanteerd.</al><al> 2. De hoogte en duur van de maatregel zijn voor de onderscheiden
                                categorieën:</al><al> a. eerste categorie: vijf procent van de bijstandsnorm gedurende
                                een maand;</al><al> b. tweede categorie: tien procent van de bijstandsnorm gedurende
                                een</al><al> maand;</al><al> c. derde categorie: twintig procent van de bijstandsnorm gedurende
                                een maand;</al><al> d. vierde categorie: veertig procent van de bijstandsnorm gedurende
                                een maand;</al><al> e. vijfde categorie: honderd procent van de bijstandsnorm gedurende
                                een maand.</al><al> 3. De duur of de hoogte van de maatregel wordt verdubbeld als de
                                belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de bekendmaking van een
                                besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt
                                aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie.
                                Met een besluit waarbij een maatregel is opgelegd wordt
                                gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van artikel
                                3, tweede of derde lid.</al><al> 4. Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van een besluit
                                waarbij een maatregel is opgelegd, belanghebbende zich voor een
                                tweede keer schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit
                                dezelfde of een hogere categorie kan het college aan belanghebbende
                                een maatregel opleggen van honderd procent van de bijstand gedurende
                                maximaal drie maanden. Met een besluit waarmee een maatregel is
                                opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op
                                grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 3, derde
                                lid.</al><al> 5. Op grond van bijzondere omstandigheden kan een volgens deze
                                verordening vastgestelde maatregel, vanaf 20% van de bijstandsnorm,
                                worden gehalveerd onder gelijktijdige verdubbeling van de duur van
                                de maatregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De wijze van oplegging van de maatregel</titel></kop><al> 1. De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende
                                kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het
                                opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
                                Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende
                                bijstandsnorm.</al><al> 2. In afwijking van het eerste lid, kan de maatregel met
                                terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de bijstand nog
                                niet is uitbetaald of van belanghebbende wordt teruggevorderd.</al><al> 3. Als het recht op bijstand eindigt kan, voor zover het tijdvak
                                waarover de maatregel is opgelegd nog niet is verstreken, het
                                resterende deel van de maatregel ten uitvoer worden gelegd, als de
                                belanghebbende binnen zes maanden na de beëindiging opnieuw
                                aanspraak op bijstand maakt.</al><al> 4. Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel
                                die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt
                                uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd,
                                heroverwogen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel></kop><al> In het besluit tot het opleggen van een maatregel worden in elk
                                geval vermeld: de verwijtbare gedraging, de reden van de maatregel,
                                de duur van de maatregel, het percentage waarmee de bijstand wordt
                                verlaagd, het bedrag waarmee de bijstand wordt verlaagd en, indien
                                van toepassing, de reden om af te wijken van een standaardmaatregel.
                            </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Maatregelwaardige gedragingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Niet nakomen plicht tot arbeidsinschakeling</titel></kop><al> Het niet nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 9 van
                                de wet leidt tot een maatregel waarbij de volgende categorieën
                                worden onderscheiden, onder vermelding van de hoogte van de
                                maatregel overeenkomstig artikel 6 lid 2:</al><al> a. eerste categorie: 5%</al><al> bij het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het
                                UWV Werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de
                                registratie;</al><al> b. tweede categorie: 10%</al><al> 1. bij het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek
                                naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;</al><al> 2. bij het niet naar vermogen verrichten van maatschappelijk
                                nuttige activiteiten als tegenprestatie in de zin van artikel 9, lid
                                1, sub c van de wet.</al><al> c. derde categorie: 20%</al><al> 1. bij het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde
                                arbeid te verkrijgen;</al><al> 2. bij gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren;</al><al> 3. bij het niet dan wel onvoldoende meewerken aan het opstellen,
                                uitvoeren en evalueren van het Plan van Aanpak als bedoeld in
                                artikel 44a van de wet;</al><al> 4. bij het niet of onvoldoende verrichten van inspanningen om in de
                                eigen kosten van het bestaan te voorzien of de mogelijkheid binnen
                                het regulier onderwijs te onderzoeken gedurende de periode van 4
                                weken als bedoeld in artikel 41, lid 4 van de wet.</al><al> d. vierde categorie: 40%</al><al> 1. bij het niet of in onvoldoende mate gebruik maken van een door
                                het college aangeboden voorziening als bedoeld in Hoofdstuk 4 van de
                                Reïntegratieverordening van gemeente De Wolden;</al><al> 2. ingeval van intrekking van de ontheffing van de
                                sollicitatieplicht bij een alleenstaande ouder aan wie toepassing
                                van artikel 9a, lid 1, van de wet is gegeven en waarbij uit houding
                                en gedrag ondubbelzinnig blijkt, dat de opgelegde verplichtingen als
                                bedoeld in artikel 9, lid 1, sub b, van de wet niet worden
                                nagekomen.</al><al> e. vijfde categorie: 100%</al><al> 1. bij het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;</al><al> 2. bij het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
                                geaccepteerde arbeid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><al> Als een belanghebbende zich jegens het college zeer ernstig
                                misdraagt in de zin van artikel 18, tweede lid van de wet, kan dit
                                leiden tot een maatregel van de vierde categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><al> 1. Gedragingen van de belanghebbende die niet vallen onder artikel
                                10 van deze verordening, maar wel aangemerkt kunnen worden als
                                tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in
                                artikel 18 van de wet, leiden tot een maatregel.</al><al> 2. Het college stelt in beleidsregels vast welke gedragingen kunnen
                                worden aangemerkt als het betonen van tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid, als genoemd in het eerste lid.</al><al> 3. Een maatregel op grond van het eerste lid wordt zo mogelijk
                                afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag, met inbegrip van
                                het onverantwoord bestede vermogen, gerelateerd aan de
                                netto-bijstand, waarbij de volgende categorieën worden
                                onderscheiden, onder vermelding van de hoogte van de maatregel
                                overeenkomstig artikel 6 lid 2:</al><al> a. benadelingsbedrag nihil of niet vast te stellen: eerste
                                categorie van 5%;</al><al> b. een benadelingsbedrag tot € 1000,-- leidt tot een maatregel van
                                de tweede categorie van 10%;</al><al> c. een benadelingsbedrag van € 1000,-- tot € 2000,-- leidt tot een
                                maatregel van de derde categorie van 20%;</al><al> d. een benadelingsbedrag van € 2000,-- tot € 4000,-- leidt tot een
                                maatregel van de vierde categorie van 40%;</al><al> e. een benadelingsbedrag van € 4000,-- of meer leidt tot een
                                maatregel van de vijfde categorie van 100%.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatregel bij verlies van een passende en toereikende
                                    voorliggende voorziening door toepassing van bestuurlijke
                                    boete</titel></kop><al> 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 11 wordt, indien
                                belanghebbende(n) geen beroep meer kan doen op een passende en
                                toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt
                                verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij
                                herhaling schenden van de inlichtingenplicht een maatregel opgelegd
                                van 100% gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de start
                                van de verrekening.</al><al> 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt de
                                maatregel in de tweede en derde maand gerekend vanaf de start van de
                                verrekening gematigd tot 20% indien belanghebbende(n) redelijkerwijs
                                niet kan beschikken over gelden ter hoogte van ten minste driemaal
                                de toepasselijke bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Uitkeringsgerechtigden waarvan de bijstand via de SVB wordt
                                    verstrekt</titel></kop><al> In afwijking van de vorige artikelen is op de
                                uitkeringsgerechtigden die op grond van een mandaatregeling van de
                                Sociale verzekeringsbank (SVB) een uitkering ingevolge de WWB
                                ontvangen, het maatregelenbeleid van de SVB (zoals gepubliceerd in
                                de Staatscourant 2006, 121 en 2008, 98) van toepassing.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slot- en invoeringsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                    voorziet.</titel></kop><al> 1. In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist
                                het college.</al><al> 2. Ter uitvoering van deze verordening kan het college,
                                onverminderd het bepaalde in artikel 11, tweede lid, nadere
                                beleidsregels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 15 februari
                                2013 en is van toepassing op gedragingen die plaatsvinden na 15
                                februari 2013.</al><al> 2. De Maatregelenverordening Wet werk en bijstand september 2012
                                wordt ingetrokken met ingang van 15 februari 2013 maar blijft van
                                toepassing op gedragingen die een schending van de
                                inlichtingenplicht inhouden zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid
                                van de WWB die:</al><al> a. hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2013 en niet na 1 januari
                                2013 voortduren;</al><al> b. hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2013 en na 1 januari 2013
                                voortduren maar vóór 15 februari 2013 zijn opgehouden of
                                geconstateerd, waarbij de maatregel wordt afgestemd op de gedraging
                                of het benadelingsbedrag over de periode tot uiterlijk 15 februari
                                2013; en:</al><al> c. hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2013 en na 1 januari 2013
                                voortduren maar niet vóór 15 februari 2013 zijn opgehouden of
                                geconstateerd, waarbij de maatregel wordt afgestemd op de gedraging
                                of het benadelingsbedrag over de periode tot uiterlijk 15 februari
                                2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: ’Maatregelenverordening Wet
                                werk en bijstand 2013’.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Zuidwolde, 31 januari 2013,</ondertekening><ondertekening> De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening> griffier, burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> drs. I.J. Gehrke R.T. de Groot</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel/></kop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>