<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50445_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening De Wolden 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wolder Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening De Wolden 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/geldigheidsdatum_20-09-2010">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/volledig/geldigheidsdatum_20-09-2010#Hoofdstuk4_Titel42">Titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-04-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011 - VI/4</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening De Wolden 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING DE WOLDEN 2011</al><al>De raad van de gemeente De Wolden;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29
                        maart 2011, inzake de Algemene subsidieverordening gemeente De Wolden
                        2011;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Algemene subsidieverordening De Wolden 2011.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente De
                            Wolden;</al><al>b. eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele
                            projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden
                            van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren
                            bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken; </al><al>c. raad: raad van de gemeente De Wolden;</al><al>d. jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald
                            aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van maximaal vier
                            jaar wordt verstrekt;</al><al>e. boekjaar: kalenderjaar;</al><al>f. subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:21 lid 1 Awb;</al><al>g. subsidieplafond: een bedrag dat gedurende een begrotingsjaar ten
                            hoogste beschikbaar wordt gesteld voor vormen van subsidies die op basis
                            van deze verordening en de geldende nadere regels worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><al>1. Voor de activiteiten op de volgende beleidsterreinen binnen de
                            gemeente De Wolden kan subsidie worden verstrekt: </al><al>a. algemeen bestuur;</al><al>b. openbare orde en veiligheid;</al><al>c. verkeer, vervoer en waterstaat;</al><al>d. economische zaken;</al><al>e. onderwijs;</al><al>f. sport, kunst, cultuur en recreatie;</al><al>g. sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening;</al><al>h. volksgezondheid en milieu;</al><al>i. ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.</al><al>2. Het college kan nadere regels stellen, waarin in ieder geval de te
                            subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie
                            per beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden
                            omschreven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                            subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen
                            financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog
                            niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat
                            voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al><al>2. Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                            subsidieverlening te verbinden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>1. De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten
                            tot het instellen van (één) subsidieplafond(s).</al><al>2. Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke
                            wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al><al>3. Het college kan - met inachtneming van de ingevolge artikel 2, door
                            de raad vastgestelde beleidsterreinen - nadere regels stellen omtrent de
                            verdeling van het beschikbare bedrag. </al><al>4. Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                            mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende
                            aanvragen.</al><al>5. Indien en voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een
                            begroting die nog niet door de raad is vastgesteld, wordt zij verleend
                            onder de voorwaarde dat de raad voldoende middelen op de begroting
                            beschikbaar stelt.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><al>1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend. Het
                            college heeft hiervoor een aanvraagformulier vastgesteld.</al><al>2. Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                            gegevens:</al><al>a. een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt
                            aangevraagd;</al><al>b. de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en
                            hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke
                            mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en
                            op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al><al>c. een begroting van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie
                            voor wordt aangevraagd. Voor een subsidieaanvraag van € 7.500,- en meer
                            moet in ieder geval ook een dekkingsplan worden ingeleverd. Het
                            dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private
                            organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten
                            behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van
                            zaken daarvan;</al><al>d. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie vanaf € 7.500,-, de
                            stand van de reserves en voorzieningen op het moment van de
                            aanvraag.</al><al>3. Indien een rechtspersoon voor de eerste maal een subsidie aanvraagt,
                            kan inzage worden gevraagd in de volgende documenten: de
                            oprichtingsakte, de statuten en indien mogelijk het meest recente
                            jaarverslag, de jaarrekening inclusief balans.</al><al>4. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in
                            het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor
                            het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                            respectievelijk voldoende, zijn.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><al>1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 15
                            mei in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de
                            subsidieaanvraag betrekking heeft.</al><al>2. Een aanvraag voor een eenmalige subsidie kan het gehele jaar door
                            worden ingediend, maar moet minimaal 8 weken voor aanvang van de
                            activiteiten worden ingediend. </al><al>3. Het college kan bij nadere regels andere termijnen stellen voor het
                            indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>1. Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen
                            8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het
                            college hiertoe regels heeft opgesteld, 8 weken gerekend vanaf de
                            uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.</al><al>2. Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie
                            uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarin de aanvraag is
                            ingediend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Weigering van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><al>1. Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien de
                            activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht
                            zijn op de gemeente of haar inwoners of niet of nauwelijks ten goede
                            komen aan de gemeente of haar inwoners. </al><al>2. De aanvraag voor een subsidie vanaf € 7.500,- kan geheel of
                            gedeeltelijk worden geweigerd indien het college van mening is dat de
                            stand van de reserves en voorzieningen van dusdanige omvang is dat de
                            subsidie niet (geheel) nodig is.</al><al>Het college kan hiervoor nadere regels vaststellen.</al><al>3. De subsidie kan met inachtneming van de in artikel 4:35 van de
                            Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen worden geweigerd als:</al><al>a. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien,
                            die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de
                            openbare orde;</al><al>b. de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak het doel hebben het
                            uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze,
                            levensbeschouwelijke of politieke aard;</al><al>c. de subsidie niet aanwijsbaar ten goede komt aan de inwoners van de
                            gemeente De Wolden.</al><al>4. De aanvraag voor een subsidie kan naast de in artikel 4:35 Awb
                            genoemde gevallen geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien
                            gebleken is dat:</al><al>a. de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds door derden financieel
                            wordt </al><al>bijgestaan;</al><al>b. de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen ten </al><al>behoeve van gesubsidieerde activiteiten heeft verkregen;</al><al>c. de activiteiten voor een eenmalige subsidie behoren tot de
                            reguliere</al><al>activiteiten van de aanvrager.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Verlening van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verlening van de subsidie</titel></kop><al>Onverlet de algemene verplichtingen uit hoofdstuk 7 van deze
                            verordening, geeft het college in de beschikking aan welke
                            verplichtingen aan de subsidie zijn verbonden en op welke wijze de
                            aanvrager zich dient te verantwoorden over de door hem ontvangen
                            subsidie</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Betaling en bevoorschotting van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><al>1. Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in
                            artikel 14 wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in
                            één bedrag plaats. </al><al>2. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie als bedoeld
                            in de artikelen 15 en 16, worden in het besluit tot subsidieverlening,
                            de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Bij subsidies, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan één
                            jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het
                            tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte
                            activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een
                            dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per
                            jaar gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>1. De subsidieontvanger doet onmiddellijk melding aan het college, zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel
                            aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen
                            zal worden voldaan.</al><al>2. Als uit de ingediende bewijsstukken blijkt dat niet is voldaan aan de
                            meldingsplicht, kan het college de subsidie lager vaststellen of
                            intrekken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><al>1. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                            schriftelijk over:</al><al>a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de
                            activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de
                            rechtspersoon;</al><al>b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding
                            met derden;</al><al>c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot
                            subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet
                            kunnen worden nagekomen;</al><al>d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de
                            rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de
                            rechtspersoon.</al><al>2. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                            handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verantwoording en vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vaststelling subsidies tot 7.500 euro</titel></kop><al>Subsidies tot 7.500 euro worden door het college:</al><al>a. direct vastgesteld, of;</al><al>b. ambtshalve vastgesteld binnen 8 weken nadat de activiteiten uiterlijk
                            moeten zijn verricht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vaststelling en verantwoording subsidies vanaf 7.500 tot 50.000
                                euro</titel></kop><al>1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 7.500 euro, maar minder
                            dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 8 weken nadat de
                            activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in bij het
                            college.</al><al>2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk en financieel
                            verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is
                            verleend, zijn verricht.</al><al>3. Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde
                            gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden
                            overlegd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro</titel></kop><al>1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient de
                            subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:</al><al>a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 8 weken na het verricht zijn
                            van de activiteiten;</al><al>b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het
                            jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het
                            subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.</al><al>2. De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><al>a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor
                            de subsidie is verleend, zijn verricht;</al><al>b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en
                            inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);</al><al>c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                            daarop;</al><al>d. een accountantsverklaring.</al><al>3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                            artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                            belang zijn, worden overlegd. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Vaststelling subsidie vanaf 7.500 euro</titel></kop><al>1. Het college stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag tot
                            subsidievaststelling als bedoeld in artikel 15 en 16 de subsidie
                            vast.</al><al>2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                            daarvan, volgt dat voor de beslissing tot de vaststelling van de
                            subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde
                            termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig
                            mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. </al><al>3. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                            aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de
                            subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling als bedoeld in
                            artikel 15 en 16 hoeft in te dienen. </al><al>4. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 15
                            en 16 niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen,
                            gaat het college 8 weken na verzenddatum van een eenmalige rappel over
                            tot ambtshalve vaststelling.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Controle gesubsidieerde activiteiten</titel></kop><al>Het college kan de subsidieontvanger verzoeken mee te werken aan een
                            steekproefsgewijze controle ten aanzien van de gesubsidieerde
                            activiteiten. De subsidieontvanger dient desgevraagd bewijsstukken te
                            overleggen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme
                                kostenbegrippen</titel></kop><al>1. Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt
                            gemaakt van uurtarieven, kunnen deze tarieven door de subsidie aanvrager
                            worden berekend met gebruikmaking van een door het college voor te
                            schrijven standaardberekeningswijze.</al><al>2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van
                            uurtarieven wordt uitgegaan van door het college bepaalde
                            definities.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van
                            deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met
                            uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8 voor zover toepassing gelet
                            op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot
                            onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit
                            artikel wordt gemotiveerd in het besluit.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding en intrekking oude verordening</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 14 april 2011 onder gelijktijdige
                            intrekking van de Algemene subsidieverordening 2005 van de gemeente De
                            Wolden, laatstelijk vastgesteld op 22 december 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 januari 2011 en op de
                            datum van inwerkingtreding van deze verordening nog niet zijn
                            afgehandeld, worden afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene
                            subsidieverordening gemeente De Wolden 2011, tenzij toepassing daarvan
                            ongunstiger is voor de aanvrager. In dat geval wordt de aanvrager
                            afgedaan met toepassing van de Algemene subsidieverordening 2005 van de
                            gemeente De Wolden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Algemene subsidieverordening
                            gemeente De Wolden 2011’ met als werknaam ‘ASV De Wolden 2011’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Zuidwolde, 14 april 2011</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Drs. I.J. Gehrke P.H. Snijders</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Artikelsgewijze toelichting ASV De Wolden 2011</titel></kop><al>Algemene toelichting</al><al>De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft een wettelijk kader voor alle
                    subsidies die het Rijk en de lagere overheden toekennen. De eis dat een subsidie
                    in beginsel steeds een wettelijke grondslag heeft, staat hierbij centraal.</al><al>Voor de gemeente betekent dit dat toekenning van subsidies gebaseerd moet zijn
                    op een verordening. Naast deze Algemene Subsidieverordening, verder te noemen:
                    ASV, zal de uitwerking van het subsidiebeleid op bepaalde beleidsterreinen
                    gestalte krijgen in nadere (subsidie) regels.</al><al>De besluiten van het college - gebaseerd op de verordening - staan open voor
                    bezwaar en beroep, een en ander zoals is geregeld in de Awb. Een bezwaar bij
                    c.q. beroep op de raad is derhalve niet aan de orde.</al><al>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</al><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</al><al>In dit artikel wordt een aantal begrippen verduidelijkt, dat in de verordening
                    wordt</al><al>gehanteerd.</al><al>Er is in de definities een onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van
                    subsidie.</al><al>De jaarlijkse subsidie, die onder omstandigheden voor meerdere jaren kan</al><al>worden verleend en veelal op voortdurende (structurele) activiteiten van
                    een</al><al>instelling betrekking heeft. In de onderhavige verordening is bepaald dat
                    deze</al><al>voor een periode van ten hoogste vier jaren worden verstrekt. Na het
                    verstrijken</al><al>van die periode kan uiteraard opnieuw worden besloten een jaarlijkse subsidie
                    te</al><al>verstrekken. Voor de periode van 4 jaar is gekozen, omdat deze termijn én
                    aansluit bij de zittingstermijn van de raad (hoewel die termijnen uiteraard niet
                    gelijk hoeven te lopen) én het een goede termijn lijkt om te bezien of eerder
                    vastgestelde beleidsdoelen nog gelden en, zo ja, die met de verstrekte subsidies
                    worden gediend. Als deze subsidie voor langer dan drie jaar aan een instelling
                    wordt verstrekt voor de uitvoering van dezelfde activiteit(en), ontstaat er een
                    subsidierelatie, zoals beschreven in artikel 4:51 van de Awb en dient bij
                    weigering van de subsidie voor een nieuw tijdvak een redelijke termijn in acht
                    te worden genomen. In deze verordening is er bewust niet voor gekozen het regime
                    van afdeling 4.2.8 van de Awb in zijn geheel van toepassing te verklaren op de
                    jaarlijkse subsidie. Afdeling 4.2.8 biedt een regeling voor subsidies waarbij
                    het</al><al>bestuursorgaan financieel en beleidsmatig sterk betrokken is, hetgeen zeker niet
                    bij iedere door de gemeente verstrekte jaarlijkse subsidie het geval is.
                    Bovendien kunnen bij de jaarlijks verstrekte subsidies in de subsidiebeschikking
                    zeer goed afspraken op dit punt worden vastgelegd. Juist bij per jaarlijks
                    verstrekte subsidies is de aard en grote van de instelling en de hoogte van de
                    subsidie bepalend voor de omvang van aanvullende afspraken.</al><al>Eenmalige subsidies zijn subsidies die de gemeente voor incidentele projecten
                    of</al><al>activiteiten voor een periode van maximaal 4 jaar subsidie wil verstrekken.
                    Te</al><al>denken valt aan een subsidie ten behoeve van het doorgang doen vinden van
                    de</al><al>gebruikelijke activiteiten van de subsidieontvanger, terwijl die doorgang
                    door</al><al>bijzondere, incidentele omstandigheden anders niet gewaarborgd zou zijn.
                    Hierbij</al><al>kan worden gedacht aan subsidies die worden gegeven voor door de</al><al>subsidieontvanger te realiseren bijzondere projecten, zoals bijvoorbeeld
                    een</al><al>dansvoorstelling of kunstmanifestatie. Eenmalige subsidies hebben een
                    looptijd,</al><al>afhankelijk van de duur van het project en kunnen onder omstandigheden dus</al><al>een looptijd hebben van langer dan een jaar.</al><al>Artikel 2. Reikwijdte verordening</al><al>In het eerste lid heeft de raad aangegeven voor welke beleidsterreinen subsidies
                    kan</al><al>worden verstrekt.</al><al>Door de veelheid en verscheidenheid van subsidiemogelijkheden is uiteraard niet
                    te</al><al>vermijden, dat op onderdelen nadere regels noodzakelijk zullen blijken (lid
                    2).</al><al>Wijziging van een complexe en uitgebreide verordening, die inhoudelijk gezien
                    veel</al><al>beleidsterreinen bestrijkt, zou gepaard gaan met aanzienlijke bestuurlijke
                    en</al><al>administratieve lasten. Met deze algemene verordening, die de kaders geeft voor
                    nadere</al><al>regels, worden deze lasten beperkt in aantal en kwaliteit.</al><al>Artikel 3. Bevoegdheid college</al><al>Het college besluit ingevolge het eerste lid binnen de daarvoor door de raad
                    vastgestelde</al><al>kaders, zoals neergelegd in de gemeentebegroting en deze Algemene</al><al>subsidieverordening en het subsidieplafond. Dit betekent dat het college geen
                    subsidies</al><al>kan verlenen, die niet stroken met de door de raad vastgestelde algemene regels
                    of als</al><al>het subsidieplafond is bereikt. Met besluiten over het verstrekken van subsidies
                    in plaats</al><al>van verlenen van subsidies wordt beoogd de bevoegdheid te besluiten over het
                    gehele</al><al>subsidieproces, dus ook het bevoorschotten, lager vaststellen, terugvorderen
                    en</al><al>dergelijke.</al><al>In het eerste lid is bepaald dat het college daarbij de gemeentebegroting
                    en</al><al>subsidieplafonds in acht neemt. Als de gemeentebegroting nog niet is vastgesteld
                    en er</al><al>formeel dus nog geen financiële ruimte door de raad beschikbaar is gesteld,
                    wordt</al><al>subsidie slechts verleend onder de voorwaarde dat de raad daarvoor geld
                    beschikbaar zal</al><al>stellen, het zogenoemde begrotingsvoorbehoud.</al><al>In het tweede lid is de bevoegdheid van het college geregeld om voorwaarden
                    en/of</al><al>verplichtingen aan de subsidiebeschikking tot verlening te verbinden. Zie
                    hiertoe ook</al><al>artikel 4:33 Awb en voor het verschil met verplichtingen artikel 4:37 Awb.</al><al>HOOFDSTUK 2. SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD</al><al>Artikel 4. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</al><al>In de Awb zijn in de artikel 4:25 tot en met 4:28 de belangrijkste bepalingen
                    rondom het</al><al>werken met een ‘subsidieplafond’ gegeven. De raad kan jaarlijks bij de
                    vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van (één)
                    subsidieplafond(s). Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven
                    op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Het college kan nadere
                    regels opstellen omtrent een</al><al>andere wijze van verdeling van de beschikbare middelen, die de raad in het
                    tweede lid</al><al>van dit artikel heeft aangegeven. Als het dat niet doet geldt de wijze van
                    verdeling als</al><al>genoemd in het tweede lid.</al><al>Met het oog op de rechtszekerheid verlangt de Awb, dat het subsidieplafond
                    bekend</al><al>wordt gemaakt, vóórdat de periode waarop het betrekking heeft, ingaat. Zo
                    kunnen</al><al>potentiële aanvragers tijdig weten hoeveel geld beschikbaar is. Maar vooral van
                    belang</al><al>is, dat subsidieaanvragen zonder nadere motivering worden afgewezen op het
                    moment</al><al>dat het subsidieplafond bereikt is. Indien het voor subsidie beschikbare bedrag
                    enkel op</al><al>de begroting vermeld staat en de gemeente deze bedragen niet als zijnde</al><al>subsidieplafonds heeft gepubliceerd, kan de gemeente subsidieaanvragen niet
                    ongemotiveerd weigeren wegens het bereiken van het plafond.</al><al/><al>Lid 4.</al><al>De strekking van de tekst van dit lid komt overeen met die van artikel 4:28 sub
                    c Awb.</al><al>Artikel 4:28</al><al>Artikel 4:27, tweede lid is niet van toepassing, indien:</al><al>a. …</al><al>b. …</al><al>c. Bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid
                    van</al><al>verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.</al><al>De bepaling is opgenomen om ervoor zorg te dragen dat een verlaging wel
                    gevolgen</al><al>heeft voor voordien ingediende aanvragen.</al><al>Indien deze bepaling niet zou zijn opgenomen, heeft een verlaging geen gevolgen
                    voor</al><al>voordien ingediende aanvragen.</al><al>Lid 5. Indien wordt gewerkt met een begrotingsvoorbehoud moet er rekening
                    worden</al><al>gehouden met het feit dat de gemeente zijn begroting ter goedkeuring moet
                    voorleggen</al><al>aan de provincie; pas daarna is er sprake van een definitieve begroting en
                    treedt het</al><al>vijfde lid van dit artikel pas in werking.</al><al>Wijzigen van een subsidieplafond</al><al>Voor het wijzigen van een subsidieplafond gelden de artikelen 4:27 en 4:28
                    Awb.</al><al>Artikel 4:27</al><al>1. Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak</al><al>waarvoor het is vastgesteld.</al><al>2. Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt
                    bekendgemaakt,</al><al>heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien ingediende aanvragen.</al><al>Artikel 4:28</al><al>Artikel 4:27, tweede lid, is niet van toepassing, indien:</al><al>a. de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is
                    vastgesteld</al><al>ingevolge wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een tijdstip waarop
                    de</al><al>begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd;</al><al>b. het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring
                    van de</al><al>begroting, en</al><al>c. bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid
                    van</al><al>verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.</al><al>HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE</al><al>Artikel 5. Bij aanvraag in te dienen gegevens</al><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient
                    te worden</al><al>gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’. Zo kan
                    een</al><al>aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het college een door hem
                    vastgesteld</al><al>formulier ook in digitale vorm beschikbaar heeft gesteld.</al><al>In artikel 5, lid 2, sub d, wordt verwezen naar de systematiek van
                    subsidieverlening en</al><al>verrekening bij jaarlijks verstrekte subsidies vanaf € 7.500 conform artikel
                    4:72 Awb.</al><al>Inzage in de financiële reserve van een instelling is slechts aan de orde voor
                    de</al><al>beoordeling van een jaarlijkse subsidieaanvraag van een instelling met</al><al>overeenkomstige subsidiebehoefte (&gt; € 7.500).</al><al>In artikel 5, lid 3, worden meer formele eisen gesteld aan instellingen, die
                    voor de eerste</al><al>maal subsidie aanvragen.</al><al>Artikel 6. Aanvraagtermijn</al><al>Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt ingediend uiterlijk 15 mei in
                    het jaar voorafgaand aan het jaar, of op de jaren waarop de subsidieaanvraag
                    betrekking heeft.</al><al>Een éénmalige subsidie kan het gehele jaar door worden ingediend, maar moet
                    minimaal 8 weken voor aanvang van de activiteiten worden ingediend.</al><al>De gemeente kan er ook voor kiezen om andere indiendata (deadlines) vast te
                    stellen.</al><al>De bevoegdheid hiervoor ligt bij het college (lid 3).</al><al>Artikel 7. Beslistermijn</al><al>Hier wordt de termijn gegeven, waarbinnen het college gehouden is te beslissen
                    op een éénmalige subsidie. In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op een
                    aanvraag</al><al>om subsidie.</al><al>HOOFDSTUK 4. WEIGERING VAN DE SUBSIDIE</al><al>Artikel 8. Weigeringsgronden</al><al>Algemeen</al><al>Het college dient een subsidieaanvraag te toetsen. Het toetst in ieder geval
                    aan</al><al>a. de bepalingen van de wet;</al><al>b. de bepalingen van deze verordening;</al><al>c. de bepalingen van nadere regels of vastgesteld beleid.</al><al>Lid 3</al><al>In dit artikellid worden de gronden opgesomd waarop het college een aanvraag
                    kan</al><al>weigeren. Dit is een aanvulling op het in artikel 4:35 Awb bepaalde</al><al>Lid 3 sub c </al><al>Veelal zal de activiteit die binnen de in de gemeentelijke begroting op genomen
                    thema’s</al><al>en programma’s valt, ook aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van</al><al>De Wolden.</al><al>Het is voorstelbaar dat dit laatste niet het geval is, daarom is dit als
                    weigeringsgrond</al><al>opgenomen.</al><al>Lid 4</al><al>In dit artikellid ligt een discretionaire bevoegdheid ( vrije beslissingsruimte)
                    voor het college om te weigeren. Deze</al><al>komt tot uitdrukking met het woord ‘kan’. In dit artikel heeft het college
                    een</al><al>beoordelingsvrijheid ten aanzien van de gevallen die in dit lid worden
                    opgesomd.</al><al>In artikel 4:35 lid 1 Awb is aangegeven dat in ieder geval in de volgende
                    gevallen een</al><al>subsidieverlening kan worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan
                    te</al><al>nemen dat:</al><al>a. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al><al>b. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                    verplichtingen;</al><al>c. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording
                    zal</al><al>afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven
                    en</al><al>inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
                    zijn.</al><al>Lid 4 van artikel 8 vermeldt dat de subsidieverlening voorts kan worden
                    geweigerd</al><al>indien de aanvrager:</al><al>a. aan de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds door enig bestuursorgaan
                    een</al><al>subsidie is verstrekt;</al><al>b. de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen ten behoeve
                    van</al><al>de gesubsidieerde activiteiten heeft verkregen;</al><al>c. subsidie heeft aangevraagd voor activiteiten die niet tot de reguliere</al><al>werkzaamheden van de aanvrager horen.</al><al>Het bepaalde onder (artikel 8 lid 4 sub a) houdt een zogenaamd
                    anti-cumulatiebeding</al><al>in.</al><al>HOOFDSTUK 5. VERLENING VAN DE SUBSIDIE</al><al>Artikel 9. Verlening van de subsidie</al><al>Ingevolge dit artikel geeft het college al in het besluit tot verlening van de
                    subsidie aan</al><al>op welke wijze de verantwoording van de ontvangen subsidies dient plaats te
                    vinden.</al><al>Hiermee wordt bereikt dat degene, aan wie de subsidie is toegekend, van meet af
                    aan</al><al>duidelijk is aan welke verplichtingen en administratieve eisen hij dient te
                    voldoen.</al><al>Bij veel, veelal kleinere subsidies zal het stellen van verplichtingen bij de
                    toekenning niet</al><al>noodzakelijk zijn. In die gevallen kan het college daarvan eenvoudig afzien. In
                    gevallen,</al><al>dat het college van oordeel is dat redelijkerwijs nadere verplichtingen dienen
                    te worden</al><al>gesteld, zal dit veelal op de subsidieontvanger en de door hem te
                    ondernemen</al><al>activiteiten toegesneden verplichtingen zijn. Een uitputtende opsomming in
                    de</al><al>verordening van alle mogelijke aan een subsidiënt op te leggen verplichtingen
                    komt de</al><al>overzichtelijkheid, noch de doelmatigheid van de verordening ten goede.</al><al>In artikel 4:37 Awb staan de standaardverplichtingen vermeld welke het college
                    bij de</al><al>beschikking tot subsidieverlening aan de subsidieontvanger kan opleggen. Er kan
                    – naast</al><al>de verplichtingen vermeld in hoofdstuk 7 - maatwerk worden gevonden door
                    een</al><al>differentiatie te maken tussen verplichtingen, die worden gesteld aan
                    eenmalige</al><al>subsidies, en jaarlijkse subsidies. Voor een selectie uit de verplichtingen, die
                    te stellen</al><al>zijn bij het verlenen van de jaarlijkse subsidies; zie ook titel 4.2.8 Awb.</al><al>Bij de in artikel 9 te stellen verplichtingen kan worden gedacht aan
                    bijvoorbeeld het</al><al>verzekeren van de zaken, die voor de uitvoering van de gesubsidieerde
                    activiteit</al><al>noodzakelijk zijn, de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de
                    subsidieontvanger,</al><al>reservevorming, het bestuur, het aanstellen van toezichthouders, de inrichting
                    van de</al><al>administratie en de benodigde toestemming van het college voor het aangaan
                    van</al><al>rechtshandelingen als bedoeld in artikel 4:71 Awb. Ook kan gedacht worden aan
                    een</al><al>klanttevredenheidsonderzoek (KTO), een visitatie of een benchmark.</al><al>Het is van belang voor de verantwoording, dat op een heldere manier wordt
                    aangegeven</al><al>wat met de verlening van de subsidie wordt verlangd. Oftewel: welke indicatoren
                    leiden</al><al>tot beantwoording van de vraag of de prestatie is geleverd.</al><al>HOOFDSTUK 6. BETALING EN BEVOORSCHOTTING VAN DE SUBSIDIE</al><al>Artikel 10. Betaling en bevoorschotting</al><al>Subsidieaanvragen tot 7.500 euro worden door het college direct vastgesteld of
                    ambtshalve vastgesteld binnen 8 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten
                    zijn verricht.</al><al>Voorschotten worden verstrekt volgens het in de verleningsbeschikking
                    opgenomen</al><al>bevoorschottingsritme en maakt onderdeel uit van deze beschikking. Dit houdt in
                    dat ook</al><al>tegen een bevoorschottingsritme een bezwaar- en beroepsmogelijkheid
                    openstaat.</al><al>De bevoorschottingsbeschikking wordt ambtshalve gegeven op het moment van
                    de</al><al>verleningsbeschikking. De subsidieaanvrager hoeft geen aanvra(a)g(en) voor</al><al>bevoorschotting in te dienen. Dit leidt tot lastenbesparingen bij zowel de</al><al>subsidieontvanger als de gemeente.</al><al>Omdat de bevoorschotting mede afhankelijk is van de aard van de te
                    subsidiëren</al><al>activiteit is er voor gekozen om de termijnen, waarop de bevoorschotting plaats
                    vindt,</al><al>niet in de verordening te noemen. Het bevoorschottingsritme en de hoogte van
                    de</al><al>voorschotten worden in de verleningsbeschikking vermeld.</al><al>De subsidieontvanger is volgens artikel 12 verplicht te melden, indien er
                    omstandigheden</al><al>zijn die van invloed zijn op de hoogte van het verleende bedrag. De
                    subsidieverstrekker</al><al>kan vervolgens, indien nodig, door een wijziging van de verleningsbeschikking
                    het</al><al>bevoorschottingsritme en de hoogte van de voorschotten aanpassen. Na
                    vaststelling van</al><al>de subsidie wordt het resterende bedrag (het vastgestelde bedrag verminderd met
                    de</al><al>verleende voorschotten) uitgekeerd aan de subsidieontvanger.</al><al>Met de algemene formulering van dit artikel is de mogelijkheid open gelaten om,
                    zonder</al><al>dat daartoe wijziging van de verordening noodzakelijk is, recht te doen aan de
                    wijziging</al><al>van de voorschotregeling, die beslag heeft gekregen met de invoering van de
                    vierde</al><al>tranche Awb. Indien in de verleningsbeschikking niet anders is bepaald, vindt
                    betaling</al><al>van het voorschot binnen zes weken na verzending van de verleningsbeschikking
                    plaats.</al><al>Zie artikel 4:87, lid 1, Awb.</al><al>Artikel 4:87</al><al>1. De betaling geschiedt binnen zes weken nadat de beschikking op de</al><al>voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, tenzij de beschikking een later
                    tijdstip</al><al>vermeldt.</al><al>2. …..</al><al>HOOFDSTUK 7. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</al><al>Artikel 11. Tussentijdse rapportage</al><al>In het kader van het terugdringen van de administratieve lasten is ervoor
                    gekozen aan</al><al>verstrekte subsidies die meer dan één jaar in beslag nemen, de mogelijkheid te
                    verbinden om niet vaker dan één keer per jaar een tussentijdse rekening en
                    verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                    uitgaven en inkomsten op te vragen.</al><al>Artikel 12. Meldingsplicht</al><al>De meldingsplicht is bedoeld als tegenhanger van het geven van meer vertrouwen
                    in de</al><al>vorm van onder andere: het niet standaard verantwoording afleggen bij subsidies
                    tot</al><al>7.500 euro, het vragen van minder tussenrapportages en automatische</al><al>bevoorschotting.</al><al>De subsidieontvanger is verplicht tijdig (zonder nodeloos tijdsverloop) te
                    melden bij de</al><al>gemeente als het aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteit niet, niet
                    geheel of niet</al><al>volgens alle daaraan verbonden verplichtingen zal worden verricht. In dat geval
                    zal de</al><al>subsidie lager of op nihil worden vastgesteld of zullen nadere afspraken worden
                    gemaakt</al><al>over het aanpassen van de verplichtingen, bijvoorbeeld het geven van meer tijd
                    voor de</al><al>uitvoering van de activiteiten. Bij het niet voldoen aan deze meldingsplicht
                    kan, indien</al><al>dat achteraf mocht blijken, met toepassing van artikel 4:49 Awb alsnog de</al><al>subsidievaststelling worden ingetrokken, omdat de ontvanger wist en behoorde te
                    weten</al><al>dat de vaststelling onjuist was. Terugvordering van de subsidie, inclusief
                    wettelijke rente</al><al>van het hele subsidiebedrag, kan in zo'n geval proportioneel worden geacht,
                    omdat de</al><al>ontvanger dan misbruik maakte van het gegeven vertrouwen, dat ten grondslag ligt
                    aan</al><al>de onderhavige subsidieverordening.</al><al>Tekst van artikel 4:49 Awb (Intrekking NADAT de subsidie is vastgesteld).</al><al>Artikel 4:49</al><al>1. Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van
                    de</al><al>ontvanger wijzigen:</al><al>a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de</al><al>subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond</al><al>waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou</al><al>zijn vastgesteld;</al><al>b. indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidie-ontvanger dit
                    wist</al><al>of behoorde te weten, of</al><al>c. indien de subsidie-ontvanger na de subsidievaststelling niet heeft
                    voldaan</al><al>aan aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al><al>2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de
                    subsidie is</al><al>vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.</al><al>3. De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van
                    de</al><al>ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sedert de dag
                    waarop</al><al>zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel
                    c,</al><al>sedert de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of
                    de</al><al>dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.</al><al>Het is ook mogelijk om – voordat de subsidie is vastgesteld – om – indien
                    daartoe</al><al>aanleiding bestaat – de subsidie in te trekken. Daarvoor is artikel 4:48 Awb
                    geredigeerd.</al><al>Tekst van artikel 4:48 Awb (Intrekking NADAT de subsidie is verleend, maar
                    VOORDAT</al><al>deze is vastgesteld).</al><al>Artikel 4:48</al><al>1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de</al><al>subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger
                    wijzigen,</al><al>indien:</al><al>a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben</al><al>plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</al><al>b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie</al><al>verbonden verplichtingen;</al><al>c. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt
                    en</al><al>de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere</al><al>beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;</al><al>d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit</al><al>wist of behoorde te weten, of</al><al>e. met toepassing van artikel 4:34, vijfde lid, een beroep wordt gedaan op
                    de</al><al>voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al><al>2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de
                    subsidie is</al><al>verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.</al><al>Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de meldingsplicht niet geldt na
                    vaststelling van</al><al>de subsidie of voor zover er (op verzoek van de belanghebbende) door de</al><al>subsidieverlener een ontheffing is verleend van de verplichting om een
                    prestatie</al><al>overeenkomstig de subsidietoekenning uit te voeren.</al><al>Artikel 13 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</al><al>In artikel 13 zijn de overige verplichtingen van de ontvanger van de
                    subsidie</al><al>opgenomen, als ook de plicht belangrijke wijzigingen te melden aan het college.
                    Niets</al><al>belet de gemeente om bij twijfel direct contact op te nemen met de
                    subsidieontvanger en</al><al>om nadere stukken te vragen.</al><al>HOOFDSTUK 8. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</al><al>Artikel 14. Vaststelling subsidies tot 7.500 euro</al><al>Kenmerkend voor subsidies tot 7.500 euro is dat een vast bedrag (lump sum)
                    wordt</al><al>verstrekt en dat de subsidieontvanger achteraf niet standaard verantwoording
                    hoeft af</al><al>te leggen aan de subsidieverstrekker. De subsidieontvanger hoeft geen aanvraag
                    voor</al><al>subsidievaststelling (verantwoording) in te dienen. Hierdoor kunnen de lasten
                    voor zowel</al><al>de subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden bespaard.</al><al>In het geval van directe vaststelling (eerste lid, onderdeel a) worden de
                    bewijsstukken</al><al>van de prestatie direct met de aanvraag meegestuurd. Ook indien de activiteiten
                    nog niet</al><al>hebben plaatsgevonden, kan onderdeel a worden toegepast. De toepassing is dan
                    onder</al><al>meer afhankelijk van de aard van de subsidie (bijvoorbeeld een
                    ‘waarderingssubsidie’) en</al><al>risicoafweging van de subsidieverstrekker. Steekproefsgewijze controle na de
                    vaststelling</al><al>is mogelijk, maar leidt alleen in bijzondere gevallen, zoals fraude, tot
                    terugvordering.</al><al>In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste lid,
                    onderdeel</al><al>b), wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde
                    activiteiten</al><al>moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen 8 weken na de
                    datum</al><al>waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld
                    door de</al><al>subsidieverstrekker. De ambtshalve vaststelling zal in de praktijk veelal al
                    vóór het</al><al>verstrijken van de termijn gebeuren, namelijk als het vanuit oogpunt van een
                    efficiënte</al><al>werkwijze wenselijk wordt geacht, dat dergelijke vaststellingsbeschikkingen op
                    een vaste</al><al>datum worden genomen. Wel dient de gemeente binnen een beperkte termijn, hier
                    is</al><al>gekozen voor 8 weken na afloop van de activiteit, te reageren.</al><al>Door te kiezen voor het systeem van ambtshalve vaststelling is er juridisch
                    meer</al><al>mogelijkheid om op te treden, indien de gemeente bemerkt dat de activiteit niet
                    (geheel)</al><al>is gerealiseerd. De subsidie is immers niet bij verstrekking reeds vastgesteld.
                    De</al><al>subsidieontvanger dient, desgevraagd, op een door het college in de
                    beschikking</al><al>aangegeven wijze, aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is
                    verleend, zijn</al><al>verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
                    De</al><al>subsidieverstrekker zal steekproefsgewijs van deze bevoegdheid gebruik
                    maken.</al><al>Artikel 15. Vaststelling en verantwoording subsidies vanaf 7.500 tot 50.000
                    euro</al><al>In dit artikel is aangegeven op welke wijze de subsidiënt de aan hem verleende
                    subsidie</al><al>aan het college dient te verantwoorden. Ingevolge artikel 9 wordt de wijze
                    van</al><al>verantwoording al bij het besluit tot verlening van de subsidie aan de ontvanger
                    bekend</al><al>gemaakt.</al><al>Het tweede lid bepaalt, dat de subsidieontvanger moet aantonen dat de
                    activiteiten,</al><al>waarvoor de subsidie is verleend, zijn uitgevoerd. Daarbij zal vooraf door
                    de</al><al>subsidieverstrekker al moeten zijn aangegeven op welke manieren het aantonen
                    kan</al><al>plaatsvinden. Daarbij worden verschillende instrumenten worden gebruikt, zoals
                    een</al><al>een financieel verslag.</al><al>Ingevolge het derde lid kan het college bepalen dat het voor de verantwoording
                    daarvan</al><al>andere stukken en bewijzen verlangt dan gebruikelijk en uit hoofde van de
                    gewone</al><al>bedrijfsvoering van de subsidieontvanger al worden opgesteld. Te denken valt aan
                    de</al><al>verslagen, die rechtspersonen uit hoofde van de wet al dienen op te stellen en
                    die</al><al>natuurlijk naar gelang van de hoedanigheid van de betreffende rechtspersoon
                    verschillen.</al><al>Artikel 16. Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro</al><al>Bij subsidies van 50.000 euro of meer wordt verantwoording gedaan op basis
                    van</al><al>uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten. Bij de financiële
                    verantwoording vraagt</al><al>het college een door een accountant opgestelde accountantsverklaring.</al><al>Er zijn verschillende accountantsverklaringen mogelijk.</al><al>1. een goedkeurende verklaring</al><al>2. een verklaring met beperking</al><al>3. een verklaring van geheelonthouding</al><al>4. een afkeurende verklaring</al><al>Indien er sprake is van een verklaring als bedoeld in 2, 3 of 4 dient de
                    subsidieaanvrager</al><al>ook het accountantsrapport te overleggen.</al><al>Artikel 17. Vaststelling subsidie vanaf 7.500 euro</al><al>In dit artikel is geregeld binnen welke termijn het college besluit ter zake van
                    de</al><al>vaststelling van de subsidie.</al><al>HOOFDSTUK 9. OVERIGE BEPALINGEN</al><al>Artikel 18. Controle gesubsidieerde activiteiten</al><al>Het college kan de subsidieontvanger verzoeken aan een steekproefsgewijze
                    controle ten aanzien van gesubsidieerde activiteiten.</al><al>Artikel 19. Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme
                    kostenbegrippen</al><al>Een veelgebruikte methode voor de bepaling van de omvang van het subsidiebedrag
                    is de berekening van de (gedeeltelijke) bijdrage aan de werkelijke kosten van
                    subsidiabele activiteiten. Hierbij is een belangrijke basis voor de
                    financiering/subsidie (kostengrondslag) de inzet van personeel.</al><al>Bij het bepalen van de standaardberekeningswijzen voor de berekening van
                    uurtarieven kan het college aansluiten bij de berekeningswijzen, zoals die in
                    het Rijksbrede subsidiekader worden gehanteerd:</al><al>a. berekening op basis van integrale kosten;</al><al>b. berekening op basis van kosten per kostendrager, vermeerderd met een
                    forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten of;</al><al>c. een forfaitair vastgesteld uurtarief.</al><al>Artikel 20. Hardheidsclausule</al><al>De te treffen voorziening, die niet in de verordening is voorzien, dient altijd
                    binnen de</al><al>doelstellingen van de subsidie te passen. De toepassing van de hardheidsclausule
                    dient</al><al>beperkt te blijven tot individuele gevallen. Zodra de toepassing van een</al><al>hardheidsclausule voor bepaalde gevallen voldoende is uitgekristalliseerd en
                    daardoor</al><al>een bestendig karakter heeft gekregen, dient dit beleid in de Algemene
                    subsidieverordening of nadere regels te worden neergelegd.</al><al>Hoofdstuk 10 Overgangs- en slotbepalingen</al><al>Artikel 21. Inwerkingtreding en intrekking oude verordening</al><al>Deze verordening treedt in werking op 14 april 2011 onder gelijktijdige
                    intrekking van de Algemene subsidieverordening 2005 van de gemeente De Wolden,
                    laatstelijk vastgesteld op 22 december 2005.</al><al>Artikel 22. Overgangsbepalingen</al><al>Aanvragen om subsidie die zijn ingediend en/of verleend voor inwerkingtreding
                    van deze verordening worden afgedaan volgens de bepaling van de Algemene
                    subsidieverordening gemeente De Wolden 2011, tenzij toepassing daarvan
                    ongunstiger is voor de aanvragen. In dat geval wordt de aanvrager afgedaan met
                    toepassing van de Algemene subsidieverordening 2005 van de gemeente De
                    Wolden.</al><al>Artikel 23. Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Algemene subsidieverordening gemeente De
                    Wolden 2011’ met als werknaam ‘ASV De Wolden 2011’.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>