<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50436_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratieverordening De Wolden 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-05-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">&lt;a title="Wolder
                Courant" href="http://www.dewolden.nl"&gt;Wolder
                Courant&lt;/a&gt;</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratieverordening De Wolden 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel147/geldigheidsdatum_17-09-2010">Artikel 147 lid 1 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/geldigheidsdatum_17-09-2010#Hoofdstuk1_12_Artikel8">Artikel 8, lid 1, sub ae en fvan de Wet werk en bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004044/geldigheidsdatum_17-09-2010#HoofdstukIII">Artikelen 35 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004163/geldigheidsdatum_17-09-2010#HoofdstukIII">Artikelen 35 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gewijzigde regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011 - XX / 11a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reïntegratieverordening De Wolden 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>RE-INTEGRATIEVERORDENING 2012 – GEMEENTE DE WOLDEN</vet></al><al> De Raad van de gemeente De Wolden;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van gemeente De Wolden
                        d.d. 28 november 2012;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid, Gemeentewet, en artikel 8, eerste lid
                        onder a, e en f Wet werk en bijstand, artikel 10 Wet werk en bijstand;
                        artikel 35, lid 1 Wet Inkomensvoorziening Oudere en Gedeeltelijk
                        Arbeidsongeschikte Werknemers en artikel 35, lid 1, Wet Inkomensvoorziening
                        Oudere en Gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Gewezen Zelfstandigen,</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de volgende <vet>Re-integratieverordening 2012 gemeente De
                            Wolden</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a. Algemeen
                                    geaccepteerde arbeid: alle arbeid die maatschappelijk aanvaard
                                    is onafhankelijk van de aard van het werk, de omvang, het
                                    vereiste opleidingsniveau en de hoogte van de beloning;b.
                                    ANW’ers: personen met een uitkering volgens de Algemene
                                    nabestaandenwet en die als werkzoekende ingeschreven staan bij
                                    het UWV WERKbedrijf;c. Arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling
                                    zoals bedoeld in artikel 6 onder b van de Wet werk en
                                    bijstand;d. Cliënten: personen waarvoor een voorziening wordt of
                                    is ingezet;e. Het college: het college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente De Wolden;f. IOAW: Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    werkloze werknemers;g. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en
                                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;h.
                                    Nuggers: de niet-uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel 6,
                                    lid 1, onderdeel a van de Wet werk en bijstand; i.
                                    Ondersteuning: de ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de
                                    Wet werk en bijstand;j. Raad: de gemeenteraad van de gemeente De
                                    Woldenk. Regulier werk: loonvormende algemeen geaccepteerde
                                    arbeid;l. Re-integratie instrument: voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke
                                    participatie m. Re-integratieplan: het samenstel van mogelijke
                                    ondersteuning en aanbod van voorzieningen, gericht op de
                                    arbeids-inschakeling van de klant; n. Sociale activering: het
                                    verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten,
                                    waaronder inbegrepen deelname aan cursussen en trajecten,
                                    gericht op zelfstandige maatschappelijke participatie en/of het
                                    voorkomen van sociaal isolement o. Een traject: een
                                    aaneenschakeling van re-integratie instrumenten;p.
                                    Uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de
                                    Wet werk en bijstand, de IOAW of de IOAZ;q. Voorziening:
                                    re-integratie instrumenten en aanvullende faciliteiten indien
                                    die onderdeel uitmaken van een traject gericht op re-integratie
                                    of zelfstandige maatschappelijke participatie r. Werk: algemeen
                                    geaccepteerde arbeids. Wet: de Wet werk en bijstand (WWB)t. WSW:
                                    Wet Sociale Werkvoorzieningu. WWB: Wet Werk en Bijstand</al></li><li nr="2."><al>De begripsbepalingen van de wet zijn op deze verordening van
                                    toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt uitkeringsgerechtigden tot 65 jaar, ANW’ers en
                                    niet-uitkeringsgerechtigden (verder: nuggers) alsmede personen
                                    als bedoeld in artikel 10, lid 2 van de wet ondersteuning bij de
                                    arbeidsinschakeling aan. Voor zover het college dat noodzakelijk
                                    acht en geen aanspraak kan worden gedaan op een voorliggende
                                    voorziening, zoals bedoeld in artikel 5, onderdeel e, van de
                                    wet, biedt het college een voorziening aan gericht op die
                                    arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>De in lid 1 bedoelde voorziening kan voor uitkeringsgerechtigden
                                    ondersteuning bij de voorbereiding of de start van een eigen
                                    bedrijf inhouden.</al></li><li nr="3."><al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het
                                    aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging
                                    gemaakt, welke ondersteuning of voorziening, gelet op de
                                    mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt, het meest
                                    doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vorm van de ondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ondersteuning wordt geboden door het aanbieden een traject of
                                    door het bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing
                                    naar andere instanties.</al></li><li nr="2."><al>Bij de inzet van reïntegratie-instrumenten wordt gekozen voor
                                    dat instrument dat beschikbaar is en dat adequaat en toereikend
                                    is voor het doel dat beoogd wordt.</al></li><li nr="3."><al>Reïntegratie-instrumenten die gericht zijn op de
                                    arbeidsinschakeling worden alleen ingezet als zonder die inzet
                                    het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk
                                    is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidsplan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt, ter nadere uitvoering van deze Verordening
                                    beleidsplannenvast waarin in ieder geval wordt aangegeven: - een
                                    omschrijving van de voorzieningen die het college biedt;- een
                                    omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende
                                    re-integratiedoelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Budget- en subsidieplafonds</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meer subsidie- of
                                    budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen.
                                    Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt
                                    een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke
                                    voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen
                                    dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Aanspraak en verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers, Nuggers alsmede personen als
                                    bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, hebben aanspraak
                                    op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het
                                    oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht
                                    op arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt voor de in lid 1 bedoelde Anw-ers en Nuggers
                                    nadere voorwaarden ten aanzien van het zich beschikbaar stellen
                                    voor de arbeidsinschakeling en stelt regels voor de financiële
                                    draagkracht om voor de ondersteuning in aanmerking te komen</al></li><li nr="3."><al>Het college kan, voordat besloten wordt tot een traject en/of
                                    tot de inzet van re-integratie instrumenten, een onderzoek
                                    (laten) doen naar de mogelijkheden van de klant en naar de
                                    geschiktheid van de re-integratie instrumenten of andere vormen
                                    van begeleiding ten behoeve van de klant.</al></li><li nr="4."><al>Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die
                                    gesteld zijn in deze verordening en in het in artikel 4 genoemde
                                    beleidsplan.</al></li><li nr="5."><al>Het college betrekt bij zijn oordeel over de noodzaak om een
                                    voorziening aan te bieden:a. de mogelijkheden tot
                                    arbeidsinschakeling van de klant;b. het re-integratieplan dat
                                    voor de klant is opgesteld;c. de beschikbaarheid van de
                                    benodigde voorziening of alternatieven daarvoor;d. de financiële
                                    middelen die beschikbaar zijn ten behoeve van de voorziening;e.
                                    de zienswijze van de klant.</al></li><li nr="6."><al>Het college gaat bij zijn oordeel over de noodzaak om een
                                    voorziening aan te bieden uit van een adequate voorziening die
                                    noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling van de klant.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan besluiten een voorziening niet langer aan te
                                    bieden, als naar het oordeel van het college:a. de voorziening
                                    niet langer noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling;b. de
                                    voorziening niet blijkt bij te dragen aan de
                                    arbeidsinschakeling; c. de klant onvoldoende medewerking
                                    verleent aan zijn/haar arbeidsinschakeling;d. het aanbieden van
                                    de voorziening anderszins niet (langer) noodzakelijk is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen van de klant</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een persoon die door het college een voorziening wordt
                                    aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken.</al></li><li nr="2."><al>De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden de
                                    verplichtingen na te komen die voortvloeien uit:- de wet,- de
                                    Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen,- deze verordening,- de
                                    verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening
                                    heeft verbonden.</al></li><li nr="3."><al>Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een
                                    voorziening niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan
                                    het college de uitkering verlagen overeenkomstig hetgeen
                                    hierover is bepaald in de Maatregelenverordening.</al></li><li nr="4."><al>Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die
                                    gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde
                                    in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening
                                    dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Criteria voor ontheffing van de plicht tot
                                arbeidsinschakeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan met inachtneming van artikel 9a lid 1 van de
                                    wet, onderscheidenlijk artikel 37a van de IOAW en de IOAZ
                                    bepalen dat aan de uitkeringsgerechtigde tijdelijk, geheel of
                                    gedeeltelijk ontheffing wordt verleend van de in artikel 9
                                    eerste lid van de wet, onderscheidenlijk artikel 37a van de IOAW
                                    en IOAZ genoemde verplichting, op basis van de door het college
                                    vast te beleidsregels.</al></li><li nr="2."><al>2. Het college betrekt in de beleidsregels of in het
                                    uitvoeringsbesluit in elk geval:a. de duur van een ontheffing;b.
                                    de plicht tot arbeidsinschakeling in relatie tot 1. (mantel)zorg
                                    aan familieleden in de eerste of tweede graad; 2. medische
                                    belemmeringen;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die
                                    voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening
                                    nadere verplichtingen verbinden.</al></li><li nr="2."><al>Door middel van beleidsregels kan het college voor de
                                    voorzieningen, bedoeld in de artikelen 10, 11 en 14 met
                                    inachtneming van hetgeen daarover reeds in deze verordening en
                                    eventueel in het beleidsplan is bepaald, nadere regels stellen.
                                    Deze regels kunnen ondermeer betrekking hebben op:a. de
                                    voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;b. de
                                    weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;c. de
                                    intrekking of wijziging van de subsidieverlening of –
                                    vaststelling;d. de aanvraag van en de besluitvorming over
                                    subsidies en premies;e. de betaling van subsidies en het
                                    verlenen van voorschotten; f. overige criteria voor het
                                    aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidie</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onbetaald werk</titel></kop><al>Het college kan de cliënt onbetaald werk aanbieden als onderdeel van een
                            traject gericht op arbeidsinschakeling of, als dat vooralsnog niet
                            mogelijk is, gericht op zelfstandige maatschappelijke participatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Werkervaringsbanen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de klant als onderdeel van een traject
                                    gericht op arbeidsinschakeling een werkervaringsbaan
                                    aanbieden.</al></li><li nr="2."><al>Het doel van de werkervaringsbaan is, door het opdoen van
                                    werkervaring in een dienstbetrekking, uitstroom naar een
                                    reguliere baan.</al></li><li nr="3."><al>Dit re-integratie instrument kan worden ingezet wanneer door het
                                    college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de
                                    klant op korte termijn een reëel perspectief heeft op regulier
                                    werk.</al></li><li nr="4."><al>De werkervaringsbaan duurt maximaal drie maanden. Bij
                                    uitzondering kan een vervolg van drie maanden worden aangeboden.
                                    De werkervaringsbaan kan worden gecombineerd met
                                    beroepsscholing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Loonkostensubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer na proefplaatsing een contract van minimaal zes maanden
                                    wordt aangeboden aan de uitkeringsgerechtigde, die hierdoor uit
                                    de uitkering komt, kan er een loonkostensubsidie worden
                                    verstrekt aan de werkgever.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt bij uitvoeringsbesluit nadere regels voor
                                    subsidies aan werkgevers ten aanzien van de duur van de
                                    subsidie, de hoogte van de subsidie, de wijze van
                                    bevoorschotting en de verplichtingen die aan de subsidie worden
                                    verbonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Concurrentieverhoudingen</titel></kop><al>Het college biedt de voorziening genoemd in artikel 12 alleen aan indien
                            door de plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden
                            beïnvloed en indien door plaatsing van de klant geen verdringing
                            plaatsvindt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overige voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de cliënt voorzieningen gericht op
                                    arbeidsinschakeling of participatie aanbieden, die niet tot de
                                    in hoofdstuk 4 genoemde voorzieningen behoren.</al></li><li nr="2."><al>De in het vorige lid bedoelde voorzieningen betreffen ondermeer:
                                    a. bemiddeling bij de arbeidsinschakeling;b. scholing; c.
                                    sociale activering.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Ondersteunende voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inkomstenvrijlating</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of
                                    aanvaardt, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder
                                    bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing
                                    zijnde norm, vindt vrijlating van inkomsten uit arbeid plaats
                                    zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder n van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Voor de uitkeringsgerechtigde alleenstaande ouder of
                                    alleenstaande ouder met een of meer meerderjarige kinderen, die
                                    arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt, waarin een inkomen wordt
                                    verworven dat minder bedraagt dan de voor de
                                    uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, vindt
                                    vrijlating van inkomsten uit arbeid plaats zoals bedoeld in
                                    artikel 31, tweede lid, onder r van de wet.</al></li><li nr="3."><al>De in de vorige leden genoemde vrijlating geldt niet indien door
                                    het college de vrijlating aan de uitkeringsgerechtigde werd
                                    verleend in een periode van zes maanden direct voorafgaande aan
                                    de datum van toekenning van de algemene bijstand of IOAW- of
                                    IOAZ-uitkering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan cliënten een vergoeding verstrekken voor
                                    noodzakelijke kosten die gemaakt zijn in het kader van de
                                    arbeidsinschakeling. Het gaat hierbij in ieder geval om:1.
                                    verhuiskosten,2. reiskosten,3. kosten voor kinderopvang.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bij uitvoeringbesluit regels stellen voor de
                                    wijze van aanvraag of verstrekking, de hoogte en de betaling van
                                    onkostenvergoedingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Voorzieningen gericht op nazorg</titel></kop><al>Het college kan aan bedrijven of organisaties waar een klant een
                            dienstbetrekking heeft aanvaard voorzieningen bieden gericht op
                            nazorg.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Afstemming en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Het opleggen van een maatregel en terugvordering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de uitkeringsgerechtigde die weigert deel te
                                    nemen, of in onvoldoende mate deelneemt aan een aangeboden
                                    voorziening, een maatregel opleggen conform hetgeen hierover is
                                    bepaald in de van toepassing zjinde Maatregelenverordening.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de kosten die gemaakt zijn voor een voorziening,
                                    dan wel de subsidie die daarvoor is verleend, terugvorderen van
                                    de klant die weigert deel te nemen, of in onvoldoende mate
                                    deelneemt aan een aangeboden voorziening.</al></li><li nr="3."><al>Indien de cliënt onjuiste of onvolledige informatie heeft
                                    verstrekt, waardoor de vergoeding dan wel de subsidie ten
                                    onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt, vordert het
                                    college de ten onrechte of teveel betaalde vergoeding of
                                    subsidie van de cliënt terug.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Reglingen i.v.m. wijziging WWB en intrekking WIJ</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Afwijkende bepalingen voor jongeren</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze verordening is bepaald, kunnen de
                            volgende voorzieningen bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van
                            de wet niet worden ingezet voor de arbeidsinschakeling van
                            belanghebbenden jonger dan 27 jaar:</al><al>a. onbeloonde additionele arbeid als bedoeld in artikel 10a van de
                            wet;</al><al>b. de voorzieningen bedoeld in artikel 31, vijfde lid van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Nadere regels en onvoorziene situaties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd hetgeen elders in deze verordening is bepaald, kan
                                    het college ten behoeve van de uitvoering van deze verordening
                                    nadere regels vaststellen.</al></li><li nr="2."><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist
                                    het college.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Overgangs- en invoeringsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Re-integratieverordening De
                            Wolden 2012”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2012. Per deze datum wordt de Re-integratieverordening De Wolden
                                    2011 ingetrokken</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Zuidwolde, 27 september 2012</ondertekening><ondertekening> De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening> griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> (mw. drs. I.J. Gehrke) (R.T. de Groot)</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Re-integratieverordenintg</titel></kop><al><vet>Algemene toelichting Re-integratieverordening </vet></al><al> De basis voor deze verordening is neergelegd in artikel 8, eerste lid onder a,
                    e en f WWB, artikel 10 WWB;artikel 35, lid 1 IOAW en artikel 35, lid 1
                    IOAZ.</al><al> Met de invoering van de WWB heeft de gemeente de verantwoordelijkheid gekregen
                    voor de ondersteuning van bijstandsgerechtigden, IOAW’ers, IOAZ’ers, ANW’ers en
                    Nuggers bij het zoeken naar werk. In de beleidsnota en de beleidsregels die naar
                    aanleiding hiervan opgesteld zijn, alsmede deze verordening, is het beleid van
                    de gemeente ten aanzien van de ondersteuning bij het zoeken naar werk
                    vastgelegd. Tevens is hierin de aanspraak van burgers op ondersteuning naar
                    reïntegratie geregeld.</al><al><vet>Wijzigingen per 1 januari 2012</vet></al><al> De wetswijzigingen in verband met de ‘Wet Aanscherping WWB’ maken aanpassing
                    van de re-integratieverordening noodzakelijk.</al><al> Het belangrijkste uitgangspunt van de regering is, dat er meer mensen aan het
                    werk moeten en dat mensen niet afhankelijk gemaakt mogen worden van een
                    uitkering. Werk is de basis voor zelfstandigheid, het benutten en ontwikkelen
                    van talenten en vaardigheden en de beste manier om uit de armoede te komen.</al><al> Er staan een drietal aanscherpingen in de wetswijziging voorop, te weten:</al><al> - nadruk op eigen verantwoordelijkheid; jongeren &amp;lt; 27 jaar worden
                    verplicht de eerste vier weken zelf naar werk te zoeken waarbij hij/zij ook de
                    mogelijkheden van reguliere scholing dient te onderzoeken. Pas na vier weken kan
                    een aanvraag worden ingediend.</al><al> - verder versterken van het activerende karakter en vangnetfunctie van de wet;
                    afschaffen van bijstand voor inwonenden en het vervangen van de toets op het
                    partnerinkomen door de toets op het huishoudinkomen.</al><al> - verscherpen van verplichtingen van mensen met een uitkering; een van de
                    belangrijkste punten hierbij is het opnemen van de wettelijke verplichting tot
                    het leveren van een tegenprestatie naar vermogen.</al><al> Deze verordening is met betrekking tot bovengenoemde aspecten aangepast, voor
                    het overige is de verordening inhoudelijk gelijk aan de oude
                    re-integratieverordening.</al><al/><al> In september 2012 is de verordening met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012
                    opnieuw gewijzigd. In het Begrotingsakkoord is afgesproken dat de toets op het
                    huishoudinkomen wordt afgeschaft. Daarbij is afgesproken dit met terugwerkende
                    kracht tot 1 januari 2012 te doen.Artikelsgewijze toelichting</al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al> Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wet
                    werk en bijstand.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Opdracht college</vet></al><al> Lid 1</al><al> De opdracht aan het college is vormgegeven analoog aan artikel 7 van de WWB.
                    Hiervoor is gekozen uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie. Tevens biedt
                    dit artikel de mogelijkheid om aan het college specifieke opdrachten mee te
                    geven.</al><al> In de WWB is in artikel 10, derde lid aangegeven dat de aanspraak op
                    voorzieningen alleen geldt voor die personen die ook daadwerkelijk inwoners van
                    de gemeente zijn, door middel van een verwijzing naar artikel 40, eerste lid van
                    de wet. Door deze verwijzing ook aan de opdracht aan het college te koppelen,
                    kan de gemeente aangeven voorzieningen alleen voor de eigen doelgroep in te
                    willen zetten.</al><al> Als voorliggende voorziening kunnen worden genoemd: de voorzieningen voor
                    inburgering van oud- en nieuwkomers zoals bedoeld in de Wet Inburgering
                    Nieuwkomers en de Regeling Inburgering Oudkomers, de voorzieningen zoals bedoeld
                    in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en de regelgeving uitgevoerd door
                    het UWV, waaronder de WAO en Wajong.</al><al> Op het moment dat de AOW-leeftijd omhoog gaat dan schuift de leeftijdsgrens van
                    65 jaar zoals die in dit artikel wordt gehanteerd uiteraard ook op conform de
                    dan geldende AOW-leeftijd.</al><al> Lid 2</al><al> Dit lid is opgenomen omdat het wenselijk kan zijn dat klanten, die op grond van
                    artikel 2 lid 3 van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004)
                    zich met behoud op het recht op algemene bijstand voorbereiden op de start van
                    een zelfstandig beroep of bedrijf, worden begeleid. Artikel 2 lid 3 sub b Bbz
                    2004 noemt als verplichting dat de klant dan verplicht is mee te werken aan
                    begeleiding door een derde.</al><al><vet>Artikel 3 Vorm van ondersteuning</vet></al><al> Lid 1</al><al> Ondersteuning hoeft niet altijd te bestaan uit een door derden uitgevoerde
                    diagnose, gevolgd door een vastgesteld traject met één of meerdere re-integratie
                    instrumenten. Als dat kan, kan worden volstaan met advies of doorverwijzing naar
                    andere instanties.</al><al> Lid 3</al><al> Re-integratie instrumenten worden alleen ingezet als zonder die inzet het
                    verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is. Re-integratie
                    moet de kortste weg naar arbeid zijn. Daarmee wordt niet alleen de tijd tussen
                    de inzet van het instrument en de werkaanvaarding bedoeld, maar ook de
                    inspanningen die het kost om dat doel te bereiken.</al><al> Alleen als arbeidsinschakeling binnen afzienbare termijn niet tot de
                    mogelijkheden behoort, kan zelfstandige maatschappelijke participatie een doel
                    van de inzet van re-integratie instrumenten zijn. Ook in dat geval geldt dat het
                    instrument beschikbaar moet zijn en dat het adequaat en toereikend moet zijn
                    voor het beoogde doel.</al><al> Het begrip algemeen geaccepteerde arbeid is een nieuw begrip. De Algemene
                    bijstandswet sprak over ‘passende arbeid’. Het is niet mogelijk een sluitende
                    definitie te geven van het begrip algemeen geaccepteerde arbeid, die vervolgens
                    voor alle klanten in alle situaties uniform toepasbaar is. Daarom wordt ten
                    behoeve van de uitvoeringspraktijk het begrip toegelicht aan de hand van de
                    literatuur:</al><al><cursief>Uit de Nota naar aanleiding van het verslag in het kader van het
                        wetsvoorstel WWB, par. 3.1.2.:</cursief></al><al> ‘De wijziging van het begrip ‘passende arbeid’’in ‘algemeen geaccepteerde
                    arbeid’ heeft een tweeledig doel. In de eerste plaats komt het accent
                    duidelijker te liggen bij snelle uitstroom uit de uitkering. In de tweede plaats
                    krijgt de gemeente meer ruimte voor het maken van eigen afwegingen. Bij deze
                    doelstellingen past geen sluitende definitie. Kern van de wijziging is dat alle
                    arbeid die maatschappelijk aanvaardbaar is, geaccepteerd moet worden.’</al><al> Uit de Memorie van Toelichting, Kamerstukken II, 2002-2003, 28870, nr. 3, p.
                    35:</al><al> · Algemeen geaccepteerde arbeid:</al><al> · (Ook) arbeid die iemand in het verleden niet eerder heeft verricht en waarmee
                    men geen affiniteit heeft.</al><al> · Er kunnen geen eisen gesteld worden aan de aansluiting van de arbeid aan het
                    opleidingsniveau, eerder opgedane werkervaring en </al><al> beloningsniveau.</al><al> · Arbeid van tijdelijke aard.</al><al> · Arbeid waarvoor verhuisd moet worden.</al><al> · Arbeid met een lange reistijd.</al><al> · Alle vormen van gesubsidieerde arbeid m.u.v. Wsw</al><al> · Niet algemeen geaccepteerde arbeid:</al><al> · Prostitutie.</al><al> · Werkzaamheden die ingaan tegen de lichamelijke integriteit van de
                    persoon.</al><al> · Dienstbetrekkingen in het kader van de Wsw.</al><al><cursief>Uit arbeids- en sociale zekerheidswetgeving:</cursief></al><al> · Welke afwegingen spelen een rol:</al><al> · Persoonlijke omstandigheden, zoals gezinssituatie, fysieke beperkingen en een
                    eventuele spanning tussen de aangeboden arbeid en </al><al> de geloofsovertuiging. </al><al> · Gewetensbezwaren voor zover deze zwaarwegend zijn en een onvermijdelijk
                    conflict opleveren met het te verrichten werk</al><al> · Niet algemeen geaccepteerde arbeid:</al><al> · Illegale arbeid.</al><al> · Arbeid tegen een loon lager dan de Wet minimumloon en vakantiebijslag
                    voorschrijft.</al><al/><al> De hierboven genoemde criteria en uitgangspunten zijn een richtsnoer om in
                    individuele situaties te kunnen beoordelen of beschikbare arbeid voor de
                    betrokken persoon als algemeen geaccepteerde arbeid moet worden beschouwd.</al><al><vet>Artikel 5 Subsidie- en budgetplafonds</vet></al><al> De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, een verdeling maken
                    van de middelen over de verschillende voorzieningen. Dit kan in het beleidsplan
                    gebeuren. Het uitgeput zijn van begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn
                    om aanvragen voor voorzieningen te weigeren. Om dat wel mogelijk te maken kan de
                    gemeente bij verordening subsidie- en budgetplafonds instellen.</al><al> De WWB stelt dat het ontbreken van financiële middelen alleen geen reden kan
                    zijn voor de afwijzing van een aanvraag. De gemeente dient dan na te gaan welke
                    andere, goedkopere alternatieven er beschikbaar zijn. Dit houdt dus is dat er
                    geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per voorziening
                    een plafond wordt ingebouwd. Dit laat de mogelijkheid open dat er naar een ander
                    instrument wordt uitgeweken.</al><al> Bij dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van het college om plafonds
                    in te stellen. Een mogelijkheid is dat bij de vaststelling van de plafonds wordt
                    verwezen naar de bedragen die in het beleidsplan of in de begroting voor de
                    verschillende voorzieningen worden gereserveerd.</al><al> Een budgetplafond geldt voor de overige uitgaven die het college doet in het
                    kader van voorzieningen. Een subsidieplafond geldt voor voorzieningen die
                    subsidies inhouden. Een subsidieplafond dient wel bekendgemaakt te worden vóór
                    de periode waarvoor deze geldt (art. 4:27 lid 1 Awb).</al><al/><al><vet>Artikel 6 Aanspraak op ondersteuning </vet></al><al> Lid 1</al><al> De WWB stelt niet zo expliciet dat de aanspraak op voorzieningen in de
                    verordening geregeld moet worden. Immers, het is ook al in de WWB zelf geregeld.
                    Eveneens uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie is ervoor gekozen een
                    algemene bepaling over de aanspraak op te nemen (eerste lid).</al><al> Ondersteuning bij de arbeidsinschakeling kan ook inhouden ondersteuning bij het
                    opzetten van een eigen bedrijf of het startend ondernemerschap. Zie ook artikel
                    2 lid 2.</al><al> Lid 2</al><al> Het tweede lid vindt zijn oorsprong in de Nota reïntegratie en werk die de raad
                    op 18 december 2003 vaststelde ( Hoofdstuk 2, §3.2, beleidsuitgangspunt 9). Op
                    grond hiervan stelde het college op 6 januari 2004 via voorstel punt 9 van het
                    Invoeringsbesluit WWB nadere eisen over het zich beschikbaar stellen en
                    financiële draagkracht van personen die tot deze doelgroep behoren. Dit uit
                    oogpunt van kostenbeheersing. Met dit artikellid is deze bevoegdheid van het
                    college eveneens in de verordening verankerd.</al><al> Lid 3</al><al> Het derde lid regelt dat voordat tot de inzet van re-integratie instrumenten
                    wordt besloten, een advies zal worden gevraagd van een bedrijf dat
                    gespecialiseerd is in diagnoses. Niet uitgesloten is dat het onderzoek zelf
                    wordt verricht. Eventueel kan na een zelf verricht onderzoek besloten worden
                    alsnog advies van derden in te winnen. Ook is denkbaar dat uit het eigen
                    onderzoek al blijkt dat een diagnose door derden en/of de inzet van
                    re-integratie instrumenten niet nodig is.</al><al> Lid 6</al><al> Onder een adequate voorziening wordt verstaan een voorziening die, afgezet
                    tegen de kosten en effectiviteit, het beste aansluit bij het reïntegratiedoel
                    dat voor de klant wordt beoogd. Zijn er meerdere adequate voorzieningen
                    mogelijk, dan wordt de goedkoopste gekozen.</al><al><vet>Artikel 7 Verplichtingen van de cliënt</vet></al><al> In de WWB en IOAW/Z is al uitgebreid aangegeven welke verplichtingen gelden bij
                    het recht op een uitkering. Wederom uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie
                    zijn in het eerste en tweede lid de verplichtingen conform de wet
                    geformuleerd.</al><al> Lid 3 en lid 4</al><al> Het derde lid biedt de verbinding met de van toepassing zijnde
                    Maatregelenverordening. Afhankelijk van de soort uitkering die iemand heeft is
                    de betreffende Maatregelverordening (bijv. WWB of IOAW/Z) van toepassing. Deze
                    verordeningen regelen het opleggen van een maatregel indien de
                    uitkeringsgerechtigde niet aan zijn verplichtingen voldoet. Deze maatregel
                    bestaat uit het verlagen van de uitkering met een bepaald percentage. Echter,
                    voor personen zonder uitkering, Anw-ers en personen in gesubsidieerde arbeid kan
                    de gemeente de uitkering niet verlagen als maatregel. Daarom is in het vierde
                    lid de mogelijkheid opgenomen dat in die gevallen de gemeente (een deel van) de
                    kosten die gemaakt zijn terug kan vorderen via een civielrechtelijke
                    procedure.</al><al><vet>Artikel 8 Criteria voor ontheffing van de plicht tot
                        arbeidsinschakeling.</vet></al><al> Lid 1 en 2</al><al> Dit artikel vindt zijn grond in artikel 9 lid 2 en lid 4 WWB en artikelen 37a
                    en 28 IOAW/IOAZ. In deze artikelleden is bepaald dat het college in geval van
                    dringende redenen tijdelijk ontheffing kan verlenen.</al><al> In artikel 9a van de WWB wordt nader ingegaan op de ontheffing tot de plicht
                    tot arbeidsinschakeling van alleenstaande ouders. Deze ontheffing is in de
                    nieuwe wetgeving gehandhaafd onder de voorwaarde dat het intrekken van de
                    ontheffing moet leiden tot het opleggen van een maatregel, In de
                    maatregelenverordening WWB 2012 wordt hier derhalve ook aandacht aan
                    besteed.</al><al> Het primaire uitgangspunt dat ontheffing alleen individueel en tijdelijk mag
                    worden verleend blijft onverminderd van kracht. Een dergelijke ontheffing kan
                    alleen worden verleend als er dringende redenen aanwezig zijn. Medische
                    belemmeringen zijn als zodanig geen aanleiding voor een ontheffing. Slechts in
                    het geval er objectiveerbare medische omstandigheden zijn waardoor een
                    bijstandsgerechtigde (tijdelijk) niet in staat is deel te nemen aan een
                    re-integratietraject, dan wel op grond waarvan moet worden aangenomen dat
                    arbeidsinschakeling (tijdelijk) geen realistisch perspectief is, kan het college
                    een individuele ontheffing verlenen.</al><al><vet>Artikel 9 Algemene bepalingen over voorzieningen</vet></al><al> In de lijn van het systeem van deze verordening strekt dit artikel ertoe enkele
                    zaken te regelen die te maken hebben met alle voorzieningen. Artikel 9 maakt het
                    mogelijk dat het college nadere beleids- of uitvoeringsregels stelt.</al><al><vet>Artikel 10 Onbetaald werk</vet></al><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al><vet>Artikel 11 Werkervaringsbanen</vet></al><al> Het doel van een werkervaringsbaan is, door het opdoen van werkervaring in een
                    dienstbetrekking, door te stromen naar een reguliere baan. In deze opzet is
                    sprake van werken met behoud van uitkering.</al><al><vet>Artikel 12 Loonkostensubsidie </vet></al><al> Lid 1</al><al> Conform het beleidsplan kan een werkgever een loonkostensubsidie ontvangen
                    wanneer na proefplaatsing een contract wordt aangeboden aan de
                    uitkeringsgerechtigde. Voorwaarden hierbij zijn:</al><al> - aanbieding van een contract van minimaal een half jaar;</al><al> - de uitkeringsgerechtigde geraakt hierdoor uit de uitkering.</al><al> Bij een jaarcontract biedt de gemeente een werkgever een loonkostensubsidie van
                    maximaal 4.000 euro. Bij een contract van minimaal zes maanden doch korter dan
                    een jaar, bedraagt de loonkostensubsidie maximaal 2.000 euro.</al><al> Lid 2</al><al> Dit lid geeft het college de bevoegdheid nadere regels te stellen over de
                    hoogte van de subsidie, de termijn, en de praktische uitvoering (aanvraag,
                    informatieverplichtingen, terugvordering, etc.).</al><al><vet>Artikel 13 Concurrentieverhouding</vet></al><al> Rekening houdende met Vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun 2204/2002
                    van de Europese Commissie is deze bepaling opgenomen. Een bepaling van de
                    EC-verordening is dat</al><al> - er geen sprake mag zijn van verdringing (vacatures mogen niet zijn ontstaan
                    door afvloeiing).</al><al> - de persoon op tenminste 12 maanden ononderbroken tewerkstelling moet kunnen
                    rekenen</al><al> - de regeling een individuele onderneming niet mag bevoordelen.</al><al> Dit geldt alleen voor private ondernemingen waaraan een loonkostensubsidie
                    wordt verleend. Voor zover er al sprake zou zijn van opgevulde vacatures door de
                    inzet van de werkervaringsbaan moet het college desondanks zich ervan
                    vergewissen dat er geen sprake van verdringing is. Dat kan door een verklaring
                    van de werkgever/organisatie waar de betrokkene de baan vervult.</al><al><vet>Artikel 15 Inkomstenvrijlating</vet></al><al> Lid 1</al><al> Door het amendement van Tweede Kamerlid Bruls is het mogelijk gemaakt de
                    inkomsten van uitkeringsgerechtigden die werken in deeltijd gedurende maximaal 6
                    aaneengesloten maanden gedeeltelijk vrij te laten. De vrijlating bedraagt
                    maximaal 25% van de inkomsten per maand, met een maximum zoals vastgesteld in
                    artikel 31 lid 2 sub n WWB of artikel 8 IOAW/IOAZ. Het doel van deze bepaling in
                    dit is volgens de wetgever de arbeidsinschakeling te bevorderen. De Wolden heeft
                    er voor gekozen deze vrijlating van inkomsten voor alle bijstandsgerechtigden te
                    laten gelden. Parttimewerk bevordert immers per definitie de
                    arbeidsinschakeling. Bovendien veroorzaakt het aanvaarden van parttime werk van
                    bijstandgerechtigden, door de verrekening van 75% van de inkomsten met een
                    maximum conform artikel 31 lid 2 sub n WWB, dat de gemeente minder uitkering
                    hoeft te verstrekken. Dit levert een besparing op van de uitgaven ten laste van
                    het inkomensdeel WWB.</al><al> Lid 2</al><al> Met de aanscherping van de WWB ingaande 1 januari 2012 is artikel 31, lid 2,
                    onder r opgenomen in de WWB. Het betreft een inkomensvrijlating voor de
                    alleenstaande ouder, of alleenstaande ouder met een of meer meerderjarige
                    kinderen die inkomsten uit arbeid geniet. Deze vrijlating sluit aan op de
                    vrijlating van 25% van de inkomsten die gedurende 6 maanden kan worden
                    toegepast. Na deze 6 maanden behoudt de alleenstaande ouder een
                    inkomstenvrijlating van 12,5% van de inkomsten per maand, met een maximum zoals
                    vastgesteld in artikel 31, lid 2, onder r van de wet gedurende een
                    aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden (de alleenstaande ouder kan
                    daarmee gedurende een periode van in totaal 36 maanden een inkomstenvrijlating
                    genieten).</al><al> Deze vrijlating is slechts van toepassing indien:</al><al> - sprake is van de volledige zorg voor een te laste komend kind tot 12
                    jaar;</al><al> - de periode van 6 maanden zoals bedoeld in artikel 31, lid 2 onder n WWB is
                    verstreken;</al><al> - de vrijlating naar het oordeel van het College bijdraagt aan de
                    arbeidsinschakeling;</al><al> - de alleenstaande ouder 27 jaar of ouder is.</al><al> Met de afschaffing van de huishoudinkomentoets met terugwerkende kracht tot 1
                    januari 2013 is dit artikel gewijzigd. De inkomensvrijlating op grond van
                    artikel 31 lid 2 onder r van de wet is niet meer van toepassing op de
                    alleenstaande ouder met een of meer meerderjarige kinderen.</al><al> Lid 3</al><al> Dit lid bepaalt dat cliënten die een korte periode algemene bijstand van de
                    gemeente De Wolden ontvangen en vervolgens, na een onderbreking van de
                    uitkeringsperiode door bijvoorbeeld werk, weer terugkomen in de uitkering niet
                    opnieuw voor 6 maanden recht op de vrijlating hebben. Dit recht ontstaat wel
                    weer als de uitkering 6 maanden of langer onderbroken is geweest.</al><al><vet>Artikel 16 (oud) Premies aan de klant</vet></al><al> Met ingang van 1 november 2011 vervalt artikel 16 en worden er geen premies
                    meer verstrekt. Daarom is dit artikel verwijderd uit deze verordening tezamen
                    met de wijzigingen die verband houden met de aanscherping van de WWB ingaande 1
                    januari 2012.</al><al><vet>Artikel 16 Overige vergoedingen</vet></al><al> Het is denkbaar dat de gemeente, ter stimulering van de arbeidsinschakeling,
                    besluit diverse kosten te vergoeden voor activiteiten die daaraan bijdragen. In
                    dit artikel zijn als voorbeelden genoemd reiskosten, verhuiskosten en kosten
                    voor kinderopvang, maar dat is geen limitatieve opsomming. Deze vergoedingen
                    mogen gelet op de aanscherping van de WWB ingaande 1 januari 2012 niet worden
                    ingezet voor jongeren onder de 27 jaar.</al><al><vet>Artikel 17 Voorzieningen gericht op nazorg</vet></al><al> Mede gezien de beperkte budgetten is het belangrijk ervoor te zorgen dat
                    cliënten na uitstroom niet na een korte periode terugvallen in de uitkering. De
                    gemeente kan ertoe besluiten veel aandacht te besteden aan nazorg, met als doel
                    een werkelijk duurzame plaatsing te realiseren. Bij dit artikel is ervan
                    uitgegaan dat nazorg geboden kan worden ná acceptatie van algemeen geaccepteerde
                    arbeid, dus niet bij de voorzieningen van een leerwerkstage, participatiebaan of
                    werkervaringsbaan. Bij deze voorzieningen maakt begeleiding en advisering
                    normaal gesproken al onderdeel uit van het traject.</al><al><vet>Artikel 18 Afstemming en terugvordering</vet></al><al> In dit artikel wordt het verband met de maatregelenverordeningen gelegd. Voor
                    degene die geen uitkering ontvangt, is de maatregelenverordeningen niet van
                    toepassing.</al><al> In het tweede en derde lid is daarom ten aanzien van
                    niet-uitkeringsgerechtigden bepaald dat verleende subsidie of gemaakte kosten in
                    geval van het in onvoldoende mate deelnemen aan een voorziening of het
                    verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie, kunnen worden
                    teruggevorderd. Het is van belang met niet-uitkeringsgerechtigden die een
                    traject volgen een overeenkomst te sluiten waarin de terugbetalingsplicht is
                    opgenomen. Een dergelijke overeenkomst laat echter onverlet dat het
                    terugvorderen van betalingen aan niet-uitkeringsgerechtigden altijd via de
                    civielrechtelijke weg dient te geschieden.</al><al><vet>Artikel 19 Afwijkende bepalingen voor jongeren</vet></al><al> Met het vaststellen van de verordening Werkleeraanbod WIJ heeft de Raad voldaan
                    aan de wettelijke opdracht om, middels een verordening, regels te stellen over
                    de inhoud van het werkleeraanbod. Door het intrekken van de WIJ zal daarmee van
                    rechtswege tevens de verordening Werkleeraanbod WIJ komen te vervallen. De
                    verordening Werkleeraanbod WIJ heeft een andere inhoud dan de
                    Re-integratieverordening WWB. Enerzijds is dit veroorzaakt door het afdwingbare
                    recht op ondersteuning middels een werkleeraanbod, anderzijds door de beperking
                    van het aantal ‘incentives’ dat gemeenten konden verstrekken aan jongeren die
                    gingen werken.</al><al> Bij deze beleidsarme overgang ten gevolge van de Wet Aanscherping WWB moet in
                    ieder geval worden geregeld dat voor jongeren de volgende ‘incentives’ niet tot
                    het re-integratie-instrumentarium behoren: inkomstenvrijlating, premies,
                    vrijlating van onkostenvergoedingen voor vrijwilligerswerk en plaatsing in
                    participatieplaatsen (conform artikel 31, lid 5 WWB).</al><al><vet>Artikel 20 (oud) Aanbesteding en uitbesteding</vet></al><al> De verplichting tot uitbesteding is sinds de invoering van de Wet werk en
                    bijstand per 1 januari 2006 verwijderd uit de WWB. Dit artikel is om die reden
                    verwijderd uit deze verordening.</al><al><vet>Artikel 20 Nadere regels en onvoorziene situaties</vet></al><al> Dit artikel maakt het mogelijk dat het college nadere regels kan stellen indien
                    dit voor de uitvoeringspraktijk noodzakelijk is. Ook kan het college
                    beslissingen nemen in situaties waarin de verordening niet voorziet.</al><al><vet>Artikel 21 Citeertitel</vet></al><al> Dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 22 Inwerkingtreding</vet></al><al> Ook dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 23 Overgangsrecht</vet></al><al> Voor een bepaalde groep blijft de huishoudinkomenstoets wel van kracht. Het
                    gaat daarbij om de groep die voordeel heeft van de huishoudinkomenstoets. Voor
                    deze groep wordt de huishoudinkomenstoets nog tot 1 januari 2013 toegepast. Dit
                    betekent dat het oorspronkelijke artikel 15 lid 1 van de
                    Re-integratieverordening De Wolden 2012 voor die groep nog van toepassing
                    is.</al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>