<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR5043_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen gehandicapten Steenwijk 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2007, 21</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen gehandicapten Steenwijk 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet voorzieningen gehandicapten, art. 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-09-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vervangen door de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenwijkerland 2007.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING VOORZIENINGEN GEHANDICAPTEN STEENWIJKERLAND 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><afdeling><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.39*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4.04*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="6.33*"/><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al><vet>de wet</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg);</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al><vet>ergonomische beperkingen</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>lichamelijke functionele beperkingen;</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al><vet>voorziening</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>een woonvoorziening, een vervoersvoorziening,
                                                  een rolstoel;</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al><vet>voorziening in natura</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>voorziening die in eigendom of in bruikleen
                                                  wordt verstrekt;</al></entry></row><row><entry><al>e.</al></entry><entry><al><vet>financiële tegemoetkoming</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>tegemoetkoming in de kosten van een
                                                  voorziening;</al></entry></row><row><entry><al>f.</al></entry><entry><al><vet>woonwagen</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>een voor bewoning bestemd gebouw als bedoeld in
                                                  artikel 1 van de Woningwet, dat is geplaatst op
                                                  een standplaats en dat in zijn geheel of in delen
                                                  kan worden verplaatst;</al></entry></row><row><entry><al>g.</al></entry><entry><al><vet>standplaats</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>een kavel als bedoeld in artikel 1 van de
                                                  Woningwet, bestemd voor het plaatsen van een
                                                  woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die
                                                  op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven,
                                                  andere instellingen of van gemeenten kunnen worden
                                                  aangesloten;</al></entry></row><row><entry><al>h.</al></entry><entry><al><vet>woonschip</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>een vaartuig als bedoeld in Boek 8 van het
                                                  Burgerlijk Wetboek;</al></entry></row><row><entry><al>i.</al></entry><entry><al><vet>ligplaats</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>een door de gemeente aangewezen ligplaats welke
                                                  door een woonschip wordt ingenomen;</al></entry></row><row><entry><al>j.</al></entry><entry><al><vet>hoofdverblijf</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>de woonruimte, bestemd en geschikt voor
                                                  permanente bewoning, waar de gehandicapte zijn
                                                  vaste woon- en verblijfplaats heeft en op welk
                                                  adres de gehandicapte in de gemeentelijke
                                                  basisadministratie persoonsgegevens staat
                                                  ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres
                                                  indien de gehandicapte met een briefadres is dan
                                                  wel zal staan ingeschreven in de gemeentelijke
                                                  basisadministratie;</al></entry></row><row><entry><al>k.</al></entry><entry><al><vet>woonruimte</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>een woonruimte als bedoeld in artikel 11, eerste
                                                  lid onder a van de Huursubsidiewet of waarvoor
                                                  zowel gebruikersbelasting als eigenarenbelasting
                                                  op grond van de Verordening onroerende
                                                  zaak-belastingen Steenwijkerland verschuldigd is
                                                  of op grond van de vermelding in de kadastrale
                                                  registratie als genothebbende krachtens eigendom,
                                                  bezit of beperkt recht verschuldigd zal zijn;</al></entry></row><row><entry><al>l.</al></entry><entry><al><vet>gemeenschappelijke ruimte</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende
                                                  tot de onderscheiden woningen, bestemd en
                                                  noodzakelijk om de woning van de gehandicapte
                                                  vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken en
                                                  ruimten die onder het gehuurde vallen en/of
                                                  waarvan de gehandicapte gebruik moet kunnen
                                                  maken;</al></entry></row><row><entry><al>m.</al></entry><entry><al><vet>uitraasruimte</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>een ruimte waarin een gehandicapte, die vanwege
                                                  een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag
                                                  vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan
                                                  komen;</al></entry></row><row><entry><al>n.</al></entry><entry><al><vet>woningaanpassing</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>een ingreep van bouw- of woontechnische aard,
                                                  die gericht is op het opheffen of verminderen van
                                                  beperkingen die een gehandicapte ondervindt bij
                                                  het normale gebruik van zijn woonruimte of het
                                                  realiseren van een uitraasruimte, waarvan de
                                                  kosten een bedrag van € 45.378,00 niet te boven
                                                  gaan. Onder woningaanpassing wordt tevens verstaan
                                                  aanpassing aan gemeenschappelijke ruimten die
                                                  noodzakelijk zijn om de individuele woning van de
                                                  gehandicapte te kunnen bereiken;</al></entry></row><row><entry><al>o.</al></entry><entry><al><vet>ergonomische belemmeringen</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>bouwtechnische of woontechnische belemmering,
                                                  die aantoonbaar in de weg staat aan het normale
                                                  gebruik van de woonruimte, welke belemmering
                                                  rechtstreeks ondervonden wordt als gevolg van
                                                  lichamelijk functionele beperkingen van de
                                                  belanghebbende, een en ander voor zover de
                                                  belemmering niet voortvloeit uit de aard van de
                                                  gebruikte materialen of de slechte staat van
                                                  onderhoud van de woonruimte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>forfaitaire vergoeding</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een bijdrage ineens die los van de werkelijke
                                                  kosten van een voorziening wordt verstrekt; </al></entry></row><row><entry><al>q.</al></entry><entry><al><vet>gemaximeerde vergoeding</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>een vergoeding in de kosten van een voorziening
                                                  die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt;
                                                </al></entry></row><row><entry><al>r.</al></entry><entry><al><vet>normbedrag</vet></al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>een forfaitaire of gemaximeerde vergoeding.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Voorwaarden voor verstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>deze in overwegende mate op de individuele gehandicapte
                                            is gericht;</al></li><li nr="b."><al>deze langdurig noodzakelijk is om diens beperkingen op
                                            het gebied van het wonen of zich binnen of buiten de
                                            woning verplaatsen op te heffen of te verminderen;</al></li><li nr="c."><al>deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de
                                            goedkoopst adequate voorziening kan worden
                                            aangemerkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager
                                            algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>voor zover op grond van enige andere wettelijke regeling
                                            aanspraak op de voorziening bestaat;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de ondervonden ergonomische belemmeringen in
                                            de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning
                                            gebruikte materialen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Besluitvorming, nadere regels en nadere voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover in deze verordening geen beperkingen zijn opgelegd
                                    zijn burgemeester en wethouders bevoegd tot alle besluitvorming
                                    ter uitvoering van deze verordening en de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen het Besluit financiële
                                    tegemoetkomingen voorzieningen gehandicapten Steenwijkerland
                                    vast alsmede voor de uitvoering van deze verordening
                                    noodzakelijke nadere besluiten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>WOONVOORZIENINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene omschrijving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Type woonvoorzieningen</titel></kop><al>De door burgemeester en wethouders te verstrekken
                                    woonvoorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="1."><al>een financiële tegemoetkoming in de kosten van:</al><lijst><li nr="a."><al>verhuizing en inrichting;</al></li><li nr="b."><al>woningaanpassing;</al></li><li nr="c."><al>woonvoorzieningen van niet-bouwkundige en
                                                  woontechnische aard;</al></li><li nr="d."><al>onderhoud, keuring en reparatie;</al></li><li nr="e."><al>tijdelijke huisvesting;</al></li><li nr="f."><al>huurderving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de, in het eerste lid,
                                            onder b en c bedoelde voorzieningen ook in natura
                                            verstrekken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Uitbetaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming in de kosten genoemd in artikel 2.1,
                                        eerste lid onder b, d en f wordt uitbetaald aan de eigenaar
                                        van de woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage in de kosten genoemd in artikel 2.1, eerste lid
                                        onder a, c en e wordt uitbetaald aan de hoofdbewoner van de
                                        woonruimte.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Het recht op een woonvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Het primaat van de verhuizing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een gehandicapte kan voor een financiële tegemoetkoming voor
                                        verhuis- en inrichtingskosten, als bedoeld in artikel 2.1,
                                        eerste lid onder a in aanmerking komen wanneer aantoonbare
                                        beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale
                                        gebruik van de woning belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gehandicapte kan voor een financiële tegemoetkoming in
                                        de kosten van woningaanpassing, als bedoeld in artikel 2.1,
                                        eerste lid onder b en c in aanmerking komen indien de in het
                                        eerste lid genoemde voorziening niet te realiseren is of
                                        niet de goedkoopst adequate oplossing is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een tegemoetkoming in de kosten van verhuizen wordt niet
                                        verstrekt indien de woning adequaat kan worden aangepast
                                        voor een bedrag lager dan € 2.722,68.</al><al>Indien de kosten van woningaanpassing worden begroot op
                                        minimaal € 2.722,68 en maximaal € 5.445,36 kan de
                                        gehandicapte kiezen tussen een tegemoetkoming in de kosten
                                        van verhuizing ad € 2.722,68 of een tegemoetkoming voor de
                                        kosten van de woningaanpassing tot maximaal € 5.445,36 .
                                        Indien de kosten van woningaanpassing worden begroot op een
                                        bedrag hoger dan € 5.445,36 dient de gehandicapte te
                                        verhuizen naar een reeds aangepaste woning, indien een
                                        dergelijke woning ten minste binnen een periode van zes
                                        maanden - te rekenen vanaf de dag na de verzenddatum van de
                                        beschikking met de voorlopige toekenning van de
                                        verhuiskostenvergoeding - beschikbaar komt. De gemeente
                                        beoordeelt of een woning geschikt is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien na de in het derde lid genoemde periode van zes
                                        maanden geen geschikte aangepaste woning is aangeboden,
                                        staat het aanvankelijke primaat van verhuizen een
                                        woningaanpassing van de huidige woning niet langer in de
                                        weg.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de gehandicapte een aangeboden geschikte woning niet
                                        accepteert, bedraagt de financiële tegemoetkoming voor de
                                        aanpassing van de huidige woning maximaal € 5.445,36. De
                                        tegemoetkoming wordt slechts verstrekt indien een adequate
                                        woningaanpassing is gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 8.1
                                        van deze verordening (hardheidsclausule) afwijken van het
                                        primaat van verhuizing ingeval zich bijzondere
                                        omstandigheden voordoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Beperking op het recht op een woonvoorziening</titel></kop><al>Een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1 wordt niet
                                    verleend indien en voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>de ondervonden belemmeringen voortvloeien uit de aard
                                            van de in de woonruimte gebruikte materialen of de
                                            slechte staat van onderhoud van de woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de gehandicapte zijn huidige woonruimte zonder recht of
                                            titel bewoont.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Woon- en verblijfsruimten waarvoor geen woonvoorzieningen
                                        worden verstrekt</titel></kop><al>De bepalingen van hoofdstuk 2 zijn niet van toepassing op het
                                    treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, woon- en
                                    leefgemeenschappen, communes, trekkerswoonwagens,
                                    bejaardenoorden of daarmee vergelijkbare tehuizen,
                                    vakantiewoningen, tweede woningen, kamerverhuur en
                                    onzelfstandige woonruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Beperking zeer dure woonvoorzieningen</titel></kop><al>Woonvoorzieningen waarvan de kosten gelijk zijn aan of meer
                                    bedragen dan het bedrag genoemd in artikel 5, eerste lid onder a
                                    van de wet worden niet verleend tenzij weigering van die
                                    voorziening, gelet op het belang dat de wet beoogt te
                                    beschermen, zou leiden tot onbillijkheden van overwegende
                                    aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Frequentie van woningaanpassingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel
                                        2.1, eerste lid onder b en c wordt geweigerd indien de
                                        noodzaak tot het treffen van deze woonvoorziening het gevolg
                                        is van een verhuizing, waartoe op grond van belemmeringen
                                        bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte
                                        of gebrek, geen aanleiding bestond en er geen andere
                                        belangrijke reden aanwezig was;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien
                                        de verhuizing plaatsvindt als gevolg van het aanvaarden van
                                        een werkkring in een andere gemeente, alsmede ten gevolge
                                        van gewijzigde omstandigheden zoals een verslechtering van
                                        de lichamelijke toestand van de gehandicapte.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden bij verlening van woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Hoofdverblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming in de gemaakte kosten indien de gehandicapte
                                        zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte
                                        waaraan de voorziening wordt getroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                        financiële tegemoetkoming worden verleend in de kosten van
                                        het aanpassen van één woonruimte indien de gehandicapte zijn
                                        hoofdverblijf heeft in een AWBZ-inrichting of een daaraan
                                        gelijkgestelde instelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag wordt ingediend in de gemeente waar de aan te
                                        passen woning staat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming bedoeld in het tweede lid wordt
                                        verleend onder de voorwaarde, dat de gemeente waar de
                                        gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft, verklaart dat haar
                                        niet bekend is dat ten behoeve van de gehandicapte reeds
                                        eerder een woning bezoekbaar is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming betreft slechts een
                                        tegemoetkoming in de kosten van het bezoekbaar maken van de
                                        in het tweede lid bedoelde woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onder het in het tweede lid genoemde bezoekbaar maken van de
                                        woonruimte wordt verstaan dat de gehandicapte de woonkamer
                                        en één toilet kan bereiken en gebruiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Aanvang werkzaamheden en inzicht in woning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                    tegemoetkoming indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet reeds een begin met de werkzaamheden, waarop de
                                            financiële tegemoetkoming betrekking heeft, is gemaakt
                                            zonder hun toestemming;</al></li><li nr="b."><al>de door hen aangewezen personen toegang is verstrekt tot
                                            de woonruimte waar de woningaanpassing wordt
                                            verricht;</al></li><li nr="c."><al>aan de onder b genoemde personen inzicht wordt geboden
                                            in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op
                                            de woningaanpassing;</al></li><li nr="d."><al>de onder b genoemde personen de gelegenheid is geboden
                                            tot het controleren van de woningaanpassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Gereedmelding woningaanpassing</titel></kop><lid><lidnr>1a.</lidnr><al>Na de voltooiing van de werkzaamheden in het kader van de
                                        voorziening als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder b
                                        maar uiterlijk binnen twaalf maanden na het verlenen van de
                                        financiële tegemoetkoming, verklaart de woningeigenaar aan
                                        burgemeester en wethouders dat de bedoelde werkzaamheden
                                        zijn voltooid.</al></lid><lid><lidnr>1b.</lidnr><al>De gereedmelding als bedoeld onder a gaat vergezeld van een
                                        verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is
                                        voldaan aan de voorwaarden waaronder de financiële
                                        tegemoetkoming is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en
                                        uitbetaling van de financiële tegemoetkoming.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Beperking in de verlening van woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Het verwerven van grond</titel></kop><al>Voor zover het treffen van voorzieningen, als bedoeld in artikel
                                    2.1 eerste lid onder b betreft het uitbreiden van bestaande
                                    woningen, dan wel het groter bouwen van een nieuw te bouwen
                                    woning dan zonder de voorzieningen nodig zou zijn, kunnen
                                    burgemeester en wethouders een bijdrage verlenen voor de extra
                                    te verwerven grond die ten hoogste overeenkomt van de bijdrage
                                    voor het aantal vierkante meters per vertrek en een gedeelte van
                                    de buitenruimte bij de woning, zoals vermeld in bijlage I van
                                    het Besluit financiële tegemoetkomingen voorzieningen
                                    gehandicapten Steenwijkerland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Woningaanpassingen van gemeenschappelijke ruimten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een financiële
                                        tegemoetkoming verlenen voor het treffen van voorzieningen
                                        aan een gemeenschappelijke ruimte indien zonder deze
                                        woningaanpassing de woonruimte voor de gehandicapte
                                        ontoegankelijk blijft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen financiële tegemoetkoming voor het treffen van
                                        voorzieningen in of aan een gemeenschappelijke ruimte kan
                                        worden verleend voor gebouwen en wooncomplexen, die bestemd
                                        zijn voor de huisvesting van ouderen of gehandicapten, welke
                                        na 1 januari 1995 zijn gebouwd of gerenoveerd, aangezien de
                                        in het 1e lid genoemde voorzieningen voor deze gebouwen en
                                        wooncomplexen als algemeen gebruikelijk beschouwd
                                        worden</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Aanpassingen van woonwagens, woonschepen en
                                    binnenschepen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Aanpassing woonwagen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                    tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonwagen
                                    indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal
                                            vijf jaar is;</al></li><li nr="2."><al>de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in
                                            aanmerking komt;</al></li><li nr="3."><al>de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag
                                            voor een woonvoorziening bij de gemeente op de
                                            standplaats stond en</al></li><li nr="4."><al>de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van
                                            een bewoningsvergunning als bedoeld in de
                                            Woningwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Aanpassing woonschip</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                    tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonschip
                                    indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de technische levensduur van het woonschip nog minimaal
                                            vijf jaar is;</al></li><li nr="2."><al>het woonschip nog minimaal vijf jaar op de ligplaats mag
                                            blijven liggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>Beperking in verband met levensduur woonwagen en
                                        woonschip</titel></kop><al>Indien de technische levensduur van de woonwagen of het
                                    woonschip minder dan vijf jaar is of de standplaats van de
                                    woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt of
                                    het woonschip niet ten minste nog vijf jaar op de ligplaats mag
                                    liggen, bedragen de maximale aanpassingskosten € 907,56.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>Aanpassing binnenschip</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                    tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een binnenschip
                                    indien de aanpassing betrekking heeft op het voor de schipper,
                                    de bemanning en hun gezinsleden bestemde gedeelte van het
                                    verblijf als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel V van
                                    het Binnenschepenbesluit (Stb. 1987, nummer 466) van een
                                    binnenschip dat:</al><lijst><li nr="1."><al>in het register, bedoeld in artikel 783 van Boek 8 van
                                            het Burgerlijk Wetboek als zodanig te boek is gesteld op
                                            de wijze omschreven in de maatregel teboekgestelde
                                            schepen 1992 en</al></li><li nr="2."><al>bedrijfsmatig wordt gebruikt, hetzij voor het vervoer
                                            van goederen, daarbij blijkens de meetbrief bedoeld in
                                            het Metingsbesluit binnenvaartuigen 1978 een
                                            laadvermogen van ten minste 15 ton hebbend of voor het
                                            vervoer van meer dan twaalf personen buiten de in de
                                            aanhef bedoelde.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Verhuis- en (her)inrichtingskosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17</nr><titel>Tegemoetkoming verhuis- en (her)inrichtingskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een financiële
                                        tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten als
                                        bedoeld in artikel 2.1, eerste lid sub a verstrekken
                                        aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de gehandicapte;</al></li><li nr="b."><al>een persoon, die op verzoek van de gemeente, ten
                                                behoeve van een gehandicapte de woonruimte, bestemd
                                                voor permanente bewoning, heeft ontruimd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten als
                                        bedoeld in het eerste lid, sub a indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de verhuizing niet heeft plaatsgevonden voordat
                                                burgemeester en wethouders op de aanvraag hebben
                                                beschikt, tenzij zij daar schriftelijk toestemming
                                                voor hebben verleend;</al></li><li nr="b."><al>de gehandicapte niet voor het eerst zelfstandig gaat
                                                wonen;</al></li><li nr="c."><al>de gehandicapte verhuist vanuit of naar een
                                                woonruimte die geschikt is om het hele jaar door
                                                bewoond te worden;</al></li><li nr="d."><al>de gehandicapte niet verhuisd is naar een
                                                AWBZ-inrichting of een verzorgingstehuis;</al></li><li nr="e."><al>in de te verlaten woonruimte belemmeringen zijn
                                                ondervonden, tenzij het een verhuizing naar een
                                                ADL-woning betreft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanspraak op de door burgemeester en wethouders
                                        toegekende financiële tegemoetkoming in de verhuis- en
                                        inrichtingskosten vervalt, indien de verhuizing en/of de
                                        ontruiming niet binnen een jaar na de verzenddatum van de
                                        toekenningbeschikking is geëffectueerd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Overige woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>Kosten in verband met onderhoud, keuring en
                                        reparatie</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                    tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie
                                    als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder d, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de woonvoorziening in het kader van deze verordening dan
                                            wel de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting
                                            Gehandicapten is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de woonvoorziening voorkomt op de in bijlage II van het
                                            Besluit financiële tegemoetkomingen voorzieningen
                                            gehandicapten Steenwijkerland, genoemde
                                            voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de gehandicapte ten tijde van het onderhoud, de keuring
                                            of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf bewoont, of
                                            indien de kosten betrekking hebben op een
                                            woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.12.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19</nr><titel>Kosten in verband met tijdelijke huisvesting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een financiële
                                        tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting
                                        verlenen die door de gehandicapte moeten worden gemaakt in
                                        verband met het aanpassen van:</al><lijst><li nr="a."><al>zijn huidige woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de door de gehandicapte nog te betrekken
                                                woonruimte;</al></li><li nr="c."><al>de financiële tegemoetkoming als bedoeld onder a en
                                                b wordt verleend uitsluitend voor de periode dat de
                                                aan te passen woonruimte ten gevolge van het
                                                realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan
                                                worden en de gehandicapte als gevolg daarvan voor
                                                dubbele woonlasten komt te staan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen maximaal zes maanden een
                                        financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke
                                        huisvesting als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.20</nr><titel>Huurderving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte,
                                        die voor meer dan € 2.722,68 is aangepast, kunnen
                                        burgemeester en wethouders een financiële tegemoetkoming
                                        verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met
                                        derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal zes
                                        maanden, waarbij de eerste maand huurderving niet voor een
                                        financiële tegemoetkoming in aanmerking komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts
                                        een bijdrage in de kosten van huurderving, als bedoeld in
                                        het eerste lid, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het leegkomen van de woning vooraf bij de gemeente
                                                is gemeld; </al></li><li nr="b."><al>de leegstand tenminste een maand duurt.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>VERVOERSVOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Algemene omschrijving</titel></kop><al>De door burgemeester en wethouders te verstrekken
                                vervoersvoorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorziening in natura in de vorm van:</al><lijst><li nr="1."><al>een al dan niet aangepaste gesloten
                                                buitenwagen;</al></li><li nr="2."><al>een open elektrische buitenwagen;</al></li><li nr="3."><al>een ander verplaatsingsmiddel;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>een financiële tegemoetkoming of een vergoeding in de kosten
                                        van:</al><lijst><li nr="1."><al>gebruik van het collectief systeem van aanvullend al
                                                dan niet openbaar vervoer; </al></li><li nr="2."><al>gebruik van een taxi of een eigen auto;</al></li><li nr="3."><al>gebruik van een rolstoeltaxi;</al></li><li nr="4."><al>aanschaf of gebruik van een ander
                                                verplaatsingsmiddel;</al></li><li nr="5."><al>medisch noodzakelijke begeleiding tijdens het
                                                vervoer;</al></li><li nr="6."><al>aanpassing van een eigen auto; </al></li><li nr="7."><al>onderhoud en/of reparatie van de onder a genoemde
                                                voorzieningen; </al></li><li nr="8."><al>accessoires bij de onder a sub 2 genoemde
                                                voorziening; </al></li><li nr="9."><al>aanpassingen aan de onder a genoemde
                                                voorzieningen.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>een combinatie van de onder a en b genoemde
                                        voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Het recht op een vervoersvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor een vervoersvoorziening komen gehandicapten in aanmerking,
                                    die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen van
                                    langdurige aard hebben, waardoor zij in redelijkheid niet in
                                    staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 800 meter binnen
                                    een redelijke tijd te overbruggen en geen gebruik kunnen maken
                                    van het reguliere openbaar vervoer, niet zijnde deur tot deur
                                    vervoer. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor vervoerskosten
                                    als bedoeld in artikel 3.1, onder b sub 1 tot en met 5 wordt
                                    vastgesteld aan de hand van de individuele vervoersbehoefte van
                                    de gehandicapte, voor zover de kosten hiervan beneden een door
                                    het college van burgemeester en wethouders vast te stellen
                                    maximumbedrag per jaar blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten einde de individuele vervoersbehoefte te bepalen dient de
                                    gehandicapte per kwartaal aan het college van burgemeester en
                                    wethouders een opgave te verstrekken van het aantal door
                                    hem/haar afgelegde kilometers en/of betalingsbewijzen over te
                                    leggen van de gemaakte vervoerskosten met het collectief
                                    vraagafhankelijk vervoer en/of taxi.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien echtgenoten of daarmee gelijk te stellen samenwonende
                                    personen beiden in aanmerking komen voor een financiële
                                    tegemoetkoming, wordt de maximale financiële tegemoetkoming voor
                                    ieder vastgesteld op 75% van het maximumbedrag per jaar van een
                                    enkele tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de gemaximeerde financiële
                                    tegemoetkoming in de vervoerskosten voor personen in een
                                    verzorgingshuis of gelijkwaardige huisvesting lager
                                    vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de gemaximeerde financiële
                                    tegemoetkoming in de vervoerskosten bij gebruik van een
                                    scootmobiel, driewielfiets of andere vervoersvoorziening lager
                                    vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de gemaximeerde financiële
                                    tegemoetkoming in de vervoerskosten ten behoeve van personen
                                    jonger dan twaalf jaar lager vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Training gebruik vervoersvoorziening</titel></kop><al>Wanneer blijkt dat een gehandicapte onvoldoende in staat is aan het
                                verkeer deel te nemen met een voorziening, als bedoeld in artikel
                                3.1, aanhef en onder a verlenen burgemeester en wethouders een
                                financiële tegemoetkoming in de kosten van een training.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel> ROLSTOELEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Algemene omschrijving</titel></kop><al>De door burgemeester en wethouders te verstrekken
                                rolstoelvoorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een rolstoel voor verplaatsing binnen, dan wel voor
                                        verplaatsing binnen en buiten de woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>een tegemoetkoming in de kosten van een sportrolstoel;</al></li><li nr="c."><al>een tegemoetkoming in de kosten van onderhoud en/of
                                        reparatie;</al></li><li nr="d."><al>een tegemoetkoming in de kosten van accessoires bij een
                                        rolstoel;</al></li><li nr="e."><al>aanpassingen aan een rolstoel;</al></li><li nr="f."><al>een combinatie van de onder a tot en met f genoemde
                                        voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Het recht op een rolstoel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een gehandicapte kan voor een rolstoel in aanmerking worden
                                    gebracht wanneer de aantoonbare beperkingen op grond van ziekte
                                    of gebrek dagelijks zittend verplaatsen in of om de woning
                                    noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond
                                    van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een onvoldoende
                                    oplossing bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In tegenstelling tot het gestelde in het eerste lid kan een
                                    gehandicapte in aanmerking voor een sportrolstoel worden
                                    gebracht indien hij zonder sportrolstoel niet in staat is tot
                                    sportbeoefening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Bruikleen of eigendom</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een rolstoel wordt in bruikleen verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In tegenstelling tot het gestelde in het eerste lid vindt de
                                    verstrekking van een sportrolstoel plaats in de vorm van een
                                    forfaitair bedrag, waarmee voor een periode van drie jaar een
                                    rolstoel aangeschaft en onderhouden kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Training elektrische rolstoel</titel></kop><al>Wanneer blijkt dat een gehandicapte onvoldoende in staat is aan het
                                verkeer deel te nemen met een elektrische rolstoel<vet>,
                                </vet>verlenen burgemeester en wethouders een financiële
                                tegemoetkoming in de kosten van een training.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>FINANCIËLE TEGEMOETKOMING EN FORFAITAIRE, DAN WEL GEMAXIMEERDE
                                VERGOEDINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Financiële tegemoetkomingen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van de financiële
                                tegemoetkomingen voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en
                                rolstoelen vast en neemt deze op in het “Besluit financiële
                                tegemoetkomingen voorzieningen gehandicapten Steenwijkerland”.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>II</nr><titel>PROCEDURES</titel></kop><afdeling><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>HET VERKRIJGEN VAN EEN VOORZIENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><al>Een aanvraag voor een voorziening dient te worden ingediend door
                                middel van een door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld
                                formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Gronden voor weigering</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de gevraagde voorzieningen in
                                ieder geval weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover de aanvraag een financiële tegemoetkoming betreft
                                        in kosten die de aanvrager voor het moment van beschikken
                                        heeft gemaakt of waartoe deze zich reeds voor deze datum
                                        onherroepelijk heeft verbonden;</al></li><li nr="b."><al>indien een middel als waarop de aanvraag betrekking heeft
                                        reeds eerder krachtens deze verordening is vergoed of
                                        verstrekt en de normale afschrijvingsduur voor dat middel
                                        nog niet is verstreken, tenzij het eerder vergoede of
                                        verstrekte middel geheel of gedeeltelijk verloren is gegaan
                                        als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn
                                        toe te rekenen;</al></li><li nr="c."><al>indien niet is voldaan aan de bepalingen van de wet en/of
                                        deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Bijzondere bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een financiële tegemoetkoming wordt verleend, wordt in de
                                    beschikking vermeld op welke kosten de tegemoetkoming betrekking
                                    heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een periodieke tegemoetkoming wordt verleend, wordt in de
                                    beschikking tevens vermeld: de geldingsduur, de
                                    uitkeringsmaatstaf, alsmede de voorschriften waaraan de
                                    rechthebbende dient te voldoen alvorens tot uitbetaling van de
                                    tegemoetkoming kan worden overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de geldingsduur niet in de beschikking is vermeld, wordt
                                    uitgegaan van een verstrekking van onbepaalde duur.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>VERPLICHTINGEN EN BEVOEGDHEDEN VAN RECHTHEBBENDE EN HET COLLEGE
                                VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Inlichtingen, onderzoek, advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, voor zover dit van
                                    belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op een
                                    voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door
                                            burgemeester en wethouders te bepalen plaats en tijdstip
                                            en hem te ondervragen;</al></li><li nr="b."><al>op een door burgemeester en wethouders te bepalen plaats
                                            en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen
                                            deskundigen te doen ondervragen en/of onderzoeken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen zonder advies van
                                    adviesinstanties tot een verstrekking of de verlening van een
                                    financiële tegemoetkoming overgaan wanneer zij naar hun oordeel
                                    beschikken over voldoende informatie om, rekening houdend met
                                    specifieke omstandigheden van het geval, op basis daarvan een
                                    verantwoorde beslissing kunnen nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vragen een daartoe door hen
                                    aangewezen adviesinstantie om advies omtrent de aard en de
                                    omvang van de aangegeven en ondervonden beperkingen, alsmede
                                    mogelijke oplossingen ter vermindering van deze beperkingen
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag naar verwachting om redenen van medische of
                                            ergonomische aard moet worden afgewezen;</al></li><li nr="b."><al>er onduidelijkheid bestaat over (het verloop van) het
                                            ziektebeeld en/of de daaruit voortvloeiende
                                            belemmeringen;</al></li><li nr="c."><al>burgemeester en wethouders dat overigens gewenst
                                            vinden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vragen het Regionaal Indicatie Orgaan
                                    (RIO) advies omtrent aanvragen om een woningaanpassing, waarvan
                                    de kosten meer dan € 20.420,11 zullen bedragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De externe adviseur dient te beschikken over kennis op de
                                    volgende gebieden:</al><lijst><li nr="a."><al>medische kennis op het niveau van een arts;</al></li><li nr="b."><al>sociale kennis;</al></li><li nr="c."><al>ergonomische kennis;</al></li><li nr="d."><al>technische kennis.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij een volgende aanvraag voor een voorziening hebben
                                    burgemeester en wethouders de bevoegdheid aan te geven dat
                                    opnieuw advies dient te worden uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een gehandicapte is verplicht aan burgemeester en wethouders of
                                    de door hen aangewezen adviesinstantie die gegevens te (doen)
                                    verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de
                                    aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Wijzigingen in de situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening in
                                bruikleen is verstrekt of aan wie een financiële tegemoetkoming is
                                verleend, is verplicht aan burgemeester en wethouders mededeling te
                                doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk
                                moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een
                                voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Intrekking van een besluit tot verlening van een
                                    voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een beschikking genomen op
                                    grond van deze verordening geheel of gedeeltelijk intrekken,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of
                                            krachtens deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de
                                            gegevens zodanig onjuist waren, dat, waren de juiste
                                            gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                            genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een voorziening welke bestaat uit
                                    het verlenen van een financiële tegemoetkoming, dan wel een
                                    gemaximeerde vergoeding, kan worden ingetrokken, indien blijkt
                                    dat de tegemoetkoming binnen zes maanden na de uitbetaling niet
                                    is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor deze
                                    was verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een voorziening in natura kan
                                    worden ingetrokken indien niet meer aan de bepalingen voor het
                                    recht op een voorziening wordt voldaan of indien de voorziening
                                    voor de gehandicapte niet langer noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede lid is niet van toepassing op het verlenen van
                                    onroerende woonvoorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een in natura verstrekte voorziening op grond van artikel
                                    7.3, derde lid van deze verordening is ingetrokken, kan de
                                    voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een voorziening op grond van artikel 7.3, tweede lid van
                                    deze verordening is ingetrokken, kan een reeds betaalde
                                    financiële tegemoetkoming worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorziening anderszins ten onrechte is verstrekt en de
                                    gehandicapte dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen, wordt de
                                    voorziening eveneens teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval een beschikking is ingetrokken omdat de voorziening
                                    verstrekt is op grond van onjuiste of onvolledige gegevens,
                                    kunnen de in verband met de voorziening gemaakte afschrijvingen
                                    en (administratieve) kosten worden teruggevorderd.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>III</nr><titel>SLOT</titel></kop><afdeling><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Afwijken van bepalingen/hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten
                                    gunste van de gehandicapte of de eigenaar van de woning afwijken
                                    van de bepalingen in deze verordening, indien de onverkorte
                                    toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende
                                    aard zou leiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorafgaande aan de toepassing van het eerste lid kunnen
                                    burgemeester en wethouders advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een bouwkundige woningaanpassing het bedrag van €
                                    45.378,00 te boven gaat, het orgaan bedoeld in artikel 9a van de
                                    Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten de noodzaak van deze
                                    aanpassing heeft vastgesteld en weigering van deze voorziening,
                                    gelet op het belang dat de wet beoogt te beschermen, zou leiden
                                    tot onbillijkheden van overwegende aard, kunnen burgemeester en
                                    wethouders, ondanks het gestelde in artikel 1, eerste lid onder
                                    n besluiten tot verstrekking van deze voorziening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr><titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                                    verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin
                                deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en
                                wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks de in het kader van deze
                                verordening geldende bedragen verhogen of verlagen conform de
                                ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de
                                Statistiek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.4</nr><titel>Cliëntenparticipatie</titel></kop><al>De gemeente Steenwijkerland zal bevorderen dat gebruikers van
                                Wvg-voorzieningen dan wel vertegenwoordigende organisaties van
                                ouderen en gehandicapten inspraak hebben ten aanzien van het beleid
                                ter uitvoering van de Wet voorzieningen gehandicapten en het
                                gehandicaptenbeleid in het algemeen. De wijze waarop dit wordt
                                vormgegeven wordt vastgelegd in de Verordening cliëntenparticipatie
                                integraal gehandicaptenbeleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.5</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening voorzieningen
                                    gehandicapten Steenwijkerland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking<noot id="d23537e1457"><noot.nr>*)</noot.nr><noot.al>Voor de inwerkingtreding van de verschillende
                                            artikelen of het vervallen daarvan, wordt verwezen naar
                                            de in de kop van deze verordening genoemde
                                            gemeentebladen.</noot.al></noot></al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>26 november 2004 GW</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>