<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50427_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening commissie bezwaarschriften</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wolder Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening commissie bezwaarschriften</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/volledig/geldigheidsdatum_17-09-2010#Opschrift">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelII/HoofdstukV/Artikel84/geldigheidsdatum_">Artikel 84 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005 - XX/9a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening commissie bezwaarschriften</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college en de burgemeester van de gemeente De Wolden;</al><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 6 december 2005;</al><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                        Gemeentewet;</al><al><vet>besluiten:</vet></al><al>ieder voor zover het zijn / haar bevoegdheid betreft, vast te stellen de
                        volgende verordening:</al><al><vet>Verordening commissie bezwaarschriften</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Naam</titel></kop><structuurtekst><al> Verordening commissie bezwaarschriften.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                    genomen;</al></li><li nr="b."><al>commissie: vaste commissie van advies voor de
                                    bezwaarschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op
                                    bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de
                                    burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften
                                    die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk
                                    voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende
                                    zaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit twee kamers, die belast worden met de
                                    behandeling van bezwaarschriften.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders stellen voor elke kamer vast welke
                                    categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen
                                    worden behandeld.</al></li><li nr="3."><al>Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden, te weten een
                                    voorzitter overeenkomstig artikel 7:13 Awb en tenminste twee
                                    leden.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter en de leden worden door burgemeester en wethouders
                                    benoemd, geschorst en ontslagen.</al></li><li nr="5."><al>De vervanging van de leden vind plaats tussen de kamers
                                    onderling.</al></li><li nr="6."><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris van een commissiekamer is een door het college
                                    aangewezen ambtenaar.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de
                                    secretaris aan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag
                                    van het aftreden van de raad.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment
                                    ontslag nemen.</al></li><li nr="3."><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                    blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
                                    voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                    aangetekend.</al></li><li nr="2."><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo
                                    spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden
                            voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter
                            van de commissie:</al><lijst><li nr="1."><al>artikel 2:1, tweede lid;</al></li><li nr="2."><al>artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
                                    termijn;</al></li><li nr="3."><al>artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
                                    tijdens de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="4."><al>artikel 7:4, tweede lid;</al></li><li nr="5."><al>artikel 7:6, vierde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle
                                    gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                    commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen
                                    zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen.
                                    Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van
                                    het college vereist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                    zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de
                                    gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten
                                    horen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                                    Awb.</al></li><li nr="3."><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te
                                    zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de
                                    belanghebbenden en het verwerend orgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan
                                    ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.</al></li><li nr="2."><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of
                                    het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter
                                    verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></li><li nr="3."><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk
                                    één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden
                                    en het verwerend orgaan meegedeeld.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
                                    wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd
                                    zijn in het eerste tot en met het derde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het
                            aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn
                            plaatsvervanger, aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                            behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in
                            het geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de
                                    commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of
                                    indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al></li><li nr="3."><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen
                                    aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting
                                    verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in relatie met artikel 3, lid
                                    2 van deze verordening besluiten, dat een kamer van de commissie
                                    permanent met gesloten deuren zitting heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de
                                    namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en
                                    weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren
                                    plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun
                                    gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord,
                                    maakt het verslag hiervan melding.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde
                                    bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                    secretaris van de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt
                                    opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                    voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere
                                    commissieleden dit onderzoek houden.</al></li><li nr="2."><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in
                                    afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en
                                    de belanghebbenden toegezonden.</al></li><li nr="3."><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                                    belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de
                                    nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek
                                    richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De
                                    voorzitter beslist op zo'n verzoek.</al></li><li nr="4."><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening
                                    die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over
                                    het door haar uit te brengen advies.</al></li><li nr="2."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                    brengen advies. Indien bij een stemming de stemmen staken,
                                    beslist de stem van de voorzitter. Van een minderheidsstandpunt
                                    wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat
                                    verlangt.</al></li><li nr="3."><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                    beslissing op het bezwaarschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                    commissie ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld
                                    in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere
                                    informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het
                                    bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te
                                    beslissen.</al></li><li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de
                                    termijn van 10 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid,
                                    van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen
                                    van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het
                                    verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen.</al></li><li nr="3."><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                                    belanghebbenden een afschrift.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening bezwaar- en beroepschriften gemeente De Wolden 2001,
                            vastgesteld op 26 april 2001 wordt ingetrokken per het tijdstip van
                            inwerkingtreding van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van haar bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie
                            bezwaarschriften.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente De Wolden in zijn vergadering van
                        22 december 2005.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van De Wolden;</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>De burgemeester van De Wolden,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel/></kop><al><vet>Artikelsgewijze toelichting op de Modelverordening commissie
                        bezwaarschriften.</vet></al><al>In de aanhef van de regelgeving is bepaald dat de bestuursorganen van de
                    gemeente, de raad, het college en de burgemeester, ieder voor zover het hun
                    bevoegdheden betreft, besluiten de verordening vast te stellen. Duidelijk is dat
                    de raad de verordende bevoegdheid heeft. Het college en de burgemeester hebben
                    deze bevoegdheid niet, maar nemen hiermee het besluit tot instellen van de
                    commissie bezwaarschriften. Op deze manier is het mogelijk dat de
                    bestuursorganen samen een en dezelfde commissie instellen om te adviseren op
                    bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. De
                    ondertekening gebeurt eveneens door de drie bestuursorganen.</al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepaling</vet>In dit artikel zijn slechts die
                    begripsbepalingen opgenomen die niet in de Awb voorkomen. Zo ontbreekt er een
                    omschrijving van het begrip 'bestuursorgaan' hoewel dat op meerdere plaatsen in
                    de verordening voorkomt. Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                    genomen, wordt in de verordening aangeduid als 'verwerend orgaan'. Dit kan de
                    gemeenteraad betreffen, het college van burgemeester en wethouders, de
                    burgemeester of een commissie waaraan via delegatie bepaalde bevoegdheden van de
                    hiervoor genoemde bestuursorganen zijn overgedragen.</al><al><vet>Artikel 2 Inleidende bepaling commissie</vet>In de algemene toelichting is
                    de keuze ver(ant)woord voor het horen en adviseren door een gemeentelijke
                    commissie. Deze commissie wordt via deze inleidende bepaling als zodanig
                    geïntroduceerd. In artikel 1:5 van de Awb is omschreven wat onder het maken van
                    bezwaar dient te worden verstaan.Uiteraard is het tweede lid een facultatieve
                    bepaling. Denkbaar is dat van de hier geboden mogelijkheid gebruik wordt gemaakt
                    voor die bezwaarschriften die betrekking hebben op een zo specifieke materie of
                    voor onderwerpen waarover zulke grote aantallen bezwaarschriften te verwachten
                    zijn dat het wenselijk is daarvoor een andere methodiek van horen en adviseren
                    te hanteren. Hierbij kan gedacht worden aan sociale zaken, belastingzaken en
                    WOZ-zaken. Over de twee laatstgenoemde zaken dient opgemerkt te worden dat de
                    Algemene wet inzake rijksbelastingen en de WOZ afwijkende of aanvullende
                    bepalingen bevatten over beslistermijnen, het horen en de geheimhouding. In
                    verband hiermee hebben wij ervoor gekozen ze in elk geval uit te zonderen.</al><al><vet>Artikel 3 Samenstelling van de commissie</vet>In het eerste en het tweede
                    lid is de situatie vastgelegd, zoals die in De Wolden al geruime periode werkt.
                    Er is geen aanleiding hierin wijziging aan te brengen. In de zgn. algemene kamer
                    worden bezwaarschriften behandeld, die betrekking hebben op bijv.
                    omgevingszaken, subsidies/bijdragen en verkeerszaken. De zgn. sociale kamer
                    behandelt besluiten die binnen de sociale wetgeving vallen en
                    personeelsaangelegenheden. De sociale kamer vergadert regulier met gesloten
                    deuren.Het derde lid verwijst naar het bepaalde in artikel 7:13 van de Awb.Door
                    de bepaling in het vierde lid delegeert de raad de benoeming van commissieleden
                    aan het college.Voor de samenstelling van een commissie voor bezwaarschriften ex
                    artikel 7:13 Awb gelden niet de eisen van artikel 7:5 Awb (Raad van State,
                    31-5-99, JG 1999/179).</al><al><vet>Artikel 4 Secretaris</vet>Hoewel in de Awb nergens over een secretaris
                    wordt gesproken, is het gebruikelijk dat een commissie beschikt over een
                    secretaris ter ondersteuning van de werkzaamheden.</al><al><vet>Artikel 5 Zittingsduur</vet>Het eerste lid spreekt voor zich. Er is voor
                    gekozen om de zittingsduur gelijk te trekken aan een raadsperiode.Een lid kan
                    bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Het kan ook een
                    later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van lopende
                    zaken betrokken te kunnen zijn. De bepaling van het derde lid is van orde. Een
                    ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden ook feitelijk de functie te blijven
                    vervullen.</al><al><vet>Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift</vet>Dit artikel spreekt voor zich.In de
                    Awb wordt uitgebreid aandacht geschonken aan de wijze waarop een bezwaarschrift
                    ingediend moet worden en de daarmee samenhangende ontvankelijkheidvragen.
                    Hieronder wordt beknopt aangegeven welke onderwerpen in de Awb aan de orde
                    komen:a. Vereisten te stellen aan het bezwaarschrift (artikel 6:5).b. De
                    indieningtermijn (artikel 6:7 tot en met 6:12):</al><lijst><li nr="1."><al>De indieningtermijn bedraagt zes weken (artikel 6:7).</al></li><li nr="2."><al>De indieningtermijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het
                            besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt (artikel 6:8).</al></li><li nr="3."><al>De ontvangsttheorie (artikel 6:9, eerste lid) of een combinatie van de
                            2</al></li><li nr="4."><al>Regeling voor de ontvankelijkheid van te vroeg of te laat ingediende
                            bezwaarschriften (artikel 6:10 en 6:11).</al></li><li nr="5."><al>Bezwaar dat gericht is tegen het niet-tijdig nemen van een besluit, is
                            niet aan een termijn gebonden (artikel 6:12).</al></li></lijst><al>c. De procedure na ontvangst van een bezwaarschrift (artikel 6:14 tot en met
                    6:15):</al><lijst><li nr="1."><al>Schriftelijk bevestigen van de ontvangst door het orgaan waarbij het
                            bezwaarschrift is ingediend. Hierbij kan worden vermeld dat een
                            commissie over het bezwaar zal adviseren. Dit kan ook in een later
                            stadium: zie ook de opmerkingen in paragraaf 3 onder ambtelijke
                            commissie (artikel 6:14).</al></li><li nr="2."><al>Doorzendplicht (artikel 6:15).</al></li></lijst><al>Over de ontvangstbevestiging wordt nog opgemerkt dat naast verzending per post
                    ook uitreiking van een ontvangstbewijs in aanmerking komt. Het ontvangstbewijs
                    kan samenvallen met de mededeling aan de indiener dat hij in de gelegenheid
                    wordt gesteld te worden gehoord, mits de mededeling spoedig na de ontvangst van
                    het bezwaarschrift kan worden gedaan.</al><al>Het verdient aanbeveling om bij grensgevallen naast aantekening van de datum van
                    ontvangst op het bezwaarschrift, de envelop waarin het is verzonden te bewaren.
                    Dit is gezien het belang van de datum van de poststempel en ter voorkoming van
                    onnodige geschillen over de ontvankelijkheid (zie artikel 6:9 Awb). Een per fax
                    verzonden bezwaarschrift dient vóór 24.00 uur van de laatste dag van de termijn
                    te zijn ingediend. Op grond van jurisprudentie moet het faxen zijn aangevangen
                    vóór 24.00 uur. Het risico van storingen in zowel de zendende als de ontvangende
                    faxapparatuur is voor de verzender (ABRS 16 mei 2000, AB 00/325). Een
                    bezwaarschrift verzenden per e-mail is (nog) niet mogelijk. Er is een
                    voorontwerp van wet om de Awb te wijzigen opdat e-mailverkeer mogelijk wordt
                    (Wet elektronisch bestuurlijk verkeer). Wordt een bezwaarschrift per e-mail
                    ingediend, dan dient u de verzender op de hoogte te brengen van het feit dat dit
                    wettelijk nog niet mogelijk is en de verzender te verzoeken het bezwaarschrift
                    alsnog op de voorgeschreven wijze te versturen. Een per e-mail ingediend
                    bezwaarschrift kan niet automatisch niet-ontvankelijk worden verklaard.</al><al>Het aantekenen van de datum van ontvangst wordt in artikel 6:15 Awb
                    uitdrukkelijk voorgeschreven indien het bezwaarschrift wordt ingediend bij een
                    onbevoegd bestuursorgaan of een onbevoegde administratieve rechter. Dit heeft
                    betekenis voor de vraag of het geschrift tijdig bij de bevoegde instantie is
                    ingediend. Ingevolge het derde lid van artikel 6:15 Awb dient namelijk de
                    bevoegde instantie het doorgezonden geschrift als tijdig ingediend te beschouwen
                    indien de indiening bij de onbevoegde instantie tijdig is geschied, tenzij
                    belanghebbende kennelijk misbruik heeft gemaakt van zijn procesrecht (derde lid,
                    zoals gewijzigd bij de Eerste evaluatiewet Awb, in werking getreden op 1 april
                    2002). Hiervan is bijvoorbeeld sprake als belanghebbende bij herhaling willens
                    en wetens een bezwaarschrift bij het verkeerde bestuursorgaan indient. Wanneer
                    het derde lid geen toepassing vindt, is de ontvangst bij het bevoegd orgaan
                    beslissend. Er zal dan meestal sprake zijn van verwijtbaar handelen van de
                    indiener die daarvoor zelf het risico loopt. In beginsel moet doorzending binnen
                    twee weken plaatsvinden. Gebeurt dit niet, dan komt dit niet voor risico van
                    belanghebbende.</al><al>Met dit artikel wordt de daadwerkelijke behandeling van een ingediend
                    bezwaarschrift door de commissie gestart. In verband met de voor de afhandeling
                    geldende termijn verdient het aanbeveling aan het hier gestelde (zo spoedig
                    mogelijk) ook daadwerkelijk te voldoen.</al><al>De in artikel 7:13, tweede lid, bepaalde melding dat een commissie over het
                    bezwaar zal adviseren, is van belang omdat hierdoor de beslistermijn van zes
                    weken wordt verlengd tot 10 weken met een verdagingsmogelijkheid van vier weken
                    (artikel 7:10). Wellicht ten overvloede wordt hier opgemerkt dat het aanbeveling
                    verdient indieners al in een zo vroeg mogelijk stadium op de hoogte te brengen
                    van de te volgen procedure.</al><al><vet>Artikel 7 Uito</vet><vet>efening bevoegdheden</vet>Ingevolge artikel 7:13
                    Awb beslist de commissie over onder andere de toepassing van artikel 7:4, zesde
                    lid, en 7:5, tweede lid. Dit uitdrukkelijke voorschrift maakt het niet mogelijk
                    dat deze bevoegdheid door de voorzitter (of een ander lid) van de commissie
                    wordt uitgeoefend. De hiervoor aangehaalde bepalingen zijn in dit artikel dan
                    ook niet genoemd.De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de
                    Awb luiden als volgt.</al><al><vet>Artikel 2:1, tweede lid</vet>Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een
                    schriftelijke machtiging verlangen.<vet>Toelichting:</vet>Deze bepaling is
                    facultatief geformuleerd: de voorzitter is dan ook vrij al dan niet van deze
                    bevoegdheid gebruik te maken.</al><al><vet>Artikel 6:6</vet>Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander
                    bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of
                    beroep, kan dit niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de
                    gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe
                    gestelde termijn.<vet>Toelichting:</vet>De termijn waarbinnen het verzuim dient
                    te worden hersteld, wordt vastgesteld door de voorzitter. Er is van afgezien in
                    de verordening een vaste termijn daarvoor op te nemen omdat het niet goed
                    mogelijk is in algemene zin voor alle gevallen aan te geven hoe lang deze
                    termijn zou moeten zijn. Uitgangspunt is wel dat er sprake moet zijn van een
                    redelijke termijn (in de meeste gevallen kan met een termijn van twee weken na
                    het einde van de bezwaartermijn worden volstaan). Enerzijds moet de indiener een
                    reële mogelijkheid worden geboden het geconstateerde verzuim te herstellen;
                    anderzijds moet het niet zo zijn dat door een langere termijn de procedure wordt
                    vertraagd. Uit jurisprudentie over belastingen valt af te leiden dat na het
                    bieden van een hersteltermijn, bij of na afloop van die termijn ook nog
                    gerappelleerd dient te worden.</al><al>Een zorgvuldige formulering van de brief waarin gewezen wordt op het verzuim en
                    waarin de termijn wordt gesteld waarbinnen het verzuim moet worden hersteld, is
                    noodzakelijk. Er zal duidelijk aangegeven moeten worden welke consequentie
                    verbonden is aan het niet-voldoen aan deze verplichting. Dit volgt ook uit de
                    facultatieve wijze waarop artikel 6:6 is geformuleerd voor het gevolg van het in
                    verzuim zijn: het bezwaarschrift 'kan' niet-ontvankelijk worden verklaard. De
                    uiteindelijke beslissing ligt dus bij het bestuursorgaan.</al><al>Overigens zal niet zonder meer geconcludeerd mogen worden dat er in zo'n
                    situatie sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaarschrift waardoor -
                    ingevolge artikel 7:3 Awb - van het horen kan worden afgezien.</al><al>Ten slotte wordt hier gewezen op artikel 7:10 van de Awb waarin voorschriften
                    zijn opgenomen voor de termijn waarbinnen op een ingediend bezwaarschrift dient
                    te worden beslist. De beslistermijn wordt namelijk opgeschort met ingang van de
                    dag waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 Awb te
                    herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde
                    termijn ongebruikt is verstreken.</al><al><vet>Artikel 6:17</vet>Indien iemand zich laat vertegenwoordigen, zendt het
                    orgaan dat bevoegd is op het bezwaar te beslissen, de op de zaak betrekking
                    hebbende stukken in elk geval aan de gemachtigde.<vet>Toelichting:</vet>Deze
                    bepaling spreekt voor zich. Voor zover het de behandeling door de commissie
                    betreft, ligt deze taak bij de voorzitter.Het is niet nodig om in de bezwaarfase
                    ook de stukken aan de vertegenwoordigers van de belanghebbende toe te zenden die
                    zijn geproduceerd in de fase tussen de aanvraag en het primaire besluit (CRvB 24
                    juni 1997, JB 1997/196).Artikel 7:4, vierde lid Awb staat toe om leges te heffen
                    voor het verstrekken van afschriften van de desbetreffende stukken aan de
                    gemachtigde van een belanghebbende (HR 20 september 2000, JG 2001/30).</al><al><vet>Artikel 7:4, tweede lid</vet>Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en
                    alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen
                    gedurende ten minste één week voor belanghebbenden ter inzage.
                        <vet>Toelichting:</vet>Het inzagerecht is als een van de fundamentele
                    waarborgen voor een goed verlopende bezwaarschriftprocedure te beschouwen. Het
                    maakt het principe van hoor en wederhoor mogelijk. Het is gekoppeld aan de
                    hoorzitting: wordt er niet gehoord, dan is er ook geen sprake van een verplichte
                    ter inzage legging.</al><al>Stukken toezenden hoeft niet, maar een verzoek van een belanghebbende om stukken
                    in te zien mag niet beperkt blijven tot de termijn van ter inzage legging (Rb.
                    Amsterdam, 8 augustus 1995, Awb katern 1996, 19).</al><al><vet>Artikel 7:6, vierde lid</vet>Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek
                    van een belanghebbende, toepassing van het derde lid achterwege laten, voorzover
                    geheimhouding om gewichtige redenen is geboden [...].</al><al>Het derde lid van dit artikel luidt:</al><al>Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder van hen op de
                    hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn
                    aanwezigheid.</al><al><vet>Artikel 8 Vooronderzoek</vet>Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de
                    commissie er zorg voor dient te dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om
                    de behandeling van het bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden. Dat geldt
                    zowel intern bij de gemeente - hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste
                    inlichtingen in te winnen - als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de
                    klager in contact te treden om nadere informatie in te winnen of bijvoorbeeld
                    hem bij kennelijke niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het
                    bezwaarschrift in te trekken.</al><al>De activiteiten van de commissie of haar voorzitter bij de voorbereiding van de
                    te behandelen zaken kunnen kosten meebrengen. Daarbij vallen gewone en
                    bijzondere kosten te onderscheiden. Bij gewone kosten valt te denken aan
                    bijvoorbeeld de vergoedingen voor de leden. Het inschakelen van externe
                    deskundigen zal bijzondere kosten meebrengen. Deze kosten komen ten laste van de
                    gemeentebegroting. Normaal gesproken is er in de begroting voorzien in de
                    normale kosten van een commissie. Dat kan anders liggen als het om bijzondere
                    kosten gaat.</al><al>Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting, ligt het
                    voor de hand dat bijzondere kosten niet gemaakt worden voordat dat college de
                    gelegenheid heeft gehad dit te toetsen aan een begrotingspost. Om deze reden is
                    in deze bepaling voor de kosten voor getuigen of deskundigen een machtiging
                    vooraf geïntroduceerd. Uiteraard mag het niet zo zijn dat het college door zo'n
                    toetsing het werk van de commissie frustreert en haar onafhankelijke positie
                    daardoor aantast.</al><al>In dit verband verdient ook artikel 3:7 Awb aandacht. Daarin is bepaald dat het
                    bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, al dan niet op verzoek, de
                    gegevens ter beschikking stelt aan de adviseur die nodig zijn voor een goede
                    vervulling van diens taak.Uit de hier gebezigde formulering volgt dat het ter
                    beoordeling van het bestuursorgaan blijft welke gegevens dat zullen zijn. Uit de
                    aard van het advies van de commissie vloeit evenwel voort dat dit alle op de
                    zaak betrekking hebbende gegevens zullen zijn. De commissie zal immers geen
                    afgewogen oordeel kunnen uitbrengen indien gegevens worden achtergehouden.</al><al><vet>Artikel 9 Hoorzitting</vet>Voor het bepaalde in het eerste lid: zie de
                    toelichting op artikel 10 van deze verordening.Artikel 7:3 van de Awb geeft aan
                    in welke gevallen van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien. Voor
                    een ingediend bezwaarschrift is dat indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;</al></li><li nr="b."><al>het bezwaar kennelijk ongegrond is;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het
                            recht te worden gehoord, of</al></li><li nr="d."><al>aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                            belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden
                            geschaad.</al></li></lijst><al><vet>Ad d.</vet>Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het
                    bezwaar van appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met
                    de voorzitter van de commissie contact opneemt. In dit verband wordt ook gewezen
                    op artikel 6:18 en 6:19 Awb. In artikel 6:18 gaat het over het tijdens het
                    aanhangig zijn van bezwaar intrekken of wijzigen van het bestreden besluit. In
                    artikel 6:19 wordt bepaald dat indien een bestuursorgaan zo'n intrekkings- of
                    wijzigingsbesluit heeft genomen, het bezwaar geacht wordt mede gericht te zijn
                    tegen het nieuwe besluit tenzij dat besluit geheel tegemoetkomt aan het
                    bezwaar.</al><al>De bevoegdheid om van het horen af te zien wordt door de verordening toegekend
                    aan de voorzitter van de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het
                    bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook
                    niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid, waarin onder andere is
                    bepaald dat de commissie, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is
                    bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3.</al><al>Het bepaalde in het derde lid spreekt voor zich. Daarnaast zal in het
                    uiteindelijk uit te brengen advies hier nogmaals op teruggekomen moeten worden.
                    Dat is noodzakelijk omdat ingevolge artikel 7:12 Awb bij de beslissing op een
                    bezwaarschrift, indien van het horen is afgezien, aangegeven moet worden op
                    welke grond dat is geschied.</al><al><vet>Artikel 10 Uitnodiging zitting</vet>Ingevolge het eerste lid van deze
                    bepaling wordt ook het verwerend orgaan uitgenodigd voor de zitting. Het is van
                    groot belang dat dit orgaan zich ook ter zitting laat vertegenwoordigen. Daarmee
                    kan worden voorkomen dat er, vanwege de inbreng van bezwaarmaker, een eenzijdig
                    beeld ontstaat. Voorts is het voor een externe commissie van groot belang om van
                    bestuurlijke zijde te vernemen hoe een beslissing tot stand is gekomen. Anders
                    kan het voor de commissie moeilijk worden om een goede afweging te maken.</al><al>Het verdient aanbeveling een termijn vast te stellen die ligt tussen de
                    oproeping en de zitting zelf. In het algemeen moet gedacht worden aan een
                    zodanige termijn dat de bezwaarde en de overige belanghebbenden voldoende
                    gelegenheid krijgen om zich behoorlijk op de zitting voor te bereiden.
                    Bezwaarden kunnen geattendeerd worden op de mogelijkheid om hun verweer op
                    schrift te stellen dat bij het verslag wordt gevoegd.</al><al>Gekozen is voor een termijn van twee weken, mede in verband met de termijn van
                    10 weken waarbinnen, behoudens verdaging, op het bezwaar moet zijn beslist (zie
                    artikel 7:10 Awb) en het bepaalde in artikel 7:4 Awb (zie hierna).</al><al>Voorts is een regeling opgenomen over het desgevraagd wijzigen van het tijdstip
                    van de zitting. Uitstel hoeft overigens niet altijd te worden verleend.
                    Betrokkene dient wel tijdig uitsluitsel over zijn verzoek om uitstel te krijgen.
                    Een verzoek om uitstel moet niet automatisch gehonoreerd worden. Een gemotiveerd
                    verzoek om uitstel kan ingewilligd worden, maar dient dan wel te worden beperkt
                    tot een eenmalig uitstel omdat anders de afwikkeling van het bezwaarschrift een
                    te grote vertraging kan ondervinden.</al><al>De toelichting op dit artikel van deze verordening is ook de plaats om te wijzen
                    op het bepaalde in artikel 7:4 en 7:8 van de Awb. Het verdient aanbeveling om
                    van de inhoud van deze artikelen bij de uitnodiging van de hoorzitting
                    mededeling te doen.</al><al>Omdat de inhoud van deze artikelen voor zich spreekt, is ermee volstaan de tekst
                    ervan hier integraal op te nemen (zie ook de toelichting bij artikel 7).</al><al><vet>Artikel 7:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tot 10 dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken
                            indienen.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan/beroepsorgaan legt het bezwaarschrift/beroepschrift
                            en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken, voorafgaand aan
                            het horen, gedurende ten minste één week voor belanghebbenden ter
                            inzage.</al></li><li nr="3."><al>Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het
                            eerste lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen
                            liggen.</al></li><li nr="4."><al>Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste
                            de kosten afschriften verkrijgen.</al></li><li nr="5."><al>Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het
                            tweede lid achterwege worden gelaten.</al></li><li nr="6."><al>Het bestuursorgaan/beroepsorgaan kan, al dan niet op verzoek van een
                            belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege</al></li><li nr="7."><al>Gewichtige redenen zijn in elk geval niet aanwezig, voor zover ingevolge
                            de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om
                            informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.</al></li><li nr="8."><al>Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de
                            lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan
                            inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een
                            gemachtigde die hetzij advocaat, hetzij arts is.</al></li></lijst><al>Volgens de parlementaire geschiedenis zal voor het aannemen van
                    geheimhoudingsredenen een sterkere grond aanwezig moeten zijn dan de in de WOB
                    opgenomen weigeringsgronden (zie ook: Rb. Den Haag, 19 februari 1996, Awb katern
                    1996, 43).In de bezwaarschriftprocedure is aangaande inzage in en geheimhouding
                    van stukken niet de WOB, maar artikel 7:4 Awb van toepassing (Rb. Alkmaar, 20
                    oktober 1997, Belastingblad 1998, 7).</al><al><vet>Artikel 7:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op verzoek van de belanghebbende kunnen door hem meegebrachte getuigen
                            en deskundigen worden gehoord.</al></li><li nr="2."><al>De kosten van getuigen en deskundigen zijn voor rekening van de
                            belanghebbende die hen heeft meegebracht.</al></li></lijst><al>Het aanwezig zijn van partijen bij het horen van getuigen in de
                    bezwaarschriftprocedure is een beginsel van goede procesorde (JG 2000/122).</al><al><vet>Artikel 11 Quorum</vet>Dit artikel spreekt voor zich.Er is geen wettelijk
                    bezwaar tegen het horen in het kader van de bezwaarprocedure door de voorzitter
                    en één lid van de adviescommissie, terwijl advisering door de voltallige
                    commissie heeft plaatsgevonden (ABRS 2 maart 2000, GS 2000/ 7119, 3).</al><al><vet>Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling</vet>Dit artikel behoeft geen
                    toelichting. Zie ook artikel 2:4 Awb.Ook al is de voorzitter formeel
                    onafhankelijk, dan staat daarmee nog niet vast dat automatisch ook op
                    inhoudelijk vlak van niet-vooringenomenheid sprake is (Rb. Leeuwarden 8 februari
                    1996, JB, 3 (1996), 100).</al><al><vet>Artikel 13 Openbaarheid zitting</vet>Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb
                    besluit het bestuursorgaan, voor zover niet bij wettelijk voorschrift anders is
                    bepaald, of het horen in het openbaar plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid
                    Awb wordt deze bevoegdheid aan de commissie toegekend. 9In de onderhavige
                    verordeningsbepaling is vastgelegd dat de hoorzitting van de algemene kamer in
                    principe in het openbaar plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft
                    mogelijk, bijvoorbeeld indien bijzonder persoonlijke zaken van familiaire,
                    medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan
                    de orde komen.</al><al>De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie,
                    die ingevolge artikel 16 van de verordening achter gesloten deuren
                    plaatsheeft.</al><al>De zittingen van de zgn. sociale kamer van de bezwaarschriftencommissie worden
                    per definitie achter gesloten deuren gehouden. De aard van de zaken, die deze
                    kamer behandelt, vormen daarvoor het motief.</al><al><vet>Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging</vet>Artikel 7:7 Awb vereist zeer
                    kort en bondig dat van het horen een verslag wordt gemaakt. De wijze waarop en
                    de inhoudelijk vereisten aan het verslag worden niet door de Awb geregeld. Dit
                    staat er overigens niet aan in de weg dat in de verordening een vaste procedure
                    wordt opgenomen.</al><al>Het bepaalde in het eerste lid hoeft niet zo ver te strekken dat van al het
                    aanwezige publiek naam en hoedanigheid wordt opgenomen. Wel zal uit het verslag
                    duidelijk moeten blijken wie namens welke partij aanwezig was en wat door hen
                    naar voren is gebracht.</al><al>Gezien de betekenis van de hoorzitting in het kader van de besluitvorming in de
                    bezwaarschriftfase, ligt het voor de hand (hoewel niet voorgeschreven in de Awb)
                    dat het verslag van de zitting uiterlijk gelijktijdig met de beslissing op het
                    bezwaar aan belanghebbende wordt toegezonden. Ook is het mogelijk het verslag
                    van de hoorzitting vóór het nemen van het bestreden besluit aan de
                    belanghebbenden te zenden. Hierdoor krijgen belanghebbenden de gelegenheid te
                    reageren indien het verslag een onjuiste weergave bevat van de hoorzitting. Uit
                    oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding zal dit vaak de voorkeur genieten
                    (ABRS 12 juni 1997, JB 1997/188).</al><al>Het verslag speelt ook een rol in de raadkamer en bij het advies. Als een lid
                    afwezig is geweest bij het horen en de stemmen staken in de adviescommissie,
                    hoeft bij de hernieuwde behandeling in de commissie niet opnieuw gehoord te
                    worden (CRvB, 2 april 1996, AB 1997/23).</al><al><vet>Artikel 15 Nader onderzoek</vet>Een nader onderzoek kan feiten of
                    omstandigheden aan het licht brengen die op het moment van de zitting nog niet
                    bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om belanghebbenden en het verwerend orgaan
                    opnieuw te horen. De onderhavige bepaling voorziet in de mogelijkheid de
                    commissie te verzoeken daartoe een nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 Awb
                    wordt bepaald dat indien het in het hier bedoelde geval feiten of omstandigheden
                    betreft die voor de op bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang
                    kunnen zijn, dit aan belanghebbenden wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de
                    gelegenheid worden gesteld te worden gehoord (rechtsbeginsel hoor en wederhoor).
                    Is de nieuwe informatie niet van aanmerkelijk belang dan kan er voor gekozen
                    worden om de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen schriftelijk te
                    reageren. Na de hoorzitting gehouden telefoongesprekken kunnen gezien worden als
                    nader onderzoek (Nationale ombudsman 9 juli 2001, AB 2001/263). Een zorgvuldige
                    procedure houdt ook in dat het bestuursorgaan zich niet rechtstreeks tot de
                    adviescommissie kan wenden zonder dat de andere belanghebbenden in de
                    gelegenheid worden gesteld om hun standpunt dienaangaande kenbaar te maken (Rb.
                    Rotterdam, 10 november 1999, JB, 1999/311).</al><al><vet>Artikel 16 Raadkamer en advies</vet>Zie ook de toelichting bij artikel 13.
                    De hoorzitting is in principe openbaar; de hier bedoelde beraadslaging vindt
                    achter gesloten deuren plaats.</al><al>De tweede volzin onder lid 2 is opgenomen voor die gevallen waarin het
                    vergaderquorum wel aanwezig is, maar de commissie door afwezigheid van een of
                    meer leden dan wel hun plaatsvervangers (of als gevolg van de toepassing van
                    artikel 12) tijdens de besluitvorming uit een even aantal personen bestaat.</al><al>Het horen kan plaatsvinden door een niet-voltallige commissie (zie onder 11); de
                    advisering dient plaats te vinden door een commissie die voldoet aan de eisen
                    van artikel 7:13, eerste lid, onder a. Hoe het advies totstandkomt, is niet
                    voorgeschreven. Schriftelijke consultatie is mogelijk (CRvB 21 oktober 1999, AB
                    2000/42 en Rb. Haarlem 5 januari 2001, ongepubliceerd, zaaknummer Awb 00/8620 en
                    00/8621).Advisering door de voorzitter en één lid van de hoorcommissie is in
                    strijd met artikel 7:13, eerste lid, onder a Awb (Raad van State, Afdeling
                    bestuursrechtspraak 19-10-98, JB 1998/257). Uit het derde lid van dit artikel
                    (mogelijkheid voor de commissie om het horen op te dragen aan de voorzitter of
                    een lid dat geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder
                    verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan) volgt niet dat de gehele advisering
                    kan worden opgedragen aan de voorzitter en één lid.</al><al>Een adviescommissie mag alleen adviseren: ze kan geen (gedelegeerde)
                    beslisbevoegdheid krijgen, (Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak
                    06-01-1997).</al><al><vet>Artikel 17 Uitbrengen advies</vet>Volgens artikel 7:13, zesde lid Awb maakt
                    in de bezwaarschriftprocedure het verslag van de hoorzitting deel uit van het
                    advies van de commissie en wordt het schriftelijk uitgebracht.</al><al>De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb 10 weken, behoudens
                    in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van
                    verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van de voorzitter van de commissie
                    dat indien hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald,
                    hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te
                    verdagen.</al><al>Het besluit tot verdaging is een beschikking. Ingevolge artikel 7:14 Awb zijn
                    artikel 3:41 tot en met 3:45 Awb, die de wijze van bekendmaking en mededeling
                    van besluiten regelen, in dit geval niet van toepassing. Artikel 3:40 Awb is wel
                    van toepassing. Dit artikel bepaalt dat een besluit niet in werking treedt
                    voordat het bekendgemaakt is. Het ligt voor de hand in verband hiermee ook
                    belanghebbenden een afschrift van het verdagingsbesluit toe te zenden.</al><al><vet>Artikel 18 Intrekking oude regeling</vet>Dit artikel spreekt voor
                    zich.</al><al><vet>Artikel 19 Inwerkingtreding</vet>In artikel 139 tot en met 144 Gemeentewet
                    zijn de bekendmaking en inwerkingtreding van besluiten die algemeen verbindende
                    voorschriften inhouden geregeld. De bepalingen over bekendmaking en mededeling
                    van besluiten zoals opgenomen in afdeling 3.6 Awb zijn niet van toepassing op
                    algemeen verbindende voorschriften (zie artikel 3:1 Awb dat aangeeft dat op
                    besluiten, die algemeen verbindende voorschriften inhouden, van dat hoofdstuk
                    slechts afdeling 2 tot en met 4A van toepassing zijn en wel voor zover de aard
                    van de besluiten zich daartegen niet verzet). Besluiten van het gemeentebestuur
                    die algemeen verbindende voorschriften inhouden, verbinden niet dan wanneer ze
                    bekendgemaakt zijn. De bekendmaking geschiedt door plaatsing in het Gemeenteblad
                    of in een andere door de gemeente algemeen verkrijgbaar gestelde uitgave
                    (huis-aan-huisblad of plaatselijk dagblad).</al><al><vet>Artikel 20 Citeertitel</vet></al><al><vet>Jurisprudentie</vet>JG 02.0192</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>