<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50421_7</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.dewolden.nl">De Wolder Courant / Digitaal gemeenteblad nr. 16</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/volledig/geldigheidsdatum_17-09-2010#TitelIV_HoofdstukXV_1_Artikel216">Artikel 216 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/volledig/geldigheidsdatum_17-09-2010#TitelIV_HoofdstukXV_1_Artikel219">Artikel 219 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/volledig/geldigheidsdatum_17-09-2010#TitelIV_HoofdstukXV_3_Artikel224">Artikel 224 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gewijzigde regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>XVIII / 7e</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening toeristenbelasting 2015</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente De Wolden;</al><al> gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 november
                        2014;</al><al> gelet op de artikelen 216, 219 en 224 van de Gemeentewet;</al><al> Besluit:</al><al> vast te stellen de volgende verordening:</al><al> Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2015</al><al> (Verordening toeristenbelasting 2015)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel/></kop><structuurtekst><al> Verordening toeristenbelasting 2015</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a. vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde
                            mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en
                            gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
                            doeleinden;</al><al> b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's,
                            toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen
                            welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en
                            andere recreatieve doeleinden;</al><al> c. niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven,
                            of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of
                            stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor
                            vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden
                            van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur
                            aangeboden;</al><al> d. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
                            voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde
                            mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.</al><al> e. voorseizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
                            voor het plaatsen van een zelfde kampeeronderkomen of stacaravan
                            gedurende de weken 13 tot en met 27 van het belastingjaar;</al><al> f. naseizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor
                            het plaatsen van een zelfde kampeeronderkomen of stacaravan gedurende de
                            weken 33 tot en met 44 van het belastingjaar</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al> Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente
                            in hotels, pensions, vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens,
                            niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, op vaste standplaatsen en voor- of
                            naseizoenplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen
                            die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de
                            basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam
                            'toeristenbelasting' een directe belasting geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al> 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op
                            hem ter beschikking staande terreinen.</al><al> 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te
                            verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting
                            verschuldigd wordt.</al><al> 3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is
                            aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het
                            bepaalde in artikel 2 verblijf houdt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al> De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><al> 1. door degene, die:</al><al> a. als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of
                            verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden
                            van dagen verblijft;</al><al> b. verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van
                            het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning
                            forensenbelasting is verschuldigd;</al><al> c. een leeftijd heeft tot en met vier jaar.</al><al> d. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                            Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin
                            van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voorzover
                            deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2
                            van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan
                            opvang Asielzoekers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al> De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><al> 1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot
                            een: kampeeronderkomen op een vaste standplaats welke:</al><al> - ten hoogste 7 maanden wordt gebruikt, bepaald op 2,2</al><al> - meer dan 7 doch ten hoogste 12 maanden wordt gebruikt, bepaald op
                            1,8</al><al> - als voorseizoenplaats wordt gebruikt, bepaald op 2</al><al> - als naseizoenplaats wordt gebruikt, bepaald op 2</al><al> 2. Het aantal malen dat de in het eerste lid bedoelde personen is
                            overnacht, wordt met betrekking tot een kampeeronderkomen op een vaste
                            standplaats welke:</al><al> - ten hoogste 7 maanden wordt gebruikt, bepaald op 51</al><al> - meer dan 7 doch ten hoogste 12 maanden wordt gebruikt, bepaald op
                            84,5</al><al> - als voorseizoenplaats wordt gebruikt, bepaald op 35</al><al> - als naseizoenplaats wordt gebruikt, bepaald op 30</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al> In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de
                            belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van
                            heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien
                            blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende
                            aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al> Het tarief bedraagt per overnachting € 1,10.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al> Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al> De belasting wordt bij wijze van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al> Belastingaanslagen van minder dan € 10 worden niet opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Voorlopige aanslag</titel></kop><al> Na aanvang van het belastingjaar doch niet vóór 1 mei kan aan de
                            belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten
                            hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal
                            worden vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al> 1. Voorlopige aanslagen moeten in afwijking van artikel 9, eerste lid,
                            van de invorderingswet 1990 worden betaald in twee termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de laatste termijn
                            een maand later vervalt.</al><al> 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval
                            een machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag
                            van de op één aanslagbiljet verenigde aanslag gemeentelijke heffingen,
                            of wanneer het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan
                            minimaal € 125 doch niet meer dan € 1.000 bedraagt, de aanslagen moeten
                            worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de
                            dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar
                            overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste 2 en
                            ten hoogste 4 bedraagt. De eerste termijn vervalt op of omstreeks de
                            vijfentwintigste dag van de maand volgende op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al><al> 3. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso
                            wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de vier termijnen
                            niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van
                            de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na
                            afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als
                            bedoeld in het eerste lid.</al><al> 4. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, oberdeel c,
                            van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn
                            lid 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing, voorzover deze
                            gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al><al> 5. Definitieve aanslagen moeten in afwijking van artikel 9, eerste lid,
                            van de invorderingswet 1990, worden voldaan binnen een maand na
                            dagtekening van het aanslagbiljet.</al><al> 6. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                            voorgaande leden gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al> Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al> Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al> De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden,
                            voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
                            verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te
                            melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                            gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en
                            d, van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al> 1. De 'Verordening toeristenbelasting 2014’ van 19 december 2013, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al> 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                            die van de bekendmaking.</al><al> 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al><al> 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                            toeristenbelasting 2015'. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Zuidwolde, 11 december 2014</ondertekening><ondertekening> De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening> griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening> drs. I.J. Gehrke, R.T. de Groot</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>