<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50416_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2003.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wolder Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2003.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelII/HoofdstukII/Artikel33/geldigheidsdatum_17-09-2010">Artikel 33, lid 3 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2002 - XV/6</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2003.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. XV/6</al><al>De raad van de gemeente De Wolden;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 6
                        december 2002;</al><al>overwegende dat het wenselijk is om in het kader van dualisering van het
                        gemeentebestuur nieuwe regels te stellen met betrekking tot ambtelijke
                        bijstand en de ondersteuning van de in de raad vertegenwoordigde
                        groeperingen;</al><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al><vet>vast te stellen</vet> de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning
                        2003;</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>VERZOEK OM AMBTELIJKE BIJSTAND</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>1.Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn.</al></li></lijst><al>2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, geeft de griffier
                                veelal via tussenkomst van een ambtenaar.3. Als een ambtenaar
                                twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld in
                                het eerste lid, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De
                                secretaris beslist.4. Voor bijstand bij het opstellen van
                                voorstellen, amendementen, moties of andere bijstand kan een
                                raadslid zich wenden tot de griffier. Als de gevraagde bijstand niet
                                door de griffier kan worden verleend kan de griffier de secretaris
                                verzoeken, een of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde
                                bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>WEIGERINGSGRONDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>1. Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de
                                secretaris ambtelijke bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li></lijst><al>2. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.3. Indien de bijstand op grond van het
                                eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen
                                omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek
                                heeft ingediend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>BESLISSING BURGEMEESTER BIJ WEIGERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                                wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het
                                verzoek voorleggen aan de burgemeester.De burgemeester beslist
                                binnen 14 dagen over het verzoek.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>BESLISSING BURGEMEESTER OP KLACHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                        verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan
                                        mededeling aan de secretaris.</al></li><li nr="2."><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor
                                        beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak
                                        voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                                        mogelijk over de zaak.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>REGISTRATIE EN OMVANG VERLEENDE AMBTELIJKE BIJSTAND</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al>1. De griffier zorgt voor registratie van de verleende ambtelijke
                                bijstand als bedoeld in artikel 1, lid 3, zodat bekend is:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer en door welk raadslid een verzoek om bijstand is
                                        gedaan;</al></li><li nr="b."><al>over welk onderwerp om bijstand is verzocht;</al></li><li nr="c."><al>aan welke ambtenaar eventueel de verlening van bijstand is
                                        opgedragen;</al></li><li nr="d."><al>de reden waarom een verzoek is geweigerd bij toepassing van
                                        art. 2.</al></li></lijst><al>2. De omvang van de verleende ambtelijke bijstand bedraagt maximaal
                                8 uur per raadslid per kalenderjaar. Bij overschrijding worden
                                opvolgende verzoeken om ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel
                                1, lid 3, geweigerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>INFORMATIE OVER AMBTELIJKE BIJSTAND</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>De secretaris en de griffier spreken af in welke gevallen de
                                desbetreffende portefeuillehouder in het college desgewenst
                                informatie wordt verstrekt uit de in het vorige artikel bedoelde
                                registratie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>BEKOSTIGINGSWIJZE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement
                                        van orde van de raad van de gemeente De Wolden, ontvangen
                                        jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de
                                        kosten van het functioneren als fractie.</al></li><li nr="2."><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 1.000,-- voor
                                        elke fractie omvattende twee of meer raadszetels en €
                                        1.500,-- voor elke fractie omvattende één raadszetel.
                                        Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van € 500,-- per
                                        raadszetel.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>BESTEDINGSMOGELIJKHEDEN FRACTIEONDERSTEUNING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Fracties besteden de bijdrage om hun
                                        volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende
                                        rol te versterken.</al></li><li nr="2."><al>De bijdrage mag gebruikt worden ter bekostiging van onder
                                        andere:a. fractieassistentie/secretariële ondersteuning;b.
                                        administratiekosten verbonden aan het fractiewerk;c. kosten
                                        van abonnementen op bijvoorbeeld raadsstukken voor opvolgers
                                        op de lijst;d. representatiekosten;e. huisvesting;f.
                                        opleidingen in fractieverband.</al></li><li nr="3."><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:a.
                                        uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen;b. betalingen aan politieke partijen, met
                                        politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke
                                        personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten
                                        of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis
                                        van een gespecificeerde, reële declaratie;c. giften;d.
                                        uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen
                                        die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden toekomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>WIJZE VAN UITBETALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari
                                        van een kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar
                                        verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het
                                        voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand
                                        waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na
                                        de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen
                                        raad plaatsvindt wordt het voorschot verstrekt voor de
                                        overige maanden van dat jaar.</al></li><li nr="3."><al>Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen
                                        voorschotten in jaren waarvoor de raad de bedragen heeft
                                        vastgesteld bedoeld in artikel 12, derde lid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>AANPASSING FRACTIEBIJDRAGE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al>1. Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen
                                verandert, wijzigt de bijdrage</al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                        gekozen raad plaatsvindt.</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad
                                        plaatsvindt.</al></li></lijst><al>2. Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 7,
                                tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie
                                verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het
                                aantal bij de splitsing betrokken leden.3. Bij splitsing van een
                                fractie wordt het aan de oorspronkelijke fractie verstrekte
                                voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling die volgt uit het
                                tweede lid.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>RESERVERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte
                                        van de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door
                                        die fractie in volgende jaren.</al></li><li nr="2."><al>De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de
                                        fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge
                                        artikel 7.</al></li><li nr="3."><al>Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot
                                        uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 12 over
                                        dat jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.</al></li><li nr="4."><al>De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de
                                        fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de
                                        fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger
                                        daarvan kan worden beschouwd.</al></li><li nr="5."><al>Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou
                                        worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht
                                        op dat meerdere.</al></li><li nr="6."><al>Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld
                                        over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal
                                        bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve
                                        niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de
                                        oorspronkelijke fractie in het voorgaande kalenderjaar
                                        ontving.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>VERANTWOORDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Elke fractie legt, binnen één maanden na het einde van een
                                        kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de
                                        besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder
                                        overlegging van een verslag.</al></li><li nr="2."><al>Controle van het verslag vindt plaats door de accountant,
                                        belast met de controle van de jaarrekening. De accountant
                                        brengt advies uit aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt na ontvangst van het advies van de accountant
                                        de bedragen vast van:a. de uitgaven van een fractie die in
                                        het vorige kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn;b. de
                                        wijziging van de reserve;c. de resterende reserve;d. de
                                        verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en
                                        het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van
                                        de terugvordering van ontvangen voorschotten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>CITEERARTIKEL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:<vet>Verordening
                                    ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2003.</vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>INWERKINGTREDING NIEUWE REGELING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2003.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Zuidwolde, 19 december 2002.De raad voornoemd,griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>(K. Boelens) (Sj. Kremer)</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2003</titel></kop><al><cursief><onderstreept>Artikelgewijze toelichting</onderstreept></cursief></al><al><cursief><onderstreept>Artikel 1</onderstreept></cursief>De verordening is
                    bedoeld om het verlenen van bijstand aan raadsleden te regelen.De griffier is
                    als ondersteuner van de raad het centrale aanspreekpuntIndien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier, die
                    dergelijke verzoeken veelal door tussenkomst van een ambtenaar afdoet.Het begrip
                    document wordt hier gebruikt in de zin van de Wet openbaarheid bestuur. Wat
                    betreft verzoeken om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                    moties of andere bijstand is de griffier per definitie de centrale functionaris.
                    Het bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de
                    raad en het college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt
                    ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt. Omdat de
                    griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de
                    secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De
                    ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een
                    verdergaande formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand.De
                    bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.Als er over ambtenaren gesproken
                    wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die
                    onder gezag van het college en onder leiding van de secretaris staan.Op grond
                    van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris weggelegd. Deze
                    zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
                    a. en b. betreft.</al><al><onderstreept><cursief>Artikelen 2, 3 en 4</cursief></onderstreept></al><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 3 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester.De burgemeester is daar gezien zijn
                    eigenstandige positie in het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie
                    voor. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg voert met de secretaris en de
                    griffier (en indien nodig ook het betrokken raadslid). Er is daarbij een termijn
                    gesteld van 14 dagen. Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180 Gemeentewet).
                    Deze gang van zaken geldt ook als het raadslid niet tevreden is over de
                    verleende bijstand</al><al><cursief><onderstreept>Artikel 5</onderstreept></cursief>Voor eenvoudige
                    informatieverschaffing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a. en b.
                    is geen begrenzing aangegeven. Voor de ambtelijke bijstand als bedoeld in
                    artikel 1, vierde lid, is een begrenzing geregeld van 8 uur per raadslid per
                    jaar.De onder de zorg van de griffier bij te houden registratie van verleende
                    bijstand voor het opstellen van voorstellen, amendementen, moties en andere
                    bijstand, maakt het mogelijk na te gaan hoe vaak er een beroep wordt gedaan op
                    de ambtelijke organisatie. Tevens wordt de behoefte aan deze voorzieningen op
                    deze wijze in kaart gebracht.In combinatie met binnen de organisatie gevoerde
                    tijdsregistratie ontstaat het benodigde inzicht voor het beheer en de bepaling
                    van het bereiken van de maximaal te verlenen bijstand per raadslid per jaar. In
                    deze vindt afstemming tussen griffier en secretaris plaats met een eventueel
                    bemiddelende rol van de burgemeester.</al><al><cursief><onderstreept>Artikel 6</onderstreept></cursief>Het kan van belang zijn
                    dat de betrokken portefeuillehouder op de hoogte is van het feit dat bijstand is
                    verleend door onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren.In de
                    gedualiseerde verhoudingen spreken de secretaris en de griffier af in welke
                    gevallen hiervan desgewenst melding wordt gemaakt.</al><al><cursief><onderstreept>Artikel 7</onderstreept></cursief>Fractieondersteuning
                    vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte van het budget voor
                    fractieondersteuning wordt door de raad vastgesteld.De fractieondersteuning
                    bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke
                    fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen.
                    Hierbij is voor eenpersoonsfracties een hogere basisbedrag aangehouden. Omdat
                    grote fracties meer lasten zullen hebben op onder meer facilitair gebied
                    ontvangen zij middels het bedrag per raadszetel een hogere vergoeding.</al><al><onderstreept><cursief>Artikel 8</cursief></onderstreept>Hoewel de fracties
                    grotendeels de vrijheid wordt gelaten wat betreft de inhoudelijke besteding van
                    de fractieondersteuning is ter verduidelijking een opsomming gegeven van
                    bekostigingselementen. Minimumvoorwaarde blijft dat de bijdrage besteed wordt
                    aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage
                    niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder andere voorkomen dat met de
                    bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat raadsleden hun eigen
                    vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de
                    Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor fractieondersteuning. Omdat het bij
                    uitstek om politieke ondersteuning gaat kan deze inhoudelijk niet te zeer
                    gedetailleerd geregeld worden. Fractieondersteuning in de vorm van het
                    beschikbaar stellen van gemeenteambtenaren valt buiten dit kader, aangezien het
                    politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties moeten vrij zijn in de keuze
                    van de personen die de fracties eventueel ondersteunen.</al><al><cursief><onderstreept>Artikel 9</onderstreept></cursief>De bijdrage wordt als
                    voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het voorschot in twee
                    gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het aangepast wordt aan de nieuwe
                    verhoudingen in de raad. Indien blijkt dat het geld onrechtmatig is besteed kan
                    dit aan het eind van het jaar verrekend worden.</al><al><cursief><onderstreept>Artikel 10</onderstreept></cursief>Het spreekt vanzelf
                    dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan veranderde verhoudingen in de
                    raad. De regeling heeft tot gevolg dat fracties die kleiner worden (of geheel
                    verdwijnen) nog over de gehele maand waarin de nieuwe raad voor het eerst
                    vergadert de bijdrage ontvangen. Voor fracties die groter worden (of nieuwe
                    fracties) gaat de bijdrage per diezelfde maand in.Dat betekent dat de totale
                    bijdrage voor fractieondersteuning in een verkiezingsjaar hoger uitvalt dan in
                    andere jaren. Dit is niet te vermijden. Bij splitsing van een fractie zal het al
                    eerder verstrekte voorschot direct verrekend moeten worden. Als dat niet zou
                    gebeuren zou een deel van de oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot
                    beschikken en zou het andere deel juist helemaal geen voorschot krijgen. Na het
                    kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is billijker de
                    verrekening in deze gevallen direct te laten plaatsvinden.</al><al><cursief><onderstreept>Artikel 11</onderstreept></cursief>De reserve bestaat uit
                    het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet eindeloos mogen groeien.
                    De reserve is dan ook aan een maximum gebonden.Ook met betrekking tot de reserve
                    is het van belang dat goed wordt omgegaan met de splitsing van een fractie. De
                    regeling in het zesde lid regelt dat de reserve naar evenredigheid verdeeld
                    wordt over de nieuw ontstane fracties. Indien een splitsing kort na de
                    verkiezingen plaatsvindt zou een conflict kunnen ontstaan over de verdeling van
                    de reserve. De regeling laat er echter geen twijfel over dat ook in dat geval de
                    reserve verdeeld moet worden.</al><al><cursief><onderstreept>Artikel 12</onderstreept></cursief>De controle van het
                    verslag kan door de accountant meegenomen worden met de controle op de
                    jaarrekening. Uit het verslag en de accountantsverklaring kan naar voren komen
                    dat er een verrekening dient plaats te vinden met het verstrekte
                    voorschot.Indien niet verrekend kan worden, bijvoorbeeld omdat een fractie uit
                    de raad verdwijnt zal de raad het ten onrechte uitgekeerde voorschot kunnen
                    terugvorderen.</al><al><cursief><onderstreept>Artikelen 13 en 14</onderstreept></cursief>Deze artikelen
                    behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>