<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50412_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wolder Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/volledig/geldigheidsdatum_17-09-2010#TitelII_HoofdstukVI">Artikelen 95 t/m 99 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel147/geldigheidsdatum_17-09-2010">Artikel 147 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-03-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-03-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2006-03-16</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008 - IV/6</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. IV / 6</al><al>De raad van de gemeente DE WOLDEN;</al><al>gelezen het voorstel van de burgemeester en de griffier van 29 februari
                        2008;</al><al>gelet op de artikelen 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet;</al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel/></kop><structuurtekst><al> .</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening en de toelichting wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                        gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het
                                        Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="c."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                        Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                        56;</al></li><li nr="d."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                        Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011,
                                        Stcrt. 181;</al></li><li nr="e."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde
                                        wethouder;</al></li><li nr="f."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                        Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden
                                toegekend, die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2,
                                eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
                                Dit bedrag wordt jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken
                                en Koninkrijksrelaties herzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de
                                        uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten
                                        toegekend, die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel
                                        2, derde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden. Dit bedrag wordt jaarlijks door de minister
                                        van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties herzien.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
                                        ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                        loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                        dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van
                                        het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk
                                        is aan het bedrag vermeld in artikel 2, vierde lid, van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid
                                        is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen
                                        2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in
                                        dat jaar raadslid is geweest.</al></li><li nr="2."><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2
                                        en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente
                                        gemaakte kosten, in verband met reizen buiten het
                                        grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een
                                        beslissing van het gemeentebestuur, vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:a. bij
                                        gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                        een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke reiskosten;b. bij gebruik van een eigen
                                        vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                                        bepaalde in artikel 2 van de Reisregeling binnenland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter
                                        zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente,
                                        worden aan het raadslid vergoed.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het raadslid in het gemeentelijk belang een reis
                                        buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed.</al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland,
                                        niet zijnde een reis naar een Europse instelling, is vooraf
                                        toestemming vereist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd, komen voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                        seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                        wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde
                                        aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke
                                        informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                                        rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is
                                        in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag wordt het raadslid ten laste van de gemeente
                                        voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een computer
                                        of laptop, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen
                                        ter beschikking gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid ontvangt een vergoeding voor de aanleg- en
                                        abonnementskosten van de internetverbinding voor de in het
                                        eerste lid genoemde computerapparatuur.</al></li><li nr="3."><al>Voor de in lid 2 genoemde vergoeding van de
                                        abonnementskosten wordt een normbedrag per maand
                                        vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een
                                        bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li><li nr="5."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                        vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                        4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                        1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking
                                        wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                        gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                        4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                        1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking
                                        wordt aangemerkt, kan deelnemen aan de levensloopregeling
                                        als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
                                        1964.</al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien
                                        het raadslid gebruik maakt van de wettelijke
                                        levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                        4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                        1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking
                                        wordt aangemerkt, kan deelnemen aan de fietsregeling als
                                        bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling
                                        loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid wordt de
                                        raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd
                                        met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                        Uitvoeringsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                    arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                                verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een
                                uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                                arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                        Werkloosheidswet ontvangt en de - na toepassing van artikel
                                        20 van die wet ontstane - korting op deze uitkering ten
                                        gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer
                                        bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                        werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                        vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                        van bedoelde korting.</al></li><li nr="2."><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het
                                        Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
                                        ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van
                                        dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge
                                        van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt
                                        dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                        werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                        vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                        van bedoelde korting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid ontvangt een tegemoetkoming in de kosten van
                                        een ziektekostenverzekering, als bedoeld in artikel 11 van
                                        het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. De
                                        tegemoetkoming is gelijk aan het bedrag genoemd in artikel
                                        11 van het voornoemd Rechtspositiebesluit.</al></li><li nr="2."><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                        kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                        tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar
                                        evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar
                                        raadslid is geweest.</al></li><li nr="3."><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste
                                        lid, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                    bevalling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De artikelen 2 tot en met 4 en de artikelen 9 tot en met 14
                                        blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge
                                        artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend
                                        wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien
                                        verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op
                                        grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft
                                        bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van
                                        toepassing is.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 1 tot en met 9, de artikelen 12 tot en met 14
                                        en artikel 16 van deze verordening zijn van toepassing op
                                        raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van
                                        een raadslid, dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet
                                        tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en
                                        bevalling of ziekte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                    gemeenteraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet
                                        meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de
                                        gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een
                                        toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor
                                        de werkzaamheden over de tijd van de waarneming.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien
                                        van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Commissieleden ontvangen voor het bijwonen van de
                                        vergaderingen van de commissie een vergoeding die gelijk is
                                        aan het bedrag, vermeld in artikel 14 van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Dit bedrag
                                        wordt jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                        Koninkrijksrelaties herzien.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding
                                        voor de werkzaamheden, als bedoeld in artikel 96 van de
                                        Gemeentewet, ontvangt.</al></li><li nr="3."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                        commissiea. als raadslid of wethouder;b. uit hoofde van dan
                                        wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of
                                        bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een
                                        instelling die grotendeels van overheidswege wordt
                                        gesubsidieerd;c. als vertegenwoordiger van een
                                        belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij
                                        zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke
                                        mate het gemeentelijk belang dient.</al></li><li nr="4."><al>De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid
                                        een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste
                                        300% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de
                                        vergoeding, ten aanzien vana. een lid van een commissie die
                                        op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op
                                        het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar
                                        werkzaamheden is aangetrokken, enb. een lid van een
                                        commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan
                                        worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte
                                        van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten
                                        arbeid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>1. Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is
                                en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie
                                is benoemd, worden de reiskosten voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Reisregeling
                                        binnenland.</al></li></lijst><al>2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                                reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed met
                                een maximum van de in de Reisregeling binnenland genoemde
                                bedragen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats
                                door</al><al>a. betaling uit eigen middelen; of</al><al>b. rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5,
                                        6 en 18 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier,
                                        waarvan het model door het college is vastgesteld, indien
                                        deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en
                                        ondertekend. Het raadslid of het commissielid levert het
                                        declaratieformulier met de originele bewijsstukken binnen 2
                                        maanden in bij de griffier of de gemeentesecretaris.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 8 en 19
                                        kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door
                                        het raadslid onderscheidenlijk het commissielid voor akkoord
                                        ondertekende factuur aan de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid of het commissielid dient de factuur binnen 2
                                        maanden in bij de griffier of de gemeentesecretaris.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De op 2 januari 1998 vastgestelde ‘Verordening geldelijke
                                voorzieningen raadsleden en leden van gemeentelijke commissies’
                                wordt ingaande 19 maart 2008 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 19 maart 2008 en werkt terug tot
                                en met 16 maart 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rechtspositie
                                raads- en commissieleden’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Zuidwolde, 13 maart 2008</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>(mw. drs. I.J. Gehrke) (P.H. Snijders)</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden.</titel></kop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>