<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50408_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Compensatieverordening bos, natuur en landschap De Wolden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wolder Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Compensatieverordening bos, natuur en landschap De Wolden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/geldigheidsdatum_16-09-2010">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0016432/geldigheidsdatum_16-09-2010">Structuurschema Groene Ruimte</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:31992L0043:NL:NOT">Artikel 6 Habitats richtlijn</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-08-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-11-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004 - XV/5</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Compensatieverordening bos, natuur en landschap De Wolden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente DE WOLDEN;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 augustus
                        2004;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, het Structuurschema Groene Ruimte 1
                        en artikel 6 van de Habitat Richtlijn;vast te stellen de navolgende</al><al><vet>Compensatieverordening bos, natuur en landschap De Wolden</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>initiatiefnemer: degene of de organisatie die het initiatief
                                    neemt om te komen tot een ruimtelijke ingreep op een bepaalde
                                    locatie;</al></li><li nr="2."><al>ingreep: het geheel van de acties die nodig zijn binnen een
                                    ruimtelijk begrensd gebied dat nodig is om te komen tot het
                                    beoogde maatschappelijke doel;</al></li><li nr="3."><al>compensatie: het creëren van nieuwe waarden die vergelijkbaar
                                    zijn met de verloren gegane waarden. Indien het volledig
                                    onvervangbare waarden betreft, heeft de compensatie betrekking
                                    op het creëren van zo vergelijkbaar mogelijke waarden;</al></li><li nr="4."><al>compensatieplan: het plan waarin is aangegeven welke maatregelen
                                    getroffen worden en op welke termijn de compensatie wordt
                                    gerealiseerd;</al></li><li nr="5."><al>mitigatie: het verminderen van nadelige effecten van
                                    ingrepen/activiteiten op de aanwezige natuur, bos en
                                    landschapswaarden door bepaalde maatregelen;</al></li><li nr="6."><al>Groenfonds: het Nationaal Groenfonds, opgericht in 1994.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Compensatieverplichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het doen van ruimtelijke ingrepen worden gebieden met de
                                    functie bos en/of natuur zo veel mogelijk ontzien.</al></li><li nr="2."><al>De gebieden waarvoor compensatie zal worden toegepast zijn:a)
                                    gebieden die in een bestemmingsplan de bestemming ‘natuurgebied’
                                    en/of ‘bosgebied’ hebben of daarmee vergelijkbare
                                    bestemmingen;b) bossen en landschappelijke beplantingen die
                                    onder de werking van de Boswet vallen.</al></li><li nr="3."><al>Indien, na afweging van belangen, voor gebieden met de functie
                                    natuur en/of bos toch wordt besloten dat één van deze functies
                                    moet wijken voor, of anderszins aanwijsbare schade ondervindt
                                    van, een ruimtelijke ingreep ten behoeve van een ander
                                    aantoonbaar zwaarwegend maatschappelijk belang, zullen niet
                                    alleen maatregelen worden getroffen met het oog op inpassing en
                                    mitigatie van de ingreep, maar zal bovendien compensatie
                                    plaatsvinden.</al></li><li nr="4."><al>De leden 1 t/m 3 van dit artikel zijn van overeenkomstige
                                    toepassing bij schade of verlies aan waardevolle
                                    landschappelijke elementen of structuren, schade aan de
                                    omgeving, bijvoorbeeld door een storende visuele werking en/of
                                    het verbreken van samenhang in het landschap.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Compensatiebeginsel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Uitgangspunt bij de toepassing van compensatie is dat in
                                    beginsel geen netto verlies aan waarden mag optreden. Dit
                                    betekent dat verloren gaande waarden in voldoende mate
                                    kwantitatief en kwalitatief moeten worden gecompenseerd.</al></li><li nr="2."><al>Daarbij dienen over het algemeen dezelfde waarden geregenereerd
                                    te worden als de waarden die worden aangetast.</al></li><li nr="3."><al>Indien de bedoelde waarden slechts na verloop van tijd kunnen
                                    worden geregenereerd, wordt een toeslag berekend. De in de
                                    toelichting genoemde opslagpercentages voor oppervlakte zijn
                                    daarvoor richtinggevend. Tevens wordt rekening gehouden met het
                                    aanloopbeheer.</al></li><li nr="4."><al>Compensatie wordt uitgevoerd op een te voren te bepalen plaats
                                    waar potentieel dezelfde waarden kunnen worden ontwikkeld. Deze
                                    plaats dient zich in het algemeen nabij de plaats van de ingreep
                                    te bevinden en er dient zoveel mogelijk aangesloten te worden
                                    bij bestaande waarden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Compensatieplan</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De initiatiefnemer dient tegelijk met zijn aanvraag tot een
                                    ruimtelijke ingreep een compensatieplan te overleggen. Tevens
                                    dient de noodzaak van de ingreep te worden gemotiveerd.</al></li><li nr="2."><al>In het compensatieplan worden op een integrale en nauwgezette
                                    wijze in elk geval de volgende aspecten beschreven:a) de
                                    bestaande waarden van het betrokken gebied in relatie tot de
                                    omgeving;b) de redelijkerwijs te verwachten effecten van de
                                    voorgenomen ruimtelijke ingreep;c) de voorgenomen met het oog op
                                    een goede inpassing te nemen mitigerende en compenserende
                                    maatregelen en;d) de financiering en planning van de te treffen
                                    maatregelen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met
                                    betrekking tot de inhoud van het in dit artikel bedoelde plan en
                                    de te volgen procedure.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Beoordeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen, na afweging van belangen,
                                    slechts medewerking aan de ruimtelijke ingreep waar landschap of
                                    bos en natuurwaarden worden aangetast, indien naar hun oordeel:
                                    a) geen andere geschikte locatie aanwezig is en b) het
                                    maatschappelijk belang van de ingreep op een voldoende en
                                    adequate wijze is aangetoond.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van
                                    ruimtelijke ingrepen en de daarbij behorende compensatie van
                                    waarden, rekening houden met andere ingrepen in het gebied.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten tot het achterwege
                                    laten van de verplichting tot compensatie indien:a) de ingreep
                                    een gebied betreft kleiner dan 100 m² ofb) de ingreep een gebied
                                    betreft kleiner dan 10.000 m² indien het gebied van de ingreep
                                    tevens kleiner is dan 1% van het gehele aansluitende gebied met
                                    dezelfde waarden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Financiële compensatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de in de artikel 2 en 3 bedoelde fysieke compensatie
                                    redelijkerwijs niet of slechts ten dele mogelijk is, kunnen
                                    burgemeester en wethouders besluiten tot gehele of gedeeltelijke
                                    financiële compensatie. De financiële compensatie bestaat uit de
                                    kosten die anders gemoeid zouden zijn met fysieke compensatie
                                    plus de financiële toeslag ten behoeve van het
                                    aanloopbeheer.</al></li><li nr="2."><al>Het bedrag van de financiële compensatie wordt vastgesteld door
                                    het college van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="3."><al>Het bedrag wordt door de aanvrager in het Groenfonds gestort,
                                    gericht op behoud en herstel van bos-, natuur- en
                                    landschapswaarden in de provincie Drenthe.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Verhouding tot andere regelgeving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>Deze verordening lid is niet van toepassing op gevallen waarin de
                            compensatiebepalingen van de Europese Habitatrichtlijn, de Boswet dan
                            wel de Natuurbeschermingswet van toepassing zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na de dag van haar
                                    bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Zij kan worden aangehaald als: Compensatieverordening bos,
                                    natuur en landschap De Wolden</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Zuidwolde, 26 augustus 2004De raad voornoemd,griffier, voorzitter,(mw. drs.
                        I.J. Gehrke) (Sj. Kremer)</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel/></kop><al>Algemeen</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening moet worden gezien als een uitwerking van de
                            Habitatrichtlijn en het Structuurschema Groene Ruimte 1(SGR-1) alsmede
                            het Provinciaal omgevingsplan Drenthe. Het SGR is een planologische
                            kernbeslissing. In deze rijksnota is het compensatiebeginsel opgenomen.
                            In de rijksnotitie “Toelichting op toepassing compensatiebeginsel bij
                            concrete projecten” van 10 oktober 1995 is het beginsel verder
                            uitgewerkt. Het in deze stukken geschetste beleid heeft niet alleen
                            betekenis voor het Rijk zelf, maar werkt ook door naar het beleid van
                            Rijk, provincies en gemeenten. Bij toetsing van gemeentelijke plannen
                            aan rijksbeleid kan de gemeente te maken krijgen met de richtlijnen van
                            de SGR. Laatstbedoelde notitie van het Rijk kan ook worden gebruikt als
                            hulpmiddel bij de uitvoering van deze verordening. Dit laatste geldt in
                            het bijzonder voor het in de notitie opgenomen stappenplan en de
                            checklist.</al></li><li nr="2."><al>Omdat compensatie maatwerk is heeft het Rijk de provincies en de
                            gemeenten gevraagd de lijnen die op centraal niveau zijn uitgezet in het
                            SGR, nader uit te werken. In het kader van de totstandkoming van het POP
                            is medewerking toegezegd. Verschillende vormen zijn denkbaar:
                            beleidsnota, beleidsregels of een verordening. In overleg met de
                            provincie is geconcludeerd dat een gemeentelijke verordening de voorkeur
                            verdient. In het POP wordt een beleidsregel op hoofdlijnen, die dient
                            ter toetsing van gemeentelijke plannen, opgenomen, die alleen voorziet
                            in die gevallen waarin een gemeente (nog) geen gemeentelijke verordening
                            heeft vastgesteld. De voorliggende verordening is gebaseerd op een
                            modelverordening die in samenspraak tussen gemeenten en provincie tot
                            stand is gekomen maar die aangepast is naar de Wolder situatie. Deze
                            verordening geeft de gemeente een instrument in handen om te komen tot
                            een brede beoordeling van voorgestelde activiteiten die ingrijpen in
                            kwetsbare gebieden.a. Wie de verordening naast het SGR legt zal hier en
                            daar afwijkingen constateren. Dat heeft te maken met het hiervoor
                            gesignaleerde maatwerk. Op lokaal en regionaal niveau bestaat de kennis
                            die nodig is om te komen tot een uitgekristalliseerd compensatiebeleid.
                            Daar is precies bekend welke belangen beschermingswaardig zijn. De
                            situatie in de randstad verschilt qua compensatie hemelsbreed van de
                            situatie in Drenthe (grotere grondclaims voor bebouwing, minder
                            beschikbare grond, hogere grondprijzen en minder mogelijkheden voor bos-
                            en natuurvorming). Het behoeft dan ook geen verbazing te wekken dat
                            compensatie in deze gemeente hier en daar anders wordt ingekleurd dan op
                            provinciaal en rijksniveau. Ook bescherming van landschappelijke waarden
                            is in de verordening geregeld.</al></li><li nr="3."><al>De verordening is van toepassing op concrete voornemens met betrekking
                            tot ruimtelijke ingrepen die worden genomen na het inwerkingtreden van
                            de verordening. Overigens wordt hier benadrukt dat het SGR, het POP en
                            de verordening steunen op het principe van “nee, tenzij ….” Dit betekent
                            derhalve dat in principe niet wordt meegewerkt aan ruimtelijke ingrepen
                            die significant inbreuk maken op belangrijke waarden van bos, natuur,
                            landschap en archeologie.</al></li></lijst><al>Behalve in de SGR, is ook in een aantal andere Europese richtlijnen en in wetten
                    sprake van compensatie. De uitwerking hiervan kan gekoppeld worden aan de
                    gemeentelijke verordening, zodat zoveel mogelijk een eenduidig compensatiebeleid
                    ontstaat dat duidelijkheid verschaft aan de initiatiefnemers. In Vogel- en
                    Habitatgebieden is compensatie verplicht op grond van de Europese
                    habitatrichtlijn.</al><al><cursief>Habitatrichtlijn artikel 6</cursief></al><al>3e lid: Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is
                    voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere
                    plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt
                    een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening
                    houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Gelet op de
                    conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied en onder
                    voorbehoud van het bepaalde in lid 4, geven de bevoegde nationale instanties
                    slechts toestemming voor dat plan of project nadat zij de zekerheid hebben
                    verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal
                    aantasten en nadat zij in voorkomend geval inspraakmogelijkheden hebben
                    geboden.</al><al>4e lid: Indien een plan of project, ondanks negatieve conclusies van de
                    beoordeling van de gevolgen voor het gebied, bij ontstentenis van alternatieve
                    oplossingen, om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van
                    redenen van sociale of economische aard, toch moet worden gerealiseerd, neemt de
                    Lid-Staat alle nodige compenserende maatregelen om te waarborgen dat de algehele
                    samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. De Lid-Staat stelt de Commissie op de
                    hoogte van de genomen compenserende maatregelen.</al><al>In de Flora- en faunawet wordt gesproken over bescherming en zorgplicht. Dat
                    betekent dat een ieder in principe zorg moet dragen voor bescherming van
                    inheemse soorten. Bij onvermijdelijke aantasting van soorten is men genoodzaakt
                    passende maatregelen te nemen om instandhouding van de desbetreffende soort in
                    een bepaald gebied te handhaven.</al><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>In dit artikel zijn de definities van de gebruikte termen opgenomen.</al><al><vet>Artikel 2 </vet></al><al>In deze bepaling is het principe van de compensatieverplichting neergelegd.Het
                    eerste lid is van toepassing op ruimtelijke ingrepen met betrekking tot bos en
                    natuur voorzover het gaat om gebieden genoemd in het tweede lid. De gemeente De
                    Wolden beschikt over een actueel bestemmingsplan Buitengebied. ‘Natuurgebied’ en
                    ‘Bosgebied’ zijn de gebiedsbestemmingen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied De
                    Wolden’. Met ‘daarmee vergelijkbare bestemmingen¡¦ worden soortgelijke
                    bestemmingen bedoeld die in andere bestemmingsplannen voorkomen maar net iets
                    anders zijn benoemd.De Boswet is (momenteel) alleen van toepassing buiten de
                    bebouwde kom Boswet. Buiten deze Bebouwde Kom Boswet is de Boswet van toepassing
                    op bossen en houtsingels met een oppervlakte groter dan 10 are en rijbeplanting
                    van meer dan 20 bomen.De Boswet is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="1."><al>erven en tuinen;</al></li><li nr="2."><al>eenrijige geschoren meidoornhagen als deze als zodanig zijn aangelegd en
                            beheerd;</al></li><li nr="3."><al>eenrijige beplantingen van populier of wilg, op of langs landbouwgronden
                            en langs wegen;</al></li><li nr="4."><al>Italiaanse populier, linde, paardekastanje en treurwilg;</al></li><li nr="5."><al>vruchtbomen;</al></li><li nr="6."><al>windschermen langs boomgaarden;</al></li><li nr="7."><al>kerstsparren niet ouder dan twaalf jaar, geteeld op daarvoor bestemde
                            terreinen;</al></li><li nr="8."><al>kweekgoed.</al></li></lijst><al>Bij significante aantasting van bestaande waarden zal een vorm van compensatie
                    verlangd worden (lid 3).Ingevolge het vierde lid is de verordening ook van
                    toepassing op landschap waar dat gezien aard en karakter van de voorgenomen
                    ruimtelijke ingreep naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig
                    is</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>In lid 1 van dit artikel wordt het beginsel van ¡§geen netto verlies¡¨ als
                    uitgangspunt verklaard. Daartoe zullen maatregelen getroffen kunnen worden met
                    het oog op inpassing, mitigatie en compensatie.Dit beginsel wordt hieronder
                    nader worden uitgewerkt. Bij een ingreep in een bepaald gebied wordt door de
                    volgende stappen te doorlopen inhoud gegeven aan het beginsel ''geen netto
                    verlies'':</al><lijst><li nr="a."><al>compensatie in oppervlakte (eventueel met toeslag conform de normen
                            hieronder) en verder, in de directe omgeving van de ingreep door middel
                            van vervangende grond die voldoende is ingericht en geschikt
                            gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>via vergoeding van gekapitaliseerde kosten van aanloopbeheer vanwege
                            kwaliteitsverschil tussen bestaand en nieuw aangelegd terrein;</al></li></lijst><al>Van geval tot geval wordt bezien of en hoe de natuurlijke kwaliteiten
                    geregenereerd kunnen worden. Compensatie wordt uitgevoerd op een van tevoren te
                    bepalen plaats waar potentieel dezelfde waarden kunnen worden ontwikkeld. Deze
                    plaats dient zich in het algemeen nabij de plaats van de ingreep te bevinden en
                    waar aansluiting bij de bestaande waarden kan worden gezocht. Is deze
                    mogelijkheid niet aanwezig, dan zal in de nabije omgeving een andere locatie
                    moeten worden gevonden.Als fysieke compensatie door overmacht niet of niet
                    voldoende mogelijk is, wordt deze vervangen door financiele compensatie (artikel
                    6).</al><al><onderstreept>Bos</onderstreept> Indien uit het in artikel 3, eerste lid,
                    bedoelde plan blijkt dat er sprake is van (a) verlies van oppervlakte aan bos,
                    (b) aantasting van de kwaliteit van bos, en/of (c) verlies aan oude bosbodem
                    wordt de compensatie vastgesteld afhankelijk van de leeftijd van het bos als
                    levensgemeenschap en met inachtneming van de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>als het bos of de beplanting nog geen 25 jaren oud is, dient 133% van de
                            oppervlakte gecompenseerd te worden (100% voor het verlies van de
                            oppervlakte en 33% oppervlakte voor het verlies van kwaliteit);</al></li><li nr="b."><al>als het bos of de beplanting ouder is dan 25 jaren doch jonger dan 100
                            jaren, dient 166% van de oppervlakte gecompenseerd te worden (100% voor
                            het verlies van de oppervlakte en 66% oppervlakte voor het verlies van
                            kwaliteit);</al></li><li nr="c."><al>als het bos of de beplanting ouder is dan 100 jaren, wordt in principe
                            geen medewerking verleend. In geval van onontkoombaar maatschappelijk
                            belang, wordt van geval tot geval bepaald welke norm voor compensatie
                            redelijk wordt geacht.</al></li><li nr="d."><al>Indien boswaarden verloren gaan ten behoeve van een zeldzamer
                            ecosysteem, gelden uitsluitend de compensatienormen van de Boswet.</al></li></lijst><al><onderstreept>Natuur</onderstreept>Indien uit het in artikel 3, eerste lid,
                    bedoelde plan blijkt dat er sprake is van (a) verlies van oppervlakte aan
                    natuur, (b) aantasting van de kwaliteit van natuur en/of (c) verlies of
                    aantasting van biotopen voor aandachtssoorten, wordt de compensatie vastgesteld
                    met inachtneming van de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>als natuurwaarden binnen 25 jaren vervangen kunnen worden, dient 100%
                            van de oppervlakte gecompenseerd te worden en 33% financiële toeslag
                            voor het verlies van kwaliteit (ten behoeve van het aanloopbeheer);</al></li><li nr="b."><al>als natuurwaarden binnen een periode van 25 tot 100 jaren vervangen
                            kunnen worden, dient 100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden en
                            66% financiële toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten behoeve van
                            het aanloopbeheer);</al></li><li nr="c."><al>als natuurwaarden niet binnen een periode van 100 jaren vervangen kunnen
                            worden, wordt in principe geen medewerking verleend. In geval van
                            onontkoombaar maatschappelijk belang, wordt van geval tot geval bepaald
                            welke norm voor compensatie redelijk wordt geacht.</al></li></lijst><al><onderstreept>Landschap</onderstreept>Bij compensatie voor landschap zal van
                    geval tot geval maatwerk moeten worden geleverd. Daarbij blijft het beginsel
                    ‘geen netto verlies van waarden’ uitgangspunt.De hierboven opgenomen normen voor
                    compensatie van bos en natuur zijn gebaseerd op het SGR I.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Dit artikel schrijft voor dat het plan bij de aanvraag wordt gevoegd. Tevens
                    wordt aangegeven welke elementen ten minste in het compensatieplan dienen te
                    zijn opgenomen. Dit kan betekenen dat een deskundig bureau door de aanvrager
                    moet worden ingeschakeld. Ingevolge artikel 4:5 Awb behoeft de aanvraag pas in
                    behandeling te worden genomen als het plan aan de gestelde vereisten voldoet.Van
                    belang is dat burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen aan inhoud
                    en procedure. Mocht de gemeente besluiten dat in alle gevallen nadere stukken of
                    te volgen stappen noodzakelijk zijn, dan kan het worden aangevuld met de
                    benodigde informatie.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Lid 1 geeft aan dat een ingreep waarbij landschap, bos en natuurwaarden worden
                    aangetast slechts plaats kan vinden na een zorgvuldige belangenafweging waarbij
                    burgemeester en wethouders deze belangen afwegen tegen het maatschappelijk
                    belang van de ingreep. Daarbij is het aan de aanvrager om aan te tonen dat geen
                    andere geschikte locatie aanwezig is en om het maatschappelijk belang te
                    onderbouwen. De belangenafweging geschiedt door burgemeester en
                    wethouders.Volgens lid 2 houden burgemeester en wethouders rekening met andere
                    ingrepen in het gebied. Zo kan compensatie van verschillende ingrepen worden
                    gecombineerd in één groter compensatieproject maar kan compensatie van het ene
                    project tevens samenvallen met een ander project. Denkbaar is dat een project
                    dat ten koste gaat van bos gecompenseerd wordt door realisatie van een ander
                    project om een bos of landgoed aan te leggen.Lid 3 geeft burgemeester en
                    wethouders de mogelijkheid om de verplichting tot compensatie achterwege te
                    laten bij kleine ingrepen en in geval van ingrepen die in verhouding tot de
                    grootte van het betreffende bos of natuurgebied, van ondergeschikte betekenis
                    zijn.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Uitgangspunt is dat financiële compensatie slechts plaatsvindt als fysieke
                    compensatie niet of slechts ten dele mogelijk is. De financiële compensatie
                    wordt in dat geval door de gemeente gelabeld in een fonds gestort.De financiële
                    compensatie bestaat uit de kosten van fysieke compensatie inclusief
                    oppervlaktetoeslagen plus de kosten ten behoeve van het aanloopbeheer.Het
                    Nationaal groenfonds fungeert als een soort bancaire instelling, maar dan met
                    specialiteit natuurfinanciering. Er is in de verordening voor het groenfonds
                    gekozen, omdat dat fiscale voordelen kan opleveren (het groenfonds is aangewezen
                    als "groene" financier) en omdat de gemeente met het groenfonds ook afspraken
                    kan maken over besteding van het geld en daarbij gebruik kan maken van de kennis
                    van de Stichting het Groenfonds over natuurontwikkelingsgebieden. Als een
                    particuliere organisatie natuur wil ontwikkelen, kan ze daarvoor een lening
                    aanvragen bij het Groenfonds. Stel dat dat gebied in onze gemeente ligt en nog
                    niet is aangewezen als natuurgebied, dan kan het wellicht als compensatiegebied
                    dienen.Daarnaast kan de financiële toeslag gestort worden in een fonds. De
                    financiële toeslag wordt vanuit het fonds beschikbaar gesteld aan de beheerder
                    voor het beheer (en inrichting) van de nieuwe gebieden. De financiële toeslag
                    kan ook d.m.v. een bankgarantie veiliggesteld worden en rechtstreeks door de
                    initiatiefnemer aan de beheerder worden uitbetaald. De gemeente bepaalt hoe en
                    waar de financiële compensatie wordt gestationeerd. Het verdient aanbeveling een
                    termijn vast te stellen, waarbinnen de financiële compensatie opnieuw moet
                    worden ingezet. Aangezien geadviseerd wordt compensatie zo dicht mogelijk bij de
                    ingreep te realiseren, ligt het voor de hand dat compensatie in eerste instantie
                    binnen de eigen gemeente plaatsvindt. Mocht dat niet haalbaar zijn, of als
                    blijkt dat compensatie in een andere gemeente op minder problemen stuit, kan de
                    gemeente besluiten de financiële middelen te besteden in een andere gemeente.
                    Dit kan bij grensoverschrijdende natuurgebieden aan de orde zijn.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Dit artikel regelt dat de verordening terugtreedt in geval van regelgeving door
                    hogere overheden.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Slotbepaling</al><al><vet>Bijlage uitgangspunten bij het formuleren van
                    compensatiemaatregelen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de aantasting dient zoveel als mogelijk invulling gegeven te worden
                            aan landschappelijke inpassing en mitigatie. Deze activiteiten zijn er
                            in belangrijke mate op gericht om de locatie, waar als gevolg van de
                            ingrepen sprake is van negatieve effecten, te verkleinen. Dit kan
                            gebeuren door een juiste inrichting, landschappelijke inpassing en door
                            het nemen van specifieke maatregelen zoals bijvoorbeeld geluidsschermen,
                            dassentunnels en wildviaducten.</al></li><li nr="2."><al>Het bereiken van een gelijkwaardige ecologische samenhang. Als delen van
                            de ecologische structuur worden aangetast, moeten compenserende gebieden
                            aansluiten bij het resterende deel om eenzelfde samenhang te kunnen
                            waarborgen. Als dit niet mogelijk is, zal kwaliteitsverbetering van het
                            resterende gebied moeten plaatsvinden.</al></li><li nr="3."><al>Vervanging door natuur van gelijke aard. Het doel is het compenseren
                            naar de aard van het gebied dat verloren gaat of naar de aard van de
                            effecten van de ingreep op de omgeving. Van belang zijn in dit verband
                            de aanwezige zeldzame en bedreigde soorten (vergelijk de
                            Habitatrichtlijn), het landschapstype en het natuurdoeltype. Voor bossen
                            en ecologische verbindingszones geldt ook dat de compensatie van gelijke
                            aard moet zijn. Bos wordt vervangen door bos en een verbindingszone door
                            een andere verbindingszones die dezelfde waarde in hetzelfde gebied
                            vertegenwoordigt.</al></li><li nr="4."><al>De functionaliteit van de ecologische structuur dient in tact te
                            blijven. Alvorens een goed voorstel voor compensatie te kunnen maken,
                            moet bekend zijn welke functies het aan te tasten gebied vervult. Voor
                            gebieden die voor amfibieën van belang zijn moet onderscheid gemaakt
                            worden tussen leef- en voortplantingsgebied. Beiden moeten met elkaar in
                            verbinding staan. Bij compensatie van een van beide gebieden, moet het
                            te compenseren gebied aansluiting vinden bij het in tact blijvende
                            gebied.</al></li><li nr="5."><al>Compenserende maatregelen dienen een areaal te beslaan dat minimaal even
                            groot is als het gebied dat door de ingreep wordt ingenomen. De omvang
                            van het te compenseren gebied wordt bepaald door het vernietigde areaal
                            plus het deel waarin, na mitigerende maatregelen nog negatieve effecten
                            blijven bestaan. Voorts wordt een toeslag berekend voor
                            kwaliteitsverlies, afhankelijk van de waarden van het aan te tasten
                            gebied. De compensatie van het kwaliteitsverlies houdt rekening met de
                            periode die moet worden overbrugd om van maagdelijk ingericht gebied te
                            komen tot gerijpt gebied dat verloren is gegaan.</al></li><li nr="6."><al>De aard en de omvang van de compensatie worden mede bepaald door de
                            invloeden die de ingreep uitoefent op zijn omgeving en de aard van het
                            gebied waar compensatie plaatsvindt. De invloed op de omgeving van de
                            ingreep kan door mitigerende en inpassende maatregelen zoveel mogelijk
                            beperkt worden. Doel hiervan is de uiteindelijke negatieve externe
                            invloed te minimaliseren.</al></li><li nr="7."><al>De compenserende maatregelen dienen in beginsel plaats te vinden in de
                            (directe) omgeving van de ingreep. De locatie moet zodanig gekozen
                            worden</al></li><li nr="8."><al>Compensatie dient te passen binnen het lokaal afgewogen beleid zoals dat
                            verwoord is in het bestemmingsplan, natuur- en landschapsbeleidsplannen.
                            Een belangrijk hulpmiddel bij de keuze voor compensatiegebieden zijn
                            (gemeentelijke) landschaps- en natuurbeleidsplannen en het POP.</al></li><li nr="9."><al>Inrichting, beheer en duurzaamheid dienen gewaarborgd te zijn. Tot
                            onderdeel van de compensatie worden ook de inrichting van terreinen
                            gerekend die nodig is om ontwikkeling mogelijk te maken van
                            natuurwaarden tot het kwaliteitsniveau van het gebied dat door de
                            ingreep verloren gaat. Voorwaarde hierbij is dat zowel het voortbestaan
                            van de compensatiegebieden als het beheer ervan, na inrichting, op een
                            duurzame wijze gewaarborgd zijn. Dit kan gebeuren door de toekomstig
                            beheerder al in een vroeg stadium bij de planontwikkeling te betrekken.
                            De kosten voor het aanloopbeheer komen voor rekening van de
                            initiatiefnemer. De duur van het aanloopbeheer is afhankelijk van het
                            beoogde natuurdoeltype.</al></li><li nr="10."><al>Bij de realisering van compensatie moet gestreefd worden naar
                            robuustheid in groene structuren. Compensatie mag niet leiden tot
                            versnippering van natuur en landschap. Compensatie van grote elementen
                            mag niet leiden tot opsplitsing in kleinere eenheden. Bundeling van
                            meerdere compensaties kan leiden tot robuuste nieuwe gebieden. Hierbij
                            mag niet voorbijgegaan worden aan het feit dat bij compensatie gestreefd
                            dient te worden naar gelijke aard en functionaliteit van de compensatie.
                            Kleinschalige landschapselementen met belangrijke verbindingsfunctie,
                            welke vaak zeer bepalend zijn voor het landschap, mag men niet
                            compenseren als onderdeel van een groot bosgebied.</al></li></lijst><al><onderstreept>Vormen van aantasting</onderstreept>Bij ruimtelijke ingrepen ten
                    koste van bos, natuur en landschap kan sprake zijn van de volgende vormen van
                    aantasting:</al><lijst><li nr="a."><al>Vernietiging :Hierbij is sprake van vernietiging van de groeiplaats en
                            de aanwezige natuurwetenschappelijke of landschappelijke waarden ten
                            behoeve van andere bestemmingen</al></li><li nr="b."><al>Verstoring: Onder verstoring verstaan we de negatieve effecten op de
                            omgeving door de nieuwe ontwikkelingen op de locatie van aantasting.
                            Deze kan bestaan uit geluidsoverlast, betreding, verdroging,
                            verontrusting en verlichting</al></li><li nr="c."><al>Versnippering: Versnippering treedt op als elementen uit de ecologische
                            of landschappelijke structuur met een duidelijke voor hun omgeving
                            belangrijke functie, verdwijnen of worden aangetast. Dit zijn elementen
                            die een functie hebben in grotere natuurlijke systemen. Bij dergelijke
                            systemen moet gedacht worden aan foerageer- en leefgebieden, stepping
                            stones, houtwallen, natte of droge verbindingen tussen natuurgebieden en
                            winter- en zomergebieden.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>