<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50397_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening 2012-II</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-07-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.dewolden.nl">De Wolder Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening 2012-II</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/geldigheidsdatum_">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-07-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-11-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012 XII/7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening 2012-II</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. XII/7</al><al>De raad van de gemeente DE WOLDEN;</al><al>overwegende dat het aanbeveling verdient regels te stellen ter handhaving
                        van de openbare orde;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 juni 2012;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>Besluit:</al><al>I. In te trekken de Algemene plaatselijke verordening 2012 vastgesteld bij
                        raadsbesluit van 14 juli 2011</al><al>II. vast te stellen de navolgende Algemene plaatselijke verordening
                        2012-II.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegan-kelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening gemeente De Wolden;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet al-gemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                    vergunning of onthef-fing binnen acht weken na de datum van
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                    verlengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                    ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                    vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                    termijn worden verlengd tot ten hoogste acht we-ken.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                                    algemene bepalingen omge-vingsrecht van toepassing indien
                                    beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 2:10, vierde lid, artikel 2:11 of artikel 4:11.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                    beperkingen worden ver-bonden. Deze voorschriften en beperkingen
                                    strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen
                                    in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                    verplicht de daaraan ver-bonden voorschriften en beperkingen na
                                    te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daar-in gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ont-heffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen ver-zet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursor-gaan worden geweigerd in het belang van:</al><al>a. de openbare orde;</al><al>b. de openbare veiligheid;</al><al>c. de volksgezondheid;</al><al>d. de bescherming van het milieu.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen</titel></kop><al>VERVALLEN</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onno-dig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                        waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of
                                        bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende
                                        gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                        ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                        samenscholing, is verplicht op bevel van een ambte-naar van
                                        politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
                                        aangewezen richting te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                        plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in
                                        het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                        ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>BETOGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare
                                        aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt
                                        gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:a. naam en adres van degene die de
                                        betoging houdt;b. het doel van de betoging;c. de datum
                                        waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van
                                        aanvang en van beëindiging;d. de plaats en, voorzover van
                                        toepassing, de route en de plaats van beëindiging;e.
                                        voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;f.
                                        maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                        een regelmatig ver-loop te bevorderen.</al></li><li nr="3."><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt
                                        op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                        algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                        uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                        voorafgaande werkdag.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                        eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                        kennisgeving in behandeling nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of af-beeldingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden op door het college aangewezen open-bare
                                        plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>BRUIKBAARHEID, AANZIEN EN GEBRUIK VAN DE WEG EN OPENBARE
                                PLAATS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg en openbare
                                    plaats en het gebruik van de weg en openbare plaats in strijd
                                    met de publieke functie ervan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte of een openbare
                                        plaats anders te gebrui-ken dan overeenkomstig de publieke
                                        functie daarvan, als:a. het beoogde gebruik schade toebrengt
                                        aan de weg of openbare plaats, gevaar op-levert voor de
                                        bruikbaarheid van de weg of openbare plaats of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        kan vormen voor het doelma-tig beheer en onderhoud van de
                                        weg of openbare plaats of de toegankelijkheid van de weg of
                                        openbare plaats wordt beperkt;b. het beoogde gebruik hetzij
                                        op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet vol-doet
                                        aan redelijke eisen van welstand.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan in het belang van de
                                        openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels
                                        stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en
                                        recla-me-uitingen.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                        in het eerste lid ge-stelde verbod of een afwijking toestaan
                                        indien lid 4 van toepassing is.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
                                        het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                        activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,
                                        onder j, of onder k, van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:a. evenementen
                                        als bedoeld in de Festiviteiten- en
                                        evenementenverordening;b. standplaatsen als bedoeld in
                                        artikel 5:17.c. overige gevallen waarin krachtens een
                                        wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de
                                        weg is geregeld.</al></li><li nr="6."><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994, of het Provinciaal
                                        wegenreglement.</al></li><li nr="7."><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
                                        in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend:a. als omgevingsvergunning door
                                        het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn ver-boden bij
                                        een bestemmingsplan, beheersverordening of
                                        voorbereidingsbesluit;b. door het college in de overige
                                        gevallen</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij
                                        het uitvoeren van hun pu-blieke taak.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voor-zien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het
                                        Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                        Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of
                                        verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                        weg:a. indien degene die voornemens is een uitweg te maken
                                        naar de weg of verandering te brengen in een bestaande
                                        uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                                        gedaan aan het college, onder indiening van een
                                        situatieschets (schaal 1:1000) van de gewenste uitweg,
                                        vermelding van de wijze van uitvoering, de toe te passen
                                        materialen en een kleurenfoto van de bestaande situatie. b.
                                        indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                        heeft verboden.</al></li><li nr="2."><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de
                                        uitweg:a. indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar
                                        wordt gebracht;b. indien dat zonder noodzaak ten koste gaat
                                        van een openbare parkeerplaats;c. indien het openbaar groen
                                        daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;d. indien
                                        er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een
                                        andere uitweg wordt ontsloten;e. indien de kwaliteit van de
                                        uitrit voor zover die op gemeentegrond komt te liggen naar
                                        het oordeel van het college onvoldoende is.</al></li><li nr="3."><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet
                                        binnen vier weken na ont-vangst van de melding heeft beslist
                                        dat de gewenste uitweg wordt verboden.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brand-kraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden of
                                binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het
                                college aangewezen periode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouw-werk voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de open-bare
                                        verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                        verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                        Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaat-recht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of ver-strekt. Onder een horecabedrijf wordt
                                        in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension,
                                        café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
                                        clubhuis. Onder horeca-bedrijf wordt tevens verstaan een bij
                                        dit bedrijf behorend terras en andere aanhorig-heden.</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horeca-bedrijf waar sta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen wor-den bereid of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden voor een of meer horeca-bedrijven
                                        tijdelijk sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                        bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                        van de Opiumwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens een op grond van artikel
                                2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                        handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf
                                        enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                        overdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:30 en met 2:31</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schrifte-lijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[vervallen]</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploi-tant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gele-genheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijk-heid
                                        wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in
                                        geld inwisselbare voor-werpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:a. speelautomatenhallen
                                        waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder c, van
                                        de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;b.
                                        speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de
                                        Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;c.
                                        speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                        kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                        kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                        bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                        handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen te ver-richten.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:a. indien naar zijn
                                        oordeel moet worden aangenomen dat de woon en leefsituatie
                                        in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde
                                        op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                        exploitatie van de speelgelegenheid;b. indien de exploitatie
                                        van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend
                                        bestem-mingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:a. Wet: de Wet op de
                                        kansspelen;b. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel
                                        30, onder a, van de Wet;c. kansspelautomaat: automaat als
                                        bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet;d. hoogdrempelige
                                        inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d,
                                        van de Wet;e. laagdrempelige inrichting: inrichting als
                                        bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten
                                        toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten
                                        toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                        geheel niet zijn toegestaan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                        gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk
                                        lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een
                                        voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lo-kaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                        bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een open-bare plaats of dat gedeelte van
                                        een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:a. een
                                        aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                        aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                        brengen of te doen aanbrengen;b. met kalk, krijt, teer of
                                        een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of
                                        teken aan te brengen of te doen aanbrengen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of
                                        bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk,
                                        teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen
                                        te vervoeren of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde
                                        werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich
                                        onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
                                        verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                        verbreken, diefstal door middel van braak te
                                        vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen of in voor publiek
                                    toegankelijke ruimten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:a. op een openbare plaats te klimmen of zich
                                        te bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                        constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                        hekheining of an-dere afsluiting, verkeersmeubilair en
                                        daarvoor niet bestemd straatmeubilair;b. zich op een
                                        openbare plaats zodanig op te houden dat overlast of hinder
                                        wordt veroorzaakt;c. zich zonder redelijk doel op een voor
                                        anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het
                                        publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor
                                        een openbaar vervoermiddel, rijwielstalling of een andere
                                        soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel
                                        deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan
                                        waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt
                                        van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende
                                        drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en
                                        dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:a. een terras
                                        dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1
                                        van de Drank- en Horecawet;b. de plaats, niet zijnde een
                                        horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een onthef-fing
                                        geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:a. zich zonder redelijk doel in een portiek
                                        of poort op te houden;b. zonder redelijk doel in, op of
                                        tegen een raamkozijn of een drempel van een ge-bouw te
                                        zitten of te liggen.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                        flatgebouwen, appartementsge-bouwen en soortgelijke
                                        meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                        toegan-kelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschap-pelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van zo'n gebouw.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>(vervallen, samengevoegd met artikel 2:47)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen:a. binnen de bebouwde
                                        kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;b. op een
                                        voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                        ingerichte kinder-speelplaats, zandbak of speelweide of op
                                        een andere door het college aangewezen plaats;c. op de weg
                                        zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander
                                        identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
                                        kennen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd
                                        in het eerste lid onder a niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a en
                                        b gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond
                                        zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat
                                        begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze
                                        aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te
                                        zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:a. op
                                        een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor
                                        het verkeer van voetgangers;b. op een voor het publiek
                                        toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                                        kinder-speelplaats, zandbak of speelweide;c. op een andere
                                        door het college aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd
                                        in het eerste lid, onder a niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
                                        lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of
                                        houder van de hond er zorg voor draagt dat de uit-werpselen
                                        onmiddellijk worden verwijderd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                        gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder
                                        van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en
                                        muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                                        loopt op een openbare plaats of op het terrein van een
                                        ander.</al></li><li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met
                                        een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste
                                        1,50 meter.</al></li><li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf
                                        die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig
                                        leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige
                                        leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat
                                        verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
                                        c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                        afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de
                                        bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                        aanwezig zijn.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder
                                        c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te
                                        zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
                                        uniek identificatienummer door middel van een microchip die
                                        met een chipreader afleesbaar is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:a. binnen een afstand van
                                        dertig meter van woningen of andere gebouwen waar overdag
                                        mensen verblijven;b. binnen een afstand van dertig meter van
                                        de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voorzover de bij-enhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12</nr><titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>13</nr><titel>VUURWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                        nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen
                                        dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden,
                                        zonder een vergunning van het college.</al></li><li nr="2."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruiken van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats
                                        te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                        veroorzaken.De in het eerste en tweede lid gestelde verboden
                                        gelden niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het
                                        Wetboek van Strafrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Het schieten van carbid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is het verboden acetyleengas afkomstig van de reactie
                                        tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsel met
                                        vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te
                                        verbranden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod gesteld in het eerste lid geldt niet indien het
                                        gebruik plaatsvindt op 31 december van 10.00 uur tot 1
                                        januari 02.00 uur, mits wordt voldaan aan nader door
                                        burgemeester en wethouders vast te stellen
                                        voorschriften.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan voor andere dagen onder het stellen van
                                        voorschriften ontheffing verlenen van het verbod gesteld in
                                        het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is niet van toepassing voorzover de Wet
                                        Milieubeheer, Wet wapens en munitie, Wet milieugevaarlijks
                                        stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing
                                        zijn.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>14</nr><titel>DRUGSOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>15</nr><titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:47, 2:48,
                                2:49, 2:50, 2:73 en 5:34 van de Algemene plaatselijke verordening
                                groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicoge-bied.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                        Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                        een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een
                                        openbare plaats.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                        eerste lid eveneens ten aanzien van andere door de
                                        gemeenteraad aan te wijzen plaatsen die voor het publiek
                                        toegankelijk zijn.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele hande-lingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsma-tig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden ver-richt, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seks-inrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, seks-theater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        eroti-sche-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die be-drijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden ver-kocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        verte-genwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:1. de exploitant;2. de beheerder;3. de
                                        prostituee;4. het personeel dat in de seksinrichting
                                        werkzaam is;5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond
                                        van artikel 6.2 van deze verorde-ning;6. andere personen
                                        wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende
                                        redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als be-doeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefe-ning van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan. Het aantal prostitutiebedrijven in de
                                        gemeente De Wolden bedraagt niet meer dan 2 bedrijven.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld:a. de persoonsgegevens van de
                                        exploitant;b. de persoonsgegevens van de beheerder; enc. de
                                        aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:a. staan niet onder curatele
                                        en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;b.
                                        zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; enc.
                                        hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant
                                        en de beheerder niet:a. met toepassing van de artikel 37 van
                                        het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis
                                        geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek
                                        van Strafrecht ter beschikking gesteld;b. binnen de laatste
                                        vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare
                                        lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en
                                        Sint Maarten,, dan wel door een andere rechter wegens een
                                        misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                                        voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van
                                        het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;c. binnen de
                                        laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken
                                        onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                        geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf
                                        als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het
                                        Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens
                                        overtreding van:· bepalingen gesteld bij of krachtens de
                                        Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                        Wet arbeid vreemdelingen;· de artikelen 137c tot en met
                                        137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a,
                                        300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453
                                        van het Wetboek van Strafrecht;· de artikelen 8 en 162,
                                        derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto
                                        arti-kel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;· de artikelen 1,
                                        onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                                        Kansspelen;· de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                        weerkorpsen;· de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                        munitie.</al></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld:a. vrijwillige betaling van een geldsom als
                                        bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek
                                        van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                        Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                        minder dan 375 euro bedraagt;b. een bevel tot
                                        tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                        vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                        vergunning;b. bij de intrekking van een vergunning
                                        teruggerekend vanaf de datum van de intrek-king van deze
                                        vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                        geen exploitant of beheer-der geweest van een seksinrichting
                                        of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het
                                        bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                        vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen
                                        verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd orgaan kan de openingstijden en een verplicht
                                        sluitingsuur van een prostitutiebedrijf vaststellen.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een
                                        voorschrift als bedoeld in arti-kel 1:4 voor een
                                        afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                                        vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                        krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens
                                        artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover in de daarin ge-regelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                        voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                        belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                        dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:a. tijdelijk
                                        andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid,
                                        geldende slui-tingsuren vaststellen;b. van een afzonderlijke
                                        seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of
                                        algehele sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene
                                        wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in
                                        het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend
                                        overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                        vermelde exploitant of beheerder in de seksin-richting
                                        aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                        in de seksinrichting:a. geen strafbare feiten plaatsvinden,
                                        waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                        (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de
                                        persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal)
                                        en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                        Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie;
                                        enb. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                        strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                        of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                        op andere wijze, pas-santen tot prostitutie te bewegen, uit
                                        te nodigen dan wel aan te lokken:a. op of aan andere dan
                                        door het college aangewezen wegen of gebieden;b. gedurende
                                        andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod, kan door poli-tieambtenaren het bevel
                                        worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                        verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                        belangen kan door politie-ambtenaren aan personen die zich
                                        bevinden op de wegen en gedurende de tijden be-doeld in het
                                        eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in
                                        een bepaalde richting te verwijderen.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13,
                                        tweede lid, genoemde belan-gen personen aan wie ten minste
                                        eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid
                                        bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn,
                                        anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden
                                        op of aan de wegen en op de tijden be-doeld in het eerste
                                        lid.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde
                                        verbod indien dat in verband met de persoonlijke
                                        omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></li><li nr="6."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                        burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde
                                        lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te ex-ploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefom-geving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goede-ren, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldin-gen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen:a. indien het bevoegd
                                        bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat
                                        de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen
                                        daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in
                                        gevaar brengt;b. anders dan overeenkomstig de door het
                                        bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                        de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of ge-schreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag
                                        om vergunning be-doeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen
                                        twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                        twaalf weken verdagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien:a. de exploitant of de beheerder niet
                                        voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;b. de vestiging
                                        of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf
                                        in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                        stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverorde-ning;c. er
                                        aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf personen werk-zaam zijn of zullen zijn in
                                        strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet be-paalde.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de
                                        aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste
                                        lid, worden geweigerd in het belang van:a. het voorkomen of
                                        beperken van overlast; b. het voorkomen of beperken van
                                        aantasting van het woon- en leefklimaat;c. de veiligheid van
                                        personen of goederen;d. de verkeersvrijheid of
                                        -veiligheid;e. de gezondheid of zedelijkheid;f. de
                                        arbeidsomstandigheden van de prostituee </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                        vergunning vermelde ex-ploitant, de exploitatie van de
                                        seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                        beëin-digd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                        exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis
                                        aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g,
                                        het beheer in de seksinrich-ting of het escortbedrijf
                                        feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan
                                        binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                        schriftelijk kennis aan het be-voegd bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                        indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                        exploitant heeft besloten de verleende vergun-ning
                                        overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het
                                        bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan
                                        het beheer worden uitge-oefend door een nieuwe beheerder
                                        zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede
                                        lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                        besloten.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit algemene regels voor
                                        inrichtingen milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in
                                        werking te hebben of handelingen te verrichten op een
                                        zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                        geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                        Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                                        Vuur-werkbesluit of de Provinciale Omgevingsverordening
                                        Drenthe.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder;a. boom: een
                                        houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de
                                        stam van minimaal 10 centimeter op 1.30 meter hoogte boven
                                        het maaiveld, hetzij levend of dood. In geval van
                                        meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.
                                        In het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht
                                        kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden
                                        voor bomen kleiner dan 10 centimeter dwarsdoorsnede op 1.30
                                        meter hoogte boven het maaiveld;b. houtopstand: één of meer
                                        bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing
                                        van heesters en struiken of een beplanting van
                                        bosplantsoen;c. hakhout: één of meer bomen of boomvormers
                                        die na te zijn geveld opnieuw op de stronk uitlopen;d.
                                        knotten / kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats
                                        verwijderen van uitlopend takhout bij knotbomen,
                                        gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk
                                        onderhoud;e. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                        vastgesteld ingevolge artikel 1 lid 5 van de Boswet;f.
                                        beeldbepalend waarde is de waarde van een houtopstand die
                                        bepaald wordt door: - de verschijningsvorm of- de
                                        onvervangbaarheid of- het karakter van de omgeving. De boom
                                        of bomen vormen een uniforme laanbeplanting die
                                        karakteristiek structuur zichtbaar maakt. De boom is
                                        bijzonder door zijn huidige verschijningsvorm, bijvoorbeeld
                                        door uitzonderlijke hoogte of dikte, snoeiwijze en
                                        dergelijke.g. cultuurhistorische waarde de waarde van een
                                        houtopstand die voorkomt in lokale verhalen of legenden of
                                        een bijzonder gebruik hebben. h. dendrologische waarde een
                                        van een zeldzame soort of variëteit, de aanduiding van
                                        zeldzaamheid in de Nederlandse Dendrologie is hiervoor
                                        bepalend.</al></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien met
                                        inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of
                                        ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten
                                        gevolge kunnen hebben. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                        houtopstand te vellen of te doen vellen indien:a. deze staat
                                        op de waardevolle bomenlijst als bedoeld in artikel 4:23a en
                                        de monumentale bomenlijst als bedoeld in artikel 4:23b van
                                        deze verordening;b. het een gemeentelijke houtopstand is;c.
                                        het een houtopstand is, gelegen in de bebouwde kom, met een
                                        doorsnede van 40 centimeter welke is gelegen in een strook
                                        van 10 meter gerekend vanaf het midden van de weg. De
                                        doorsnede dient gemeten te worden ter hoogte van 1.30 meter
                                        van de voet van de boom.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid onder b gestelde verbod geldt niet
                                        voor de houtopstanden buiten de bebouwde kom in de zin van
                                        de Boswet, indien het betreft:a. populieren en wilgen als
                                        wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs
                                        landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;b. houtopstand, die
                                        deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                        geregistreerde bosbouwonderneming en niet gelegen is binnen
                                        een bebouwde kom Boswet tenzij de houtopstand een
                                        zelfstandige eenheid vormt en, ofwel geen grotere
                                        oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in het geval van
                                        rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet
                                        meer bomen omvat dan 20.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet
                                        voor:a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van
                                        het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in
                                        artikel 4:21;b. het periodiek vellen van hakhout ter
                                        uitvoering van het reguliere onderhoud;c. het periodiek
                                        knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij de daarvoor
                                        geschikte boomsoorten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder
                                        voorschriften verlenenin het belang van onder meer:- natuur-
                                        en milieuwaarden;- landschappelijke waarden;-
                                        cultuurhistorische waarden;- waarden van stads- en
                                        dorpsschoon;- waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan toestemming geven tot direct vellen,
                                        indien sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar
                                        spoedeisend belang.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Openbaarmaking / procedure</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Standaardvoorwaarden van niet-gebruik</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden
                                herplant.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Herplant- / instandhoudingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de houtopstand, waarop het verbod tot vellen als
                                        bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder
                                        vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op
                                        andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de
                                        zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                        bevond, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het
                                        treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting
                                        opleggen herplant te plegen overeenkomstig de door hen te
                                        geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                        termijn.</al></li><li nr="2."><al>Indien de houtopstand, waarop het verbod tot vellen als
                                        bedoeld in deze afdeling van toepassing is, in het
                                        voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag
                                        aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de
                                        houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde
                                        tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                        verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven
                                        aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn
                                        voorzieningen te treffen waardoor die bedreiging wordt
                                        weggenomen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het bevoegd gezag beslist op een verzoek om schadevergoeding op
                                grond van artikel 17 juncto artikel 13 vierde lid van de
                                Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>Afstand tot erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 lid 2 van het Burgerlijk
                                Wetboek voor bomen die eigendom zijn van de gemeente wordt
                                vastgesteld op een halve meter voor bomen en op nihil voor heggen en
                                heesters.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:21</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr><titel>Samenloop kapvergunning en bouw- of aanlegvergunning</titel></kop><al><cursief>(Vervallen)</cursief></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23a</nr><titel>Lijst waardevolle bomen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt een lijst met waardevolle bomen en/of
                                        houtopstanden vast welke in particulier eigendom zijn.</al></li><li nr="2."><al>De in lid 1 bedoelde lijst bevat bomen welke aan de volgende
                                        voorwaarden voldoen:a. De leeftijd van de boom is minimaal
                                        50 jaar, enb. De boom heeft een levensverwachting van
                                        minimaal 20 jaar, enc. De boom is zichtbaar vanaf de
                                        openbare weg, en d. De natuurlijke vorm en bijbehorende
                                        kroonomvang van de boom zijn aanwezig en daardoor geeft de
                                        boom een goed beeld van de soorteigen habitus.Daarnaast
                                        moeten de bomen ten minste één van de volgende specifieke
                                        kenmerken hebben:a. Beeldbepalend boomwaarde;b.
                                        Cultuurhistorische boomwaarde; c. Dendrologische
                                        boomwaarde.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt deze lijst elke vijf jaar opnieuw vast.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23b</nr><titel>Monumentale bomen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt een lijst met monumentale bomen vast.</al></li><li nr="2."><al>De in lid 1 bedoelde lijst kan ambtshalve en op verzoek van
                                        belanghebbenden aangepast worden.</al></li><li nr="3."><al>Het college deelt haar besluit omtrent plaatsing op de lijst
                                        van gemeentelijke. mo-numentale bomen schriftelijk mede aan
                                        de eigenaar en andere zakelijk gerechtigde en, voor zover
                                        van toepassing, aan degene die om plaatsing heeft verzocht.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:24</nr><titel>Bomenfonds</titel></kop><al><cursief>(Vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:25</nr><titel>Bescherming bomen</titel></kop><al>Het is verboden om houtopstanden die openbaar eigendom zijn:</al><al>- te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al><al>- daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door of namens
                                ambtenaren ter uitoefening van hun opgedragen boomverzorgende
                                taak.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:26</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een
                                        inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                        openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen
                                        op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a.
                                        onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                        voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;b. bromfietsen en
                                        motorvoertuigen of onderdelen daarvan;c. kampeermiddelen als
                                        bedoeld in artikel 4:30 of onderdelen daarvan, indien het
                                        plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop
                                        of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;d.
                                        mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                        een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                        landbouwproducten, afbraakmaterialen en ou-de metalen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels
                                        stellen.</al></li><li nr="3."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        ruimtelijke ordening of de Provinciale
                                        Omgevingsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:27</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:28</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame
                                        te maken of te voe-ren door middel van een opschrift,
                                        aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar
                                        wordt gebracht of ernstige hinder of ontsiering ontstaat
                                        voor de omgeving.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan in het belang van het voorkomen van
                                        gevaar voor het ver-keer, ernstige hinder of ontsiering voor
                                        de omgeving nadere regels stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:29</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:30</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waar-voor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recrea-tief
                                nachtverblijf.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:31</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                        kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
                                        een kampeerterrein dat als zodanig in het be-stemmingsplan
                                        is bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van:a. de bescherming van
                                        natuur en landschap;b. de bescherming van een
                                        stadsgezicht.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:32</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>PARKEEREXCESSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeers-regels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersre-gels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:a. het gebruiken van een voertuig voor het geven
                                        van lessen;b. het gebruiken van een voertuig voor het
                                        vervoeren van personen tegen betaling.</al></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend:a. voertuigen waaraan herstel- of
                                        onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet
                                        meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig
                                        is en ge-bruikt wordt voor deze werkzaamheden;b. voertuigen
                                        voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde
                                        persoon.</al></li><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voer-tuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:a. drie of
                                        meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op
                                        de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                        meter met als middelpunt een van deze voertuigen;b. de weg
                                        als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                        voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan
                                        te bieden of te verhandelen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhel-pen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of
                                        anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt
                                        langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                        hebben, waar dit naar het oordeel van het college
                                        buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                        parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien
                                        van de gemeente;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover
                                        in het daarin geregelde on-derwerp wordt voorzien door het
                                        Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                        landschapsverordening.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                        aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                        kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college
                                        aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                        voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschik-bare parkeerruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op
                                        werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van
                                        08.00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijding beslissen) van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
                                        of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                        dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
                                        dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun
                                        anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
                                        de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te
                                        doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                        gemeentewege aangelegde beplanting of groen-strook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:a. op de weg;b. op
                                        voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                        vanwege de over-heid;c. op voertuigen, waarmee standplaats
                                        wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                        bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijding beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>COLLECTEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbie-den van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring wordt gehouden.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>VENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                        uitoefening van de ambulan-te handel te koop aanbieden,
                                        verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te
                                        bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of
                                        aan huis;</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:a. het aan huis afleveren
                                        van goederen door of vanwege degene die dit doet ter
                                        ex-ploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet;b. het te koop aanbieden, verkopen of
                                        afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                        jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste
                                        lid, on-der h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als
                                        bedoeld in artikel 5:22;c. het te koop aanbieden, verkopen
                                        of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten
                                        op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde,
                                        de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in
                                        gevaar komt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        artikel 5 van het Wegenverkeerswet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor
                                        venten met gedrukte of ge-schreven stukken waarin gedachten
                                        en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7,
                                        eerste lid, van de Grondwet.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in
                                        het eerste lid beperken door een verbod in te stellen:a. op
                                        door het college aangewezen openbare plaatsen, ofb. voor
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>STANDPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
                                        middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:a. een vaste plaats op
                                        een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste
                                        lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;b. een vaste
                                        plaats op een evenement als bedoeld in de Festiviteiten- en
                                        evenementen-verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd:a. indien de standplaats hetzij op zichzelf
                                        hetzij in verband met de omgeving niet vol-doet aan eisen
                                        van redelijke welstand;b. indien als gevolg van bijzondere
                                        omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente
                                        redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van
                                        een vergunning voor een standplaats voor het verkopen van
                                        goederen een redelijk ver-zorgingsniveau voor de consument
                                        ter plaatse in gevaar komt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder ver-gunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provin-ciaal
                                        wegenreglement.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a,
                                        geldt niet voor bouwwerken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>SNUFFELMARKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een
                                        markt in een voor het pu-bliek toegankelijk gebouw waar
                                        hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden
                                        verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                                        standplaats.</al></li><li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:a. een markt of
                                        jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en
                                        onder h, van de Gemeentewet;b. een evenement als bedoeld in
                                        de Festiviteiten- en evenementenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        snuffelmarkt te organi-seren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                        nagenoeg geheel en voort-durend in gebruik zijn als winkel
                                        in de zin van de Winkeltijdenwet.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>OPENBAAR WATER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
                                        wedstrijd dan wel, ter voorbe-reiding van een wedstrijd, een
                                        trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                        daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
                                        nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:
                                        a. in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;b. in het belang van de bescherming van het
                                        uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van
                                        andere milieuwaarden;c. in het belang van de veiligheid van
                                        de deelnemers van de in het eerste lid bedoel-de wedstrijden
                                        en ritten of van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan dat wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                                        sportmotoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoe-nen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement verkeersregels en ver-keerstekens 1990, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        ver-keersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                        een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
                                        andere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:a.
                                        in het belang van het voorkomen van overlast;b. in het
                                        belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden;c. in
                                        het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                        van paarden:a. ten dienste van politie, brandweer en
                                        geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel
                                        29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                        hulpverleningsdiensten;b. die worden gebruikt in verband met
                                        beheer, onderhoud of exploitatie van de ter-reinen als in
                                        het eerste lid bedoeld;c. die worden gebruikt in verband met
                                        werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                        uitgevoerd;d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en
                                        pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen
                                        als in het eerste lid bedoeld;e. voor het verkeer ten
                                        behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d
                                        be-doelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:a.
                                        op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                        de Wegenverkeerswet 1994;b. binnen de bij of krachtens de
                                        Provinciale Omgevingsverordening aangewezen stil-tegebieden,
                                        ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die
                                        verordening zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te heb-ben.</al></li><li nr="2."><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor
                                        de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.
                                        verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                        dergelijke;b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven,
                                        indien geen afvalstoffen worden verbrand;c. vuur voor koken,
                                        bakken en braden, voorzover dat geen gevaar, overlast of
                                        hinder voor de omgeving oplevert.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door arti-kel 429, aanhef en onder 1 of 3,
                                        van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        Omgevingsverordening.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>VERSTROOIING VAN AS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder as verstrooiing: het
                                verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele as verstrooiing dient plaats te vinden op een
                                        daartoe door de begraafplaatsbeheerder aangewezen vaste
                                        verstrooiingplaats op de begraafplaats.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande(n) die zorg
                                        draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening
                            bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                            beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                            geldboete van de tweede categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders
                            dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot hand-having van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezond-heid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente De Wolden 2012,
                                    vastgesteld op 8 december 2011 wordt ingetrokken;</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2012. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            2012-II</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Zuidwolde, 12 juli 2012</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. I.J. Gehrke J.G. Vlietstra </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>