<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50394_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving en nummering (adressen)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wolder Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering (adressen)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/volledig/geldigheidsdatum_17-09-2010#TitelIII_HoofdstukIX_Artikel149">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005 - XX/9a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening naamgeving en nummering (adressen)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente De Wolden;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6
                        december 2005;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende</al><al><vet>Verordening voor de naamgeving van delen van het gemeentelijk
                            grondgebied alsmede van bouwwerken en gebouwen ten behoeve van openbaar
                            nut en voor de nummering van objecten ter vorming van een
                        adres.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>College: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="b."><al>Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een beperkt
                                    zakelijk recht de beschikkingheeft over een onroerende zaak,
                                    alsmede de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>Naam: een woord waarmee een zaak wordt aangeduid;</al></li><li nr="d."><al>Woonplaats: een door het college aangewezen gebied zijnde het
                                    gehele of een gedeelte van het gemeentelijk grondgebied;</al></li><li nr="e."><al>Wijk of buurt: een door het college aangewezen gebied zijnde een
                                    gehele of een gedeelte van een woonplaats;</al></li><li nr="f."><al>Openbare ruimte: alle voor het openbaar rijverkeer of ander
                                    verkeer openstaande rij- en voetwegen of daarmee vergelijkbare
                                    plaatsen of constructies en terreinen en alle wateren die, al
                                    dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of
                                    anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle
                                    constructies die daar deel van uitmaken;</al></li><li nr="g."><al>Complex: een afgebakend samengesteld geheel van één of meer
                                    objecten ten dienste van eenzelfde doeleinde;</al></li><li nr="h."><al>Bouwwerk: een binnen het gemeentelijk grondgebied gelegen
                                    constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
                                    materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij
                                    indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect
                                    steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te
                                    functioneren;</al></li><li nr="i."><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke,
                                    overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                    vormt;</al></li><li nr="j."><al>Woonplaatsnaam: een door het college vastgestelde naam van een
                                    woonplaats;</al></li><li nr="k."><al>Wijk- of buurtnaam: een door het college vastgestelde naam van
                                    een wijk of buurt;</al></li><li nr="l."><al>Naam openbare ruimte (straatnaam): een door het college
                                    vastgestelde naam van een gedeelte van de openbare ruimte;</al></li><li nr="m."><al>Naam complex: een door het college vastgestelde naam van een
                                    complex ten behoeve van openbaar nut;</al></li><li nr="n."><al>Naam bouwwerk: een door het college vastgestelde naam van een
                                    bouwwerk;</al></li><li nr="o."><al>Naam ‘openbaar’ gebouw: een door het college vastgestelde naam
                                    van een gebouw ten behoeve van openbaar nut;</al></li><li nr="p."><al>Nummer: een gegeven dat de plaats in een reeks aanduidt;</al></li><li nr="q."><al>Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden
                                    gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige- of recreatieve doeleinden
                                    geschikte eenheid van gebruik, die ontsloten wordt via een eigen
                                    toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelte van de
                                    verkeersruimte en die onderwerp kan zijn van
                                    rechtshandelingen;</al></li><li nr="r."><al>Standplaats: een terrein of gedeelte daarvan, dat bestemd is
                                    voor het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met
                                    de aarde verbonden en voor woon- bedrijfsmatige- of recreatieve
                                    doeleinden geschikte ruimte;</al></li><li nr="s."><al>Ligplaats: een plaats in het water dat bestemd is voor het
                                    permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige- of
                                    recreatieve doeleinden geschikt vaartuig;</al></li><li nr="t."><al>Complex: een afgebakend samengesteld geheel van één of meer
                                    objecten met eenzelfde doeleinde;</al></li><li nr="u."><al>Nummeraanduiding: een door het college vastgestelde aanduiding
                                    van een, binnen het gemeentelijk grondgebied gelegen,
                                    verblijfsobject, standplaats, ligplaats of complex bestaande uit
                                    een huisnummer, huisletter en huisnummertoevoeging;</al></li><li nr="v."><al>Pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en
                                    bouwkundig constructief zelfstandige eenheid die direct en
                                    duurzaam met de aarde verbonden is;</al></li><li nr="w."><al>Adres: een door het college vastgestelde naam van een
                                    adresseerbaar object, bestaande uit de combinatie van
                                    woonplaatsnaam, naam openbare ruimte en nummeraanduiding;</al></li><li nr="x."><al>Adresseerbaar object: verblijfsobject, standplaats, ligplaats of
                                    complex waaraan volgens deze verordening een nummeraanduiding
                                    toegekend is</al></li><li nr="y."><al>Bord: een plaat van een bepaald materiaal al dan niet voorzien
                                    van een opschrift.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Naamgeving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt woonplaatsen vast en kent hieraan zonodig een
                                    woonplaatsnaam toe.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan wijken of buurten vaststellen en hieraan zonodig
                                    een wijk- of buurtnaam toekennen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kent aan de te onderscheiden delen van de openbare
                                    ruimte een naam toe.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aan complexen ten behoeve van openbaar nut een
                                    naam toekennen.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan aan bouwwerken een naam toekennen.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan aan gebouwen ten behoeve van openbaar nut een
                                    naam toekennen.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan naast een naam ook letters, nummers of een
                                    combinatie van beide toekennen.</al></li><li nr="8."><al>Onder vaststellen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste t/m
                                    zesde lid, wordt tevens begrepen de bevoegdheid tot het wijzigen
                                    of intrekken van de vaststelling of toekenning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nummering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kent aan adresseerbare objecten een nummeraanduiding
                                    toe.</al></li><li nr="2."><al>Onder toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt tevens
                                    begrepen de bevoegdheid tot het wijzigen of intrekken van de
                                    toekenning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Adresvorming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toekenning van een nummeraanduiding aan een adresseerbare
                                    object impliceert de vorming van een adres.</al></li><li nr="2."><al>Onder vorming, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt tevens
                                    begrepen de wijziging of intrekking van de vorming.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Naamborden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college brengt de aan wijken of buurten toegekende naam
                                    zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aan.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de aan delen van de openbare ruimte toegekende
                                    naam zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse
                                    aanbrengen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de aan complexen toegekende naam zichtbaar en in
                                    voldoende aantallen ter plaatse aanbrengen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de aan bouwwerken toegekende naam zichtbaar en
                                    in voldoende aantallen ter plaatse aanbrengen.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan de aan gebouwen ten behoeve van openbaar nut
                                    toegekende naam zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse
                                    aanbrengen.</al></li><li nr="6."><al>Een rechthebbende dient te gedogen dat borden met een wijk- of
                                    buurtnaam, naam openbare ruimte of naam bouwwerk aan een
                                    bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort
                                    terreinafscheiding worden aangebracht indien het college dit
                                    nodig acht en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                    college.</al></li><li nr="7."><al>De rechthebbende dient zorg te dragen voor het duidelijk
                                    leesbaar blijven vanaf de openbare weg en het onderhoud van het
                                    in lid 4 bedoelde bord.</al></li><li nr="8."><al>Onder aanbrengen, zoals bedoeld in het eerste t/m derde lid,
                                    wordt tevens begrepen de bevoegdheid tot het vervangen of
                                    verwijderen van de aanbrenging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nummerborden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college brengt het aan een object toegekende nummer
                                    zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aan.</al></li><li nr="2."><al>Een rechthebbende dient te gedogen dat borden met een nummer aan
                                    een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort
                                    terreinafscheiding worden aangebracht indien het college dit
                                    nodig acht en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                    college.</al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende dient zorg te dragen voor het duidelijk
                                    leesbaar blijven vanaf de openbare weg en het onderhoud van het
                                    in lid 2 bedoelde bord.</al></li><li nr="4."><al>Onder aanbrengen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt tevens
                                    begrepen de bevoegdheid tot het vervangen of verwijderen van de
                                    aanbrenging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><al>Het college stelt nadere uitvoeringsvoorschriften op betreffende het
                            bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de
                            bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot
                            onbillijkheden van overwegende aard leidt. In gevallen, waarin deze
                            verordening niet of onvoldoende voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een ieder verboden een nummer en/of een adres te voeren
                                    voor een object zonder dat het college deze toegekend of gevormd
                                    heeft.</al></li><li nr="2."><al>Het is een ieder verboden op eigen initiatief de in deze
                                    verordening bedoelde naam- of nummerborden aan te brengen,
                                    tenzij het college hiervoor toestemming gegeven heeft.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een toezichthouder aanwijzen die belast is met
                                    het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                    deze regeling.</al></li><li nr="4."><al>Overtreding van de leden 1 en 2 van dit artikel of het niet
                                    voldoen aan de bepalingen inartikel 5, leden 6 en 7 en artikel
                                    6, leden 2 en 3 wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste
                                    de tweede categorie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                            publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vervallen verordening</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de verordening
                            ‘straatnaamgeving en huisnummering’, vastgesteld door de raad van de
                            gemeente De Wolden op 28 januari 1999.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde
                                    verordening aan delen van de openbare ruimte en objecten zijn
                                    toegekend, blijven na het in werking treden van deze verordening
                                    bestaan;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de
                                    toegekende namen en nummers binnen een door hem te bepalen
                                    termijn moeten worden gewijzigd in namen en nummers die voldoen
                                    aan de bij of krachtens deze verordening gestelde
                                    uitvoeringsvoorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Verordening naamgeving en
                            nummering (adressen)’</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van De
                        Wolden d.d. 22 december 2005.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Instellingsbesluit commissie naamgeving</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Het college van de gemeente De Wolden; gezien het voorstel van 30 maart
                    2007gelet op artikel 84 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen het:</al><al>Instellingsbesluit commissie naamgeving</al><al><vet>Artikel 1 De commissie</vet></al><al>Er is een commissie die het college van burgemeester &amp; wethouders (college)
                    ad-viseert over de naamgeving van de openbare ruimte, hierna te noemen: de
                    com-missie.</al><al><vet>Artikel 2 Taak</vet></al><al>De commissie brengt, met inachtneming van door het college vastgestelde
                    be-leidsregels, gevraagd en ongevraagd schriftelijk advies uit aan het college
                    over de in artikel 2 van de ‘Verordening naamgeving en nummering (adressen)’
                    genoemde onderwerpen.</al><al><vet>Artikel 3 Samenstelling en lidmaatschap</vet></al><al>1. De commissie bestaat ten minste uit:a. een lid van het college;b. een lid van
                    één van de bestaande historische verenigingen die binnen het ge-meentelijk
                    grondgebied actief zijn;c. een beheerder van de gemeentelijke basisregistratie
                    adressen (BRA);d. een gemeentemedewerker volkshuisvestiging en ruimtelijke
                    ordening.2. Het college wijst plaatsvervangende leden aan.3. De leden worden
                    door het college benoemd, geschorst en ontslagen.4. Het lidmaatschap van de
                    commissie vervalt van rechtswege als het lid niet langer de functie uitoefent op
                    grond waarvan het benoemd werd.5. De leden kunnen tussentijds ontslag nemen. Zij
                    doen daarvan schriftelijk mede-deling aan de voorzitter van de commissie, die
                    maatregelen treft om in de vaca-ture te voorzien.<vet>Artikel 4
                    Voorzitter</vet></al><al>1. De burgemeester is voorzitter van de commissie.2. De loco-burgemeester is
                    plaatsvervangend voorzitter van de commissie.3. De (plaatsvervangend) voorzitter
                    heeft stemrecht.</al><al><vet>Artikel 5 Secretaris</vet></al><al>1. Het college wijst medewerkers van het cluster Dienstverlening &amp;
                    Gegevensbeheer aan als ambtelijk secretaris en als plaatsvervangend ambtelijk
                    secretaris .2. De (plaatsvervangend) ambtelijk secretaris is geen lid van de
                    commissie.3. De ambtelijk secretaris adviseert de commissie.4. De ambtelijk
                    secretaris bereidt de vergaderingen voor, doet de verslaglegging, bewaakt de
                    voortgang van actiepunten en dient voorstellen in bij het college,waarin het
                    advies van de commissie is verwoord.</al><al><vet>Artikel 6 Tekenen van stukken</vet></al><al>1. De stukken van de commissie worden ondertekend door de voorzitter en de
                    ambtelijk secretaris.2. De stukken van procedurele aard worden door de ambtelijk
                    secretaris onderte-kend. De voorzitter kan de ambtelijk secretaris mandateren
                    bepaalde stukken namens hem te ondertekenen.</al><al><vet>Artikel 7 Deskundigen</vet></al><al>De voorzitter is, uit eigen beweging of daartoe uitgenodigd door de commissie,
                    be-voegd ambtenaren en andere deskundigen uit te nodigen tot het deelnemen aan
                    devergaderingen van de commissie.</al><al><vet>Artikel 8 Werkwijze</vet></al><al>1. De commissie komt bijeen:a. wanneer de voorzitter dit nodig acht;b. op
                    verzoek van het college;c. op schriftelijk verzoek van twee leden en onder
                    opgave van redenen.2. De voorzitter roept de leden schriftelijk op voor de
                    vergadering, onder opgaaf van de punten die zullen worden behandeld. De agenda
                    en vergaderstukken worden twee weken voor de vergadering aan de leden
                    toegezonden. De commissie werkt zoveel mogelijk op basis van een vergaderschema.
                    3. De commissie vergadert slechts als ten minste 4 leden, onder wie de
                    voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, aanwezig zijn. Wanneer het
                    vereiste aantal leden niet aanwezig is, belegt de voorzitter binnen één week een
                    nieuwe vergadering en stelt de leden daarvan terstond schriftelijk in kennis. In
                    deze tweede vergadering kunnen besluiten worden genomen ongeacht het aantal
                    aanwezige leden.4. Besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van
                    stemmen.5. De ambtelijk secretaris heeft een adviserende stem.6. Indien de
                    stemmen staken, beslist de voorzitter.7. Deskundigen, die ter vergadering
                    aanwezig zijn voor een bepaald punt, nemendeel aan de beraadslagingen, maar
                    hebben geen stemrecht.8. Wanneer een lid zich van stemming onthoudt, wordt bij
                    de besluitvorming geacht dat de stem niet is uitgebracht.9. De commissie
                    vergadert en besluit in het openbaar.10. Bezoekers van een commissievergadering
                    worden in de gelegenheid gesteld gebruik te maken van het spreekrecht. Hiertoe
                    wordt elke commissievergadering5 minuten per bezoeker gereserveerd.11. De deuren
                    worden gesloten, wanneer ten minste twee van de aanwezige leden dit vorderen of
                    de voorzitter het nodig acht. De commissie beslist vervolgens ofmet gesloten
                    deuren zal worden vergaderd. Het besluit daartoe behoeft de stem-men van
                    tweederde van de aanwezige leden. Artikel 86 van de Gemeentewet is van
                    overeenkomstige toepassing. De leden zijn verplicht tot geheimhouding inza-ke
                    onderwerpen die tijdens besloten vergaderingen worden behandeld.12. Het advies
                    van de commissie aan het college bevat de zienswijzen van de leden van de
                    commissie.</al><al><vet>Artikel 9 Vergoeding</vet></al><al>Externe leden of deskundigen die deelnemen aan een commissievergadering heb-ben
                    recht op een kilometervergoeding op grond van het reiskostenbesluit gemeenteDe
                    Wolden, dan wel de kosten van het openbaar vervoer.<vet>Artikel 10
                        Slotbepalingen</vet></al><al>1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de voorzitter van
                    de commissie.2. De commissie wordt opgeheven op het moment dat de ‘Verordening
                    naamgeving en nummering (adressen)’ door de gemeenteraad wordt ingetrokken.</al><al><vet>Artikel 11 Citeertitel en inwerkingtreding</vet></al><al>1. Dit reglement kan worden aangehaald als: “instellingsbesluit commissie
                    naamge-ving”;2. Dit reglement treedt in werking op 01 mei 2007;3. Dit reglement
                    treedt in de plaats van de “Verordening voor de commissie straat-naamgeving” die
                    op 28 januari 1999 is vastgesteld.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 24 april 2007</al><al>secretaris, burgemeester,A. van Walstijn Sj. Kremer</al><al/><al/><al><vet>Toelichting op het Instellingsbesluit commissie naamgeving.</vet></al><al><vet>1 Algemeen</vet>Namen toekennen aan delen van de openbare ruimte is om
                    verschillende redenen van belang. Zo maakt de indeling van een gemeente in
                    straten het mogelijk dat enerzijds burgers en anderzijds dienstverlenende
                    instanties als politie, brandweer, ambulance en posterijen zich snel kunnen
                    oriënteren in een gemeente. Ook is de indeling van een gemeente in straten voor
                    de gemeente zelf van belang. In vrijwel alle ge-meentelijke registraties komen
                    immers namen voor en wordt gesorteerd op de alfanumerieke volgorde van
                    namen.Namen voor de openbare ruimte ontstaan echter niet zomaar. Namen moeten
                    immers worden toegekend; er moeten namen worden bedacht. Daarbij dienen deze
                    namen aan allerlei eisen te voldoen. Zo moeten de namen bijvoorbeeld bruikbaar
                    zijn in de spreektaal en uniek in de desbetreffende gemeente. Ook is een
                    bepaalde systematiek bij het geven van namen onontbeerlijk. Gelet op het belang
                    van goede naamgeving en de ingewikkeldheid daarvan verdient het aanbeveling de
                    naamgeving op te dragen aan een gemeentelijke commissie en wel de commissie
                    naamgeving.De commissie is gehouden aan de beleidsregels die het college ten
                    aanzien van de naamgeving en nummering heeft vastgesteld (zie hiervoor paragraaf
                    10 van de algemene toelichting op de Modelverordening naamgeving en
                    nummering).De commissie dient tevens rekening te houden met de afspraken die de
                    VNG heeft gemaakt met PTT Post BV [PTT Post is opgegaan in TNT
                    Post](circulairenummer 91/30, kenmerk AJZ/102328, d.d. 5 april 1991). De
                    aanleiding tot deze afspraken was het terughoudende beleid van TNT Post om
                    wijzigingen aan te brengen in het postcodesysteem. Er is afgesproken dat
                    gemeenten niet nodeloos wijzigingen in de naamgeving aanbrengen die tot
                    wijzigingen in het postcodesysteem noodzaken. Hiervan was bijvoorbeeld sprake
                    toen een Friese gemeente besloot de namen van straten en woonplaatsen in het
                    Fries om te zetten. Indien een gemeente zich niet aan de afspraak houdt om de
                    naamgeving niet nodeloos te wijzigen, worden de kosten die TNT Post als gevolg
                    hiervan moet maken bij het gemeentebestuur in rekening gebracht. Ook is
                    afgesproken dat een gemeentebestuur zo spoedig mogelijk overleg met TNT Post
                    pleegt over zijn voornemen om wijzigingen aan te brengen in de naamgeving, die
                    gevolgen hebben voor het postcodesysteem (zie verder over dit onderwerp het
                    VNG-handboek ‘Benoemen, nummeren en begrenzen’ en het algemeen deel van de
                    toelichting op de Modelverordening naamgeving en nummering).De bevoegdheid tot
                    het toekennen van namen aan de openbare ruimte berust bij het college van
                    burgemeester en wethouders. Op basis van artikel 84 van de Gemeentewet kan het
                    college de commissie naamgeving instellen, die het college ten behoe-ve van deze
                    taak adviseert. De commissie naamgeving kan naar eigen inzicht en op basis van
                    de eerder door het college vastgestelde beleidsregels namen bedenken voor delen
                    van de openbare ruimte. Op dit gebied bestaan immers geen voorschriften of
                    richtlijnen van hogere overheden.<vet>2 Artikelsgewijze
                        toelichting</vet><vet>Artikel 2 Taak</vet>De commissie naamgeving geeft niet
                    alleen namen aan woonplaatsen, wijken en buurten. Ook het toekennen van namen
                    aan delen van de openbare ruimte en zonodig aan gemeentelijke bouwwerken behoort
                    tot haar taak.</al><al><vet>Artikel 3 Samenstelling en lidmaatschap</vet>In het kader van de
                    dualisering kunnen sinds 7 maart 2002 in de commissie naam-geving geen
                    raadsleden meer plaatsnemen (zie artikel 84, tweede lid, juncto artikel 83,
                    tweede lid van de Gemeentewet). De beheerder van de gemeentelijke
                    basisregistratie adressen opnemen als lid van de commissie was tot voor kort
                    niet gebruikelijk, maar door de voortschrijdende informatisering is dat
                    noodzakelijk geworden.</al><al><vet>Artikel 4 Voorzitter</vet>De commissie naamgeving is een commissie van
                    advies aan het college. Hierdoor verdient het aanbeveling om het commissielid
                    dat lid is van het college van burgemeester en wethouders te benoemen als
                    voorzitter van de commissie.</al><al><vet>Artikel 5 Secretaris</vet>De ambtelijk secretaris en de plaatsvervangend
                    ambtelijk secretaris worden aangewezen door het college. Zij zijn geen lid van
                    de commissie. Het verdient aanbeveling dat deze personen uit het ambtelijk
                    apparaat (bij voorkeur Geo-Informatie/ Burgerzaken) afkomstig zijn. Zodoende kan
                    een deskundige worden aangewezen voor de functie van ambtelijk secretaris en die
                    van plaatsvervangend ambtelijk secretaris. Ook van de plaatsvervangend ambtelijk
                    secretaris wordt immers verwacht dat hij de commissie desgevraagd van advies
                    dient.</al><al><vet>Artikel 7 Deskundigen</vet>Indien de ambtelijk secretaris en
                    plaatsvervangend ambtelijk secretaris afkomstig zijn uit het ambtelijk apparaat
                    en de afdeling VROM is vertegenwoordigd is doorgaans al zoveel deskundigheid in
                    de commissievergaderingen bijeengebracht dat het uitnodigen van andere
                    deskundigen uit het ambtelijk apparaat kan worden beperkt.</al><al><vet>Artikel 8 Werkwijze</vet>De commissie wordt in ieder geval door de
                    voorzitter of op verzoek van het college bijeengeroepen wanneer nieuwe namen
                    moeten worden toegekend of namen herzien. Herziening van namen kan onder andere
                    wenselijk zijn als gevolg van een gewijzigde verkeerssituatie, waardoor de
                    bestaande naamgeving of de vindbaarheid van panden bemoeilijkt is.</al><al/><al>.</al></bijlage><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Toelichting op de 'Verordening naamgeving en nummering
                        (adressen)'</titel></kop><al><vet>A. Algemeen</vet></al><al><cursief><onderstreept>1. Functie van het adres</onderstreept></cursief>Het
                    adres vervult in het maatschappelijk verkeer een belangrijke functie. Vooreerst
                    is het adres het middel om personen (woonadres), bedrijven (zetel- of
                    vestigingsadres) of gebouwen (objectadres) vindbaar te maken. Dat is niet alleen
                    van belang voor hulpdiensten, zoals brandweer, politie, ambulance en
                    postbezorging, maar ook voor het uitvoeren van activiteiten door de overheid.
                    Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld oproepen van stemgerechtigden, het
                    toezenden van belastingaanslagen, alsmede de uitvoering van het
                    vaccinatiebeleid, het regelen van de zuigelingenzorg, toezicht op de leerplicht,
                    het verlenen van subsidies, enzovoorts. In alle velden van gemeentelijke zorg is
                    het adres nodig om beheers- en beleidstaken uit te voeren.</al><al>Dit impliceert dat het adres in vrijwel alle officiële documenten voorkomt: van
                    bouwvergunning tot huursubsidiebeschikking, van notariële akte tot rechtelijk
                    vonnis en van rijbewijs tot paspoort. Zonder objectadres, vestigingsadres of
                    woonadres, al dan niet als onderdeel van dezogeheten NAW-gegevens, kan de
                    gemeenten nog nauwelijks stukken afgeven. Deze documenten worden opgemaakt met
                    gegevens uit daartoe ingerichte geautomatiseerde systemen, maar de gegevens uit
                    authentieke documenten zijn op hun beurt weer invoer voor geautomatiseerde
                    systemen van andere gemeentelijke afdelingen of overheden. Het adres is meestal
                    de grondslag van deze geautomatiseerde systemen. Dit betekent dat de
                    adresgegevens niet alleen de toegangs- of ontsluitingsgegevens zijn van deze
                    systemen, maar tevens is het adres het gegeven waarop wordt geordend, gesorteerd
                    en waarmee selecties worden gemaakt. Kortom, het adres is in termen van
                    dienstverlening, opmaken van documenten en het registreren van gegevens
                    onmisbaar in het binnengemeentelijk en interbestuurlijk verkeer.</al><al>Binnen het openbaar bestuur wordt op alle niveaus de functie van het adres,
                    binnen het geheel van de overheidsinformatievoorziening, behoorlijk onderschat.
                    Onderschatting in termen van dienstverlening aan de burgers (onder andere ook
                    hulpdiensten), de informatie-uitwisseling, doelmatig en doeltreffend beheer,
                    lastenverlichting, hergebruik van gegevens, eenmalige inwinning en zeker niet in
                    de laatste plaats de efficiëntie en effectiviteit bij het vormgeven, uitvoeren
                    en evalueren van beleid. Ter nadere oriëntatie wordt onderstaand ingegaan op de
                    rol van het adres bij dienstverlening, in overheidsdocumenten en in
                    overheidsregistraties</al><al><cursief><onderstreept>2. Adres en dienstverlening</onderstreept></cursief>Het
                    adres als toegang tot overheidsinformatie is met name van belang voor hen die
                    diensten van de gemeente afnemen. Voor een uittreksel uit de
                    gebouwenregistratie, het verstrekken van inlichtingen over de
                    onroerendezaakbelasting, het verstrekken van bestemmingsplaninformatie, het
                    aanvragen van bouw- en milieuvergunningen, vragen over objectgebonden subsidies
                    of het raadplegen van de kadastrale gegevens zullen burgers, bedrijven en
                    instellingen vrijwel altijd een adres (moeten) opgeven. Door een deskundig
                    ambtenaar kan op basis van het adres uit een daartoe ingericht
                    registratiesysteem deugdelijke informatie worden verstrekt.</al><al>Veel lastiger wordt het als de burger met vragen komt die raadpleging van
                    meerdere gemeentelijke registraties noodzakelijk maakt. Er moeten dan op basis
                    van het adres koppelingen worden gelegd tussen deze registraties. Gaat het
                    bijvoorbeeld om het leggen van een koppeling tussen bevolking en de
                    gebouwenregistratie, dan zou in principe het A-nummer (per 01-01-2006 het
                    BurgerServiceNummer) uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
                    (GBA) moeten worden gerelateerd aan het identificatienummer van een gebouw. Deze
                    relaties tussen identificaties zijn alleen te maken door hetzelfde adres uit
                    beide bestanden bij elkaar te zoeken en vervolgens de gevonden informatie
                    (records) aan elkaar te relateren. De adresgegevens moeten dan wel tot op de dag
                    nauwkeurig (actueel, betrouwbaar en compleet) in beide registraties voorkomen.
                    Dat laat binnen de huidige registraties te wensen over.</al><al>Het is zeker niet denkbeeldig dat de burger een vraag stelt die niet alleen
                    gebruikmaking van verschillende gemeentelijke registraties noodzakelijk maakt,
                    maar waarbij tevens gebruik moet worden gemaakt van registraties van buiten de
                    gemeentelijke organisatie. Zoals de kadastrale registratie van het Kadaster of
                    de bestanden van de Kamers van Koophandel en de Belastingdienst. Ook dan moet
                    het adresgegeven in registraties van verschillende overheden actueel,
                    betrouwbaar en compleet zijn bijgehouden. Dat is vaak niet het geval.</al><al>Ondanks het feit dat het adres de ‘harde kern’ is van het stelsel van
                    overheidsregistraties(1) is lijkt het slecht gesteld met de juistheid van
                    adressen in de registraties van overheden. Tot op heden worden in de
                    verschillende overheidsregistraties adressen nog op willekeurige momenten, naar
                    eigen inzicht van de beheerder, met verschillende specificaties en met
                    afwijkende actualiteit, compleetheid en betrouwbaarheid verwerkt. Koppelingen
                    tussen verschillende overheidsregistraties worden daardoor niet zelden verkeerd
                    gelegd of zijn soms in het geheel niet mogelijk. Dat staat bijvoorbeeld een
                    goede dienstverlening aan de burger en een snelle uitvoering van gemeentelijke
                    taken in de weg.Er bestaat een nauwe relatie tussen officiële documenten en
                    registraties. Documenten worden vaak opgemaakt met gegevens uit geautomatiseerde
                    systemen, maar omgekeerd worden registraties bijgewerkt op basis van officiële
                    documenten. In de volgende twee paragrafen wordt daar nader op ingegaan.</al><al><onderstreept><cursief>3. Adres en
                        overheidsregistraties</cursief></onderstreept>Door foute adresgegevens in
                    documenten zijn registraties matig koppelbaar, slecht toegankelijk, moeilijk
                    onderhoudbaar en wordt foutieve informatie verstrekt. Dat leidt bijvoorbeeld tot
                    onnodige bezwaarschriften, foute beslissingen, onevenredig veel
                    capaciteitbeslag, te hoge systeemkosten, extra overleg, etc. Ongerief op alle
                    niveaus dus. Niet onvermeld mag blijven dat in de loop van de tijd voor de
                    verschillende overheidsregistraties totstandgekomen wet- en regelgeving voor een
                    belangrijk deel heeft bijgedragen aan dit ongerief. De belangrijkste
                    overheidsregistraties zijn tot op heden in wetgevende zin (onder andere
                    systeemspecificaties) nooit als een logische eenheid beschouwd. Er zijn door de
                    rijksoverheid zelfs verschillende adresstandaards ontwikkeld, waarvan het
                    gebruik binnen het openbaar bestuur bovendien verplicht is voorgeschreven
                    (NEN-norm en GBA-norm). De registratie van adressen en het
                    interbestuurlijkgebruik daarvan moet dus met de nodige (wettelijke) zorg worden
                    omgeven. De zogeheten authentieke registraties – waarover zo meer – zullen
                    daarin verbetering moeten brengen. Men moet zich wel bedenken dat het adres, ook
                    als dat actueel, betrouwbaar en compleet is bijgehouden, in de verschillende
                    registraties steeds iets anders voorstelt. Het adres in de kadastrale
                    registratie is aan een andersoortig object gerelateerd dan in de
                    gebouwenregistratie. Voor de duidelijkheid volgen hieronder enkele
                    voorbeelden.┌─────────────┬─────────────┬─────────────┬─────────────┐│REGISTRATIE
                    │ OBJECT │OBJECTIDENT. │TOEGANGSGEG.
                    │├─────────────┼─────────┼───────────┼─────┼─────────────┤│BELASTING-
                    │BELASTING- │WOZ-NUMMER │ ADRES ││BESTAND │OBJECT │ │
                    │├─────────────┼─────────────┼─────────────┼─────────────┤│GEBOUWEN- │VERBLIJFS-
                    │NUMMER VER- │ ADRES ││REGISTRATIE │EENHEID │BLIJFSEENHEID│
                    │├─────────────┼─────────────┼─────────────┼─────────────┤│KADASTRALE
                    │KADASTRAAL │KADASTRAAL │ ADRES ││REGISTRATIE │PERCEEL │PERCEELNUMMER│
                    │├─────────────┼─────────────┼─────────────┼─────────────┤│GEOMETRISCH
                    │VASTGOED- │COÖRDINATEN │ ADRES ││BESTAND │ELEMENT │ELEMENT │ │
                    │├─────────────┼─────────────┼─────────────┼─────────────┤│GEMEENTELIJKE│NATUURLIJK
                    │A- EN SOFINR │ ADRES ││BASISREGISTR.│PERSOON │(BS-NUMMER) │
                    │├─────────────┼─────────────┼─────────────┼─────────────┤│HVS-REGISTERS│RECHTS-
                    │KVK-NUMMER │ ADRES ││KVK │PERSOON │ │
                    │└─────────────┴─────────────┴─────────────┴─────────────┘Afbeelding 1.
                    Overzicht objecten, objectidentificaties en toegangsgegevens</al><al>Elke registratie bevat doorgaans één soort object van registratie. In de
                    WOZ-bestanden (waardering onroerende zaken) is het object van registratie het
                    ‘belastingobject’, in de kadastrale registratie wordt het object gevormd door
                    het ‘kadastraal perceel’, terwijl in de geometrische bestanden het object van
                    registratie wordt gevormd door ‘het element’. In de gebouwenregistratie is het
                    object van registratie ‘de verblijfseenheid’ en bij handels-, verenigingen- en
                    stichtingenregistratie vormt de ‘rechtspersoon’ het object van registratie. In
                    een geautomatiseerde registratie wordt elk afzonderlijk object van registratie
                    geïdentificeerd of aangeduid met een unieke code, de zogeheten
                    objectidentificatie. In het belastingenbestand is dat het ‘WOZ-nummer’ en in de
                    gebouwenregistratie zou dat het ‘verblijfseenheidnummer’ moeten zijn, terwijl in
                    het geometrisch bestand het vastgoedelement (bijvoorbeeld gebouw) wordt voorzien
                    van een set coördinaten of een vlak met bijbehorende gegevens. In de kadastrale
                    registratie wordt aan het perceel een kadastrale aanduiding meegegeven. Ook in
                    andere bestanden dan die voor vastgoed komt deze unieke aanduiding per object
                    voor. Zo wordt bijvoorbeeld in de GBA een natuurlijk persoon aangeduid met een
                    ‘A-nummer’ en met het ‘sofi-nummer’ (per 01-01-2006 BSN), terwijl in de
                    bestanden van de Kamers van Koophandel aan elke rechtspersoon een ‘KVK-nummer’
                    is toegekend. In afbeelding 1 is een en ander overzichtelijk weergegeven. Het
                    adres zal doorgaans in de zes beschreven registraties wel te vinden zijn, maar
                    de daaraan gerelateerde gegevens zijn niet altijd bruikbaar. Het adres leidt
                    bijvoorbeeld in het belastingbestand en in de kadastrale registratie naar een
                    aantal kadastralepercelen, maar het zal niet in beide gevallen om dezelfde
                    percelen gaan. In het belastingbestand worden kadastrale percelen gevonden die
                    behoren tot het WOZ-object. In de kadastrale registratie daarentegen gaat het om
                    percelen die behoren tot de onroerende zaak. Daar kunnen grote afwijkingen
                    tussen bestaan. Waakzaamheid is geboden bij het leggen van relaties op basis van
                    het adres. Voor verdere informatie wordt verwezen naar het VNG-handboek
                    ‘Benoemen, nummeren en begrenzen’.</al><al><onderstreept>4. Adres en brondocumenten</onderstreept>Als adresgegevens in
                    vrijwel alle overheidsregistraties voorkomen, dan moeten die gegevens ook in tal
                    van (bron)documenten zijn terug te vinden. Als er foutieve of niet actuele
                    adressen in deze brondocumenten worden verwerkt, dan leidt dat tot fouten in de
                    registratie.Dat heeft gevolgen voor de interbestuurlijke informatievoorziening.
                    Louter als voorbeeld – er zijn vele andere voorbeelden voorhanden – wordt in
                    deze paragraaf de opname van een adres in notariële akten beschreven. In
                    notariële akten betreffende onroerende zaken issprake van een beschrijving van
                    de feitelijke toestand (onder andere het adres, aard en feitelijke gesteldheid).
                    De feitelijke omschrijving dient om de bedoeling van partijen bij de overdracht
                    van een onroerende zaak beter tot uitdrukking te brengen en met name door
                    deplaatselijke ligging, aard en gebruik nader aan te duiden of door de
                    terreinkenmerken te beschrijven. Deze feitelijke omschrijving geeft maar al te
                    vaak – in termen van bijvoorbeeld aard, gebruik en adres – de feitelijkheden
                    vaak niet goed weer. De in de notariële akte opgenomen feitelijke omschrijving
                    van partijen komt regelmatig niet overeen met de door de gemeente formeel
                    vastgestelde feitelijkheden. De overdracht van de onroerende zaak zelf zal daar
                    doorgaans weinig hinder van ondervinden, maar via de akte komen foutieve
                    adressen en onjuiste weergave van aard en gesteldheid in de kadastrale
                    registratie terecht. De kadastrale informatiewordt op grote schaal binnen het
                    openbaar bestuur gebruikt, inclusief de feitelijke gegevens die afwijken van de
                    door de gemeentelijk vastgestelde feitelijkheden. Als voorbeeld een in een
                    notariële akte aangetroffen omschrijving:</al><al>‘… winkelruimte met drie bovenliggende woningen cum annexis …, zoals ter
                    plaatsekennelijk is aangegeven met Dorpsstraat 10 en 11 te Zunderdorp …(2)</al><al>Een blik in de Gebouwenkartotheek maakt duidelijk dat hier sprake is van een
                    winkelwoning (winkel met achterliggende woning) met slechts één bovenliggende
                    woning. De woning op de eerste etage heeft via een zogeheten door de gemeente
                    uitgevoerde herbeschrijving een bedrijfsbestemming gekregen en is onderdeel van
                    de winkel geworden. De woning achter de winkel heeft haar bestemming gehouden.
                    De woningen op de tweede en derde verdieping zijn eveneens via een
                    herbeschrijving samengevoegd tot één woning. Het gaat dus feitelijk om een
                    winkel op de begane grond en eerste verdieping met een achterliggende woning op
                    de begane grond, alsmede om één woning gelegen op de tweede en derde verdieping.
                    Controle van de in de akte genoemde plaatselijke aanduiding met het
                    adressenbestand van de gemeenten geeft aan dat nummer 10 is opgedeeld in 10a en
                    10b, respectievelijk 10a voor de winkelwoning en 10b voor de woning liggende op
                    de tweede en derde verdieping. Nummer 10 bestond dus vóór het opmaken van de
                    akte al niet meer. Nummer 11 is door de gemeente nooit uitgegeven. De oneven
                    nummers liggen trouwens aan de overzijde van de straat. De vervreemder bleek het
                    nummer eigenhandig op de gevel te hebben aangebracht. Het toekennen van een
                    nummering aan het bijgebouw was destijds door de gemeente geweigerd, omdat de
                    bouwkundige staat van het gebouw een bedrijfs- of woonbestemming niet toeliet.
                    Door het zelf aanbrengen van een niet-bestaand nummer wordt gesuggereerd dat het
                    bijgebouw een officiële bestemming of status heeft.</al><al>De notaris zou eigenlijk niet uitsluitend moeten afgaan op de feitelijke
                    toestand, zoals die door de voor hem verschijnende partijen wordt aangereikt.
                    Het geeft vaak meer verwarring dan duidelijkheid. De notaris zou eigenlijk
                    verplicht het gemeentelijk adressenbestand moetenraadplegen, maar een sluitende
                    en landsdekkende gemeentelijke registratie van adressen is (nog) niet
                    voorhanden. In gevallen dat een gemeente wel over een dergelijk bestand
                    beschikt, dan is dat voor de notaris niet of niet eenvoudig toegankelijk. De
                    vraag rijst zelfs ofde notaris in de toekomst hier wel de actiefste rol zou
                    moeten vervullen. De makelaar zou er immers voor kunnen zorgdragen dat aan het
                    koopcontract een uittreksel uit het gemeentelijk adressenbestand wordt
                    toegevoegd. Maar ook voor de makelaar geldt vooralsnog dat hetgemeentelijk
                    adressenbestand – als het er al is – niet eenvoudig toegankelijk is.</al><al>Het is een van de vele voorbeelden van de functie van het adres in
                    brondocumenten, waaruit blijkt dat de gemeente de naamgeving en nummering met de
                    nodige zorg dient te regelen endat deze gegevens voor derden op eenvoudige wijze
                    toegankelijk moeten worden gemaakt. Dit alles is afhankelijk van het nauwgezet
                    benoemen van delen van de openbare ruimte (gemeentenaam, woonplaatsnaam en
                    naamgeving openbare ruimte) en het nummeren van objecten (gebouwen, ligplaatsen,
                    standplaatsen en omheinde terreinen). Er zijn maar een beperkt aantal gemeenten
                    die terzake beleidsregels hebben vastgesteld. Vandaar dat het VNG-handboek over
                    naamgeving en nummering handreikingen voor het opstellen van beleidsregels
                    bevat. De VNG onderzoekt thans of het opstellen van VNGmodelbeleidsregels
                    realiseerbaar is.</al><al><onderstreept><cursief>5. Adres en het stelsel van
                        basisregistraties</cursief></onderstreept>Het is nog nooit goed in kaart
                    gebracht, maar deelonderzoeken hebben aangetoond dat nietsluitende procedures
                    inzake het toekennen van adressen en de slechte registratie daarvan leidt tot
                    extra capaciteitsbeslag, rentederving, afbreukrisico, ontevreden burgers,
                    beroep- en bezwaarschriften en dergelijke. Het is overigens een probleem dat de
                    gemeenten – wegens tal van (wettelijke) belemmeringen – niet zelf kunnen
                    oplossen. Door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                    (BZK) is daarom kortgeleden het initiatief genomen om te komen tot het
                    stroomlijnen van basisgegevens binnen de overheid. Voorlopig is gekozen voor zes
                    belangrijke registraties, want niet alles kan tegelijkertijd. Gewerkt wordt aan
                    het stroomlijnen van gegevens over personen (GBA), rechtspersonen(handels-,
                    verenigingen- en stichtingenregister van de Kamers van Koophandel),
                    eigendomsgegevens inzake onroerende zaken (Kadaster), geometrische gegevens
                    (topografische kaart en mogelijk ook de GBKN), gebouwgegevens (door gemeenten op
                    te bouwen) en adresgegevens (door gemeenten op te bouwen). Deze zes registraties
                    worden verheven tot zogeheten authentieke basisregistraties, waaronder wordt
                    verstaan: ‘een door de overheid officiële als zodanig aangewezen registratie van
                    gegevens, die in hun soort de enige grondslag vormen voor de uitvoering van
                    overheidstaken’. De basis voor dit stelsel van basisregistraties is het adres,
                    dat moet worden gezien als het enige verbindende element tussen deze
                    basisregistraties (zie ook paragraaf 3 van deze algemene toelichting).Dit
                    betekent dat de gemeente op termijn of krachtens wet in ieder geval de
                    registratie van adressen moet gaan bijhouden en dat de rest van de overheid deze
                    adresgegevens niet meer zelf mag verzamelen en registreren en verplicht gebruik
                    moet maken van de gemeentelijke authentieke basisregistratie adressen.</al><al><onderstreept><cursief>6. Wettelijke grondslag</cursief></onderstreept>Tot 1
                    januari 1994 was de plicht van gemeenten om een systematische registratie van
                    adressen bij te houden geregeld in artikel 41 e.v. van het Besluit
                    bevolkingsboekhouding. In dit artikel wordt aan de afdeling Bevolking opgedragen
                    een woningregister (actueel registervan adressen) bij te houden. Het Besluit
                    bevolkingsboekhouding geeft niet aan welk organisatieonderdeel de benoeming van
                    namen aan de openbare ruimte en het nummeren van objecten moest uitvoeren. In
                    veel gemeenten is deze taak ook nooit door de afdeling Bevolking(Burgerzaken)
                    uitgevoerd. Het Besluit bevolkingsboekhouding spreekt verder uitsluitend over
                    ‘systematisch nummeren’ en niet over ‘namen’. In de afgelopen jaren is men ervan
                    uitgegaan dat de naamgeving werd geregeld in artikel 174 van de Gemeentewet
                    1851. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het zeer twijfelachtig is dat artikel
                    174 ook de naamgeving van de openbare ruimte omvatte (zie hiervoor verder de
                    VNG-publicatie ‘Benoemen, nummeren en begrenzen’). Na invoering van de GBA, die
                    niet meer is geordend op adres- maar op basis van subjectgegevens, is ook het
                    belang van de afdeling Burgerzaken om zelf de naamgeving en nummering te regelen
                    sterk afgenomen. Men hoeft ook geen woningregister meer bij te houden. In de
                    afgelopen jaren is deze taak in veel gemeenten dan ook overgegaan naar de
                    afdeling die met de gemeentelijke vastgoedregistratie is belast, bijvoorbeeld de
                    afdeling Vastgoed- of Geo-informatie. Een goed verdedigbare stap, omdat het
                    uitwerken van bouwkundige plannen tot straten en nummers, het vervaardigen van
                    naamtekeningen en nummerkaarten en handhaven van de toegekende en geplaatste
                    naam- en nummerborden geen taak is die bij uitstek door de afdeling Burgerzaken
                    dient te gebeuren. In toenemende mate kiezen gemeenten ervoor om de naamgeving
                    en nummering onder te brengen bij een organisatieneutrale (onafhankelijke en
                    dienstverlenende) afdeling.</al><al>In de Gemeentewet 1992 wordt het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren
                    van objecten onderdeel van de huishouding van de gemeente. De bevoegdheid van de
                    raad om de huishouding van de gemeente vorm te geven is geregeld in artikel 124,
                    eerste lid, Grondwet en in de Gemeentewet in de artikelen 108, eerste lid en
                    147. Kortom, het regelen van de huishouding van de gemeenten en de bevoegdheid
                    tot het maken van een verordening inzake het toekennen van namen en nummers
                    behoort tot de autonome bevoegdheidvan de gemeenteraad. Ook daar is verandering
                    in gekomen in het kader van het dualistische stelsel. De kern van het dualisme
                    is de ontvlechting van de positie en bevoegdheden van de raad en het college. De
                    kaderstellende en controlerende bevoegdheden worden bij de raad gelegd en de
                    bestuursbevoegdheden worden bij het college geconcentreerd. Er kunnen drie typen
                    bestuursbevoegdheden worden onderscheiden: de bestuursbevoegdheden die in de
                    Gemeentewet zijn opgenomen, de bestuursbevoegdheden in medebewindwetten en de
                    autonome bevoegdheden. De bestuurlijke bevoegdheden die in de Gemeentewet zijn
                    opgenomen zijn metde inwerkingtreding van de Wet dualisering van het
                    gemeentebestuur (Stb. 2002, 111) bij het college gelegd. De bevoegdheden die in
                    medebewindwetten, zoals de Wet gemeentelijke basisadministratie
                    persoonsgegevens, zijn opgenomen, zullen door een wetsvoorstel dualisering
                    gemeentelijke medebewindbevoegdheden aan het college worden toegekend. Dit
                    wetsvoorstel is in voorbereiding en zal naar verwachting in 2003 in werking
                    treden. Voor de toekenning van de autonome bestuursbevoegdheden aan het college
                    is een grondwetswijziging noodzakelijk. Deze grondwetswijziging zal nog enige
                    tijd op zich laten wachten, aangezien dit wetsvoorstel nog in voorbereiding is
                    en daarna in twee lezingen door de Tweede Kamer en Eerste Kamer moet worden
                    aanvaard.</al><al>De naamgeving en nummering kan aangemerkt worden als een autonome
                    bestuursbevoegdheid. Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen. Pas na
                    de aanvaarding van de grondwetswijziging en een wijziging van de artikelen 108
                    en 147 van de Gemeentewet kan deze bevoegdheid aan het college worden toegekend.
                    Wel kan de raad ervoor kiezen – zij doet daar ook verstandig aan – om
                    vooruitlopend op deze wijziging de bevoegdheid tot naamgeving en nummering aan
                    het college te delegeren. Ter volmaking van het dualistische stelsel ligt dit
                    ook in de rede. Wel blijft ook in het dualistische stelsel de verordende
                    bevoegdheid bij de raad liggen. Dit betekent dat de bevoegdheid tot vaststelling
                    van een verordening op de naamgeving en nummering bij de raad blijft berusten.
                    De raad kan er echter ook nu al voor kiezen om de verordende bevoegdheid ter
                    zake van naamgeving en nummering op grond van artikel 156 Gemeentewet ook aan
                    het college te delegeren.</al><al><onderstreept><cursief>7. Naamgeving door
                    medeoverheden</cursief></onderstreept>Het komt nog steeds voor dat
                    niet-gemeentelijke overheden namen geven aan delen van de openbare ruimte.
                    Zonder overleg met de gemeenten worden bijvoorbeeld door Rijkswaterstaat namen
                    bedacht voor viaducten, bruggen, tunnels, afritten en
                    verkeersknooppunten.Rijkswaterstaat beschikt niet over een wettelijke
                    bevoegdheid om namen aan deze objecten toe te kennen, omdat deze objecten
                    onderdeel zijn van de openbare ruimte in de gemeente. In de is immers bepaald
                    dat het anderen verboden is delen van de openbare ruimte te benoemen en nummers
                    aan objecten toe te kennen. Wel zouden de hogere overheden deze bevoegdheid aan
                    zich kunnen trekken, maar daarvoor is wel een bijzondere wetsbepaling nodig. Tot
                    de invoering van een dergelijk wetsbepaling zal het wel nooit komen, omdat dit
                    een onderwerp is dat tot de gemeentelijke huishouding behoort en daarmee tot de
                    gemeentelijkeautonomie.</al><al>Er zijn voorbeelden van gemeenten die hierover fikse aanvaringen hebben gehad
                    met andere overheden. Na ampel beraad moesten deze overheden toegeven, dat zij
                    geen wettelijke bevoegdheid hebben tot het toekennen van namen. Gemeenten
                    handelen overigens nietvoortvarend als het gaat om het bestrijden van naamgeving
                    van de openbare ruimte door medeoverheden en dat leidt tot precedentwerking. De
                    gemeente heeft in principe de bevoegdheid andere overheidsinstanties te dwingen
                    eventueel door hen toegekende en zichtbaar ter plaatse aangegeven namen voor
                    delen van de openbare ruimte in te trekken. De vraag is of dat een goede
                    werkwijze is. Beter is het om voortaan in vroeg stadium zelf met naamvoorstellen
                    te komen. Oude gevallen van naamtoekenning door derden alsnog laten intrekken
                    heeft weinig zin; een reeds geaccepteerde officieuze naam kan dan beter worden
                    geformaliseerd door alsnog voor deze naam een naambesluit te nemen. Dat besluit
                    moet ook worden toegezonden aan de overheid die deze naam destijds ten onrechte
                    heeft toegekend. Gemeenten zouden deze twee mogelijkheden vaker moeten
                    toepassen, maar van deze mogelijkheden wordt te weinig gebruikgemaakt. Het
                    toepassen van bevoegdheid tot intrekking van officieuze namen is pas aan de orde
                    als men de voorstellen en oplossingen van de gemeente doelbewust negeert</al><al><onderstreept><cursief>8. Modelverordening en
                        uitvoeringsvoorschriften</cursief></onderstreept>Op aandringen van onder
                    andere gemeentelijke vastgoeddeskundigen en coördinatoren Informatievoorziening
                    en Automatisering (I&amp;A) is bij het opstellen van de modelverordening voor
                    naamgeving en nummering de mogelijkheid opgenomen om verschillende zaken
                    vanuitvoerende aard in afzonderlijke uitvoeringsvoorschriften te regelen. Dit
                    komt de overzichtelijkheid van de verordening ten goede.
                    Uitvoeringsvoorschriften kunnen per gemeente verschillen en zijn derhalve maar
                    op enkele onderdelen uitgewerkt. Gemeenten dienen deze uitvoeringsvoorschriften
                    aan te vullen met bepalingen die aansluiten bij de situatie in de gemeente.</al><al><onderstreept><cursief>9. Algemene wet bestuursrecht</cursief></onderstreept>Het
                    toekennen van een naam of een nummer op grond van de verordening is een
                    beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De beschikking
                    zal aan de formele en materiële eisen van de Awb moeten voldoen. Op grond van de
                    Awb is het mogelijk tegen een beschikking een bezwaarschrift in te dienen bij
                    het beschikkende bestuursorgaan. Daarna staat de mogelijkheid open om een
                    beroepschrift in te dienen bij de sector Bestuursrechtvan de
                    arrondissementsrechtbank. Het besluit tot hernummering of tot intrekking van een
                    nummer is ook een beschikking. In geval van naamgeving rijst vaak de vraag of er
                    wel sprake is van een beschikking. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord,
                    omdat het besluit zich richt op bepaalde, concreet aanwijsbare objecten en het
                    besluit gebaseerd is op een publiekrechtelijke regeling, die een gedoogplicht
                    inhoudt voor de rechthebbende op onroerende zaken in verband met het op deze
                    objecten aanbrengen van naam- en nummerborden. Op grond van deze verordening zal
                    derhalve in de regel sprake zijn van een beschikking tot naamgeving. Indien een
                    aanvraag tot naamgeving of nummering afgewezen zou moeten worden of eenbesluit
                    tot naamgeving of nummering een belanghebbende treffen zou, moet worden bezien
                    of artikel 4:7 dan wel artikel 4:8 van de Awb van toepassing is. Deze artikelen
                    houden de verplichting in de aanvrager of belanghebbende te horen voordat het
                    besluit wordt genomen.</al><al><onderstreept><cursief>10. Beleidsregels</cursief></onderstreept>Het college kan
                    met betrekking tot de aan haar opgedragen taken in de verordening naamgeving en
                    nummering beleidsregels vaststellen. Andere gemeentelijke bestuursorganen,
                    waaronder de commissie voor de naamgeving, moeten bij de uitoefening van hun
                    bevoegdheden rekening houden met deze beleidsregels. Deze regels gaan
                    bijvoorbeeld over de wijze waarop belangen worden afgewogen, de methode waarop
                    feiten worden vastgesteld of over de in acht te nemen uitgangspunten. Het
                    vaststellen van beleidsregels ten aanzien van het toekennen van namen aan delen
                    van de openbare ruimte en het toekennen van nummers aan objecten is aan te
                    bevelen. In de afgelopen periode is, bij de behandeling van beroeps- en
                    bezwaarschriften en bij beroep op de administratief rechter, het ontbreken van
                    een vast gemeentelijk beleid (vastgestelde beleidsregels) nadelig gebleken. In
                    de VNG-publicatie ‘Benoemen, nummeren en begrenzen’ worden handreikingen gedaan
                    die richtinggevend zijn voor de ontwikkeling en vormgeving van een vast
                    gemeentelijk beleid inzake naamgeving en nummering.Het hanteren van de door het
                    bestuursorgaan vastgelegde beleidsregels impliceert dat het bestuursorgaan ook
                    aan deze regels is gebonden. Afwijken van de gestelde regels is niet zonder meer
                    mogelijk. Wijziging van de beleidsregels is slechts mogelijk met inachtneming
                    van het zorgvuldigheidsbeginsel. Bovendien kunnen burgers rechten aan de
                    vastgestelde beleidsregels ontlenen. Afwijking van de vastgestelde beleidsregels
                    zonder voldoende motivering is strijdig met het vertrouwensbeginsel.</al><al><onderstreept><cursief>11. Regelen van de gevolgen</cursief></onderstreept>Bij
                    het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het college
                    rekening houden met de belangen van met name bewoners en bedrijven. Wijziging
                    van de naam of het nummer treft de belangen van bewoners en bedrijven. In
                    bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot het
                    regelen van de gevolgen van de wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is hierbij
                    van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>1. Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging
                            dient voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich
                            op de gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe
                            langer deze periode is, hoe minder de gemeente gehouden is tot
                            compenserende maatregelen. Deze periode kan voor gewone gevallen als een
                            redelijke voorbereidingsperiode worden gezien. Gevallen die hiervan
                            afwijken, zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot
                            klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. In het algemeen
                            verdient het aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen met de
                            betrokken bedrijven. De Awb kent deze verplichting op grond van artikel
                            4:8.</al></li><li nr="2."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                            voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal
                            adreswijzigingskaarten (of een evenredige vergoeding hiervoor) in de
                            meeste gevallen een redelijke vorm van schadeloosstelling</al></li><li nr="3."><al>Bedrijven die ook bij een redelijke voorbereidingsperiode onevenredig in
                            hun belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken op vergoeding
                            van een deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de volgende
                            aspecten te overwegen:a. de bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging
                            te besluiten;b. het maatschappelijk risico dat een bedrijf
                            dientengevolge toe te rekenen is;c. de lengte van de
                            voorbereidingsperiode;d. de specifieke aspecten van het bedrijf;e. de
                            voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en productonderdelen met
                            adresvermelding;f. de actualiteit van de onder e genoemde zaken;g. het
                            gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder e genoemde
                            zaken;h. de mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving
                            van de onder e genoemde zaken.<vet>B. Artikelsgewijze
                            toelichting</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 1</vet>-</al><al><vet>Artikel 2</vet>Na lange periode van discussie over de bevoegdheid tot het
                    vaststellen van de gemeentenaam is de Gemeentewet 1992 daar duidelijk over.
                    Artikel 158 van de Gemeentewet bepaalt – ook na de dualisering van het
                    gemeentebestuur in 2002 – dat de raad de naam van degemeente kan wijzigen. Deze
                    bevoegdheid geldt ongeacht of de naam eerder bij wet is vastgesteld. De
                    gemeenteraad zal de gevolgen daarvan, zowel maatschappelijke als financiële, in
                    zijn besluitvorming mee moeten wegen. Wel moet een raadsbesluit tot wijziging
                    van degemeentenaam ter kennis worden gebracht van de minister van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties en het provinciaal bestuur. Tevens is bepaald dat
                    de in het raadsbesluit genoemde ingangsdatum moet zijn gelegen ten minste een
                    jaar na de datum van het raadsbesluit. De voorgeschreven termijn van invoering
                    stelt de minister en het provinciaal bestuur in staat zonodig bepaalde
                    werkzaamheden uit te voeren. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan het
                    vervaardigen van een nieuw of aangepast gemeentewapen en de registratie daarvan
                    bij de Hoge Raad van Adel. Maar de termijn van een jaar is ook nuttig voor de
                    gemeente,omdat verandering van de naam de nodige gevolgen zal hebben voor de
                    administratieve organisatie. Alleen al uit registratieve overwegingen is het
                    dringend gewenst een nieuwe gemeentenaam op 1 januari te laten ingaan. In de
                    verordening is het geven van eennaam aan de gemeente niet meegenomen, omdat dit
                    is geregeld in de Gemeentewet (de gemeentenaam is ook nog geen onderdeel van het
                    adres).</al><al>Over de woonplaats en woonplaatsgrens bestaat veel onduidelijkheid. De komgrens,
                    zoals vervat in de Wegenwet, wordt vaak aangezien voor een woonplaatsgrens, maar
                    dat is onjuist. De woonplaatsgrens valt soms samen met de komgrens, maar dat is
                    een gelukkige coïncidentie. Het is veelal onduidelijk waar de grenzen van
                    woonplaatsen lopen. Wie bijvoorbeeld binnen de gemeente Dronten van
                    Biddinghuizen naar Swifterbant reist, zal ergens halverwege – men heeft dan de
                    komgrens al gepasseerd – de woonplaats Biddinghuizen verlaten en woonplaats
                    Swifterbant binnengaan. De woonplaatsgrens ligt dus veelal in wat in het
                    spraakgebruik wordt aangeduid met het buitengebied. Toch heeft elke gemeente een
                    woonplaatsgrens vastgesteld. Destijds heeft PTT Post (hierna te noemen TPG Post)
                    in overleg met elke gemeente een voorstel gemaakt over de woonplaatsgrenzen. TPG
                    Post heeft namelijk haar postcoderegistratie gebaseerd op woonplaatsen. Het
                    gemeentebestuur is vervolgens gevraagd formeel in te stemmen met dit voorstel.
                    Begin jaren zeventig zijn alle gemeenten – soms na wat aanpassingen –
                    schriftelijk akkoord gegaan met de voorstellen van TPG Post.</al><al>De overeengekomen woonplaatsgrens heeft gevolgen voor de gemeente. Gemeenten
                    moeten bij het toekennen van namen aan delen van de openbare ruimte en het
                    toekennen van nummers aan objecten namelijk rekening houden met deze
                    woonplaatsgrenzen. Indien een nummerbeschikking leidt tot wijziging van de
                    postcoderegistratie – hiervan is sprake als de nummering van een ene woonplaats
                    doorloopt op het gebied van een andere woonplaats – worden de kosten daarvan bij
                    de gemeente in rekening gebracht. Er zijn overigens door TPG Post en de VNG
                    afspraken gemaakt over wijzigingen waarop de kostenverrekening al dan niet van
                    toepassing is (zie hiervoor het convenant tussen de VNG en PTT Post BV in
                    hoofdstuk 6, paragraaf 9 van de VNG-publicatie ‘Benoemen, nummeren en
                    begrenzen’). Er is een aantal gemeenten die de woonplaatsgrenzen, al dan niet in
                    samenhang met de wijk- en buurtindeling, bij raadsbesluit (hebben) laten
                    vaststellen. Het streven van de gemeente moet er immers op zijn gericht om
                    wijzigingen van woonplaatsgrenzen waar mogelijk te voorkomen of tot een minimum
                    te beperken.</al><al>Naast het vaststellen van de grenzen van een woonplaats zal ook een naam voor
                    dat gebied moeten worden bedacht. Het toekennen van namen aan woonplaatsen wijkt
                    niet af van het proces van naamgeving van de openbare ruimte. Het is ook
                    wenselijk om dezelfde procedure te volgen. Het benoemen van woonplaatsen komt
                    relatief zeer weinig voor, maar juist hier geldt dat de naam met zorg moet
                    worden gekozen. De naam moet veelal generaties lang mee. Het is verstandig om
                    bij het vaststellen van een woonplaatsnaam vooraf contact op te nemen met TPG
                    Post (zie ook hoofdstuk 6, paragraaf 9 van de VNG-publicatie ‘Benoemen, nummeren
                    en begrenzen’).</al><al>In het kader van de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provinciale
                    planologische diensten en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een
                    gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid met de term ‘CBS-wijk- en
                    buurtindeling’. Deze indeling werd noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en
                    landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de onderverdeling van het
                    gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter ontbroken aan systematisch
                    interbestuurlijk overleg over dit onderwerp, waardoor onduidelijkheid kon
                    ontstaan over de te hanteren wijk- en buurtindeling. Zo is gebleken dat tal van
                    veranderingen in de wijk- en buurtindeling die door gemeenten zijn doorgevoerd,
                    niet bekend zijn bij het CBS. Ook is gebleken dat veel van de veranderingen in
                    de wijk- en buurtindeling wel bij het CBS bekend zijn, maar door het CBS zelf
                    zijn afgeleid uit de sinds 1980 ingevoerde jaarlijkse opgave van gemeenten. Op
                    provinciaal en landelijk niveau heeft een en ander geleid tot het ontstaan van
                    onzekerheid over de actualiteitswaarde en vergelijkbaarheid van aan wijk- en
                    buurtindelingen gerelateerde gegevens van verschillende gemeenten. Dit heeft het
                    Interprovinciaal Overleg (IPO) voor de ruimtelijke ordening ertoe aangezet de
                    minister van Economische Zaken te vragen om het CBS te verzoeken zijn
                    coördinerende rol qua wijk- en buurtindeling te reactiveren. De minister heeft
                    dit verzoek ingewilligd. Dit heeft echter tot op heden nog niet geleid tot
                    nadere bijhoudingsregels voor de wijk- en buurtindeling. Gemeenten dienen zich
                    dan ook te houden aan de CBS-wijk- en buurtindeling uit 1970. In de verordening
                    komt derhalve het benoemen van de wijken en buurten terug, wat tot de
                    bevoegdheid van het college wordt gerekend.</al><al>In veel gemeenten wordt de wijk- en buurtindeling verfijnd tot bouwblokken. Een
                    indeling naar bouwblok wordt van belang gevonden voor de verwerving van
                    onroerende zaken, het bouwblokonderzoek, het uitvoeren van bestemmingsplannen,
                    het opstellen van voorbereidingsbesluiten, de stratentabellen en het statistisch
                    onderzoek, maar ook voor de vuilophaaldienst, inentingsdistricten,
                    gebiedsindeling van sociale instellingen etc. Er bestaan geen voorschriften voor
                    de aanduiding van bouwblokken. Dit betekent dat gemeenten die de wijk- en
                    buurtindeling willen verfijnen tot bouwblokken naar eigen inzicht nummers kunnen
                    hanteren bij het aanduiden van de bouwblokken. De wijknamen worden vaak in een
                    kleiner lettersoort onder de naam op het naambord weergegeven. Een afzonderlijk
                    onder het naambord opgehangen wijkbordje heeft overigens de voorkeur.</al><al>In het derde lid is het benoemen van delen van de openbare ruimte geregeld. De
                    openbare ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo worden
                    bijvoorbeeld ook waterlopen, sierwateren, bruggen, viaducten, metrostations,
                    dijken, meren en plassen veelal van een naam voorzien. Het benoemen van de
                    openbare ruimte is een bevoegdheid van het college. Dit benoemt delen van de
                    openbare ruimte indien dat naar zijn oordeel nodig is, maar de meeste gemeenten
                    streven ernaar om de totale openbare ruimte van namen te voorzien. De in het
                    derde lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een aanvraag tot
                    het benoemen van de openbare ruimte bij het college indienen. Zo’n aanvraag kan
                    in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een
                    besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de
                    afwikkeling van de aanvraag zijn in iedergeval hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van
                    toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over besluiten).</al><al>De mogelijkheid om namen aan complexen toe te kennen is vooral gericht op
                    terreinen waar gemeenschappelijke voorzieningen aanwezig zijn. De meest
                    aansprekende voorbeelden zijn de complexen met begraafplaatsen en sport- en
                    zwemvoorzieningen.</al><al>Aan bijvoorbeeld bruggen en viaducten, als onderdeel van de openbare ruimte, kan
                    de gemeente namen toekennen. Aan bouwwerken worden overigens geen nummers
                    toegekend, omdat zij geen voor mensen toegankelijke ruimte bevatten.</al><al>Gebouwen met voorzieningen op het gebied van Welzijn, Sport en Onderwijs (WSO)
                    zijn voorbeelden van gebouwen ten behoeve van openbaar nut. Op basis van het
                    zesde lid kan het college hieraan namen toekennen.</al><al>Het achtste lid bepaalt dat onder vaststellen, toekennen en verdelen, zoals
                    vervat in het eerste t/m zesde lid, tevens het wijzigen en intrekken wordt
                    bedoeld. Naar de huidige opvattingen impliceert vaststellen, toekennen en
                    verdelen dat men ook kan wijzigen en intrekken. Bij de behandeling van beroep-
                    en bezwaarschriften is dat echter vaak een punt van discussie. Vandaar dat
                    ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en intrekken een
                    afzonderlijk lid op te nemen.</al><al><vet>Artikel 3</vet>Dit artikel regelt het toekennen van nummers aan
                    verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en complexen door het college.
                    Hier is niet voor de term ‘huisnummer’ gekozen omdat bij een complex, een
                    ligplaats en een standplaats niet kan worden gesproken van het nummeren van een
                    huis. Het toekennen van nummers aan lig- en standplaatsen raakt meer in zwang,
                    omdat woonschepen en woonwagens wettelijk worden beschouwd als woonruimte in de
                    zin van de Woningwet.</al><al>Veelal bestaat een gebouw uit verschillende zelfstandige delen. Voor een goede
                    bereikbaarheid qua dienstverlening (postbezorging, brandbestrijding,
                    politiehulp, ambulancediensten etc.) is het noodzakelijk deze zelfstandige delen
                    van een afzonderlijk nummer te voorzien. De registratie van woonadressen in de
                    GBA noodzaakt in de meeste gevallen al tot het afzonderlijk nummeren van deze
                    delen.</al><al>De in het eerste lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een
                    aanvraag tot nummertoekenning bij het college kunnen indienen. Ook deze aanvraag
                    kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een
                    besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de
                    afwikkeling van de aanvraag zijn dan ook opnieuw in ieder geval hoofdstuk 3 en 4
                    van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over
                    besluiten).</al><al>Het tweede lid bepaalt dat onder toekennen, zoals vervat in het eerste lid,
                    tevens wijzigenen intrekken moet worden verstaan. Naar de huidige opvattingen
                    impliceert toekennen dat men ook kan wijzigen en intrekken. Desondanks is dat
                    bij de behandeling van beroep- enbezwaarschriften vaak een punt van discussie.
                    Vandaar dat ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en intrekken
                    een afzonderlijk lid op te nemen.</al><al><vet>Artikel 4</vet>Wanneer een woonplaatsnaam, naam openbare ruimte en
                    nummeraanduiding door het college zijn vastgesteld kan een adres gevormd worden.
                    Alleen voor de aangewezen adresseerbare objecten zullen adressen gevormd
                    worden.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat onder vormen, zoals vervat in het eerste lid, tevens
                    het wijzigen en intrekken van het gevormde moet worden verstaan. Naar de huidige
                    opvattingen impliceert vaststellen dat men ook kan wijzigen en intrekken.
                    Desondanks is dat bij de behandeling van beroep- en bezwaarschriften vaak een
                    punt van discussie. Vandaar dat ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot
                    wijzigen en intrekken een afzonderlijk lid op te nemen.</al><al><vet>Artikel 5</vet>Dit artikel regelt dat naamborden overeenkomstig de wens van
                    het college zullen worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van
                    de gemeente. In verband met de dienstverlening dienen naamborden door de
                    gemeente ter plaatse goed zichtbaar te worden aangebracht. Dit is mogelijk door
                    de naamborden te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen van derden of
                    paaltjes die op andermans terrein ten behoeve van de naamgeving mogen worden
                    geplaatst. Om te voorkomen dat de leesbaarheidvan de aangebrachte naamborden
                    door hoog opschietend groen, zonneschermen of reclameborden wordt belemmerd, is
                    bepaald dat de eigenaar ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de
                    openbare weg leesbaar blijven.</al><al>Het achtste lid bepaalt dat onder aanbrengen, zoals vervat in het eerste t/m
                    vijfde lid, tevens vervangen en verwijderen moet worden verstaan. Naar de
                    huidige opvattingen impliceert aanbrengen dat men ook kan vervangen en
                    verwijderen. Desondanks is dat bij de behandeling van beroep- en
                    bezwaarschriften vaak een punt van discussie. Vandaar dat ervoor is gekozen om
                    over de bevoegdheid tot vervangen en verwijderen een afzonderlijk lid op te
                    nemen.</al><al><vet>Artikel 6</vet>Dit artikel regelt dat naamborden overeenkomstig de wens van
                    het college zullen worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van
                    de gemeente. Met het oog op de dienstverlening is het immers noodzakelijk dat de
                    nummers die door het college zijn toegekend ook ter plaatse terug te vinden
                    zijn. Dit is mogelijk door de naamborden te bevestigen aan gebouwgevels,
                    terreinafscheidingen van derden of paaltjes die op andermans terrein ten behoeve
                    van de naamgeving mogen worden geplaatst. Om te voorkomendat de leesbaarheid van
                    de aangebrachte naamborden door hoog opschietend groen, zonneschermen of
                    reclameborden wordt belemmerd, is bepaald dat de eigenaar ervoor dient te zorgen
                    dat de bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar blijven.</al><al>In het tweede lid is vastgelegd dat een object een door het college toegekend
                    nummer ook feitelijk moet dragen. Daarmee wordt het college de mogelijkheid
                    geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers aan
                    objecten.</al><al>Het vierde lid bepaalt dat onder aanbrengen, zoals vervat in het eerste lid,
                    tevens vervangen en verwijderen moet worden verstaan. Naar de huidige
                    opvattingen impliceert aanbrengen dat men ook kan vervangen en verwijderen.
                    Desondanks is dat bij de behandeling van beroep- en bezwaarschriften vaak een
                    punt van discussie. Vandaar dat ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot
                    vervangen en verwijderen een afzonderlijk lid op te nemen.</al><al><vet>Artikel 7</vet>Dit artikel geeft het college de mogelijkheid nadere
                    uitvoeringsvoorschriften te stellen. Er kan in dit verband worden gedacht aan
                    algemene eisen aan het te gebruiken materiaal (bestand tegen weersinvloeden),
                    alsmede aan andere technische zaken, zoals de methode van nummering en
                    maatvoering van de borden. Ook kunnen de uitvoeringsvoorschriften een bepaling
                    omvatten dat naast een zelfvervaardigde nummerdrager – van geschilderde
                    dakpannen tot ceramische tegels en van zuiltjes tot deurschilderingen – het
                    voorgeschreven nummerbordje altijd aanwezig moet zijn op de bij verordening
                    voorgeschreven plaats.</al><al>Naast meer technische uitvoeringsvoorschriften kan om verschillende redenen ook
                    worden gedacht aan uitvoeringsvoorschriften van administratieve aard. In de
                    eerste plaats vervullen naam- en nummergegevens een zeer wezenlijke functie in
                    het maatschappelijk verkeer. De dienstverlening (brandbestrijding,
                    ambulancevervoer, postbezorging etc.) kan niet zonder een goedsluitende
                    registratie van namen en nummers (adres). In de tweede plaats zijn tal van
                    gemeentelijke registraties geordend naar volgorde van naam en nummer (adres). In
                    de derde plaats is een systematische en eenduidige verstrekking van naam- en
                    nummergegevens aan instanties noodzakelijk. Zo bestaan er verplichtingen tot
                    levering van adresgegevens aan afnemers en derden in de zin van de Wet GBA en
                    aan bijvoorbeeld waterschappenen de Rijksbelastingdienst voor hun
                    belastingheffing. In de vierde plaats is een goede registratie van adressen
                    noodzakelijk om gemeentelijke bestanden te kunnen raadplegen en op elkaar af te
                    stemmen. Ten slotte vervullen de adresgegevens een belangrijke rol bij de
                    uitkering uit het gemeentefonds. Redenen genoeg om ook administratieve
                    uitvoeringsvoorschriften te formuleren (zie ook het algemeen deel, paragraaf 1,
                    van de toelichting).</al><al><vet>Artikel 8</vet>Voorschriften in verordeningen zijn zoveel mogelijk helder
                    van aard en opzet. Niet alleen de burgerij is gehouden tot naleving van
                    voorschriften, ook de gemeentelijke organen zijn gehouden zich te houden aan de
                    door hen uitgevaardigde voorschriften. Uiteraard is het niet zo, dat de
                    rechtmatigheidcontrole het er nu ineens toe maakt, dat voorschriften strikt
                    dienen te worden toegepast. Dit vereiste gold vanzelfsprekend al. Echter, soms
                    kan een strikte toepassing van voorschriften tot onbillijkheden leiden. In het
                    recente verleden zijn hier een aantal negatieve ervaringen mee opgedaan. Een
                    niet strikte toepassing levert anderzijds een onrechtmatigheid op. Hieraan kan
                    tegemoet gekomen worden door de opname van een zgn. hardheidsclausule in de
                    verordeningen, die daarvoor in aanmerkingkomen. Wanneer in die bijzondere
                    onbillijke omstandigheid de hardheidsclausule wordt toegepast, wordt de
                    onrechtmatigheid weggenomen. Daarbij is het ook weer zo, dat een
                    hardheidsclausule niet te pas en te onpas kan worden toegepast. En zeker kan het
                    nietzo zijn, dat de toepassing leidt tot willekeur. Ook het laatste zal zonder
                    meer als onrechtmatig worden beoordeeld. Wij staan daarom een zorgvuldige
                    toepassing voor.</al><al><vet>Artikel 9</vet>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de
                    verordening, heeft alleen zin wanneer ze ook kunnen worden afgedwongen zodra de
                    regels worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een
                    geldboete van de eerste categorie te verbinden. In het derde lidkunnen
                    bijvoorbeeld medewerkers van Bouw- en Woningtoezicht (BWT) worden aangewezen om
                    op naleving van de verordening toe te zien.</al><al>Vooral het door de burgers aanbrengen van zelfbedachte nummers aan de bij hen in
                    gebruik zijnde onroerende zaken is de laatste decennia hand over hand
                    toegenomen. Bovendien heeft recent onderzoek van een grote gemeente aangetoond
                    dat niet alleen ‘eigen nummers’ worden toegekend aan objecten, maar dat dikwijls
                    ook nummers ontbreken, niet leesbaar zijn of zo abstract zijn vormgegeven dat
                    zij niet meer aan de criteria van doeltreffendheid voldoen. De criteria van
                    doeltreffendheid dienen te worden uitgewerkt in de nadere
                    uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7 van de verordening.</al><al><vet>Artikel 10</vet>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de
                    verordening.</al><al><vet>Artikel 11</vet>Dit artikel regelt het vervallen van de oude regels en
                    voorschriften. Deze regels en voorschriften dienen met name te worden genoemd.
                    Er kan niet worden volstaan met de zinsnede ‘met de inwerkingtreding van deze
                    verordening komen alle eerdere regels en voorschriftente vervallen’. Het artikel
                    spreekt verder voor zich.</al><al><vet>Artikel 12</vet>Het principe van het benoemen van delen van de openbare
                    ruimte en het nummeren van gebouwen, complexen, onbebouwde terreinen,
                    ligplaatsen en standplaatsen dateert al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren
                    hebben vele voorschriften gegolden. Het is niet zinvol bij deinvoering van de
                    verordening te eisen dat alle namen en nummers in de gemeente dienen te worden
                    aangepast aan de nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals geregeld krachtens
                    artikel 7. Nummers die onder het oude regime tot stand zijn gekomen blijven
                    gehandhaafd. Het college heeft wel de mogelijkheid om aanpassing van de nummers
                    te eisen.</al><al><vet>Artikel 13</vet>De term ‘huisnummer’ is in principe geen juiste term voor
                    het nummeren van bijvoorbeeld complexen, standplaatsen en ligplaatsen en de term
                    ‘straatnaamgeving’ is geen goede term voor het benoemen van openbaar wateren en
                    bouwwerken. Vandaar dat de titel van de modelverordening is veranderd in
                    ‘naamgeving en nummering (adressen)’.</al><al>(1) Zie de RAVI-rapporten ‘Basisindentificatiegegevens gestandaardiseerd’,
                    rapport nummer 14. Apeldoorn, 1990 en‘Basisidentificaties systemen voor
                    vastgoedinformatie’, rapport nummer 6, Apeldoorn, 1986.(2) Zie het
                    niet-gepubliceerde SKG-rapport over de koppelingen en uitwisseling van
                    adresgegevens in relatie tot kadastralenummers, Apeldoorn, 1997. De straatnaam
                    en gemeentenaam zijn in dit voorbeeld vervangen door gefingeerdegegevens.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>