<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50289_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Recht van onderzoek 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel Albrandswaard</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening regelende het recht van onderzoek 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel155d">Gemeentewet, art. 155 d </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-01-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-06-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Recht van onderzoek 2003</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2002/2170</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Recht van onderzoek 2003
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Albrandswaard;</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>Gelet op artikel 155 d Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>B E S L U I T :</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de hierna volgende:</al>
          <al>“VERORDENING REGELENDE HET RECHT VAN ONDERZOEK 2003”</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al>De gemeenteraad kan op voorstel van een of meer van zijn leden een
                            onderzoek naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur
                            instellen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al>De uitvoering van dit besluit wordt opgedragen aan hetzij een reeds door
                            de gemeenteraad ingestelde commissie, hetzij aan een daartoe in te
                            stellen commissie. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3</lidnr>
            <al>De door de raad ingestelde commissie bestaat uit tenminste drie (3)
                            raadsleden. Voor ieder lid wordt een plaatsvervanger aangewezen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4</lidnr>
            <al>De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een
                            plaatsvervangend voorzitter aan. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5</lidnr>
            <al>Het presidium wijst op voorstel van de griffier de secretaris van de
                            commissie aan. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6</lidnr>
            <al>De omschrijving van het besluit kan hangende het onderzoek al dan niet
                            op verzoek van de commissie die het onderzoek verricht, door de
                            gemeenteraad worden gewijzigd. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7</lidnr>
            <al>Een commissie van onderzoek kan geen van de bevoegdheden, haar bij deze
                            verordening of Gemeentewet verleend, uitoefenen, indien niet ten minste
                            drie van haar leden of als zodanig optredende plaatsvervangende leden
                            tegenwoordig zijn. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>Van wijzigingen in de omschrijving van het onderwerp van onderzoek en van
                        beëindiging van het onderzoek wordt op gelijke wijze kennis gegeven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al>Vanaf het tijdstip van de eerste bekendmaking zijn leden en gewezen
                            leden van de raad, de burgemeester en gewezen burgemeesters, wethouders
                            en gewezen wethouders, leden en gewezen leden van een door de raad, het
                            college of de burgemeester ingestelde commissie, ambtenaren en gewezen
                            ambtenaren, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan
                            ondergeschikt, verplicht te voldoen aan een vordering van de
                            onderzoekscommissie tot het verschaffen van inzage in, het nemen van
                            afschrift van of het anderszins laten kennisnemen van alle bescheiden
                            waarover zij beschikken en waarvan naar het redelijk oordeel van de
                            onderzoekscommissie inzage, afschrift of kennisneming anderszins voor
                            het doen van een onderzoek als bedoeld in artikel 1 nodig is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al>Indien een vordering als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op
                            bescheiden die afkomstig zijn van een instelling van de Europese Unie of
                            van het Rijk en kennisneming van die bescheiden door de
                            onderzoekscommissie het belang van de Europese Unie of de Staat kan
                            schaden, wordt niet dan met toestemming van de minister van Binnenlandse
                            Zaken en Koninkrijksrelaties aan de vordering voldaan. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3</lidnr>
            <al>De in het eerste lid genoemde personen zijn voorts vanaf het tijdstip
                            van de eerste bekendmaking verplicht te voldoen aan een oproeping door
                            de commissie uitgevaardigd om als getuige of deskundige te worden
                            verhoord.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4</lidnr>
            <al>Ambtenaren, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan
                            ondergeschikt, zijn gehouden om aan een onderzoek alle door de
                            onderzoekscommissie gevorderde medewerking als bedoeld in lid 1 te
                            verlenen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5</lidnr>
            <al>Diegene die over informatie denkt te beschikken die van belang kan zijn
                            voor het onderzoek, wordt uitgenodigd zich te melden bij de voorzitter
                            van de commissie. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6</lidnr>
            <al>De commissie besluit of van de diensten van betrokkene gebruik wordt
                            gemaakt. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al>Personen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn verplicht te voldoen
                            aan een oproep van de onderzoekscommissie om als getuige of deskundige
                            te worden gehoord. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al>Geen inhoud aanwezig van lid</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3</lidnr>
            <al>De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4</lidnr>
            <al>De deskundigen zijn verplicht hun diensten onpartijdig en naar beste
                            weten als zodanig te verlenen. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan besluiten dat getuigen uitsluitend worden
                            verhoord na het afleggen van een eed of belofte. Zij leggen dan in de
                            vergadering van de onderzoekscommissie, in handen van de voorzitter, de
                            eed of belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid
                            zullen zeggen. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6</lidnr>
            <al>De getuigen en deskundigen worden in een openbare zitting van de
                            onderzoekscommissie gehoord. Plaats en tijd van de openbare zitting
                            worden door de voorzitter tijdig ter openbare kennis gebracht. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan om gewichtige redenen besluiten een verhoor
                            of een gedeelte daarvan niet in het openbaar af te nemen. De leden en
                            plaatsvervangende leden van de commissie en andere aanwezigen bewaren
                            geheimhouding over hetgeen hun tijdens een besloten zitting ter kennis
                            komt. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>8</lidnr>
            <al>Een getuige is gerechtigd zich tijdens het verhoor te laten bijstaan. Om
                            gewichtige redenen kan de commissie besluiten, dat een getuige zonder
                            bijstand wordt gehoord. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>9</lidnr>
            <al>Verklaringen die zijn afgelegd voor de onderzoekscommissie kunnen,
                            behalve in het geval van artikel 207, eerste lid, van het Wetboek van
                            Strafrecht, niet als bewijs in rechte gelden. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al>Getuigen en deskundigen worden schriftelijk opgeroepen. De brief,
                            houdende de oproep, wordt aangetekend verzonden of tegen gedagtekend
                            ontvangstbewijs uitgereikt. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan bevelen dat getuigen en deskundigen die,
                            hoewel opgeroepen in overeenstemming met het eerste lid, niet zijn
                            verschenen, door de openbare macht voor hen worden gebracht om aan hun
                            verplichting te voldoen. De onderzoekscommissie stelt de getuige of
                            deskundige hiervan schriftelijk in kennis op de wijze, bedoeld in het
                            eerste lid. In de beschikking wordt een termijn gesteld waarbinnen de
                            belanghebbende de tenuitvoerlegging kan voorkomen door alsnog aan zijn
                            verplichting te voldoen. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3</lidnr>
            <al>Op een beschikking als bedoeld in het eerste en het tweede lid is
                            artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>De getuigen of deskundigen dienen de oproeping als bedoeld in artikel 5, lid
                        1, tenminste drie dagen voor de dag van het verhoor te ontvangen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al>De verhoren van getuigen en deskundigen worden door de commissie
                            gehouden op de plaats, waar zij zulks het meest wenselijk oordeelt.
                        </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al>De schriftelijke aantekening van de afgelegde verklaringen of gegeven
                            berichten wordt aan de getuigen of deskundigen voorgelezen of ter inzage
                            verstrekt en door dezen ondertekend. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3</lidnr>
            <al>De commissie kan ter voorbereiding op de openbare verhoren informatieve
                            gesprekken voeren in beslotenheid. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>Indien de behoorlijk opgeroepen getuige of deskundige niet verschijnt, wordt
                        daarvan een proces-verbaal opgemaakt, hetwelk een nauwkeurige omschrijving
                        van de oproeping behelst en door de aanwezige leden der commissie wordt
                        ondertekend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>Wanneer een getuige of deskundige, hetzij vrijwillig, hetzij op de oproeping
                        verschenen of door de openbare macht gebracht zijnde, weigert te antwoorden,
                        of de eed of de belofte af te leggen, wordt daarvan proces-verbaal
                        opgemaakt, hetwelk de redenen van die weigering, zo die gegeven zijn,
                        inhoudt, en door de aanwezige leden van de commissie wordt ondertekend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al>Niemand kan genoodzaakt worden aan de commissie geheimen te openbaren,
                            voor zover daardoor onevenredige schade zou worden toegebracht aan het
                            belang van de uitoefening van zijn beroep, danwel aan het belang van
                            zijn onderneming of de onderneming waarbij hij werkzaam is of geweest
                            is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al>Zij die uit hoofde van hun ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding
                            verplicht zijn, kunnen zich verschonen getuigenis af te leggen, doch
                            uitsluitend met betrekking tot hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als
                            zodanig is toevertrouwd. Zij kunnen inzage, afschrift of kennisneming
                            anderszins weigeren van bescheiden of gedeelten daarvan tot welke hun
                            plicht tot geheimhouding zich uitstrekt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al>De commissie kan om gewichtige redenen in verband met de bescherming van
                            de in artikel 3, eerste lid, genoemde personen of van een belang,
                            bedoeld in artikel 12, besluiten aan haar overgelegde bescheiden of
                            gedeelten daarvan niet openbaar te maken. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al>De leden en plaatsvervangende leden van de commissie bewaren
                            geheimhouding omtrent de inhoud van de bescheiden of gedeelten daarvan,
                            die ingevolge een besluit, bedoeld in het eerste lid, niet openbaar
                            worden gemaakt. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3</lidnr>
            <al>Voor zover de in het tweede lid bedoelde bescheiden deel uitmaken van
                            het onderzoeksverslag van de commissie, worden deze ter inzage of
                            anderszins ter kennisneming gelegd van de leden van de gemeenteraad. De
                            leden bewaren omtrent de inhoud van de zodanige bescheiden
                            geheimhouding. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al>Leden en gewezen leden van de raad, de burgemeester en gewezen
                            burgemeesters, wethouders en gewezen wethouders, leden en gewezen leden
                            van een door de raad, het college of de burgemeester ingestelde
                            commissie, ambtenaren en gewezen ambtenaren, door of vanwege het
                            gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt, zijn niet verplicht
                            aan artikel 3, eerste en derde lid, en artikel 4, derde lid, te voldoen,
                            indien het verstrekken van de inlichtingen in strijd is met het openbaar
                            belang. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan verlangen dat een beroep als bedoeld in het
                            eerste lid op strijd met het openbaar belang wordt bevestigd door het
                            college, of, voor zover de inlichtingen betrekking hebben op het door de
                            burgemeester gevoerde bestuur, door de burgemeester </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>Een commissie kan in een besloten vergadering, op grond van een belang,
                        genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in
                        die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de
                        stukken die aan de commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
                        Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt
                        tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de
                        behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken
                        kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie haar opheft.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>De getuigen en deskundigen ontvangen op hun daartoe strekkend verzoek
                        schadeloosstelling, door de commissie op vertoon van de schriftelijke
                        oproeping of de akte van dagvaarding, te begroten overeenkomstig het
                        bepaalde omtrent getuigen en deskundigen krachtens artikel 57 van de Wet
                        tarieven in burgerlijke zaken.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>De bevoegdheid en de werkzaamheden van een commissie van onderzoek worden
                        door de ontbinding van de gemeenteraad niet geschorst.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>De gemeenteraad stelt een raming vast van de kosten, welke naar zijn oordeel
                        voor het onderzoek in een bepaald jaar vereist zijn. Hij brengt deze ter
                        kennis van het college. Het college bereidt vervolgens een voorstel tot
                        wijziging van de gemeentebegroting voor.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al>Na de beëindiging van het onderzoek van een door hem ingestelde
                            commissie besluit de gemeenteraad, dat de processen-verbaal en de
                            overige bescheiden van het onderzoek worden vernietigd, dan wel
                            gedurende een door hem te bepalen periode worden bewaard in het
                            gemeentearchief. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al>Bescheiden en aantekeningen, die ingevolge een besluit van de commissie
                            geheim dienen te worden gehouden, maken geen deel uit van dit archief.
                        </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3</lidnr>
            <al>De commissie bepaalt waar de in het tweede lid bedoelde bescheiden
                            worden bewaard en gedurende welke periode zij geheim zijn. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al>Alle activiteiten van de leden en de aan de commissie toegevoegde
                            medewerkers vallen onder de politieke verantwoordelijkheid van de
                            commissie. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al>De secretaris van de commissie is op basis van een mandaatbesluit van de
                            griffier eindverantwoordelijk voor alle inhoudelijke en organisatorische
                            activiteiten van de ondersteuning van de commissie en is (indien van
                            toepassing) daartoe belast met het beheer van de gelden, toegestaan in
                            de goedgekeurde begroting. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3</lidnr>
            <al>Zo spoedig mogelijk na instelling van de commissie c.q. vaststelling van
                            de onderzoeksopdracht stellen de voorzitter en de secretaris van de
                            commissie, in overleg met de griffier en gemeentesecretaris, voor zover
                            een beroep wordt gedaan op zijn ambtelijk apparaat, een concept plan van
                            aanpak op waarin zij in ieder geval aandacht besteden aan:- de
                            uitvoering van de onderzoeksopdracht;- de eerste planning van de uit te
                            voeren taken;- de taakverdeling;- de taak en rol van de voorzitter;- de
                            nadere invulling van de wenselijke ondersteuning, waarbij aandacht wordt
                            besteed aan de wettelijke aansprakelijkheid;- de plaats en de omvang van
                            de werkruimten;- de noodzaak van een informatieprotocol;- de archivering
                            en classificering;- de geheimhoudings- en beveiligingsaspecten;- de
                            vertrouwelijkheid van de informatie in de verschillende fasen van het
                            onderzoek;- de contacten met de pers.Dit plan van aanpak wordt in de
                            eerste vergadering van de onderzoekscommissie besproken en, na eventuele
                            wijzigingen, vastgesteld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4</lidnr>
            <al>Indien de onderzoekscommissie besluit de uitvoering van bepaalde delen
                            van het onderzoek neer te leggen bij derden, vindt deze uitvoering
                            plaats onder haar verantwoordelijkheid. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening regelende het recht
                        van onderzoek 2003”.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>20</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                        afkondiging.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Albrandswaard in zijn
                        openbare vergadering van 16 december 2002De secretaris, De voorzitter,</al></slotformulering></regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>