<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>50238_5</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening 2010 </dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-07-17</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.albrandswaard.nl/index.php?simaction=content&amp;mediumid=4&amp;pagid=796">De Schakel Albrandswaard d.d. 22 maart 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening
                Albrandswaard</dcterms:alternative><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2012-03-12</dcterms:issued></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging van de APV in verband met het bestrijden van ernstige
                overlast op of rond openbare terreinen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>110290</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp></overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Binnen de gemeente Albrandswaard bevinden zich een aantal recreatiegebieden. Ten
                    aanzien hiervan heeft het Recreatieschap IJsselmonde een schapsverordening
                    vastgesteld. Waar nu, binnen een recreatiegebied op het grondgebied van de
                    gemeente Albrandswaard, onderwerpen zowel in de Apv van de gemeente
                    Albrandswaard en de schapsverordening van het Recreatieschap worden geregeld,
                    gaat in deze gebieden de schapsverordening vóór op de Apv van de gemeente
                    Albrandswaard. U kunt de verordening vinden op
                    http://www.recreatiegebied-ijsselmonde.nl. </al><al></al><al>Deze verordening is bij raadsbesluit van 27 juni 2011, in verband met de
                    invoering van de Wabo gewijzigd. De wijziging is op de 8e dag na die van haar
                    bekendmaking, op 15 juli 2011, in werking getreden. </al><al>Bij besluit van 26 mei 2014 heeft de raad besloten na Afdeling 8 van Titel 2 van
                    de APV, Afdeling 8A in te voegen. Dit besluit is bekendgemaakt in het
                    gemeenteblad van de Albrandswaard 2014/33286, d.d. 16 juni 2014 en de dag daarna
                    in werking getreden.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>RAADSBESLUIT</al><al><vet>Besluit nr.: 75220</vet></al><al>Onderwerp: Algemene plaatselijke verordening Albrandswaard 2010</al><al></al><al>De raad van de gemeente Albrandswaard;</al><al></al><al>Gezien het voorstel van het college van de gemeente Albrandswaard van 19
                        januari 2010;</al><al></al><al>Overwegende dat het wenselijk is om regels te stellen omtrent de huishouding
                        van de gemeente;</al><al></al><al>Overwegende dat in het geval de openbare orde of het woon- en leefklimaat
                        door de exploitatie van een horeca-inrichting wordt aangetast, de gemeente
                        diverse maatregelen kan opleggen alsmede voor de uniformiteit en de
                        transparantie het handhavingsarrangement voor horeca-inrichtingen vast te
                        stellen; </al><al>i.v.m. dit handhavingsarrangement het noodzakelijk is om hoofdstuk 2,
                        afdeling 8 van de Apv te wijzigen;</al><al></al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al></al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>vast te stellen de Algemene plaatselijke verordening 2010.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke
                                                plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder
                                                b;</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                                onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>openbaar water: wateren die voor het publiek
                                                bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk
                                                zijn;</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan
                                                gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld
                                                overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de
                                                Wegenwet, bij hun besluit van 17 september 1985, nr.
                                                B2212/1;</al></entry></row><row><entry><al>e.</al></entry><entry><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap
                                                heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk
                                                recht;</al></entry></row><row><entry><al>f.</al></entry><entry><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                                Bouwverordening;</al></entry></row><row><entry><al>g.</al></entry><entry><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                                onder c, van de Woningwet;</al></entry></row><row><entry><al>h.</al></entry><entry><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van
                                                goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt
                                                een commercieel belang te dienen; </al></entry></row><row><entry><al>i.</al></entry><entry><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel
                                                1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                                                omgevingsrecht. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid,
                                artikel 2:11 of artikel 4:11.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning
                                    ofontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>Indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Paragraaf 4.1.3.3 van de Awb wel van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op de volgende
                            artikelen uit in deze verordening: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>Artikel 2:9: Ontheffing van het verbod optreden als
                                                straatartiest; </al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>Artikel 5:23: Vergunning organisatie snuffelmarkt.
                                            </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>Paragraaf 4.1.3.3 van de Awb niet van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                            toepassing op de volgende artikelen in deze verordening: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>Artikel: 2:25 Vergunning evenementen; </al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>Artikel 2:39 Exploitatievergunning
                                                speelgelegenheid;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>Artikel 3:4 Vergunning seksinrichting;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>Artikel 4:18 Ontheffing van het verbod tot
                                                recreatief nachtverblijf buiten
                                                kampeerterreinen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van
                                    de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden
                                    zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>BETOGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van terrassen en uitstallingen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k.van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
                                </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:25;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement Zuid-Holland
                                    van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te
                                    leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven
                                    of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd
                                                  gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij
                                                  een bestemmingsplan, beheersverordening of
                                                  voorbereidingsbesluit.</al></entry></row><row><entry><al>b. </al></entry><entry><al>door het college in de overige gevallen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening van Albrandswaard van
                                    toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar
                                            de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                                            gedaan aan het college, onder indiening van een
                                            situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de
                                            bestaande situatie;</al></li><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                            heeft verboden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen
                                    vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    gewenste uitweg wordt verboden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement Zuid-Holland van toepassing is.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat daardoor op andere wijze hinder of gevaar
                                wordt veroorzaakt voor het verkeer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voorstroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.23a</nr><titel>(slaap)verblijf op de weg, in voertuigen en in
                                    kampeermiddelen</titel></kop><al>Het is verboden op de weg, al dan niet in een motorvoertuig, te
                                slapen dan wel of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan
                                of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het
                                kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen
                                dan wel gelegenheid daartoe te bieden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                    buurtbarbecue op een dag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in artikel 1.3 lid 1 dient een
                                    aanvraag voor een evenementenvergunning tenminste 8 weken voor
                                    aanvang van het evenement ingediend te worden bij het
                                    college.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.25a</nr><titel>Kennisgeving evenementen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het in artikel 2:25, eerste lid, gestelde verbod geldt,
                                    behoudens in door de burgemeester aangewezen gebieden, niet voor
                                    eendaagse evenementen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het evenement een feest op eigen terrein, barbecue of
                                            straatfeest in de openlucht betreft,</al></li><li nr="b."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>het evenement op een werkdag plaatsvindt tussen 09.00 en
                                            23.00 uur of op een zon- of feestdag tussen 13.00 en
                                            23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het geluidsniveau op een afstand van 10 meter van enige
                                            geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A);</al></li><li nr="e."><al>het evenement niet plaatsvindt op de weg in de zin van
                                            de Wegenverkeerswet 1994 of anderszins een belemmering
                                            vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;</al></li><li nr="f."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m² per object;</al></li><li nr="g."><al>er geen ander evenement in de nabijheid plaatsvindt</al></li><li nr="h."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="i."><al>de organisator de burgemeester ten minste vier weken
                                            voorafgaand aan het evenement kennis geeft met een door
                                            de burgemeester vastgesteld kennisgevingsformulier;</al></li><li nr="j."><al>binnen een week na ontvangst van het
                                            kennisgevingsformulier door de burgemeester geen
                                            tegenbericht is verzonden; en</al></li><li nr="k."><al>de organisator een ontvangstbevestiging , van het feit
                                            dat hij een kennisgeving heeft gedaan, kan tonen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien het vermoeden bestaat dat een evenement de openbare orde
                                    kan verstoren, kan de burgemeester, in afwijking van het eerste
                                    lid, bepalen dat het in artikel 2:25, eerste lid, gestelde
                                    verbod, onverkort geldt. De burgemeester zendt dit tegenbericht
                                    als bedoeld in onderdeel j van het eerste lid, binnen een week
                                    na ontvangst van het kennisgevingsformulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.27</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Horecabedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al>een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van
                                            de Drank- en Horecawet waarin het horecabedrijf ( hotel,
                                            restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                            discotheek, buurthuis of clubhuis) wordt uitgeoefend,
                                            zomede de daarbij horende terrassen; of</al></li><li nr="b."><al>alle voor publiek openstaande lokaliteiten, open
                                            plaatsen, tuinen of gedeelten daarvan, zomede de daarbij
                                            behorende terrassen en de daarmee gemeenschap hebbende
                                            vertrekken die niet uitsluitend als woning of winkel
                                            worden gebruikt, alsmede de niet voor publiek
                                            toegankelijke lokaliteiten welke voor het publiek op de
                                            weg bereikbaar zijn, uitgezonderd standplaatsen als
                                            bedoeld in artikel 5:18, voor zover daar regelmatig of
                                            op gezette tijden:</al><al>1. gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet
                                            enigerlei eet- of drinkwaren te verkrijgen, af te halen
                                            of te verbruiken;</al><al>2. amusement of ontspanning wordt aangeboden, [met
                                            uitzondering van een speelautomatenhal als omschreven in
                                            afdeling 10, artikel 2:39, van deze verordening;]
                                            of</al><al>3. voorstellingen of vertoningen van porno-erotische
                                            aard worden gegeven dan wel door middel van automaten
                                            dergelijke voorstellingen of vertoningen kunnen worden
                                            gegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met
                                    uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>de levenspartner en kinderen van de exploitant van de
                                            inrichting, alsmede diens elders wonende bloed- of
                                            aanverwanten of die van zijn levenspartner, in de rechte
                                            lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde
                                            graad;</al></li><li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register bedoeld in
                                            artikel 438 van het Wetboek van strafrecht; of</al></li><li nr="c."><al>de personen wier tegenwoordigheid in de inrichting
                                            wegens dringende omstandigheden vereist wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>exploitant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, voor
                                    wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven, en de
                                    bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>beheerder: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke
                                    feitelijke leiding uitoefent in een inrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Het is verboden een openbare inrichting te
                                                  exploiteren zonder exploitatievergunning.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>Bij de inwerkingtreding van een verleende nieuwe
                                                  exploitatievergunning vervalt de oude
                                                  exploitatievergunning van rechtswege.</al></entry></row><row><entry><al>3.</al></entry><entry><al>De aanvraag wordt ingediend door de
                                                  exploitant.</al></entry></row><row><entry><al>4.</al></entry><entry><al>De vergunning is in de openbare inrichting
                                                  aanwezig.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28a</nr><titel status="officieel">Aanwezigheid van en toezicht door
                                    exploitant en beheerder</titel></kop><al></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Het is verboden een openbare inrichting voor
                                                  bezoekers geopend te hebben zonder dat de
                                                  exploitant of beheerder in de openbare inrichting
                                                  aanwezig is.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>De exploitant en de beheerder zijn verplicht er
                                                  voortdurend op toe te zien dat in de openbare
                                                  inrichting geen strafbare feiten
                                                  plaatsvinden.</al></entry></row><row><entry><al>3.</al></entry><entry><al>De burgemeester kan categorieën van openbare
                                                  inrichtingen of openbare inrichtingen aanwijzen
                                                  waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod
                                                  niet geldt.<cursief></cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28b</nr><titel>Weigerings-, intrekkings- en wijzigingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester weigert of trekt de exploitatievergunning in
                                    indien: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>de vestiging of de exploitatie van de openbare
                                                  inrichting in strijd is met een geldend
                                                  bestemmingsplan of met een stadsvernieuwingsplan
                                                  of een leefmilieuverordening in de zin van de Wet
                                                  op de stads- en dorpsvernieuwing,</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>de exploitant of de beheerder onder curatele
                                                  staat,</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>de exploitant of de beheerder is ontzet uit de
                                                  ouderlijke macht of de voogdij,</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>de exploitant of de beheerder in enig opzicht
                                                  van slecht levensgedrag is.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de exploitatievergunning geheel of
                                    gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel
                                    of gedeeltelijk intrekken of wijzigen, indien:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>naar zijn oordeel de openbare orde gevaar
                                                  loopt of het woon- of leefklimaat in de omgeving
                                                  van de openbare inrichting door de aanwezigheid
                                                  van de openbare inrichting nadelig wordt
                                                  beïnvloed,</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>de exploitant of de beheerder het bij of
                                                  krachtens de bepalingen in deze paragraaf
                                                  geregelde overtreedt,</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>aannemelijk is dat de exploitant of de
                                                  beheerder betrokken is, of hem ernstige
                                                  nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten
                                                  in of vanuit de openbare inrichting, die gevaar
                                                  kunnen veroorzaken voor de openbare orde of een
                                                  bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in
                                                  de omgeving van de openbare inrichting,</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>de exploitant of de beheerder strafbare feiten
                                                  pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat
                                                  of gedoogt dat in zijn openbare inrichting
                                                  strafbare feiten worden gepleegd,</al></entry></row><row><entry><al>e.</al></entry><entry><al>de exploitant of de beheerder zich schuldig
                                                  maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of
                                                  seksuele geaardheid,</al></entry></row><row><entry><al>f.</al></entry><entry><al>zich in of vanuit de openbare inrichting
                                                  anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees
                                                  wettigen, dat het geopend blijven van de openbare
                                                  inrichting gevaar kan veroorzaken voor de openbare
                                                  orde of een bedreiging vormt voor het woon- of
                                                  leefklimaat in de omgeving van de openbare
                                                  inrichting,</al></entry></row><row><entry><al>g.</al></entry><entry><al>er sprake is van een gewijzigde exploitatie of
                                                  een wijziging in de exploitant, waarvoor geen
                                                  nieuwe exploitatievergunning is aangevraagd,
                                                  of</al></entry></row><row><entry><al>h.</al></entry><entry><al>er aanwijzingen zijn dat in de openbare
                                                  inrichting personen werkzaam zijn of zullen zijn
                                                  in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                  vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000
                                                  bepaalde.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het tweede lid bedoelde gronden
                                    houdt de burgemeester rekening met: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>het karakter van de straat en van de wijk
                                                  waarin de openbare inrichting is gelegen of zal
                                                  komen te liggen;</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>de aard van de openbare inrichting;</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>de spanning waaraan het woon- of leefklimaat
                                                  ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te
                                                  staan door de exploitatie van de openbare
                                                  inrichting;</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant
                                                  of beheerder van de openbare inrichting in deze of
                                                  in andere openbare inrichtingen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28c</nr><titel>Sluiting van openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan een openbare inrichting tijdelijk of voor
                                    onbepaalde tijd gesloten verklaren indien: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>die openbare inrichting wordt geëxploiteerd
                                                  zonder geldige exploitatievergunning;</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>die openbare inrichting wordt geëxploiteerd in
                                                  strijd met de aan de exploitatievergunning
                                                  verbonden voorschriften;</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>een van de in artikel 2:28b, tweede lid,
                                                  genoemde situaties zich voordoet.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot sluiting wordt op, in of nabij de toegang van de
                                    openbare inrichting aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een sluiting kan op verzoek van een belanghebbende door de
                                    burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden
                                    feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn
                                    oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling
                                    van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal
                                    plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is de exploitant of de beheerder van de openbare inrichting
                                    verboden na het van kracht worden van de sluiting bedoeld in het
                                    eerste lid, bezoekers tot de openbare inrichting toe te laten of
                                    daarin te laten verblijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester
                                    gesloten openbare inrichting als bezoeker te verblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28d</nr><titel>Terrassen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval van een exploitatievergunningaanvraag die tevens van
                                    toepassing is voor een of meer bij de openbare inrichting
                                    behorende terrassen, beslist de burgemeester - gelet op de
                                    openbare orde en veiligheid ter plaatse - tevens omtrent de
                                    ingebruikneming van de openbare weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:28b, tweede lid, kan de
                                    burgemeester de in het eerste lid bedoelde ingebruikneming van
                                    de openbare weg weigeren indien het de verwachting is dat het
                                    gebruik: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar kan
                                                  veroorzaken voor de bruikbaarheid van de weg of
                                                  voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>een belemmering vormt voor het doelmatig
                                                  beheer en onderhoud van de weg;</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>afbreuk doet aan andere publieke functies van
                                                  de openbare ruimte, inclusief de bescherming van
                                                  het uiterlijk aanzien daarvan.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als voor het uitvoeren van openbare werken of om enigerlei
                                    andere reden verwijdering van het terras noodzakelijk is, is de
                                    exploitant van de openbare inrichting verplicht dit binnen de
                                    door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn, te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden op of in de omgeving van een terras dranken of
                                    eetwaren voor gebruik ter plaatse te verstrekken: </al><al></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>buiten dat deel van de weg waarvan het gebruik
                                                  ingevolge het eerste lid is toegestaan, of</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>aan degenen die geen gebruik maken van de op
                                                  dat terras aanwezige zitplaatsen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is verplicht te zorgen dat
                                    dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de openbare
                                    inrichting, doch in ieder geval onverwijld op eerste aanzegging
                                    van een ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van
                                    het bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van het terras op
                                    de weg achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor zover
                                    kennelijk uit of van dat terras afkomstig, worden
                                    verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.29</nr><titel>Openings- en sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor
                                    bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of
                                    te laten verblijven: op zondag tot en met donderdag tussen 01.00
                                    uur tot 05.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 01.30 en
                                    05.00 uur</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Overeenkomstig het gestelde in artikel 1.4 kan de burgemeester
                                    door middel van een vergunningvoorschrift voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf of voor een daartoe behorend terras een ander
                                    sluitingsuur of andere sluitingsuren vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing
                                    zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.30</nr><titel>Raamkaart</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met de vergunning worden één of meer door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkte raamkaarten afgegeven, waarop de naam
                                    van de exploitant en de openings- en sluitingstijden van de
                                    inrichting (inclusief een eventueel terras) zijn
                                    aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een raamkaart dient bij iedere voor bezoekers bestemde ingang
                                    van de inrichting te zijn aangebracht op zodanige wijze dat van
                                    buitenaf daarvan gemakkelijk kan worden kennisgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op een raamkaart wordt de datum vermeld per wanneer deze geldt.
                                    De burgemeesterkan bepalen welke andere gegevens op een
                                    aankondiging dienen te zijn vermeld en op welke wijze een
                                    raamkaart dient te zijn ingericht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het is de exploitant of beheerder verboden de inrichting voor
                                    bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten
                                    zonder dat bij iedere voor bezoekers bestemde ingang een
                                    raamkaart als bedoeld in dit artikel is aangebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.30a</nr><titel>Geldigheidsduur vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een door de burgemeester verleende vergunning als bedoeld in
                                    artikel 2.3.1.2, eerste lid, heeft een geldigheidsduur van vijf
                                    jaren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en het
                                    woon- en leefklimaatvoor bepaalde categorieën van inrichtingen
                                    een andere geldigheidsduur vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.30b</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitatievergunning vervalt zodra de exploitant dan wel de
                                    exploitanten de exploitatie van de openbare inrichting heeft dan
                                    wel hebben beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uiterlijk binnen een week na de beëindiging van de exploitatie
                                    door de exploitant dan wel exploitanten dan wel een van de
                                    exploitanten, geeft deze daarvan schriftelijk kennis aan de
                                    burgemeester.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.30c</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een beheerder het beheer in de openbare inrichting
                                    feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen
                                    een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe
                                    beheerder, indien de burgemeester op aanvraag van de exploitant,
                                    met inachtneming van artikel 2:28b, de verleende
                                    exploitatievergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer
                                    heeft gewijzigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel><vet>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                    Drank- en Horecawet</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>alcoholhoudende drank,</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>horecabedrijf,</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>horecalocaliteit,</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>inrichting,</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>sterke drank,</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>slijtersbedrijf en</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>zwak-alcoholhoudende drank,</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet">Drank- en Horecawet</extref>.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Regulering paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Een paracommercieel rechtspersoon die zich
                                                  voornamelijk richt op het organiseren van
                                                  activiteiten van sportieve aard kan
                                                  alcoholhoudende drank verstrekken van 12.00 uur
                                                  tot uiterlijk 24.00 uur.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>Een paracommercieel rechtspersoon die zich
                                                  voornamelijk richt op het organiseren van
                                                  activiteiten waarbij het faciliteren van sociale
                                                  interactie een voorname rol speelt (zoals wijk-,
                                                  buurt, en jongerencentra) kan alcoholhoudende
                                                  drank uitsluitend verstrekken vanaf 12.00 uur tot
                                                  uiterlijk één uur voor de sluitingstijd als
                                                  bedoeld in artikel 2:29.</al></entry></row><row><entry><al>3.</al></entry><entry><al>Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen,
                                                  onverminderd het bepaalde in artikel 2:29
                                                  alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken
                                                  vanaf 12.00 tot 24.00 uur.</al></entry></row><row><entry><al>4.</al></entry><entry><al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen
                                                  alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van
                                                  persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht
                                                  zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks
                                                  bij de activiteiten van de desbetreffende
                                                  rechtspersoon betrokken zijn.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief></cursief></al><al><cursief></cursief></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om
                                                  niet sterke drank te verstrekken in inrichtingen
                                                  van de volgende aard:</al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al>1° Snackbars</al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al>2° Scholen</al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al>3° Sportaccommodaties</al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al>4° Speeltuinverenigingen</al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al>5° Jeugdcentra</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>De burgemeester kan in het belang van de
                                                  handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de
                                                  zedelijkheid of de volksgezondheid aan een
                                                  vergunning als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet%20/article=3">artikel 3 van de Drank- en Horecawet</extref>
                                                  voorschriften verbinden en de vergunning beperken
                                                  tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende
                                                  drank.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>. </al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>Koppeling toegang aan leeftijden (gereserveerd)</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34e</nr><titel>Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven
                                    (gereserveerd)</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34f </nr><titel>Verbod ‘happy hours’</titel></kop><al>Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras
                                bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te
                                verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een
                                periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar
                                gewoonlijk wordt gevraagd.</al><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                    waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                    waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur op een openbare
                                    plaats te vervoeren of bij zich te hebben: lopers, valse
                                    sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap,
                                    voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen bij zulke
                                    handelingen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien de in dat lid bedoelde gereedschappen, voorwerpen of
                                    middelen niet bestemd of gebruikt zijn voor de in dat lid
                                    bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Dranken Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.58</nr><titel>Verontreiniging door honden, paarden en pony’s</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond, paard of pony’s is verplicht
                                    ervoor te zorgen dat die hond, paard of pony, indien deze zich
                                    op een openbare plaats bevindt, zich niet van uitwerpselen
                                    ontdoet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen plaatsen</al></li><li nr="b."><al>indien de eigenaar of houder van de hond, paard of pony
                                            ervoor zorgt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden
                                            verwijderd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond, paard of pony’s is
                                    verplicht, indien hij zich op een openbare plaats bevindt, een
                                    doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor
                                    verwijdering van de uitwerpselen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond, paard of pony, die zich met
                                    hond, paard of pony op een openbare plaats bevindt, is verplicht
                                    dit hulpmiddel op eerste vordering van een toezichthoudend
                                    ambtenaar te laten zien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, nietverwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder
                                            d, van de Regeling agressieve dieren;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben,of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.64</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                            voorzover dat mogelijk is -</al></li><li nr="d."><al>soort, merk en nummer van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; e. de naam en het adres van degene die het
                                            goed heeft verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van strafrecht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is
                                    verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis
                                            te stellen:1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent
                                            met vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                            bij zijn onderneming behorende vestiging;2. van een
                                            verandering van de onder a, sub 1º , bedoelde
                                            adressen;3. als hij het beroep van handelaar niet langer
                                            uitoefent;4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat
                                            redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                            rechthebbende verloren is gegaan;</al></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                            register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te
                                            hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming
                                            duidelijk zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                            dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                            verkregen is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gerserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>VUURWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal</al><al>worden gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>DRUGSOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.74a</nr><titel>Hinderlijk gebruik van softdrugs</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door de burgemeester aangewezen gebied, softdrugs te
                                    gebruiken of openlijk voorhanden te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is het in een
                                    straal van 100 meter rondom onderwijsinstellingen verboden op
                                    een openbare plaats softdrugs te gebruiken of openlijk
                                    voorhanden te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Onder softdrugs worden verstaan: de middelen genoemd in lijst
                                    II, onderdeel b, behorende bij de Opiumwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN</titel></kop><paragraaf><kop><label></label><nr></nr><titel>CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de
                                    Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                    hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                    plaats indien deze personen het bepaalde in de volgende
                                    artikelen groepsgewijs niet naleven: Artikel 2:1, 2:10, 2:11,
                                    2:16, 2:19, 2:23, 2:23a, 2:47, 2:48, 2:50, 2:73.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de
                                    Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de
                                    aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het
                                    ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen
                                    voor het</al><al>publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven,
                                    aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.78</nr><titel>Verblijfsverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief></cursief>De burgemeester kan gebieden, terreinen of
                                        (recreatie)parken aanwijzen waar personen zich niet mogen
                                        ophouden of verblijven op de door de burgemeester
                                        vastgestelde tijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief></cursief>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in
                                        het eerste lid genoemde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief></cursief>De burgemeester gaat niet over tot het
                                        verblijfsverbod conform lid 1 en 2 van dit artikel dan na de
                                        raad te hebben ingelicht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><cursief></cursief>Lid 3 van dit artikel is niet van toepassing
                                        indien sprake is van spoedeisend karakter in het kader van
                                        handhaving van de openbare orde en veiligheid. In dit geval
                                        wordt de raad achteraf zo spoedig mogelijk door de
                                        burgemeester ingelicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.79</nr><titel>Gebiedsontzegging openbare terreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                        degene die zich gedraagt in strijd met artikel 2.1, 2.26,
                                        2.42, 2.47, 2.48, 2.49, 2.50, 2.74, 2.78, 3.9, een verbod
                                        opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak
                                        van 24 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen,
                                        waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen
                                        hebben plaatsgehad (verblijfsontzegging).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief></cursief>De burgemeester kan in het belang van de openbare
                                        orde aan degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het
                                        eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes
                                        maanden na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd,
                                        dat hij zich opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste
                                        lid genoemde artikelen, een verbod opleggen om zich
                                        gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste
                                        veertien dagen te bevinden op in dat verbod aangewezen
                                        plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
                                        gedragingen hebben plaatsgehad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief></cursief>De burgemeester kan in het belang van de openbare
                                        orde aan degene aan wie eerder een verblijfsontzegging voor
                                        de duur van veertien dagen is opgelegd en ten aanzien van
                                        wie binnen zes maanden na het opleggen van dit verbod wordt
                                        geconstateerd, dat hij zich opnieuw gedraagt in strijd met
                                        de in het eerste lid genoemde artikelen, een verbod opleggen
                                        om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten
                                        hoogste drie maanden te bevinden op in dat verbod aangewezen
                                        plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
                                        gedragingen hebben plaatsgehad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><cursief></cursief>De burgemeester beperkt de in het eerste, tweede
                                        of derde lid genoemde verboden, indien dat in verband met de
                                        persoonlijke omstandigheden van betrokkene of overige
                                        omstandigheden van het geval noodzakelijk is.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotischemassagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:1. de exploitant;2. de beheerder;3. de
                                        prostituee;4. het personeel dat in de seksinrichting
                                        werkzaam is;5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond
                                        van artikel 6.2 van dezeverordening;6. andere personen wier
                                        aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen
                                        noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in eenpsychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijkevrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:- bepalingen
                                            gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                            Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                            vreemdelingen;- de artikelen 137c tot en met 137g, 140,
                                            240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot
                                            en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van
                                            het Wetboek van Strafrecht;- de artikelen 8 en 162,
                                            derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto
                                            artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;- de artikelen
                                            1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                                            kansspelen;- de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                            weerkorpsen;- de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                            munitie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 05.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 01.30 uur en 05.00
                                            uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente. Het is de rechthebbende op een onroerende
                                zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het
                                college in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of – veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostitue.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.29</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>OVERGANGSBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet</al></li><li nr="h."><al>geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                        terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de
                                        betreffende inrichting;</al></li><li nr="i."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen:</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 10 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3a</nr><titel>Geluidsvoorschriften voor collectieve en incidentele
                                    festiviteiten bij horeca- en sportinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor het beoordelingsniveau gedurende 3 minuten (LAr, 3 min )
                                    tijdens een collectieve of incidentele festiviteit, veroorzaakt
                                    door muziekgeluid en/of stemgeluid afkomstig uit het bebouwde
                                    deel van de horeca- of sportinrichting, geldt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de niveaus op de in tabel 1a genoemde plaatsen en
                                            tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel
                                            aangegeven waarden: Tabel 1a</al><table summary=""><title></title><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"></colspec><colspec colname="col2"></colspec><colspec colname="col3"></colspec><colspec colname="col4"></colspec><tbody><row><entry><al></al></entry><entry><al>07.00 - 19.00</al></entry><entry><al>19.00 - 23.00</al></entry><entry><al>23.00 - 0.700</al></entry></row><row><entry><al>LAr, 3 min op de gevel van geluidsgevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry><al>70</al></entry><entry><al>55</al></entry><entry><al>55</al></entry></row><row><entry><al>LAr, 3 min in in- of aanpandige
                                                  geluidsgevoelige gebouwen</al></entry><entry><al>55</al></entry><entry><al>40</al></entry><entry><al>40</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al></li><li nr="b."><al>Indiien de dag na aanvang van de festiviteit een
                                            zaterdag, zondag of feestdag is, de niveau’s op de in
                                            tabel 1b genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer
                                            bedragen dan de in de tabel aangegeven waarden:Tabel 1 b </al><table summary=""><title></title><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"></colspec><colspec colname="col2"></colspec><colspec colname="col3"></colspec><colspec colname="col4"></colspec><tbody><row><entry><al></al></entry><entry><al>07.00 - 19.00</al></entry><entry><al>19.00 - 23.00</al></entry><entry><al>23.00 - 0.700</al></entry></row><row><entry><al>LAr, 3 min op de gevel van geluidsgevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry><al>70</al></entry><entry><al>60</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>LAr, 3 min in in- of aanpandige
                                                  geluidsgevoelige gebouwen</al></entry><entry><al>55</al></entry><entry><al>45</al></entry><entry><al>45</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al></li><li nr="c."><al>de in de tabellen 1a en 1b aangegeven waarden binnen in-
                                            of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen niet gelden
                                            indien de gebruiker van deze geluidsgevoelige gebouwen
                                            geen toestemming geeft voor het in redelijkheid
                                            uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="d."><al>de in de tabellen 1a en 1b aangegeven waarden op de
                                            gevel ook gelden bij geluidsgevoelige terreinen op de
                                            grens van het terrein; en</al></li><li nr="e."><al>de waarden in in- en aanpandige geluidsgevoelige
                                            gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in
                                            geluidsgevoelige ruimten.</al></li></lijst><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de in lid 1 gebruikte begrippen wordt verwezen naar artikel
                                    1.1. van het activiteitenbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Wanneer op het beoordelingspunt binnen het totaal aanwezige
                                    geluidsniveau, vanwege het muziekgeluid afkomstig uit het
                                    bebouwde deel van de inrichting geluid met een duidelijk
                                    muziekkarakter wordt waargenomen, wordt op het gemeten
                                    equivalente geluidsniveau gedurende 3 minuten een toeslag van 10
                                    dB toegepast, voordat aan de normwaarde uit lid 1 wordt
                                    getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3b</nr><titel>Geluidsvoorschriften voor collectieve en incidentele
                                    festiviteiten bij openbare inrichtingen op het terras</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut (LAeq,1 min )
                                    tijdens een collectieve of incidentele festiviteit, veroorzaakt
                                    door muziekgeluid of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde
                                    deel van de openbare inrichting mag tussen 07.00 en 23.00 uur op
                                    een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedragen
                                    dan 95 dB(A).</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut (LAeq,1 min
                                    ) vindt geen verhoging van 10 dB vanwege muziekgeluid
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het weergeven van muziek op het niet bebouwde deel van de
                                    openbare inrichting mag tijdens incidentele en collectieve
                                    festiviteiten uitsluitend plaatsvinden tussen 07.00 en 23.00
                                    uur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Nieuw ArtikelVerboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>(Geluid)hinder door onversterkte muziek vanuit
                                    inrichtingen</titel></kop><al>In afwijking van artikel 2.18, eerste lid, onder f, van het Besluit
                                algemene regels voor inrichtingen milieubeheer wordt onversterkte
                                muziek tussen 23 uur en 7 uur niet buiten beschouwing gelaten bij
                                het bepalen van het geluidsniveau van een openbare inrichting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6a</nr><titel>(Geluids)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat die voor
                                de omwonende of voor de omgeving (geluids)hinder veroorzaakt. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel><vet>Begripsomschrijvingen</vet></titel></kop><al></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><colspec colname="colC"></colspec><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>boom: </al></entry><entry><al>een houtig opgaand gewas met een stamdiameter
                                                  van de stam van minimaal 10 cm op 1,30 meter
                                                  hoogte boven het maaiveld. In geval van
                                                  meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de
                                                  dikste stam; </al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>boomvormer:</al></entry><entry><al>een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met
                                                  ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een
                                                  boomvormer kan uitgroeien tot een boom;</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>houtopstand:</al></entry><entry><al>één of meer bomen of boomvormers, of andere
                                                  houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend
                                                  van een boomvlak of boomstructuur;</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>Publieke houtopstand:</al><al></al></entry><entry><al>houtopstand staande op grond van overheden,
                                                  bijvoorbeeld gemeente, provincie, waterschap of
                                                  rijkswaterstaat met uitzondering van een
                                                  houtopstand met poot- of gedoogrecht;</al></entry></row><row><entry><al>e.</al></entry><entry><al>Boomvlakken:</al></entry><entry><al>begrensd gebied met houtopstanden die samen een
                                                  functioneel geheel vormen; </al></entry></row><row><entry><al>f.</al></entry><entry><al>boomstructuur:</al></entry><entry><al>lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een
                                                  functioneel geheel vormt;</al></entry></row><row><entry><al>g.</al></entry><entry><al>Beschermde houtopstand:</al></entry><entry><al>een publieke houtopstand, die is vastgelegd op
                                                  de lijst waardevolle houtopstanden. </al></entry></row><row><entry><al>h.</al></entry><entry><al>lijst waardevolle houtopstanden:</al></entry><entry><al>lijst met daarop aangegeven de te beschermen
                                                  publieke houtopstanden als boomvlakken,
                                                  boomstructuren en solitaire bomen of boomgroepen,
                                                  ondersteund door een kaart;</al></entry></row><row><entry><al>i.</al></entry><entry><al>vellen:</al></entry><entry><al>rooien, kappen, verplanten, het snoeien van meer
                                                  dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel,
                                                  met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van
                                                  handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de
                                                  dood of ernstige beschadiging of ernstige
                                                  ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen
                                                  hebben. Het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden
                                                  noodzakelijk om de houtopstand in stand te houden
                                                  zoals dunnen en knotten zijn hierop een
                                                  uitzondering;</al></entry></row><row><entry><al>j.</al></entry><entry><al>dunnen:</al></entry><entry><al>velling ter bevordering van het voortbestaan van
                                                  de (te behouden) houtopstand;</al></entry></row><row><entry><al>k.</al></entry><entry><al>knotten:</al></entry><entry><al>Het regelmatig terugsnoeien van bomen en
                                                  struiken tot een vast punt boven de grond;</al></entry></row><row><entry><al>l.</al></entry><entry><al>Boomwaarde:</al></entry><entry><al>de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd
                                                  volgens de meest recente richtlijnen van
                                                  Nederlandse Vereniging van Taxateurs van
                                                  Bomen;</al></entry></row><row><entry><al>m.</al></entry><entry><al>bomen effect analyse:</al></entry><entry><al>een standaard beoordeling van de gevolgen van
                                                  voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis
                                                  van landelijke richtlijnen van de
                                                  Bomenstichting;</al></entry></row><row><entry><al>n.</al></entry><entry><al>boomdeskundige:</al></entry><entry><al>een persoon die minimaal een gerelateerde
                                                  mbo-opleiding heeft behaald en/of het certificaat
                                                  Boomveiligheidscontroleur en meer dan 5 jaar
                                                  ervaring op dit gebied heeft;</al></entry></row><row><entry><al>o.</al></entry><entry><al>Kandelaberen:</al></entry><entry><al>Het tot op de hoofdtakken korten van de
                                                  houtopstand;</al></entry></row><row><entry><al>p.</al></entry><entry><al>bebouwde kom:</al></entry><entry><al>de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                                  overeenkomstig artikel 1 lid 5 van de Boswet;</al></entry></row><row><entry><al>q.</al></entry><entry><al>iepziekte:</al></entry><entry><al>de aantasting van iepen door de schimmel
                                                  Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis
                                                  ulmi (Buism.) C. Moreau);</al></entry></row><row><entry><al>r.</al></entry><entry><al>iepenspintkever:</al></entry><entry><al>het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                                  behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en
                                                  Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus
                                                  pygmaeus.</al></entry></row><row><entry><al>s.</al></entry><entry><al>noodkap:</al></entry><entry><al>het vellen van een houtopstand in verband met
                                                  een spoedeisend belang voor de openbare orde of
                                                  een direct gevaar voor personen en goederen. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel><vet>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                    beschermde houtopstand(en) te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een omgevingsvergunning als bedoeld in het voorgaande lid
                                    mag pas gebruik worden gemaakt: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift als
                                    bedoeld in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht is
                                    verstreken zonder dat een verzoek om voorlopige voorziening als
                                    bedoeld in artikel 8:81 van die wet is ingediend, of; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>nadat op een binnen de onder a bedoelde termijn ingediend
                                    verzoek om een voorlopige voorziening is beslist. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan, indien er sprake is van een spoedeisend
                                    belang, op verzoek van de aanvrager of ambtshalve, in de
                                    omgevingsvergunning bepalen dat deze in afwijking van het
                                    bepaalde in het voorgaande lid in werking treedt op een eerder
                                    daarbij aan te geven tijdstip. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                    beschermde houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                    Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd
                                    gezag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs
                                    landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of
                                    wilgen, tenzij deze zijn geknot of zijn opgenomen op de lijst
                                    van waardevolle houtopstanden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                    geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten de
                                    bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid
                                    vormt die:</al><al>• ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; </al><al>• ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen,
                                    gerekend over het totale aantal rijen.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het verwijderen van houtopstanden in het geval van noodkap. Een
                                    bevel tot noodkap is een besluit dat genomen moet worden door
                                    een daartoe bevoegde functionaris en dat -zo nodig achteraf-
                                    schriftelijk en gemotiveerd moet worden vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel><vet>Lijst waardevolle houtopstanden</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt een lijst vast
                                    met waardevolle houtopstanden ter bescherming daarvan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De lijst waardevolle houtopstanden met de bijbehorende kaart
                                    bevat een samenhangend geheel van de volgende
                                    houtopstanden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Publieke boomvlakken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Publieke boomstructuren;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Publieke houtopstanden </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12a</nr><titel><vet>Aanvraag vergunning ten behoeve van Boswet</vet></titel></kop><al>Wanneer namens de Minister van Economische zaken, landbouw en
                                innovatie aan het college van burgemeester en wethouders een
                                afschrift is toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in
                                artikel 2 van de Boswet, beschouwt het college burgemeester en
                                wethouders dit afschrift mede als een vergunningsaanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12b</nr><titel><vet>Criteria voor verlening van een omgevingsvergunning </vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van
                                    beschermde houtopstand(en) wordt geweigerd indien het belang
                                    voor de verlening daarvan niet opweegt tegen het belang van
                                    behoud van de houtopstand. De beoordeling van deze belangen
                                    vindt plaats aan de hand van de volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Voor wat betreft de boomsoort; </al><al>- duurzaamheid van de boom </al><al>- boomgrootte </al><al>- herkomst van de boom </al><al>- dendrologische waarde van de boom</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Stamdiameter van de houtopstand, zoals bedoeld in artikel 4:10
                                    sub g;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Levensverwachting van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Groeivorm van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Ruimtelijke betekenis van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Cultuurhistorische betekenis van de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning voor het vellen van beschermde
                                    houtopstanden wordt door het bevoegd gezag verleend,
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een zwaarwegend maatschappelijk belang, zoals een op de
                                    aanvrager rustende wettelijke zorgplicht of een verplichting
                                    ingevolge het bepaalde in artikel 5:42 van het Burgerlijk
                                    Wetboek, opweegt tegen duurzaam behoud van de beschermde
                                    houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>alternatieven door aanvrager uitputtend zijn onderzocht en te
                                    licht zijn gewogen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer
                                    verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt ter uitwerking
                                    van de in de voorgaande leden genoemde criteria beleidsregels
                                    voor waardevolle houtopstanden vast. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verwijst in haar motivering bij een besluit op
                                    aanvraag voor een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel
                                    4:11 lid 1, naar de beleidsregels waardevolle houtopstanden
                                    zoals bedoeld in het voorgaande lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12c</nr><titel><vet>Vervaltermijn vergunning</vet></titel></kop><al>In het geval de in artikel 4:11 bedoelde omgevingsvergunning een
                                verlening betreft voor het vellen van één of meer houtopstanden, is
                                deze vergunning voor alle houtopstanden slechts één jaar geldig, ook
                                als in fasen geveld wordt of één of enkele houtopstanden al geveld
                                zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12d</nr><titel><vet>Bijzondere vergunningsvoorschriften</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de omgevingsvergunning voor het vellen van beschermde
                                    houtopstanden te verbinden voorschriften kan behoren het
                                    voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                    door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden
                                    herplant. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens
                                    bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze
                                    niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan dient de herplant minimaal 40 jaar duurzaam in stand
                                    gehouden te worden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tot aan de omgevingsvergunning voor het vellen van beschermde
                                    houtopstanden te verbinden voorschriften kan het voorschrift
                                    behoren dat pas tot vellen van de houtopstand op en bij bouw- en
                                    aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of
                                    reconstructie mag worden overgegaan indien ruimtelijke
                                    ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de
                                    feitelijke voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.
                                </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld
                                    in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12e</nr><titel><vet>Herplant /instandhoudingsplicht</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beschermde houtopstand zonder omgevingsvergunning
                                    voor het vellen van beschermde houtopstanden is geveld, dan wel
                                    op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de
                                    zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich die houtopstand
                                    bevond, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen
                                    van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                    herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen
                                    binnen een door hem te stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast herplant volgens de mogelijk opgelegde verplichting
                                    genoemd in het eerste lid dient een financiële bijdrage gestort
                                    te worden in het gemeentelijk bomenfonds. De hoogte van deze
                                    bijdrage wordt berekend met behulp van de methode NCTB
                                    (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen)</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na
                                    herplant en op welke wijze niet geslaagde herplant moet worden
                                    vervangen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan dient de herplant minimaal 40 jaar duurzaam in stand
                                    gehouden te worden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een beschermde houtopstand in het voortbestaan ernstig
                                    worden bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigde tot de grond waarop zich die houtopstand bevindt,
                                    dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden aan het
                                    bevoegd gezag;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld
                                    in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12f</nr><titel><vet>Bestrijding iepziekte</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor
                                    verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de
                                    iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
                                    het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de
                                    aanschrijving vast te stellen termijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                    zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
                                    voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
                                    voorraad te hebben of te vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout
                                    en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het onder lid 2
                                    gestelde verbod. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12h</nr><titel><vet>Bescherming publieke houtopstanden</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom
                                    zijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de betreffende
                                    overheid opgedragen boomverzorgende taken en de gevallen zoals
                                    bedoeld in artikel 5:44 Burgerlijk Wetboek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke
                                    houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen,
                                    behoudens vergunning van het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gerserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>PARKEEREXCESSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 200 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>COLLECTEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>VENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 21.00 uur en 09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>STANDPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden,, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                            redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>SNUFFELMARKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>OPENBAAR WATER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale Verordening Bescherming Landschap en Natuur
                                    Zuid-Holland van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale Verordening Bescherming Landschap en Natuur
                                    Zuid-Holland van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen
                                            gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                            oplevert.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provincial milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>VERSTROOIING VAN AS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of geldboete van de tweede
                                categorie:artikel2:12:112:132:182:212:222:252:282:30a2:322:392:422:442:512:582:602:722:743:63:93:114:114:135:25:55:75:95:115:135:235:245:265:285:305:342:102:122:152:232:23a2:262:292:29a2:332:412:432:572:592:652:732:
                                74a3:43:83:104:84:154:185:45:65:85:125:155:185:195:255:275:295:3143</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                                    categorie:<vet>artikel</vet>2:62:142:172:362:462:482:502:625:335:372:92:162:312:452:472:492:525:325:36</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Naast de opsporingsambtenaren genoemd in artikel 141 van het Wetboek
                                van Strafvordering zijn met het toezicht op de naleving van het
                                bepaalde bij of krachtens deze verordening belast: ambtenaar
                                bijzondere wetten en de gemeentelijke reinigingsinspecteur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het
                                verstrijken van een termijn van 6 weken na de datum van uitgifte van
                                De Schakel waarin zij is geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op dat tijdstip wordt de Algemene plaatselijke verordening van de
                                gemeente Albrandswaard van 15 december 2008 ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Albrandswaard.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>in zijn openbare vergadering van 22 februari 2010.De griffier De
                        voorzitterJ.C.M. Hagenaars mr. Harald M. Bergmann</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>