<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR50141_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Staphorst</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Staphorst</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Staphorster, 23-02-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0026168">Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen, art. 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-09</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>09-5112</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Wet: de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Besluit: het Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De antidiscriminatievoorziening: antidiscriminatievoorziening als
                            bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke
                            antidiscriminatievoorzieningen;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Klacht: klacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de
                            wet;</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Klachtbehandelaar: klachtbehandelaar als bedoeld in artikel 1 van het
                            besluit;</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Klager: Klager als bedoeld in artikel 1 van het besluit;</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Ingezetene: ingezetene als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Zorgplicht college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders biedt de ingezetenen toegang tot
                        een antidiscriminatievoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting antidiscriminatievoorziening</titel></kop><al>Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval
                        de deskundigheid van klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de
                        voorziening gewaarborgd.a. De antidiscriminatievoorziening draagt er zorg
                        voor dat de klachtbehandelaars voldoen aan de voor klachtenbehandeling
                        vereiste deskundigheid en biedt de klachtbehandelaars de mogelijkheid hun
                        deskundigheid te onderhouden en verder te ontwikkelen.b. De klager heeft in
                        ieder geval de mogelijkheid om een klacht te melden: - Per post- Per e-mail-
                        Telefonisch- Op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie als
                        bedoeld in artikel 5 van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Protocol klachtenbehandeling</titel></kop><al>Het protocol voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 6 van
                        de wet regelt in ieder geval:a. De afdoeningstermijn van klachten;b. De
                        wijze van afdoening van klachten;c. De registratie van klachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Laagdrempeligheid antidiscriminatievoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ingezetenen worden in de gelegenheid gesteld een klacht in hun directe
                            leefomgeving te melden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gemeenten die aansluiting hebben bij een regionaal
                            antidiscriminatiebureau kunnen overeenkomen dat deze melding op een
                            locatie in de betreffende gemeente kan plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de deskundigheid van de medewerkers die
                            deze meldingen op adequate manier opneemt en doorverwijst.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Klager wordt door de medewerkers doorgeleid naar de regionale
                            antidiscriminatievoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening Inrichting
                        Antidiscriminatievoorziening.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening</titel></kop><al><vet>Algemeen </vet>Artikel 1 van de wet legt het college van burgemeester en
                    wethouders op om toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening. Zie ook
                    de toelichting bij artikel 2 van deze verordening.Artikel 2, tweede lid, van de
                    wet wordt opgedragen dat de gemeenteraad stelt “met inachtneming van het
                    bepaalde bij of krachtens deze wet bij verordening regels vast omtrent de
                    inrichting van de antidiscriminatievoorziening, bedoeld in artikel 1, en de
                    uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a.” De wet is als
                    bijlage toegevoegd aan deze verordening.De wet is nader ingevuld in een Algemene
                    Maatregel van Bestuur vastgesteld op 16 september 2009. Nu veel van de nadere
                    invulling die de wet behoeft is geregeld in het besluit, kan deze verordening
                    beknopt blijven.De Handreiking Iedereen=Gelijk: lokale aanpak discriminatie zal
                    als ondersteuning dienen bij de uitvoering van de Algemene Maatregel van bestuur
                    en deze verordening.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><cursief>Artikel 1 </cursief>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al><al><cursief>Artikel 2 </cursief>Zoals in het algemene deel van deze toelichting al
                    aangegeven, is deze zorgplicht opgenomen in artikel 1 van de wet. In
                    wetstechnische zin is het dan ook niet noodzakelijk om deze hier te herhalen. Er
                    is voor gekozen om dat wel te doen, nu deze zorgplicht zozeer de kern van deze
                    regelgeving uitmaakt, dat het opnemen ervan sterk bijdraagt aan de
                    begrijpelijkheid van deze verordening.</al><al><cursief>Artikel 3 </cursief>Met deze bepaling wordt nader invulling gegeven aan
                    artikel 3 van het besluit, dat luidt: “Bij de inrichting van de
                    antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval de deskundigheid van de
                    klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de antidiscriminatievoorziening
                    gewaarborgd”. Ook op de verantwoordelijkheid met de omgang met gegevens zal
                    worden toegezien. Er is gekozen voor een minimale invulling om gemeenten en
                    antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor maatwerk.De
                    antidiscriminatievoorziening dient aan te geven of ze beschikt over een
                    opleidingprotocol waar klachtbehandelaars gebruik van kunnen maken. Ook moet
                    worden aangegeven hoe vaak van behandelaars wordt verwacht aan een opleiding
                    deel te nemen. Het landelijke expertisebureau van Art.1 kan de opleidingen en
                    cursussen verzorgen.De gemeente draagt er zorg voor dat de burger zich zowel
                    fysiek als niet-fysiek kan melden.De mogelijkheid om zich fysiek op locatie te
                    kunnen melden betekent tevens dat een burger redelijkerwijs op de hoogte kan
                    zijn waar hij of zij terecht kan om te melden. De gemeente draagt zorg voor de
                    aanwezigheid van een locatie. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een
                    bestaande balie (zie ook de toelichting bij artikel 5).Uiteraard kan ook worden
                    afgesproken dat de antidiscriminatievoorziening op locatie aanwezig is, zodat
                    klachten direct bij de voorziening kunnen worden ingediend. Bij niet-fysiek
                    wordt verstaan dat de mogelijkheid bestaat voor de burger via sms, telefoon
                    (0900 landelijk en 0900 ADV), brief of email om de klacht te melden of in te
                    dienen.Ook hier geldt dat op de gemeente een zorgplicht rust om ervoor zorg te
                    dragen dat burgers kennis kunnen nemen van deze mogelijkheden.</al><al><cursief>Artikel 4 </cursief>Met deze bepaling wordt invulling gegeven aan
                    artikel 6 van het besluit dat luidt:“De antidiscriminatievoorziening heeft een
                    protocol voor de behandeling van klachten”.Daarbij is gekozen voor een minimale
                    invulling om gemeenten en antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor
                    maatwerk.Strikt juridisch is deze bepaling niet noodzakelijk, vandaar dat we
                    deze als facultatief hebben opgenomen.</al><al><cursief>Artikel 5 </cursief>De wet vermeldt dat de antidiscriminatievoorziening
                    zich in de leefomgeving van burgers moet bevinden. De memorie van toelichting
                    geeft aan dat het gemeenten vrij staat om daar op een praktische wijze invulling
                    aan te geven. De voorziening hoeft dan ook niet in de gemeente zelf aanwezig te
                    zijn. Een gemeente kan zich bijvoorbeeld aansluiten bij een (bestaande)
                    regionaleantidiscriminatievoorziening. Ook kan de gemeente aansluiting zoeken
                    bij het regionaal discriminatieoverleg (RDO) waar politie, openbaar ministerie
                    en antidiscriminatievoorzieningen overleg voeren over discriminatie incidenten
                    en deze in zaaksoverzichten opnemen.Voor de nodige laagdrempeligheid kan dan
                    worden gezorgd door een doorverwijsfunctie of meldpunt te creëren bij bestaande
                    gemeentelijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een loket burgerzaken,
                    slachtofferhulp of WMO-loket.Een gemeente kan er ook voor kiezen deze toegang
                    een meer inhoudelijk karakter te geven door een eigen frontoffice in te richten.
                    Daarbij moet het voor klagers ondubbelzinnig duidelijk zijn dat een gemeentelijk
                    loket een luisterend oor en de nodige deskundigheid kan bieden, maar dat het
                    zijn taak is om de klager door te geleiden naar de antidiscriminatievoorziening.
                    In de wet isuitdrukkelijk aangegeven dat de antidiscriminatievoorziening
                    onafhankelijk is en op geen enkele wijze onder het gezag van de (gemeentelijke)
                    overheid kan vallen. Het gemeentelijk loket kan dan ook op geen enkele manier in
                    de plaats treden van de antidiscriminatievoorziening.</al><al>Vereisten voor de frontoffice zijn:- Een loket gefaciliteerd door de gemeente
                    dan wel een gemeenteloket waar klager een klacht kan melden, luisterend oor kan
                    vinden en professioneel kan worden doorverwezen naar de
                    antidiscriminatievoorziening.- Loketmedewerker dient inzicht te hebben in de
                    materie- Positie als doorgeefluik helder moet zijn.Vereisten voor de
                    backoffice:- Deze worden opgenomen in de subsidieregeling tussen gemeenten en
                    antidiscrimiantievoorzieningen</al><al>Strikt juridisch is het niet noodzakelijk om met een front- en backoffice te
                    werken. Daarom hebben wij deze vereisten niet in de modelverordening
                    opgenomen.</al><al><cursief>Artikel 6 </cursief>Deze bepaling behoeft geen toelichting</al><al><cursief>Artikel 7 </cursief>Deze bepaling behoeft geen toelichting</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>