<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR49552_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Werkleeraanbod WIJ 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekkrant, 02-11-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Werkleeraanbod WIJ 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, art. 12, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Verordening Werkleeraanbod WIJ 2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-18813</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Werkleeraanbod WIJ 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Grootegast,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2010</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 12, eerste
                        lid, onderdeel a van de Wet investeren in jongeren;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen
                        aangaande de inhoud van het werkleeraanbod in het kader van de Wet
                        investeren in jongeren;</al><al/><al>besluit vast te stellen de: </al><al/><al/><al><vet>Verordening Werkleeraanbod WIJ 2010</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Wet investeren in jongeren en de Algemene wet
                                    bestuursrecht.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>de wet: de Wet investeren in jongeren (WIJ);</al></li><li nr="b"><al>algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde
                                            arbeid in het kader van de Wet sociale werkvoorziening,
                                            die algemeen maatschappelijk aanvaard is en niet
                                            indruist tegen de openbare orde of goede zeden;</al></li><li nr="c"><al>startkwalificatie: een diploma van een opleiding als
                                            bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot
                                            en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een
                                            diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of
                                            voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in
                                            artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het
                                            voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="d"><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Grootegast</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkleeraanbod</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een
                                    werkleeraanbod, scholing, algemeen geaccepteerde arbeid,
                                    ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of een voorziening
                                    gericht op arbeidsinschakeling aan.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een
                                    combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij
                                    de arbeidsinschakeling, een inburgeringstraject dan wel één of
                                    meerdere voorzieningen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod ook
                                    bestaan uit een voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep
                                    of bedrijf, als bedoeld in artikel 17, zesde lid van de
                                    wet.</al></li><li nr="4."><al>Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden,
                                    krachten en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een
                                    werkleeraanbod is vastgesteld. Bij de invulling van het
                                    werkleeraanbod onderzoekt het college de mogelijkheden en
                                    omstandigheden van de jongere. Zij beziet daarbij tevens in
                                    hoeverre de wensen van de jongere bij de invulling van het
                                    werkleeraanbod kunnen worden betrokken.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in
                                    aanmerking voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en op
                                    de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte en
                                    beschikbare voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de criteria
                                    die gesteld zijn in deze verordening.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Arbeidsinschakeling</titel></kop><al/><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod en
                            naar het oordeel van het college direct inzetbaar zijn op de
                            arbeidsmarkt in beginsel algemeen geaccepteerde arbeid of ondersteuning
                            bij de arbeidsinschakeling aan.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><al/><al>Onverminderd artikel 4, kan het college jongeren die recht hebben op een
                            werkleeraanbod, één of meer van de volgende voorzieningen
                            aanbieden:</al><lijst><li nr="a"><al>ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of
                                    medische zorg;</al></li><li nr="b"><al>ondersteuning bij maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="c"><al>arbeidsactivering en –toeleiding;</al></li><li nr="d"><al>sociale activering;</al></li><li nr="e"><al>stages bij bedrijven of instellingen;</al></li><li nr="f"><al>opleidingen die de toegang tot de arbeidsmarkt bevorderen;</al></li><li nr="g"><al>gesubsidieerd werk;</al></li><li nr="h"><al>nazorg bij arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="i"><al>voorbereidingstrajecten voor zelfstandige arbeid;</al></li><li nr="j"><al>diagnose-instrumenten;</al></li><li nr="k"><al>ondersteunende instrumenten, waaronder kinderopvang,
                                    schuldhulpverlening, onderzoeken door deskundigen en taal- en
                                    beroepsgerichte scholing;</al></li><li nr="l"><al>naast genoemde voorzieningen kan het college nieuwe
                                    voorzieningen opzetten ten behoeve van een passend
                                    werkleeraanbod.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inzet van de voorzieningen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor
                                    voorzieningen die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor
                                    het doel dat wordt beoogd.</al></li><li nr="2."><al>Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van
                                    duurzame arbeidsparticipatie van jongeren door het opdoen van
                                    werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het
                                    opdoen van werkritme, maatschappelijke participatie dan wel op
                                    andere wijze vergroten van persoonlijke en maatschappelijke
                                    zelfredzaamheid.</al></li><li nr="3."><al>Het college vult de voorziening bedoeld in het eerste lid voor
                                    de jongere die niet beschikt over een startkwalificatie in met
                                    scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt
                                    bevordert, tenzij naar het oordeel van het college een
                                    dergelijke scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van
                                    de jongere te boven gaat of onvoldoende bijdraagt aan vergroting
                                    van de kans op arbeidsinschakeling van de jongere. De wensen van
                                    jongeren worden betrokken bij het vormgeven van het
                                    werkleeraanbod.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kinderopvang, scholing en belastbaarheid</titel></kop><al/><al>Onverminderd artikel 17, vierde lid, van de wet, betrekt het college bij
                            de invulling van het werkleeraanbod de beschikbaarheid van passende
                            kinderopvang, het belang van voldoende scholing en de belastbaarheid van
                            de jongere.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Medische beperkingen</titel></kop><al/><al>Onverminderd artikel 17, tweede lid, van de wet, stemt het college het
                            werkleeraanbod af op de medische beperkingen van de jongere en draagt
                            zorg voor passende voorzieningen ter ondersteuning bij de
                            arbeidsinschakeling.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Afspraken met derden</titel></kop><al/><al>Het college kan in verband met de invulling en uitvoering van het
                            werkleeraanbod afspraken maken met derden, waaronder
                            opleidingsinstituten, werkgevers en re-integratiebedrijven, alsmede
                            subsidies verstrekken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al/><al>Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te voldoen
                            aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet structuur
                            uitvoering werk en inkomen, deze verordening, alsmede aan de
                            verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                            verbonden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Intrekken en herzien</titel></kop><al/><al>Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien, indien
                            wijziging optreedt in de omstandigheden, krachten of bekwaamheden van de
                            jongere dan wel indien de jongere niet voldoet aan een of meer op hem
                            rustende verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet en hem dit
                            te verwijten valt. Ook kan aan de jongere een maatregel worden
                            opgelegd.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Budgetplafond</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                    verschillende voorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen
                                    dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Subsidie</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het college kan subsidie verlenen aan werkgevers die met een
                                    jongere een arbeidsovereenkomst sluiten, als tegemoetkoming in
                                    de loonkosten en in de kosten van voorbereiding op een beoogd
                                    dienstverband met de jongere.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen over de duur van de
                                    subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de subsidie
                                    worden verbonden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een subsidieplafond vaststellen.</al></li><li nr="4."><al>Op de subsidies bedoeld in dit artikel is de Algemene
                                    subsidieverordening van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al/><al>Het college kan aan een jongere die ten behoeve van de uitvoering van
                            een werkleeraanbod noodzakelijke kosten maakt, een vergoeding voor die
                            kosten verstrekken.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist
                                    het college.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                    bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot
                                    onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al/><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 november 2010</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Naamgeving</titel></kop><al/><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Werkleeraanbod
                            WIJ 2010 .</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 oktober 2010,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Artikelsgewijze Toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al/><al>Begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben dezelfde betekenis
                        als in de WIJ. Daarom worden bepaalde begrippen, zoals ‘werkleeraanbod’,
                        ‘arbeidsinschakeling’ en ‘jongere’, niet opnieuw gedefinieerd. Wel
                        gedefinieerd zijn de begrippen ‘startkwalificatie’ en ‘algemeen
                        geaccepteerde arbeid’, omdat deze in de WIJ niet nader zijn omschreven. Het
                        begrip ‘startkwalificatie’ is afkomstig uit de Wet educatie en
                        beroepsonderwijs en wordt wel in de WWB gedefinieerd (art. 6, eerste lid,
                        onderdeel d WWB). De omschrijving van ‘algemeen geaccepteerde arbeid’ is
                        afkomstig uit de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II
                        2008-2009, 31 775, nr. 7, p.28).</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkleeraanbod</titel></kop><al>In het eerste lid is de opdracht aan het college verwoord, zoals deze
                        voortvloeit uit de artikelen 11, eerste lid en 13, eerste lid, WIJ. Hoewel
                        deze opdracht ook uit het samenstel van deze bepalingen en artikel 5, eerste
                        lid, WIJ kan worden afgeleid, is er uit een oogpunt van duidelijkheid voor
                        gekozen de opdracht aan het college nader te omschrijven. In het tweede lid
                        is tevens verduidelijkt dat het werkleeraanbod ook samengesteld kan zijn uit
                        een combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij
                        arbeidsinschakeling en één of meerdere voorzieningen. Onder voorziening
                        wordt verstaan een instrument dat wordt ingezet om de jongere dichterbij
                        c.q. op de arbeidsmarkt te brengen. Dit kan zoals gezegd allerlei vormen
                        hebben, variërend van schuldhulpverlening tot training van
                        werknemersvaardigheden.</al><al/><al>In het derde lid is vastgelegd dat een werkleeraanbod ook kan bestaan uit
                        ondersteuning bij een traject gericht op werk in zelfstandig beroep of
                        bedrijf. Dit volgt reeds uit artikel 17, zesde lid, WIJ. Uit een oogpunt van
                        herkenbaarheid en consistentie, alsmede gelet op het belang dat gehecht
                        wordt aan het begeleiden van jongeren naar zelfstandig werk, is deze
                        bepaling opgenomen. Aangetekend moet daarbij worden dat het een zgn.
                        ‘kan’-bepaling is:het college bepaalt of het zinvol is de jongere een aanbod
                        te doen gericht op ondersteuning richting zelfstandig bedrijf of beroep. </al><al/><al>Het vierde lid vormt een herhaling van artikel 17, eerste lid, WIJ. Wederom
                        uit een oogpunt van herkenbaarheid en consistentie, alsmede gelet op het
                        belang van maatwerk bij het vaststellen van het werkleeraanbod, is dit
                        artikel opgenomen. Toegevoegd is de gemeentelijke onderzoeksplicht en de
                        plicht om de wensen van de jongere bij de invulling te betrekken. Met het
                        oog op motivering en kansbenutting zal het college daarmee rekening dienen
                        te houden. Daarmee is niet gezegd dat de jongere recht heeft op een bepaalde
                        specifieke voorziening en deze kan opeisen. De uiteindelijke invulling van
                        de aard en de samenstelling van het aanbod is voorbehouden aan het
                        college.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><al>Als spiegelbeeld van de opdracht van het college, zoals verwoord in artikel
                        2, eerste lid, komen jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod in
                        aanmerking voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en voorzieningen.
                        Dit vloeit reeds voort uit artikel 13, eerste lid, WIJ maar is omwille van
                        de herkenbaarheid en eenduidigheid hier nader geconcretiseerd. Wat de vorm
                        van de ondersteuning is, bepaalt het college zelf (bijv. Kamerstukken II
                        2008-2009, 31 775, nr. 3, p. 22). Voor de duidelijkheid is verder nog
                        bepaald dat het om jongeren moet gaan die recht op een werkleeraanbod
                        hebben. Dat is niet iedere ‘jongere’ in de zin van de WIJ (zie artikel 2,
                        eerste lid, WIJ), want daaronder wordt verstaan de jongere in de leeftijd
                        van 16 tot 27 jaar. Artikel 13, eerste lid, WIJ kadert de doelgroep af. In
                        het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene
                        aanspraak van de jongere</al><al>en de criteria die gesteld zijn voor het aanbieden van een werkleeraanbod.
                        Daarbij wordt verwezen naar de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Arbeidsinschakeling</titel></kop><al>Het staat het college vrij om bij het werkleeraanbod aan de jongere een
                        keuze te maken tussen het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid,
                        ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en een voorziening gericht op
                        arbeidsinschakeling. Deze zijn nevengeschikt. De kortste weg naar duurzame
                        arbeidsparticipatie is echter het doel van het in te zetten werkleeraanbod.
                        In dat verband kan als beleidslijn opgenomen worden dat jongeren die direct
                        inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt in beginsel algemeen geaccepteerde arbeid
                        wordt aangeboden, of ondersteuning bij de arbeidsinschakeling, als bijv.
                        arbeid niet direct beschikbaar is. Het blijft uiteraard een kwestie van
                        maatwerk of daar in het concrete geval ook toe besloten wordt. De woorden
                        ‘in beginsel’ moeten in die context worden gelezen. De afweging tussen werk
                        en scholing zal op goede gronden moeten worden genomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><al>Naast het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid en ondersteuning bij
                        de arbeidsinschakeling kan het college voorzieningen aanbieden. Die
                        voorzieningen zijn primair bedoeld voor jongeren die niet direct inzetbaar
                        zijn op de arbeidsmarkt, maar kan in een krimpende arbeidsmarkt ook worden
                        aangeboden aan jongeren zonder direct aanwijsbare belemmeringen. In dit
                        artikel zijn de voorzieningen opgesomd die het college ter beschikking
                        staan. Het hangt van het specifiek gemeentelijke beleid af hoe het lijstje
                        er exact uitziet. Dat hoeft trouwens geen statisch geheel te zijn.
                        Doormiddel van het opstellen van beleidsregels zal invulling worden gegeven
                        aan deze lijst. Uiteraard is het ook denkbaar dat de beschikbare
                        voorzieningen in de verordening nog nader worden geduid, in die zin, dat
                        tevens aangegeven wordt wat de concrete inhoud is van de betreffende
                        voorzieningen, wie de feitelijke aanbieders zijn (opleidingsinstituten,
                        re-integratiebedrijven e.d.) en het aantal trajecten dat beschikbaar is.
                        Daarbij kan ook per voorziening worden aangegeven welk budget daarvoor
                        beschikbaar wordt gesteld en of er een budgetplafond van toepassing is. Dit
                        zal eveneens verder uitgewerkt worden in beleidsregels en op te stellen
                        participatieplan. Het college kan niet gedwongen worden om in een concreet
                        geval een specifieke voorziening aan te bieden. Het staat het college in
                        beginsel vrij om het werkleeraanbod zelf invulling te geven en daarbij ook
                        te betrekken de mate waarin voorzieningen noodzakelijk geacht worden en
                        feitelijk beschikbaar zijn. Om naast bestaande voorzieningen of
                        omschrijvingen ook ruimte voor nieuwe ontwikkelingen te creëren is er een
                        sub l toegevoegd welke het college de mogelijkheid biedt om aanvullende
                        voorzieningen op te zetten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inzet van de voorzieningen</titel></kop><al>In het eerste lid is het maatwerkprincipe gerelateerd aan de inzet van
                        voorzieningen. De voorzieningen die worden ingezet moeten een adequaat en
                        toereikend middel zijn om het doel te bereiken. </al><al/><al>In het tweede lid is het doel van de inzet van voorzieningen verwoord.
                        Afhankelijk van de aard van de voorziening zal sprake zijn van één van de
                        aangegeven (tussen)doelen, met als eindbestemming de duurzame
                        arbeidsparticipatie. </al><al/><al>In het derde wordt de gemeentelijke beleidsvrijheid aangegeven om te bepalen
                        of het werkleeraanbod wordt ingevuld door werken of leren of een combinatie
                        van beide. Gelet op het belang dat door de wetgever wordt gehecht aan het
                        behalen van een startkwalificatie, betekent dit dat een voorziening ingevuld
                        kan worden met scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt
                        bevordert als de jongere daarover niet beschikt. Dit kan een opleiding zijn
                        die tot een startkwalificatie leidt, maar ook een andere scholing of
                        opleiding die de jongere dichterbij het perspectief van duurzame
                        arbeidsinschakeling brengt. Dit zal verder uitgewerkt worden in op te
                        stellen beleidsregels.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kinderopvang, scholing en belastbaarheid</titel></kop><al>Bij de vormgeving van het werkleeraanbod in de WIJ is speciale aandacht
                        besteed aan alleenstaande ouders, vanwege hun zorgtaken en mogelijk
                        verminderde belastbaarheid. Daarom geldt voor alleenstaande ouders met een
                        ten laste komend kind jonger dan vijf jaar, dat het werkleeraanbod
                        desgevraagd wordt ingevuld door middel van scholing of opleiding die de
                        toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij een dergelijke scholing de
                        krachten of bekwaamheden van de jongere te boven gaat (artikel 17, vierde
                        lid, WIJ). Daaraan wordt in artikel 7 van deze verordening toegevoegd dat
                        het college bij de invulling van het werkleeraanbod de situatie van de
                        alleenstaande ouder betrekt, ongeacht de leeftijd van het kind. Evt. kosten
                        voor kinderopvang die niet toereikend door voorliggende voorzieningen worden
                        gecompenseerd, kunnen op grond van artikel 14 worden vergoed en ten laste
                        van het participatiebudget worden gebracht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Medische beperkingen</titel></kop><al>De gehandicapte jongeren nemen eveneens een bijzondere positie in binnen de
                        WIJ. Voor deze groep jongeren met een medische beperking is het van belang
                        dat het aanbod aansluit bij hun mogelijkheden. Het uitgangspunt van maatwerk
                        bij het werkleerrecht zal vooral voor deze groep een cruciale rol spelen.
                        Aan de hand van de individuele situatie zal het college beoordelen welk
                        aanbod past bij de jongere met inachtneming van zijn/haar mogelijkheden en
                        beperkingen. Voor de groep jongeren die weinig perspectief heeft op
                        arbeidsinschakeling behoort sociale activering tot mogelijkheden. Is
                        arbeidsinschakeling in het geheel (nog) niet aan de orde, dan brengt artikel
                        17, tweede lid, WIJ met zich mee dat (tijdelijk) geen werkleeraanbod wordt
                        gedaan. Er bestaat gedurende die periode wel aanspraak op
                        inkomensvoorziening. Zodra de belemmeringen zijn opgeheven, dient een
                        gericht werkleeraanbod te worden gedaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Afspraken met derden</titel></kop><al>In artikel 11, vierde lid van de WIJ is bepaald dat het college de
                        uitvoering van de WIJ, behoudens het vaststellen van de rechten en plichten
                        en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door
                        derden kan laten verrichten. De genoemde vaststelling kan wel worden
                        gemandateerd aan bestuursorganen. Er zijn in de WIJ geen wettelijke
                        belemmeringen opgeworpen om de feitelijke werkzaamheden m.b.t. de uitvoering
                        van het werkleeraanbod of de inrichting van het werkleeraanbod in handen te
                        stellen van derden, zoals opleidingsinstituten en re-integratiebedrijven.
                        Binnen de beleidskaders die de gemeenteraad vaststelt kan het college nadere
                        afspraken maken met deze derden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al>In de WIJ is vastgelegd welke verplichtingen verbonden zijn aan het recht op
                        een werkleeraanbod (zie de artikelen 44 en 45 WIJ). Daaraan is toegevoegd
                        dat de jongere de verplichtingen dient na te komen die voortvloeien uit de
                        verordening of die in concreto aan een voorziening zijn verbonden. Dit
                        kunnen verplichtingen van uiteenlopende aard zijn, die een concretisering
                        vormen van de in de WIJ opgenomen verplichtingen. Zo kan bepaald worden dat
                        een jongere gedurende het traject op gezette tijden met de consulent de
                        voortgang bespreekt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Intrekken en herzien</titel></kop><al>Dit artikel vormt een herhaling van artikel 21 WIJ. De meerwaarde van opname
                        van deze bepaling in de verordening werkleeraanbod is gelegen in de
                        overweging dat intrekking van het werkleeraanbod complementair is aan het
                        voeren van beleid m.b.t. de invulling het werkleeraanbod. Daar waar het
                        recht op werkleeraanbod wordt toegekend en ingevuld, kan dit ook worden
                        ingetrokken, onder de voorwaarden, genoemd in artikel 21 WIJ. Met betrekking
                        tot intrekking van het werkleeraanbod in verband met schending van de
                        verplichtingen verbonden aan het werkleeraanbod, wordt het aan het college
                        overgelaten om te bepalen onder welke voorwaarden daartoe kan worden
                        besloten. Het is niet aan de gemeenteraad om daarover voorschriften te
                        geven, niettemin dient het intrekken van het werkleeraanbod met
                        terughoudendheid plaats te vinden, zoals reeds in de Algemene toelichting is
                        opgemerkt. Intrekking is in wezen slechts aan de orde als er een situatie is
                        ontstaan dat niet langer kan worden gevergd dat het werkleeraanbod wordt
                        voortgezet en een andere invulling (via gedeeltelijke herziening) evenmin
                        soelaas biedt. Gedacht kan worden aan herhaalde misdragingen jegens andere
                        jongeren of begeleiders op de werk/leerplek of veelvuldig verzuim. Daarbij
                        kunnen bijv. ook een rol spelen de positie van gemotiveerde jongeren die
                        wachten op een werk/leerplek, de staat van de arbeidsmarkt en de kosten van
                        de voorziening. Het verdient aanbeveling als het college bij de invulling
                        van het gemeentelijk beleid met deze kaders rekening houdt en slechts tot
                        intrekking besluit nadat de individuele situatie zorgvuldig afgewogen
                        is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Budgetplafond</titel></kop><al>De gemeente kan een verdeling maken van de beschikbare middelen over de
                        verschillende voorzieningen. Dit zal in de beleidsregels of het
                        participatieplan gebeuren. Het uitgeput zijn van begrotingsposten kan echter
                        nooit een reden zijn om geen werkleeraanbod te doen. De verplichting daartoe
                        is immers vastgelegd in artikel 13, eerste lid WIJ. Wel kan de invulling van
                        het werkleeraanbod beïnvloed worden door budgettaire beperkingen. Zijn er
                        vanwege die beperkingen voor bepaalde voorzieningen geen middelen meer dan
                        dient te worden nagegaan welke andere</al><al>instrumenten beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er geen algemeen plafond
                        ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per voorziening een plafond wordt
                        ingebouwd. Dit laat de mogelijkheid open dat er naar een ander instrument
                        wordt uitgeweken om tot duurzame arbeidsparticipatie te komen. Bij dit
                        artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van het college om plafonds in te
                        stellen en op te nemen in de beleidsregels. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Subsidie</titel></kop><al>Het werkleeraanbod kan worden ingevuld met gesubsidieerde arbeid. Dit wordt
                        ook als voorziening aangemerkt. In het eerste lid is vastgelegd dat de
                        subsidie aan de werkgever kan bestaan in een tegemoetkoming in de loonkosten
                        of andere bijkomende kosten. Deze subsidie vormt als zodanig een
                        noodzakelijke voorwaarde voor de voorziening. Voor het verstrekken van een
                        subsidie is een wettelijke grondslag vereist (art. 4:23, eerste lid Awb). Om
                        die reden is een specifiek artikel opgenomen dat deze grondslag biedt. In
                        het eerste lid worden loonkostensubsidies en subsidies ter voorbereiding van
                        een dienstverband van een grondslag voorzien. De hoogte van de subsidies en
                        de voorwaarden waaronder subsidie wordt verleend, dienen afzonderlijk te
                        worden geregeld.</al><al>Op grond van het tweede lid kan het college nadere regels stellen over
                        enkele zaken over de subsidiëring. Hoewel uitgangspunt is dat het beleid
                        over het werkleeraanbod door de gemeenteraad wordt vastgesteld, is reeds
                        eerder aangegeven dat waar het om uitvoeringsbeleid gaat, dit door het
                        college ter hand kan worden genomen.</al><al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, subsidieplafonds
                        vaststellen. Om subsidies te kunnen weigeren bij ontbrekende middelen is het
                        een vereiste dat een dergelijk plafond is ingesteld, zie ook art. 4:24 e.v.
                        Awb. In lid 3 is de bevoegdheid van het college vastgesteld om plafonds in
                        te stellen. Een subsidieplafond dient wel bekendgemaakt te worden vóór de
                        periode waarvoor deze geldt (art. 4:27 lid 1 Awb).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>Kosten die voor de jongere verbonden zijn aan het uitvoeren van het
                        werkleeraanbod kunnen worden vergoed op grond van dit artikel. Gedacht kan
                        bijvoorbeeld worden aan kosten van kinderopvang, voor zover de voorliggende
                        voorziening (Wet Kinderopvang) daarin onvoldoende voorziet. Ook
                        noodzakelijke reiskosten en andere kosten, bijvoorbeeld voor verplichte
                        kleding of schoeisel, kunnen voor vergoeding in aanmerking komen, mits de
                        kosten aantoonbaar en noodzakelijk zijn en er geen andere voorzieningen
                        zijn. De kosten kunnen ten laste worden gebracht van het
                        participatiebudget.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenteraad en college past het dat de
                        gemeenteraad beleidskaders vaststelt. Dat is in deze verordening uitgewerkt.
                        Het college is belast met de uitvoering van dat beleid en op sommige
                        onderdelen, met de nadere uitwerking daarvan. Doen zich situaties voor
                        waarin niet is voorzien of waarin onverkorte toepassing van de gestelde
                        bepalingen onverhoopt tot onbillijkheden van overwegende aard leidt, dan is
                        het aan het college om besluiten te nemen waarin recht wordt gedaan aan
                        enerzijds het belang van handhaving van het gemeentelijk beleid en
                        anderzijds het individuele belang van de jongere. Dat kan onder
                        omstandigheden betekenen dat besluiten worden genomen die afwijken van deze
                        verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Naamgeving</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Grootegast/i11375.pdf">02-11-10scan raadsbesluit.PDF</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>