<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>49459_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening toekenning tegemoetkoming gemeente Leiderdorp 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-04</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toekenning tegemoetkoming gemeente Leiderdrp 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet kinderopvang 2005, art. 25</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-10-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-10-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>VERORDENING TOEKENNING TEGEMOETKOMING KINDEROPVANGGEMEENTE
            LEIDERDORP</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Leiderdorp;</al><al>gelezen het voorstel van 14 september 2004, nr. 172;</al><al>gezien het advies van commissie 3 van 29 september 2004;</al><al></al><al>overwegende, dat</al><lijst><li nr="-"><al>de raad de inhoud van het bijbehorende raadsvoorstel onverkort
                                overneemt;</al></li><li nr="-"><al>de basis voor dit besluit wordt gevormd door de wetgevende en
                                kaderstellende taak van de raad;</al></li></lijst><al>het besluit noodzakelijk is geworden als gevolg van de invoering van de Wet
                        Kinderopvang (WK) per 1 januari 2005.</al><al></al><al>gelet op het bepaalde in artikel 25 van de Wet kinderopvang 2005 en artikel
                        149 van de Gemeentewet;</al><al>mede gelet op het overige uit de Wet Kinderopvang 2005</al><al></al><al><vet>besluit:</vet></al><al>de volgende verordening, regelende de verlening, voorschotverlening en de
                        vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van
                        kinderopvang, vast te stellen:</al><al></al><al><vet>VERORDENING TOEKENNING TEGEMOETKOMING KINDEROPVANG</vet></al><al><vet>GEMEENTE LEIDERDORP</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Leiderdorp;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet kinderopvang (Wk);</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager: de ouder als omschreven in artikel 1 van de
                                    wet;</al></li><li nr="d."><al>kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen
                                    en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop
                                    het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;</al></li><li nr="e."><al>kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang
                                    plaatsvindt:</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroepen, die een gemeentelijke tegemoetkoming kunnen
                                aanvragen</titel></kop><al>De in de wet vastgelegde doelgroepen, die een gemeentelijke
                            tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang kunnen aanvragen zijn de
                            volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>Ouders die in een arbeidstoeleidingstraject zitten en een
                                    uitkering ontvangen in het kader van:</al><lijst><li nr="-"><al>de Wet werk en bijstand (Wwb) inclusief
                                            tienermoeders;</al></li><li nr="-"><al>de Wet inkomensvoorziening Kunstenaars (Wik);</al></li><li nr="-"><al>de Algemene Nabestaanden Wet (ANW);</al></li><li nr="-"><al>de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);</al></li><li nr="-"><al>de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);</al></li><li nr="-"><al>de Werkloosheidswet (WW);</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Herintreders (met verdienende partner) met een trajectplan
                                    (zogenaamde NUG-er niet uitkeringsgerechtigde);</al></li><li nr="c."><al>Arbeidsgehandicapten op grond van de wet Reïntegratie
                                    Arbeidsgehandicapten (wet Rea), die gebruik maken van een
                                    voorziening gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="d."><al>Nieuwkomers die een inburgeringstraject volgen op grond van de
                                    Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN);</al></li><li nr="e."><al>Oudkomers vanaf het moment dat het verplicht is om een
                                    inburgeringstraject te volgen;</al></li><li nr="f."><al>Tienermoeders / studenten die een opleiding / studie
                                    volgen;</al></li><li nr="g."><al>Huishoudens die niet behoren tot de onder lid a. tot en met e.
                                    behorende doelgroepen, maar waar wellicht sprake is van een
                                    sociaal medische indicatie bij ouder of kind voor de noodzaak
                                    van kinderopvang.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.</nr><titel>AANVRAAG VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag voor een
                                tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                                bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en sofi-nummer van de ouder;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: naam en sofi-nummer van de partner
                                        en, indien dit een ander adres is dan het adres van de
                                        ouder: het adres van de partner;</al></li><li nr="c."><al>naam, geboortedatum en sofi-nummer van het kind of de
                                        kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking
                                        heeft;</al></li><li nr="d."><al>een offerte of contract van het kindercentrum of
                                        gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in
                                        ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang
                                        per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de
                                        opvang;</al></li><li nr="e."><al>gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat
                                        de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in
                                        artikel 2 van deze verordening;</al></li><li nr="f."><al>overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen
                                        besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een
                                door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                                ondertekend door de partner.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aanvrager niet tot de doelgroepen als benoemd in artikel
                                2, lid a. tot en met f. behoort en de aanvraag voor een
                                tegemoetkoming indient op grond van een vermeende sociaal medische
                                indicatie als bedoeld in artikel 23 van de wet, dient de aanvrager
                                voorafgaand aan, of tegelijkertijd met de aanvraag voor een
                                tegemoetkoming, een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van
                                kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie in. Het
                                college beslist eerst over deze aanvraag tot vaststelling van de
                                noodzaak van kinderopvang, alvorens te beslissen over de aanvraag
                                voor een tegemoetkoming.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3.</nr><titel>VASTSTELLING NOODZAAK VAN KINDEROPVANG OP GROND VAN SOCIAALMEDISCHE
                            INDICATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond
                            van een sociaalmedische indicatie als bedoeld in artikel 23 van de wet
                            bevat in ieder geval de volgende</al><al>gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de ouder;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een
                                    ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de
                                    partner;</al></li><li nr="c."><al>naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                                    aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen
                                    besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met
                                            behulp van een door het college vastgesteld en
                                            beschikbaar gesteld aanvraagformulier.</al></li><li nr="3."><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag
                                            mede ondertekend door de partner.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen <cursief>acht
                                </cursief>weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste <cursief>vier
                                </cursief>weken verdagen. Het college stelt de ouder hiervan
                                schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond
                            van een sociaalmedische indicatie bevat inieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de geldigheidsduur van de indicatie;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt
                                    geacht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een
                            sociaal-medische indicatie vast te stellen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de ouder en de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van
                                    kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of</al></li><li nr="b."><al>de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld
                                    in artikel 6, eerste lid, onderdeel k of I van de wet.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4.</nr><titel>VERLENING VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen <cursief>vier
                                </cursief>weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste <cursief>vier
                                </cursief>weken verdagen. Het stelt de ouder hiervan schriftelijk in
                                kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><al>Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort tot
                            de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de
                                aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de
                                tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de
                                kinderopvang zal plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een
                                kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming
                                voor een andere periode verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Omvang van de kinderopvang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren
                                kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder
                                als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid,
                                onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren
                                kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is
                                voor de combinatie van arbeid en zorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van
                            kinderopvang bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de
                                    ouder behoort;</al></li><li nr="b."><al>de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                                    tegemoetkoming betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar
                                    de kinderopvang plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor
                                    de tegemoetkoming wordt verleend;</al></li><li nr="e."><al>e. de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt
                                    bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;</al></li><li nr="g."><al>de verplichtingen van de ouder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse
                                termijnen uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van
                                bevoorschotting.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5.</nr><titel>VASTSTELLING VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder verstrekt binnen <cursief>vier </cursief>weken na afloop
                                van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het
                                college een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over
                                deze periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de tegemoetkoming binnen <cursief>acht
                                </cursief>weken na ontvangst van het overzicht van de kosten
                                vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen
                                <cursief>vier </cursief>weken betaald, onder verrekening van de
                            betaalde voorschotten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>6.</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE OUDER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het bekend
                                worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van
                                inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van
                                een lagere tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het college, binnen
                                een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en
                                inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de
                                hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het onvoldoende nakomen of nalaten van deze inlichtingen plicht kan
                                leiden tot het wijzigen of intrekken van de beschikking tot
                                verlening van de tegemoetkoming , het opschorten van de
                                bevoorschotting, het terugvorderen van de tegemoetkoming dan wel het
                                opleggen van een bestuurlijke boete door het college.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>7.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder toepassing van artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet
                                treedt deze verordening in werking op 11 oktober 2004.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inafwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel treedt het
                                bepaalde in Paragraaf 3 van deze verordening in werking vanaf het
                                moment dat artikel 23 van de Wet kinderopvang in werking
                                treedt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: "Verordening toekenning
                            tegemoetkoming kinderopvang gemeente Leiderdorp".</al><al></al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van</al><al>de raad van Leiderdorp op 11 oktober 2004,</al><al></al><al>de voorzitter,</al><al>M.Zonnevylle</al><al></al><al>de griffier,</al><al>mw. J.C. Zantingh</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><tussenkop>Afdeling: OSW </tussenkop><al>Leiderdorp, Aan de raad. 14 september 2004</al><al>Onderwerp: Vaststellen doelgroepenbeleid en Verordening toekenning
                    tegemoetkoming kinderopvang gemeente Leiderdorp</al><al>Beslispunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Het voorgestelde doelgroepenbeleid vast te stellen</al></li><li nr="2."><al>De Verordening toekenning tegemoetkoming kinderopvang gemeente
                            Leiderdorp vast te stellen.</al></li></lijst><al></al><tussenkop kopopmaak="cur"></tussenkop><al><vet>1 Inleiding</vet></al><al>De Wet Kinderopvang is op 6 juli jl. aangenomen door de Eerste Kamer. Per 1
                    januari 2005 treedt de Wet Kinderopvang (WK) in werking. Dit betekent dat
                    gemeentelijke taken op het gebied van kinderopvang ingrijpend wijzigen.</al><al>Een van de nieuwe taken is het uitbetalen van een tegemoetkoming in de kosten
                    van kinderopvang aan wettelijk gedefinieerde doelgroepen.</al><al>Daarnaast veranderen de gemeentelijke taken betreffende de kwaliteit in de
                    kinderopvang . Gemeenten worden verantwoordelijk voor het toezicht, uitgevoerd
                    door de GGD, en de handhaving. De specifieke gemeentelijke kwaliteitseisen komen
                    te vervallen. Hiervoor in de plaats komt een aantal in de wet opgenomen normen.
                    Zo dient de ondernemer zelf veiligheids- en gezondheidsrisico's te
                    inventariseren . Tevens dient de kinderopvang- instelling te voldoen aan de
                    globale wettelijke eis om verantwoorde kinderopvang aan te bieden en dient hij
                    ook aantoonbaar aandacht te besteden aan onder andere het aantal kinderen per
                    leidster, de groepsgrootte en de opleiding van de beroepskrachten.</al><al>De sector zelf gaat het kwaliteitsbeleid verder invullen.</al><al></al><al>Met de Wet kinderopvang wordt een nieuwe manier van financiering van de
                    kinderopvang geregeld. De wet gaat ervan uit dat ouders, werkgevers en overheid
                    gezamenlijk de kosten van opvang dragen. </al><al></al><al><vet>1.1 Beoogd effect</vet></al><lijst><li nr="1."><al>de Verordening toekenning tegemoetkoming kinderopvang gemeente
                            Leiderdorp vaststellen;</al></li><li nr="2."><al>de doelgroepen vast te stellen, die m.i.v. 2005 voor een gemeentelijke
                            tegemoetkoming in aanmerking komen</al></li><li nr="3."><al> de uitvoering op te dragen aan het college. </al><al></al><al><vet>2 Argumenten</vet></al></li></lijst><tussenkop>Ad 1.</tussenkop><al>De gemeente is verplicht om een verordening Kinderopvang vast te stellen.</al><al>De VNG heeft modelaanvraagformulieren ontwikkeld, waarmee ouders kenbaar kunnen
                    maken in aanmerking te willen komen voor een tegemoetkoming.</al><tussenkop>Ad 2.</tussenkop><al>In de Wet Kinderopvang zijn de doelgroepen omschreven, die een beroep kunnen
                    doen op een tegemoetkoming van de gemeente:</al><lijst><li nr="·"><al>uitkeringsgerechtigden met een uitkering in het kader van</al><lijst><li nr="1."><al>de Wet werk en bijstand en gebruikmaken van een voorziening
                                    gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="2."><al>de Algemene nabestaandenwet en gebruikmaken van een voorziening
                                    gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="3."><al>de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze <vet>werknemers</vet> en
                                    gebruikmaken van een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="4."><al>de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte<vet> zelfstandigen</vet> en gebruikmaken
                                    van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="5."><al>de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>herintreders die gebruikmaken van een voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="·"><al>nieuwkomers die een inburgeringstraject volgen;</al></li><li nr="·"><al>huishoudens waar sprake is van een sociaal-medische indicatie;</al></li><li nr="·"><al>studenten;</al></li><li nr="·"><al>tienermoeders;</al></li><li nr="·"><al>Oudkomers, zodra er sprake is van een wettelijke verplichting tot het
                            volgen van inburgeringscursussen.</al></li></lijst><tussenkop>Ad 3.</tussenkop><al>De uitvoerende aspecten van de WK zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>de keuze van de uitvoeringsvariant;</al></li><li nr="·"><al>het inrichten van een register voor melding en registratie; Het register
                            is operationeel (besluitvorming B&amp;W), op het moment dat de
                            ministeriële regeling gereed is. Naar verwachting treedt de regeling in
                            september 2004 in werking.</al></li><li nr="·"><al>de procedure voor kwaliteit en handhaving Op basis van het dualisme
                            worden besluiten hierover door het college genomen, zodat de raad zijn
                            aandacht op de hoofdlijnen van de invoering van de WK kan richten. </al><al></al><al><vet>2.1 Overwegingen</vet></al></li></lijst><al>Verordening toekenning tegemoetkoming kinderopvang.</al><al>De gemeente is verplicht om een verordening kinderopvang vast te stellen. Op
                    basis van deze verordening kan de gemeente subsidiebeschikkingen afgeven aan
                    burgers die tot de doelgroep behoren.</al><al>De subsidiebeschikking is vervolgens de basis voor de aanvraag bij de
                    belastingdienst die, voor een tijdige tegemoetkoming in 2005, uiterlijk 1
                    december 2004 ingediend moet zijn.</al><al></al><al>Artikel 149 Gemeentewet/ art. 25 Tijdelijke referendumwet</al><al>Om de Wet Kinderopvang in werking te laten treden, zijn ná de goedkeuring door
                    de Eerste Kamer nog enkele procedures van toepassing, zoals contraseign
                    regering, ter inzage legging, diverse uitvoeringsregelingen en publicatie. De
                    snelheid waarmee deze regelingen inhoudelijk bekend worden en in werking treden,
                    is van invloed op het gemeentelijke invoeringstraject.</al><al>Om onnodige vertraging in het gemeentelijke besluitvormingstraject te voorkomen,
                    is het advies van de VNG om de verordening Wet kinderopvang mede te baseren op
                    de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad volgens artikel 149
                    Gemeentewet. Op deze wijze kunt u als gemeenteraad nu de verordening al
                    vaststellen, ondanks dat artikel 25 van de Wet kinderopvang nog niet in werking
                    is getreden.</al><al>Daarnaast wordt voor de inwerkingtreding van de Verordening, artikel 25 van de
                    Tijdelijke referendumwet ingeroepen. Het is in het belang van de burger om
                    tijdig zekerheid te krijgen over aanspraak op een gemeentelijke tegemoetkoming,
                    waardoor een dergelijk beroep op de spoedprocedure van de Tijdelijke
                    referendumwet naar onze mening rechtvaardigt.</al><al>Dit voorstel is vertaald naar de verordening die is bijgevoegd. </al><al></al><al><vet>3 Kanttekeningen</vet></al><al></al><al><vet>3.1 Tijdelijke referendumwet</vet></al><tussenkop>De VNG adviseert een beroep te doen op deze wet zodat er geen vertraging
                    ontstaat van zes weken.</tussenkop><al>Anders geldt een periode van zes weken, voordat de verordening in werking
                    treedt.</al><al>Het raadsbesluit is in beginsel referendabel. Dat betekent dat de verordening
                    ingevolge artikel 22 van de Tijdelijke referendumwet (Trw) niet eerder in
                    werking kan treden dan zes werken na het tijdstip waarop burgemeester en
                    wethouders bekend hebben gemaakt dat over een besluit tot vaststelling van een
                    verordening een referendum kan worden gehouden. Artikel 25 Trw biedt de raad
                    de</al><al>mogelijkheid te bepalen dat een verordening eerder in werking treedt indien die
                    inwerkingtreding geen uitstel kan lijden. De verordening blijft dan echter
                    referendabel, wat betekent dat de gemeente een zeker risico loopt. Mocht de
                    verordening als gevolg van een referendum worden ingetrokken,</al><al>dan ontstaat een lastige situatie, die in beginsel niet ten nadele van betrokken
                    burgers kan worden opgelost.</al><al>Het voorstel aan de raad is om de verordening, vanwege het belang van de
                    spoedeisendheid, per 11 oktober 2004 in werking te laten treden. </al><al></al><al><vet>3.2 Conclusie</vet></al><tussenkop>Het vaststellen van de nieuwe verordening per 1 januari 2005 is wettelijk
                    verplicht.</tussenkop><al>Om doelgroepen tijdig zekerheid te kunnen geven over een tegemoetkoming, moet de
                    verordening al in oktober 2004 van kracht zijn. </al><al></al><al><vet>4 Kosten, baten en dekking</vet></al><al>Dit besluit kent twee aspecten waaruit financiëleconsequenties kunnen
                    voortvloeien.</al><lijst><li nr="1."><al>Implementatietraject</al><al>In de voorcalculatie van 2004 is rekening gehouden met de extra
                            inspanningen die de invoering van de Wet Kinderopvang met zich
                            meebrengt. Vooralsnog hoeven hier geen extra middelen voor worden
                            gevraagd aan de Raad.</al></li><li nr="2."><al>Uitvoering (zoals hierboven beschreven) </al><al>Op dit moment is niet exact aan te geven wat de financiële consequenties
                            zijn van de uitvoering van de Wet Kinderopvang. Mocht uit de praktijk
                            blijken dat de uitvoering van deze verordening formatieve gevolgen heeft
                            voor de afdeling WIZ dan komen wij daarop uiteraard terug.</al></li></lijst><al></al><al>Op basis van de huidige beschikbare gegevens van de afdeling WIZ, die betrekking
                    hebben op de wettelijke doelgroepen, zal het binnen onze gemeente gaan om ca. 35
                    kinderen (2004).</al><al>Echter de gemeente heeft geen beleidsvrijheid bij het verstrekken van deze
                    tegemoetkoming. Ouders die aan de wettelijke criteria voldoen en aantoonbaar
                    kinderopvang hebben ingekocht, hebben recht op de gemeentelijke tegemoetkoming.
                    Er is derhalve sprake van een zgn. "open einde regeling".</al><al>De hoogte van de tegemoetkoming is genormeerd. Daarbij geldt een norm van
                    gemiddeld ongeveer 6,-- per uur, waarvan de gemeente afhankelijk van de
                    gezinssituatie 1/3 deel ( 2,--) dan wel 1/6 deel ( 1,--) per uur dient te
                    vergoeden. </al><al></al><al><vet>Dekking</vet></al><al>In het onderstaande schema worden inkomsten en taken vanaf 2005 in kaart
                    gebracht.</al><al></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="23*"></colspec><colspec colname="col2" colwidth="51*"></colspec><colspec colname="col3" colwidth="27*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Inkomsten</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Taken</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Opmerkingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Circa 50.000,-- </al><al>Rijksvergoeding</al></entry><entry colname="col2"><al>·1/6 tot max. 1/3 deel kosten kinderopvang van doelgroepen
                                        WK bekostigen.</al><al>·3,5 % van de kosten voor alleenstaande ouders in de
                                        doelgroepen bekostigen.</al><al>·Eerstelijnstoezicht door de GGD bekostigen</al><al>·Uitvoering bekostiging kinderopvang en doelgroepen</al><al>·Handhaving kwaliteit kindercentra</al><al>·Melding en registratie van kindercentra</al></entry><entry colname="col3"><al>De toevoeging is</al><al>structureel m.i.v<vet>.</vet></al><al>2005</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Extra storting in </al><al>Gemeentefonds</al></entry><entry colname="col2"><al>·Kinderopvang om sociaal medische redenen</al><al>·Kosten opvang sociale medicatie</al></entry><entry colname="col3"><al>Deze middelen dekken niet de volledige kosten. Rijk is
                                        uitgegaan van een ouderbijdrage gebaseerd op inkomensklasse
                                        7 .</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Inhoeverre de inkomsten de uitgaven zullen dekken is thans niet aan te
                    geven.</al><al>Wanneer op basis van ervaringsgegevens blijkt dat de middelen niet toereikend
                    zijn, zal dit tijdig aan uw raad gerapporteerd worden.</al><al></al><al>Volgens de geldende inspraakverordening wordt in elk geval inspraak verleend op
                    beleidsvoornemens betreffende de <vet>welzijnsvoorzieningen. </vet>Deze inspraak
                        <vet>is </vet>echter niet op dit raadsvoorstel van toepassing, omdat het
                    voorstel betrekking heeft op een <vet>inkomensondersteunende </vet>voorziening.
                    Op dit besluit is dus géén inspraak van toepassing.</al><al></al><al><vet>5 Communicatie</vet></al><al>Intern</al><al>·Voorafgaand aan dit raadsvoorstel heeft afstemmingsoverleg plaatsgevonden
                    tussen de afdelingen Onderwijs Sport Welzijn en Werk Inkomen Zorg.</al><al></al><al>Extern</al><lijst><li nr="·"><al>De gezinnen die momenteel subsidie ontvangen in het kader van de
                            zogenaamde KOA- regeling voor kinderopvang alleenstaande ouders, zijn
                            schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat ze vanaf 1 januari
                            2005 géérsubsidie meer ontvangen binnen de KOA- regeling (ook wel Kopv-
                            regeling genoemd)</al></li><li nr="·"><al>Er is ambtelijk overleg gepleegd met</al></li><li nr="-"><al>de kinderopvangorganisaties over de invoering van de Wet
                            Kinderopvang</al></li></lijst><al></al><al><vet>6 Standpunt commissies</vet></al><al>De commissie is schriftelijk gevraagd haar mening kenbaar te maken ten aanzien
                    van het voorliggende voorstel. Van de zijde van het CDA zijn door de heer Kocken
                    een aantal wijzigingsvoorstellen gedaan. Het betreft een aantal redactionele
                    aanpassingen en formeel technische wijzigingen, te weten:</al><lijst><li nr="·"><al>verwijderen van het abusievelijk in het concept gehandhaafde
                            modelbesluit Leiderdorp. Het besluit beperkt zich tot vaststelling van
                            de verordening;</al></li><li nr="·"><al>in werking tredings datum 11 oktober 2004 consequent opnemen.</al></li></lijst><al>Deze wijzigingen zijn onverkort verwerkt in het thans voorliggende besluit. </al><al></al><al><vet>7 Voorstel</vet></al><tussenkop>Wij stellen u voor te besluiten</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>de Verordening toekenning tegemoetkoming Kinderopvang gemeente
                            Leiderdorp vast te stellen;</al></li><li nr="2."><al>met toepassing van artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet te bepalen
                            dat de verordening op 11 oktober 2004 al in werking treedt;</al></li><li nr="3."><al>de volgende doelgroepen vast te stellen, die na 2005 voor een
                            gemeentelijke tegemoetkoming in aanmerking komen:</al><al>·uitkeringsgerechtigden met een uitkering in het kader van</al><lijst><li nr="-"><al>de Wet werk en bijstand en gebruikmaken van een voorziening
                                    gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="-"><al>de Algemene nabestaandenwet en gebruikmaken van een voorziening
                                    gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="-"><al>de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze <vet>werknemers </vet>en
                                    gebruikmaken van een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="-"><al>de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte <vet>zelfstandigen</vet> en gebruikmaken van
                                    een voorziening gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="-"><al>de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>herintreders die gebruikmaken van een voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="·"><al>nieuwkomers die een inburgeringstraject volgen;</al></li><li nr="·"><al>huishoudens waar sprake is van een sociaal-medische indicatie;</al></li><li nr="·"><al>studenten;</al></li><li nr="·"><al>tienermoeders;</al></li><li nr="·"><al>oudkomers, zodra er sprake is van een wettelijke verplichting tot het
                            volgen van inburgeringscursussen.</al></li><li nr="4."><al>uitvoering op te dragen aan het college van Burgemeester en
                            Wethouders.</al></li><li nr="5."><al>de gelden die vanuit de algemene uitkering zijn toegevoegd voor de
                            kinderopvang, de bestemming kinderopvang te geven.</al><al></al></li></lijst><al>overeenkomstig bijgevoegd ontwerpraadsbesluit.</al><al></al><al>Het College van burgemeester en wethouders van Leiderdorp,</al><al></al><al>de burgemeester, M. Zonnevylle</al><al>de secretaris, A.H. Schouten</al></bijlage></regeling></body></cvdr>