<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR49377_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Etten-Leur 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Etten-Leurse Bode, 08-03-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Etten-Leur 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2009-01-01">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0006622&amp;artikel=2a&amp;g=2009-01-01">Wegenverkeerswet, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-03-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GO</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verkeer- en vervoersbeleid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1. Nadere regeling m.b.t. artikel 7, lid 1 van de Parkeerverordening Etten-Leur 2009: Uitgiftebeleid parkeervergunningen;</al><al>2. Nadere regeling met betrekking tot artikel 13, lid 3 van de Parkeerverordening Etten-Leur 2009: Vaststellen van de noodzakelijkheid van een zakelijke parkeervergunning;</al><al>3. Werkwijze van het vaststellen van de noodzakelijkheid van een zakelijke parkeervergunning.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Parkeerverordening Etten-Leur 2007</al><al>Deze regeling is vervangen door de Parkeerverordening Etten-Leur 2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Etten-Leur 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur,</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 september
                        2008;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 2a van de Wegenverkeerswet
                        1994;</al><al>overwegende dat het wenselijk is om regels vast te stellen voor een goede
                        verdeling van de beschikbare parkeerruimte en voor het uitgeven van
                        vergunningen aan belanghebbenden bij parkeerplaatsen;</al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>Vast te stellen de “Parkeerverordening Etten-Leur 2009”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I.</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26
                                    juli 1990 (Stb. 1990, 459);</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van
                                    het RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al>voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het
                                    RVV 1990;</al></li><li nr="d."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van passagiers dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="e."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven of dat uit een
                                    verklaring van de werkgever blijkt dat de houder rechtmatig
                                    beschikt over een lease-motorvoertuig;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten en hetgeen
                                    naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                                    parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990,
                                            of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met de borden E9
                                            (zone) of E10 (zone) uit bijlage 1 van het RVV 1990,
                                            voor zover deze plaats niet is uitgezonderd en/of;</al></li><li nr="3."><al>is voorzien van een blauwe streep conform artikel 25 van
                                            het RVV 1990;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al>vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    bewoners-, zakelijke, bezoekers-, werknemers- of
                                    zorgparkeervergunning, krachtens welke het is toegestaan een
                                    voertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur-
                                    en/of belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="j."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend of de gebruiker van een
                                    bezoekersparkeervergunning;</al></li><li nr="k."><al>vergunninghoudersgebied: een gebied op maaiveld waarmee het met
                                    een door burgemeester en wethouders verleende vergunning
                                    toegestaan is een voertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="l."><al>eigen parkeergelegenheid: een parkeerplaats in eigendom, op
                                    huurbasis of in gebruik naast of bij het huis of bedrijf van de
                                    vergunninghouder zijnde een garage, oprit of parkeerterrein,
                                    danwel een parkeerplaats onder of bij een
                                    appartementengebouw.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II.</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzen plaatsen en tijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij openbaar te maken
                                besluit:</al><lijst><li nr="a."><al>weggedeelten en terreinen aanwijzen die bestemd zijn voor
                                        het parkeren door vergunninghouders;</al></li><li nr="b."><al>de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren uitsluitend
                                        aan vergunninghouders is toegestaan;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen daarbij het maximum aantal te
                                verlenen vergunningen per gebied aangeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek
                                een vergunning verlenen voor het parkeren op de in artikel 2
                                bedoelde belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                voertuig wanneer deze:</al><lijst><li nr="a."><al>woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                        (bewonersparkeervergunning), dan wel;</al></li><li nr="b."><al>een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn en kan aantonen dat het in het belang van
                                        diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat
                                        gebied een voertuig te parkeren (zakelijke
                                        parkeervergunning);</al></li><li nr="c."><al>werkzaam is in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                        (werknemersparkeervergunning);</al></li><li nr="d."><al>als zelfstandige een beroep in de medische, zorg- of
                                        hulpsector uitoefent of in dienst is van een zorg- en
                                        hulporganisatie, waarvan de betreffende werknemers als
                                        eerstelijns zorgverlener binnen het medisch of
                                        maatschappelijk werkveld regelmatig op huisbezoek moeten
                                        komen in het kader van de zorgverlening bij cliënten
                                        (zorgparkeervergunning).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Beperkingen aan vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen ook andere voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen
                                strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van
                                de beschikbare parkeerruimte en/of het voorkomen of beperken van
                                door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Weigeringsgronden vergunning</titel></kop><al>Een vergunning wordt in elk geval geweigerd wanneer de aanvrager woont
                            en/of werkt in een gebouw of gebouwencomplex, waartoe parkeergelegenheid
                            behoort in een omvang, die strookt met de ter zake geldende
                            gemeentelijke richtlijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvragen</titel></kop><al>Een aanvraag voor een parkeervergunning wordt ingediend op een door
                            burgemeester en wethouders vastgestelde wijze.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Uitgiftebeleid en wachtlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen vast op welke wijze het aantal
                                uit te geven vergunningen voor gebieden als bedoeld in artikel 2
                                wordt bepaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de aanvraag van een parkeervergunning wordt in volgorde van
                                ontvangst beschikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het aantal aanvragen voor een straat of gebied het aantal
                                aangewezen plaatsen overtreft wordt de aanvrager op een wachtlijst
                                geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Gegevens vergunning</titel></kop><al>1.De vergunning bevat tenminste de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken/de kentekens van
                                    het voertuig/de voertuigen waarvoor de vergunning is
                                    verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekken, wijzigen of vervallen vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                                wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer zich een wijziging voordoet in één van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning;</al></li><li nr="c."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met (één van)
                                        de aan de vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="d."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn
                                        verstrekt;</al></li><li nr="e."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met
                                redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen
                                van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning vervalt van rechtswege:</al><lijst><li nr="a."><al>bij niet tijdige betaling;</al></li><li nr="b."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verplichtingen vergunninghouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een vergunninghouder zijn/haar voertuig parkeert op een
                                parkeerapparatuurplaats of een belanghebbendenplaats, is deze
                                verplicht het voertuig duidelijk zichtbaar te voorzien van de
                                parkeervergunning danwel deze duidelijk zichtbaar achter de voorruit
                                van het voertuig te plaatsen, op een zodanige wijze dat de daarop
                                afgedrukte tekst van buitenaf duidelijk leesbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt eveneens voor
                                degene die parkeert op een parkeerapparatuurplaats, indien hem/haar
                                door middel van parkeerapparatuur, een kaart of ander middel met
                                opdruk wordt verstrekt waaruit blijkt gedurende welke tijd of tot
                                welk tijdstip hij/zij kennelijk wenst te parkeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Bewonersparkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Per adres binnen een vergunninghoudersgebied worden afhankelijk van
                                de beschik- baarheid van voldoende parkeerplaatsen en een lage
                                parkeerdruk in het vergunninghoudersgebied maximaal vier
                                bewonersparkeervergunningen verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onder lid 1 van dit artikel genoemde bewonersparkeervergunningen
                                worden in principe op kenteken verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Geldigheidsduur bewonersparkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een eerste vergunning wordt vanwege de proefperiode tot 1 januari
                                2011 verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een tweede en volgende vergunning wordt voor ten hoogste één jaar
                                verleend en kan telkenmale verlengd worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Zakelijke parkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een zakelijke parkeervergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>op naam van de rechtspersoon ten behoeve waarvan de
                                        vergunning wordt uitgegeven of;</al></li><li nr="b."><al>op kenteken of een ander kenmerk van het voertuig waarvoor
                                        de vergunning wordt verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het maximale aantal zakelijke parkeervergunningen dat aan een
                                rechtspersoon kan worden verleend bedraagt twee voor de eerste tien
                                medewerkers en vervolgens één per tien medewerkers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast voor het
                                beoordelen of een zakelijke vergunning noodzakelijk is in het belang
                                van de beroeps- of bedrijfsuitoefening van een rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een zakelijke parkeervergunning wordt in ieder geval niet
                                verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien aanvrager over voldoende eigen parkeergelegenheid
                                        binnen acceptabele loopafstand, zijnde 100 meter, van zijn
                                        werkadres beschikt of;</al></li><li nr="b."><al>indien de openbare parkeergelegenheid binnen acceptabele
                                        loopafstand, zijnde 100 meter, van het werkadres zowel in
                                        praktische als in financiële zin naar het oordeel van
                                        burgemeester en wethouders een redelijk alternatief
                                        biedt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Geldigheidsduur zakelijke parkeervergunning</titel></kop><al>Een zakelijke parkeervergunning wordt voor een periode van één week, één
                            maand, drie maanden, zes maanden<cursief>,</cursief> één jaar of één
                            vaste dag per week verleend en kan telkenmale verlengd worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Werknemersparkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een werknemer, werkzaam binnen een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                                zijn, komt in aanmerking voor één werknemersparkeervergunning
                                waarmee binnen een door burgemeester en wethouders aangewe-</al><al> zen gebied geparkeerd mag worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een werknemersparkeervergunning wordt verleend op kenteken van het
                                voertuig waarvoor de vergunning is bedoeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een werknemersparkeervergunning wordt in ieder geval niet
                                verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de werkgever bij het werkadres of binnen acceptabele
                                        loopafstand, zijnde 100 meter, van het werkadres over
                                        voldoende eigen parkeergelegenheid beschikt.</al></li><li nr="b."><al>indien de openbare parkeergelegenheid binnen acceptabele
                                        loopafstand, zijnde 100 meter, van het werkadres voldoende
                                        ruimte biedt of zowel in praktische als in financiële zin
                                        naar het oordeel van burgemeester en wethouders een redelijk
                                        alternatief biedt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Geldigheidsduur werknemersparkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een werknemersparkeervergunning wordt voor ten hoogste één jaar
                                verleend en kan telkenmale verlengd worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een werknemersparkeervergunning is uitsluitend geldig gedurende de
                                periode, op de dagen of voor het aantal dagdelen dat op de
                                vergunning vermeld staat, gedurende dagen dat winkels en bedrijven
                                open danwel in bedrijf zijn en binnen aangewezen gebieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Bezoekersparkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een daartoe strekkende aanvraag kunnen aan de bewoner van een
                                gebied als bedoeld in artikel 3 lid 2 sub a,
                                bezoekersparkeervergunningen worden verleend voor het parkeren op
                                belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen ten behoeve van
                                het parkeren van hun bezoekers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een bezoekersparkeervergunningmag uitsluitend gebruik
                                worden gemaakt ten behoeve van het parkeren van voertuigen van
                                bezoekers voor zover het bezoeken met een sociaal en/of recreatief
                                karakter aan de onder het eerste lid van dit artikel genoemde
                                bewoner betreft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Zorgparkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een daartoe strekkende aanvraag kunnen één of meer
                                zorgparkeervergunningen worden verleend voor het parkeren op
                                belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een zorgparkeervergunning mag uitsluitend gebruik worden gemaakt
                                door zelfstandigen die een beroep in de medische, zorg- of
                                hulpsector uitoefenen en door werknemers van zorgverlenende en
                                hulporganisaties, die vanwege het zorg- en hulpverlenende karakter
                                op korte afstand van hun cliënten moeten parkeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een zorgparkeervergunning wordt verleend op naam van de praktijk of
                                zorg- of hulporganisatie waarvoor de vergunning is bedoeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Geldigheidsduur zorgparkeervergunning</titel></kop><al>De zorgparkeervergunning wordt verleend voor ten hoogste één jaar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III.</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Ongeoorloofd gebruik parkeerapparatuur</titel></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur in werking te stellen of handelingen
                            te verrichten met het oogmerk de parkeerapparatuur in werking te stellen
                            of te houden op een andere wijze, met andere middelen of met andere
                            munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan
                            aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik van de
                                parkeerapparatuur wordt belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenparkeerplaats slechts aan vergunninghouders is
                                toegestaan en gedurende de betaald parkeertijden op betaald
                                parkeerplaatsen, aldaar een voertuig te parkeren of te laten
                                staan:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van
                                        de vergunning</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met inachtname van artikel 5.1.5, lid 1 onder a van de de Algemene
                                Plaatselijke Verordening (APV) is het verboden om voertuigen, niet
                                zijnde motorvoertuigen, langer dan op drie achtereenvolgende dagen
                                te parkeren binnen de vastgestelde bebouwde komgrenzen inclusief
                                vergunninghoudersgebieden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het parkeren van keet-, magazijn-, aanhangwagens of andere
                                dergelijke voertuigen voor de uitvoering van noodzakelijke
                                werkzaamheden zoals groenonderhoud, aanleg en onderhoud van
                                nutsvoorzieningen en schilderwerk is binnen
                                vergunninghoudersgebieden met een ontheffing van burgemeester en
                                wethouders op grond van artikel 5.1.5, lid 2 van de APV toegestaan
                                gedurende de daarvoor noodzakelijke termijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV.</nr><titel>Strafbepalingen en administratieve sancties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met een geldboete van de eerste categorie of hechtenis van ten
                            hoogste twee maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Administratieve sancties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Handelen in strijd met de vergunningvoorwaarden of het verstrekken
                                van onjuiste gegevens levert gedurende een periode van een half jaar
                                een weigeringsgrond op ten aanzien van het verlenen van een
                                vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vergunning wordt aangevraagd binnen een jaar na intrekking
                                van deze vergunning op grond van artikel 9 lid c, wordt de
                                vergunning geweigerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Opsporing</titel></kop><al>Met de opsporing van overtreding zijn, behalve de in artikel 141 van het
                            Wetboek voor strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, de door
                            burgemeester en wethouders aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren,
                            als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering,
                            belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Diefstal, verlies of vermissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In geval van diefstal, verlies of vermissing van een vergunning op
                                naam of kenteken wordt een duplicaat-vergunning verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van diefstal, verlies of vermissing van een vergunning
                                wordt slechts een duplicaat verstrekt indien van de diefstal, het
                                verlies of vermissing een verklaring wordt ondertekend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Nadere regels college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ter verdere
                                uitwerking van</al><al> het bepaalde in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van
                                het bepaalde in deze verordening naar het oordeel van burgemeester
                                en wethouders zou leiden tot een onredelijke beslissing, kunnen
                                burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2009.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “Parkeerverordening Etten-Leur 2007” wordt op diezelfde datum
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Vergunningen verleend krachtens de Parkeerverordening Etten-Leur
                                <cursief>2007 </cursief>blijven van kracht tot de termijn waarvoor
                            zij werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Parkeerverordening
                            Etten-Leur 2009”.</al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Etten-Leur in zijn openbare
                        vergadering van </ondertekening><ondertekening>4 november 2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>drs. W.C.M. Voeten. Mw. H. van Rijnbach-de Groot.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><tussenkop>TOELICHTING BIJ DE PARKEERVERORDENING ETTEN-LEUR
                    2009</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>In artikel 24 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 is de
                    wettelijke grondslag terug te vinden op basis waarvan het verboden is om als
                    bestuurder een voertuig te mogen parkeren. In een parkeerverordening heeft de
                    raad de autonome bevoegdheid regelgeving op te nemen ten aanzien van het
                    parkeren binnen vergunninghoudersgebieden. </al><al>Vergunningen voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of
                    belanghebbendenplaatsen binnen vergunninghoudersgebieden worden verleend op
                    basis van de Parkeerverordening Etten-Leur 200<cursief>9</cursief>. Het
                    aanwijzen van de plaatsen waar met een dergelijke vergunning kan/mag worden
                    geparkeerd, moet daarom op basis van deze verordening gebeuren. In deze
                    verordening ligt het accent op wie voor een parkeervergunning in aanmerking
                    komen en op welke plaats(en) daarmee kan worden geparkeerd. </al><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In artikel 1 worden de in de parkeerverordening gehanteerde definities en
                    begrippen omschreven.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Uit praktische overwegingen is de aanwijzingsbevoegdheid voor plaatsen en tijden
                    binnen Etten-Leur neergelegd bij het college van burgemeester en
                    wethouders.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>In artikel 3 leden 1 en 2 wordt door middel van basisvoorwaarden uiteengezet wie
                    in aanmerking komen voor een parkeervergunning. </al><al>In artikel 3 lid 2 sub b is verder tot uitdrukking gebracht dat een zakelijke
                    parkeervergunning alleen kan worden verleend aan het bedrijf of instelling in
                    wiens bedrijfsbelang de vergunning is aangevraagd. Aanvragen voor een zakelijke
                    vergunning lopen via het bedrijf of de instelling ten behoeve waarvan het
                    parkeren plaatsvindt. Dit biedt meer zicht op het aantal vergunningen dat per
                    bedrijf is uitgegeven. Bovendien dient de werkgever het bedrijfs- of
                    beroepsbelang bij een parkeervergunning aan te tonen (de noodzakeIijkheid).
                    Hiervoor wordt verwezen naar de nadere regeling inzake het vaststellen van de
                    noodzakelijkheid van een zakelijke parkeervergunning.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Op grond van dit artikel kan in elk geval een vergunning worden geweigerd
                    wanneer de aanvrager woont en werkt in en een gebouw of gebouwencomplex, waartoe
                    parkeergelegenheid behoort in een omvang die strookt met ter zake geldende
                    gemeentelijke richtlijnen. Dit artikellid is inmiddels herhaalde malen door de
                    rechter getoetst en juridisch houdbaar bevonden. Dit artikellid kan van belang
                    zijn wanneer nieuwe gebouwen worden opgericht in een straat die is gelegen in
                    een vergunninghoudersgebied. Gebruikelijk is dat aan de aanvrager van de
                    bouwvergunning de eis wordt gesteld dat deze zorg draagt voor de aanleg van een
                    voldoende aantal parkeerplaatsen op eigen terrein. Dit kunnen ook inpandige
                    parkeerplaatsen zijn. Het kan voorkomen dat de eigenaar/projectontwikkelaar deze
                    parkeerplaatsen afzonderlijk te koop of te huur aanbiedt aan de toekomstige
                    bewoners van een dergelijk complex. Voor deze parkeerplaatsen wordt nogal eens
                    een (te) hoge vergoeding gevraagd, waardoor de bewoners afzien van huur of koop
                    van de aangeboden parkeerplaats en vervolgens een parkeervergunning bij de
                    gemeente aanvragen om op de openbare weg te mogen parkeren. Duidelijk is dat
                    honorering van deze aanvragen tot een verdere verzwaring van de parkeerdruk
                    leidt in het gebied waar deze druk al hoog is. Door vaststelling van dit artikel
                    kunnen deze aanvragen met succes van de hand worden gewezen en wordt bereikt dat
                    de nieuwe (gebouwde) parkeervoorziening optimaal wordt gebruikt. </al><al>Voorkomen dient te worden dat mensen die parkeergelegenheid op eigen terrein
                    kunnen kopen, huren of in gebruik nemen bij hun woning/appartement, verzoeken om
                    een parkeervergunning omdat deze een voor hen voordeliger financiële situatie
                    oplevert.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Aan dit artikel zal via een uitvoeringsbesluit invulling gegeven moeten worden.
                    De formulering van dit artikel biedt burgemeester en wethouders ook de
                    mogelijkheid in te spelen op nieuwe ontwikkelingen in de technologie (aanvragen
                    via internet) maar geeft ook de mogelijkheid om via aanvraagformulieren te
                    bepalen welke gegevens noodzakelijk worden geacht om een aanvraag voor een
                    parkeervergunning te kunnen beoordelen.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Tegelijkertijd met het vaststellen van deze verordening wordt het uitgiftebeleid
                    opnieuw vastgesteld. In een door burgemeester en wethouders nog nader uit te
                    werken en vast te stellen uitvoeringsbesluit wordt geregeld waar de
                    vergunninghouders hun voertuig mogen parkeren. Uitgangspunt is dat de “eerste”
                    auto binnen 100 meter van het huisadres moet kunnen worden geparkeerd. Met het
                    oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare parkeercapaciteit kan overwogen
                    om in bepaalde straten/gebieden met een hoge parkeerdruk de bewoners te
                    verplichten de eerste en/of tweede auto in een aangrenzend
                    vergunninghoudersgebied te parkeren waar de parkeerdruk minder hoog is.</al><al>Artikel 7 lid 3: als aanvrager niet voor de straat/het gebied in aanmerking kan
                    komen waar hij wenst te parkeren, kan hij/zij op een wachtlijst geplaatst worden
                    voor die straat. Dit staat los van het feit dat er wel een parkeervergunning op
                    een andere locatie kan worden verleend. Hierbij wel rekening houdende met de
                    aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen en een lage parkeerdruk. </al><al>De aanvrager wordt slechts geregistreerd en aan de plaatsing op de wachtlijst
                    kunnen geen rechten worden ontleend. Bij de toewijzing zal zoveel mogelijk
                    toegewezen worden aan de langstwachtende bewoner. </al><tussenkop>Artikelen 8, 9 en 10</tussenkop><al>De bepalingen uit deze artikelen zien toe op een correct verloop van de
                    procedures tot verlenen van een vergunning en het naleven van de voorwaarden.
                    Alhoewel artikel 10 lid 2 nog niet van toepassing is, is dit artikellid wel
                    opgenomen in de verordening om in te kunnen spelen op toekomstige
                    ontwikkelingen.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Een bewoner moet aantonen dat hij/zij in het gebied woonachtig is. Met het
                    ingeschreven staan in het bevolkingsregister wordt dit aangetoond. Daarnaast
                    moet een bewoner aantonen houder te zijn van het motorvoertuig dat geparkeerd
                    moet worden.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Artikel 13 lid 2: In principe is bij de uitgifte van parkeervergunningen de
                    individuele beoordeling van ieder concreet geval uitgangspunt. Deze bepaling
                    voegt echter voor de grotere bedrijven en instellingen een geobjectiveerde norm
                    toe. Aan rechtspersonen met meer dan 10 medewerkers wordt vanaf de 11e
                    medewerker maximaal 1 vergunning per 10 werknemers verleend. Elke vergunning
                    moet noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering.</al><al>Artikel 13 lid 3: Tegelijkertijd met het vaststellen van deze verordening wordt
                    een nadere concept-regeling aangeboden die een invulling moet geven van het
                    begrip “noodzakelijkheid” in artikel 3 lid 2 sub b. </al><al>Artikel 13 lid 4: Geeft een niet-limitatieve opsomming van wanneer geen
                    zakeIijke parkeervergunning verleend hoeft te worden. </al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>Hierin wordt een regeling gegeven voor het parkeren van werknemers die werkzaam
                    zijn in gebieden waar belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen
                    aanwezig zijn. </al><al>Hiervoor zullen speciale tarieven gelden die nader opgenomen worden in de
                    Verordening Parkeerbelastingen.</al><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>Hierin wordt een regeling gegeven voor het parkeren van bezoekers van bewoners
                    die woonachtig zijn in vergunninghoudersgebieden. Hiervoor gelden speciale
                    tarieven die nader opgenomen zijn in de Verordening Parkeerbelastingen.</al><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><al>De kernactiviteit van de beroepsgroepen en organisaties, die in aanmerking komen
                    voor een zorgparkeervergunning, dient plaats te vinden in het
                    vergunninghoudersgebied of een betaald parkerengebied en te liggen op het vlak
                    van:</al><lijst><li nr="·"><al>gezondheidszorg: huisartsgeneeskunde, geneesmiddelenvoorziening,
                            fysiotherapie en verloskunde; </al></li><li nr="·"><al>thuiszorginstellingen: wijkverpleging, gezinszorg, kraamverzorging,
                            huishoudelijke zorg, </al></li><li nr="."><al>alpha-hulp en maaltijdvoorziening; </al></li><li nr="."><al>maatschappelijke dienstverlening: algemeen maatschappelijk werk,
                            jeugdhulpverlening, jeugdgezondheidszorg en pastorale zorg.</al></li></lijst><tussenkop>Afdeling III Verbodsbepalingen en Afdeling IV Strafbepalingen</tussenkop><al>Deze bepalingen zijn zodanig geformuleerd dat er een gemengd systeem van
                    handhaving mogelijk is, zowel fiscaal als strafrechtelijk. De fiscale handhaving
                    vindt plaats via de Verordening Parkeerbelastingen. Hierin wordt een
                    naheffingtoeslag bepaald voor het zonder betalen parkeren in een gebied met
                    parkeerapparatuurplaatsen.</al><tussenkop>Artikel 21 lid 4</tussenkop><al>Er kan ontheffing worden verleend om bij incidentele werkzaamheden in het
                    vergunningen- of parkeerapparatuurgebied te kunnen parkeren. </al><al>Voor een dergeIijke ontheffing kunnen rechtspersonen en natuurlijke personen in
                    aanmerking komen die gedurende een korte periode van maximaal één dag in het
                    gebied werkzaam zijn. Zij kunnen tegen betaling van kosten, ontheffing krijgen
                    van het parkeerregime voor het parkeren van bedrijfswagens, keet-, magazijn-,
                    aanhangwagens of andere dergelijke voertuigen ten behoeve van incidentele
                    werkzaamheden. De kosten voor een dergelijke ontheffing worden opgenomen in de
                    Verordening Parkeerbelastingen.</al><tussenkop>Artikel 25</tussenkop><al>Deze bepalingen zijn opgenomen om fraude met de parkeervergunning tegen te gaan
                    en minder lucratief te maken.</al><tussenkop>Afdeling IV Overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><al>De inhoud van de in deze afdeling opgenomen tekst spreekt voor zich en behoeft
                    dus geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>