<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR4937_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inburgering Steenwijkerland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2007, 8</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Inburgering Steenwijkerland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8, art. 9, lid 5, art. 23, lid 3 en art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-03-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/15</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inburgering Steenwijkerland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 februari 2007,
                        nummer 2007/15,</al><al/><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet
                        inburgering;</al><al/><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking doorde gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening aanbijzondere groepen
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige</al><al>voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld, alsmede dat de raad bij
                        verordening het bedragdient vast te stellen van de bestuurlijke boete die
                        voor de verschillende overtredingen kan wordenopgelegd;</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>Verordening inburgering Steenwijkerland</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Steenwijkerland;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet zijn van toepassing op de
                                begrippen die in deze verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beoordeelt elk jaar de doeltreffendheid en doelmatigheid
                                van de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en
                                rapporteert daarover aan de raad.</al><al>Deze rapportages zullen opgenomen worden in de huidige planning en
                                controlcyclus.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst jaarlijks groepen inburgeringsplichtigen, binnen
                            artikel 19 van de wet, aan waaraan de gemeente bij voorrang een
                            inburgeringsvoorziening kan aanbieden of die gehandhaafd kunnen worden.
                            Door de raad zal jaarlijks vastgesteld worden welke doelgroepen, naast
                            de wettelijke benoemde, prioriteit krijgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening hierop is afgestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                            inburgeringsvoorziening de manier vast waarop de eigen bijdrage van de
                            inburgeringsplichtige, zal worden geïnd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een
                                    tijdstip dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk.</al><al>Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de
                                inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is
                                ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en
                                verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorziening worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen 2 weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan
                                niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, beschikt het
                                college binnen 3 weken na ontvangst van deze mededeling tot
                                toekenning van de inburgeringsvoorziening, in overeenstemming met
                                het gedane aanbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod weigert is hij zelf
                                verantwoordelijk voor zijn voorbereiding op het inburgeringsexamen.
                                Het college zal binnen drie weken na weigering een
                                handhavingsbeschikking versturen waarmee de termijn aanvangt
                                waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                                hebben behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt;</al></li><li nr="d."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling eigen bijdrage; en</al></li><li nr="f."><al>mogelijkheden bezwaar en beroep.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bestuurlijke boetes</titel></kop><al>Het college is bevoegd bestuurlijke boetes op te leggen zoals aangegeven
                            in de wet. De in de wet genoemde maxima zijn voor het college de
                            maximale bedragen die gehanteerd kunnen worden. Het college zal bij elke
                            overtreding de bestuurlijke boete afstemmen op de ernst van de
                            overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden
                            verweten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Inburgering
                            Steenwijkerland.</al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, R.G.H.P. Moonen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, drs. H.H. Apotheker</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>De Wet inburgering treedt op 1 januari 2007 in werking en komt in de plaats
                        van de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) en de verschillende
                        oudkomersregelingen. De wet regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel
                        alle onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland
                        willen en mogen verblijven.</al><al>Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen
                        verantwoordelijkheid (ook in</al><al>financiële zin) van de inburgeringsplichtige centraal. De
                        inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich wil
                        voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is
                        voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een
                        resultaatverplichting). </al><al>Gemeenten krijgen in de Wet inburgering een aantal belangrijke taken
                        toebedeeld. Zo hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in
                        de gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien
                        uit deze wet. Daarnaast hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen
                        inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een
                        inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe naar het
                        inburgeringsexamen. Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van
                        inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete
                        opleggen als een inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de
                        verplichtingen die voor hem gelden.</al><al>In verband met deze taken draagt de Wet inburgering gemeenten op om bij
                        verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                        inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van
                        deze wet, evenals van het aanbod van en de toegang tot</al><al>inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 Wet inburgering).</al><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan
                        bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en over de rechten en plichten van
                        de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld
                        (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, Wet inburgering).</al><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                        verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 Wet
                        inburgering).</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                    gebruikt in de Wet</al><al>inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 2 De informatieverstrekking aan
                    inburgeringsplichtigen</tussenkop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed
                        te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet
                        inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de
                        informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt
                        georganiseerd.</al><al>In overeenstemming met de rolverdeling tussen raad en college, stelt de raad
                        in dit artikel de kaders vast voor een adequate informatievoorziening aan de
                        inburgeringsplichtigen. Het college is belast met de organisatie van de
                        informatieverstrekking en legt daarover verantwoording af aan de raad. Deze
                        verantwoording zal worden opgenomen in de huidige planning en controlcyclus.
                        De uitvoering van de Wet inburgering is conform artikel 4.1 van de
                        Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Werk en
                        Inkomen Steenwijkerland en Westerveld. De verantwoording zal dus in de
                        planning en controlcyclus van de IGSD opgenomen worden. De Marap’s van de
                        IGSD zullen gebruikt worden voor een inhoudelijke rapportage. Een
                        cijfermatige verantwoording zal plaats vinden in de jaarrekening, waarbij
                        indicatoren als het actief geïnformeerde (nieuwkomers plus te handhaven
                        oudkomers) en het aantal ontvangen aanvragen voor informatie gebruikt zullen
                        worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</tussenkop><al>Artikel 19, tweede lid, Wet inburgering bepaalt dat het college aan twee
                        groepen inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening <cursief>moét
                        </cursief>aanbieden:</al><lijst><li nr="1."><al>inburgeringsplichtige die houder is van een verblijfsvergunning
                                bepaalde of onbepaalde tijd (artikel 28 of 33 Vreemdelingenwet
                                2000);</al></li><li nr="2."><al>geestelijke dienaren.</al></li></lijst><al>Daarnaast bepaalt de wet ook in artikel 19 dat het college aan twee groepen
                        inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening <cursief>kán
                        </cursief>aanbieden:</al><lijst><li nr="1."><al>inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op
                                grond een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen
                                socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen
                                ontvangen;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben.</al></li></lijst><al>Het college stelt de prioritaire doelgroep voor het volgende jaar vast. Deze
                        groep kan bij voorrang een inburgeringsvoorziening worden aangeboden.
                        Jaarlijks kan de prioritering hiervoor verschillen, om te voorkomen dat
                        jaarlijks de verordening aangepast moet worden zal de keuze voor een
                        prioritaire doelgroep in Steenwijkerland door de raad vastgesteld worden.
                        Voor het eerste jaar 2007, zijn middels de kadernotitie Wet inburgering in
                        Steenwijkerland de prioritaire groepen aangewezen. Dit artikel regelt dat
                        deze groepen <cursief>bij voorrang </cursief>een inburgeringsvoorziening
                        krijgen aangeboden. Dit houdt niet in dat andere groepen worden
                        uitgesloten.</al><al>Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot een van de
                        prioritaire groepen die zijn aangewezen, een recht laten gelden op een
                        voorziening, kan aan deze aanwijzing geen recht ontleend worden op het
                        krijgen van een aanbod. Dit artikel bepaald dat het college aan deze groepen
                        een inburgeringsvoorziening <cursief>kan </cursief>aanbieden.</al><al>Voor de groep die een inburgeringsvoorziening moet worden aangeboden, de
                    oudkomers met een asielstatus, stelt de gemeente cohorten welke jaarlijks
                    gefaciliteerd kunnen worden. De gemeente bepaalt voor de oudkomer wanneer zijn
                    inburgeringsplicht ingaat.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</tussenkop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                        vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met
                        in begrip van de totstandkoming en samenstelling van de
                        inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, Wet
                        inburgering). Dit artikel legt vast dat het college de samenstelling van de
                        inburgeringsvoorziening afstemt op de omstandigheden van de
                        inburgeringsplichtige.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen bepaalt de wet dat
                        de inburgeringsvoorziening gecombineerd moet worden met een voorziening
                        gericht op arbeidsinschakeling. Uitgangspunt is wel, zo blijkt uit artikel
                        19, vierde lid, van de wet, dat een aanbod voor een inburgeringsvoorziening
                        aan een uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige niet wordt gedaan,
                        indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert.</al><al>In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder geval
                        moet bestaan: een cursus die toe leidt naar het inburgeringsexamen en het
                        eenmaal kosteloos afleggen van dat examen (artikel 19, derde lid, Wet
                        inburgering). Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én
                        nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel
                        uit van de inburgeringsvoorziening (artikel 19, zesde lid, Wet
                        inburgering).</al><al/><tussenkop>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage</tussenkop><al>In de verordening moet vastgelegd worden hoe de inning van de eigen bijdrage
                        van de inburgeringsplichtige door het college zal geschieden (artikel 23,
                        derde lid, Wet inburgering). De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd
                        in de wet en bedraagt € 270,00. Dit bedrag kan bij algemene maatregel van
                        bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid, Wet inburgering).</al><al>Bewust wordt in dit artikel in de verordening alleen een kader vastgelegd
                        door te stellen dat het college in de beschikking zal vastleggen hoe de
                        eigen bijdrage wordt geïnd.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</tussenkop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, Wet inburgering dat
                    bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en
                    plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                    vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de
                    verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in
                    het kader van een inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt in de
                    beschikking tot de toekenning van de inburgeringsvoorziening deze verplichtingen
                    vast.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod</tussenkop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen
                        dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. In het eerste lid
                        van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van een
                        inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze
                        doet en dat het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de
                        inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er
                        geen onduidelijkheid ontstaan over het feit dat het college de
                        inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan.</al><al>Het aanbod zal, in beginsel, inhoudelijk dezelfde strekking hebben als de
                        uiteindelijke beschikking. Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens
                        worden opgevat als instemming met de beschikking tot de toekenning van de
                        inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt
                        opgelegd).</al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige het
                    aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente
                    meedeelt. Deze schriftelijke mededeling zal gedaan worden in de vorm van het
                    ondertekenen van een door de gemeente opgestelde verklaring door de
                    inburgeringsplichtige. Wanneer het aanbod niet aanvaard wordt en de
                    inburgeringsplichtige een oudkomer is die zijn eigen inburgering wil regelen,
                    dan zal het college uiterlijk drie weken na weigering een handhavingsbeschikking
                    opleggen. Met daarin de datum waarop aan de inburgeringsplichten moet zijn
                    voldaan.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 De inhoud van de beschikking</tussenkop><al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening wordt kenbaar
                    gemaakt middels een beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de
                    mogelijkheid heeft tegen dit besluit bezwaar en beroep aan te tekenen. In dit
                    artikel wordt geregeld welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten
                    worden neergelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                    overtredingen en herhaalde overtredingen</tussenkop><al>Artikel 35 van de Wet inburgering draagt de gemeenteraad op bij verordening
                        de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de
                        verschillende overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 van de wet
                        zijn voor de verschillende overtredingen en bij herhaling van de
                        overtreding, de maximale bedragen vastgelegd (tot maximaal € 1.000,-- per
                        overtreding, bij herhaling)</al><al>Er is voor gekozen in de verordening geen gefixeerde bedragen te noemen voor
                        de verschillenden overtredingen van de inburgeringsplichtige. Door alleen de
                        maximale boetes vast te stellen zoals in de wet genoemd, kan college bij
                        elke op te leggen bestuurlijke boete nagaan welke boete passend is, gelet op
                        de individuele omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 11 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>