<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR49330_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening begraafplaats 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Papendrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Papendrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">PN 10-11-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening begraafplaats 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 35 van de wet op de lijkbezorging</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-06-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>065/2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>uitvoeringsbesluit graven, uitvoeringsbesluit grafbedekkingen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP HET BEHEER EN HET GEBRUIK VAN DE GEMEENTELIJKE
                                BEGRAAFPLAATS VOOR DE GEMEENTE PAPENDRECHT 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="66*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>wet</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de Wet op de lijkbezorging en de daaruit
                                                voortvloeiende regelgeving; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>begraafplaats</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de Algemene begraafplaats in Papendrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>college</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het college van burgemeester en wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>graf</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een zandgraf of keldergraf;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>grafkelder</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een betonnen of gemetselde constructie waarin een of
                                                meerdere lijken worden begraven of asbussen worden
                                                bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een
                                                bovengrondse muur of wand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>asbus</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een bus ter berging van as van een overledene;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>urn</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een voorwerp ter berging van een of meer
                                                asbussen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>particulier graf</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>eigen graf, familiegraf, kindergraf, grafkelder, een
                                                graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of
                                                rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                                tot:</al><al>1.het doen begraven en begraven houden van
                                                lijken;</al><al>2.het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen
                                                met of zonder</al><al> urnen;</al><al>3.het doen verstrooien van as.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>algemeen graf</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                                gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van
                                                lijken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>particulier urnengraf</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>eigen urnengraf, familie urnengraf, kinder
                                                urnengraf, urnentuin, een graf waarvoor aan een
                                                natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend
                                                recht is verleend tot:</al><al>1.het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen
                                                met of zonder</al><al> urnen;</al><al>2.het doen verstrooien van as.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>algemeen urnengraf</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                                gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van
                                                asbussen met of zonder urnen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>particuliere urnennis</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of
                                                rechtspersoon het recht tot gebruik is verleend tot
                                                het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen
                                                met of zonder urnen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>particuliere gedenkplaats</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of
                                                rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om
                                                overledenen te gedenken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al>verstrooiingsplaats</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.</al></entry><entry colname="col2"><al>grafbedekking</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>gedenkteken en grafbeplanting op een graf,
                                                gedenkplaats of verstrooiingpaats;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p.</al></entry><entry colname="col2"><al>beheerder</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                                van de begraafplaats of degene die hem
                                                vervangt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>q.</al></entry><entry colname="col2"><al>rechthebbende</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                                uitsluitend recht is verleend op een particulier
                                                graf of een particuliere gedenkplaats en aan wie een
                                                recht tot gebruiker is verleend voor een
                                                particuliere urnennis;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>r.</al></entry><entry colname="col2"><al>gebruiker</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                                recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen
                                                graf of een algemeen urnengraf is verleend;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>s.</al></entry><entry colname="col2"><al>particuliere urnenzuil</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een ruimte in een zuil waarvoor aan een natuurlijk
                                                persoon of rechtspersoon het recht tot gebruik is
                                                verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden
                                                van asbussen met of zonder urnen;</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze
                                                verordening bepaalde wordt, voor zover van belang
                                                onder ‘particulier graf’ mede verstaan: particulier
                                                urnengraf en particuliere gedenkplaats.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze
                                                verordening bepaalde wordt, voor zover van belang
                                                onder ‘algemeen graf’ mede verstaan: algemeen
                                                urnengraf.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Openstelling begraafplaats</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De begraafplaats is voor een ieder dagelijks
                                                toegankelijk van een half uur vóór zonsopgang tot
                                                een half uur na zonsondergang.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ter handhaving van de orde en rust op de
                                                begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden
                                                gesloten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de
                                                begraafplaats niet voor het publiek geopend is zich
                                                daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van
                                                een begrafenis of de bezorging van as.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en
                                                personen die werkzaamheden op de begraafplaats
                                                hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het
                                                belang van de orde, rust en netheid te houden aan de
                                                aanwijzingen van de beheerder.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in
                                                het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de
                                                begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de
                                                begraafplaats te rijden:</al><al>a.elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen;
                                                motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts)
                                                toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer
                                                van materialen;</al><al>b.sneller dan 10 km per uur.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het is op de begraafplaats verboden om:</al><al>a.buiten de verharde paden te (brom)fietsen, dan wel
                                                (brom)fietsen aan de hand mee te voeren;</al><al>b.honden of andere dieren mee te nemen;</al><al>c.op de graven te lopen of te zitten en
                                                gereedschappen of andere niet tot de graven
                                                behorende voorwerpen neer te leggen;</al><al>d.een eigen zitgelegenheid te creëren;</al><al>e.bloemen of andere waren te koop aan te bieden of
                                                hiervoor reclame te maken;</al><al>f.as te verstrooien of andere vormen van
                                                lijkbezorging te bezigen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan ontheffing verlenen van de verboden,
                                                bedoeld in de aanhef, onder a van het derde lid en a
                                                t/m f van het vierde lid.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Begraving of crematie geschiedt niet eerder dan 36
                                                uren na het overlijden en uiterlijk op de zesde
                                                werkdag na het overlijden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van
                                                gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de
                                                begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze
                                                ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de
                                                beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de
                                                wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg
                                                met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het
                                                eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de
                                                orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen
                                                van de beheerder.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere
                            personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze
                            werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten
                                                of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk
                                                om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die
                                                waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal
                                                plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder.
                                                De zaterdag geldt voor de toepassing van deze
                                                bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester
                                                toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving
                                                aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden
                                                gedaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het
                                                bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf,
                                                alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag
                                                uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van
                                                de beheerder. De nabestaanden kunnen deze
                                                werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel
                                                of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens
                                                daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande
                                                werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder
                                                hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de
                                                toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij
                                                dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de
                                                beheerder op te volgen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het
                                                verlof tot begraven is overgelegd aan de
                                                beheerder.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een
                                                particulier graf zal plaatsvinden, dient een
                                                machtiging daartoe aan de beheerder te worden
                                                overgelegd ondertekend door de rechthebbende of,
                                                indien deze is overleden, door degene die in de
                                                uitvaart voorziet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf
                                                waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke
                                                minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen
                                                plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de
                                                uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de
                                                alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk
                                                is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De
                                                verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                                rechthebbende.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging
                                                wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken
                                                toereikend zijn.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is:</al><al>a.op werkdagen van 09.00 tot 15.30 uur;</al><al>b.op zaterdag van 09.00 tot 14.00 uur.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze
                                                tijden afwijken.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Op de begraafplaats kan worden uitgegeven:</al><al>a.particuliere graven en particuliere
                                                urnengraven;</al><al>b.particuliere urnennissen;</al><al>c.particuliere gedenkplaatsen;</al><al>d.particuliere urnenzuil;</al><al>e.algemene graven;</al><al>f.algemene urnengraven;</al><al>g.verstrooiingsplaats.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels
                                                hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder
                                                urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere
                                                graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de
                                                particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college
                                                bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van
                                                de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet
                                                korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de
                                                Wet op de lijkbezorging.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Aantal overledenen in algemene graven</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>In de algemene graven worden maximaal twee lijken
                                                begraven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>In de algemene urnengraven worden maximaal één asbus
                                                met of zonder urn bijgezet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De hoeveelheid verstrooiingen van as op een algemeen
                                                graf/algemeen urnengraf is maximaal de as van twee
                                                overledenen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De particuliere graven worden slechts voor directe
                                                begraving en in volgorde van ligging
                                                uitgegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan een particulier graf toewijzen
                                                anders dan voor directe begraving en buiten de
                                                volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie
                                                op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en
                            particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt
                            voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Termijnen particuliere graven</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>a.Het college verleent, voor zover de daartoe
                                                bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op
                                                een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen
                                                aanvraag, voor de tijd van veertig jaar recht op een
                                                particulier graf. De termijn begint te lopen op de
                                                datum waarop het particuliere graf is
                                                uitgegeven.</al><al>b.Het college verleent, voor zover de daartoe
                                                bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op
                                                een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen
                                                aanvraag, voor de tijd van twintig jaar recht op een
                                                particulier urnengraf, particuliere urnennis of
                                                particuliere urnenzuil.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht
                                                wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd
                                                telkens met een termijn van tien jaar, mits de
                                                aanvraag binnen twee jaar voor het verstrijken van
                                                de lopende termijn wordt ingediend.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14a.</nr><titel>Termijnen algemene graven</titel></kop><al>Ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het
                            verstrijken van de termijn van uitgifte van een algemeen graf doet de
                            beheerder van de begraafplaats daarvan schriftelijk mededeling aan de
                            gebruiker bij dat graf wiens adres hem bekend is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen
                            voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag
                                                van de rechthebbende worden overgeschreven op naam
                                                van een ander natuurlijk persoon of
                                                rechtspersoon.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht
                                                op het particuliere graf worden overgeschreven op
                                                naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon,
                                                indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen 12
                                                maanden na het overlijden van de rechthebbende.
                                                Indien de overleden rechthebbende in het graf dient
                                                te worden begraven, of indien de asbus met zijn
                                                resten in het graf dient te worden bijgezet, dient
                                                het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand
                                                te worden gedaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de
                                                aanvraag tot overschrijving aan het college niet
                                                wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit
                                                artikel gestelde termijn van twaalf maanden, is het
                                                college bevoegd het recht op het particuliere graf
                                                te doen vervallen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde
                                                termijn van twaalf maanden kan het college het
                                                particuliere graf alsnog op naam stellen van een
                                                nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking
                                                heeft op een particulier graf dat inmiddels is
                                                geruimd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Vervallen van rechten</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het recht op een particulier/algemeen graf
                                                vervalt:</al><al>a.door het verlopen van de termijn;</al><al>b.indien de rechthebbende of gebruiker afstand doen
                                                van het recht;</al><al>c.indien de begraafplaats wordt opgeheven;</al><al>d.indien een gedeelte van de begraafplaats gesloten
                                                wordt verklaard.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan het recht op een
                                                particulier/algemeen graf vervallen verklaren:</al><al>a.indien de betaling van het recht op een
                                                particulier/algemeen graf en het onderhoudsrecht ten
                                                behoeve van de vestiging of verlenging van het recht
                                                op een particulier/algemeen graf niet tijdig is
                                                geschied;</al><al>b.indien de rechthebbende of gebruiker, ondanks een
                                                aanmaning, in verzuim blijft een op grond van deze
                                                verordening op hem rustende verplichting na te komen
                                                of daarmee in strijd handelt;</al><al>c.indien de rechthebbende of de gebruiker het recht
                                                niet binnen twaalf maanden is overgeschreven, zie
                                                artikel 16.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>In de gevallen als bedoeld in het eerste lid,
                                                onderdelen b, c en d, en in het tweede lid vindt
                                                geen terugbetaling plaats van rechten of een deel
                                                daarvan, betaalde onderhoudsrechten of andere
                                                kosten/vergoedingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>In de gevallen als bedoeld in het eerste lid en het
                                                tweede lid doet het college schriftelijk mededeling
                                                aan de rechthebbende/gebruiker.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Eventueel op het graf aanwezige grafbedekking en
                                                andere voorwerpen kunnen gedurende een maand vóór
                                                het vervallen van het recht op een
                                                particulier/algemeen graf door de rechthebbende of
                                                gebruiker van het graf worden verwijderd. Na het
                                                vervallen van het recht op een particulier/algemeen
                                                graf kunnen zij geen aanspraken op deze voorwerpen
                                                doen gelden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>GRAFBEDEKKINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een
                                                schriftelijke vergunning nodig van het college.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De rechthebbende van een particulier graf vraagt de
                                                vergunning voor het hebben van een grafbedekking
                                                aan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de
                                                wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de
                                                afmetingen van de grafbedekking en de wijze van
                                                aanbrengen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><al>a.niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere
                                                regels, genoemd in het derde lid;</al><al>b.de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van
                                                de begraafplaats;</al><al>c.de duurzaamheid van de materialen onvoldoende
                                                is;</al><al>d.de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk
                                                is;</al><al>e.de tekst aanstootgevend is;</al><al>f.het plaatsen van een firmanaam of enige andere
                                                reclame op grafbedekking is niet toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>De houder van de vergunning dient wijzigingen
                                                schriftelijk door te geven aan het college.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Onderhoud door rechthebbende of gebruiker</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen,
                                                vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking
                                                geschiedt door, voor rekening van en voor risico van
                                                de rechthebbende of de gebruiker.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de
                                                grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te
                                                herstellen en is gehouden aan het gestelde in deze
                                                verordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de
                                                grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te
                                                herstellen, kan het college de hiervoor in
                                                aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele
                                                grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde
                                                blijft gedurende dertien weken ter beschikking van
                                                de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna
                                                aan de gemeente, zonder dat deze tot enige
                                                vergoeding verplicht is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het
                                                college de rechthebbende of de gebruiker door middel
                                                van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft
                                                gesteld van de toestand van de grafbedekking.
                                                Wanneer het adres van de rechthebbende of de
                                                gebruiker niet bekend is maakt het college de
                                                verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het
                                                mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een
                                                verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per
                                                aanschrijving verplichten een beschadiging aan de
                                                grafbedekking te herstellen binnen de door het
                                                college gestelde termijn indien de beschadiging
                                                zodanig is dat deze naar het oordeel van het college
                                                het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt
                                                of indien de beschadiging van de grafbedekking
                                                gevaar op levert voor derden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Niet-blijvende grafbeplanting</titel></kop><al>Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat
                            verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                            worden verwijderd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verwijdering grafbedekking</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de
                                                termijn van uitgifte van het graf door het college
                                                worden verwijderd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het
                                                college de rechthebbende of de gebruiker door middel
                                                van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft
                                                gesteld over de verwijdering van de grafbedekking.
                                                Wanneer het adres van de rechthebbende of de
                                                gebruiker niet bekend is maakt het college de
                                                verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het
                                                mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een
                                                verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na
                                                de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de
                                                gemeente, zonder dat de gemeente tot enige
                                                vergoeding verplicht is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een ieder moet gedogen dat grafbedekking of andere
                                                op het graf geplaatste voorwerpen tijdelijk worden
                                                weggenomen of verplaatst, indien dit ter begraving
                                                van lijken in de nabijheid van het graf of om andere
                                                redenen noodzakelijk is.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Aansprakelijkheid</titel></kop><al>De gemeente is niet verantwoordelijk voor de grafbedekking of andere
                            voorwerpen, welke zich op of bij het graf bevinden. Evenmin kan zij
                            aansprakelijk worden gesteld voor schade aan de grafbedekking of andere
                            voorwerpen of het zoekraken daarvan, tenzij aan de zijde van de gemeente
                            opzet of grove schuld aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Het college voorziet in algemene zin de zorg voor onderhoud van de
                            begraafplaats, zoals het onderhoud van de paden, het groenonderhoud, het
                            schoonhouden van de begraafplaats en het na verzakking opnieuw stellen
                            van de grafbedekking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23a.</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende van een particulier graf</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>In geval van kennelijke verwaarlozing van het
                                                onderhoud van een particulier graf, kan de beheerder
                                                van de begraafplaats, voor zover de plicht tot
                                                onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing
                                                vastleggen in een schriftelijke verklaring, die hij
                                                toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar
                                                na ontvangst in het onderhoud voorziet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in
                                                het eerste lid, niet bevestigd wordt, maakt de
                                                beheerder van de begraafplaats de verklaring bekend
                                                bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats,
                                                gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat
                                                in die periode in het onderhoud is voorzien.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien toepassing is gegeven aan het eerste of
                                                tweede lid en niet alsnog in het onderhoud van het
                                                graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op
                                                het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar,
                                                bedoeld in het eerste respectievelijk tweede lid, is
                                                verstreken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar
                                                is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld
                                                in het tweede lid is verstrekken, blijft de
                                                bekendmaking in stand totdat de periode van twintig
                                                jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in
                                                het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in
                                                het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het
                                                recht op het graf zodra de termijn van twintig jaar
                                                is verstrekken.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de
                                                ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten
                                                te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat
                                                bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke
                                                resten worden geconfronteerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige
                                                menselijke resten worden begraven en de as wordt
                                                verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten
                                                van de begraafplaats.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in
                                                een algemeen graf kunnen bij de beheerder een
                                                aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke
                                                resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor
                                                crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden
                                                van een overledene waarvan een asbus al of niet met
                                                een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij
                                                de beheerder een aanvraag indienen om deze ter
                                                beschikking te houden voor herbegraving of
                                                verstrooiing elders.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij de
                                                beheerder een aanvraag indienen om de menselijke
                                                resten te doen verzamelen om deze opnieuw in
                                                dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze
                                                te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De
                                                rechthebbende op een particulier urnengraf of
                                                particuliere urnennis kan bij de beheerder een
                                                aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden
                                                om elders bij te zetten of om de as te doen
                                                verstrooien.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>GEDEELTE VOOR KERKGENOOTSCHAP</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan na overleg met het bestuur van het
                                                kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van
                                                het gedeelte, de indeling van graven, de
                                                onderverdeling van graven in categorieën en de eisen
                                                voor de grafbedekking op het ter beschikking van het
                                                kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats
                                                nadere regels stellen die afwijken van de regels
                                                krachtens de artikelen 3, eerste lid, 11, tweede
                                                lid, 14 en 19, derde lid, van deze verordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college stelt het bestuur van het
                                                kerkgenootschap schriftelijk ervan in kennis dat de
                                                grafbedekking van een of meer graven onderhoud en
                                                herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap
                                                schriftelijk om een dergelijke kennisgeving heeft
                                                verzocht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten van het college die genomen voor in
                                                werking treden van deze verordening gelden als
                                                besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van
                                                deze verordening een aanvraag om vergunning is
                                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding
                                                van deze verordening niet op de aanvraag is beslist,
                                                wordt daarop deze verordening toegepast.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Hij die handelt in strijd met deze verordening wordt
                                                gestraft met een geldboete van de eerste
                                                categorie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Overtreding van artikel 4 van de verordening kan
                                                worden gestraft met openbaarmaking van de
                                                rechtelijke uitspraak.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze verordening treedt in werking op dag na
                                                bekendmaking.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                                verordening vervalt de Beheersverordening
                                                begraafplaats Papendrecht 2002.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de “Beheersverordening
                            begraafplaats 2010”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ………..,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>A.P.M.A.F. Bergmans</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>C.J.M. de Bruin</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING BEHEERSVERORDENING BEGRAAFPLAATS 2010</tussenkop><tussenkop>A. Algemene toelichting</tussenkop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>De beheersverordening begraafplaatsen Papendrecht is voor het laatst herzien in
                    2002. Nieuwe ontwikkelingen maken een volgende herziening van de verordening
                    noodzakelijk. Hier dient de wijziging van de Wet op de lijkbezorging van 12 juni
                    1999 te worden genoemd, naast andere of nieuwe gewijzigde wet- en regelgeving,
                    zoals de Europese Dienstenrichtlijn.</al><al>Ook om andere redenen was een herziening van de verordening gewenst. Zo kwam uit
                    de praktijk de behoefte de rechten en plichten van zowel de beheerder als
                    gebruikers van begraafplaatsen nauwkeuriger te omschrijven. Het taalgebruik en
                    de formulering bleek in sommige artikelen enigszins verouderd.</al><al>Deze nieuwe beheersverordening is medegebaseerd op de modelverordening van de
                    VNG.</al><tussenkop>De verordenende bevoegdheid</tussenkop><al>In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke
                    verordeningen door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe
                    niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of burgemeester
                    is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de raad de
                    verordening die de raad in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 zijn in
                    de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht. In het kader
                    hiervan zijn de bestuursbevoegdheden van de Gemeentewet geconcentreerd bij het
                    college en zijn de kaderstellende en controlerende bevoegdheden van de raad
                    versterkt.</al><al>De grondslag voor de verordenende bevoegdheid voor begraafplaatsen berust op
                    artikel 149 van de Gemeentewet. Daarnaast moet worden genoemd artikel 35 van de
                    Wet op de lijkbezorging dat een verordening eist voor de dagen en uren dat de
                    gemeente gelegenheid moet geven tot begraven.</al><tussenkop>Gemeentelijk begraafplaatsenbeleid</tussenkop><al>De beheersverordening begraafplaatsen bevat verschillende regels die de gemeente
                    hanteert voor de instandhouding van en de dienstverlening op de gemeentelijke
                    begraafplaats. In deze paragraaf wordt aandacht geschonken aan enkele van deze
                    regels.</al><al>De burgers hebben vaak een emotionele betrokkenheid met de begraafplaatsen en
                    alles wat zich daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor
                    financiële lasten. Dit maakt het nodig om de rechten en verplichtingen duidelijk
                    vast te leggen. Er is naar gestreefd om overbodige regelgeving te voorkomen en
                    procedures kort te houden. De beheerder van de begraafplaats kan worden
                    aangewezen voor contacten met de burgers, bijvoorbeeld voor het in ontvangst
                    nemen van diverse aanvragen.</al><al>Voor de dienstverlening op begraafplaatsen geeft de verordening een uitgebreid
                    voorzieningenpakket. De regeling noemt algemene en particuliere graven,
                    bestemmingen voor as en gedenkplaatsen voor vermisten of voor overledenen in den
                    vreemde in geval het lichaam niet naar Nederland is vervoerd. Hiermee wordt
                    voldaan aan datgene waar de samenleving om vraagt. In deze regeling is
                    vastgelegd dat de gemeente in beginsel bereid is om de voorzieningen te treffen.
                    Dat wil dus niet zeggen dat alle voorzieningen daadwerkelijk op iedere
                    gemeentelijke begraafplaats aanwezig moeten zijn. Het verdient misschien
                    aanbeveling om met het treffen van sommige feitelijke voorzieningen te wachten
                    tot de vraag zich aandient. Van belang is wel om vast te leggen en bekend te
                    maken dat de gemeente in principe bereid is om deze voorzieningen te bieden
                    zodra blijkt dat daaraan behoefte is. De als mogelijkheid aanwezige
                    dienstverlening is dan in de volle breedte voor iedereen duidelijk.</al><al>De beheersverordening geeft het college de bevoegdheid om de graven en
                    urnennissen in te delen in categorieën. Het verdient aanbeveling om daarbij niet
                    in de eerste plaats de verschillende soorten graven als uitgangspunt te nemen,
                    maar zo veel mogelijk aan te sluiten bij de natuurlijke situatie van het park en
                    de daar aanwezige beplanting en kunstvoorwerpen. Op deze wijze kan een te
                    strakke en starre inrichting worden voorkomen en behoudt het park zijn
                    aantrekkelijkheid voor veel ingezetenen.</al><al>Het is voor nabestaanden, maar ook voor uitvaartondernemers, hoveniers en
                    steenhouwers begrijpelijkerwijs gewenst dat de overboeking van een grafruimte of
                    de goedkeuring voor een grafbedekking snel verloopt. Daarom kunnen de aanvragen
                    om grafuitgiften en vergunningen voor grafbedekking volgens deze verordening het
                    best worden ingediend bij de beheerder van de begraafplaats. Door mandaat van de
                    beslissingsbevoegdheid aan de beheerder kunnen de verzoeken door hem worden
                    behandeld en afgewikkeld onder verantwoordelijkheid van het college.</al><tussenkop>Wijzigingen in wet- en regelgeving</tussenkop><tussenkop>Wet op de lijkbezorging</tussenkop><al>De Wet op de lijkbezorging is op 12 juni 2009 gewijzigd. De wijziging werd van
                    kracht op 1 januari 2010. Deze wijziging heeft gevolgen voor de
                    beheersverordening begraafplaatsen, zoals deze was opgesteld in 2002.</al><al>De wijzigingen die aanpassing van de verordening noodzakelijk maken betreffen de
                    volgende wetsartikelen:</al><al>Artikel 16: ‘Begraving of verbranding geschiedt niet eerder dan 36 uren na het
                    overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden.’</al><al>In de oude wetstekst werd als laatst mogelijke dag de vijfde dag na het
                    overlijden genoemd. De verlenging van deze termijn heeft gevolgen voor de
                    termijn van aanmelding van herdenkingsbijeenkomsten e.d. op de begraafplaats,
                    die doorgaans niet kunnen samenvallen met een begrafenis. Dit wordt geregeld in
                    artikel 5 (‘Plechtigheden’) van de beheersverordening.</al><al>Artikel 23, tweede lid: ‘Begraving geschiedt in een algemeen graf, waarbij de
                    houder van de begraafplaats bepaalt wie daarin wordt begraven, dan wel in een
                    particulier graf, zijnde een graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd,
                    waarbij de rechthebbende bepaalt wie daarin wordt begraven.’</al><al>De term ´algemeen graf´ kwam in de oude wetstekst niet voor, maar werd al wel
                    gebruikt in de beheersverordening. Daarentegen sprak de oude verordening van een
                    ´eigen graf´ wanneer het een graf betrof waarop een uitsluitend recht was
                    gevestigd. In het nieuwe model wordt de terminologie van de gewijzigde wet
                    gevolgd. </al><al>Artikel 27a. In dit nieuwe artikel wordt bepaald dat de houder van de
                    begraafplaats ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het
                    verstrijken van de termijn van uitgifte van een algemeen graf schriftelijk
                    mededeling daarvan doet aan de belanghebbende bij het graf. Nu dit bij wet is
                    geregeld is de noodzaak dit op te nemen in de beheersverordening vervallen.</al><al>Artikel 28. Het eerste lid van dit artikel is gewijzigd in die zin, dat de
                    minimumtermijn voor verlenging van het uitsluitend recht op een graf van twintig
                    jaar is teruggebracht tot tien jaar. </al><al>De laatste zin van dit lid betreft de verlenging en luidt: ‘Het voor bepaalde
                    tijd verleende recht wordt op verzoek, mits gedaan binnen twee jaar voor het
                    verstrijken van de termijn, telkens verlengd, met dien verstande dat de houder
                    van de begraafplaats kan bepalen dat een periode van verlenging niet korter is
                    dan vijf jaar en niet langer is dan twintig jaar.’</al><al>Een en ander heeft gevolgen voor artikel 14 (‘Termijnen particuliere graven’)
                    van de beheersverordening, waarbij Papendrecht voor particuliere graven de
                    termijn op twintig c.q. veertig jaar heeft gesteld en voor de verlenging een
                    termijn van tien jaar.</al><al>Het vierde, vijfde, zesde en zevende lid van artikel 28 bevatten nieuwe
                    bepalingen betreffende kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een
                    graf:</al><al>Lid 4: ‘In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een
                    particulier graf, kan de houder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot
                    onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke
                    verklaring, die hij toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na
                    ontvangst in het onderhoud voorziet.’</al><al>Lid 5: ‘Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet
                    bevestigd wordt, maakt de houder van de begraafplaats de verklaring bekend bij
                    het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf
                    jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.’</al><al>Lid 6: ‘Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog
                    in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het
                    moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde
                    respectievelijk vijfde lid, is verstreken.’</al><al>Lid 7: ‘Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het
                    moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de
                    bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken dan wel
                    totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het
                    onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de
                    termijn van twintig jaar is verstreken.’</al><al>Deze bepalingen geven de houders van de begraafplaatsen de mogelijkheid de
                    grafrechten van verwaarloosde graven vijf jaar na constatering en bekendmaking
                    te laten vervallen, met dien verstande dat de minimale uitgiftetermijn (tien
                    jaar) wordt gerespecteerd. Vóór de wetswijziging kon het recht pas dertig jaar
                    na de laatste begraving vervallen. </al><al>Artikel 32. Dit artikel gaf in de ongewijzigde wet de minister de mogelijkheid
                    bij algemene maatregel van bestuur regels te stellen omtrent de wijze van
                    begraven, de inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. Dit
                    is uitgebreid met de mogelijkheid regels te stellen omtrent het ruimen van de
                    graven, het verwijderen van de grafmonumenten en de teraardebestelling van de
                    overblijfselen der lijken. Deze wijziging kwam tot stand nadat was gebleken dat
                    de samenleving behoefte had aan bepaalde richtlijnen voor met name het ruimen en
                    de teraardebestelling van de overblijfselen. </al><al>Met het oog hierop is in de verordening een lid toegevoegd aan het artikel
                    betreffende de ruiming en de bezorging van overblijfselen (artikel 24). Volgens
                    dit lid heeft de beheerder de plicht er zorg voor te dragen dat er altijd met
                    respect en piëteit wordt omgegaan met menselijke resten.</al><al>Artikel 32a. In dit nieuwe artikel wordt bepaald dat gedurende de periode dat
                    een graf niet geruimd mag worden het artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e
                    en f, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op hetgeen op
                    het graf is geplaatst. Dit artikel van het Burgerlijk Wetboek betreft de
                    natrekking. In 2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat graftekens (van
                    graven met uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28 Wet op de lijkbezorging)
                    middels natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de grond. De
                    consequentie van deze uitspraak was dat de begraafplaats als eigenaar van
                    grafmonumenten aansprakelijk was voor de schade die het grafmonument aan een
                    ander grafmonument of aan een ander object, mens of dier aanbrengt
                    (risicoaansprakelijkheid). Het nieuwe wetsartikel legt de eigendom en daarmee
                    ook de risicoaansprakelijkheid van de graftekens bij de rechthebbende.</al><tussenkop>Vermindering administratieve lasten</tussenkop><al>Vele zaken zijn in de verordening geregeld door middel van een meldingsplicht,
                    zoals het houden van plechtigheden (art. 5), het doen begraven en het doen
                    bijzetten of doen verstrooien van as en het door de nabestaanden zelf openen en
                    sluiten van een graf (art.7). Een melding genereert weinig administratieve
                    lasten.</al><al>Slechts in twee gevallen dient in het model een vergunning te worden
                    aangevraagd, i.e. voor het aanbrengen van een grafkelder (art. 15) en voor het
                    hebben van een grafbedekking (art. 18). </al><al>De vergunningsplicht voor het hebben van een grafbedekking is in de nieuwe
                    verordening gehandhaafd. Controle achteraf met als uiterste consequentie
                    correctie is, juist bij grafbedekkingen, ongewenst. Het ontwerpen, de aanschaf
                    en de plaatsing van een grafmonument gaat doorgaans met emoties gepaard. Wanneer
                    achteraf blijkt dat het monument niet aan de eisen voldoet is het ondoenlijk om
                    nabestaanden alsnog te vragen het gedenkteken aan te passen of te verwijderen.
                    Op een aantal begraafplaatsen is het wellicht mogelijk een gedeelte te bestemmen
                    voor graven waarbij voor het hebben van een grafbedekking slechts een
                    meldingsplicht geldt. </al><al>De toestemming van het college, zoals vereist voor steenhouwers, hoveniers etc.
                    die werkzaamheden op de begraafplaats willen verrichten (art. 4 eerste lid van
                    het oude model) heeft geen toegevoegde waarde. De beheerder heeft immers al de
                    bevoegdheid tegen ongewenste praktijken op te treden, volgens artikel 4 eerste
                    en tweede lid van de nieuwe verordening. Afschaffing van de toestemmingsvereiste
                    leidt tot vermindering van administratieve en bestuurlijke lasten.</al><tussenkop>Lex silencio positivo</tussenkop><al>In een voorgestelde nieuwe wijziging van de Wet op de lijkbezorging wordt in
                    artikel 29 voor de vergunning tot opgraving een Lex silencio positivo (positieve
                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) opgenomen. Dat wil zeggen dat
                    wanneer op een aanvraag tot opgraving niet op tijd wordt beslist, de vergunning
                    van rechtswege is verleend.</al><al>Bij de beide vergunningen die deze beheersverordening regelt (i.e. voor het
                    grafmonument en voor de grafkelder) is niet voor een Lex silencio positivo
                    gekozen. Op zich is hier tegen een Lex silencio positivo weinig bezwaar. De
                    vergunningen worden doorgaans tijdig verleend of afgewezen. Daarbij kunnen ook
                    van tevoren regels worden gesteld die voor een vergunning van rechtswege gelden
                    (bijvoorbeeld over maatvoering en materiaalgebruik). Bij gemeenten bestaat
                    echter veel zorg over het ontstaan van situaties waarbij toch niet aan deze
                    regels wordt voldaan, zoals hiervoor al is uiteengezet. Gemeenten wensen één
                    situatie te allen tijde te vermijden, namelijk dat nabestaanden worden
                    geconfronteerd met een handhavingactie waarbij een grafmonument (of kelder) weer
                    moet worden verwijderd omdat het niet aan de regels voldoet. Om die reden is in
                    deze verordening afgezien van de Lex silencio positivo.</al><tussenkop>Europese Dienstenrichtlijn</tussenkop><al>De Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG) schrijft de Lex silencio
                    positivo dwingend voor bij vergunningsstelsels die onder de reikwijdte van deze
                    richtlijn vallen. Dat is bij de vergunningen die in deze verordening zijn
                    opgenomen echter niet het geval. Het al dan niet toepassen van de Lex silencio
                    positivo is dus een autonome keuze van de gemeente.</al><al>De vorige verordening bevatte één bepaling die zich specifiek tot
                    dienstverleners richtte, namelijk tot steenhouwers, hoveniers en anderen die op
                    de begraafplaats werkzaamheden verrichten (artikel 4, eerste lid). Om te
                    voorkomen dat de volle lasten van de Dienstenrichtlijn op deze bepaling zouden
                    komen te rusten (screening en notificatie) is besloten de bepaling te schrappen.
                    Bovendien is voor de ordelijke gang van zaken deze bepaling niet noodzakelijk,
                    zoals hierboven is uiteengezet.</al><tussenkop>B. Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al>In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd.</al><al>d en e. Grafkelders worden in de praktijk steeds vaker gebruikt. Wanneer een of
                    meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet in een grafkelder,
                    spreekt men van een keldergraf, in tegenstelling tot een zandgraf.</al><al>h.Een particulier graf werd in de oude verordening aangeduid als ‘eigen’ graf.
                    Ook in het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘eigen graf’ altijd gebezigd. De
                    nieuwe verordening volgt echter de terminologie van de Wet op de lijkbezorging
                    en de model-verordening van de VNG.</al><al>h en j. De mogelijkheid wordt geboden as te doen verstrooien in of op de
                    particuliere graven. Regels voor het verstrooien van as op particuliere graven
                    kunnen desgewenst worden opgenomen in artikel 10 (Indeling graven en
                    asbezorging).</al><al>q en r. De termen rechthebbende en gebruiker zijn nader gedefinieerd.</al><tussenkop>Artikel 2.</tussenkop><al>Voor een particulier graf, particulier urnengraf en particuliere gedenkplaats
                    gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten.</al><tussenkop>Artikel 3.</tussenkop><al>Dit artikel maakt het de beheerder tevens mogelijk de begraafplaats geheel of
                    gedeeltelijk te sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven noodzakelijk
                    is.</al><tussenkop>Artikel 4.</tussenkop><al>De verordening bevat gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats
                    gebruik maken, in het belang van orde, rust en netheid. Tegen overtreding van de
                    voorschriften is straf bedreigd. De politie kan als gevolg van de
                    strafbedreiging tegen orderverstoringen optreden en zo nodig proces verbaal
                    opmaken.</al><al>Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in het derde lid onder a en het
                    vierde lid bestaat behoefte. Aangezien een dergelijke handeling niet
                    overeenstemt met het beeld van orde en rust dient met het verlenen van de
                    ontheffing uiterst terughoudend te worden omgegaan.</al><tussenkop>Artikel 5.</tussenkop><al>Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te
                    eisen dat de mededeling zes werkdagen vooraf moet plaatsvinden, kan worden
                    voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis dient
                    volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden te
                    geschieden.</al><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het
                    karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving
                    worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties van 1998
                    en de bepalingen van artikel 2:1 van de APV.</al><tussenkop>Artikel 6.</tussenkop><al>Uitdrukkelijk is gesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming van
                    een of meer graven alleen de personen aanwezig zijn die met de werkzaamheden
                    zijn belast.</al><tussenkop>Artikel 7.</tussenkop><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                    voor graf er wordt gevraagd.</al><al>De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet in
                    of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, meestal een urnennis.</al><al>In de vorige verordening was de bepaling opgenomen dat het lijk bij aankomst op
                    de begraafplaats of in het crematorium voorzien diende te zijn van een
                    identiteitskenmerk. Deze bepaling is geschrapt, aangezien dit vereiste volgt uit
                    artikel 8 van de Wet op de lijkbezorging.</al><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten
                    zijn, ook om redenen van veiligheid, toch de aanwijzingen en de hulp van het
                    personeel van de begraafplaats nodig. Het gaat dan vooral om het openen en
                    sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen eventueel door de nabestaanden en
                    het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. Zo kunnen de
                    nabestaanden bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de
                    handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te
                    zware lichamelijke inspanning vragen. Werkzaamheden als het aanbrengen van de
                    grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf en het verwijderen van
                    die randen voor het sluiten van het graf zullen door het personeel moeten worden
                    verricht.</al><tussenkop>Artikel 8.</tussenkop><al>De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de behandelende arts of de
                    gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de
                    ambtenaar van de burgerlijke stand (artikel 12). Vervolgens geeft deze
                    schriftelijk verlof tot begraven of cremeren (artikel 11). Dit verlof dient te
                    worden overlegd aan de beheerder. Door de medewerking aan de begrafenis te
                    weigeren wanneer dit verlof niet in zijn bezit is voldoet de beheerder aan de
                    wettelijke vereisten.</al><al>Vanuit het oogpunt van vermindering van administratieve lasten verdient het
                    aanbeveling het hierboven genoemde traject zo soepel mogelijk te doen verlopen.
                    Een digitalisering van de genoemde processen en voorgeschreven formulieren zal
                    aanzienlijk bijdragen aan de reductie van administratieve lasten. Volgens de
                    memorie van antwoord aan de Eerste Kamer, ontvangen op 15 mei 2009 bij de
                    behandeling van de Wijziging van de Wet op de lijkbezorging, werkt de minister
                    van Justitie aan een wetsvoorstel elektronische burgerlijke stand dat hierin
                    voorziet.</al><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende
                    zelf in het particuliere graf mag worden bijgezet (tweede lid). Het verzoek tot
                    overschrijving van het recht dient in dit geval wel vóór de bijzetting te worden
                    gedaan volgens artikel 16, tweede lid.</al><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn (derde lid) is de termijn dat een lijk
                    volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd.
                    Het is voorgekomen dat in particuliere graven begravingen of bijzettingen
                    betrekkelijk kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn plaatsvonden. Daarom
                    is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of bijzetting alleen kan
                    plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn. Uiteraard
                    zal die verlenging dan een periode moeten omvatten die de alsdan resterende
                    uitgiftetermijn ten minste gelijk maakt aan de wettelijke minimum
                    grafrusttermijn, dat wil zeggen tien jaar.</al><tussenkop>Artikel 9.</tussenkop><al>Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van
                    begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen
                    tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen
                    dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt begraven, waarbij
                    Papendrecht heeft gekozen voor werkdagen van 09.00 tot 15.30 en zaterdag van
                    09.00 tot 14.30 uur. </al><al>Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat (dat wil zeggen zaterdag).
                    Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat de
                    begraafplaatsen op zondagen en niet-Joodse feestdagen voor een begrafenis kunnen
                    worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de
                    nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis
                    of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om de
                    begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen.</al><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft
                    gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om
                    deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in
                    geval van lijkvinding.</al><tussenkop>Artikel 10.</tussenkop><al>Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten
                    van voorzieningen op de begraafplaats. Gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld worden
                    uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het buitenland is overleden en
                    het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd.</al><tussenkop>Artikel 11.</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 12.</tussenkop><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit
                    niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden
                    gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de
                    bodem.</al><tussenkop>Artikel 13.</tussenkop><al>Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels wil
                    vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende
                    delen (categorieën) van de begraafplaats.</al><tussenkop>Artikel 14.</tussenkop><al>Volgens artikel 28, eerste lid van de Wet op de lijkbezorging kan het recht op
                    een graf voor tenminste tien jaar worden verleend. Voorts kan, wanneer sprake is
                    van verlenging, de houder van de begraafplaats bepalen dat de periode van
                    verlenging niet korter is dan vijf jaar en niet langer dan twintig jaar. Daarom
                    is in de verordening van Papendrecht de uitgiftetermijn voor particuliere graven
                    gesteld op veertig jaar en de uitgiftetermijn voor particuliere
                    urnengraf/urnennis/urnenzuil gesteld op twintig jaar. Voor verlenging van de
                    graven is de verlengingstermijn gesteld op tien jaar. De wet geeft Papendrecht
                    de mogelijkheid om van de genoemde tenminste termijnen te mogen afwijken.</al><al>Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de
                    uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of
                    bijzetting. Daarom is de laatste zin in het eerste lid van artikel 14 van de
                    verordening, betreffende de aanvang van de termijn, opgenomen.</al><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28 dat vanaf twee jaar voor het
                    verstrijken van de lopende termijn verlenging van de termijn kan worden
                    aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet, volgens het
                    tweede lid van genoemd wetsartikel, het college de rechthebbende op het graf
                    mededelen dat de termijn gaat aflopen. Volgens het oude wetsartikel diende deze
                    mededeling schriftelijk te geschieden ‘aan de rechthebbende wiens adres de
                    houder van de begraafplaats bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn’. Het
                    laatste deel van de zin (‘of redelijkerwijs bekend kan zijn’) is bij de
                    wijziging van de wet geschrapt. In het kader van de vermindering van
                    administratieve lasten komt de verantwoordelijkheid voor het geven van het
                    juiste adres nu uitdrukkelijk bij de rechthebbende te liggen. Van de houder van
                    de begraafplaats wordt dan niet méér verlangd dan dat hij het adres uit zijn
                    eigen administratie gebruikt. Tevens ontslaat dit de beheerder van de plicht het
                    GBA-netwerk te (doen) raadplegen. Wanneer niet binnen drie maanden om verlenging
                    van het recht is verzocht, dient de mededeling bekend te worden gemaakt bij het
                    graf en bij de ingang van de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat
                    de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen.</al><al>Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op
                    particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden moeten worden
                    bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden
                    genomen.</al><tussenkop>Artikel 14a.</tussenkop><al>De beheerder van de begraafplaats is verplicht tenminste zes maanden en ten
                    hoogste twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte dat
                    schriftelijk aan de gebruiker, wiens adres hem bekend is, bekend te maken. Na
                    afloop van de uitgiftetermijn is het namelijk mogelijk dat het graf wordt
                    geruimd. Meestal zal de gebruiker de opdrachtgever van de begrafenis zijn.</al><tussenkop>Artikel 15.</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 16.</tussenkop><al>Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van het
                    college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om lijken
                    in een bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een vergelijking
                    mogelijk met de vergunning een standplaats in te nemen op de openbare weg. De
                    koopman mag op een bepaalde plaats staan. Net als bij de standplaatsvergunning
                    steunt het recht om lijken in een bepaald graf – vroeger aangeduid als 'eigen
                    graf' – te begraven op een persoonlijke beschikking. De eigenaar kan zijn recht
                    dus niet verkopen. Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden
                    overgeschreven op een ander.</al><al>In de vorige verordening was bepaald dat het recht op een graf slechts kon
                    worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner van de
                    (overleden) rechthebbende dan wel op naam van een bloedverwant of aanverwant tot
                    en met de derde graad. Slechts wanneer er gewichtige redenen bestonden was
                    overschrijving op naam van een ander mogelijk. Uit de praktijk bleek dat deze
                    beperking niet of lastig te handhaven is en bovendien administratieve lasten
                    veroorzaakt. Daarom is deze regel geschrapt. Wel wordt nu de mogelijkheid
                    geboden het recht over te schrijven op naam van een rechtspersoon.</al><al>Het is gewenst dat na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende
                    wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan
                    verbonden kosten op zich neemt. De termijn, waarbinnen de aanvraag tot
                    overschrijving kan worden gedaan, is gesteld op zes maanden na het overlijden
                    van de rechthebbende. Er is geen reden een langere termijn aan te houden.</al><al>Het vierde lid van dit artikel geeft het college de mogelijkheid zo nodig van de
                    genoemde termijn af te wijken.</al><al>In het geval dat de stoffelijke resten van de rechthebbende in het graf moeten
                    worden bijgezet dient het verzoek tot overschrijving vóór de bijzetting te
                    worden gedaan. Doorgaans worden, na een overlijden, door de nabestaanden meteen
                    al de noodzakelijke regelingen getroffen. Logischerwijs is dan het aanwijzen van
                    een nieuwe rechthebbende daar één van.</al><al>Wanneer nabestaanden ontbreken is de mogelijkheid de rechten over te schrijven
                    op naam van de notaris die de nalatenschap beheert, of op naam van de Stichting
                    Grafzorg Nederland.</al><tussenkop>Artikel 17.</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de
                    rechthebbende/gebruiker afstand van het graf kan doen of komt te vervallen.</al><tussenkop>Artikel 18.</tussenkop><al>Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt kan het aanzien van
                    begraafplaatsen chaotisch worden. Ook en vooral dienen de veiligheidsaspecten te
                    worden genoemd. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke
                    persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet
                    worden voorkomen. Deze verordening geeft de burgers de nodige vrijheid; het
                    beperkt zich tot het aangeven van minimumeisen voor de afmetingen, constructie
                    en materiaalkeuze waaraan de grafbedekking moet voldoen. Deze eisen zijn
                    uitgewerkt in de nadere regels van het college.</al><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en voor die op
                    particuliere graven, en omvat zowel het gedenkteken als de winterharde
                    beplantingen.</al><al>De mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing van de vastgestelde nadere
                    regels voor de grafbedekking, zoals was opgenomen in artikel 19 van de oude
                    verordening, is overbodig. De bevoegdheid van het college om te beslissen op een
                    vergunningsaanvraag die niet met de nadere regels strookt, is immers
                    discretionair.</al><al>Als geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid dat
                    iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het graf lopen.
                    Uit een aanduiding bij het graf en uit de administratie zal voorts moeten
                    blijken wie daar begraven is.</al><tussenkop>Artikel 19.</tussenkop><al>In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende of, in het
                    geval van algemene graven, van de gebruiker ten aanzien van de grafbedekking
                    omschreven. Alleen in dit artikel is sprake van plichten voor (bepaalde)
                    nabestaanden van overledenen die zijn bijgezet in een algemeen graf. Daarom
                    wordt hier de in artikel 1 (‘Begripsbepalingen’) gedefinieerde term ‘gebruiker’
                    gebezigd in plaats van de ruimer op te vatten term ‘belanghebbende’, die
                    voorkomt in verband met het begrip ‘algemeen graf’ in de Wet op de lijkbezorging
                    (artikel 27a).</al><al>De eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het graf is
                    geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de
                    rechthebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet geruimd mag
                    worden.</al><al>Het onderhoud dat door de gemeente wordt verricht zal in een aantal gevallen
                    voldoende zijn voor algemene graven. Hier wordt nogmaals gesteld dat het beleid
                    dat burgemeester en wethouders ten aanzien van het onderhoud voeren duidelijk
                    dient te worden bekend gemaakt. De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen
                    op particuliere graven en de termijn van uitgifte van deze graven met het recht
                    om deze termijn steeds te verlengen, maken dat bij deze grafbedekkingen zeker
                    niet kan worden volstaan met het minimum aan onderhoud door de gemeente.</al><al>Indien sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder van de
                    begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren tot het
                    verrichten van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op de
                    lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het vierde tot en met het zevende lid, dat
                    het recht op het graf vervalt wanneer vijf jaar na constatering en bekendmaking
                    van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij wordt rekening
                    gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn van het graf. </al><tussenkop>Artikel 20.</tussenkop><al>In de dagelijkse praktijk rijzen nog wel eens problemen over verwijderde bloemen
                    en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de bloemen en planten
                    eigendom zijn van de rechthebbenden of de belanghebbenden is een waarschuwing
                    vooraf op zijn plaats. Het zou echter veel te omslachtig zijn genoemde personen
                    steeds per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten of verwelkte
                    bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om het beleid ten
                    aanzien van de planten en bloemen mee te delen bij de afgifte van de vergunning
                    voor het hebben van een grafbedekking en bekend te maken op het mededelingenbord
                    op de begraafplaats. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te
                    verwijderen omdat gesteld mag worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de
                    begraafplaats.</al><tussenkop>Artikel 21.</tussenkop><al>De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de
                    lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van het
                    recht/uitgifte op de hoogte te worden gesteld van dit feit, en van de
                    mogelijkheid verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan dan
                    gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging wordt
                    verzocht, het college opdracht zal geven de grafbedekking na het verstrijken van
                    de termijn te verwijderen en het graf te ruimen. Tevens kan worden medegedeeld
                    dat de grafbedekking dertien weken na verwijdering aan de gemeente vervalt.</al><al>Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf dienen,
                    volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te worden gesteld
                    van het verstrijken van de termijn van uitgifte. Deze mededeling dient volgens
                    de wet ‘ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het
                    verstrijken van de termijn van uitgifte’ aan de belanghebbende bij dat graf te
                    worden gedaan. Hierbij kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat de
                    mogelijk aanwezige grafbedekking zal worden verwijderd en dat het graf zal
                    worden geruimd. </al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling dienen alleen aan de bezoekers van
                    die graven op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede ervaringen
                    opgedaan met bordjes van 15 x 10 cm in een onopvallende kleur.</al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                    vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet
                    tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid van dit
                    model), of omdat het onderhoud van het graf is verwaarloosd (artikel 28, zesde
                    lid van de Wet op de lijkbezorging). In dat geval geldt eveneens het vereiste
                    van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij
                    het graf.</al><al>In de vorige verordening was voor de recht- of belanghebbende de mogelijkheid
                    opgenomen een aanvraag in te dienen om de grafbedekking na verwijdering een
                    bepaalde periode ter beschikking te houden. Dit bracht veel administratieve
                    lasten met zich; daarom is deze mogelijkheid in het nieuwe model niet meer
                    opgenomen. Voor relevante wetgeving omtrent eigendom van roerende zaken zie
                    artikel 8, Burgerlijk Wetboek Boek 5 en artikel 5:30 Algemene wet
                    bestuursrecht.</al><tussenkop>Artikel 22.</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 23.</tussenkop><al>In dit artikel is duidelijk omschreven welke onderdelen van het onderhoud door
                    de gemeente worden verzorgd. Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg
                    met de bedoeling dat de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien
                    heeft.</al><tussenkop>Artikel 23a.</tussenkop><al>Deze bepalingen geeft de beheerder van de begraafplaats de mogelijkheid de
                    grafrechten van verwaarloosde graven vijf jaar na constatering en bekendmaking
                    te laten vervallen, met dien verstande dat de minimale uitgiftetermijn (tien
                    jaar) wordt gerespecteerd. Vóór de wetswijziging kon het recht pas dertig jaar
                    na de laatste begraving vervallen.</al><tussenkop>Artikel 24.</tussenkop><al>Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een
                    particulier graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende. Het
                    recht op een graf kan echter vervallen na het verstrijken van de termijn, of
                    omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe
                    rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid van dit model). Ook kan het
                    recht vervallen na verwaarlozing van het onderhoud, volgens artikel 28, zesde
                    lid van de Wet op de lijkbezorging.</al><al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt gedaan
                    zowel aan de rechthebbenden op particuliere graven als aan de nabestaanden van
                    overledenen die zijn begraven in een algemeen graf.</al><al>Volgens het vierde lid van artikel 24 kan de rechthebbende vragen om de
                    overblijfselen te doen verzamelen om deze te cremeren, dan wel bij te zetten in
                    een ander graf op dezelfde begraafplaats of over te brengen naar een andere
                    begraafplaats. Ook wordt de mogelijkheid gegeven om de overblijfselen in
                    dezelfde grafruimte te doen plaatsen (het zogenaamde schudden). Het graf wordt
                    dan extra diep uitgegraven, en de overblijfselen worden onderin geplaatst. De
                    rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor andere overledenen. Op
                    deze wijze kan het graf gedurende langere tijd in dezelfde familie blijven.</al><al>Het derde lid van artikel 24 opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene
                    graven de stoffelijke overblijfselen dan wel de as een andere bestemming te
                    geven dan die welke genoemd is in het tweede lid.</al><al>Met betrekking tot het ruimen is in de verordening gekozen voor een zorgplicht
                    voor de gemeente, als beheerder van de begraafplaats. Op de beheerder rust de
                    plicht er zorg voor te dragen dat met de menselijke resten welke bij de ruiming
                    van een graf worden aangetroffen te allen tijde respectvol wordt omgegaan. Er
                    dienen bovendien maatregelen te worden getroffen zodat bezoekers van de
                    begraafplaats niet met de menselijke resten worden geconfronteerd. Hoe dit in de
                    praktijk ingevuld kan worden wordt uitgewerkt in een handreiking, welke in
                    samenspraak met de branche wordt opgesteld.</al><tussenkop>Artikel 25.</tussenkop><al>Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel op een gemeentelijke
                    begraafplaats valt volgens artikel 39 van de Wet op de lijkbezorging onder het
                    beheer van de gemeente. Hierdoor is ook de beheersverordening op dit gedeelte
                    van de begraafplaats van toepassing. Het college is dus verantwoordelijk voor de
                    goede gang van zaken op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde
                    gedeelte. Het college voorziet ook in het minimale onderhoud van de
                    grafbedekkingen op het kerkelijk deel (artikel 23 verordening).</al><al>Wegens het kerkelijk karakter kunnen er redenen bestaan om voor dit deel ten
                    aanzien van enkele onderwerpen nadere regels vast te stellen die afwijken van de
                    nadere regels die gelden voor het overige gedeelte van de begraafplaats.</al><al>Daarnaast kan het kerkbestuur de behoefte hebben van het college bericht te
                    ontvangen als volgens hun oordeel onderhoud of herstel nodig is van de
                    grafbedekking van een of meer graven op het kerkelijk deel. Het betreft hier het
                    onderhoud waartoe de rechthebbende of de gebruiker verplicht is volgens artikel
                    19 van de verordening. Soms waakt een kerkgenootschap over de graven als geen
                    nabestaanden meer in leven zijn.</al><al>Als het kerkbestuur schriftelijk aan het college heeft gevraagd om steeds als
                    zich de noodzaak van onderhoud of herstel van grafbedekking voordoet, te worden
                    geïnformeerd zal aan dit verzoek moeten worden voldaan. Het kerkgenootschap kan
                    zich dan beraden hoe te handelen.</al><tussenkop>Artikel 26.</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 27.</tussenkop><al>De beheersverordening begraafplaatsen is een besluit van het gemeentebestuur op
                    overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde
                    wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die
                    algemeen verbindende voorschriften inhouden (zie artikel 139 van de
                    Gemeentewet). Voorts is de gemeente gehouden dit besluit mede te delen aan het
                    parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen, volgens artikel 143
                    van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 28.</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 29.</tussenkop><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                    onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>