<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR49244_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening Wet werk en bijstand/Wet investeren in Jongeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Nieuws, d.d. 01-10-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening Wet werk en bijstand/Wet investeren in Jongeren gemeente Diemen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in Jongeren, art. 12</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-09-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening Wet werk en bijstand/Wet investeren in Jongeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Opmerkingen m.b.t. de regeling</vet></al><al/><al/><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is
                            gebaseerd</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Gemeentewet, art. 147</al></li><li nr="2."><al>Wet werk en bijstand, art. 8a</al></li><li nr="3."><al>Wet investeren in Jongeren, art. 12 </al></li></lijst><al><vet>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                            regelgeving)</vet></al><al/><al/><al><vet>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen</vet></al><al/><al/><al>Datum</al><al>inwerkingtreding</al><al>01-10-2009</al><al/><al>Terugwerkende kracht t/m</al><al/><al>Betreft</al><al>nieuwe regeling</al><al/><al>Datum ondertekening</al><al>Bron bekendmaking</al><al>24-09-2009</al><al>Diemer Nieuws</al><al>d.d. 01-10-2009,</al><al/><al>Kenmerk voorstel</al><al>onbekend</al><al/><al/><al><vet>Handhavingsverordening Wet werk en bijstand/Wet investeren in Jongeren
                        </vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Diemen; </al><al>Gelezen het voorstel van Burgemeester en wethouders van Diemen, d.d. 25
                        augustus 2009; </al><al>gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 8a van de
                        Wet werk en bijstand en artikel 12, eerste lid, onderdeel c van de Wet
                        Investeren In Jongeren</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen
                        aangaande voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand
                        alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: Handhavingverordening Wet
                        werk</al><al>en bijstand/Wet investeren in Jongeren </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet Investeren in Jongeren
                                    (WIJ)de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en
                                    bijstand (WWB) alsmede Wet Investeren in Jongeren;</al></li><li nr="3."><al>het college: het college van Burgemeester en Wethouders van
                                    Diemen</al></li><li nr="4."><al>de raad: de gemeenteraad van Diemen</al></li><li nr="5."><al>handhaving: een stelsel van preventieve en repressieve
                                    maatregelen gericht op het voorkomen of ontmoedigen van misbruik
                                    of oneigenlijk gebruik van bijstand, het Werkleeraanbod WIJ en
                                    de daaraan gekoppelde inkomensvoorziening;</al></li><li nr="6."><al>fraude: het verwijtbaar informatie achterhouden of verwijtbaar
                                    onjuiste informatie verstrekken, met het doel een (hogere)
                                    uitkering te ontvangen anders dan waarop men op grond van juiste
                                    en/of volledige informatie recht zou hebben; </al></li><li nr="7."><al>misbruik: het verwijtbaar ontvangen van een bijstanduitkering,
                                    werkleeraanbod of inkomensvoorziening WIJ in strijd met de
                                    wettelijke voorschriften;</al></li><li nr="8."><al>oneigenlijk gebruik: het ontvangen van een uitkering,
                                    werkleeraanbod of inkomensvoorziening WIJ volgens de regels van
                                    de wet maar in strijd met of buiten de bedoeling van de wet
                                    zoals die bij de totstandkoming van de wet heeft bestaan;</al></li><li nr="9."><al>belanghebbende: de persoon die bijstand of de persoon die een
                                    inkomensvoorziening Wet investeren in Jongeren heeft aangevraagd
                                    dan wel ontvangt of heeft ontvangen; indien dit een gehuwde
                                    betreft, wordt onder belanghebbende elk van de echtgenoten
                                    verstaan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Opdracht en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Opdracht aan het college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt beleid vast waarin staat beschreven hoe zorg
                                    wordt gedragen voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van
                                    de wet, waaronder de bestrijding van fraude, misbruik en
                                    oneigenlijk gebruik van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Het college hanteert de volgende beleidskaders voor het
                                    voorkomen en opsporen van fraude:</al></li></lijst><al>a) het vroegtijdig informeren van cliënten over rechten, plichten en
                            handhaving;</al><al>b) het optimaliseren van de dienstverlening </al><al>c) vroegtijdige detectie en afhandeling van fraudesignalen;</al><al>d) bij geconstateerde fraude daadwerkelijk sanctioneren (afstemmen van
                            de uitkering).</al><al>3.Het college beschrijft in een onderzoeksplan tenminste:</al><al>a) de wijze van controle bij de aanvraag, de voortzetting en bij
                            beëindiging van de bijstand;</al><al>b) het gebruik van signaal- en risicosturing bij de beoordeling van het
                            recht op bijstand.</al><al>c) De uitvoering van onderzoeken en bestandsvergelijkingen waarbij
                            actuele gegevens worden gecontroleerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Verantwoording</titel></kop><al>Het college informeert de raad jaarlijks via het jaarverslag van de
                            regionale sociale recherche inhoudelijk over de uitvoering en resultaten
                            van de opsporing- en de controleactiviteiten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Gevolgen bij fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Verlaging van de uitkering</titel></kop><al>Indien belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen
                            inlichtingen verstrekt die van belang</al><al>zijn of kunnen zijn voor de hoogte, de duur of de voortzetting van de
                            bijstand, het Werkleeraanbod of de inkomensvoorziening verlaagt het
                            college de bijstand of de inkomensvoorziening conform hetgeen hierover
                            is bepaald in de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand
                            respectievelijk de maatregelenverordening Wet Investeren in
                            Jongeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5-</nr><titel>Aangifte bij het Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Indien een gedraging van belanghebbende als bedoeld in artikel 4 leidt
                            tot benadeling van de gemeente, doet het college, onverminderd de
                            mogelijkheid de bijstand of inkomensvoorziening op grond van artikel 4
                            te verlagen aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met
                            de door het Openbaar Ministerie op dit punt ten tijde van de aangifte
                            geldende uitgangspunten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6–</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de
                            uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>- Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald: Handhavingverordening Wet werk en
                            bijstand/Wet investeren in Jongeren </al><al>gemeente Diemen . </al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>in zijn openbare vergadering van 24 september 2009 </ondertekening><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Handhavingverordening Wet werk en bijstand/Wet investeren
                    inJongeren </tussenkop><tussenkop>gemeente Diemen . </tussenkop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Deze verordening gaat in op de bestrijding en voorkoming van ten
                    onrechteontvangen bijstand of een ten onrechte ontvangen werkleeraanbod en de
                    daaraangekoppelde inkomensvoorziening Wet Investeren in Jongeren. </al><al>In het oorspronkelijke wetsvoorstel van de Wet werk en bijstand (WWB) was
                    geenbepaling opgenomen over de plicht tot het vaststellen van een
                    verordeninggericht op fraudebestrijding. Via een amendement is hierover een
                    bepalingopgenomen in artikel 8a WWB. In dit artikel is namelijk de
                    verplichtingopgenomen om in het kader van het financiële beheer bij verordening
                    regels op testellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van
                    bijstand alsmedemisbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet werk en bijstand.
                    Afgezien van dekorte bepaling van artikel 8a van de Wet werk en bijstand, zijn
                    er geen nadereaanduidingen over wat nu precies in die verordening moet worden
                    geregeld. Deregels op het gebied van fraudebestrijding waren voorheen vastgelegd
                    in eenbeleidsplan. Dit was overigens een aanvullende mogelijkheid die door de
                    Wet werken bijstand werd geboden. </al><al> In artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de onlangs vastgestelde
                    WetInvesteren in Jongeren (WIJ) is eveneens vastgelegd dat de gemeenteraad
                    bijverordening regels moet stellen over het bestrijden van misbruik en
                    oneigenlijkgebruik van de WIJ. Vermoedelijk is de zinsnede ‘voor de bestrijding
                    van het tenonrechte ontvangen van bijstand’ in de WIJ geschrapt, omdat deze
                    bewoordingenvaak (ten onrechte) zijn opgevat als opdracht om het
                    terugvorderingsbeleid ineen verordening vast te leggen, hetgeen evenwel een taak
                    van het college is,getuige de beschikbare jurisprudentie (zie o.a. CRvB 30
                    januari 2007, LJN:AZ8022). </al><al>Gezien invoering van de nieuwe Wet Investeren in Jongeren en ontbreken van
                    eenhandhavingsverordening Wwb ligt het voor de hand een
                    gecombineerdehandhavingverordening WIJ-WWB vast te stellen. </al><al>WWB. Diverse argumenten pleiten daarvoor:</al><lijst><li nr="·"><al>WWB en WIJ kennen op dit het punt van voorkomen en bestrijden van
                            misbruik veel verwantschap (juist om die reden en om de eenheid in
                            beleid te waarborgen is één verordening gewenst);</al></li><li nr="·"><al>Het handhavingsbeleid in het kader van de WIJ zal niet of nauwelijks
                            afwijken van dat in het kader van de WWB;</al></li><li nr="·"><al>De Handhavingsverordening heeft een ‘procedureel’ karakter, dat wil
                            zeggen dat in de verordening is opgenomen dat het college een
                            controleplanvaststeld en dat aan de gemeenteraad jaarlijks een
                            jaarverslag van de sociale recherche wordt verzonden. Het beleid in het
                            kader van de WIJ kan daar zonder problemen aan toegevoegd worden.</al></li><li nr="·"><al>Bij het ontwerp van de nieuwe verordening kan voor beide wetten
                            aansluiting worden gezocht het reeds geregelde en bestaande
                            handhavingsbeleid in het kader van de WWB. </al></li></lijst><al>In het kader van de horizontale verantwoordingsstructuur waar gemeenten
                    gebruikvan maken, ligt het voor de hand de verantwoording over het
                    gevoerdehandhavingsbeleid in het jaarverslag van de Sociale Recherche op te
                    nemen. Ookin de jaarrekening kan een passage worden opgenomen. Het
                    uitvoeringsbeleid isreeds nader omschreven in het controleplan gebaseerd op
                    signaal enrisicosturing, het mandaatbesluit aanwijzen toezichthouders, de
                    oranjeprotocollen, het stoplichtenmodel, het protocol huisbezoek, het
                    fraudekompas ende beleidsregels terugvordering en verhaal. Hiermee zijn de
                    uitvoerders voorzienworden van regels en protocollen omtrent de wijze waarop zij
                    gelegitimeerd hunwerkzaamheden ten uitvoer kunnen brengen. </al><al>Er is bewust voor gekozen deze verordening niet de naam fraudeverordening
                    tegeven maar om te spreken van handhaving. Door deze naamgeving wordt
                    benadruktdat het niet alleen gaat om de opsporing van fraude maar dat het
                    voorkomen vanfraude een aspect is dat minstens zo belangrijk is. Handhaving is
                    namelijk nietalleen gericht op de opsporing van gepleegde fraude maar gaat meer
                    uit van despontane naleving van de wet- en regelgeving.</al><al>Een goede voorlichting over rechten en plichten aan de poort maakt hierwezenlijk
                    onderdeel van uit.</al><al>Belanghebbenden worden daarom helder geïnformeerd over hun rechten en
                    plichtenvia diverse voorlichtingsproducten in klare taal en
                    hetdienstverleningsgesprek.</al><al>Bij de uitvoering van de Wet werk en Bijstand en de Wet Investeren in Jongerenis
                    er daarnaast een behoefte misbruik en oneigenlijk gebruik via
                    variabelethematische controles te onderzoeken (signaal en risicosturing) Er is
                    immers eenbeperkte onderzoekscapaciteit en overbodige en zinloze controles
                    moeten zoveelmogelijk worden voorkomen. </al><al>Via signaal en risico sturing wordt het mogelijk om zwaarte en frequentie van
                    decontroles aan te passen aan de mate waarin in een gegeven situatie de kans
                    opmisbruik of oneigenlijk gebruik groter is. Zo kan bijvoorbeeld in het ene
                    jaarbij de controles ingezet worden op controle aan de poort
                    (voorliggendevoorzieningen) en het andere jaar bijvoorbeeld op de woonsituatie.
                    Op basis vanhet door het college vastgestelde controleplan plan worden jaarlijks
                    (eveneensdoor het college) themacontroles op maat vastgesteld. Aan deze
                    controles zijnvervolgens onderzoeksprotocollen gekoppeld om de uitvoering
                    transparant entoetsbaar te houden.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 - Begripsbepalingen</tussenkop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WIJ, WWB of Awbniet
                    afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat in gevalvan
                    wijziging van betreffende definities in de WWB of Awb ook de verordeningmoet
                    worden gewijzigd.</al><tussenkop>Artikel 2 – Opdracht aan het college</tussenkop><al>In dit artikel wordt aangegeven dat de gemeente om invulling te geven aan
                    hetnakomen van de verplichtingen verbonden aan de bijstandsverlening en de
                    WetInvesteren in Jongeren gebruik maakt van een </al><al>een controleplan. Dit plan wordt vastgesteld door het college en
                    bevattenrichtlijnen en aanwijzingen voor de uitvoering, waardoor het handelen
                    van degemeentelijke uitvoering expliciet toetsbaar en transparant wordt.</al><al>Het controleplan bevat voorschriften voor de wijze waarop het college ten
                    tijdevan de aanvraag, gedurende de looptijd of bij de beëindiging van Wwb of
                    WIJfraude voorkomt of detecteert. In diverse ander uitvoeringsvoorschriften
                    zijnprotocollen opgenomen voor de uitvoering. Het controleplan geeft aan op
                    welkewijze en momenten er controles plaatsvinden op de door de
                    belanghebbendeverstrekte informatie en gegevens. Om invulling te geven aan
                    deze</al><al>controles wordt het controleplan aangevuld met protocollen die richting gevenaan
                    het handelen van betrokken ambtenaren. Het betreft bijvoorbeeld het
                    protocolhuisbezoek, het stoplichten model, de oranje protocollen, de jaarlijkse
                    themacontroles, het mandaatbesluit aanwijzen toezichthouder en de beleidsregels
                    enuitvoeringsvoorschriften terugvordering en verhaal.</al><tussenkop>Artikel 3 – Verantwoording</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat het college over de uitvoering en naleving de
                    Wetinvesteren in Jongeren en de Wet werk en bijstand jaarlijks
                    verantwoordingaflegt aan de Raad. Deze verantwoording vindt plaats via het
                    jaarverslag van deregionale sociale recherche Gooi en Vechtstreek. Ook in de
                    jaarrekening kan eenparagraaf over handhaving worden geschreven.</al><tussenkop>Artikel 4 – Verlaging van de uitkering</tussenkop><al>Indien belanghebbende na constatering van het niet nakomen van
                    deinlichtingenplicht rechthebbende in de zin van de WWB of de WIJ blijft,
                    volgteen verlaging van de bijstand of inkomensvoorziening conform hetgeen
                    hieroverdoor de Raad is vastgelegd in de Afstemmingsverordening WWB of
                    deMaatregelenverordening WIJ.</al><tussenkop>Artikel 5 – Aangifte bij het Openbaar Ministerie</tussenkop><al>Indien een gedraging van een belanghebbende als bedoeld in artikel 4 leidt
                    totbenadeling van de gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheid
                    debijstand te verlagen en de ten onrechte verstrekte bijstand terug te
                    vorderen,aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door
                    hetOpenbaar Ministerie op dit punt gehanteerde</al><al>uitgangspunten.</al><tussenkop>Artikel 6 – Nadere regels</tussenkop><al>Evenals de uitvoering van de WWB en de WIJ ligt de uitvoering van
                    dezeverordening bij het college.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>