<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR49169_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Wegsleepverordening gemeente Diemen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Nieuws, d.d. 09-07-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening Diemen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, artikel 173 lid 2;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit van 5 juli 2001, houdende nadere regels ter uitvoering van de in de Wegenverkeerswet 1994 vervatte wegsleepregeling (Besluit wegslepen van voertuigen).</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-07-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>09-39</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>wegslepen, overbrengen en in bewaring stellen van voertuigen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de “Wegsleepverordening Diemen 2002”.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Wegsleepverordening gemeente Diemen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Opmerkingen m.b.t. de regeling</vet></al><al/><al>Deze regeling vervangt de “Wegsleepverordening Diemen 2002”.</al><al/><al/><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is
                            gebaseerd</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Wegenverkeerswet 1994, artikel 173 lid 2;</al></li><li nr="2."><al>Besluit van 5 juli 2001, houdende nadere regels ter uitvoering van
                                de in de Wegenverkeerswet 1994 vervatte wegsleepregeling (Besluit
                                wegslepen van voertuigen).</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                            regelgeving)</vet></al><al/><al>Geen. </al><al/><al/><al><vet>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen</vet></al><al/><al/><al><vet>Datum</vet></al><al><vet>inwerkingtreding</vet></al><al>10-07-2009</al><al/><al><vet>Terugwerkende kracht t/m</vet></al><al/><al><vet>Betreft</vet></al><al>nieuwe regeling</al><al/><al><vet>Datum ondertekening</vet></al><al><vet>Bron bekendmaking</vet></al><al>28-05-2009</al><al>Diemer Nieuws</al><al>d.d. 09-07-2009,</al><al>pagina 7.</al><al/><al><vet>Kenmerk voorstel</vet></al><al>nr. 09-39</al><al/><al/><al><vet>Wegsleepverordening gemeente Diemen</vet></al><al/><al>Nr.: 09-39</al><al>De raad van de gemeente Diemen;</al><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 21 april 2009;</al><al>gelet op artikel 173 van de Wegenverkeerswet </al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de Wegsleepverordening gemeente Diemen.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>RVV 1990 : het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="2."><al>wet : de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="3."><al>besluit : het Besluit wegslepen van voertuigen;</al></li><li nr="4."><al>voertuig : wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al RW
                                1990;</al></li><li nr="5."><al>motorrijtuig : wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste
                                lid, onder c van de wet;</al></li><li nr="6."><al>het college : het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="7."><al>wegen : alle voor het openbaar vervoer openstaande wegen of paden
                                met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die
                                wegen behorende paden en bermen of zijkanten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden
                            verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                            vrijhouden van wegen en weggedeelten</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van
                        de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Diemen
                        aangewezen voor zover deze behoren tot een van de in artikel 2 van het
                        besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen de Daniel
                            Goedkoopstraat 7-9 te Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats worden
                            door het college vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voertuigen die op grond van artikel 5 worden weggesleept, worden bewaard
                            op het terrein van de politie aan de Johan Huizingalaan te
                            Amsterdam.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</titel></kop><al>1.De kosten voor verplaatsen en wegslepen bedragen per uur (prijspeil 2009
                        exclusief BTW):</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Kosten</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Tariefgroep</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Tijdstip</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>€ 216,60</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>I</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>Maandag tot en met vrijdag van 06.00 uur tot 18.00
                                            uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>€ 257,08</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>II</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>Maandag tot en met vrijdag van 18.00 tot 00.00 uur,
                                            dinsdag tot en met vrijdag van 00.00 tot 18.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>€ 297,56</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>III</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>Op zon- en feestdagen. Vanaf 6 uren voor, tot zes uren
                                            na de zon- en feestdag.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>De kosten voor het bewaren van een voertuig bedragen € 58,--
                                (prijspeil 2009) per verstreken periode van 12 uren, of een gedeelte
                                daarvan, met een maximum van 14 termijnen.</al></li><li nr="3."><al>De kosten, zoals genoemd in het eerste lid, worden verhoogd met een
                                toeslag van 15% voor gemeentelijke administratiekosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval
                            van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het
                            ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</titel></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130,
                        vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn de
                        artikelen 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige
                        toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels ten aanzien van het wegslepen van
                        voertuigen vast te stellen. Deze nadere regels worden vastgelegd in “de
                        Uitvoeringsregeling wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen gemeente
                        Diemen”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding en Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De oude wegsleepverordening wordt op het in het eerste lid bedoelde
                            tijdstip van inwerkingtreding ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de kosten van overbrenging en bewaring van
                            voertuigen, zoals bedoeld in artikel 4 gelden vanaf 1 januari 2009.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Wegsleepverordening
                            Diemen”.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Bekendmaking</titel></kop><al>Deze verordening zal worden bekendgemaakt door een publicatie in de Diemer
                        Nieuws.</al><al>De verordening wordt gezonden naar:</al><lijst><li nr="-"><al>de officier van justitie;</al></li><li nr="-"><al>de korpschef van het regionale politiekorps;</al></li><li nr="-"><al>de betrokken wegbeheerders;</al></li><li nr="-"><al>de korpschef van de Landelijke politiediensten.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 mei 2009.</ondertekening><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>griffier,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting behorende bij de wegsleepverordening gemeente Diemen</al><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Op 1 januari 2002 is de Wet van 21 februari 1997, houdende de wijziging van de
                    Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), ook wel de wijziging van de wegsleepregeling
                    genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen van voertuigen in werking
                    getreden. Artikel 170 tot en met 173 WVW 1994 zijn geheel vervangen door nieuwe
                    bepalingen. De wijzigingswet is bij de Invoeringswet van de derde tranche van de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb), deel II, nog aangepast in verband met de
                    overgang van de bepalingen over de uitvoering van bestuursdwang uit de
                    Gemeentewet naar de Awb.</al><al>Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor gemeenten het
                    volgende in:</al><divisie><kop><titel>Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen</titel></kop><al>Het uitvoeren van de wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van de
                        burgemeester, maar van het gehele college van burgemeester en wethouders.
                        Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm
                        van bestuursdwang. In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing
                        van bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing
                        op het wegslepen van voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen
                        uit de Awb niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen
                        van voertuigen staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep
                        open.</al></divisie><divisie><kop><titel>Uitgebreide werking</titel></kop><al>Op grond van de oude WVW 1994 mochten op de weg staande voertuigen alleen
                        worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid
                        van het verkeer of het vrijhouden van gehandicaptenparkeerplaatsen. Op grond
                        van de herziene regeling in de WVW 1994 en het daarop gebaseerde Besluit
                        wegslepen van voertuigen is het laatstgenoemde criterium uitgebreid. Zowel
                        de VNG als een aantal grote(re) gemeenten hebben hier sterk op aangedrongen
                        bij zowel het ministerie van Verkeer en Waterstaat als de Tweede Kamer. Er
                        zijn immers meer locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer hinderlijk
                        wordt ervaren zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van het
                        verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke fout
                        geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij
                        kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens,
                        taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze
                        wegen en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een
                        gemeentelijke verordening voordat gemeenten gebruik kunnen maken van deze
                        bevoegdheid.</al><al>In zowel in de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet
                        zonder meer kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria
                        wordt voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is
                        belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen
                        van het desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van
                        een voertuig dat om 4.00 uur 's nachts in strijd met een van de genoemde
                        criteria is geparkeerd, zal doorgaans als niet of minder urgent moeten
                        worden beschouwd. In zo'n geval kan het opmaken van een proces-verbaal door
                        een opsporingsambtenaar doorgaans volstaan.</al></divisie><divisie><kop><titel>Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang</titel></kop><al>Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in
                        principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden.
                        Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet
                        administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via
                        het opmaken van een beschikking. Daarnaast door het uitvoeren van
                        bestuursdwang (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door
                        het college van burgemeester en wethouders. In de oude wegsleepregeling
                        bestond er een onlosmakelijk verband tussen beide vormen van optreden.
                        Voordat tot het wegslepen van een voertuig kon worden overgegaan, moest
                        altijd eerst een beschikking op grond van de Wet-Mulder worden opgemaakt.
                        Indien de desbetreffende beschikking werd geseponeerd of wanneer vrijspraak
                        of ontslag van rechtsvervolging door de rechter volgde, dienden ook de
                        kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig te worden
                        terugbetaald.</al><al>In de nieuwe wegsleepregeling wordt deze koppeling losgelaten. Het opmaken
                        van een mini op grond van de Wet-Mulder, voordat tot het wegslepen van een
                        voertuig kan worden overgegaan, is niet meer vereist, maar kan nog steeds
                        wel samengaan. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk is om de
                        geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer
                        alleen gebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele
                        latere bezwaren beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de
                        geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een
                        schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto
                        die de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of
                        ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de rechter naar
                        aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden om ook de
                        kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het college van burgemeester
                        en wethouders maakt in een eventuele bezwaarprocedure een zelfstandige
                        afweging. Indien wordt overgegaan tot wegslepen van het voertuig hoeft geen
                        mulderbeschikking te worden uitgeschreven. Mocht dit toch zijn gebeurd, dan
                        wordt deze bon door de RICO er tussen uitgehaald en niet doorgestuurd naar
                        het CJIB.</al></divisie><divisie><kop><titel>Verordening</titel></kop><al>In artikel 170 en volgende WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het
                        college van burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn
                        bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het
                        wegslepen van voertuigen in de wet is neergelegd, kan het college pas goed
                        van deze bevoegdheid gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening
                        nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals
                        in artikel 173, tweede lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze
                        verordening dienen in elk geval regels te worden gesteld over:</al><lijst><li nr="-"><al>de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen
                                worden bewaard;</al></li><li nr="-"><al>de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van
                                het wegslepen en bewaren van voertuigen;</al></li><li nr="-"><al>de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van
                                artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden
                                weggesleept.</al></li></lijst><al>Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de
                        nadere regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de
                        hiervoor genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van
                        burgemeester en wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de
                        verordening kan wel door het college van burgemeester en wethouders
                        geschieden (bijvoorbeeld door middel van beleidsregels).</al></divisie><divisie><kop><titel>Wegsleepwaardige overtredingen</titel></kop><al>Zoals hiervoor reeds aangegeven mochten op grond van de bepalingen uit de
                        oude WVW 1994 op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het
                        belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het
                        vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen.</al><al>In vele bestaande wegsleepregelingen van de burgemeester is concreet
                        aangegeven in welke gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige
                        overtreding. Hiervoor is vaak aansluiting gezocht bij de
                        delictsomschrijvingen uit de WVW 1994 of het RW 1990.</al><al>Zo'n aanpak kan uit praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene
                        die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, direct uit de
                        regeling kan afleiden of een voertuig mag worden weggesleept. Toch hebben
                        wij met de VNG gemeend bij het opstellen van de wegsleepverordening voor een
                        andere aanpak te moeten kiezen. Enerzijds omdat een gemeente zichzelf
                        nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer in de verordening zelf concreet
                        wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen worden onderscheiden. </al><al>Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste lid WVW 1994 kunnen immers
                        voertuigen waarmee een verkeersregel wordt overtreden en waarvan de
                        verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid op de weg of;</al></li><li nr="b."><al>de vrijheid van het verkeer of;</al></li><li nr="c."><al>het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen zonder meer
                                worden weggesleept.</al></li></lijst><al>Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de
                        wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar
                        aansluiten. Wanneer dit het geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in
                        eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk
                        wordt gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten
                        worden geregeld. Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende
                        onderdelen van de wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepverordening moeten
                        worden aangepast.</al><al>Om die redenen hebben wij ervoor gekozen om de delictsomschrijvingen niet in
                        de verordening op te nemen, maarte volstaan met een wegsleepverordening
                        waarin alleen zaken zijn geregeld die gemeenten aanvullend moeten en kunnen
                        regelen. Om gemeenten toch enig houvast te bieden bij de toepassing van de
                        wegsleepverordening hebben wij in een bijlage bij deze toelichting
                        aangegeven in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een
                        wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving.</al><al>Tot slot wijzen wij nog op het bepaalde in artikel 170, zesde lid WVW 1994.
                        Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de
                        rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging wordt
                        begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de
                        overbrenging wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaan
                        dat pas met de overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de
                        takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder
                        bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel
                        zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden
                        kosten dienen te vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de
                        voorrijkosten van het sleepvoertuig en administratieve kosten.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikelsgewijs</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>RW 1990 : het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990;</al></li><li nr="2."><al>Wet : de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="3."><al>Besluit : het Besluit wegslepen van voertuigen;</al></li><li nr="4."><al>Voertuig : wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al
                                    RW 1990;</al></li><li nr="5."><al>Motorrijtuig : wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste
                                    lid, onder c van de wet;</al></li><li nr="6."><al>het college : het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="7."><al>wegen : alle voor het openbaar vervoer openstaande wegen of
                                    paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en
                                    de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.</al></li></lijst></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><tussenkop>Bijlage bij toelichting van de wegsleepverordening</tussenkop><tussenkop>A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer</tussenkop><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van
                    voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het
                    verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994)
                    noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:</al><lijst><li nr="·"><al>Plaats op de weg</al><lijst><li nr="a."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad
                                    of fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of
                                    invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en
                                    met 7 RW 1990).</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 2a RVV 1990:</al><lijst><li nr="-"><al>De regels van dit besluit betreffende motorvoertuigen en bestuurders van
                            motorvoertuigen zijn, in plaats van de regels voor bromfietsen, mede van
                            toepassing op brommobielen en bestuurders van brommobielen.</al><al> Dit artikel bevat de essentie van de nieuwe regeling betreffende
                            brommobielen. De bepaling houdt in, dat bestuurders van brommobielen
                            zich in het verkeer, anders dan bestuurders van bromfietsen geen
                            brommobiel zijnde, dienen te houden aan de regels van het RVV 1990 zoals
                            die voor bestuurders van personenauto`s gelden.</al><lijst><li nr="·"><al><vet>Laten stilstaan</vet></al><lijst><li nr="b."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht:</al><lijst><li nr="1."><al>op een kruispunt, rotonde of een overweg;</al></li><li nr="2."><al>op een fietsstrook of de rijbaan langs een
                                                  fietsstrook;</al></li><li nr="3."><al>op een oversteekplaats of binnen een afstand van
                                                  5 meter daarvan;</al></li><li nr="4."><al>in een tunnel;</al></li><li nr="5."><al>bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte)
                                                  ter hoogte van de geblokte markering of, indien
                                                  die markering niet is aangebracht, op een afstand
                                                  van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het
                                                  stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in- en
                                                  uitstappen van passagiers;</al></li><li nr="6."><al>op de rijbaan langs een busstrook;</al></li><li nr="7."><al>op een busbaan of een busstrook met uitzondering
                                                  van een lijnbus;</al></li><li nr="8."><al>langs een gele doorgetrokken streep of in strijd
                                                  met bord E2 van bijlage 1 RW 1990;</al></li><li nr="9."><al>op de rijbaan, inclusief de invoeg- en
                                                  uitrijstrook, van een autosnelweg of autoweg, of
                                                  -behoudens in noodgevallen- op de vluchtstrook, de
                                                  vluchthaven of de berm van zo'n weg. (zie artikel
                                                  23, 43, tweede lid, en 81 RW 1990 en bord E2 van
                                                  bijlage 1 bij het RW 1990.)</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="·"><al><vet>Parkeren</vet></al><lijst><li nr="c."><al>een voertuig is geparkeerd:</al><lijst><li nr="1."><al>bij een kruispunt op een afstand van minder dan
                                                  5 meter daarvan;.</al></li><li nr="2."><al>voor een inrit of een uitrit;</al></li><li nr="3."><al>buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een
                                                  voorrangsweg;</al></li><li nr="4."><al>langs een gele onderbroken streep of in strijd
                                                  met bord E1 van bijlage 1 RW 1990;</al></li><li nr="5."><al>op een wijze waardoor er sprake is van dubbel
                                                  parkeren;</al></li><li nr="6."><al>binnen een erf, waarbij - voorzover het een
                                                  motorvoertuig betreft - geen gebruik is gemaakt
                                                  van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn
                                                  aangeduid of aangewezen;</al></li><li nr="7."><al>op een weg waarvoor een geslotenverklaring
                                                  geldt;</al></li><li nr="8."><al>zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting
                                                  in werking is gesteld; (zie artikel 24, 25, 38
                                                  e.v. en 46 RW 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij
                                                  het RW 1990.);</al></li><li nr="9."><al>op een parkeergelegenheid:</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></li><li nr="-"><al>voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het
                            onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen;</al></li><li nr="-"><al>op een andere wijze dan op het bord of op het onderbord is
                            aangegeven;</al></li><li nr="-"><al>op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden;</al><lijst><li nr="10."><al>op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen
                                    van goederen</al></li><li nr="11."><al>op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door
                                    verkeersbord E9, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot
                                    parkeren op die plaats is verleend, indien onder de
                                    verkeersborden E4 t/m E8, E12 en E13, op een onderbord dagen of
                                    uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of onderbord
                                    voortvloeiende geboden of verboden slechts gedurende de
                                    aangegeven dagen of uren of indien een parkeergelegenheid,
                                    aangeduid met een van de borden E4 t/m E13, is voorzien van
                                    parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd.</al><lijst><li nr="·"><al><vet>Bevel of aanwijzing</vet></al><lijst><li nr="d."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd
                                                  met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een
                                                  daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar
                                                  of ander persoon; (zie artikel 82 RW 1990.)</al></li></lijst></li><li nr="·"><al><vet>Gevaarlijk of hinderlijk gedrag</vet></al><lijst><li nr="e."><al>een voertuig is overigens zodanig tot stilstand
                                                  gebracht of geparkeerd dat gevaar op de weg wordt
                                                  of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de
                                                  weg wordt of kan worden gehinderd. (zie artikel 5
                                                  WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel.)</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de
                    algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten
                    worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig
                    is.</al><al>In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RW 1990. Bestuurders van
                    voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en invalidenvoertuigen
                    (zie artikel 5 tot en met 7 RW 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hun
                    voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad.</al><al>In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43,
                    tweede lid, en 81 RW 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RW 1990.</al><al>In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25,
                    38 e.v. en 46 RW 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RW 1990.</al><al>In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RW
                    1990.</al><al>In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994,
                    het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te
                    gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het
                    verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is
                    zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.e. ongewenst parkeren, dat ) niet
                    reeds in onderdeel a tot en met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan
                    worden gebracht.</al><tussenkop>B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</tussenkop><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang
                    van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste
                    lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen)
                    kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:</al><lijst><li nr="a."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van
                            het RW 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld
                            in artikel 24, lid 1 onder e RW 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse
                            een parkeerverbod geldt;</al></li><li nr="b."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage
                            of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel
                            23, lid 1 onder g RW 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod
                            stil te staan geldt;</al></li><li nr="c."><al>op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al
                            dan niet met onderbord) voorzover:</al><lijst><li nr="-"><al>het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                                    voertuigen;</al></li><li nr="-"><al>het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is
                                    geparkeerd;</al></li><li nr="-"><al>het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is
                                    geparkeerd;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage,
                            tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;</al></li><li nr="e."><al>op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die
                            bijlage:</al><lijst><li nr="-"><al>tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;</al></li><li nr="-"><al>tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk
                                    zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart;</al></li><li nr="-"><al>die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het
                                    parkeren gebeurt met dat voertuig;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage
                            (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder
                            van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van
                            goederen;</al></li><li nr="g."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor
                            zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen;</al></li><li nr="h."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en
                            bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het
                            voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;</al></li><li nr="i."><al>in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die
                            bijlage (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren).</al></li></lijst><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar wel bij het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten. In de oude wettelijke regeling werd een
                    specifiek voorbeeld van een locatie genoemd waar voertuigen mochten worden
                    weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd geparkeerd, namelijk de
                    gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er aanzienlijk meer locaties
                    denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk werd geacht
                    zonder dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of belemmering van de
                    doorstroming van het verkeer. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van
                    voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten wegen en weggedeelten
                    voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen
                    en</al></nota-toelichting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze
                    verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich.
                    Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.</al><tussenkop>Ad d. Voertuig</tussenkop><al>Het begrip 'voertuig', zoals in artikel 1, onder al RW 1990 is omschreven, is
                    ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen en
                    bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen
                    derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. Ook in APV is een
                    bepaling opgenomen over de verwijdering van fietsen en bromfietsen van de
                    openbare weg (zie artikel 5.1.11). Deze bepaling is aanvullend op wat de
                    wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In artikel 5.1.11 van de APV spelen
                    namelijk andere belangen een rol, zoals de openbare orde en veiligheid, het
                    uiterlijk aanzien en de openbare gezondheid.</al><tussenkop>Ad e. Motorrijtuig</tussenkop><al>Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat artikel 5 van de
                    wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen.</al><tussenkop>Artikel 2. Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen
                    worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten</tussenkop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de
                    wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeenten aangewezen voorzover
                    ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van
                    wegen en weggedeelten.</al><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is gememoreerd, is de
                    bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het
                    wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de
                    vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen.
                    Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente
                    gebruik worden gemaakt.</al><al>Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het vrijhouden van wegen en
                    weggedeelten kunnen op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, en
                    artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c WVW 1994 bij gemeentelijke
                    verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. In artikel 2 van het
                    Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke soorten van wegen
                    en weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere gehandicaptenparkeerplaatsen,
                    taxistandplaatsen, laad- en loshavens, parkeerplaatsen voor vergunninghouders,
                    voetgangersgebieden en dergelijke. Het is aan de gemeenteraad om in deze
                    wegsleepverordening de wegen en weggedeelten aan te wijzen waar het college van
                    burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid gebruik kan maken. In de tekst
                    van de verordening is de ruimste variant opgenomen: alle wegen en weggedeelten
                    binnen de gemeente zijn aangewezen. Voor twee minder vergaande varianten,
                    namelijk alleen de wegen en weggedeelten binnen de bebouwde kom of een aantal
                    wegen en weggedeelten met name genoemd is niet gekozen. In beide varianten kiest
                    een gemeente er dus expliciet voor om slechts in bepaalde delen van de gemeente
                    voertuigen weg te slepen die op taxistandplaatsen, gehandicaptenparkeerplaatsen
                    en dergelijke staan.</al><al>Kortom, een voertuig kan in het belang van het vrijhouden van wegen en
                    weggedeelten slechts worden weggesleept wanneer deze wegen en weggedeelten en
                    behoren tot de soorten van wegen en weggedeelten, zoals bedoeld in artikel 2 van
                    het Besluit wegslepen van voertuigen, en zijn aangewezen in de
                    wegsleepverordening.</al><al>Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een parkeerovertreding, zoals
                    in deze bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer voldoende is om over te gaan
                    tot het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per geval zal tevens
                    moeten worden beoordeeld of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in
                    bewaring stellen van het desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien
                    bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht op een laad- en loshaven wordt
                    geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven dicht zijn, zal het normaal
                    gesproken niet weggesleept mogen worden. Het voertuig zal doorgaans pas mogen
                    worden weggesleept wanneer de winkels en bedrijven weer opengaan of enige tijd
                    daarvoor.</al><tussenkop>Artikel 3. Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen de Daniel
                            Goedkoopstraat 7-9 te Amsterdam.</al></li><li nr="2."><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats worden
                            door het college vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>Voertuigen die op grond van artikel 5 worden weggesleept, worden bewaard
                            op het terrein van de politie aan de Johan Huizingalaan te
                            Amsterdam.</al></li></lijst><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Vanwege de redactie van artikel
                    173, tweede lid WVW 1994 moet(en) de plaats(en) van bewaring van voertuigen door
                    de gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester en
                    wethouders is niet mogelijk. In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat
                    de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de
                    openbare orde tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring
                    van voertuigen. De openingstijden kunnen wel nader door het college van
                    burgemeester en wethouders worden vastgesteld omdat ze niet expliciet genoemd
                    zijn in artikel 173 WVW 1994. Eventueel kunnen ze ook in de verordening zelf
                    worden opgenomen, maar dan zullen ze doorgaans minder flexibel zijn. Verder is
                    het raadzaam om de locatie(s) van de bewaarplaats(en) zodanig te kiezen dat ze
                    ook goed bereikbaar is (zijn), bijvoorbeeld met het openbaar vervoer, voor de
                    mensen die hiermee te maken krijgen. Ook de openingstijden dienen redelijk ruim
                    te worden gekozen. Openstelling van de bewaarplaats(en) alleen gedurende
                    werkdagen lijkt niet voldoende omdat iemand hierdoor onevenredige schade kan
                    lijden, die mogelijk op de gemeente wordt verhaald (de eigenaar moet 24 uur per
                    dag over zijn voertuig kunnen beschikken na betaling, er is immers geen grond
                    meer om hem langer in bewaring te houden.)</al><tussenkop>Artikel 4. Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</tussenkop><al>1.De kosten voor verplaatsen en wegslepen bedragen per uur (prijspeil 2009
                    exclusief BTW):</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="28*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="36*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="36*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Kosten</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Tariefgroep</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Tijdstip</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>€ 216,60</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>I</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>Maandag tot en met vrijdag van 06.00 uur tot 18.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>€ 257,08</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>II</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>Maandag tot en met vrijdag van 18.00 tot 00.00 uur, dinsdag
                                        tot en met vrijdag van 00.00 tot 18.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>€ 297,56</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>III</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>Op zon- en feestdagen. Vanaf 6 uren voor, tot zes uren na de
                                        zon- en feestdag.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>De kosten voor het bewaren van een voertuig bedragen € 58,-- (prijspeil
                            2009) per verstreken periode van 12 uren, of een gedeelte daarvan, met
                            een maximum van 14 termijnen.</al></li><li nr="3."><al>De kosten, zoals genoemd in het eerste lid, worden verhoogd met een
                            toeslag van 15% voor gemeentelijke administratiekosten.</al></li></lijst><al>Toelichting</al><al>In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld
                    welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring
                    stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij
                    niet alleen om personele en materiele kosten die direct verband houden met het
                    wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten die
                    verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsoverdracht
                    om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze
                    voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke.</al><al>In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal
                    inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de
                    kosten die verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de
                    bewaring van deze voertuigen anderzijds. Uiteraard dienen de opgenomen kosten
                    wel in overeenstemming te zijn met de genoemde kostencomponenten. De gemeente
                    dient uiteraard wel voor zichzelf en eventueel derden inzicht te hebben in de
                    wijze waarop de genoemde kosten zijn berekend. Deze berekening zal ook in
                    eventuele bezwaar- en beroepsprocedures de gerechtelijke toets moeten kunnen
                    doorstaan. In het tweede lid van deze bepaling, waarin de kosten van bewaring
                    van voertuigen worden geregeld, wordt het begrip 'etmaal' gebruikt. Het etmaal,
                    zoals hier bedoeld, begint na de dag van in bewaring nemen van een voertuig en
                    eindigt 24 uur later.</al><tussenkop>Artikel 5. Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het
                    geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het
                    ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</tussenkop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 130,
                    vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn de artikelen
                    1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.</al><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet
                    nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te
                    laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier
                    gedoeld op:</al><lijst><li nr="-"><al>het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat
                            iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was
                            van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164
                            WVW 1994);</al></li><li nr="-"><al>de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk
                            zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat
                            motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld
                            worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan
                            situaties dat er sprake kan zijn van het 'knoeien' met kentekens in
                            geval van autodiefstal.</al></li></lijst><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in
                    bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel
                    170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan
                    ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om
                    een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt.</al><al>Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X.
                    Bestuursdwang van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.) van overeenkomstige toepassing
                    verklaard. Het is raadzaam om ook in de wegsleepverordening de artikelen over de
                    bewaarplaats(en) van voertuigen en openingstijden (artikel 3) en de kosten van
                    overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van
                    overeenkomstige toepassing te verklaren.</al><tussenkop>Artikel 6. Nadere regels</tussenkop><al>In de uitvoeringsregeling wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen staat
                    de procedure die de politie en de BOA’s volgen beschreven.</al><tussenkop>Artikel 7. Inwerkingtreding en Citeertitel</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De oude wegsleepverordening wordt op het in het eerste lid bedoelde
                            tijstip van inwerkingtreding ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de kosten van overbrenging en bewaring van
                            voertuigen, zoals bedoeld in artikel 4 gelden vanaf 1 januari 2009.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening gemeente
                            Diemen.</al></li></lijst><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 8 Bekendmaking</tussenkop><al>Deze verordening zal worden bekendgemaakt door een publicatie in de Diemer
                    Nieuws. De verordening wordt gezonden naar: de officier van justitie; de
                    korpschef van het regionale politiekorps; de betrokken wegbeheerders; de
                    korpschef van de Landelijke politiediensten.</al><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>