<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR49156_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening leerlingenvervoer gemeente Stede Broec</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Middenstander, 19-07-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening leerlingenvervoer gemeente Stede Broec 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-07-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Ingetrokken</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening leerlingenvervoer gemeente Stede Broec</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stede Broec,</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college gedateerd 23 juni 2006;</al><al/><al>gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de
                  expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs,</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>vast te stellen de volgende: </al><al/><al><vet>VERORDENING LEERLINGENVERVOER GEMEENTE STEDE BROEC</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. school:</al><lijst><li nr="-"><al>een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de
                           Wet op het primair onderwijs (Stb. 1998, 495);</al></li><li nr="-"><al>een school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal
                           onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de
                           expertisecentra (Stb. 1998, 496);</al></li><li nr="-"><al>een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het
                           voortgezet onderwijs (Stb. 1998, 512);</al></li><li nr="-"><al>een school voor speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in deel II van
                           de Wet op het voortgezet onderwijs.</al><al>b. ouders: de ouders, voogden of verzorgers van de leerling;</al><al>c. leerling: een leerling van een school als bedoeld onder a.;</al><al>d. woning: de plaats waar de leerling feitelijk zijn hoofdverblijf
                           heeft;</al><al>e. afstand: de afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de
                           kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;</al><al>f. vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen
                           de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in
                           aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens het
                           schoolplan, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling
                           die aansluiting onmogelijk maakt;</al><al>g. openbaar vervoer: voor eenieder openstaand personenvervoer volgens
                           een dienst-</al><al> regeling per trein, metro, tram, bus, veerdienst of auto;</al><al>h. aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi,
                           treintaxi of bustaxi;</al><al>i. eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig, bromfiets of
                           fiets;</al><al>j. reistijd: de totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de
                           woning en de aanvang van de schooldag volgens het schoolplan, minus
                           maximaal 10 minuten indien en voorzover de leerling het schoolgebouw met
                           bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan het schoolplan
                           aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de
                           schooldag volgens het schoolplan en de aankomst bij de woning;</al><al>k. toegankelijke school:</al><al> - voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs: de
                           basisschool van de </al><al> verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de
                           openbare school of de speciale school voor basisonderwijs waarop de
                           leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of
                           levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;</al></li><li nr="-"><al>voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en scholen voor
                           voortgezet </al><al> onderwijs: de school van de soort waarop de leerling is aangewezen van
                           de </al><al> verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de
                           openbare </al><al> school van de soort waarop de leerling is aangewezen;</al><al>l. inkomen: het ingevolge de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (Stb.
                           2000, 215) </al><al> vastgestelde gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders in het tweede
                           kalenderjaar, voorafgaande aan het schooljaar waarvoor bekostiging van de
                           vervoerskosten wordt gevraagd;</al><al>m. opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de
                           leerling gebruik kan maken van het vervoer;</al><al>n. commissie voor de begeleiding: de commissie die is ingesteld door het
                           bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                           expertisecentra, niet zijnde een instelling, of de bevoegde gezagsorganen
                           van twee of meer scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                           expertisecentra, niet zijnde instellingen, die hetzelfde regionaal
                           expertisecentrum in stand houden.</al><al>o. vervoersvoorziening: een gehele of gedeeltelijke bekostiging van de
                           door het college noodzakelijk geachte vervoerskosten van de leerling en
                           zo nodig diens begeleider;</al></li><li nr="-"><al>de verstrekking van een abonnement of strippenkaart voor de leerling en
                           zo nodig </al><al>diens begeleider, of</al><al>- aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet
                           verzorgen.</al><al>p. permanente commissie leerlingenzorg: de commissie als bedoeld in
                           artikel 23 van de Wet op het primair onderwijs;</al><al>q. samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel
                           18 van de Wet op het primair onderwijs;</al><al>r. regionale verwijzingscommissie: de commissie als bedoeld in artikel
                           10g van de Wet </al><al> op het voortgezet onderwijs;</al><al>s. ambulante begeleiding: de begeleiding door een personeelslid van een
                           school of </al><al> instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentrum
                           van leerlingen </al><al> die zijn geplaatst op een basisschool of leerlingen die zijn geplaatst
                           op een school voor voortgezet onderwijs en naar het oordeel van het
                           bevoegd gezag zonder die begeleiding zouden zijn aangewezen op het
                           speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs.</al><al>t. commissie voor indicatiestelling: de commissie als bedoeld in artikel
                           28c van de Wet op de expertisecentra.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten
                        vervoerskosten</titel></kop><al>1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de
                     gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met
                     inachtneming van het bepaalde in deze verordening.</al><al>2. Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt het dat de
                     ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten
                     toekomt, hun kinderen van het aldus verzorgde vervoer gebruik laten maken tegen
                     betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders ingevolge
                     het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het
                     vervoer. Weigering van of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin
                     bedoelde bijdrage doet de aanspraak op bekostiging vervallen. </al><al>3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid
                     van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.</al><al>4. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de
                     bekostiging op aanvraag verstrekt aan de leerling.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school</titel></kop><al>1. Bekostiging van de vervoerskosten wordt toegekend over de afstand tussen de
                     woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling
                     toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weg gelegen school voor de
                     gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer
                     naar die school schriftelijk instemmen.</al><al>2. Indien ouders bekostiging van de vervoerskosten aanvragen voor het bezoeken
                     van een school die op grotere afstand van de woning is gelegen dan in artikel
                     11 of 15 is bepaald, terwijl een of meer scholen van dezelfde onderwijssoort
                     dichter bij de woning zijn gelegen, ontstaat er slechts aanspraak op
                     bekostiging naar eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt
                     verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan
                     wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de
                     soort waarop de leerling is aangewezen, die dichter bij de woning zijn
                     gelegen.</al><al>3. Voor de leerlingen die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs uit
                     cluster 4 bezoekt geldt als dichtstbijzijnde toegankelijke school, die school
                     die door de commissie voor de indicatiestelling is geadviseerd. Dit is van
                     toepassing zolang de leerling zijn woonplaats heeft in het gebied van het
                     regionaal expertisecentrum waaraan voornoemde commissie is verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitbetaling van de bekostiging</titel></kop><al>Het college bepaalt bij het verstrekken van bekostiging van de vervoerskosten
                     de wijze en het tijdstip van de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de
                     verstrekte bekostiging.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><al>1. Een aanvraag voor bekostiging van de vervoerskosten wordt gedaan door
                     indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders
                     ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.</al><al>2. De aanvraag wordt, indien het een aanvraag voor het eerstvolgende
                     schooljaar betreft, vóór <vet><cursief>aanvang van het betreffende schooljaar
                           ingediend, doch in ieder geval 5 werkdagen vóór aanvang van de gewenste
                           bekostiging</cursief></vet>.</al><al>3. Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan
                     het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.</al><al>4. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van
                     alle benodigde gegevens.</al><al>5. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier
                     weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.</al><al>6. Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend, wordt deze getroffen:</al><lijst><li nr="a."><al>met ingang van het nieuwe schooljaar indien de aanvraag vóór
                                 <vet><cursief>aanvang van</cursief></vet></al><al><vet><cursief> het betreffende schooljaar is ingediend,
                              of:</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al>met ingang van de door de ouders verzochte datum als het een aanvraag </al><al> gedurende het schooljaar betreft, met dien verstande dat de datum
                           waarop </al><al> bekostiging wordt verstrekt niet ligt vóór de datum van ontvangst van
                           de </al><al> aanvraag door het college.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Doorgeven van wijzigingen</titel></kop><al>1. De ouders zijn verplicht wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de
                     verstrekte bekostiging van de vervoerskosten, onder vermelding van de datum van
                     wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het college.</al><al>2. Indien er sprake is van een wijziging die van invloed is op de verstrekte
                     bekostiging, vervalt de aanspraak op bekostiging en verstrekt het college al
                     dan niet opnieuw bekostiging van de vervoerskosten.</al><al>3. Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid en het
                     college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt
                     dat ten onrechte bekostiging is verstrekt, vervalt de aanspraak op bekostiging
                     van de vervoerskosten terstond en verstrekt het college al dan niet opnieuw
                     bekostiging van de vervoerskosten.</al><al>Het college deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders.</al><al>4. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd,
                     dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuwe verstrekking van
                     bekostiging.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Peildatum leeftijd leerling</titel></kop><al>Voor het verstrekken van bekostiging op basis van artikel 12 is bepalend de
                     leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de bekostiging
                     betrekking heeft.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Andere vergoedingen</titel></kop><al>De aanspraak op bekostiging wordt verminderd met de aanspraak op een toelage,
                     voorzover die voor de betrokken leerling betrekking heeft op de
                     reiskosten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van de leerlingen van scholen voor primair
                     onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bekostiging voor de dichtstbijzijnde toegankelijke speciale school voor
                        basisonderwijs in het samenwerkingsverband</titel></kop><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt bekostiging verstrekt van
                     de kosten van het vervoer over de afstand tussen de woning dan wel de
                     opstapplaats en:</al><al>a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor
                     basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de
                     leerling afkomstig is, of</al><al>b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a. bedoelde
                     samenwerkingsverband indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder
                     kosten mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor
                     basisonderwijs, bedoeld onder a.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Permanente commissie leerlingenzorg</titel></kop><al>1. Het college neemt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer
                     de beslissing van de permanente commissie leerlingenzorg in acht over de
                     toelating van de leerling op een speciale school voor basisonderwijs.</al><al>2. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor
                     leerlingenvervoer eventuele adviezen van de permanente commissie leerlingenzorg
                     die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                        fiets</titel></kop><al>1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor
                     basis-onderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, bekostiging
                     op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien de afstand van de woning
                     naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes kilometer
                     bedraagt.</al><al>2. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders bekostiging
                     op basis van de kosten van het vervoer per fiets indien de leerling naar het
                     oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van
                     het vervoer per fiets.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bekostiging van de kosten van vervoer ten behoeve van een
                        begeleider</titel></kop><al>1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11,
                     bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van één
                     begeleider indien de leerling jonger dan tien jaar is, en door de ouders ten
                     behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in
                     staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te
                     maken.</al><al>2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen
                     slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor
                     bekostiging in aanmerking.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al>1. Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                     vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs
                     bezoekt, indien:</al><al> a. voldaan wordt aan het afstandscriterium van artikel 11, en</al><al> b. de leerling de leeftijd van <vet><cursief>10 jaar</cursief></vet> nog niet
                     heeft bereikt, of</al><al>c. de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of
                     terug</al><al> meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer </al><al> tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden </al><al>teruggebracht, of</al><lijst><li nr="d."><al>openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het </al><al>college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer
                           per fiets.</al></li><li nr="2."><al>Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                           vervoer aan de ouders van de leerling die een speciale school voor
                           basisschool bezoekt en de leerling de leeftijd van 10 jaar nog niet heeft
                           bereikt.</al></li><li nr="3."><al>Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                           vervoer aan de ouders van de leerling die een speciale school voor
                           basisschool bezoekt en de leerling de leeftijd van 10 jaar heeft bereikt,
                           indien het college van oordeel is dat de leerling op grond van een
                           lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap is aangewezen op
                           aangepast vervoer. Ten aanzien van deze bepaling is artikel 18, lid 1,
                           onder b en c en artikel 18, lid 2, van overeenkomstige toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al>1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het
                     college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren
                     of te laten vervoeren.</al><al>2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend,
                     bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf vervoeren dan wel
                     laten vervoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien
                           aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het
                           openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid
                           van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op
                           bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde
                           in het vierde lid.</al><al>3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                           verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling
                           tegelijk zelf vervoeren dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van
                           een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling
                           binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al><al>4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                           ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen
                           bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt
                           door het college geen bekostiging verstrekt.</al><al>5. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het
                           college desgewenst toestaat dan wel van oordeel is dat de leerling
                           gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de
                           ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets,
                           afgeleid van de Reisregeling binnenland.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van de leerlingen van scholen voor
                     (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                        fiets</titel></kop><al>1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor
                     (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, bekostiging op basis van de kosten van
                     het openbaar vervoer indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                     toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt.</al><al>2. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders bekostiging
                     op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel bromfiets, indien de
                     leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding,
                     gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan
                     maken van het vervoer per bromfiets.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Commissie voor de begeleiding</titel></kop><al>Indien het college de gevraagde voorziening ten behoeve van een leerling op
                     een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs niet of slechts gedeeltelijk
                     toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de
                     begeleiding of het advies van andere deskundigen te betrekken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van een
                        begeleider</titel></kop><al>1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 15,
                     bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van een
                     begeleider indien door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt
                     aangetoond dat de leerling, gelet op zijn lichamelijke, verstandelijke of
                     zintuiglijke handicap of leeftijd, niet in staat is zelfstandig van het
                     openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.</al><al>2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts
                     gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie
                     van onderzoek of het advies van andere deskundigen te betrekken.</al><al>3. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen
                     slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van één begeleider voor
                     bekostiging in aanmerking.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al>1. Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                     vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal
                     onderwijs bezoekt indien voldaan wordt aan het afstandscriterium van artikel
                     15, en</al><lijst><li nr="a."><al>de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn
                           lichamelijke, </al><al> verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet
                           onder </al><al> begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken, of </al></li><li nr="b."><al>de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, </al><al> meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer </al><al> tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden </al><al> teruggebracht, of</al></li><li nr="c."><al>openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het </al><al> college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer </al><al> per fiets dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per </al><al> bromfiets.</al><al>2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                           slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van
                           de commissie van onderzoek of het advies van andere deskundigen te
                           betrekken.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al>1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het
                     college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren
                     of te laten vervoeren.</al><al>2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend,
                     bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf vervoeren dan wel
                     laten vervoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien
                           aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het
                           openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid
                           van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op
                           bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde
                           in het vierde lid.</al><al>3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                           verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan één leerling
                           tegelijk zelf vervoeren of laten vervoeren, bekostiging van een bedrag op
                           basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de
                           Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al><al>4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                           ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen
                           bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt
                           door het college geen bekostiging verstrekt.</al><al>5. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het
                           college desgewenst toestaat dan wel van oordeel is dat de leerling
                           gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt het
                           college aan de ouders bekostiging van een bedrag op basis van een
                           kilometervergoeding voor de fiets dan wel bromfiets, afgeleid van de
                           Reisregeling binnenland.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bekostiging vervoerskosten</titel></kop><al>1. Het college verstrekt eveneens bekostiging op basis van de kosten van
                     aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor
                     (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, in het geval dat de afstand van de
                     woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school minder
                     bedraagt dan is bepaald in artikel 15, indien het college van oordeel is dat de
                     lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap van de leerling dat
                     vereist.</al><al>2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts
                     gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie
                     voor de begeleiding en eventueel het advies van andere deskundigen te
                     betrekken.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4</nr><titel>Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Bekostiging kosten weekeinde- en vakantievervoer aan de in de gemeente
                        wonende ouders</titel></kop><al>Het college bekostigt desgewenst de kosten van het weekeinde- en
                     vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met
                     het oog op het volgen van voor hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs in
                     een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in deze Titel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Bekostiging kosten weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><al>1. Het college verstrekt aan de ouders bekostiging van de kosten van het
                     weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis
                     van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning
                     van de ouders en terug, voorzover de weekeinden niet vallen binnen de in het
                     tweede lid bedoelde schoolvakanties.</al><al>2. Het college bekostigt de kosten van het vakantievervoer van de leerling
                     voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van
                     het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van
                     de ouders en terug, voorzover de vakantie voorkomt in het schoolplan van de
                     school die de leerling bezoekt.</al><al>3. Titel 3 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing, met
                     uitzondering van artikel 16; artikel 17, tweede lid; artikel 18, eerste lid
                     onder b; artikel 18, tweede lid en artikel 20.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5</nr><titel>Eigen bijdrage en bekostiging naar financiële draagkracht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Drempelbedrag</titel></kop><al>1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs voor
                     basis-onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan €
                     17.700, wordt slechts bekostiging verstrekt voorzover de kosten van het vervoer
                     van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11
                     bepaalde afstand te boven gaan.</al><al>2. Ingeval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het
                     vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een
                     leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling <vet>– met
                        een maximum van 2 leerlingen uit één gezin -</vet> per schooljaar een eigen
                     bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in
                     artikel 11 bepaalde afstand indien het inkomen van de ouders tezamen meer
                     bedraagt dan € 17.000.</al><al>3. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid,
                     betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in
                     de regeling die gebaseerd is op artikel 30, eerste lid van de Wet
                     personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt,
                     ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik
                     ervan.</al><al>4. Het bedrag van € 17.700, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met
                     ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het
                     indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten
                     opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van
                     € 450. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede
                     lid genoemde bedrag van € 17.700. Jaarlijks stelt het college het geïndexeerde
                     bedrag vast aan de hand van het desbetreffende voorstel van de Vereniging van
                     Nederlandse Gemeenten en maakt dit bedrag op de in de gemeente gebruikelijke
                     wijze bekend.</al><al>5. Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge
                     Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Financiële draagkracht</titel></kop><al>1. Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke
                     school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt, wordt de
                     vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van
                     de ouders afhankelijk bedrag.</al><al>2. Ingeval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het
                     vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen en de afstand van de woning naar
                     de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20
                     kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht
                     afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het
                     vervoer.</al><al>3. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als
                     bedoeld in het tweede lid zijn afhankelijk van de hoogte van het belastbaar
                     inkomen van de ouders in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 en
                     bedragen:</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="66*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Inkomen in euro's</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Eigen bijdrage in euro's</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0 - 28.500</al></entry><entry colname="col2"><al>nihil</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28.500 - 34.500</al></entry><entry colname="col2"><al>110</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>34.500 - 40.000</al></entry><entry colname="col2"><al>450</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>40.000 - 45.500</al></entry><entry colname="col2"><al>845</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>45.500 - 52.000</al></entry><entry colname="col2"><al>1.230</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>52.000 - 57.500</al></entry><entry colname="col2"><al>1.625</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>57.500 en verder</al></entry><entry colname="col2"><al>per elke extra 4.500 : 395,-- erbij</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>4. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1
                     januari 1998 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de
                     regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1
                     januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van
                     € 500. </al><al>5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met
                     ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het
                     consumenten-prijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel
                     vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van voorafgaande
                     jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5. Jaarlijks stelt het
                     college het geïndexeerde bedragen vast aan de hand van het desbetreffende
                     voorstel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en maakt dit bedrag op de
                     in de gemeente gebruikelijke wijze bekend.</al><al>6. Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge
                     Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>6</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van gehandicapte leerlingen van scholen voor
                     primair onderwijs en voortgezet onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met
                        begeleiding</titel></kop><al>1. Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van openbaar
                     vervoer met begeleiding aan de ouders van de leerling die een basisschool,
                     speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs
                     bezoekt en vanwege een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap
                     niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Ten aanzien van
                     een leerling van een speciale school voor basisonderwijs neemt het college
                     artikel 9 in acht.</al><al>2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts
                     gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de permanente
                     commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of het advies van andere
                     deskundigen te betrekken.</al><al>3. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen
                     slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van één begeleider voor
                     bekostiging in aanmerking.</al><al>4. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders bekostiging
                     op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel bromfiets, indien de
                     leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding,
                     gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan
                     maken van het vervoer per bromfiets.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Bekostiging op basis van kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al>1. Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                     vervoer aan de ouders van de leerling die een basisschool, speciale school voor
                     basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt, indien</al><al>a. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn lichamelijke, </al><al> verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder </al><al> begeleiding - van openbaar vervoer gebruik te maken. Ten aanzien van een </al><al> leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs neemt het college
                     artikel </al><al> 9 in acht, of:</al><al>b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en de leerling
                     met</al><al> gebruikmaking van openbaar vervoer naar school en terug, meer dan anderhalf </al><al> uur onderwijs is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van
                     de </al><al> reistijd per openbaar vervoerkan worden teruggebracht, of:</al><al>c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en openbaar </al><al> vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan
                     niet </al><al> onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel </al><al> zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.</al><al>2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts
                     gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de permanente
                     commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of het advies van andere
                     deskundigen te betrekken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al>1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het
                     college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren
                     of te laten vervoeren.</al><al>2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend,
                     bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf vervoeren of laten
                     vervoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien
                           aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het
                           openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid
                           van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op
                           bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde
                           in het vierde lid.</al><al>3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                           verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan één leerling
                           tegelijk zelf vervoeren of laten vervoeren, bekostiging van een bedrag op
                           basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de
                           Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al><al>4. Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                           ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen
                           bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door
                           het college geen bekostiging verstrekt.</al><al>5. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het
                           college desgewenst toestaat dan wel van oordeel is dat de leerling
                           gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt het
                           college aan de ouders bekostiging van een bedrag op basis van een
                           kilometervergoeding voor de fiets of bromfiets, afgeleid van de
                           Reisregeling binnenland.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffen en waarin
                     deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Afwijken van bepalingen</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ouders afwijken van
                     de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan de
                     permanente commissie leerlingenzorg, de commissie voor de begeleiding, de
                     regionale verwijzingscommissie of andere deskundigen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Verordening leerlingenvervoer gemeente Stede Broec , vastgesteld bij
                     raadsbesluit d.d. 6 juni 2002, met de 1<sup>e</sup> wijziging, vastgesteld bij
                     raadsbesluit d.d. 3 juli 2003, de 2<sup>e</sup> wijziging, vastgesteld bij
                     raadsbesluit d.d. 2 september 2004 en de 3<sup>e</sup> wijziging, vastgesteld
                     bij raadsbesluit van 11 mei 2006 worden ingetrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><al>1. Voor een leerling als bedoeld in Titel 6 voor wie in het schooljaar
                     2001-2002 krachtens de Wet Rea een vervoersvoorziening werd verstrekt, niet
                     zijnde een voorziening in de vorm van een bruikleenauto of een voorziening deel
                     uitmakend van of samenhangend met een leefvervoervoorziening, blijft, indien de
                     ouders dat wensen, zo nodig in afwijking van artikel 3 aanspraak bestaan op een
                     gelijkwaardige voorziening van en naar de school die de leerling in schooljaar
                     2001-2002 bezocht.</al><al>2. Voor de leerling van leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs
                     die in het schooljaar 2001-2002 een vervoersvoorziening kreeg naar een school
                     voor speciaal voortgezet onderwijs,leerwegondersteunend onderwijs,
                     praktijkonderwijs of een opdc, blijft aanspraak bestaan op een
                     vervoersvoorziening van en naar de school of opdc die de leerling in het
                     schooljaar 2001-2002 bezocht indien de afstand van de woning naar de school
                     meer dan zes kilometer bedraagt. Titel 5 is van overeenkomstige
                     toepassing.</al><al>3. De bepalingen in Titel 6 zijn voor de eerste maal van toepassing in het
                     schooljaar 2002-2003 Op het vervoer van leerlingen voorafgaand aan het
                     schooljaar 2002-2003 en daarop betrekking hebbende geschillen, blijven de
                     regelingen die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening luiden
                     van toepassing.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening leerlingenvervoer
                     gemeente Stede Broec 2006”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad</ondertekening><ondertekening>van de gemeente Stede Broec, gehouden op 6 juli 2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raadsgriffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>