<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR49126_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening commissie bezwaarschriften</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Middenstander, 10-07-2002</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening commissie bezwaarschriften</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-07-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-08-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>ingetrokken</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening commissie bezwaarschriften</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Stede Broec;</al><al/><al>ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;</al><al/><al>gelezen het voorstel van 19 juni 2002 van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                  Gemeentewet;</al><al/><al>besluiten :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening: <vet>Verordening commissie
                     bezwaarschriften</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen of
                  onder wiens verantwoordelijkheid het besluit is genomen;</al><al>b commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><al>1 Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen
                  besluiten van de raad. </al><al>2 De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn
                  ingediend tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders en de
                  burgemeester voorzover niet uitdrukkelijk advies daaromtrent is gevraagd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><al>1 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.</al><al>2 De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en
                  ontslagen.</al><al>3 Het college benoemt een aantal plaatsvervangende leden.</al><al>4 De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><al>1 De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen
                  ambtenaar.</al><al>2 Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris
                  aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><al>1 De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden
                  van de raad.</al><al>2 De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag
                  nemen.</al><al>3 De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun
                  functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><al>1 Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.</al><al>2 Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk
                  in handen van de commissie gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de
                  toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de
                  commissie:</al><al>a artikel 2:1, tweede lid;</al><al>b artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn;</al><al>c artikel 6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft tijdens de
                  behandeling door de commissie;</al><al>d artikel 7:4, tweede lid;</al><al>e artikel 7:6, vierde lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><al>1 De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                  inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al><al>2 De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij
                  deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op
                  de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf
                  machtiging van het college vereist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><al>1 De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin
                  de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich
                  door de commissie te laten horen.</al><al>2 De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.</al><al>3 Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het
                  horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend
                  orgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><al>1 De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee
                  weken voor de zitting schriftelijk uit.</al><al>2 Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend
                  orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de
                  zitting te wijzigen.</al><al>3 De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor
                  het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan
                  meegedeeld.</al><al>4 De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking
                  toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde
                  lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal
                  leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig
                  is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van
                  een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><al>1 De zitting van de commissie is openbaar.</al><al>2 De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een
                  van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een
                  verzoek doet.</al><al>3 Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die
                  zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met
                  gesloten deuren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><al>1 Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van de
                  aanwezigen en hun hoedanigheid.</al><al>2 Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en
                  wat verder ter zitting is voorgevallen.</al><al>3 Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of
                  indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars
                  tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.</al><al>4 Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het
                  verslag kunnen worden gehecht.</al><al>5 Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de </al><al> commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><al>1 Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader
                  onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op
                  verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.</al><al>2 De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden
                  van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.</al><al>4 De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen
                  binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de
                  commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De
                  voorzitter beslist op zo'n verzoek.</al><al>5 Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking
                  hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door
                        haar</al><al> uit te brengen advies.</al><al> 2 a De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                        brengen </al><al> advies.</al><al>b Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de </al><al> voorzitter.</al><al>c Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien
                        die minderheid dat verlangt.</al><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing
                        op het bezwaarschrift. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris
                        van de commissie ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><al>1 Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14
                  en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag,
                  tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te
                  beslissen. </al><al>2 Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 10
                  weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor
                  achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing,
                  verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen.</al><al>3 Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden </al><al> een afschrift.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De op 6 januari 1994 vastgestelde “Verordening behandeling bezwaar- en
                  beroepschriften gemeente Stede Broec” wordt ingetrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het verstrijken van een
                  termijn van zes weken na de datum van haar bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie
                  bezwaarschriften.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 juli 2002.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>