<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR49017_1</dcterms:identifier><dcterms:title>brandbeveiligingsverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Noorderkrant d.d. 6 oktober 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>brandbeveiligingsverordening 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 3, tweede lid Wet veiligheidsregio</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0027466/article=3"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-03-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      brandbeveiligingsverordening
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Dit gemeenteblad bevat de integrale tekst van de <vet>Brandbeveiligingsverordening
                2010,</vet>zoals deze luidt na het raadsbesluit van 29 september 2010.Dit
            gemeenteblad ligt op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur ter inzage bij de afdeling BJZ van
            de gemeente Ten Boer, H. Westerstraat 24</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>een inrichting; een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde
                                plaats voor zover die geen bouwwerk is;</al></li>
            <li nr="b."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
                                of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct
                                hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
                                steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
                                functioneren,</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Verbodsbepaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college
                            verleende gebruiksvergunning een inrichting in gebruik te hebben of te
                            houden, voor zover daarin:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn of,</al></li>
              <li nr="b."><al>aan meer dan 4 personen bedrijfsmatig of in het kader van
                                    verzorging nachtverblijf zal worden verschaft of,</al></li>
              <li nr="c."><al>aan meer dan 4 personen jonger dan 12 jaar, of aan meer dan 10
                                    lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal
                                    worden verschaft.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college kan aan de gebruiksvergunning voorwaarden verbinden met</al>
            <al> inachtneming van het gestelde in de paragrafen 3 en 4.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college kan aan de gebruiksvergunning nieuwe voorwaarden verbinden
                            en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken, indien het belang
                            waarvoor de gebruiksvergunning is verleend dit vereist op grond van een
                            verandering van inzichten of verandering van de omstandigheden gelegen
                            buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de
                            gebruiksvergunning.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van
                            toepassing.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Weigeringgronden</titel>
          </kop>
          <al>Het college weigert een gebruiksvergunning, indien de in de aanvraag
                        vermelde wijze van gebruik van de inrichting niet brandveilig is en door het
                        stellen van voorschriften ook niet kan worden bereikt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Gebruikseisen</titel>
          </kop>
          <al>De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de paragrafen
                        2.1, 2.2 en 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Stb. 2008,
                        327) zijn overeenkomstig van toepassing op vergunningplichtige en niet
                        vergunningplichtige inrichtingen..</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Brandveiligheidsvoorzieningen</titel>
          </kop>
          <al>De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de paragrafen
                        2.4,2.5 2.6, 2.7 2.8 en 2.9 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken
                        (Stb. 2008, 327) zijn overeenkomstig van toepassing op vergunningplichtige
                        en niet vergunningplichtige inrichtingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Melden van brand en broei</titel>
          </kop>
          <al>Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht dit
                        onmiddellijk aan de brandweer te melden.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Bossen, heidevelden, venen</titel>
          </kop>
          <al>De eigenaar van een aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten opstand die
                        voor meer dan de helft bestaat uit naaldhout, een heideveld, een veen of een
                        ander erf of terrein, voor zover niet bedoeld in artikel 8, tweede lid,
                        onder b van de Woningwet, en dat met brandbare gewassen is begroeid, is
                        verplicht de voorschriften op te volgen, die het college geeft tot het
                        voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van brand.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Bestuurlijke boete</titel>
          </kop>
          <al>Overtreding van de regels van deze verordening kan worden beboet met een
                        bestuurlijke boete van maximaal het bedrag, genoemd in de
                        Arbeidsomstandighedenwet artikel 34, vierde lid, onder 1
                            <cursief>°.</cursief></al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Overgangsrecht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Vergunningen die zijn verleend onder werking van de
                            brandbeveiligingsverordening van 28 oktober 2008 en die van kracht zijn
                            op het moment van inwerkingtreding van deze verordening worden
                            aangemerkt als vergunning krachtens deze verordening.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                            aanvraag om vergunning op grond van de brandbeveiligingsverordening van
                            28 oktober 2008 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop
                            deze verordening toegepast.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om
                            vergunning krachtens de brandbeveiligingsverordening van 28 oktober 2008
                            wordt beslist met toepassing van deze verordening.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als Brandbeveiligingsverordening
                        2010.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking op het moment van inwerkingtreding van de
                        Wet veiligheidsregio's.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Toelichting op de brandbeveiligingsverordening 2010</label>
        </kop>
        <tussenkop>Algemeen</tussenkop>
        <al>De wetgever kondigt in de Wet veiligheidsregio's en de aanpassing daarop in
                    artikel 3, derde lid, een algemene maatregel van bestuur aan over het
                    brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke ruimten, niet zijnde
                    bouwwerken. Deze AMvB neemt als het ware de plaats in van de
                    brandbeveiligingsverordening (TK, vergaderjaar 2008-2009, 31 968, nr. 8, p.7).
                    Naar verwachting treedt deze AMvB pas medio 2011 werking. Tot die tijd zal op de
                    grond van de Wet veiligheidsregio's in elke gemeente een
                    brandbeveiligingsverordening van kracht moeten zijn. Als gevolg van de
                    inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio's, het niet beschikbaar zijn van de
                    hiervoor bedoelde AMvB en het ontbreken van relevant overgangsrecht in de Wet
                    veiligheidsregio's zal de raad een nieuwe brandbeveiligingsverordening moeten
                    vaststellen.</al>
        <al>De bestaande brandbeveiligingsverordening vervalt namelijk van rechtswege bij de
                    inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio's.</al>
        <al>De voorliggende modelregeling is, gezien het tijdelijk karakter (tot de
                    inwerkingtreding van de AMvB) terughoudend van aard.</al>
        <al>De regeling is aangepast aan de Wet veiligheidsregio's en de Dienstenrichtlijn.
                    Toegevoegd zijn regels voor de bestuurlijke boete.</al>
        <tussenkop>Brandbeveiligingsverordening is vangnet</tussenkop>
        <al>De brandbeveiligingsverordening mag niet regelen voor zover daarin bij of
                    krachtens enig ander (hoger) wettelijk voorschrift is voorzien. Hierop moet bij
                    het stellen van regels nauwlettend worden toegezien, Feitelijk moet de gemeente
                    zich telkens weer afvragen in hoeverre een wettelijk voorschrift al voorziet of
                    mede (indirect) voorziet in de brandveiligheid die in de Wet veiligheidsregio's
                    als opdacht aan het college is gegeven. In zo'n geval gaat dat wettelijk
                    voorschrift voor op de brandbeveiligingsverordening. Met andere woorden: de
                    brandbeveiligingsverordening is een vangnet voor brandveiligheidvoorzieningen
                    die noodzakelijk zijn maar waarvoor geen wettelijke basis voorhanden is. Voordat
                    een gemeente op basis van de brandbeveiligingsverordening eisen kan stellen moet
                    er onderzoek plaatsvinden naar wettelijke voorschriften die mogelijk van
                    toepassing zouden kunnen zijn en van rechtswege voorrang hebben. In de
                    dagelijkse praktijk zijn er natuurlijk een aantal standaard gevallen waarbij van
                    tevoren duidelijk is hoe zaken liggen.</al>
        <tussenkop>Onderwerp van de regeling: objecten die geen bouwwerk
                    zijn</tussenkop>
        <al>De brandbeveiligingsverordening is een vangnet, een restregelgeving, zij regelt
                    de brandveiligheid die niet op een andere manier wettelijk is geregeld. Dit is
                    weliswaar een beperking, maar we! van een onbepaald onderwerp. Bij het
                    gebruiksvergunningensysteem van de brandbeveiligingsverordening gaat het
                    namelijk om objecten die geen bouwwerken zijn: <cursief>'niet
                        bouwwerken</cursief>'.</al>
        <al>Het kan gaan om bijvoorbeeld een los met de wal verbonden drijvend hotel, een
                    drijvende discotheek of een tijdelijke tent. Het onderwerp is vooraf niet te
                    bepalen.</al>
        <al>De omschrijving in de Wet veiligheidsregio's zelf kent een beperking van doel,
                    n.l. brandveiligheid, maar (behalve door andere wettelijke voorschriften) geen
                    beperking van object. De omschrijving is van toepassing op de gehele omgeving.
                    Voor een dergelijk object is het vanwege het feit dat niet van tevoren duidelijk
                    is waarom het</al>
        <al>gaat, moeilijk concrete regels te maken, Veel objecten lijken echter op bekende
                    bouwwerken.</al>
        <al>Overeenkomstig daaraan kunnen eisen worden gesteld, afhankelijk van de
                    specifieke situatie. Als voorbeeld dient een bouwwerk dat op de grond staat.
                    Hiervoor is in elk geval het Bouwbesluit, het Gebruiksbesluit en de
                    bouwverordening ex de Woningwet van toepassing. Door de definitie van het begrip
                    bouwwerk in de bouwverordening en de toepassing ervan in het Bouwbesluit en het
                    Gebruiksbesiuit is een constructie die drijft op het water meestal geen bouwwerk
                    in de zin van de Woningwet en afgeleide regelgeving. Voor een met de grond
                    verbonden object is de Woningwet het juridisch kader. Voor hetzelfde object dat
                    drijft is de brandbeveiligingsverordening het juridisch kader (voor de
                    brandveiligheid). Een ander voorbeeld: een tent die langdurig op dezelfde plaats
                    staat kan een bouwwerk zijn (Woningwet van toepassing), terwijl diezelfde tent
                    tijdens een kortdurende periode een 'niet-bouwwerk' is,</al>
        <al>waarvoor op grond van de brandbeveiligingsverordening eisen moeten worden
                    gesteld. Over de lastige vraag: wanneer is een object een bouwwerk volgt
                    hieronder, mede aan de hand van staande jurisprudentie, een toelichting</al>
        <tussenkop>Bouwwerk of geen bouwwerk, open erf en
                    terrein</tussenkop>
        <al>De Woningwet heeft een grote invloed op de reikwijdte van de
                    brandbeveiligingsverordening,</al>
        <al>deze wet bevat de wettelijke grondslag voor voorschriften betreffende het
                    bouwen, de staat van bestaande bouwwerken en standplaatsen en het gebruik van
                    bouwwerken en het gebruik van open erven en terreinen en de staat, waarin deze
                    zich moeteen bevinden. De beperking die de Woningwet oplegt, als hogere
                    regeling, zit in de begrippen bouwwerk, open erf en terrein.</al>
        <tussenkop>Bouwwerk</tussenkop>
        <al>Een definitie van het begrip bouwwerk geeft de Woningwet niet, de VNG houdt in
                    de</al>
        <al>modelbouwverordening een in de jurisprudentie aanvaarde definitie aan:</al>
        <al>-<cursief>bouwwerk: </cursief>elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij
                    indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of
                    op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.</al>
        <al>Aan de hand van de vier elementen van de definitie van het begrip bouwwerk</al>
        <al>1) constructie,</al>
        <al>2) van enige omvang,</al>
        <al>3) met de grond verbonden,</al>
        <al>4) bedoeld om ter plaatse te functioneren</al>
        <al>wordt bepaald of een object een bouwwerk is of niet.</al>
        <al>Over het begrip bouwwerk bestaat een uitgebreide jurisprudentie, het is niet
                    zonder meer duidelijk wanneer aan de vier voorwaarden wordt voldaan om tot de
                    conclusie te komen dat een object een bouwwerk is.</al>
        <al>De jurisprudentie is te omvangrijk en te casuistisch om hier weer te geven. Een
                    uitgebreide opsomming van jurisprudentie kunt u vinden in de toelichting op de
                    modelbouwverordening van de 'Standaardregelingen in de bouw' (Sdu uitgevers bv,
                    Den Haag).</al>
        <tussenkop>Open erf en terrein</tussenkop>
        <al>Bouwwerken vallen niet onder de werking van de brandbeveiligingsverordening, ook
                    sommige open erven en terreinen vallen niet onder de werking van de verordening.
                    Op grond van artikel 8, tweede lid, onder b, van de Woningwet zijn namelijk in
                    de bouwverordening voorschriften opgenomen over de staat en het in gebruik nemen
                    en gebruiken van open erven en terreinen. Hiervoor kunnen dus geen eisen worden
                    gesteld op grond van de brandbeveiligingsverordening. </al>
        <al>De begripsomschrijving van erf is overgenomen uit het Besluit omgevingsrecht
                    (Bor) dat op 1</al>
        <al>juli 2010 in werking is getreden. Die omschrijving is afgeleid uit de
                    jurisprudentie (zie ABRvS 15 September 1997, LJN: AA3601, AB 1998, 5).</al>
        <al>Uitgangspunt is dat het gehele perceel bij een hoofdgebouw in beginsel als erf
                    kan worden aangemerkt. Echter uit de systematiek van een bestemmingsplan of
                    beheersverordening kan voortvloeien dat bepaalde verder van het hoofdgebouw af
                    gelegen delen van een perceel niet als erf aangemerkt kunnen worden. Dit zal in
                    beginsel uitsluitend het geval kunnen zijn bij percelen van een aanzienlijke
                    omvang, veelal gelegen buiten de bebouwde kom. Bij dergelijke omvangrijke
                    percelen geven bestemmingsplannen of beheersverordeningen soms regels die het
                    perceel onderverdeelt in een bouwblok of bestemming, waarbinnen het hoofdgebouw
                    met bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen gebouwd kunnen worden en waar
                    een verdere inrichting kan plaatsvinden als buitenruimte behorende bij het
                    hoofdgebouw. </al>
        <al>Onder een terrein wordt verstaan een bij een bouwwerk behorend onbebouwd
                    perceel, of gedeelte daarvan, niet zijnde een erf. Om als terrein in de zin van
                    de bouwverordening te kunnen worden aangemerkt, moet dus aan vier voorwaarden
                    zijn voldaan: I) het is een perceel grond, 2) dat onbebouwd is, 3) dat bij een
                    bouwwerk hoort en 4) dat geen erf is.</al>
        <tussenkop>Gebruiksvergunning voor een inrichting</tussenkop>
        <al>De brandbeveiligingsverordening kent een gebruiksvergunningenstelsel voor die
                    situaties die uit een oogpunt van brandveiligheid meer dan gebruikelijke
                    aandacht nodig hebben. Gezien de onbepaaldheid van de situaties is niet gekozen
                    voor een meldingsplicht i.p.v. vergunningsplicht, omdat tussen die situaties dan
                    bij voorbaat onderscheid gemaakt moet worden. Daarnaast staan in de
                    brandbeveiligingsverordening gebruiksvoorwaarden waaraan altijd moet worden
                    voldaan. Voor het stellen van eisen via een vergunning of via de directe werking
                    van de verordening is het nodig dat de situatie waarop de vergunning of eisen
                    van toepassing is, is afgebakend: een</al>
        <al>ruimtelijk begrensde plaats, voor zover die geen bouwwerk is. Kortheidshalve is
                    gekozen voor een begrip: inrichting.</al>
        <al>Het is duidelijk dat voor een zo grote verscheidenheid aan situaties het niet
                    goed mogelijk is concrete eisen te stellen. Om dezelfde reden is het aanvragen
                    van een vergunning vormvrij.</al>
        <al>Het Gebruiksbesluit geeft richtlijnen voor de te stellen voorwaarden.</al>
        <al>Aan een los aangemeerde drijvende hotelboot bijvoorbeeld kunt u dezelfde
                    brandveiligheidseisen stellen als aan een vast met de wal verbonden drijvende
                    hotelboot (bouwwerk in de zin van de bouwverordening en de Woningwet).</al>
        <tussenkop>Wabo </tussenkop>
        <al>De zo grote verscheidenheid aan situaties die kunnen voorkomen is de reden dat
                    er voor gekozen is de modelbrandbeveiligingsverordening niet aan te haken aan de
                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al>
        <tussenkop>Dienstenrichtlijn</tussenkop>
        <al>De modelbrandbeveiligingsverordening 2010 is aangepast aan de
                    Dienstenrichtiijn.</al>
        <tussenkop>Toezicht op de naleving</tussenkop>
        <al>Het toezicht op de naleving van de brandbeveiligingsverordening berust krachtens
                    artikel 61 van de Wet veiligheidsregio's bij door burgemeester en wethouders
                    opgedragen ambtenaren.</al>
        <al>De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst op grond van
                    artikel 65 van de Wet veiligheidsregio's de ambtenaren aan belast met de
                    opsporing van strafbare feiten.</al>
        <tussenkop>Bestuurlijke boete</tussenkop>
        <al>De Wet veiligheidsregio's geeft de raad van een gemeente de bevoegdheid om,
                    indien de raad dat wenst, bij verordening te bepalen dat een bestuurlijke boete
                    wordt opgelegd voor overtreding van regels gesteld krachtens artikel 3, tweede
                    lid (brandbeveiligingsverordening) en derde lid (algemene maartregel van
                    bestuur, deze is nog niet opgesteld) van de wet. Het maximum bedrag van de boete
                    mag niet hoger zijn dan het bedrag, genoemd in de Arbeidsomstandighedenwet
                    artikel 34, vierde lid onder 1 °. Het bedrag dat daar is genoemd, bedraagt in
                    2009 € 9.000. De Wet veiligheidsregio's geeft geen verdere beschrijving van de
                    uitvoering van deze sanctie, zodat de gemeente alleen met de Awb rekening hoeft
                    te houden.</al>
        <al>Een alternatief artikel is aan het model van de verordening toegevoegd.</al>
        <tussenkop>Strafbepaling</tussenkop>
        <al>Overtreding van de regels van deze verordening wordt op grond van artikel 64
                    eerste lid van de Wet veiligheidsregio's gestraft met hechtenis van ten hoogste
                    een jaar of geldboete van de derde categorie De welgever heeft hier een
                    sluitende regeling beoogd, zodat er geen ruimte is voor een regeling op dit
                    gebied de verordening zelf.</al>
        <tussenkop>Overgangsrecht</tussenkop>
        <al>In het artikel is twee keer de brandbeveiligingsverordening genoemd, omdat het
                    nodig kan zijn dat vergunningen op grond van de brandbeveiligingsverordening van
                    voor 2008 nog van kracht moeten zijn.</al>
        <tussenkop>Intrekken regeling</tussenkop>
        <al>De brandbeveiligingsverordening vervalt op het moment van inwerkingtreding van
                    de Wet veiligheidsregio's van rechtswege door ontbreken van de rechtsgrond: de
                    Brandweerwet 1985.</al>
        <al>De intrekking moet worden bekendgemaakt volgens de in artikel 144 Gemeentewet
                    genoemde wijze.</al>
        <tussenkop>Bekendmaking</tussenkop>
        <al>De bekendmaking dient op een zodanig tijdstip plaats te vinden dat de
                    verordening op het moment van inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio's in
                    werking kan treden. Dit kan:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>door plaatsing in het op een algemeen toegankelijke wijze uit te geven
                            gemeenteblad;</al></li>
          <li nr="b."><al>bij gebreke van een gemeenteblad, door terinzagelegging voor de tijd van
                            twaalf weken op de gemeentesecretarie of op een andere door het college
                            te bepalen plaats en door het doen van mededeling daarvan in een
                            plaatselijk verschijnend dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad. Voor de
                            wijze van elektronische bekendmaking zie:
                            http://www.vng.nl/eCache/DEF/88/626.html.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Intrekken vergunning</tussenkop>
        <al>De modelbrandbeveiligingsverordening kent geen bepaling om een vergunning in te
                    trekken. De reden hiervoor is dat een intrekkingbepaling de gemeente onnodig
                    beperkt, immers in een</al>
        <al>bepaling liggen de gronden vooraf vast. De aard van de verordening brengt met
                    zich mee dat van te voren niet duidelijk is welke gronden voldoende zullen zijn.
                    Bij een verordening die geen intrekkinggrond kent is er sprake van een
                    geïmpliceerde bevoegdheid: de bevoegdheid om de beschikking te geven brengt ook
                    de bevoegdheid mee om deze weer in te trekken of te wijzigen mits daarvoor
                    valide redenen bestaan. Dit hangt af van de omstandigheden. Denk bijvoorbeeld
                    aan onjuistheid van de beschikking.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>